Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2009:BK8235

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
23-12-2009
Datum publicatie
05-01-2010
Zaaknummer
04/650038-09; 04/861236-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De mate van betrokkenheid van verdachte leidt slechts bij één van de drie ten laste gelegde overvallen op homoseksuele mannen tot bewezenverklaring.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector strafrecht

Parketnummer : 04/650038-09

Parketnummer : 04/861236-08

Datum uitspraak : 23 december 2009

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Roermond, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de ter terechtzitting gevoegde zaken tegen:

[verdachte],

[geboortedatum],

[adres].

1. Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 4 september 2009 en 9 december 2009.

2. De tenlasteleggingen

De verdachte staat terecht ter zake dat:

in de zaak met parketnummer 04/650038-09:

1.

hij op of omstreeks 16 januari 2009 te Reuver, in elk geval in de gemeente Beesel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een beurs, inhoudende onder meer een hoeveelheid geld en bankpasjes, en/of een GSM, merk Nokia, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan genoemde [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke bedreiging met geweld heeft bestaan in het tegen het lichaam van genoemde [slachtoffer 1] duwen, althans houden, van een pistool, in elk geval van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of het houden van een mes, in elk geval van een op een mes gelijkend voorwerp, kort bij de hals van genoemde [slachtoffer 1] en/of daarbij op dreigende toon tegen genoemde [slachtoffer 1] zeggen: "Rustig blijven, gewoon alles inleveren, ik wil geld, ik wil geld", in elk geval woorden van soortgelijkende dreigende aard en/of strekking, welk feit werd gepleegd op de openbare weg de [straat], in elk geval op een openbare weg;

artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht;

2.

hij op of omstreeks 16 januari 2009 te Reuver, in elk geval in de gemeente Beesel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Tomtom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld van bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welke bedreiging met geweld heeft bestaan in het tegen het lichaam van genoemde [slachtoffer 1] duwen, althans houden, van een pistool, in elk geval van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of het houden van een mes, in elk geval van een op een mes gelijkend voorwerp, kort bij de hals van genoemde [slachtoffer 1] en/of daarbij op dreigende toon tegen genoemde [slachtoffer 1] zeggen: "Rustig blijven, gewoon alles inleveren, ik wil geld, ik wil geld", in elk geval woorden van soortgelijkende dreigende aard en/of strekking, welk feit werd gepleegd op de openbare weg de [straat], in elk geval op een openbare weg;

artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht;

3.

hij in of omstreeks de nacht van 17 op 18 januari 2009 te Reuver, in elk geval in de gemeente Beesel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aantal bankpasjes, een GSM en een Tomtom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het

bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld heeft bestaan in het boven op genoemde [slachtoffer 2] springen en/of welke bedreiging met geweld heeft bestaan in het tegen het hoofd en/of lichaam van genoemde [slachtoffer 2] duwen, althans houden, van een pistool, in elk geval van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of het drukken, althans houden, van een mes, in elk geval van een op een mes gelijkend voorwerp, tegen de keel van genoemde [slachtoffer 2] en/of daarbij op dreigende toon tegen genoemde [slachtoffer 2] zeggen: "Voor je kijken, voor je kijken" en/of "De gordel omhouden, niet uitstappen" en/of "Kijk eens wat hij mooi glimt, een mooi zilveren mes, het zal niet lang duren als je het eerlijk zegt dan ben je zo weer thuis", in elk geval woorden van soortgelijkende dreigende aard en/of strekking,

welk feit werd gepleegd op de openbare weg de [straat], in elk geval op

een openbare weg;

artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht;

4.

hij op of omstreeks 18 januari 2009 te Reuver, in elk geval in de gemeente Beesel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen onder meer een navigatiesysteem, twee I-phones, een autoradio en bankpasjes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld van bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van

het gestolene te verzekeren, welke bedreiging met geweld heeft bestaan in het richten van een pistool, in elk geval van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op genoemde [slachtoffer 3] en/of daarbij op dreigende toon tegen genoemde [slachtoffer 3] zeggen: "Dit is een

overval", in elk geval woorden van soortgelijkende dreigende aard en/of strekking, welk feit werd gepleegd op de openbare weg de [straat], in elk geval op een openbare weg;

artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht.

in de zaak met parketnummer 04/861236-08:

hij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 23 tot en met 28 juni 2008 te Reuver, in elk geval in de gemeente Beesel, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 4] te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan genoemde [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met dat oogmerk genoemde [slachtoffer 4] dreigend (via SMS) de woorden heeft toegevoegd: "Je brengt gewoon dit geld" en/of "Hun zijn hier, komen van ver, willen geld hebben, genoeg gewacht, denk je wel niet met je bedreigen" en/of "Hou me niet voor de gek. We zijn je met 15 man aan het zoeken" en/of "Zeg me direct waar je bent, anders ga ik je ouders opknappen. Ik weet waar ze wonen" en/of "Ik schiet je dood. Ik heb een 9-mm bij me", en/of "Als je niet betaalt dan krijg je klappen en kom je diep in de problemen" en/of "Ik ken jongens die hebben geweren, die komen jou wel opzoeken" en/of dat hij, verdachte, genoemde [slachtoffer 4]

kapot zou slaan en dood zou schieten indien genoemde [slachtoffer 4] niet zou betalen en/of dat hij, verdachte, geld wilde zien, dat hij, verdachte, een 9-mm had en hij, verdachte, genoemde [slachtoffer 4] kapot zou schieten, en/of dat genoemde [slachtoffer 4] met de verkeerde mensen grappen aan het maken was, dat hij over een paar minuten bij de ouders van genoemde [slachtoffer 4] op de stoep kon staan, die ouders op zou knappen en dat er iedere dag EURO 500,-- rente bij zou komen en/of dat genoemde [slachtoffer 4] klappen en problemen zou krijgen als hij de EURO 300,-- niet zou

betalen althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

artikel 317 juncto artikel 45 Wetboek van Strafrecht.

