Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:2123

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
06-09-2013
Datum publicatie
06-09-2013
Zaaknummer
08/710475-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte voor moord. De officier van justitie had een veroordeling geëist voor doodslag, maar de rechtbank acht voorbedachte rade aanwezig. De rechtbank straf hoger dan is geëist, gelet op de ernst van het feit. Rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 7 jaren en TBS met dwangverpleging. De moord heeft plaatsgevonden op de openbare weg in het zicht van een aantal getuigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2013/251
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Team strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/710475-12

Datum vonnis: 6 september 2013

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1975 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

nu verblijvende in het PPC in Zwolle.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 23 augustus 2013. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. G.R.G. Nijpels en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. E. van der Meer, advocaat te Leeuwarden, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Op de zitting van 23 augustus 2013 is de tenlastelegging voor wat betreft feit 1 primair en subsidiair gewijzigd.

De verdenking komt er thans, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1 primair: met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd;

feit 1 subsidiair: zich schuldig heeft gemaakt aan doodslag op [slachtoffer 1];

feit 2: een politieagent heeft beledigd;

feit 3: zich met geweld heeft verzet tegen zijn aanhouding, waarbij een politieagent zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.

Voluit luidt de ter terechtzitting gewijzigde tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 10 augustus 2012, in de gemeente Haaksbergen, opzettelijk en met voorbedachten rade een persoon, genaamd [slachtoffer 1], van het leven heeft beroofd,

immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,

- genoemde [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, met een (stanley)mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de hals en/of de keel en/of de kin en/of de borst en/of een/de hand(en), in elk geval het (boven)lichaam gestoken en/of gesneden, en/of

- genoemde [slachtoffer 1] (krachtig) bij de keel en/of de hals vastgepakt, en/of

(vervolgens) de keel/hals van genoemde [slachtoffer 1] dichtgeknepen/dichtgedrukt

en/of (enige tijd) dichtgeknepen/dichtgedrukt gehouden, en/of een of beide arm(en) krachtig (in een wurggreep) om de hals/nek van genoemde [slachtoffer 1] geklemd en/of geklemd gehouden, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, ter zake dat

hij op of omstreeks 10 augustus 2012, in de gemeente Haaksbergen, opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer 1], van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet:

- genoemde [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, met een (stanley)mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de hals en/of de keel en/of de kin en/of de borst en/of een/de hand(en), in elk geval het (boven)lichaam gestoken en/of gesneden, en/of

- genoemde [slachtoffer 1] (krachtig) bij de keel en/of de hals vastgepakt, en/of (vervolgens) de keel/hals van genoemde [slachtoffer 1] dichtgeknepen/dichtgedrukt en/of (enige tijd) dichtgeknepen/dichtgedrukt gehouden, en/of een of beide arm(en) krachtig (in een wurggreep) om de hals/nek van genoemde [slachtoffer 1] geklemd en/of geklemd gehouden,

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden;

2.

hij op of omstreeks 09 december 2011, in de gemeente Haaksbergen, opzettelijk beledigend (een) politieambtena(a)r(en) genaamd [slachtoffer 2], hoofdagent van de regiopolitie Twente, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Rot toch op vieze kanker mongool, flikker een end op", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

3.

hij op of omstreeks 9 december 2011in de gemeente Haaksbergen, toen (een) aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtena(a)r(en), te weten [slachtoffer 2] en/of

[slachtoffer 3] van de regiopolitie Twente, verdachte op verdenking van belediging/het overtreden van artikel 267 lid 2 Wetboek van Strafrecht, in elk geval op verdenking van het gepleegd hebben van enig strafbaar feit, op heterdaad ontdekt, had(den) aangehouden en vastgegrepen, althans vast had/hadden teneinde hem ten spoedigste te geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een politiebureau en/of het "PAT" te Borne, zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun/zijn bediening;

- door te rukken en/of te trekken in een richting tegengesteld aan die, waarin die ambtena(a)r(en) verdachte trachtte(n) te geleiden en/of

- door (met kracht) zijn bovenlichaam en/of arm(en) heen en weer te bewegen/zwaaien en/of

- door meermalen, althans eenmaal, (met kracht) aan het (zich in de holster bevindende) dienstwapen van die [slachtoffer 3] voornoemd te trekken en/of

- door (met kracht) de genitaliën van voornoemde [slachtoffer 3] vast/beet te pakken en/of deze genitaliën (vervolgens) (om) te draaien en/of

- door opzettelijk gewelddadig tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] te duwen/sleuren waarbij die [slachtoffer 3] ten val kwam,

ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 3] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, te weten een gebroken kuitbeen en/of armletsel.

3. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte van het sub 1 primair tenlastegelegde wordt vrijgesproken.

Ter zake van het sub 1 subsidiair, 2 en 3 tenlastegelegde heeft de officier van justitie een gevangenisstraf van vier jaren gevorderd, met aftrek van voorarrest, en terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

De vordering van [benadeelde 1] dient te worden toegewezen tot het gevorderde bedrag van € 1.962,70, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De vordering van [benadeelde 2] dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 296,-, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De vordering van de erven [slachtoffer 1] dient te worden toegewezen tot het gevorderde bedrag van € 1.445,75, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De vordering van [benadeelde 3] dient te worden toegewezen tot het gevorderde bedrag van

€ 450,-.

De vordering van [slachtoffer 3] dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 4.066,13 en voor het overige niet-ontvankelijk te worden verklaard.

De officier van justitie heeft tevens gevorderd dat in alle gevallen de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd.

Met betrekking tot het inbeslaggenomen mes heeft de officier van justitie gevorderd dat dit wordt onttrokken aan het verkeer.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

ten aanzien van feit 1

5.1.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie van justitie heeft gevorderd dat verdachte van de sub 1 primair tenlastegelegde moord wordt vrijgesproken. De officier van justitie acht het sub 1 subsidiair tenlastegelegde, doodslag, bewezen.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het primair tenlastegelegde. Naar het oordeel van de raadsman kan niet worden vastgesteld dat verdachte heeft gehandeld na kalm beraad en rustig overleg, hetgeen een vereiste is om te komen tot een bewezenverklaring van moord. De verklaringen van verdachte geven hierover geen duidelijkheid en uit de verklaringen van omstanders en de verbalisanten blijkt dat verdachte op zijn minst gezegd een verwarde indruk maakte. Alleen al om die reden zou volgens de raadsman gesteld kunnen worden dat er geen sprake is geweest van een situatie waarin verdachte zich rustig heeft kunnen beraden over zijn handelen en de gevolgen daarvan.

5.1.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

de feitelijke gang van zaken

Uit de aan dit vonnis gehechte bewijsmiddelen kan het volgende worden vastgesteld.

Op 10 augustus 2012 troffen de verbalisanten voor de woning aan de [adres 1] in Haaksbergen [slachtoffer 1] aan, liggend op haar rug. Haar hals en gezicht waren bebloed. Bovenop haar lag de verdachte die haar met beide armen in een wurggreep om haar hals hield. De verbalisanten konden verdachte met moeite van [slachtoffer 1] aftrekken. Op ongeveer 1 meter afstand werd een bebloed stanleymes gevonden.

De getuige [getuige 1] zag dat voor perceel [huisnummer 1] een man bovenop een vrouw zat. De vrouw lag op haar buik. Hij zag rechts van de man een stanleymes liggen. Het mes was rood van het bloed. Hij zag veel bloed op de rug van de vrouw en hij hoorde dat de vrouw enkele keren riep: "Help me, help me". Getuige [getuige 1] heeft geprobeerd om de greep van verdachte om de hals van de vrouw die door verdachte “[slachtoffer 1]” werd genoemd, los te krijgen. Dat lukte na enige tijd. Vervolgens zag de getuige dat verdachte met zijn voet tot twee keer toe met al zijn kracht en vol agressie op het hoofd van [slachtoffer 1] stampte. Getuige duwde verdachte weg toen verdachte opnieuw op de vrouw afkwam. Vervolgens zag getuige dat verdachte zich opnieuw op [slachtoffer 1] stortte en zijn armen in een soort wurggreep om de hals/nek van [slachtoffer 1] hield.

