Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2013:6880

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-09-2013
Datum publicatie
04-09-2013
Zaaknummer
C/10/430599 / KG ZA 13-837
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Incasso koertgeding. Vereenzelviging. "Luns-verweer".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RO 2013/81
JONDR 2014/34
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

team handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/430599 / KG ZA 13-837

Vonnis in kort geding van 3 september 2013

in de zaak van

de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid

1. NOVÁCCENT GROUP B.V.,

2. NOVÁCCENT ICT SOLUTIONS B.V.,

3. DATÁCCENT B.V.,

allen gevestigd te Amersfoort,

eiseressen,

advocaat mr. M.J. Heemskerk,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TEAMSOFT HOLDING B.V.,

gevestigd te Alblasserdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TEAMSOFT WEBDIENST B.V.,

gevestigd te Bleskensgraaf,

3. [gedaagde 3],

wonende te Hendrik-Ido-Ambacht,

gedaagden,

advocaat mr. P. Silakhori.

Partijen zullen hierna Eisers en Gedaagden genoemd worden.

Eisers zullen afzonderlijk Nováccent Group, Nováccent ICT Solutions en Datáccent worden genoemd. Gedaagden zullen afzonderlijk Teamsoft Holding, Teamsoft Webdienst en [gedaagde 3] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    het faxbericht van Gedaagden met 2 producties

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van Eisers

  • -

    de pleitnota van Gedaagden.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Nováccent ICT Solutions en Datáccent zijn 100% dochtermaatschappijen van Nováccent Group. Eisers drijven een onderneming op het gebied van automatisering en consultancy.

2.2.

[gedaagde 3] is (indirect) bestuurder en aandeelhouder van Teamsoft Holding en Teamsoft Webdienst.

2.3.

Op 8 maart 2011 is een overeenkomst gesloten (hierna: de Overeenkomst) tussen Datáccent en een entiteit die in de tekst van de Overeenkomst wordt aangeduid als “Teamsoft.”

2.4.

De Overeenkomst houdt onder meer in dat een licentie en gebruiksrechten voor een LogiXML Info Server worden verstrekt voor een prijs van € 49.730,10, te betalen door “Teamsoft” in 8 termijnen van € 6.216,26 inclusief BTW.

Voorts voorziet de Overeenkomst in onderhouds- en ondersteuningswerkzaamheden, door partijen aangeduid als “Maintenance & Support”, waarvoor “Teamsoft” een maandelijkse vergoeding verschuldigd is, eerst van € 828,06 (incl. 19 % BTW) en vanaf oktober 2012 € 842,77 (incl. 21 % BTW).

2.5.

Bij overeenkomst van 30 september 2011 heeft “Teamsoft” een extra Logi Info Server licentie afgenomen tegen een prijs van € 1.278,06 inclusief BTW.

2.6.

Eisers hebben conservatoir beslag doen leggen ten laste van Teamsoft Holding en van Teamsoft Webdienst, na verlof daartoe bij beschikking van 26 juni 2013 te hebben verkregen van de voorzieningenrechter, voor een vordering begroot op € 45.460,-.

2.7.

Bij e-mailbericht van 13 juni 2013 heeft [gedaagde 3] aan (de raadsman van) Eisers medegedeeld dat hij betwist dat er een overeenkomst gesloten is tussen Datáccent en TeamSoft New Generation B.V., omdat laatstgenoemd bedrijf pas na het sluiten van de Overeenkomst is opgericht.

2.8.

Bij e-mailbericht van 15 juli 2013 heeft [gedaagde 3] aan (de raadsman van) Eisers medegedeeld, onder meer:

U bent naar ik heb begrepen voornemens een dagvaarding uit te brengen aan TeamSoft Holding BV en TeamSoft Webdienst BV.

Deze vennootschappen zijn geen gebruikers van de Dataccent / LogiXML software en diensten, anders gezegd hebben daarmee niets, maar dan ook helemaal niets,

mee van doen.

(…)

Novaccent bv. heeft een overeenkomst met TeamSoft B.V. welke vennootschap nog niet bestaat maar wel gaat bestaan en in oprichting gaat.

(...)

Volgens betrouwbare bronnen blijken de resultaten van Dataccent (Group e.d.) over de eerste 6 maanden van 2013 bijzonder goed te zijn geweest en zijn daardoor de mindere resultaten van voorgaande jaren meer dan goed gemaakt. Graag zien wij terzake een RA accountantsrapport tegemoet.

(…)

Betalingsregeling.

Wij achten de eerder overeengekomen betalingsregeling op onzorgvuldige en onrechtmatige gronden tot stand gekomen.

Als last but not least:

TeamSoft Holding B.V. zal geen aandeelhouder worden van TeamSoft B.V. Een derde partij zal dit naar aller waarschijnlijkheid gaan invullen. De onderhandelingen lopen.

Met ander woorden TeamSoft B.V. wordt een separate (losse) vennootschap. De directie daarvan is nog niet bekend.