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlasteleggingen door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3. De geldigheid van de dagvaardingen

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen aan alle wettelijke eisen voldoen en dus geldig zijn.

4. De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5. De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6. Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7. Bewijsoverwegingen

7.1. Standpunten van de officier van justitie en de verdediging.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 9 december 2009 gevorderd dat de ten laste gelegde feiten bewezen zullen worden verklaard.

De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.

7.2.1 Algemene overweging met betrekking tot het bewijs inzake de feiten onder parketnummer 04/650038-09

Alvorens nader in te gaan op de afzonderlijke tenlastegelegde feiten en het bewijsoordeel daarover, zal de rechtbank eerst in een algemene overweging stilstaan bij de feiten zoals die uit het politieonderzoek , waaronder begrepen het telecommunicatieonderzoek, én het onderzoek ter terechtzitting naar voren zijn gekomen met betrekking tot de drie overvallen gepleegd op respectievelijk 16, 17 en 18 januari 2009 te Reuver. De rechtbank zal in deze overweging ook nader in gaan op de tijdens het onderzoek vastgestelde overeenkomsten tussen de verdachten in de onderhavige zaak. Tevens zullen alle (mede)verdachten enkel bij naam vermeld worden.

Naar aanleiding van het onderzoek is het volgende komen vast te staan.

In het weekend van 16, 17 en 18 januari 2009 zijn in Reuver drie homoseksuele mannen overvallen en beroofd gedurende de nachtelijke uren. Onder bedreiging van telkenmale een vuurwapen en een mes werden de drie slachtoffers gedwongen tot afgifte van goederen (waaronder gsm’s, beurzen met o.a. geld en bankpassen, navigatiesystemen en I-phones) aan de overvallers dan wel werden goederen door de overvallers afgenomen. De eerste overval vond plaats op vrijdag 16 januari 2009 tussen 23.00 uur en 23.14 uur, de tweede overval op zaterdag tussen 23.45 uur en 00.30 uur en de derde overval op 18 januari 2009 omstreeks 01.49 uur.

Bij alle overvallen werd dezelfde werkwijze gehanteerd. Voorafgaand aan de overval maakt het slachtoffer via een (gay)chatbox op internet contact met ene [naam] of “[naam]” (uit Limburg). Vervolgens wordt bij de eerste twee slachtoffers via MSN (emailadres [emailadres], [naam][emailadres]) verder met elkaar gesproken. Alle slachtoffers geven hun mobiele telefoonnummer aan [naam] door; [naam] op zijn beurt geeft zijn eigen nummer niet door maar zegt zelf telefonisch contact op te zullen nemen, hetgeen vervolgens ook daadwerkelijk is gebeurd. Telefonisch wordt plaats en tijdstip van de ontmoeting bepaald.

De laptop van [medeverdachte 1] is in beslag genomen en nader onderzocht. Daarbij is vastgesteld dat op deze laptop op 12 januari 2009 voor het eerst is ingelogd op MSN met het emailadres [emailadres], waarbij niet is komen vast te staan of dat reeds een bestaand emailadres was waarmee op dat moment werd ingelogd met de laptop van [medeverdachte 1], of dat dit emailadres op dat moment op de laptop van [medeverdachte 1] is aangemaakt . Uit de in de telefoon van [medeverdachte 2] opgeslagen sms-berichten blijkt dat op 12 januari 2009 om 19.07.52 uur een sms-bericht is ontvangen vanuit het toestel van [medeverdachte 1] inhoudende: “En morgen ov?” , even later gevolgd door een sms-bericht om 19.11.12 uur eveneens vanuit de telefoon van [medeverdachte 1] inhoudende: “Weet niet even regelen morgen heb nieuwe MSN gemaakt [emailadres]”. Op grond hiervan kan worden geconcludeerd dat op 12 januari 2009 op de laptop van [medeverdachte 1] vorenstaand emailadres is aangemaakt.

Verdachte [medeverdachte 2] maakt gebruik van de bijnaam [naam]; verdachte [medeverdachte 3] wordt ook wel [naam] genoemd en verdachte [medeverdachte 1] heeft als bijnaam [naam], [naam] of [naam].

De gsm’s van alle verdachten zijn onderzocht. Daarbij is komen vast te staan dat [medeverdachte 2] gebruik maakt van het mobiele nummer [gsm nummer], [medeverdachte 1] van het mobiele nummer [gsm nummer], [medeverdachte 3] van het mobiele nummer [gsm nummer] en [verdachte] van het nummer [gsm nummer] dan wel van het nummer van zijn vriendin [naam], zijnde [gsm nummer].

In het telefoonboek van de gsm van [medeverdachte 2] staan zowel het mobiele nummer van [medeverdachte 3] (onder de naam “[naam]”) als een rekeningnummer van [naam] vermeld. Tevens is het telefoonnummer [gsm nummer] van het eerste slachtoffer ([slachtoffer 1]) in zijn telefoon vermeld onder de naam “NIET OPNEMEN” .

In het telefoonboek van de gsm van [medeverdachte 1] staan zowel het nummer van [medeverdachte 3] (onder de naam [naam]), van [medeverdachte 2] (onder de naam [naam]), van [verdachte] (onder de naam [naam]) als de telefoonnummers van alle drie de slachtoffers vermeld onder de namen: [naam] (derde slachtoffer: [slachtoffer 3]), [naam] (tweede slachtoffer: [slachtoffer 2]) en [naam] (eerste slachtoffer: [slachtoffer 1]); de nummers van alle slachtoffers worden steeds voorafgegaan door #31#.