De getuige [getuige 2] zag dat verdachte op zijn knieën naast een vrouw zat en dat hij over haar hoofd heen hing. Hij zag dat de vrouw op haar buik op de grond lag. Hij herkende de vrouw als [slachtoffer 1]. Hij zag dat verdachte [slachtoffer 1] met beide handen vast had in de omgeving van de keel en kin. Hij zag dat [slachtoffer 1] hevig bloedde en hij hoorde haar zeggen: "[verdachte], nee niet doen".

De getuige [getuige 3] zag dat [slachtoffer 1] tegen de muur van haar schuur stond. Verdachte stond tegen haar aan. Hij zag dat [slachtoffer 1] wegrende en dat verdachte er direct achteraan kwam. Hij zag vervolgens dat [slachtoffer 1] viel en dat verdachte er bovenop zat. Hij zag dat verdachte [slachtoffer 1] in een verwurging had. Hij zag opeens ook heel veel bloed. Hij zag dat [slachtoffer 1] op haar buik lag. Op het moment dat [getuige 1] de verdachte wist los te trekken van [slachtoffer 1] zag hij een stanleymes wegvallen. Hierna zag hij dat verdachte met heel veel agressie en met volle kracht drie keer met zijn voet keihard op het achterhoofd van [slachtoffer 1] trapte.

De getuige [getuige 4] zag dat [slachtoffer 1] door een man werd vastgehouden bij haar bovenlichaam. Zij zag dat hij [slachtoffer 1] tegen een schuurtje drukte. [slachtoffer 1] kon geen kant meer op. Zij zag dat [slachtoffer 1] een paar stappen opzij zette en dat zij samen op de grond vielen. Zij zag dat [slachtoffer 1] op haar buik terecht kwam. Zij heeft gezien dat [slachtoffer 1] zich nog een keer oprichtte en dat [slachtoffer 1] helemaal onder het bloed zat.

De getuige [getuige 5], wonend aan de [adres 1], zag dat zijn buurvrouw, [slachtoffer 1], bij hem voor de woning op de grond lag. Hij zag dat een hem onbekende man min of meer bovenop [slachtoffer 1] lag. Hij zag dat [slachtoffer 1] op de buik lag. Getuige zag dat de man [slachtoffer 1] met zijn rechterarm om haar hals had en haar hoofd iets omhoog trok. Hij zag dat [slachtoffer 1] tenminste één gapende wond in haar hals had. Hij zag dat de man een stanleymes in de hand had. Hij zag dat de man dat mes met de scherpe kant tegen, dan wel nagenoeg tegen de hals van [slachtoffer 1] hield. Getuige hoorde die man tussendoor meermalen zeggen : "[slachtoffer 1] rustig, [slachtoffer 1] rustig". Getuige verklaarde op enige afstand gebleven te zijn omdat de man dat mes in een hand had.

De arts en patholoog heeft geconcludeerd dat [slachtoffer 1] is overleden als gevolg van meermalen bij leven opgelopen uitwendig inwerkend scherprandig perforerend geweld (steken/snijden) op het lichaam.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte de persoon is geweest die op 10 augustus 2012 [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd door haar meermalen met een stanleymes te steken of te snijden.

Weliswaar heeft geen van de getuigen verdachte daadwerkelijk met het mes zien steken of snijden maar getuige [getuige 5] heeft wel gezien dat verdachte bovenop [slachtoffer 1] zat, een stanleymes in de hand had en dat mes tegen de hals van [slachtoffer 1] hield. Ook zag [getuige 5] dat [slachtoffer 1] tenminste één gapende wond in haar hals had. Andere getuigen zagen veel bloed bij de op de grond liggende [slachtoffer 1]. Op korte afstand van het slachtoffer en verdachte werd een bebloed stanleymes aangetroffen. De getuigen [getuige 3] en [getuige 4] maken geen melding van verwondingen op het moment dat het slachtoffer door verdachte tegen de schuur gedrukt werd. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in het bezit was van een stanleymes.

Dit alles kan naar het oordeel van de rechtbank tot geen andere conclusie leiden dan dat verdachte degene is geweest die het slachtoffer met het stanleymes heeft gestoken en gesneden.

moord of doodslag

Voor een bewezenverklaring van moord moet komen vast te staan dat verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen/genomen besluit en niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling. Hij moet de gelegenheid hebben gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap hebben geven.

In deze zaak zijn de volgende feiten en omstandigheden komen vast te staan. Verdachte is op vrijdagavond 10 augustus 2012 met zijn auto naar de woning van het slachtoffer gereden. Getuige [getuige 6], wonend aan de [adres 2], zag kort vóór 21.00 uur een zwarte Volkswagen Transporter de straat in komen rijden. Later die avond werd die auto door een bergingsbedrijf opgehaald. De weggesleepte auto was blijkens de tenaamstelling de auto van verdachte. Het slachtoffer was eerder op die avond op bezoek bij [getuige 7], de ex-vriendin van verdachte, wonend aan de [adres 3] in Haaksbergen. Het slachtoffer is blijkens de verklaring van getuigen [getuige 7] en [getuige 8], om ongeveer 21.00 uur à 21.15 uur op de fiets weggegaan bij [getuige 7]. De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte al ter plaatse aanwezig was toen het slachtoffer bij haar woning aan de [straatnaam 1] aankwam. Verdachte heeft het slachtoffer kennelijk opgewacht. Er zijn twee getuigen die vervolgens hebben gezien dat het slachtoffer tegen een muur van een schuur aan de [straatnaam 1] stond en dat verdachte tegen haar aanstond c.q. haar vast had. Op enig moment zag het slachtoffer kans om weg te rennen of in ieder geval om een paar passen opzij te doen. Verdachte ging onmiddellijk achter haar aan en zij kwamen samen te vallen. Verdachte zat vervolgens bovenop het slachtoffer. Toen getuigen in de buurt van verdachte kwamen, kregen zij de indruk dat verdachte het slachtoffer aan het helpen was. Zo hoorden zij hem onder andere tegen het slachtoffer zeggen dat zij rustig moest doen en zich stil moest houden. Getuigen zagen dat hij met zijn armen het slachtoffer om haar nek/hals vast had in een soort wurggreep. Zij zagen dat het slachtoffer onder het bloed zat en zij hebben geprobeerd om de arm van verdachte om de nek/hals weg te trekken. Dit lukte pas na enige tijd.

Daarna zagen getuigen dat verdachte met volle kracht tegen het hoofd van het slachtoffer schopte om zich vervolgens opnieuw op het slachtoffer te storten en haar weer met kracht vast te pakken.

Uiteindelijk werd verdachte met veel moeite van het slachtoffer afgehaald.

Op grond van vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte meerdere keren de gelegenheid heeft gehad om de verdere uitvoering van zijn gewelddadige handelingen te staken. Verdachte heeft dit echter nagelaten. Nadat hij de eerste keer van het slachtoffer was afgetrokken, dat op dat moment al hevig bloedde, en nadat hij haar - volgens getuigen - een aantal keren keihard tegen haar hoofd had geschopt, heeft verdachte zich opnieuw op het slachtoffer gestort en heeft hij haar opnieuw met zijn arm om haar nek/hals vastgepakt. Dit alles kennelijk met geen ander doel dan om het slachtoffer om het leven te brengen.

