Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:9450

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10-11-2014
Datum publicatie
20-11-2014
Zaaknummer
C/10/460587 / KG ZA 14-948
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

“Het gaat hier om een fundamenteel gebrek in de voor eiseres, onder meer door de puntentelling, kenbare, zeer nauw luisterende planning voor de uitvoering van het project.

De inschrijving van eiseres is ongeldig.”

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2015/16 met annotatie van mr. M.G. Rauws
Module Aanbesteding 2015/790

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/460587 / KG ZA 14-948

Vonnis in kort geding van 10 november 2014

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] ,

gevestigd te Krimpen aan de Lek,

eiseres,

advocaat mr. J. Haest,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

ERASMUS UNIVERSITAIR MEDISCH CENTRUM ROTTERDAM,

zetelend te Rotterdam,

gedaagde,

advocaten mr. P. Heijnsbroek en mr. A.S. van Everdingen,

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ORANJE B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

tussenkomende partij,

advocaat mr. M. Littooij.

Partijen zullen hierna [eiseres], EMC en Oranje genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding d.d. 1 oktober 2014;

  • -

    de incidentele conclusie tot tussenkomst;

  • -

    de producties van [eiseres];

  • -

    de producties van EMC;

  • -

    de producties van Oranje;

  • -

    de pleitnota van mr. J. Haest;

  • -

    de pleitaantekeningen van mr. mr. P. Heijnsbroek en mr. A.S. van Everdingen;

  • -

    de pleitaantekeningen van mr. M. Littooij.

1.2.

Partijen hebben de respectieve standpunten toegelicht ter zitting van 27 oktober 2014. Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 16 juli 2014 heeft EMC [eiseres] uitgenodigd voor de meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure van het project: “sloop en sanering t.b.v. bouwterrein Rg (hierna: het project). Op deze aanbesteding is het Aanbestedingsreglement Werken 2012 (ARW 2012) van toepassing. Gunningscriterium is de economisch meest voordelige inschrijving (EMVI), waarbij de prijs 70% en de kwaliteit 30% meeweegt. Naast [eiseres] hebben zich nog twee andere bedrijven ingeschreven, waaronder Oranje.

2.2.

In de uitnodiging tot inschrijving staat, voor zover hier van belang, het volgende:

“……

Werkzaamheden

Asbestsanering en sloop van de gebouwen A, Sv, Xm, Zm en De. Bodemsanering, aanvullen van grond ter plaatse van gesloopte kelder gebouw A. Kappen en verwijderen van bomen en bossages.

Graven van proefsleuven en aanleg bouwweg.

……

Aanbestedingsprocedure

……

  • -

    Een inschrijving die niet voldoet aan de eisen gesteld in dit schrijven en de overige documenten behorende bij deze aanbesteding is ongeldig.

  • -

    Een inschrijving waaraan voorwaarden zijn verbonden, is ongeldig.

……

Gunningcriterium en beoordeling

Het gunningscriterium, op grond waarvan wordt bepaald aan welke Inschrijver wordt gegund, is

‘economisch meest voordelige Inschrijving’. De economisch meest voordelige inschrijving

(EMVI) is de inschrijving met de laagste fictieve inschrijfsom, bepaald volgens de volgende

formule:

F = fictieve inschrijfsom

P = inschrijfsom, totaal exclusief btw.

Q = kwaliteit

De exponent 0, 428571 (= 3/7; deze waarde wordt gebruikt in de berekening) geeft uitdrukking

aan de relatieve weging van prijs en kwaliteit, respectievelijk 70% en 30%.

De inschrijfsom wordt overgenomen in de formule (P). De kwaliteit (Q) wordt bepaald op de

volgende wijze. Voor elk onderdeel kunnen maximaal 10 punten worden behaald. Er worden

alleen gehele punten gegeven.

In onderstaande paragraaf wordt beschreven waarop de verschillende onderdelen worden

beoordeeld.

Beoordeling kwaliteit – plan van aanpak

 Visie hoe leverancier de opdracht (zoals beschreven in deze offerteaanvraag en het bestek) denkt uit te voeren waarbij wordt benadrukt dat een proactieve instelling van de leverancier wordt verwacht. Hierbij dient onderscheid te worden gemaakt in de beschrijving van het proces en het eindproduct. De vorm is vrij en een kernachtige weergave wordt gewaardeerd, met een maximum van drie (3) bladzijden A4.

