Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:2691

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
12-11-2013
Datum publicatie
12-11-2013
Zaaknummer
2423226 VV EXPL 13-32
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eiseres heeft een affectieve relatie gehad met gedaagde. Eiseres vordert dat zij uitsluitend gerechtigd is tot het gebruik van de gezamenlijke woning inclusief de inboedel, alsmede afgifte van een bromfiets op straffe van een dwangsom. Alle gevraagde voorzieningen worden geweigerd met uitzondering van de afgifte van de bromfiets.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelszaken

Zittingsplaats Deventer

zaaknummer : 2423226 VV EXPL 13-32

datum : 12 november 2013

Vonnis in het kort geding van:

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eisende partij,

gemachtigde mr. E. Gürcan, advocaat, definitieve toevoeging onder nummer 2ER9150,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij,

gemachtigde mr. Ph.J.N. Aarnoudse, advocaat, definitieve toevoeging onder nummer 2ER8122.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- het exploot d.d. 17 oktober 2013 houdende een vordering tot het treffen van een voorziening bij voorraad.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 5 november 2013.

Verschenen zijn eiseres, bijgestaan door mr. Gürcan voornoemd en gedaagde, bijgestaan door mr. Aarnoudse voornoemd.

Het geschil

Eiseres vordert bepaling dat zij bij uitsluiting gerechtigd is tot het gebruik van de woning te [woonplaats] waar zij met gedaagde tot 3 september 2013 samen heeft gewoond, gedaagde te bevelen deze woning achter te laten in dezelfde staat waarin deze zich bevond op het moment dat eiseres de woning verliet met afgifte van de tot die woning betrekkelijke sleutels, te bepalen dat de inboedel van die woning aan eiseres voor haar dagelijks gebruik ter beschikking wordt gesteld (met uitzondering van de strikt persoonlijke bezittingen van gedaagde), te bepalen dat gedaagde een bromfiets aan haar teruggeeft, alles met bepaling van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag waarop gedaagde in gebreke blijft om aan het in deze te wijzen vonnis te voldoen en gedaagde te veroordelen in de kosten van het geding. Gedaagde heeft verweer gevoerd, geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van eiseres, subsidiair tot afwijzing van de gevraagde voorzieningen met primair compensatie van proceskosten en subsidiair veroordeling van eiseres in die kosten.

De beoordeling

1.

Tussen partijen staat als gesteld en erkend dan wel niet (voldoende) betwist, mede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden bescheiden, het volgende vast:

  1. Partijen hebben met elkaar een affectieve relatie gehad die begin september 2013 is beëindigd.

  2. Partijen zijn beiden medehuurder van de woning te [woonplaats] aan de [adres] (hierna ook: de woning).

  3. Eiseres heeft de woning op 3 september 2013 verlaten; toen zij op 5 september 2013 nog enige persoonlijke zaken uit de woning wilde halen is het tussen partijen tot een handgemeen gekomen.

  4. Sedert 3 september 2013 verblijft eiseres, tezamen met de hond van partijen, bij derden, aanvankelijk bij haar ouders, later ook nog bij anderen, inmiddels voor de tweede maal bij een vriendin van haar, genaamd [betrokkene].

2.

Eiseres heeft haar vordering als volgt, kort samengevat, toegelicht.

Zij heeft op 3 september 2013, door de vele ruzies met en de agressieve opstelling van gedaagde, besloten de woning tijdelijk te verlaten om de gespannen relatie tot rust te laten komen. Op 5 september 2013 heeft zij geprobeerd nog een aantal persoonlijke eigendommen uit de woning te halen, maar daarbij is zij door gedaagde mishandeld, van welke mishandeling zij aangifte heeft gedaan bij de politie. Ze kan niet (meer) bij haar ouders terecht, omdat de verstandhouding met haar vader niet goed is, maar bovenal omdat met name haar vader de hond niet in huis duldt. Voor de hond is geen andere opvang mogelijk, omdat deze extreem aan haar persoonlijk gehecht is en bij haar afwezigheid ongecontroleerd gedrag gaat vertonen tegenover anderen. Het feit dat de hond met haar en gedaagde vier jaar samen heeft gewoond maakt dat niet anders, aldus eiseres.

3.

Gedaagde heeft verweer gevoerd, kort samengevat als volgt.