De omschreven handelingen van verdachte vormen als het ware een aaneenschakeling van keuzemomenten. Dat deze momenten elkaar relatief snel hebben opgevolgd, doet aan de bewustheid van die keuzes niet af. Verdachte heeft meermalen de gelegenheid gehad zich te beraden op het te nemen en/of door hem genomen besluit, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de eventuele gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. De rechtbank is daarom, anders dan de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat er sprake is geweest van kalm beraad en rustig overleg hetgeen ertoe leidt dat de rechtbank het misdrijf moord bewezen zal verklaren.

Door de verdediging is gesteld dat verdachte zich, door de psychotische situatie waarin hij verkeerde, niet heeft kunnen beraden zodat er geen sprake is van voorbedachte rade.

De rechtbank verwerpt dit verweer alleen al omdat de rechtbank, zoals hierna overwogen, tot de conclusie zal komen dat verdachte niet volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden geacht. Overigens sluit, blijkens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad (onder meer LJN BB4959 en LJN BK8507), de enkele omstandigheid dat de keuzevrijheid van de verdachte ten tijde van het feit zodanig is aangetast dat het bewezenklaarde hem niet kan worden toegerekend, niet uit dat er sprake is van voorbedachte raad.

ten aanzien van de feiten 2 en 3

5.2.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft gerequireerd tot bewezenverklaring van de feiten 2 en 3.

De verdediging stelt zich op het standpunt dat voor beide feiten tot het bewijs gekomen kan worden. Voor wat betreft de vraag of er sprake is van zwaar lichamelijk letsel refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

5.2.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Op 9 december 2011 werden de verbalisanten [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] naar de [adres 4] in Haaksbergen gestuurd. Verdachte bevond zich in die woning. Verdachte werd te verstaan gegeven dat hij die woning moest verlaten. Op het moment dat hij de woning verliet schold hij de verbalisant [slachtoffer 2] uit met de woorden 'Rot toch op vieze kankermongool, flikker een end op'.

Verbalisanten wilden verdachte hierop aanhouden ter zake belediging. De verbalisant [slachtoffer 3] probeerde verdachte van achteren met een nekklem naar de grond te krijgen. Verdachte liep echter gewoon door, draaiend met zijn lichaam. Vervolgens probeerde verdachte het dienstwapen van de verbalisant uit de holster te trekken. De verbalisant [slachtoffer 2] spoot hierop pepperspray in het gezicht van verdachte, maar dit belette verdachte niet om door te gaan. Verdachte pakte hierna de testikels van de verbalisant [slachtoffer 3] vast en ging daarmee draaien. Verdachte en de verbalisant [slachtoffer 3] kwamen te vallen, waarbij verdachte op de verbalisant viel. Als gevolg daarvan brak de verbalisant [slachtoffer 3] zijn kuitbeen en ontstond er een scheurtje in zijn schouderpees. Uiteindelijk lukte het om verdachte onder controle te krijgen.

Op grond van vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan belediging van een politieambtenaar en aan wederspannigheid, waarbij een politieambtenaar zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.

5.3

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het sub 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 10 augustus 2012 in de gemeente Haaksbergen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1], van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, genoemde [slachtoffer 1] meermalen met een stanleymes in de hals en de keel en de kin en de borst en de handen gestoken en gesneden , tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden.

2.

hij op 9 december 2011in de gemeente Haaksbergen, opzettelijk beledigend een politieambtenaar genaamd [benadeelde 3], hoofdagent van de regiopolitie Twente, gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Rot toch op vieze kanker mongool, flikker een end op".

3.

hij op 9 december 2011in de gemeente Haaksbergen, toen aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtenaren, te weten [benadeelde 3] en [slachtoffer 3] van de regiopolitie Twente, verdachte op verdenking van belediging op heterdaad ontdekt, hadden aangehouden en vastgegrepen teneinde hem ten spoedigste te geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een politiebureau, zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening

- door te rukken en te trekken in een richting tegengesteld aan die, waarin die ambtenaren verdachte trachtten te geleiden en

- door met kracht zijn bovenlichaam en armen heen en weer te bewegen/zwaaien en

- door meermalen met kracht aan het zich in de holster bevindende dienstwapen van die [slachtoffer 3] voornoemd te trekken en

- door met kracht de genitaliën van voornoemde [slachtoffer 3] vast te pakken en deze genitaliën om te draaien en

- door opzettelijk gewelddadig tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] te duwen waarbij die [slachtoffer 3] ten val kwam,

ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 3] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, te weten een gebroken kuitbeen en armletsel.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte sub 1 primair, 2 en 3 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het sub 1 primair bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 289 Sr., het sub 2 bewezenverklaarde bij de artikelen 266 en 267 Sr. en het sub 3 bewezenverklaarde bij de artikelen 180 en 181 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 primair het misdrijf: moord;

feit 2 het misdrijf: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

feit 3 het misdrijf: wederspannigheid, terwijl het misdrijf zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Over verdachte is op 18 juli 2013 een rapport uitgebracht door J. Heerschop, psycholoog en J. Marx, psychiater, beiden verbonden aan het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, locatie Pieter Baan Centrum. Dit rapport houdt onder meer het volgende in. Bij betrokkene is sprake van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Betrokkene heeft de afgelopen twee jaren drie geobjectiveerde psychosen doorgemaakt. De psychosen worden gekenmerkt door achterdocht en achtervolgingswaanzin. Daarnaast is er sprake van affectvervlakking en cognitieve achteruitgang. Gesproken kan worden van paranoïde schizofrenie. Betrokkene claimt zich de omstandigheden rondom de tenlastegelegde feiten niet te kunnen herinneren en ontkent dat er sprake was van psychiatrische klachten. Op basis van de beschikbare informatie is het echter evident dat betrokkene ten tijde van de tenlastegelegde feiten floride psychotisch was. Voorafgaande aan het tenlastegelegde feit 1 wordt door betrokkenes familie beschreven dat hij gestopt was met de inname van antipsychotische medicatie en dat zijn toestand verslechterde. Hij toonde zich in toenemende mate achterdochtig, dacht dat er een complot tegen hem gaande was, verschanste zich in zijn huis en was bij tijden prikkelbaar en geagiteerd.

In de periode voorafgaand aan de tenlastegelegde feiten 2 en 3 is in toenemende mate sprake van achterdocht. Betrokkene dacht dat hij achtervolgd werd, bracht extra sloten en beveiligingscamera's aan in zijn woning, gedroeg zich agressief in het verkeer en bewapende zich met een mes. Op het moment dat hij werd geconfronteerd met de agenten verweerde hij zich hevig, zeer waarschijnlijk uit angst, voortkomend vanuit het paranoïde psychiatrische toestandsbeeld. Onderzoekers achten het aannemelijk dat de beschreven ziekelijke stoornis ten tijde van de feiten 2 en 3 een aanzienlijke invloed heeft gehad, op grond waarvan wordt geadviseerd om hem voor deze feiten als sterk verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

Uit de beschikbare informatie valt te reconstrueren dat betrokkene in de periode voorafgaand aan het sub 1 tenlastegelegde opnieuw toenemend psychotisch was, waarbij hij de diepgewortelde overtuiging had ontwikkeld dat hij bedreigd werd. Onderzoekers zijn van mening dat bij betrokkene ten tijde van het sub 1 tenlastegelegde feit sprake was van een floride psychotisch toestandsbeeld dat bij de totstandkoming hiervan ook in aanzienlijke, mogelijk volledige mate van invloed is geweest. Hoewel een wisselwerking met de realiteit de mogelijkheid van een volledige doorwerking van de psychose in het tenlastegelegde geenszins uitsluit, achten onderzoekers zich op basis van de beschikbare informatie niet in staat om binnen hun deskundigheid een dergelijke conclusie hard te onderbouwen. Geadviseerd wordt om betrokkene voor het onder feit 1 tenlastegelegde als sterk verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