In het telefoonboek van de gsm van [medeverdachte 3] staan de telefoonnummers van zowel [naam] (met het nummer van [medeverdachte 2]) als [naam] (met het nummer van [verdachte]) als [naam] (met het nummer van [medeverdachte 1]) vermeld, en in de gsm van [verdachte] zijn de nummers van [naam] (telefoonnummer van [medeverdachte 3]), [naam] (telefoonnummer van [medeverdachte 2]) en [naam] (met telefoonnummer van [medeverdachte 1]).

Voorafgaand aan de overvallen in het bewuste weekend is in de maand januari 2009 veelvuldig telefonisch contact geweest tussen de gsm’s van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]. Vanaf

3 januari 2009 is ruim 25 keer telefonisch contact geweest tussen de mobiele nummers van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]. Deze telefonische contacten zijn met name vanaf 16 januari 2009 fors in aantal toegenomen. In diezelfde periode is vooral op 13 en 14 januari 2009 ook veelvuldig (19 keer) gebeld door het nummer van [medeverdachte 1] met het nummer van [verdachte].

Daarnaast worden - voorafgaand aan de overvallen - tussen de telefoon van [medeverdachte 2] en die van [medeverdachte 1] diverse sms-berichten gewisseld. In chronologische volgorde:

* op 12 januari 2009:

19.05 uur van [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2]: “maak niks met wie zeg tegen [naam]”

19.06 uur van [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2]: “en morgen ov?”

19.07 uur van [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 1]: “oké dan met [medeverdachte 3] en zo ja is goed welke prijs?”

19.08 uur van [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2]: “100 voor 70”

19.09 uur van [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 1]: “oké en wat geef je [naam]?”

19.10 uur van [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2]: “weet niet even regelen morgen heb nieuwe MSN gemaakt “[emailadres]”.

* op 14 januari 2009:

18.30 uur van [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2]: “E ik kom nu na de hei zit nu in”

18.16 uur van [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2]: “Tz waarom zeg je dat niet therw”

18.52 uur: van [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 1]: “Wie is aas dan? En [medeverdachte 3] doet zoizo al niet mee hij heeft vandaa”

18.53 uur van [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2]: “ik als het moet”

18.54 uur van [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2]: “Doe je mee of wat want bmw zit onder jou”

18.54 uur van [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 1]: “Ahzo kweed niet Zehma die pool heeft parra”

18.55 uur van [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2]: “Hij maakt badkamers zelf”.

Uit vorenstaand sms-verkeer leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] kennelijk iets aan het regelen zijn. Tevens is in diezelfde tijd een nieuw emailadres aangemaakt dat overeenstemt met het emailadres waarmee twee van de slachtoffers ([slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]) contact hebben gehad.

Nadat ook de laatste overval in de vroege ochtend van 18 januari 2009 heeft plaatsgevonden hebben zowel [medeverdachte 2] als [medeverdachte 1] gepoogd goederen te verkopen .

Zo heeft [medeverdachte 2] op 18 januari in de loop van de dag diverse gelijkluidende sms-berichten gestuurd aan en ontvangen van diverse personen (bijvoorbeeld aan [naam]: “Hey jong kan je iets met 2 I-phones 1tje 16gbt en 1tje 8gbt”). In deze berichten is steeds sprake van een aanbod van goederen soortgelijk aan die welke kort daarvoor door de slachtoffers zijn afgegeven en/of bij hen zijn weggenomen. Tevens is die dag naar diverse mensen gebeld door [medeverdachte 2] waarbij diezelfde koopwaar wordt aangeboden (bijvoorbeeld om 15.04 uur naar onbekend persoon in welk gesprek [medeverdachte 2] spullen aanbiedt van 18 gbt en 8 gbt en waarin ook over TomToms en mobiele telefoontjes wordt gesproken.

Op 19 januari 2009 heeft ook [medeverdachte 1] nog een sms ontvangen (van een onbekend gebleven persoon) waarin gesproken wordt over een aangeboden I-phone (om 17.29 uur: “Hee jung, heb je nog die I-phone wat is je laagste prijs weet a”, en om 17.33 uur: “OK Jammer”).

Tussen verdachten hebben na de overvallen ook nog telefonisch contacten plaatsgevonden op 19 januari 2009. Daarbij wordt gesproken over de berichtgeving op teletekst en in de media .

Zo heeft [verdachte] om 11.36 uur gebeld met [medeverdachte 2] waarbij hij zegt dat hij alles gelezen heeft op teletekst “van gisteren die drie dus uhhh. Weet je dat alvast”. Hierop antwoordt [medeverdachte 2]: “staat dat allemaal erop” en [verdachte] rondt het gesprek af met de opmerking: “ja praat maar niet erover, praten vanavond wel”.

Om 12.42 uur heeft [medeverdachte 2] telefonisch contact opgenomen met [medeverdachte 1]; in dat gesprek vraagt [medeverdachte 1] of [medeverdachte 2] al op teletekst heeft gekeken, waarop [medeverdachte 2] bevestigend antwoordt dat hij op mediaberichten heeft gekeken en dat er maar weinig op stond,”Maar drie personen waren”.

7.2.2 Vrijspraakoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen de in de zaak met parketnummer 04/650038-09 onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde feiten, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt.

Uit de stukken en het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank gebleken dat verdachte bij de hem onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten een bepaalde betrokkenheid heeft gehad. Immers, op de camerabeelden van 16 januari 2009 van de geldautomaat bij de ABN Amrobank te Reuver is vanaf 23.16 uur te zien dat verdachte, die door de verbalisanten op de foto’s van de camerabeelden wordt herkend, tevergeefs probeert te pinnen met een pas.

