Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:377

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
29-01-2016
Datum publicatie
05-02-2016
Zaaknummer
15/2222
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bestuurlijke boete vanwege verkoop alcohol aan minderjarigen. Beroep gegrond. Naar het oordeel van de rechtbank zijn er dan ook onvoldoende concrete aanknopingspunten om aan te nemen dat eiseres de overtreding, waarvoor een bestuurlijke boete is opgelegd, daadwerkelijk begaan heeft.

Wetsverwijzingen
Drank- en Horecawet 20, geldigheid: 2014-01-01
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Horeca 2016/2728

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 15/2222

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

Eleftheria B.V., te Zwolle, eiseres,

en

de burgemeester van Zwolle, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 16 maart 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiseres een bestuurlijke boete van € 1360,-- opgelegd wegens overtreding van artikel 20, eerste lid, van de Drank- en Horecawet.

Bij besluit van 1 september 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 januari 2016. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door [vertegenwoordiger eiseres 1] en [vertegenwoordiger eiseres 2] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door H. Vervuurt en M.G.P. Oude Spaaksté.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit;

  • -

    herroept het primaire besluit en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 331,-- aan eiseres te vergoeden.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Verweerder stelt zich op het standpunt dat op 15 augustus 2014 tijdens het Straten Festival in Zwolle door een toezichthouder van de gemeente Zwolle is geconstateerd dat vanuit een door Grand Café Tapas Bar [horecagelegenheid] (hierna: [horecagelegenheid] ) gebruikte mobiele tapwagen in strijd met het bepaalde in artikel 20, eerste lid, van de Drank- en Horecawet alcohol verkocht is aan minderjarigen. Hiervoor is een bestuurlijke boete opgelegd.

3. Eiseres stelt zich op het standpunt dat tijdens het Straten Festival, op 15 augustus 2014, door haar geen alcohol is verkocht aan minderjarigen. Zij heeft (ook) geen gebruik gemaakt van een mobiele tapwagen.

4. De rechtbank stelt voorop dat sprake is van een bestuurlijke boete. Omdat sprake is van een punitieve sanctie ligt de bewijslast dat sprake is van een overtreding in veel verdergaande mate bij de burgemeester dan geldt voor besluiten die geen punitieve sanctie inhouden. In deze zaak is een boeterapport opgemaakt, waarin geconstateerd is dat alcohol verkocht is aan minderjarigen. De rechtbank neemt aan dat een dergelijke constatering daadwerkelijk is gedaan door de toezichthouder. De vraag is vervolgens of de overtreding door een medewerker van het aan eiseres toebehorende [horecagelegenheid] is begaan. Een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal heeft een belangrijke waarde. Behoudens tegenbewijs mag in beginsel uit worden gegaan van de juistheid van de inhoud daarvan. Dit laat echter onverlet dat uit het proces-verbaal moet blijken dat de vermeende overtreding door eiseres is begaan. Hiervoor ziet de rechtbank in het proces-verbaal onvoldoende aanknopingspunten. Zo is niet voldoende duidelijk wat in het proces-verbaal is bedoeld met ‘het evenemententerrein van het café/hotel [horecagelegenheid] ’. Evenmin blijkt daaruit waar de vermeende tapwagens precies zouden hebben gestaan (beeldmateriaal ontbreekt) en op grond waarvan zou zijn geconstateerd dat de mobiele tapwagens door [horecagelegenheid] werden geëxploiteerd. Over het tapnummer van de desbetreffende tapwagens (die herleidbaar zou zijn tot eiseres) staat niets in het proces-verbaal. De naam van de barmedewerker en de exacte verklaringen die door de barmedewerker van de mobiele tapwagen zouden zijn afgelegd, staan evenmin in het dossier, zodat ook op basis daarvan niet verifieerbaar is dat het een mobiele tapwagen betreft die door [horecagelegenheid] is geëxploiteerd.

Daarbij komt dat door eiseres een andere uitleg en onderbouwing is gegeven. Eiseres heeft met documenten onderbouwd dat zij tijdens het Straten Festival in 2014, anders dan 2013 en 2015, geen mobiele tapwagen heeft gehuurd, maar gebruik heeft gemaakt van een bar die rondom het café/hotel [horecagelegenheid] was gebouwd. Voorts heeft eiseres verklaringen van de (vaste) medewerkers overgelegd, die op de desbetreffende avond werkten, waarin staat dat geen gebruik is gemaakt van mobiele tapwagens. Eiseres heeft verder verwezen naar een verklaring van Horeca Evenementen Stichting Zwolle, waaruit blijkt dat eiseres geen munten heeft ingeleverd, terwijl blijkens het proces-verbaal van de toezichthouder bij de mobiele tapwagen met munten werd betaald. Volgens eiseres werd tijdens het Straten Festival bij [horecagelegenheid] contant betaald bij de bar rondom het café/hotel [horecagelegenheid] . Tot slot heeft eiseres ter zitting een filmopname van het Straten Festival getoond, omstreeks het tijdstip waarop de vermeende overtreding zou zijn geconstateerd, waarop geen mobiele tapwagens zijn te zien op de plek waar deze volgens het proces-verbaal zouden hebben gestaan.

De nadere toelichting die ter zitting namens verweerder is gegeven, acht de rechtbank onvoldoende om hieraan af te doen.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn er dan ook onvoldoende concrete aanknopingspunten om aan te nemen dat eiseres de overtreding, waarvoor een bestuurlijke boete is opgelegd, daadwerkelijk begaan heeft.

5. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. Voorts herroept de rechtbank het primaire besluit.

6. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P.W. Esmeijer, rechter, in aanwezigheid van mr. A. van der Weij, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.