Schizofrenie is een ernstige chronische ziekte die zich kenmerkt door al dan niet langdurig bestaande psychotische perioden, met daartussen mogelijke psychosevrije intervallen en – in een aanzienlijk deel van de ziektegevallen – een proces waarin na elke psychotische episode de cognitieve en emotionele kwaliteiten afnemen. De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat betrokkene zeer snel psychotisch kan ontregelen, in het bijzonder als hij zijn voorgeschreven antipsychotische medicatie niet inneemt. Bij betrokkene ontbreekt ieder ziektebesef en hij is van mening dat hij geen medicatie nodig heeft. Het is dan ook hoogst waarschijnlijk dat hij stopt met zijn medicijnen als hij daar enigszins de mogelijkheid toe heeft. Betrokkene is niet gemotiveerd om een behandeling aan te gaan. Zodoende wordt de kans op recidive, buiten een gestructureerde setting, als hoog ingeschat.

De behandeling van schizofrenie is complex en langdurig. De basis voor een succesvolle behandeling wordt gevormd door anti psychotische medicatie. Betrokkene dient deze medicatie langdurig (mogelijk levenslang) te gebruiken. Gezien de oppositionele houding van betrokkene ten aanzien van medicatie en behandeling zal eerst aandacht moeten worden besteed aan psycho-educatie, waarbij te zijner tijd nog andere dan de huidige medicatie kan worden overwogen. Het is dan ook de verwachting dat een behandeling langer dan een jaar zal gaan duren.

Gelet op de ernst van de stoornis, het gebrekkige ziektebesef, het hoge recidiverisico en de noodzaak tot langdurige behandeling wordt geadviseerd om de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging op te leggen.

Ter terechtzitting is de psychiater Marx als deskundige gehoord. Hij heeft gepersisteerd bij de inhoud van het rapport en heeft daarnaast nog, zakelijk weergegeven, verklaard:

"Opvallend verschil tussen feit 1 enerzijds en de feiten 2 en 3 anderzijds is dat je bij de feiten 2 en 3 zou kunnen spreken van een "kat in het nauw" principe. Bij feit 1 lijkt het erop dat hij op zoek gaat naar het slachtoffer. Bij feit 1 is er mogelijk sprake van een motief waar wij geen weet van hebben. Ik weet niet waarom hij over de periode tussen december 2011 en augustus 2012 wel kan verklaren en geen geheugenproblemen heeft.

Het is mogelijk dat hij een bepaalde strategie volgt door zich niets te herinneren van deze feiten. Ik kan dat niet uitsluiten. Een bepaalde mate van geheugenproblemen is geobjectiveerd. Het valt wel op dat hij weinig herinneringen heeft aan de periode van het afglijden. Veel vragen worden door hem niet beantwoord. Ik weet niet of hij het niet weet, of dat hij niet wil antwoorden. Bij een psychose worden herinneringen wel vervormd, maar het wordt geen zwart gat. Ik herken het niet vanuit mijn deskundigheid dat mensen met deze psychose geheugenverlies hebben. Er is ook sprake van affectvervlakking".

De rechtbank acht de rapportage met de daarin opgenomen conclusies goed onderbouwd en komt op basis van die rapportage en door hetgeen door de deskundige Marx ter terechtzitting aanvullend is verklaard tot het oordeel dat verdachte ter zake van het hem tenlastegelegde sterk verminderd toerekeningsvatbaar is en dat aan hem ter zake van het onder feit 1 primair bewezenverklaarde en het onder 3 bewezenverklaarde de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging moet worden opgelegd.

De rechtbank stelt vast dat aan de wettelijke voorwaarden voor de oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling is voldaan. Bij verdachte was ten tijde van het begaan van de feiten sprake van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Verder zijn de sub 1 primair en sub 3 bewezenverklaarde feiten misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld en de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist het opleggen van deze maatregel. In verband met de duur van de maatregel stelt de rechtbank vast dat sprake is van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen als bedoeld in artikel 38e, eerste lid Sr. De totale duur van de maatregel kan daarom een periode van vier jaren te boven gaan.

De rechtbank is daarnaast van oordeel dat aan verdachte tevens een vrijheidsstraf moet worden opgelegd. De rechtbank heeft daarbij het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 10 augustus 2012 het leven ontnomen aan [slachtoffer 1], een 35-jarige vrouw met wie verdachte een vriendschappelijke relatie onderhield. Het slachtoffer was een door haar omgeving geliefd persoon. Haar dood heeft niet alleen onherstelbaar leed teweeg gebracht bij de nabestaanden, maar ook diepe sporen nagelaten bij de vrienden en bekenden. Zij moeten hun leven weer proberen op te bouwen in de wetenschap dat hieraan iemand blijvend ontbreekt.

Daarnaast wordt door een feit als dit de rechtsorde in hoge mate geschokt. Het heeft zich voltrokken op de openbare weg voor de ogen van een aantal getuigen dat heeft moeten aanschouwen hoe het slachtoffer om het leven werd gebracht. Getuigen hebben nog geprobeerd om verdachte van het slachtoffer af te trekken, maar dat is hen niet gelukt omdat verdachte zijn arm met grote kracht om de hals van het slachtoffer geklemd hield. Ook het feit dat verdachte, nadat hij van het slachtoffer was afgehaald, haar een aantal keren hard tegen het hoofd heeft geschopt en vervolgens opnieuw bovenop haar is gesprongen, is door getuigen als schokkend ervaren en bevestigt eens en te meer de conclusie dat het handelen van verdachte uitsluitend en alleen gericht was op het doden van het slachtoffer.

Daarnaast rekent de rechtbank het de verdachte zwaar aan dat hij de verbalisant [slachtoffer 3] op ernstige wijze heeft mishandeld. De verbalisanten stonden volledig in hun recht toen zij wilden overgaan tot de aanhouding van verdachte en verdachte had zich hieraan dienen te onderwerpen. De situatie die hierop is ontstaan, is in de beleving van met name de verbalisant [slachtoffer 3] levensbedreigend geweest. Verdachte heeft meerdere keren geprobeerd om het dienstpistool uit de holster van deze verbalisant te trekken. De verbalisant [slachtoffer 3] heeft onder de omstandigheden waarin het incident met verdachte zich voltrok, met recht mogen denken dat zijn laatste uur geslagen had. Verdachte heeft deze verbalisant bij zijn geslachtsdelen gepakt en hem zeer ernstig pijn gedaan. Het feit dat de verbalisant heeft verklaard dat hij verdachte letterlijk de ogen uit heeft willen krabben om het gewelddadige handelen van verdachte tegen hem te stoppen, zegt voldoende. Uit de door de verbalisant [slachtoffer 3] ingediende vordering tot schadevergoeding en de ter terechtzitting door [vertegenwoordiger verbalisant 2] van de politie Twente namens [slachtoffer 3] gegeven toelichting blijkt dat [slachtoffer 3] inmiddels voor 12% arbeidsongeschikt is verklaard en dat hij daardoor niet meer in staat is om te kunnen voldoen aan de eisen voor certificering in het kader van het mogen dragen van geweldsmiddelen zoals een vuurwapen. Daardoor kan [slachtoffer 3] na een langjarig dienstverband bij de politie zijn reguliere taken als politieambtenaar in de uitvoerende politiedienst op straat niet meer uitoefenen. Verdachte is degene die hiervoor verantwoordelijk moet worden gehouden. De opmerking van verdachte ter terechtzitting dat hij het zwaar overdreven vindt wat de verbalisant verklaart over wat hij eraan over heeft gehouden en tevens de opmerking van verdachte dat hij dan maar ander werk moet gaan zoeken, is naar het oordeel van de rechtbank niet alleen volstrekt respectloos maar ook een grove miskenning van hetgeen deze politieambtenaar is overkomen.