Deze betrokkenheid is naar het oordeel van de rechtbank niet zodanig dat gesproken kan worden van een nauwe en bewuste samenwerking, zoals vereist voor het medeplegen.

Evenmin is er bewijs voorhanden, waaruit blijkt dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten alleen heeft gepleegd.

Indien de officier van justitie een ander delict, zoals heling dan wel pinnen met behulp van een valse sleutel, zou hebben ten laste gelegd, zou dat wellicht hebben geleid tot een veroordeling van verdachte, maar nu zulks niet is gebeurd dient vrijspraak te volgen.

Uit de stukken en het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank geen aanknopingspunt gebleken, waaruit kan worden afgeleid dat verdachte betrokken is geweest bij het medeplegen van het hem onder 4 ten laste gelegde feit.

Evenmin is er bewijs voorhanden, waaruit blijkt dat verdachte het hem onder 4 ten laste gelegde feit alleen heeft gepleegd.

7.2.3 Bewijs ten aanzien van feit 3

De overtuiging van de rechtbank dat de verdachte in de zaak met parketnummer

04/650038-09 het onder 3 ten laste gelegde feit heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de vorenstaande algemene overweging en in de volgende bewijsmiddelen, een en ander in onderling verband en samenhang bezien.

Aangifte van [slachtoffer 2]

Het slachtoffer [slachtoffer 2] (hierna [slachtoffer 2]) heeft in zijn aangifte verklaard dat hij homoseksueel is en op 17 januari 2009 via [website] contact heeft gehad met een [naam] uit Belfeld. Deze persoon gebruikte de naam “[naam]”. [naam] sprak [slachtoffer 2] op de site aan. Op een gegeven moment gaf [naam] zijn msn-naam: [emailadres]. [naam] stelde [slachtoffer 2] voor om te gaan stappen. Afgesproken werd elkaar die zaterdagavond tussen 23.00 uur en 24.00 uur te treffen. [naam] heeft [slachtoffer 2] naar zijn gsm nummer ([gsm nummer]) gevraagd en om circa 17.10 uur het ontmoetingsadres en tijdstip: [straat] in Tegelen om 24.00 uur, aan [slachtoffer 2] doorgegeven.

Omstreeks 21.00 uur belde een onbekende persoon die zich voorstelde als [naam]. [naam] vroeg [slachtoffer 2] om 23.30 uur naar de [straat] in Reuver te komen waar hij in de 1e straat links op hem zou wachten. Circa 23.00 uur belde [naam] voor de tweede keer en vroeg [slachtoffer 2] of hij al onderweg was en zei tegen hem dat hij naar de [straat] in Reuver moest komen. Toen [slachtoffer 2] in de Roertunnel reed belde [naam] voor de derde keer. Wanneer [slachtoffer 2] Reuver inrijdt belt [naam] voor de vierde keer, ongeveer 300 meter verwijderd van de afgesproken plek. Als [slachtoffer 2] een geheel donkere weg inrijdt ziet hij door de verlichting van de auto iemand langs de weg staan. [slachtoffer 2] stopt bij deze persoon, een jongen, en doet de deuren van het slot en ziet vervolgens dat deze jongen het bijrijderssportier opent. Direct daarop springt deze jongen over [slachtoffer 2] heen. [slachtoffer 2] heeft van deze jongen het volgende signalement gegeven: blank, normaal postuur, Nederlands met dialect uit de buurt, droeg gebreid mutsje.

Als [slachtoffer 2] vervolgens de jongen vastgrijpt gaan de andere portieren van zijn auto open en stappen twee personen achter in de auto. Aan de kant van [slachtoffer 2] gaat eveneens het portier open en krijgt [slachtoffer 2] een zwart pistool tegen de linkerkant van zijn hoofd gedrukt door de persoon die het portier aan zijn kant heeft geopend. De jongen op de bijrijderssplaats draait de lichten van de auto uit en neemt de autosleutel uit het contact. De persoon met het pistool riep de hele tijd: “voor je kijken, voor je kijken, gordel omhouden, niet uitstappen en heeft [slachtoffer 2] naar zijn portemonnee en pinpas gevraagd. [slachtoffer 2] was bang. De jongen op de bijrijderplaats nam de Tomtom weg. Achter in de auto zaten twee mannen en een van hen had een mes in zijn hand. Een van de twee overvallers achter in de auto kwam tussen de voorstoelen door en hield met zijn rechterhand het mes tegen de keel van [slachtoffer 2] en met de linkerhand hield hij [slachtoffer 2] vast. De persoon met het pistool liep naar de bijrijderkant toen hij de pasjes in de middenconsole van de auto van [slachtoffer 2] zag liggen. De persoon met het pistool gaf vervolgens het pistool aan de man op de bijrijdersstoel en ging pinnen. [slachtoffer 2] werd diverse keren dwingend onder bedreiging van wapens naar de pincodes gevraagd. Omdat de overvallers [slachtoffer 2] niet geloofden werd hij extra bedreigd met de woorden: “kijk eens wat hij mooi glimt, een mooi zilveren mes, het zal niet lang duren als je het eerlijk zegt, dan ben je zo weer thuis”. De persoon met het pistool was verdwenen. Op een gegeven moment werd de jongen op de bijrijdersstoel gebeld waarna deze de gsm gaf aan de persoon met het mes. De persoon met het mes sprak aan de gsm. Er werd 2 of 3 keer gebeld in verband met de pincode. Onder dwang werd [slachtoffer 2] nogmaals gevraagd naar de juiste pincode waarbij de jongen op de bijrijdersstoel het pistool tegen de ribbenkast van [slachtoffer 2] duwde en het pistool ook tegen zijn hoofd hield. De vierde overvaller controleerde de inhoud van de kofferbak en zei dat [slachtoffer 2] niet met jonge jongetjes moest afspreken.