Teamsoft B.V. is en blijft dus het officiële aanspraakpunt voor Dataccent b.v.

Vooralsnog even namens:

TeamSoft B.V. i.o.

[gedaagde 3]”

2.9.

Bij e-mailbericht van 15 augustus 2013 heeft [gedaagde 3] aan (de raadsman van) Eisers medegedeeld:

Voor de goede orde bevestigt Teamsoft International B.V. hierbij dat zij de wederpartij is en altijd is geweest van Datáccent B.V.

3 Het geschil

3.1.

Eisers vorderen  samengevat - veroordeling van Gedaagden, althans in ieder geval van Teamsoft Webdienst, tot betaling van € 42.041,35 te vermeerderen met rente en kosten, waaronder beslagkosten en buitengerechtelijke kosten. Eisers stellen daartoe het volgende.

3.2.

Teamsoft Webdienst heeft de volgende facturen onbetaald gelaten:

- € 18.648,78: betreffende de laatste drie maandtermijnen van de Overeenkomst;

-€ 1.278,06: betreffende de extra licentie voor een Logi Info Server;

-€ 14.529,58: betreffende Maintenance & Support vanaf 1 maart 2012.

Tot 1 januari 2013 was Datáccent wederpartij/vorderingsgerechtigd. Vanaf deze datum is vanwege een reorganisatie bij Eisers, Nováccent ICT Solutions wederpartij/ vorderingsgerechtigd geworden. Nováccent Group factureert in deze namens Nováccent ICT Solutions.

-€ 7.584,93: betreffende de 9 nog op te komen maandtermijnen Maintenance & Support over de maanden tot en met april 2014, waarna de Overeenkomst afloopt.

3.3.

Eisers stellen daartoe het volgende.

In de Overeenkomst wordt “Teamsoft” als contractspartij aangeduid. Deze onderneming komt echter niet voor als handelsnaam in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Gedaagden weigeren openheid van zaken te geven wie van hen nu de contractspartij is. Eisers houden daarom alle Gedaagden aansprakelijk voor nakoming van de contractuele betalingsplicht.

3.4.

In het verleden werden de facturen, voor zover voldaan, betaald door Teamsoft Webdienst. Daarom is in ieder geval Teamsoft Webdienst gehouden tot nakoming.

3.5.

Gedaagden voeren verweer.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De rechter zal daarbij niet alleen dienen te onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening.

4.2.

Het spoedeisend belang volgt in casu in ieder geval uit de omstandigheid dat Eisers, of althans één van hen, de periodieke betaling moet voorschieten aan het Amerikaanse bedrijf dat de licenties verstrekt waarvoor “Teamsoft”een maandelijkse vergoeding verschuldigd is aan één van de Eisers. Daarbij komt dat het geruime tijdsverloop sinds het opeisbaar worden van een groot deel van de vorderingen het spoedeisend belang hier juist groter maakt. Aannemelijk is dat betalingsonwil, dan wel betalingsonmacht, zijdens Gedaagden de reden is dat niet betaald wordt. Het derdenbeslag door Eisers heeft geen doel getroffen.

4.3.

Het restitutierisico wordt gering geacht, gelet op de stellingname door [gedaagde 3] in diens voormelde e-mailbericht van 15 juli 2013 dat de resultaten van Eisers over de eerste zes maanden van 2013 bijzonder goed zijn geweest.

4.4.

Er is door Gedaagden niet of nauwelijks betwist en daarmee zeer aannemelijk dat Eisers een vordering hebben.

4.5.

Eisers hebben ter zitting uitdrukkelijk bevestigd dat betaling van hetgeen in deze

procedure wordt gevorderd aan één van hen, als bevrijdend heeft te gelden tegenover alle

Eisers, ongeacht wie van hen de contractspartij/vorderingsgerechtigd is. Bij die stand van

zaken kan de door Gedaagden opgeworpen discussie wie van Eisers nu eigenlijk de

contractspartij is, in het midden blijven.

4.6.

De voorzieningenrechter acht allereerst [gedaagde 3], in persoon, aansprakelijk voor betaling van de vordering. [gedaagde 3] erkent in zijn e-mail van 15 juli 2013 dat hij in deze heeft gehandeld namens een B.V. in oprichting. Deze B.V. is echter thans, circa 2 ½ jaar na het sluiten van de Overeenkomst, nog niet opgericht. De juridische consequentie van de omstandigheid dat de B.V. nog niet is opgericht, en dus geen bekrachtiging van de overeenkomst door de B.V. heeft kunnen plaats vinden, is dat [gedaagde 3] in privé aansprakelijk kan worden gehouden voor de door hem gesloten Overeenkomst.

4.7.

Daarbij komt dat [gedaagde 3] misbruik maakt van het identiteitsverschil van de ondernemingen die hij controleert. [gedaagde 3] mag daarom vereenzelvigd worden met de onderneming die (ook) de contractspartij is van Eisers.