Op de bewezenverklaarde moord staat de hoogste strafbedreiging die de wet kent, te weten levenslange gevangenisstraf of tijdelijke gevangenisstraf voor de duur van dertig jaren. Daarbij wordt uitgegaan van een dader die volledig toerekeningsvatbaar geacht kan worden voor zijn handelen. Bij verdachte is sprake van sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid, hetgeen een verlagende invloed heeft op de op te leggen straf. Dat geldt ook voor de onder 2 en 3 bewezenverklaarde feiten. Door de officier van justitie is ter zake van de onder feit 1 subsidiair tenlastegelegde doodslag en het onder 2 en 3 tenlastegelegde een gevangenisstraf geëist van vier jaren. Nog daargelaten dat de rechtbank met betrekking tot het onder feit 1 tenlastegelegde tot een ander bewijsoordeel komt dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het opleggen van een dergelijke vrijheidsstraf onvoldoende recht zou doen aan de ernst van de bewezenverklaarde feiten. De rechtbank zal daarom aan verdachte een hogere gevangenisstraf opleggen dan door de officier van justitie is geëist. Daarbij betrekt de rechtbank eveneens de strafbedreiging zoals die geldt voor het sub 3 bewezenverklaarde feit, te weten een maximale gevangenisstraf van zeven jaren en zes maanden.

Alles in aanmerking nemend is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van zeven jaren passend en geboden is.

De raadsman heeft verzocht om, voor het geval de rechtbank overgaat tot het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege, de verpleging al te laten ingaan nadat een derde gedeelte van de vrijheidsstraf zal zijn ondergaan.

De rechtbank zal dit verzoek niet honoreren aangezien zij hiervoor noch in de over verdachte uitgebrachte rapportage noch uit de behandeling ter terechtzitting aanknopingspunten heeft gevonden.

8.2

De inbeslaggenomen voorwerpen

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen stanleymes vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, omdat met dit mes het sub 1 primair bewezenverklaarde feit is begaan en dit mes van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

9 De schade van benadeelden

9.1

De vordering van de benadeelde partijen

1.

[benadeelde 1], wonende te [woonplaats] aan de [adres 5], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 1.962,70, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in zijn vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk en overigens ook niet weersproken. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van

€ 1.962,70, inclusief de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

2.

Erven [slachtoffer 1], vertegenwoordigd door [benadeelde 2], p/a [woonplaats], [adres 6], hebben zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 1.445,75, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in de vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk en overigens ook niet weersproken. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van

€ 1.445,75, inclusief de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

3.

[benadeelde 2], wonende te [woonplaats] aan de [adres 6], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 2.124,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De officier van justitie heeft toewijzing gevorderd van een bedrag van € 296,-, te vermeerderen met de wettelijke rente, met niet-ontvankelijk verklaring van het overige deel van de vordering. Ter terechtzitting is namens de benadeelde partij meegedeeld akkoord te gaan met het bedrag dat door de officier van justitie is gevorderd en af te zien van het meer gevorderde.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk en overigens ook niet weersproken. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 296,-, inclusief de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

4.

[benadeelde 3], domicilie kiezend te [woonplaats] aan [adres 7], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 450,-.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in de vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer.

Anders dan de raadsman vindt de rechtbank de vordering voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 450,-. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

5.

[slachtoffer 3], domicilie kiezend te [woonplaats] aan [adres 7], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 8.566,13.

Dit is gevorderd als “voorschot”. De rechtbank begrijpt dit als een vordering tot schadevergoeding van slechts een deel van de geleden schade. De benadeelde partij behoudt zich kennelijk het recht voor een ander deel van de schade buiten het strafgeding van verdachte te vorderen.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in de vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. Anders dan de officier van justitie en de raadsman vindt de rechtbank het gevorderde bedrag aan immateriële schadevergoeding voldoende onderbouwd en aannemelijk. Het gevorderde bedrag aan materiële schadevergoeding is eveneens onderbouwd en overigens ook niet weersproken en wordt dus voor het volledige bedrag toegewezen. De rechtbank zal daarom het gevorderde aan immateriële en materiële schadevergoeding toewijzen tot een bedrag van € 8.566,13. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

9.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij telkens de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schades die door de feiten zijn toegebracht.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 27, 36b, 36c, 37a, 37b en 57 Sr.

12 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het sub 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte sub 1 primair, 2 en 3 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

    feit 1: moord;

    feit 2: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

feit 3: wederspannigheid, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder sub 1 primair, 2 en 3 bewezenverklaarde.

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven (7) jaren;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

maatregel

  • -

    gelast de terbeschikkingstelling van verdachte ter zake van het onder feit 1 primair en het onder feit 3 bewezenverklaarde en beveelt dat verdachte van overheidswege zal worden verpleegd.

  • -

    verstaat dat de maatregel wordt opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen en gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

schadevergoeding

1.

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 1] van een bedrag van € 1.962,70, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2012;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 primair tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.962,70, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2012, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 29 dagen zal worden toegepast;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

2.

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Erven [slachtoffer 1] van een bedrag van € 1.445,75, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2012;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 primair tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.445,75, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2012, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 24 dagen zal worden toegepast;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

3.

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 2] van een bedrag van € 296,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2012;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 primair tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 296,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2012, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 5 dagen zal worden toegepast;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    verklaart de vordering van benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk;

4.

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 3] van een bedrag van € 450,-;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 primair tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 450,- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 9 dagen zal worden toegepast;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

5.

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] bij wijze van voorschot van een bedrag van € 8.566,13;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 primair tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 8.566,13 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 77 dagen zal worden toegepast;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

de inbeslaggenomen voorwerpen

- verklaart het inbeslaggenomen stanleymes onttrokken aan het verkeer.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M.M. Bordenga, voorzitter, mr. G.J. Stoové en mr. B.W.M. Hendriks, rechters, in tegenwoordigheid van J. Last, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 6 september 2013.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de politie Twente met nummer 20121109-1100-051421 en met nummer PLO5CB 2011116887. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

ten aanzien van het sub 1 primair tenlastegelegde:

1.

het proces-verbaal van bevindingen van 11 augustus 2012, pagina 18 en 19, inhoudende, zakelijk weergegeven, het relaas van de verbalisanten:

Op 10 augustus 2012, omstreeks 21.21 uur, kregen wij de opdracht te gaan naar perceel [adres 1] te Haaksbergen in verband met een steekpartij. Voor perceel [adres 1] zagen wij tussen de schuur aan de voorzijde van genoemde woning en de schuur van perceel [huisnummer 2] een vrouw op haar rug liggen. Dit bleek later het slachtoffer [slachtoffer 1] te zijn. Wij zagen dat zij bij haar hals en in het gelaat bebloed was. Boven op haar lag een man die [slachtoffer 1] met zijn beide armen in een wurggreep om haar hals hield. Dit bleek later de verdachte [verdachte] te zijn. Wij hebben geroepen dat wij van de politie waren. De man reageerde hier niet op en bleef vasthouden. Wij hebben met kracht aan de beide armen van de verdachte getrokken om het slachtoffer te bevrijden. Met moeite konden wij verdachte van het slachtoffer lostrekken en boeien. Op een afstand van ongeveer 1 meter van het slachtoffer werd een bebloed stanleymes aangetroffen.