Na het 3e telefoontje zei de persoon met het mes “we gaan eruit”. Hierop hebben de overvallers de auto verlaten en [slachtoffer 2] alleen achter gelaten. De jongen op de bijrijdersstoel heeft voordat hij de auto verliet nog de gsm van [slachtoffer 2], een Nokia 6233, classic Black, zonder simkaart weggenomen.

Telefoon(-verkeer) voor de overval

Tussen 17 januari 2009 en 18 januari 2009 werd aangever [slachtoffer 2] overvallen, waarbij de gsm, voorzien van het nummer [gsm nummer], werd weggenomen.

De politie heeft een onderzoek ingesteld naar de aanwezigheid van geheugens of gegevens die zijn opgeslagen op het telefoontoestel, een gsm, van [medeverdachte 1].

In de geheugens of gegevens van de telefoon van [medeverdachte 1] werd voormeld 06 nummer van het slachtoffer [slachtoffer 2] opgenomen onder vermelding van de naam: [naam].

Verder blijkt dat in de geheugens of gegevens van de telefoon van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] onder meer zijn aangetroffen:

- [medeverdachte 2] [gsm nummer]

- [medeverdachte 1] [gsm nummer]

- [verdachte] [gsm nummer] (onder vermelding van de naam: [naam])

Uit het onderzoek van de gsms van [medeverdachte 1] blijkt dat op 17 januari 2009 voor de overval op [slachtoffer 2] onder meer het navolgende telefoonverkeer heeft plaatsgevonden.

- om 18.48.42 uur belt [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 1]

- om 19.05.22 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2]

- om 19.06.07 uur belt [medeverdachte 1] naar [verdachte]

- om 19.35.54 uur belt [medeverdachte 1] naar [verdachte]

- om 19.36.45 uur belt [medeverdachte 1] naar [verdachte]

- om 19.44.47 uur belt [medeverdachte 1] naar [verdachte]

- om 19.54.10 uur belt [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 1]

- om 20.18.51 uur belt [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 1]

- om 20.19.17 uur belt [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 1]

- om 20.34.20 uur belt [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 1]

- om 22.01.36 uur belt [medeverdachte 1] naar het slachtoffer [slachtoffer 2]

- om 22.47.47 uur belt [medeverdachte 1] naar het slachtoffer [slachtoffer 2]

- om 23.03.26 uur belt [medeverdachte 1] naar het slachtoffer [slachtoffer 2]

- om 23.31.12 uur belt [medeverdachte 1] naar het slachtoffer [slachtoffer 2]

- om 23.59.40 uur belt [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 1]

Verder blijkt uit het onderzoek dat [medeverdachte 1] op 17 januari 2009 op vermelde tijdstippen afgeschermd met #31# naar het slachtoffer [slachtoffer 2] heeft gebeld.

GSM’s en plaats delict

Uit het onderzoek Telecommunicatie kunnen de volgende conclusies worden getrokken.

Ervan uitgaande dat [medeverdachte 2] gebruiker was van [gsm nummer] dan is hij in Reuver geweest op 17 januari in de periode dat aangever [slachtoffer 2] beroofd werd op 18 januari 2009 om 00.10.46 uur of in de nabijheid waar [slachtoffer 2] beroofd werd.

Ervan uitgaande dat [medeverdachte 1] gebruiker was van een gsm met [gsm nummer] dan is [medeverdachte 1] in Reuver geweest in de nacht van 17 op 18 januari in de periode dat [slachtoffer 2] naar eigen zeggen werd beroofd en op 18 januari 2009 tussen 23.04 en 00.14 in de nabijheid van de plaats delict waar [slachtoffer 2] werd beroofd.

Camerabeelden ABN Amrobank ([nummer]) 17 januari 2009

Uit het onderzoek blijkt dat is gepoogd om – na de overval - met de bankpas van slachtoffer [slachtoffer 2] met rekeningnummer [nummer] te pinnen bij de ABN AMRO te Reuver ([nummer]).

Door de politie zijn de camerabeelden van de ABN Amrobank te Reuver met betrekking tot de pinopnames van zaterdag 17 januari 2009 uitgelezen . Door de verbalisant is aan de hand van de foto’s van de camerabeelden het volgende waargenomen:

Foto 1: 23.56.54 uur GEA-tijd, een persoon is aan het pinnen (p.376)

Foto 2: 23.57.04 uur GEA-tijd, een persoon is aan het pinnen (p.377)

Foto 3: 23.57.13 uur GEA-tijd, een persoon is aan het pinnen (p.378)

Foto 4: 23.57.19 uur GEA-tijd, een persoon is aan het pinnen (p.379)

Foto 5: 23.57.39 uur GEA-tijd, een persoon is aan het pinnen (p.380)

Foto 6: 23.57.46 uur GEA-tijd, een persoon is aan het pinnen (p.381)

Waarneming rechtbank en verbalisanten

De rechtbank heeft blijkens het onderzoek ter terechtzitting van 9 december 2009 waargenomen dat de persoon welke op de foto’s p. 360 tot en met p. 362 staat afgebeeld dezelfde persoon is als de persoon afgebeeld op de foto’s p.376 tot en met p.381.

Door twee verbalisanten is de persoon afgebeeld op de foto’s p. 370 tot en met 373 herkend als [verdachte].

Op grond van deze herkenning volgt dat [verdachte] de persoon is geweest die op

17 januari 2009 de vastgelegde pintransacties heeft verricht.

Deze constatering wordt ondersteund door de verklaring van aangever [slachtoffer 2], inhoudende dat één van de overvallers tijdens de overval op 17 januari 2009 omstreeks 23.57 uur is gaan pinnen met zijn bankpasjes.