Beoordeling: Inschrijver wordt gewaardeerd op de betreffende processen om te komen tot het eindproduct. Wanneer uit het proces blijkt dat het eindproduct op een juiste wijze invulling krijgt wordt dit positief gewaardeerd. Wij verwachten van de inschrijver dat hij in gaat op de voorgestelde fasering en daarbij mogelijkheden tot optimalisatie en risico’s/knelpunten signaleert, benoemt en oplossingen aandraagt.

 Een tijdsplanning voor de uitvoering van de opdracht waarbij inschrijver rekening dient te houden met het feit dat het eindresultaat conform planning moet worden opgeleverd. De vorm is vrij en een kernachtige weergave wordt gewaardeerd, met een maximum van drie (3) bladzijden A4.

Beoordeling: Inschrijver wordt beoordeeld op de mate waarin deze aannemelijk kan maken dat het eindresultaat conform planning wordt opgeleverd. Hierbij wordt niet alleen beoordeeld of de inschrijver de uiterlijke oplevertermijn in acht neemt, maar ook of hij aannemelijk kan maken dat deze daadwerkelijk te realiseren is. Risico’s en andere aandachtspunten ten aanzien van de planning dient de inschrijver te signaleren. Hierin wordt een pro-actieve houding van de inschrijver met betrekking tot het behalen van de planning gewaardeerd. Indien de inschrijver de gestelde opleverdatum niet kan realiseren, worden er geen punten aan de planning toegekend.

 De werkzaamheden vinden plaats terwijl de omliggende bebouwing in gebruik blijft. Om onveilige situaties te voorkomen en overlast te beperken wordt van de inschrijver een plan van aanpak met betrekking tot de veiligheid en de communicatie verlangd. De vorm is vrij en een kernachtige weergave wordt gewaardeerd, met een maximum van één (1) bladzijden A4.

Beoordeling: positief wordt gewaardeerd dat de inschrijver mogelijke overlast en onveilige situaties voor gebruikers en eigen personeel signaleert en aangeeft welke maatregelen hiervoor getroffen kunnen/moeten worden. Daarnaast is het belangrijk dat de inschrijver aangeeft hoe en wanneer de informatie met betrekking tot de te verwachten overlast door de afdeling communicatie verspreid kan worden, teneinde de overlast voor de gebruikers tot een minimum te beperken.

……

Gunningsbeslissing

Alle inschrijvers krijgen per e-mail bericht aan welke inschrijver gegund wordt. Bovendien zal

het Erasmus MC aan iedere af te wijzen inschrijver de volgende informatie verstrekken:

  1. Het puntentotaal op gunningscriterium-niveau van de winnende inschrijving, zonder onderliggende gegevens.

  2. Het puntentotaal en de onderverdeling per gunningscriterium van de eigen inschrijving.

……”

In nota van inlichtingen staat, onder de als bijlage 5 toegevoegde vragenlijst, het volgende:

Nr.

Vraag/aanvulling

met betrekking op

Verwijzing naar tekst in

aanbestedingsdocumenten (…)

Concrete vraag/aanvulling

Antwoord/aanvulling

1

Planning

Bijlage 1. Tekeningen/fasering

Het is niet duidelijk vanaf welke datum welk bouw-deel beschikbaar is. Graag ontvangen wij een over-zicht waarin staat omschre-ven per bouwdeel, op welke datum het asbest saneren kan starten, of indien saneren niet nodig is, vanaf welk moment er gesloopt kan worden.

Gebouw A: 29 september 2014 (excl. loopbrug en gang eerste verdieping).

Gebouw Sv: 9 oktober 2014 (m.u.v. nucleair op laag 0, deze komt 1 januari 2015 beschikbaar, zie bijlage 1 bij deze NvI

(…)

2.4.