2.

het proces-verbaal verhoor van getuige [getuige 1] van 16 augustus 2012, pagina 48 t/m 51, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 10 augustus 2012, omstreeks 21.20 uur, bevond ik mij in de woning van mijn moeder aan de [adres 8] te Haaksbergen. Mijn dochter gaf aan dat er al enige tijd hard werd geschreeuwd. Zij had ook gehoord dat er werd geroepen "help me". Toen ik buiten kwam hoorde ik ook dat er hard werd geschreeuwd. Ik liep toen in de richting van het geluid. [getuige 3] kwam uit de richting vanwaar het geluid vandaan kwam. Komend op het tweede parkeerplaatsje voor perceel [huisnummer 1] zag ik dat daar een man bovenop een vrouw zat. Beide personen lagen enigszins schuin op de tegelverharding tussen het schuurtje van perceel [huisnummer 1] en de erfafscheiding met perceel [huisnummer 2]. Ik zag dat de vrouw op haar buik lag en ik dacht dat de man de bloeding van die vrouw probeerde te stelpen. Ik zag een stanleymes liggen rechts van de man. Het mesje was uit de houder. Het was rood van het bloed. Volgens mij noemde de man ook de naam [slachtoffer 1]. Ik zag veel bloed op de rug van de vrouw. Ik hoorde nog dat de vrouw enkele keren riep: "Help me, help me". Ik probeerde contact te krijgen met de man, maar hij bleef gefocussed op de vrouw. Ik zei tegen de man: "Ze is rustig, laat haar los. Wat doe je nu?". De man reageerde niet op mijn woorden.

Na enige tijd pakte ik de man bij de arm, om de greep om de hals los te krijgen. De greep van de man was stevig zodat het niet op eenvoudige wijze en direct lukte om de vrouw los te krijgen. Het mes heb ik weggetrapt. Ik trok aan de arm van de man zodat hij de vrouw los zou laten. Dat lukte na enige tijd. Ik zag toen dat de man met zijn voet tot twee keer toe met al zijn kracht en vol agressie op het hoofd stampte.

Ik zag toen dat de man zich opnieuw op de vrouw stortte en haar weer met kracht pakte. Inmiddels was er een man bijgekomen. Ik hoorde dat hij zei: "[verdachte] laat los, [verdachte] laat los". Samen probeerden we de man van de vrouw af te krijgen. Dat lukte niet want hij hield de vrouw stevig vast, met kracht en vastberaden. Met ons tweeën hebben we geprobeerd om de handen van de man los te krijgen. Dat lukte ons alleen met de linkerarm van de man. De man had de vrouw met zijn armen om de hals/nek in een soort wurggreep. Toen de politie er was zag ik dat hij met zijn armen de vrouw opnieuw verwurgend vast had.

3.

het proces-verbaal verhoor van getuige [getuige 2] van 11 augustus 2012, pagina 52 t/m 54, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 10 augustus 2012, omstreeks 21.30 uur, ben ik getuige geweest van een dodelijke steekpartij. Ik was samen met mijn vrouw op bezoek bij mijn buurvrouw aan de [adres 9] in Haaksbergen. Wij zaten in de tuin. Wij hoorden geschreeuw vanuit de buurt. Ik kon horen dat het één persoon was die aan het schreeuwen was. Ik hoorde dat er paniek klonk in de schreeuw. Ik ben in de richting van het geschreeuw gelopen. Ik ben naar de [straatnaam 1] gelopen. Ik liep langzaam dichterbij en op dat moment zag ik dat [verdachte] daar was. Ik zag dat [verdachte] op de knieën zat bij een vrouw. Ik zag dat de vrouw op de grond op haar buik lag. Ik herkende de vrouw als zijnde [slachtoffer 1]. Ik zag dat [verdachte] met zijn knieën bij het hoofd van [slachtoffer 1] zat. Hij hing over het hoofd van [slachtoffer 1] heen. Ik zag dat hij het hoofd van [slachtoffer 1] vast hield. [verdachte] had [slachtoffer 1] met beide handen vast in de omgeving van keel en kin. Ik zag dat [slachtoffer 1] hevig bloedde. Ik hoorde [slachtoffer 1] zeggen: "[verdachte], nee niet doen". Ik hoorde dat [verdachte] haar probeerde rustig te krijgen. Ik hoorde hem zeggen: "Blijf rustig". Ik ben op mijn hurken naast [verdachte] en [slachtoffer 1] gaan zitten. Ik heb meerdere keren tegen [verdachte] gezegd dat hij [slachtoffer 1] moest loslaten, maar ik zag dat [verdachte] dit niet deed. Hij bleef maar herhalen dat hij [slachtoffer 1] moest helpen en dat [slachtoffer 1] rustig moest blijven. Samen met mij was er nog een omstander bij. Ik ben tegen [verdachte] gaan schreeuwen dat hij weg moest gaan. Ook heb ik geprobeerd [verdachte] weg te drukken. Ik zag dat [verdachte] zich begon te verzetten. Op het moment dat de politie erbij was, hebben deze [verdachte] vastgepakt. Ze hebben met veel moeite [verdachte] vastgehouden en van [slachtoffer 1] afgehaald.

4.

het proces-verbaal verhoor van getuige [getuige 3] van 12 augustus 2012, pagina 60 t/m 63, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 10 augustus 2012 was ik aan de [adres 10] in Haaksbergen. Omstreeks 21.00 uur liepen wij naar de [straatnaam 1], waar wij wonen. Op een gegeven moment hoorden wij een hard geschreeuw. Ik hoorde dat mijn vrouw zei: "Dat is [slachtoffer 1]". Ik zag dat [slachtoffer 1] tegen de muur van haar schuur stond. Ik zag dat er een man tegen haar aanstond. Ik herkende hem als [verdachte]. Ik hoorde dat [slachtoffer 1] zei: "Hou op, hou op, doe rustig". In één keer zag ik [slachtoffer 1] wegrennen. Ik zag dat [verdachte] er direct achteraan kwam. Ik zag dat [slachtoffer 1] viel en dat [verdachte] er boven zat. Ik zag dat [verdachte] [slachtoffer 1] in een verwurging had. Ik zag opeens ook heel veel bloed. Ik ben met [getuige 1] naar [verdachte] en [slachtoffer 1] gelopen. Ik zag dat [slachtoffer 1] op haar buik lag en dat [verdachte] op haar zat. Ik zag dat [verdachte] haar in een verwurging had. Ik hoorde dat [verdachte] tegen [slachtoffer 1] zei: Rustig, rustig". [getuige 1] pakte [verdachte] bij de arm waarmee hij [slachtoffer 1] om de nek had. [getuige 1] trok de arm los en op dat moment zag ik een stanleymes wegvallen.

Nadat het mes weg viel, zag ik dat [verdachte] opstond. Ik zag dat [verdachte] vervolgens met heel veel agressie en met volle kracht tot drie maal toe met zijn rechtervoet keihard op het achterhoofd van [slachtoffer 1] trapte. Toen [verdachte] van [slachtoffer 1] afkwam zag ik dat [slachtoffer 1] haar hoofd iets optilde. Dat was ook het moment dat [verdachte] haar zo keihard trapte. De politie kwam er op dat moment aan en ik zag dat de politie [verdachte] op zijn buik op de grond legde.