Uit de aangifte van [slachtoffer 2] blijkt bovendien dat de man die op 17 januari 2009 met zijn bankpasjes is gaan pinnen één van de overvallers is geweest en tijdens de overval een pistool op hem gericht heeft gehouden.

Telefoonverkeer na de overval

Verder blijkt uit het onderzoek van de gsm van [medeverdachte 1] dat hij op 17 januari 2009 om 23.59.40 uur is gebeld door [medeverdachte 2] .

7.2. Bewijsmiddelen en overwegingen van de rechtbank ten aanzien parketnummer 04/861236-08

De rechtbank merkt op dat waar hieronder bij de vindplaatsvermeldingen wordt verwezen naar paginanummers, deze verwijzen naar de doorlopende paginanummering van de ‘print van scan 08-09-2008 van origineel’, van het in de wettelijke vorm door de Regiopolitie Limburg-Noord, District Venlo, opgemaakt proces-verbaal, dossiernummer

PL2322/08-001887, gedateerd 4 september 2008 en de daarbij behorende bijlagen.

Op 28 juni 2008 doet [slachtoffer 4] (verder te noemen [slachtoffer 4]) aangifte dat hij wordt bedreigd door [medeverdachte 4]. Op die dag, omstreeks 20.40 uur, ontving hij een telefoontje van [medeverdachte 4], waarbij deze hem vroeg waar hij was. Nadat [slachtoffer 4] had gezegd dat hij in Belfeld was, zei [medeverdachte 4] tegen hem: ”Hou me niet voor de gek. We zijn je met 15 man aan het zoeken" en "Zeg me direct waar je bent, anders ga ik je ouders opknappen. Ik weet waar ze wonen." Hierop zei [slachtoffer 4] tegen [medeverdachte 4] dat het gewoon 1 tegen 1 moest zijn, waarop [medeverdachte 4] tegen [slachtoffer 4] zei dat hij al met een paar man in zijn auto zat en dat aangever naar Reuver moest komen omdat hij daar was. Later die avond kreeg aangever [slachtoffer 4] wederom een telefoontje van [medeverdachte 4], waarbij deze zei: "Ik schiet je dood. Ik heb een 9-mm bij me."

In het proces-verbaal van bevindingen relateren de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] dat zij op 28 juni 2008, omstreeks 21.45 uur, op de [straat] te Reuver een donkerkleurige Fiat hebben aangehouden. Tevoren had verbalisant [verbalisant 1] gezien dat de haar bekende [medeverdachte 4] als bijrijder in deze Fiat zat. Na aanhouding bleek dat de bestuurder [verdachte] was en dat de jongen op de achterbank [medeverdachte 5] was.

Hierna zagen en hoorden de verbalisanten dat [medeverdachte 4] door collega’s werd aangehouden.

Getuige [getuige] heeft verklaard dat hij op 28 juni 2008 op de [straat] te Belfeld aan het voetballen was met [slachtoffer 4] toen deze een telefoontje ontving. Getuige ging hierna vlak bij [slachtoffer 4] staan, waardoor hij de beller kon horen praten. Getuige hoorde dat de beller [medeverdachte 4] was en hoorde deze zeggen dat [slachtoffer 4] naar hem toe moest komen. Later die avond kreeg [slachtoffer 4] weer telefoon en hoorde hij dat [slachtoffer 4] op een felle toon tegen de beller sprak. Getuige heeft de telefoon uit de hand van [slachtoffer 4] genomen en hoorde dat de beller [medeverdachte 4] was, die zei dat hij nog geld kreeg van [slachtoffer 4]. [medeverdachte 4] zei ook dat nog dat zij naar Reuver moesten komen.

Door medeverdachte [medeverdachte 4] is verklaard dat hij op de avond van de aanhouding samen met [medeverdachte 5] was en dat zij die avond op [straat] [verdachte] hebben getroffen en vervolgens een rondje zijn gaan rijden en dat hij toen [slachtoffer 4] vanuit de auto heeft gebeld.

Door medeverdachte [medeverdachte 5] is verklaard dat hij eind juni - begin juli 2008 met [medeverdachte 4] aan het rijden was. Op [straat] in Reuver kwamen zij een Marokkaanse jongen tegen, waarna zij zijn gaan rijden. De Marokkaanse jongen zat achter het stuur, [medeverdachte 4] zat rechtsvoor in de auto en [medeverdachte 5] zat op de achterbank.

Door de verdachte wordt op 4 augustus 2008 verklaard dat hij op een zaterdag 4 tot 5 weken geleden in Reuver was op [straat]. [medeverdachte 4] is toen bij hem in de auto gestapt en zij zijn gaan rondrijden. [medeverdachte 4] zei toen tegen verdachte dat hij naar de [straat] moest rijden omdat [slachtoffer 4] daar woonde en [medeverdachte 4] nog 300 euro van [slachtoffer 4] kreeg. Er was echter niemand thuis. Even later zagen ze [slachtoffer 4] wel rijden in een Seat echter verloren ze hem uit het oog. [medeverdachte 4] laat verdachte vervolgens een hun tegemoet rijdende Rover tot stoppen dwingen. [medeverdachte 4] schreeuwt en scheldt tegen de meisjes in die auto. Dit was bedreigend en ging er over dat [slachtoffer 4] geld moest betalen aan [medeverdachte 4]. Verdachte zag aan de reactie van de meisjes dat zij bang waren. Weer later rijdt verdachte achter [medeverdachte 4] aan naar de woning van [slachtoffer 4], waar [medeverdachte 4] uitstapt. Terwijl [medeverdachte 4] bij verdachte in de auto zat heeft deze diverse keren gebeld met zijn eigen telefoon en met die van [medeverdachte 5]. [medeverdachte 4] belde naar de meisjes en naar [slachtoffer 4]. Verdachte hoorde onder andere [medeverdachte 4] tegen [slachtoffer 4] zeggen dat hij klappen kreeg als hij de 300 euro niet zou betalen. Maar ook ‘Als je niet betaalt, dan knap ik je ouders op.’ [medeverdachte 4] zou ook meerdere keren hebben gezegd ‘Als je niet betaalt dan krijg je klappen en kom je diep in de problemen.’

