Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:5789

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
13-10-2014
Datum publicatie
03-11-2014
Zaaknummer
96/054359/13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verboden toegang voor personen met een hond die niet is aangelijnd. Verdachte heeft zijn hond voorzien van een electronisch systeem van het merk Dogtra. Hij zou daarmee electronisch aangelijnd zijn. De kantonrechter komt tot de conclusie dat de hond dan niet is aangelijnd zoals dat door Landschap Overijssel, de rechthebbende van natuurgebied Lonnekermeer was bedoeld en dat de toegang op duidelijke blijkbare wijze was verboden. Dat een kantonrechter in 2010 mondeling anders zou hebben geoordeeld mocht verdachte niet het vertrouwen geven dat zijn gedraging niet strafbaar was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2015/44
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Sector Kanton Enschede

Parketnummer : 96/054359/13

Volgnummer : 38

Uitspraak : 13 oktober 2014

De kantonrechter te Enschede heeft het volgende verkorte schriftelijk vonnis gewezen in de strafzaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1961 te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats], [adres]

De kantonrechter te Enschede;

gezien de in het strafdossier aanwezige stukken;

gelet op het onderzoek ter openbare terechtzitting van 13 oktober 2014

gehoord de officier van justitie in zijn vordering;

gelet op hetgeen door en namens de verdachte ter verdediging is aangevoerd;

Overweegt:

Verdachte heeft een strafbeschikking gedateerd 8 november 2012 gekregen van € 85 vermeerderd met € 7 administratiekosten voor een gedraging die in de oproeping als bedoeld in artikel 257f, derde lid, Wetboek van Strafvordering is ten laste gelegd als

dat hij op of omstreeks 14 oktober 2012, te Enschede, zonder daartoe gerechtigd te zijn zich heeft bevonden op het natuurgebied Lonnekermeer met een onaangelijnde hond, zijnde grond toebehorende aan het Landschap Overijssel, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, van welke grond de toegang op een voor verdachte blijkbare wijze door de rechthebbende was verboden; (art 461 Wetboek van Strafrecht).

Verdachte heeft tegen de strafbeschikking tijdig verzet ingesteld zodat hij in dit verzet ontvankelijk is.

Aan het verzet legt hij ten grondslag dat hij toen en daar inderdaad met zijn hond aan het wandelen was en dat zijn hond voorzien was van een electronisch systeem, de Dogtra. De hond was aldus electronisch aangelijnd. Ter zitting heeft verdachte het systeem aan de kantonrechter getoond en verder toegelicht. Het betreft een in de hand of de jaszak te dragen afstandsbediening waarmee signalen naar een aan de halsband van de hond bevestigde ontvanger kunnen worden gestuurd. De gebruiker bepaalt vervolgens of hij een trilling of een stroomstootje geeft. Bij aanschaf krijgt de koper een cursus om zich samen met zijn hond te bekwamen in het juiste gebruik van de Dogtra. De hond leert zich te gedragen naar de aanwijzingen van zijn baasje, omdat hij in de cursus heeft geleerd dat ongehoorzaamheid kan leiden tot een door de hond als onplezierig ervaren electrische prikkeling. Verdachte stelt dat zijn hond en hij op cursus zijn geweest, dat de hond heeft geleerd te gehoorzamen en op die manier electronisch aangelijnd was.

Verdachte heeft bij zijn verzetschrift ook een print gevoegd van een website van dierenhotel, dierentrainingscentrum en dierencrematorium de Bréborgh te Bentelo. Dit bedrijf biedt onder meer lessen in Dogtra trainingstechniek aan. Het bedrijf haalt op de site volgens de print ook een mondeling vonnis van de kantonrechter te Haarlem aan die op 28 september 2010 mondeling een man die de Dogtra gebruikt zou hebben waar een hond moest zijn aangelijnd, zou hebben vrijgesproken. Die kantonrechter zou daarbij hebben overwogen dat de regelgever bij het formuleren van het voorschrift met de technische ontwikkeling geen rekening kon houden.

De officier van justitie heeft naar voren gebracht dat aanlijnen een activiteit is waarbij een lijn en niets anders te pas komt. De officier van justitie wijst er verder op dat de Hondenbescherming een standpunt heeft ingenomen in een publicatie van december 2011. Daarin wordt niet alleen de Haarlemse zaak maar ook een andere zaak besproken waarin de kantonrechter te Enschede in 2011 een tegengesteld standpunt zou hebben ingenomen in een civiele zaak. De hondenbescherming vindt electronisch aanlijnen ineffectief en in strijd met het dierenwelzijn en dat het in principe verboden zou moeten zijn. De officier van justitie wijst verder nog op een bij de Tweede Kamer ingediend of nog in te dienen voorstel van een wet waarbij het verboden wordt om een dergelijk apparaat te gebruiken omdat het nodeloos het welzijn schaadt.