5.

het proces-verbaal verhoor van getuige [getuige 4] van 12 augustus 2012, pagina 97 t/m 99, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 10 augustus 2012 liepen mijn man en ik in de [straatnaam 1]. Op het moment dat ik voor nummer [huisnummer 3] stond hoorde ik een heel apart gekrijs. Ik kon horen dat het uit de hoek kwam waar [slachtoffer 1] woont. Ik ben doorgelopen en ongeveer blijven staan bij de auto van [slachtoffer 1]. Ik zag op dat moment wat er gebeurde. Ik zag dat [slachtoffer 1] van haar eigen erf af kwam lopen. Ik zag dat zij vast werd gehouden door een man. Deze man had haar bij haar bovenlichaam vast. Het was een soort worsteling. Ik zag dat de man [slachtoffer 1] tegen het schuurtje van de buurman van [slachtoffer 1] drukte. [slachtoffer 1] kon geen kant meer op. Ik hoorde dat [slachtoffer 1] riep dat de man haar met rust moest laten en dat de man haar los moest laten. [slachtoffer 1] zei dit tussen het gillen door. Ik zag dat [slachtoffer 1] en de man een paar stappen opzij zetten en daarna samen op de grond vielen. Ik zag dat [slachtoffer 1] op haar buik terecht kwam. Ik zag dat [slachtoffer 1] zich nog een keer oprichtte. Ik kon haar hoofd en bovenlichaam zien en ik zag dat [slachtoffer 1] helemaal onder het bloed zat.

6.

het proces-verbaal verhoor van getuige [getuige 5] van 11 augustus 2012, pagina 101 t/m 103, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Met mijn gezin woon ik al ruim 30 jaar in perceel [adres 1] in Haaksbergen. Sinds een jaar of 6 wonen de buren [slachtoffer 1] en haar man [echtenoot slachtoffer] bij ons naast, op nummer [huisnummer 4]. Gisteravond (de rechtbank begrijpt 10 augustus 2012) zat ik samen met mijn vrouw televisie te kijken. Zowel mijn vrouw als ik hoorden na verloop van tijd een hevig geschreeuw buiten. Het geschreeuw was heel hevig en daarom stond ik op en liep vanuit de woonkamer door de gang naar de voordeur en opende ik de voordeur van mijn woning. Ik zag direct dat onze buurvrouw, [slachtoffer 1], bij ons voor de woning op de grond lag. Ik zag dat een mij onbekende man min of meer bovenop de buurvrouw lag. De buurvrouw lag met het hoofd naar de voordeur en met de benen richting straat. Ik zag dat de buurvrouw op de buik lag. De man lag op de knieën en zijn lichaam iets omhoog. Ik zag dat de man met zijn rechterarm de buurvrouw om haar hals had en haar hoofd iets omhoog trok. Ik zag dat de buurvrouw tenminste één gapende wond in haar hals had. Ik zag dat die man een stanleymes in de hand had. Ik zag dat de man dat mes met de scherpe kant tegen, dan wel nagenoeg tegen de hals van (de rechtbank constateert dat de zin kennelijk abusievelijk niet is afgemaakt en leest: ‘[slachtoffer 1] hield’). Ik ben vervolgens de voordeur uitgelopen het tegelpad op tussen onze woning en de straat, dus daar waar de buurvrouw lag.

Ik hoorde die man tussendoor meermalen zeggen : "[slachtoffer 1] rustig, [slachtoffer 1] rustig".

Ik bleef wel op enige afstand omdat die man dat mes in een hand had. Inmiddels kwam mijn vrouw ook naar buiten lopen en ik zei tegen haar dat zij onmiddellijk 112 moest bellen. Mijn vrouw is de woning weer ingelopen en heeft met onze vaste telefoon in de woonkamer, 112 gebeld (…). Ik zag tussendoor, op welk moment kan ik niet terughalen, dat de man die op [slachtoffer 1] lag, het mes had losgelaten, ik zag dat het mes op de grond lag.

Ik zei tegen buurman [getuige 1] "Schop dat mes weg". Ik zag dat hij dat mes toen wegschopte (….) Ik zag dat er twee mannen uit de buurt aan kwamen lopen. Ik weet niet hoe die mannen heten en waar zij precies wonen, maar ik ken ze wel als buurtbewoners.

Ik zag dat beide mannen samen probeerden die man van [slachtoffer 1] af te trekken. Echter dat lukte niet.Vrij snel daarna kwam de politie en met moeite gelukte het de politie die man van [slachtoffer 1] af te halen. Ik zag dat de man waar ik deze verklaring over aflegde, door de politie werd meegenomen.

7.

het proces-verbaal verhoor van getuige [getuige 6] van 16 augustus 2012, pagina 58 t/m 59, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Wij wonen sinds 1976 aan de [adres 2] te Haaksbergen.

Wij kijken uit op het pleintje. Het is dus onze woonkamer die uitkijkt op het pleintje. Het pleintje is eigenlijk het einde van onze straat. Het loopt dus dood. Aan dit pleintje zit een parkeerplaats. Aan weerszijden van het pleintje zitten parkeerplaatsen. In totaal zitten er ongeveer 10 parkeerplaatsen aan dit pleintje.

Aan de overkant van het pleintje woonde dus [slachtoffer 1] (...).

Ik zat vrijdagavond 10 augustus 2012 voor de televisie om de hockeywedstrijd te gaan kijken maar deze was nog niet begonnen. Dit was dus kort voor 21.00 uur. Ik zag dus vanuit mijn woonkamer dat er een zwarte Volkswagen Transporter aan kwam rijden. Ik zag dat deze geparkeerd werd op de ronding, schuin op het pleintje. Laat in de avond werd deze bus opgehaald door het bergingsbedrijf van [naam bedrijf].

8.

het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 11 augustus 2012, pagina 25 t/m 26, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op zaterdag 11 augustus 2012, omstreeks 0:00 uur, was ik, verbalisant, belast met het toezicht op de plaats delict in verband met een dodelijke steekpartij, welke plaats had gevonden op de [straatnaam 1] te Haaksbergen. Ik hoorde dat collega's van de recherche, welke eveneens ter plaatse waren, spraken over de auto van de verdachte. Het was mij bekend dat de auto van de verdachte nog in de omgeving van de plaats delict zou moeten staan. Op het moment dat ik ter plaatse kwam, was mij een zwart gekleurde bestelbus van het fabrieksmerk Volkswagen, type Transporter opgevallen. Deze bestelbus was mij opgevallen doordat deze buiten de vakken en scheef geparkeerd stond. Hierdoor kreeg ik op dat moment het vermoeden dat deze bestelbus de auto van de verdachte kon zijn.

Daarop heb ik het kenteken van deze bestelbus nagetrokken in de database van de Rijksdienst voor het Wegverkeer. Ik zag dat deze bestelbus was voorzien van het kenteken [kenteken]. Bij navraag bleek mij dat dit kenteken op naam was gesteld van:

tenaamgestelde [verdachte], geboren [geboortedatum] 1975, wonende [adres 11] te [woonplaats].

Doordat de door de collega's [politieambtenaar 1] en [politieambtenaar 2] aangehouden verdachte zich ten overstaan van mij [verdachte] had genoemd, wist ik dat het kenteken van de genoemde bestelbus dus op naam van de verdachte stond.

Nadat ik mijn bevindingen door had gegeven aan de betreffende collega's van de recherche, werd besloten dat de bestelbus voor nader sporenonderzoek veilig gesteld diende te worden. Hiertoe werd een berger ingeschakeld.

9.

het proces-verbaal verhoor van getuige [getuige 7] van 10 augustus 2012, pagina 133 t/m 135, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op vrijdag 10 augustus 2012 was ik thuis en had visite van [getuige 8]. [slachtoffer 1] moest werken maar ik heb haar gebeld en zij zou later ook wat komen drinken bij mij thuis. [slachtoffer 1] kwam met de fiets bij mijn woning. Ze kwam omstreeks 19.00 uur bij mij thuis en ze is omstreeks 21.15 uur weggegaan.