Eiseres dient niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat haar vordering, als gevolg van het tijdsverloop sedert het moment waarop zij de woning heeft verlaten, niet langer als spoedeisend kan worden aangemerkt. Voor zover dat verweer niet zou opgaan meent gedaagde dat de gevraagde voorzieningen (met uitzondering van de gevorderde afgifte van de bromfiets) moeten worden geweigerd: eiseres heeft tijdelijk elders onderdak gevonden, en voor zover de hond een probleem zou zijn is die welkom bij hem in de woning. Er is geen sprake van dat de hond ongecontroleerd gedrag zou vertonen indien deze bij hem zou wonen. Hij heeft niet voor niets aangedrongen op een contactregeling met de hond, waar hij ook op gesteld is. Gedaagde heeft er geen bezwaar tegen om de bromfiets, waarvan afgifte wordt gevorderd, aan eiseres af te geven. De onderhavige kwestie dient, voor wat betreft een oordeel over de proceskosten, te worden behandeld als een familiekwestie, zodat de proceskosten gecompenseerd zouden moeten worden. Indien de rechter daarover anders denkt, dient eiseres in de kosten te worden veroordeeld.

4.

Het verweer dat de onderhavige vordering niet (langer) spoedeisend zou zijn, wordt verworpen. Aan gedaagde kan worden toegegeven dat het tijdsverloop tussen 3 september en de dagvaarding op 17 oktober 2013 ruim is, gelet op de aard van het gevorderde, doch er is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van een zodanig tijdsverloop dat daardoor de vordering haar voor een procedure als het onderhavige vereiste spoedeisende karakter zou hebben verloren.

5.

In het onderhavige geval gaat het om de vraag aan wie van beide partijen, die rechtens ten aanzien van de woning in een gelijke positie verkeren, het gebruik en de bewoning van de woning bij uitsluiting van de ander voorlopig toekomt.

Een beoordeling als de onderhavige wordt in overwegende mate bepaald door het antwoord op de vraag of de kans dat de vorderingen van eiseres in een eventuele bodemprocedure toewijsbaar zullen worden geoordeeld zo groot is, dat het verantwoord is om op dat resultaat thans reeds vooruit te lopen door toewijzing van de gevraagde voorzieningen.

6.

De kantonrechter beantwoordt de hiervoor onder 5 bedoelde vragen in dit geval ontkennend voor alle onderdelen van de vordering, met uitzondering van die betreffende de afgifte van de bromfiets.

Volgens haar eigen verklaring verblijft eiseres thans voor de tweede maal sedert 3 september 2013 bij haar vriendin [betrokkene]. Zij heeft niet gesteld, en dat is overigens ook niet gebleken, dat, laat staan waarom die situatie (naar objectieve maatstaf) als onhoudbaar moet worden aangemerkt. Integendeel, de desbetreffende vriendin [betrokkene] heeft een in deze procedure overgelegde uitvoerige schriftelijke verklaring afgelegd, waarin niet wordt gerept van problemen betreffende de inwoning door eiseres. Daar komt bij, dat gedaagde heeft aangevoerd dat en waarom hij niet over vervangende woonruimte kan beschikken als de vordering wordt toegewezen, en die stelling is door eiseres niet (voldoende gemotiveerd) weersproken. Voorts is uit de eigen toelichting van eiseres ter zitting gebleken, dat zij bij haar ouders niet (tijdelijk) terecht kan vanwege haar zorg voor de hond en dat zij van oordeel is dat zij de zorg voor die hond niet aan een ander, bijvoorbeeld aan gedaagde, wenst toe te vertrouwen. In een situatie als de onderhavige dient iemand in de positie van eiseres onderscheid te maken tussen het gewicht van verschillende alternatieven. Zelfs indien juist zou zijn, hetgeen geenszins is gebleken, dat voor de hond een enigszins onplezierige tijd zou aanbreken, indien deze tijdelijk van haar zou worden gescheiden, is niet duidelijk geworden waarom dat belang zwaarder zou moeten wegen dan haar eigen belang bij een dak boven haar hoofd.

7.

Gedaagde heeft geen verweer gevoerd tegen de gevorderde afgifte van de bromfiets, zelfs met zoveel woorden ter zitting kenbaar gemaakt dat hij tegen die afgifte geen bezwaar heeft. Dat onderdeel van de gevraagde voorzieningen is dan ook toewijsbaar. Gezien de bereidheid van gedaagde tot afgifte bestaat voor toewijzing van het dwangmiddel van een dwangsom onvoldoende grond.

8.

Het vorenstaande leidt tot de conclusie, dat de gevraagde voorzieningen, met uitzondering van de gevorderde afgifte van de bromfiets dienen te worden geweigerd. Met gedaagde is de kantonrechter van oordeel dat de onderhavige zaak zoveel overeenkomsten vertoont met een geschil in de familierechtelijke sfeer, dat aanleiding bestaat de proceskosten te compenseren in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

De beslissing in kort geding

De kantonrechter:

- beveelt gedaagde om aan eiseres af te geven de bromfiets van het merk Tomos met het kenteken/nummer [kenteken], en wel binnen acht dagen na betekening van dit vonnis;

- wijst af het meer of anders gevorderde;

- compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Aldus gewezen door mr. A.H. Canté, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 12 november 2013, in tegenwoordigheid van de griffier. (na)