Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:1601

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
21-03-2016
Datum publicatie
09-05-2016
Zaaknummer
C/08/177556 / KG ZA 15-335
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vrouw moet medewerking verlenen aan de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer / rolnummer: C/08/177556 / KG ZA 15-335

Vonnis in kort geding van 21 maart 2016

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [plaats 1] ,

eiser,

advocaat mr. I.H.M. Leyten-Smits te Dronten,

tegen

[eiser] ,

wonende te [plaats 2] ,

gedaagde,

advocaat mr. S. Flantua te Lelystad (onttrokken).

Partijen zullen hierna de man en de vrouw genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    het proces-verbaal van de op 22 oktober 2015 gehouden mondelinge behandeling

  • -

    de mededeling van mr. Flantua dat deze zich als advocaat van Schuiling aan de zaak onttrekt, waarna zich voor Schuiling geen nieuwe advocaat heeft gesteld

  • -

    de voortzetting van de mondelinge behandeling op 14 maart 2016.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Partijen zijn gehuwd geweest tot 6 januari 2015. De echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand in de gemeente Steenwijkerland. In de echtscheidingsbeschikking is partijen bevolen met elkaar over te gaan tot verdeling van hun huwelijksgoederengemeenschap, voor zover aanwezig.

2.2.

Partijen zijn ieder voor de onverdeelde helft eigenaar van de voormalige echtelijke woning gelegen aan de [adres] (verder: de woning). Op de woning rust een hypotheek voor de lasten waarvan de man en de vrouw hoofdelijk aansprakelijk zijn.

2.3.

De vrouw is in de woning blijven wonen. De man woont elders in een huurwoning.

3 Het geschil

De man vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. vervangende toestemming zal verlenen voor de afgifte van het bevel tot verkoop van de onroerende zaak, gelegen te [adres] , alsmede vervangende toestemming voor het meewerken aan de verkoop in breedste zin, dat wil zeggen toegang verschaffen aan de makelaar en gegadigden voor bezichtigingen, andere verkoophandelingen, zoals het tekenen van de verkoopopdracht en het meewerken aan levering van de woning;

II. de vrouw zal verplichten haar medewerking te geven en contact op te nemen met de ING-adviseur betreffende de Nationale Hypotheekgarantie betrekking hebbend op deze onroerende zaak met oplegging van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag of dagdeel dat de vrouw nalatig is om na het afgeven van het vonnis in deze zaak te voldoen aan het onder II gevraagde.

3.1.

Tijdens de op 22 oktober 2015 gehouden mondelinge behandeling hebben partijen verzocht om aanhouding van de zaak en hebben zij afspraken gemaakt over – kort gezegd –

het verkrijgen van een beoordeling door de NHG en de verkoop van de woning.

3.2.

De man heeft ter zitting van 14 maart 2016 gesteld dat de vrouw zich niet aan de gemaakte afspraken heeft gehouden. De man heeft verzocht om toewijzing van zijn vorderingen, omdat de vrouw niet meewerkt aan de onderhandse verkoop van de woning en zij ook niet meer reageert op correspondentie van de man.

3.3.

De vrouw is, ondanks dat zij door mr. Leyten-Smits op de hoogte is gebracht van de voortzetting van de mondelinge behandeling op 14 maart 2016, niet op deze zitting verschenen.

4 De beoordeling

4.1.

De voorzieningenrechter verstaat het onder I gevorderde aldus dat veroordeling tot het verlenen van medewerking door de vrouw aan onderhandse verkoop en levering van de woning wordt gevorderd, bij het uitblijven waarvan dit vonnis in de plaats komt van alle in dat verband noodzakelijke (rechts)handelingen voor wat betreft het moeten meewerken van de vrouw.

4.2.

De ter zitting van 14 maart 2016 ingenomen stellingen van de man kunnen het gevorderde dragen en zijn door de vrouw niet weersproken. Het gevorderde zal daarom als na te melden worden toegewezen.

4.3.

De gevorderde dwangsom zal als volgt worden beperkt en gemaximeerd.

4.4.

Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt de vrouw om medewerking te verlenen aan de onderhandse verkoop van de woning, dat wil zeggen toegang verschaffen tot de woning aan de makelaar en gegadigden voor bezichtigingen, alles in de ruimste zin des woords, en aan het verrichten van andere verkoophandelingen, waaronder het tekenen van de verkoopopdracht en het meewerken aan levering van de woning,

5.2.

bepaalt dat dit vonnis in de plaats komt van de noodzakelijke toestemming en/of wilsverklaring en/of handtekening van de vrouw om aan een makelaar opdracht te verstrekken tot verkoop, alsmede om een voorlopige koopovereenkomst te sluiten, indien de vrouw niet binnen 48 uur na een daartoe strekkend verzoek van de man medewerking verleent,

5.3.

bepaalt dat dit vonnis in de plaats komt van de voor de eigendomsoverdracht en levering van de woning noodzakelijke toestemming en/of wilsverklaring en/of handtekening van de vrouw, indien de vrouw niet binnen 48 uur na een daartoestrekkend verzoek van de man medewerking verleent,

5.4.

veroordeelt de vrouw om binnen twee werkdagen na betekening van dit vonnis contact op te nemen met en medewerking te verlenen aan de ING-adviseur betreffende de Nationale Hypotheekgarantie betrekking hebbende op de te verkopen woning,

5.5.

veroordeelt de vrouw om aan de man een dwangsom te betalen van € 200,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de in 5.4 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 15.000,00 is bereikt,

5.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.M. Rijksen en in het openbaar uitgesproken op 21 maart 2016.