Onder vereenzelviging wordt verstaan het voorbijgaan aan het identiteitsverschil tussen een rechtspersoon en een andere bij die rechtspersoon betrokken (rechts)persoon. Van vereenzelviging is echter niet snel sprake. Wel kan degene die volledige of overheersende zeggenschap heeft over meerdere rechtspersonen misbruik maken van het identiteitsverschil tussen die (rechts)personen. Het maken van dit misbruik zal in de regel moeten worden aangemerkt als een onrechtmatige daad die verplicht tot het vergoeden van de schade die door het misbruik aan derden wordt toegebracht. Deze verplichting tot schadevergoeding zal dan niet alleen rusten op de persoon die met gebruikmaking van zijn zeggenschap de betrokken rechtspersonen aan dat onrechtmatig handelen heeft gebracht, maar ook op deze rechtspersonen zelf.

De omstandigheden van het geval kunnen zo uitzonderlijk zijn dat vereenzelviging van beide rechtspersonen de meest aangewezen vorm is om het misbruik van identiteitsverschil ongedaan te maken. Zodanige omstandigheden doen zich hier voor. [gedaagde 3] weigert reeds geruime tijd om aan Eisers op behoorlijke wijze openheid van zaken te geven en neemt steeds verschillende standpunten in over de vraag wie aan zijn zijde contractspartij is. Voorts gaat [gedaagde 3] ten onrechte er kennelijk van uit dat zolang hij niet heeft geregeld dat Teamsoft B.V. daadwerkelijk is opgericht, er geen betalingsplicht is. Pas na het uitbrengen van dagvaarding is [gedaagde 3] zich op het standpunt gaan stellen dat een andere, niet-gedaagde, door hem gecontroleerde vennootschap de wederpartij zou zijn.

4.8.

Naast [gedaagde 3] zijn ook de overige gedaagden aansprakelijk te houden tot betaling van de vordering. Daartoe is het volgende van belang. Het antwoord op de vraag of iemand jegens een ander bij het sluiten van een overeenkomst in eigen naam – dat wil zeggen als wederpartij van die ander – is opgetreden, hangt af van hetgeen hij en die ander daaromtrent jegens elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden.

4.9.

[gedaagde 3] heeft zich gepresenteerd als contractspartner namens “Teamsoft.” Dit is geen handelsnaam van enige door [gedaagde 3] gecontroleerde onderneming, maar wel een naam die terugkomt als deel van de naam die, onder meer, beide gedaagde vennootschappen voeren. Eisers mogen vanwege het bezigen van de naam “Teamsoft” menen dat [gedaagde 3] handelde namens de beide gedaagde vennootschappen (in gelijke zin: mr. W.L. Valk in NbBW oktober 1999: “Het Luns-verweer”).

4.10.

Een deel van de vordering betreft in de toekomst verschuldigde termijnen. Ook dit deel van de vordering zal worden toegewezen, omdat Eisers uit de mededelingen van de Gedaagden mogen afleiden dat zij in de nakoming tekort zullen schieten. De houding van Gedaagden laat zich niet anders kwalificeren als betalingsonwil, dan wel betalingsonmacht.

4.11.

Voldoende aannemelijk is, gelet op de uitgebreide correspondentie die hieromtrent is overgelegd, dat Eisers zich de nodige inspanningen hebben getroost om tot incasso van hun vordering te komen. De gevorderde incassokosten zullen daarom worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente, zij het pas vanaf de dag der dagvaarding. Er blijkt niet dat Gedaagden met betaling van deze kosten eerder in verzuim zijn geraakt.

4.12.

Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de proceskosten van Eisers. Deze kosten worden begroot op € 2.871,59, zijnde:

-€ 90,10 explootkosten dagvaarding

-€ 589,- griffierecht (inclusief het griffierecht voor het conservatoire beslagverzoek, dat in mindering strekt op het griffierecht voor de kort gedingprocedure)

-€ 560,49 explootkosten conservatoire beslaglegging (productie 16 Eisers)

-€ 816,- salaris advocaat kort gedingprocedure

-€ 816,- salaris advocaat indiening conservatoir beslagverzoek.

De gevorderde nakosten en de wettelijke rente over de proceskosten zullen eveneens worden toegewezen.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

veroordeelt Gedaagden hoofdelijk tot betaling aan Eisers van € 42.041,35, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag waarop de factuur verschuldigd is geworden, te weten 30 dagen na factuurdatum, tot aan de dag van algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt Gedaagden hoofdelijk tot betaling aan Eisers van de door het gemaakte buitengerechtelijke incassokosten, begroot op € 1.190,- en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;

5.3.

veroordeelt Gedaagden in de proceskosten van Eisers, tot op heden begroot op

€ 2.871,59, , te vermeerderen met de wettelijke rente als deze kosten niet binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis zijn voldaan tot aan de dag van algehele voldoening en voorts te vermeerderen met nakosten ten bedrage van € 131,- dan wel, indien betekening plaats vindt, € 199,-;

5.4.

verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Eerdhuijzen en in het openbaar uitgesproken op 3 september 2013.