Per brief d.d. 11 september 2014 schrijft EMC aan [eiseres], voor zover hier van belang, het volgende:

“……

Betreft Aanbestedingsresultaat - “Sloop en sanering t.b.v. bouwterrein Rg”

……

De door uw organisatie gedane offerte is beoordeeld. Er zijn in totaal 3 offertes ontvangen, deze zijn beoordeeld op de aspecten zoals gegeven in de offerteaanvraag. Het resultaat van deze beoordeling treft u in de bijlage aan.

Conform de offerteaanvraag zal de partij met de economisch meest voordelige inschrijving en tevens aan alle gestelde eisen voldoet in aanmerking komen voor gunning van de opdracht. De door uw organisatie ingediende offerte is beoordeeld met een score van 66 punten op de component kwaliteit.

De hoogste scorende offerte heeft een beoordeling van 72,5 punten op kwaliteit gescoord. In combinatie met de component prijs (zie ook bijlage 1) komt uw organisatie met de bhaalde score niet aanmerking voor gunning van de opdracht.

……”

In de aan deze brief gevoegde bijlage 1 staat het volgende:

2.5.

EMC heeft het project aan Oranje gegund. Oranje is al met de werkzaamheden ten behoeve van de sloop en sanering bouwterrein Rg begonnen. Daartoe is een seperate overeenkomst gesloten met een beperkte opdracht. Hierbij is rekening gehouden met de eventuele gevolgen van een uitspraak in dit kort geding.

3 Het geschil

In het incident

3.1.

Oranje verzoekt te mogen tussenkomen in de procedure tussen [eiseres] en EMC.

In de hoofdzaak

De vordering van [eiseres] op EMC

3.2.

[eiseres] vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

I. EMC verbiedt de onderhavige aanbestedingsprocedure van de opdracht “Sloop en sanering t.b.v. bouwterrein RG” aan een ander dan [eiseres] te gunnen;

II. EMC gebiedt een eventuele definitieve gunning aan een derde ongedaan te maken binnen 10 dagen na het wijzen van dit vonnis;

subsidiair:

III. EMC gebiedt het gunningsvoornemen van de opdracht “Sloop sanering t.b.v. bouwterrein Rg” binnen 10 dagen na het wijzen van dit vonnis in te trekken en over te gaan tot een herbeoordeling door een nieuwe onafhankelijke beoordelingscommissie overeenkomstig de criteria die EMC op voorhand bekend heeft gemaakt;

IV. EMC gebiedt - voor zover zij tot gunning van de opdracht “Sloop en sanering t.b.v. bouwterrein Rg” wenst over te gaan - deze opdracht opnieuw aan te besteden en daarbij te bepalen dat EMC gehouden is ook [eiseres] uit te nodigen een aanbieding te doen;

meer subsidiair:

V. EMC gebiedt - voor zover zij tot gunning van de opdracht “Sloop en sanering t.b.v. bouwterrein Rg” wenst over te gaan - deze opdracht opnieuw aan te besteden en daarbij te bepalen dat EMC gehouden is ook [eiseres] uit te nodigen een aanbieding te doen;

primair en (meer) subsidiair:

VI. bepaalt dat EMC een dwangsom verbeurt van € 100.000,= (zegge: honderd-duizend euro) bij schending van de hiervoor onder I of II genoemde ver- of geboden;

VII. EMC veroordeelt in de kosten van deze procedure, de kosten van rechtsbijstand van [eiseres] daaronder begrepen, een en ander te voldoen binnen 14 (veertien) dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval voldoening van deze kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over voornoemde bedragen vanaf bedoeld termijn voor voldoening alsmede te vermeerderen met de alsdan te maken nakosten om alsnog betaling van hetgeen is toegewezen te verkrijgen.

3.3.

[eiseres] is van mening - verkort weergegeven - dat zij te weinig punten heeft gekregen doordat EMC buiten het vooraf door haar bekendgemaakte beoordelingskader is getreden door ook een stappenplan en communicatiestrategie in haar beoordeling te betrekken. Daarnaast heeft EMC, in strijd met hetgeen zij vooraf bekend heeft gemaakt, niet uitsluitend hele punten toegekend.

3.4.

EMC voert verweer. Op de overige stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

De vordering van Oranje (in tussenkomst)

3.5.

