Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2015:8778

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10-12-2015
Datum publicatie
13-12-2015
Zaaknummer
4483360
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eigendom van goederen die zijn gevonden tijdens werkzaamheden voor werkgever.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/2533
NJF 2016/48
XpertHR.nl 2016-414771
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 4483360 CV EXPL 15-7781

uitspraak: 10 december 2015

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,

in de zaak van

de naamloze vennootschap

HVC Afval- en grondstoffeninzameling Drechtsteden

gevestigd te Dordrecht,

eiseres,

gemachtigde mr. J.C. Fritse te Dordrecht,

tegen

[gedaagde],

wonende te Hendrik Ido Ambacht,

gedaagde,

gemachtigde mr. L.G.M. Delahaije.

Partijen worden hierna HVC respectievelijk [gedaagde] genoemd.

1 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 22 september 2015;

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    de aantekening dat op 12 november 2015 een comparitie van partijen heeft plaatsgevonden;

  • -

    de overgelegde producties.

2 De vaststaande feiten

2.1

Als gesteld door de ene partij en niet of onvoldoende weersproken door de andere partij, alsmede op grond van de overgelegde producties, staat het volgende tussen partijen vast.

2.2

HVC houdt zich onder meer bezig met het gescheiden inzamelen van afval. Burgers kunnen hun eigen afval naar het Afvalbrengstation, de zogenaamde milieustraat, brengen. [gedaagde] was vanuit Drechtwerk gedetacheerd bij HVC in de functie van medewerker overslag.

2.3

Tijdens zijn werkzaamheden eind februari/begin maart 2015 heeft [gedaagde] in een naar de milieustraat gebrachte printer vier enveloppen gevonden met daarin een geldbedrag van € 15.100,-. [gedaagde] heeft van zijn vondst op 9 maart 2015 bij de gemeente Zwijndrecht aangifte gedaan en hiervan op 12 maart 2015 melding gemaakt aan de meewerkend voorman van HVC.

2.3

HVC heeft opdracht van HVC gehad om de enveloppen met geld aan haar te overhandigen. [gedaagde] heeft hieraan geen gehoor gegeven.

3 De vordering

3.1

HVC vordert primair veroordeling van [gedaagde] tot restitutie van de vier enveloppen met als inhoud een geldbedrag van € 15.100,-. Subsidiair vordert HVC betaling door [gedaagde] van een bedrag van € 15.100,-, te vermeerderen met wettelijke rente. Voorts vordert HVC de proceskosten.

HVC stelt dat zij eigenaar is van de vier enveloppen met geld, die zich bevonden in de aan HVC aangeboden printer. Door de printer, met daarin de enveloppen met geld, aan HVC over te dragen, had degene die de printer heeft afgegeven, het oogmerk van eigendomsoverdracht.

Voor zover HVC niet kan worden aangemerkt als eigenaar, dan heeft zij te gelden als vinder, aangezien [gedaagde] de werkzaamheden waarbij hij de enveloppen heeft gevonden, heeft uitgevoerd in dienst van HVC.

4 Het verweer

4.1 [

gedaagde] betwist dat HVC eigenaar is geworden van de enveloppen met geld, zodat zij niet ontvankelijk is in haar vordering. [gedaagde] is de vinder van het geld. Hij heeft aangifte gedaan en mededeling van zijn vondst en aldus voldaan aan zijn verplichtingen op grond van artikel 5:5 lid 1 BW.

5 De beoordeling van de vordering

5.1

Op grond van artikel 5:18 BW verliest een eigenaar van een roerende zaak de eigendom, wanneer hij het bezit prijsgeeft met het oogmerk om zich van de eigendom te ontdoen. In beginsel moeten goederen die op een milieustraat worden aangeboden beschouwd worden als afval, waarvan degene die het aanbiedt, bewust afstand doet. HVC, die dit soort goederen in ontvangst neemt en zich hierover ontfermt, verkrijgt op grond van artikel
5:4 BW de eigendom hiervan.

5.2

Niet betwist is dat de printer, waarin de enveloppen met geld zich bevonden, aan HVC is aangeboden als afval. HVC heeft hiermee de eigendom van de printer verkregen. De vraag die vervolgens beantwoord moet worden, is of HVC ook de eigendom van de zich in deze printer bevindende enveloppen met geld heeft verkregen. Dit is niet het geval. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid heeft degene die de printer aan HVC heeft aangeboden niet de bedoeling gehad afstand te doen van de aanzienlijke hoeveelheid geld die in deze printer zat. Geld kan niet worden beschouwd als afval. De door HVC ter zitting genoemde voorwerpen, zoals metalen en antiek, die voor degene die er afstand van doet niet van waarde zijn maar voor anderen wellicht wel, kunnen niet vergeleken worden met gangbaar geld dat voor iedereen direct van waarde is.

5.3

Ervan uitgaande dat de eigenaar van het geldbedrag niet de bedoeling had afstand hiervan te doen, kan geconcludeerd worden dat deze het geld heeft verloren. Door de overhandiging van de printer, waarin zich de enveloppen met het geld bevonden, is HVC wel eigenaar geworden van deze printer, maar niet van het geldbedrag. [gedaagde] is degene die het geld heeft gevonden en heeft gedaan wat op grond van artikel 5:5 lid 1 BW van een vinder van een onbeheerde zaak wordt verwacht. Alhoewel [gedaagde] dit geld heeft gevonden tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden voor HVC, op het terrein van HVC, kan niet gezegd worden dat hij dit heeft gevonden namens HVC; vinden is immers geen rechtshandeling die namens een ander kan worden verricht. Ook anderszins was [gedaagde] niet gehouden de enveloppen aan HVC af te geven. Het beroep van HVC op haar Huisregels treft geen doel. Voor zover [gedaagde] deze Huisregels heeft ontvangen, hetgeen hij betwist, staat hierin immers dat het verboden is eigendommen van HVC in bezit te nemen. Zoals hiervoor is overwogen, is het aangetroffen geld geen eigendom van HVC geworden.

5.4

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering van HVC wordt afgewezen. HVC wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.

6 De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt HVC in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op :

aan salaris gemachtigde

600,00

.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. van Steenderen-Koornneef en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 december 2015.