De kantonrechter heeft in het dossier helaas een concrete kopie van het bord waarin het verbod is weergegeven op het betreden met een niet aangelijnde hond gemist. Het proces-verbaal van de verbalisant en ook verdachte ter zitting geven echter aan dat dit bord er stond. Verdachte stelt dat daarbij verder geen uitleg gegeven werd over de wijze van aanlijnen.

Verdachte geeft ter zitting aan dat hij aannam dat electronisch aanlijnen goed genoeg was. Desgevraagd geeft hij aan dat hij nadat hij door de verbalisant was aangesproken en een boete in het vooruitzicht werd gesteld, geen navraag heeft gedaan bij de eigenaar van het terrein, de stichting Landschap Overijssel. En ook vooraf had hij dat niet gedaan. Hij ging uit van het mondeling vonnis van de kantonrechter te Haarlem.

De kantonrechter overweegt dat artikel 461 van het Wetboek van Strafrecht in die zin een wat bijzonder artikel is omdat het de rechthebbende van een terrein de macht geeft om de regels te stellen voor wie het strafbaar zal zijn om het terrein te betreden: voor een ieder of voor gespecificeerde groepen of individuele personen. De rechthebbende heeft carte blanche om te bepalen voor wie betreding strafbaar zal zijn en voor wie niet.

Daarbij is de rechthebbende bij zijn normstelling anders dan de wetgever doorgaans, niet gehouden om duidelijk en eenduidig zijn beperkingen te formuleren. Anders dan bij wetgeving het geval is, is er niet altijd iets soortgelijks als de parlementaire geschiedenis te vinden waaruit de bedoeling van de rechthebbende blijkt. Ook hoeft de rechthebbende geen rekening te houden met de controleerbaarheid en de handhaafbaarheid van zijn beperkingen door de overheid. Bovendien kan een persoon ondanks een algemeen of gespecificeerd gesteld betredingsverbod toch ook vooraf nog specifiek toestemming van de rechthebbende krijgen tot het betreden. Het is de rechthebbende die in een geval als het onderhavige kan bepalen dat electronische aanlijning een methode is van aanlijning waarmee men gerechtigd is het natuurgebied Lonnekermeer te betreden. Hetzelfde bordje als in de onderhavige situatie is geplaatst kan dan ook, indien verschillende rechthebbenden verschillende interpretaties over het begrip aanlijnen hebben kenbaar gemaakt, tot een verschillende strafrechtelijke conclusie kunnen leiden over het al of niet mogen betreden van het terrein.

De kantonrechter ziet zich gesteld voor de vraag waar een en ander in deze zaak toe leidt.

In elk geval leidt een en ander ertoe dat het er niet toe doet wat de hondenbescherming vindt of welke wetsontwerpen de minister of de kamer voorbereidt, of dat een middel als de Dogtra slecht is voor het hondenwelzijn. Ook de controleerbaarheid of handhaafbaarheid van het ene of andere alternatief zijn niet richting gevend voor de vraag hoe ruim of beperkt het verbod blijkbaar is.

De kantonrechter is van oordeel dat het woord aanlijnen in beginsel ziet op een fysiek gebruik van een lijn, de hondenriem, die de hondenbezitter aan de ene einde in zijn hand heeft en die aan het andere einde aan de halsband om de hals van de hond is bevestigd. Wanneer men de hond zo met zich meevoert, mag men ervan uitgaan dat men het natuurgebied Lonnekermeer in elk geval mag betreden.

Is het echter ook niet op “blijkbare wijze door de rechthebbende” verboden om met de hond het terrein Lonnekermeer te betreden indien de Dogtra wordt gebruikt?

De kantonrechter is van oordeel dat dit wel degelijk op blijkbare wijze is verboden. De Dogtra is geen hondenriem en het gebruik ervan is zeker nog geen in het algemeen gangbare vervanger van de hondenriem. Verdachte zonder riem tussen hem en de hond verkeerde daarom in een duidelijk andere situatie zodra hij het terrein zou betreden. Een die stemt tot nadenken of navraag bij de rechthebbende voorafgaand aan de betreding van het gebied.