Oranje vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. De vorderingen aan [eiseres] te ontzeggen, althans af te wijzen, als ongegrond of onbewezen;

  2. EMC te verbieden de opdracht “Sloop en sanering t.b.v. bouwterrein RG” aan een ander dan Oranje te gunnen en daarbij te bepalen dat EMC bij overtreding van dit verbod een dwangsom verbeurt van € 100.000,=;

  3. [eiseres] te veroordelen in de kosten van het geding.

3.6.

[eiseres] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, vor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

In het incident

4.1.

Oranje heeft aan haar vordering tot tussenkomst ten grondslag gelegd dat zij in dit kort geding een eigen (zelfstandig) belang heeft.

4.2.

De voorzieningenrechter zal de vordering tot tussenkomst van Oranje toewijzen. [eiseres] en EMC hebben geen bezwaar gemaakt tegen de vordering tot tussenkomst en voldoende is gebleken dat Oranje een spoedeisend zelfstandig belang heeft om benadeling of verlies van een (mogelijk) haar toekomend recht te voorkomen.

In de hoofdzaak

4.3.

Het spoedeisend belang vloeit reeds uit de aard van de vorderingen van [eiseres] voort. EMC en Oranje hebben het spoedeisend belang bovendien niet betwist.

4.4.

Het betreft hier een meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure.

Aanbestedende diensten die onderhandse aanbestedingsprocedures organiseren zijn gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de werking van de redelijkheid en billijkheid in precontractuele verhoudingen.

In dat kader dienen zij ook het transparantie- en het gelijkheidsbeginsel jegens de inschrijvers op de opdracht in acht te nemen.

Uit het door de aanbestedende dienst in acht te nemen transparantiebeginsel vloeit voort dat de voorwaarden en modaliteiten van de gunningsprocedure op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze in de uitnodiging tot inschrijving (en de overige daarop gebaseerde aanbestedingsstukken) dienen te worden vermeld, opdat enerzijds alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte kunnen begrijpen en zij deze op dezelfde manier interpreteren, en anderzijds de aanbestedende dienst in staat is om daadwerkelijk na te gaan of de offertes van de inschrijvers beantwoorden aan de criteria die op de opdracht van toepassing zijn. Een en ander brengt mede, dat de inschrijvers vooraf een duidelijk inzicht moeten hebben in de voorwaarden waaronder de aanbesteding plaatsvindt (zie HvJ EU 29 april 2004, zaak C-496/99, Succhi de Frutta). Een aanbestedende dienst is gehouden om de inschrijving overeenkomstig de door hem gestelde eisen te beoordelen, omdat anders in strijd met het transparantie- en gelijkheidsbeginsel zou worden gehandeld (zie gerechtshof ’s-Gravenhage, 21 februari 2012, LJN: BV6808).

4.5.

Blijkens de brief van 22 oktober 2014 (productie B zijdens EMC) en het verhandelde ter zitting heeft EMC de inschrijving van [eiseres] (alsnog) ongeldig verklaard, omdat [eiseres] bij haar toelichting bij de planning heeft aangegeven: “onder beschikbaarheid van de gebouwen verstaan wij mede dat bouwlaag 0 van gebouw SV nucleair vrijgegeven is op uiterlijk 6 oktober.”, terwijl EMC in antwoord op vraag 1 van de nota van inlichtingen heeft aangegeven dat EMC de nucleaire ruimte op laag 0 van het gebouw Sv, vanwege het stralingsgevaar, pas op 1 januari 2015 beschikbaar stelt. Hiermee heeft [eiseres] - in de visie van EMC - aan haar inschrijving een voorwaarde verbonden, althans wordt duidelijk dat haar inschrijving niet aan de gestelde eisen voldoet. Een dergelijke inschrijving is op grond van artikel 7.16.1 en 7.16.2 ARW 2012 en de aanbestedingsstukken ongeldig, aldus EMC. EMC stelt zich dan ook primair op het standpunt dat [eiseres] niet voor de gunning van de opdracht in aanmerking kan komen, omdat ze ongeldig heeft ingeschreven.

4.6.