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in de zaak met parketnummer 04/861236-08 het ten laste gelegde feit heeft begaan.

7.3. Bewezenverklaring

Op grond van voormelde bewijsmiddelen en overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in de zaak met parketnummer 04/650038-09 het onder 3 ten laste gelegde feit en in de zaak met parketnummer 04/861236-08 ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

in de zaak met parketnummer 04/650038-09:

hij in de nacht van 17 op 18 januari 2009 te Reuver, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aantal bankpasjes, een GSM en een Tomtom, toebehorende aan [slachtoffer 2], welke diefstal

werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld heeft bestaan in het tegen het hoofd en lichaam van genoemde [slachtoffer 2] duwen, van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en het drukken van een mes, tegen de keel van genoemde [slachtoffer 2] en daarbij op dreigende toon tegen genoemde [slachtoffer 2]

zeggen: "Voor je kijken, voor je kijken" en "De gordel omhouden, niet uitstappen" en "Kijk eens wat hij mooi glimt, een mooi zilveren mes, het zal niet lang duren als je het eerlijk zegt dan ben je zo weer thuis", welk feit werd gepleegd op de openbare weg de [straat];

in de zaak met parketnummer 04/861236-08:

hij op 28 juni 2008 te Reuver, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 4] te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, toebehorende aan genoemde [slachtoffer 4], met dat oogmerk genoemde [slachtoffer 4] dreigend de woorden heeft toegevoegd: ”Hou me niet voor de gek. We zijn je met 15 man aan het zoeken" en "Zeg me direct waar je bent, anders ga ik je ouders opknappen. Ik weet waar ze wonen" en "Ik schiet je dood. Ik heb een 9-mm bij me", en "Als je niet betaalt dan krijg je klappen en kom je diep in de problemen" en dat hij, verdachte, geld wilde zien, dat hij, verdachte, een 9-mm had en hij, verdachte, genoemde [slachtoffer 4] kapot zou schieten, en dat genoemde [slachtoffer 4] klappen en problemen zou krijgen als hij de EURO 300,-- niet zou betalen althans woorden van soortgelijke dreigende aard of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen.

Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie

8.1. Kwalificatie

Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde levert op de navolgende strafbare misdrijven:

in de zaak met parketnummer 04/650038-09:

ten aanzien van feit 3:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen.

Dit misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 312 juncto artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

in de zaak met parketnummer 04/861236-08:

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Dit misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 317 junctis de artikelen 45 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu niet is gebleken van enige omstandigheid die verdachtes strafbaarheid opheft.

10. De straffen en/of maatregelen

10.1. De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij gelegenheid van de terechtzitting op 9 december 2009 met betrekking tot de op te leggen straf gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van 4 jaar, met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

10.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft ten aanzien van de gevorderde straf aangevoerd te zwaar te achten. Verdachte is een first offender en heeft thans de zorg voor vrouw en kind.

10.3. De overwegingen van de rechtbank

Verdachte heeft zich met een aantal anderen schuldig gemaakt aan een overval op een homoseksuele man die via digitale gay-chat onder valse voorwendselen naar Reuver is gelokt, waarna onder bedreiging goederen afhandig zijn gemaakt.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij en zijn mededaders het slachtoffer heeft gezocht in een kwetsbare, chantabele groep mensen in de samenleving waarbij sprake is geweest van een zeer uitgekookte en berekenende planning en uitvoering van de overvallen.

Als verzwarende omstandigheid houdt de rechtbank ook rekening met het feit dat bij de overval gebruik is gemaakt van een op vuurwapen gelijkend voorwerp en een mes.

Daarnaast heeft verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing, waarbij sprake is geweest van bedreiging met geweld.

Verdachte en zijn mededaders hebben met hun handelwijze op geen enkele wijze rekening gehouden met de mogelijke gevolgen van hun handelen. Gevolgen die zoals bijvoorbeeld blijkt uit het voegingsformulier van het slachtoffer [slachtoffer 2] zeer ingrijpend en traumatisch zijn geweest.

Verdachte heeft door te handelen als bewezen verklaard, niet alleen op gewelddadige wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de slachtoffers, maar heeft daardoor ook bijgedragen aan in de maatschappij heersende gevoelens van angst onveiligheid.

Voor wat betreft de persoonlijke omstandigheden van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op zijn nagenoeg blanco strafblad en op het door de reclassering over hem uitgebrachte rapport.

De rechtbank ziet alles afwegend, gelet op de ernst van de feiten, geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie dan na te melden vrijheidsstraf. Een deel daarvan zal voorwaardelijk worden opgelegd teneinde verdachte er van te weerhouden zich in de toekomst wederom aan strafbare feiten schuldig te maken.

Bij de strafoplegging heeft de rechtbank ten bezware van verdachte er rekening mee gehouden dat verdachte heeft erkend zich schuldig te hebben gemaakt aan het onder aan de dagvaarding met parketnummer 04/861236-08 ad informandum gevoegd feit, te weten:

parketnummer, pleegdatum, pleegplaats/gemeente, omschrijving feit

04/860169-09 16 december 2008 [adres] Venlo gemeente Venlo

verkoop van 2 gram hennep

10.4. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1], [adres], heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van de hiervoor in de zaak met parketnummer 04/650039-09 onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten geleden materiële en immateriële schade.