Als verdachte zou hebben nagedacht over de vraag of de rechthebbende hem misschien toch met de Dogtra had willen toelaten, dan had hij tot een negatief antwoord moeten komen. Hij had zich dan moeten afvragen wat de rechthebbende van het natuurgebied Lonnekermeer heeft beoogd te bereiken, en of dat past bij de visie dat de rechthebbende een hond met Dogtra ook zou hebben willen toelaten en er dus een ongebruikelijke, ruime visie op het begrip aangelijnd zijn op nahoudt. Alleen als hij met een bepaalde verregaande mate van waarschijnlijkheid, af te leiden uit bijzonderheden van het geval zoals de situatie en de aard van het terrein of van uitingen van rechthebbende, zou mogen zeggen dat die rechthebbende het gebruik van de Dogtra ook als een vorm van aanlijning zal zien, is hem de toegang niet blijkbaar verboden.

En wat de rechthebbende ervan vindt laat zich naar het oordeel van de kantonrechter eenvoudig raden, zoals de kantonrechter na de zitting overigens ook op de website van Landschap Overijssel bevestigd zag en zoals ook verdachte voorafgaand aan het eerste gebruik van de Doktra op de website van Landschap Overijssel had kunnen nagaan – in plaats van te kijken op de website van een commercieel belanghebbend niet juridisch georienteerd bedrijf. Dat verbod op toegang van bezitters van onaangelijnde honden ziet naar zich laat raden op het beschermen van de kwetsbare dieren in het terrein, het voorkomen van verstoring en het achterblijven van geursporen. Verder laat zich raden dat het verbod ziet op de gevoelens van andere bezoekers die er behoefte aan hebben om te zien dat de hond is aangelijnd. Sommigen hebben angst voor visueel onaangelijnde dieren en anderen kunnen de indruk krijgen dat het is toegestaan om honden te laten loslopen als zij honden zien waarvan zij niet weten of die naar het baasje (met of zonder Dogtra) luisteren. Verder kan natuurlijk de batterij van de zender of de ontvanger opraken of kan de hondenbezitter zijn Dogtra zonder cursus op Marktplaats tweedehands hebben gekocht, gebruiken bij een ongetrainde hond, in handen geven van familieleden die niet ook op cursus zijn gegaan, enzovoort enzovoort. Dat alles had verdachte kunnen raden als meest waarschijnlijke visie van de rechthebbende op de Dogtra en dan had hij moeten besluiten dat het blijkbare verbod op toegang zonder aangelijnde hond geen ruimte laat voor de bijzondere gedachte dat men wel met een van de Dogtra voorziene hond het terrein mag betreden.

De kantonrechter komt daarom tot het oordeel dat het verzet ongegrond is, dat het telastegelegde is bewezen in die zin dat

hij op 14 oktober 2012, te Enschede, zonder daartoe gerechtigd te zijn zich heeft bevonden op het natuurgebied Lonnekermeer met een onaangelijnde hond, zijnde grond toebehorende aan het Landschap Overijssel van welke grond de toegang op een voor verdachte blijkbare wijze door de rechthebbende was verboden.

Dit feit is strafbaar gesteld in artikel 461 Wetboek van Strafrecht en verdachte is daarvoor strafbaar nu geen aanwijzing is gebleken van het tegendeel. In het bijzonder is de kantonrechter in dit verband van oordeel dat een mondeling vonnis van een kantonrechter uit 2010 gepubliceerd op de website van een commercieel belanghebbende geen voldoende vertrouwen mag geven dat ten eerste de publicatie waarachtig en correct is en ten tweede dat die de stand van het recht in die mate juist weergeeft dat men erop mag vertrouwen dat men zonder in overtreding te zijn, zijn gedrag daarnaar mag richten.

De kantonrechter zal aan verdachte de boete opleggen die hem eerder in de vorm van een strafbeschikking is opgelegd nu dat bedrag passend en die straf geboden is.

Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen in een aparte bijlage worden opgenomen.

De kantonrechter heeft verder nog gelet op artikel 23, 24, 24c Wetboek van Strafrecht.

Rechtdoende:

Vernietigt de opgelegde strafbeschikking;

Verklaart het feit bewezen zoals hiervoor uiteengezet;

Verklaart het feit strafbaar en verklaart verdachte strafbaar.

Legt op een geldboete van € 85 bij niet betaling en verhaal te vervangen door één dag vervangende hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.C. Berg, kantonrechter, en op 27 oktober 2014 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.