10.

het proces-verbaal verhoor van getuige [getuige 8] van 12 augustus 2012, pagina 68 t/m 71, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik ben [getuige 8] en ik ben een vriendin van [getuige 7]. [getuige 7] heeft een lange relatie met [verdachte] achter de rug. [getuige 7] heeft een eigen huisje gekregen aan de [straatnaam 2] in [woonplaats].

Op vrijdag 10 augustus 2012 heb ik ‘s middags afgesproken met [getuige 7]. lk ben die middag om 14.00 uur naar [getuige 7] gegaan. [getuige 7] had [slachtoffer 1] ook nog tussentijds gebeld of zij ook nog even langs zou komen. [slachtoffer 1] moest werken en zou later nog op visite komen. Ik denk dat [slachtoffer 1] omstreeks 19.00 uur bij [getuige 7] thuis kwam. Volgens mij is [slachtoffer 1] vertrokken om 21.15 uur, ja 21.00 uur à 21.15 uur.

11.

het als bijlage bij het proces-verbaal gevoegde sectierapport van 16 oktober 2012 opgemaakt door A. Maes, arts en patholoog, verbonden aan het Nederlands Forensisch Instituut, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Er waren als gevolg van bij leven opgelopen uitwendig inwerkend perforerend en scherprandig klievend geweld steekverwondingen aan de hals met perforatie van de weke delen van de mondbodem en de hals links met in relatie met beide een fors wondbed. Er waren aan beide handen bij leven opgelopen snijletsels. De steek- en snijverwondingen zijn veroorzaakt door steken en snijden met een scherpsnijdend voorwerp en passen bij steken en snijden met een mes. Er waren kneuzingen in de hals, niet samenhangend met de steekverwondingen. Deze letsels zijn het gevolg geweest van uitwendig inwerkend mechanisch geweld op de hals en kunnen passen bij slaan/stompen (met een voorwerp) maar kunnen ook passen bij een of andere vorm, zoals van samendrukkend en/of omsnoerend geweld op de hals.

Hoewel bij de steekverwondingen in de hals geen grote bloedvaten waren geraakt kan het overlijden worden verklaard door massaal bloedverlies als gevolg van de steek- en snijverwondingen tezamen.

ten aanzien van het sub 2 en 3 tenlastegelegde:

1.

het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 3] van 19 december 2011, pagina 25 t/m 28, inhoudende, zakelijk weergegeven, verklaring van aangever:

Ik ben werkzaam als hoofdagent bij de regiopolitie Twente. Op 9 december 2011 had ik dienst met collega [slachtoffer 3]. Wij kregen de melding te gaan naar de [adres 4] te Haaksbergen. Binnen aangekomen werd [verdachte] door de bewoner van de [adres 4] gesommeerd de woning te verlaten. Hieraan gaf [verdachte] geen gehoor. Toen de moeder van [verdachte] vroeg of hij naar buiten wilde gaan, liep hij richting de uitgang. Ik, verbalisant, stond bij de achterdeur en [verdachte] liep bij het naar buiten gaan hard tegen mij aan. In het voorbijlopen hoorde ik [verdachte] roepen: "Rot toch op vieze kankermongool, flikker een end op". Hierop heb ik verdachte verteld dat hij was aangehouden voor belediging. Gelijk hierop greep de verdachte om zich heen en werd de verdachte door ons vastgepakt. Ik zag dat collega [slachtoffer 3] een verwurging aanlegde rond de nek van [verdachte]. Gelijk hierop liep de verdachte met mijn collega [slachtoffer 3] om zijn nek weg. Ik zag dat de verdachte [verdachte] een greep deed naar het dienstpistool van collega [slachtoffer 3]. Ik zag dat [verdachte] als een bezetene aan het dienstwapen begon te trekken. Hierop heb ik, verbalisant, de verdachte met pepperspray in het gezicht gespoten. Ik zag gelijk hierop dat de verdachte en collega [slachtoffer 3] op de grond terechtkwamen. Opnieuw zag ik dat [verdachte] greep in de richting van het vuurwapen en het vuurwapen vastpakte en uit alle macht begon te trekken. Hierop heb ik de verdachte wederom bewerkt met pepperspray. Vervolgens zag ik dat de verdachte het vuurwapen losliet en dat hij mijn collega bij diens genitaliën greep. Op dat moment hoorde ik dat collega [slachtoffer 3] begon te schreeuwen van de pijn. De verdachte lag op dat moment bovenop mijn collega [slachtoffer 3]. Na een aantal ferme trappen van mij liet verdachte mijn collega los. Vervolgens kon ik de verdachte boeien.

2.

het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] van 6 januari 2012, pagina 29 t/m 32, inhoudende, zakelijk weergegeven, verklaring van aangever:

Ik ben werkzaam als brigadier bij de regiopolitie Twente. Op 9 december 2011 had ik dienst met collega [slachtoffer 2]. Wij waren in uniform gekleed. Wij kregen de melding te gaan naar de [adres 4] te Haaksbergen. In de woning bevonden zich twee mannen, die later [verdachte] en zijn broer bleken te zijn en een vrouw die de moeder bleek te zijn.

Ik zag dat een van de mannen zeer agressief overkwam. Ik zag dat de man scheldend en tierend wegliep. Ik hoorde dat de man iets tegen [slachtoffer 2] zei. Ik hoorde dat [slachtoffer 2] zei dat de man hem beledigde. Ik hoorde dat de man zei: "kankermongool". Hierop vertelde mijn collega aan de man dat hij was aangehouden voor belediging. Ik zag dat [slachtoffer 2] de man van voren benaderde en de man probeerde vast te pakken. Ik heb de man van achteren benaderd en geprobeerd met een nekklem onder controle te krijgen en naar de grond te werken. De man was zo sterk dat hij mij gewoon van de grond tilde. Ik merkte dat de man naar links draaide. Tot mijn grote schrik zag en voelde ik dat de man mijn dienstwapen vastpakte en deze met kracht uit de holster wilde trekken. Dat deed de man steeds weer opnieuw. Mijn collega [slachtoffer 2] gebruikte pepperspray tegen de man. De man greep mij vervolgens met zeer veel kracht tussen mijn benen en pakte mijn testikels vast en ging er mee draaien. Ik schreeuwde het uit van de pijn. Ik bukte mij waardoor wij ons evenwicht verloren. Wij vielen samen op de grond. De man viel met zijn gewicht op mij. Ik voelde direct een hevige pijn bij mijn linker enkel. De man bleef mijn testikels vasthouden. Dat deed hij nog steeds met kracht. Het lukte mijn collega [slachtoffer 2] om de man onder controle te krijgen.

Ik ben voor onderzoek naar het ziekenhuis gegaan. Gebleken is dat mijn linker kuitbeen ter hoogte van mijn enkel was gebroken. Verder heb ik veel last van mijn linker schouder. Ik kan mijn linkerarm nauwelijks omhoog tillen.

3.

de als bijlage bij het proces-verbaal gevoegde geneeskundige verklaring, opgemaakt door Ooms, arts, verbonden aan het orthopedisch centrum Oost Nederland, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Achternaam: [slachtoffer 3]

Voornaam: [slachtoffer 3]

Datum waarop voornoemde persoon werd onderzocht: 09/12/2011

Op röntgenfoto's werd een enkelbreuk geconstateerd. Daarnaast aanhoudende schouderpijn. Op de MRI scan is een scheurtje te zien in de schouderpezen. Patiënt wordt gepland voor schouderoperatie met hechten van het scheurtje.