[slachtoffer 1] voornoemd heeft de materiële schade op een bedrag van € 443,36 gesteld en de immateriële schade op een bedrag van € 1.600,-- en wil die schades vergoed krijgen.

Nu aan de vordering een feitencomplex ten grondslag ligt waarvoor verdachte niet zal worden veroordeeld, dient de benadeelde partij niet ontvankelijk in zijn vordering te worden verklaard.

10.5. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] en de schadevergoedingsmaatregel

[slachtoffer 2], [adres], heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van het hiervoor in de zaak met parketnummer 04/650039-09 onder 3 ten laste gelegde feit geleden materiële en immateriële schade.

[slachtoffer 2] voornoemd heeft de materiële schade, na wijziging ter terechtzitting, op een bedrag van € 219,94 gesteld en de immateriële schade op een bedrag van € 1.690,-- en wil die schades vergoed krijgen.

Ten laste van verdachte is het hiervoor onder 3 ten laste gelegde feit bewezen. Het is een strafbaar feit en verdachte zal ter zake van dat feit worden veroordeeld.

Met betrekking tot de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank als volgt.

Naar het oordeel van de rechtbank miskent de benadeelde partij [slachtoffer 2] dat de omvang van de schade door de strafrechter - in tegenstelling tot de burgerlijke rechter - nimmer voorlopig (en dus bij wijze van voorschot) kan worden begroot (HR 19 maart 2002,

NJ 2002, 497).

De rechtbank is evenwel van oordeel dat de door [slachtoffer 2] ingediende vordering voor wat betreft het bedrag van € 1.500,-- eenvoudig van aard is en voor wat dat gedeelte betreft voor toewijzing vatbaar is. Het bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 18 januari 2009 tot de dag der algehele voldoening. Dit betekent dat [slachtoffer 2] in zoverre kan worden ontvangen in zijn vordering. Gelet op de aard en de impact van het bewezenverklaarde, waarvoor verdachte wordt veroordeeld, is het een ervaringsregel dat daardoor bij het slachtoffer immateriële schade van enige omvang kan worden teweeggebracht.

Voor zover de vordering voormeld bedrag van € 1.500,-- overstijgt, is deze vordering in het strafproces niet van eenvoudige aard. In zoverre kan [slachtoffer 2] derhalve niet in zijn vordering bij de strafrechter worden ontvangen. Hij kan deze restantvordering, desgewenst, bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de materiële schade is de rechtbank van oordeel dat deze schade ad

€ 219,94 alleszins reëel en voldoende is onderbouwd en derhalve voor toewijzing vatbaar is, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 18 januari 2009 tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal derhalve het schadebedrag vaststellen op een totaalbedrag van € 1.719,94.

Verdachte is naar burgerlijk recht, samen met zijn mededaders, aansprakelijk voor deze schade.

De rechtbank zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, begroot op nihil.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van € 1.719,94, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 18 januari 2009 tot de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 27 dagen, te betalen ten behoeve van [slachtoffer 2], [adres], zoals hierna in het dictum genoemd.

11. Toepasselijke wetsartikelen

Na te melden beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 24c, 27, 36f, 45, 57, 310, 312 en 317.

12. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de in de zaak met parketnummer 04/650038-09 onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de zaak met parketnummer 04/650038-09 het onder 3 ten laste gelegde feit en het in de zaak met parketnummer 04/861236-08 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verstaat dat het aldus bewezenverklaarde het hiervoor vermelde strafbare feit oplevert en verklaart verdachte ter zake strafbaar;

veroordeelt verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 15 maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf 3 maanden niet zullen worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

beveelt dat de tijd door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

heft op het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte.

ten aanzien van de feiten 1 en 2 in de zaak met parketnummer 04/650038-09:

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1], [adres] niet ontvankelijk in zijn vordering;

ten aanzien van feit 3 in de zaak met parketnummer 04/650038-09:

wijst gedeeltelijk toe de vordering van de benadeelde partij;

veroordeelt verdachte om tegen bewijs van betaling aan benadeelde partij [slachtoffer 2], [adres], te betalen een bedrag van € 1.719,94

(€ 1.500,-- immateriële en € 219,94 materiële), te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 18 januari 2009 tot de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de verdachte zal zijn bevrijd voor zover voornoemde benadeelde partij - al dan niet via de betaling aan de Staat - door (één van) verdachtes mededaders is voldaan;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering immateriële schade voor zover de vordering voormeld bedrag van € 1.500,-- overstijgt en bepaalt dat de benadeelde partij deze restantvordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen een som geld ten bedrage van

€ 1.719,94 bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 27 dagen ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 2], [adres], met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

veroordeelt verdachte tevens tot betaling aan de Staat van de wettelijke rente

over voormeld bedrag vanaf 18 januari 2009 tot de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat de subsidiaire hechtenis ook van toepassing is op de vervallen rentetermijnen;

bepaalt dat indien verdachte en/of (een van) zijn mededader(s) heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.719,94, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 18 januari 2009 tot de dag der algehele voldoening ten behoeve van voornoemd slachtoffer, daarmede de verplichting van verdachte om dit bedrag aan voornoemde benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien dit bedrag door verdachte en/of (een van) zijn mededader(s) aan voornoemde benadeelde partij is betaald, daarmee de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van voornoemd slachtoffer komt te vervallen;

veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en

ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van

voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Vonnis gewezen door mrs. M.B.T.G. Steeghs, A.K. Kleine en E.A.M. van Oorschot,

rechters, van wie mr. A.K. Kleine, voorzitter, in tegenwoordigheid van

mr. P.C.M. Müller als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de

rechtbank op 23 december 2009.

Mrs. A.K. Kleine en E.A.M. van Oorschot zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.