Oranje stelt zich (eveneens) op het standpunt dat [eiseres] zich voorwaardelijk, althans afwijkend van het bestek heeft ingeschreven. De planning en de toelichting van [eiseres] wijken af van de door EMC binnen de aanbestedingsstukken gestelde eisen, omdat de inschrijving uitgaat van een eerdere vrijgave van de afdeling nucleair op bouwlaag 0 van gebouw Sv dan de door EMC opgegeven datum. [eiseres] gaat uit van een integrale vrijgave van het gehele gebouw Sv op 6 oktober 2014, terwijl in de nota van inlichtingen duidelijk staat vermeld dat de afdeling nucleair op bouwlaag 0 op 1 januari 2015 wordt vrijgegeven.

Dit betekent dat de inschrijving van [eiseres] ongeldig is. Nu de inschrijving van [eiseres] ongeldig is, dienen haar vorderingen te worden afgewezen, aldus Oranje. Haar inschrijving had immers op grond van het voorgaande buiten beschouwing gelaten moeten worden en niet door EMC inhoudelijk behoeven te worden beoordeeld.

4.7.

[eiseres] stelt zich op het standpunt dat zij rechtsgeldig heeft ingeschreven.

EMC heeft in de voorlopige gunningsbeslissing d.d. 11 september 2014 en de toentertijd tussen partijen gevoerde correspondentie niet gesteld dat de inschrijving van [eiseres] ongeldig zou zijn. Uit vaste jurisprudentie (KPN/Staat- ECLI:NL:HR:2012:BW9233, nadien herhaaldelijk bevestigd) volgt dat alle relevante redenen voor de gunning in de voorlopige gunningsbeslissing dienen te zijn opgenomen. In de visie van [eiseres] is het dan ook niet toegestaan dat EMC - bij brief van 22 oktober 2014 - de redenen voor het niet gunnen van het project aan [eiseres] alsnog aanvult. Alleen een nadere toelichting op een eerdere ongeldigverklaring zou in casu zijn toegestaan, aldus [eiseres].

4.8.

De voorzieningenrechter stelt vast dat EMC in haar brief d.d. 11 september 2014, waarin zij mededeelt dat de inschrijving van [eiseres] niet de economisch meest voordelige inschrijving is, met geen woord heeft gerept over de (eventuele) ongeldigheid van deze inschrijving. Met die brief zijn de relevante redenen voor de afwijzing van de inschrijving van [eiseres] als het ware “gefixeerd” en konden deze - in beginsel - niet meer worden aangevuld. Pas bij brief van 22 oktober 2014 is [eiseres] door EMC op de hoogte gesteld van het feit dat haar inschrijving - bij nader inzien – (alsnog) ongeldig zou zijn. EMC heeft naar voorlopig oordeel geen bijzondere redenen of omstandigheden gesteld, die rechtvaardigen dat de relevante redenen mochten worden aangevuld. Als uitgangspunt geldt dat een gunningsbeslissing aanstonds volledig moet zijn gemotiveerd. Er is niets op tegen dat de in de gunningsbeslissing vermelde redenen door de aanbestedende dienst later nader worden toegelicht, maar die mogelijkheid vindt haar begrenzing daar, waar in feite sprake is van het aanvoeren van nieuwe redenen.

Het betreft hier onmiskenbaar een nieuw argument dat niet eerder kenbaar is gemaakt.

Op basis van het voorgaande kan EMC zich jegens [eiseres] in beginsel niet (meer) op de ongeldigheid van de inschrijving van [eiseres] beroepen.

4.9.

Dit is evenwel anders voor Oranje. Nu gesteld noch gebleken is dat voor Oranje eerder dan in het kader van deze kort geding procedure aanwijzingen bestonden dat [eiseres] de aanbestedingsstukken onjuist had geïnterpreteerd, kan Oranje -als direct belanghebbende- zich in dit stadium van de procedure op de ongeldigheid van de inschrijving van [eiseres] beroepen. Dit geldt naar het oordeel van de voorzieningenrechter te meer nu het hier - gelet op artikel 7.16.1 en 7.16.2 ARW 2012 - gaat om in de regelgeving voorgeschreven uitsluitingsgronden.

4.10.

De voorzieningenrechter volgt [eiseres] niet in haar standpunt dat haar planning voldoet aan de in de uitvraag gestelde eisen. De wijze waarop [eiseres] haar planning ter zake van gebouw Sv heeft opgezet sluit niet aan bij de door EMC gestelde voorwaarden. Gebleken is dat [eiseres] binnen haar planning uitgaat van een eerdere vrijgave van de afdeling nucleair op bouwlaag 0 van het gebouw Sv. [eiseres] gaat uit van integrale vrijgave op 6 oktober 2014, terwijl in de nota van inlichtingen duidelijk staat dat de afdeling nucleair pas op 1 januari 2015 wordt vrijgegeven. De planning van [eiseres] maakt geen onderscheid tussen werkzaamheden op de eerste en tweede verdieping en de afdeling nucleair op de begane grond van gebouw Sv. Sloop van gebouw Sv vindt volgens de planning van [eiseres] plaats vanaf week 51, aansluitend op het saneren van bouwlaag 1 en 2 vanaf week 42.

Uit de toelichting op de planning blijkt dat [eiseres] er vanuit gaat dat ook het nucleaire gedeelte van bouwlaag 0 van gebouw Sv op 6 oktober 2014 is vrijgegeven, terwijl uit de nota van inlichtingen blijkt dat dit pas op 1 januari 2015 het geval zal zijn.

4.11.

Dit betekent dat de inschrijving van [eiseres] ongeldig is. Het gaat hier om een fundamenteel gebrek in de voor [eiseres], onder meer door de puntentelling (2.4), kenbare, zeer nauw luisterende planning voor de uitvoering van het project. Door de offerte van [eiseres] niet terzijde te leggen is door EMC afgeweken van het hier toepasselijke ARW 2012 en de door haarzelf opgestelde eisen in het bestek, hetgeen niet is toegestaan. Het gelijkheidsbeginsel verzet zich ertegen dat een ongeldige inschrijving in aanmerking wordt genomen (zie HvJEU 22 juni 1993, C-243/89 (Storebaelt), r.o. 36 t/m 43). De voorzieningenrechter concludeert dan ook dat EMC de opdracht al op 11 september 2014 (zie 2.3) terzijde had moeten leggen. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat Oranje zich terecht op het standpunt stelt dat de inschrijving van [eiseres] ongeldig is.

Nu de inschrijving van [eiseres] ongeldig is, dienen de vorderingen van [eiseres] (zie 2.3) te worden afgewezen en behoeven haar overige stellingen geen bespreking. Dit brengt met zich mee dat de door Oranje ingestelde vordering onder a (zie 3.5) als na te melden zal worden toegewezen.

4.12.

Het onder 3.5b door Oranje jegens EMC gevorderde wordt afgewezen wegens gebrek aan voldoende belang, nu EMC immers voornemens is het werk definitief aan Oranje te gunnen.

4.13.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van EMC worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van EMC worden begroot op:

- griffierecht € 608,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.424,00

4.14.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de vordering van Oranje in tussenkomst onder a in de proceskosten van Oranje worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Oranje worden begroot op:

- griffierecht € 608,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.424,00

4.15.

Oranje zal als de in het ongelijk gestelde partij in haar vordering in tussenkomst (zie 3.5b) in de proceskosten van EMC worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van EMC worden ten aanzien van deze vordering begroot op nihil.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

In het incident

5.1.

staat de tussenkomst van Oranje toe;

In de hoofdzaak

ten aanzien van de vorderingen van [eiseres] op EMC

5.2.

wijst de vorderingen af;

5.3.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van EMC tot op heden begroot op € 1.424,00;

5.4.

verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad;

ten aanzien van de vordering van Oranje op [eiseres]

5.5.

wijst de vordering, zoals onder 3.5a omschreven, toe op de wijze als hiervoor onder 5.2 is vermeld;

5.6.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van Oranje tot op heden begroot op € 1.424,00;

5.7.

verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad;

5.8.

wijst het meer of anders gevorderde af;

ten aanzien van de vordering van Oranje op EMC

5.9.

wijst de vordering, zoals hiervoor onder 3.5b omschreven, af;

5.10.

veroordeelt Oranje in de door EMC gemaakte proceskosten, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes en in het openbaar uitgesproken op 10 november 2014. 1862/676