Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:1614

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
25-07-2013
Datum publicatie
30-07-2013
Zaaknummer
C/08/141609 / KG ZA 13-265
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Medewerking verlenen aan transportakte - vervangende toestemming ex artikel 3:300 BW zou niet afdoende zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RVR 2013/107
NJF 2013/381
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/141609 / KG ZA 13-265

datum vonnis: 25 juli 2013 (jk)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Overijssel, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

verder te noemen [eiser],

advocaat: mr. R.F. Vonk te Ede,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

verder te noemen [gedaagde],

in persoon verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding inclusief producties, waaronder het tussen partijen gewezen vonnis van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 12 juli 2013

  • -

    de mondelinge behandeling op 23 juli 2013

  • -

    de pleitnota van [gedaagde]

1.2.

Ter zitting heeft [gedaagde] verzocht om aanhouding van de kort gedingprocedure, omdat hij vanwege de verkorte dagvaardingstermijn in zijn verdediging geschaad zou zijn nu hij niet tijdig een advocaat in de arm heeft kunnen nemen en de zaak niet goed heeft kunnen voorbereiden. Dit verzoek is ter zitting verworpen, nu de inhoud van deze procedure betrekking heeft op hetzelfde geschil, waarover de voorzieningenrechter in deze rechtbank op 12 juli 2013 heeft geoordeeld.

1.3.

Ten slotte hebben partijen vonnis verzocht. Het vonnis is bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

In deze zaak staat het navolgende vast.

2.2.

De voorzieningenrechter neemt de feiten over zoals die in het tussen partijen gewezen vonnis van 12 juli 2013 zijn vastgesteld, welke feiten hier als herhaald en ingelast dienen te worden beschouwd.

2.3.

Het transport van de woning dient uiterlijk 26 juli 2013 plaats te vinden.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert de voorzieningenrechter, zakelijk weergegeven en uitvoerbaar bij voorraad, bij vonnis te bepalen dat [gedaagde] binnen 24 uur na betekening van het te wijzen vonnis zich vervoegd bij notariskantoor Van Putten & Van Apeldoorn te Ede voor zijn medewerking tot doorhaling van de hypothecaire zekerheid op de woning aan de[adres], op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.

3.2.

De voorzieningenrechter neemt ook ten aanzien van hetgeen is overwogen omtrent de standpunten van partijen over uit voormeld vonnis van 12 juli 2013, hetgeen hier als herhaald en ingelast dient te worden beschouwd. [eiser] stelt voorts dat bij vonnis van 12 juli 2013 gegeven vervangende toestemming niet afdoende blijkt. De transporterend notaris dient de hypotheekverstrekker van de koper honderd procent te kunnen garanderen dat de te leveren woning vrij is van hypotheek, waarbij tevens in acht dient te worden genomen dat een eerder op de woning gevestigde hypotheek niet kan herleven. Nu [gedaagde] nog appel kan instellen tegen het gewezen vonnis van 12 juli 2013 en het vonnis aldus nog zou kunnen worden vernietigd kan de notaris niet garanderen dat de op de woning berustende tweede hypotheek blijvend komt te vervallen. Nu de transportdatum uiterlijk op 26 juli 2013 dient plaats te vinden en de beroepstermijn pas veel later verstrijkt heeft [eiser] een spoedeisend belang bij het gevorderde.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De overwegingen van de voorzieningenrechter:

4.1

Het spoedeisend belang volgt uit de aard van de zaak.


4.2. De vordering heeft betrekking op hetzelfde geschil, waarover de voorzieningenrechter in deze rechtbank op 12 juli 2013 een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis heeft gewezen. Diens beslissing luidde als volgt:

“I. Bepaalt dat dit vonnis dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte van [gedaagde] voor elke rechtshandeling die nodig is tot doorhaling van de hypothecaire zekerheid voortvloeiende uit de akte van verdeling en levering d.d. 28 oktober 2010 op de woning aan de [adres]”

[gedaagde] werd daarbij veroordeeld in de proceskosten.

4.3.

[eiser] stelt nu dat de notaris niet met gebruikmaking van het vonnis van 13 juli 2013 de hypotheek kan doorhalen, omdat de notaris aan de hypotheekverstrekker van de koper ‘100% moet garanderen’ dat de te leveren woning vrij is van hypotheek, en dat die garantie niet kan worden gegeven omdat de mogelijkheid bestaat dat dit vonnis in hoger beroep wordt vernietigd. Daarom eist [eiser] nu dat [gedaagde] alsnog wordt veroordeeld om persoonlijk bij de notaris mee te werken aan de doorhaling van de hypotheek.


4.4. [gedaagde] heeft zijn ook in het vorige kort geding ingenomen standpunt herhaald dat hij (zakelijk weergegeven) weigert om mee te werken omdat er nog te veel onduidelijkheden zijn, zodat hij niet kan overzien welke consequenties de gevraagde medewerking voor hem kan hebben.

4.5.

De voorzieningenrechter is het eens met de in het vonnis van 13 juli 2013 neergelegde gemotiveerde verwerping van dat verweer en neemt dat hier over. Hoewel [gedaagde] ook in dit kort geding opnieuw in persoon procedeerde, kan hij kennelijk wel beschikken over advisering door een jurist. De voorzieningenrechter ziet in hetgeen door [gedaagde] bij de mondelinge behandeling naar voren is gebracht geen nieuwe inhoudelijke argumenten, die kunnen leiden tot afwijzing van de vordering.

4.6.

Het vonnis van 13 juli 2013 berust op artikel 3:300 BW, inhoudende dat (voor zover hier van belang) de rechter kan bepalen dat zijn uitspraak dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte van degene, die tot de rechtshandeling gehouden is (in dit geval is dat [gedaagde]).

4.7.

Ingevolge artikel 3:301 BW kan zo’n rechterlijke uitspraak in de openbare registers worden ingeschreven, indien zij uitvoerbaar bij voorraad is verklaard en aan de gedaagde (in dit geval [gedaagde]) is betekend, en sedert die betekening een termijn van veertien dagen is verstreken.

4.8.

Met betrekking tot het risico van vernietiging van het vonnis in hoger beroep vermeldt de Memorie van Toelichting op deze bepaling (Parlementaire Geschiedenis InvW 3, p. 401) dat de mogelijkheid van inschrijving van een krachtens artikel 3:300 BW gewezen rechterlijke uitspraak in de openbare registers moeilijk kan worden gemist, omdat het belang van eiser bij een onverwijlde totstandkoming van de levering zeer dringend kan zijn. “Hoewel (aldus de Memorie van Toelichting) niet is uitgesloten dat de levering achteraf alsnog ongeldig zal blijken, zou het in strijd zijn met de eisen van de praktijk (om) de mogelijkheid van voorzieningen in deze trant af te snijden.”.


4.9. De bedoeling van de wetgever is dus, dat inschrijving in de openbare registers van een vonnis overeenkomstig de artikelen 3:300 en 3:301 BW mogelijk is indien het belang van de eiser dat rechtvaardigt, ook als tegen dat vonnis nog hoger beroep openstaat. De door [eiser] gegeven toelichting en de door hem overgelegde stukken maken niet duidelijk welke beletselen de notaris desondanks tegen inschrijving van het vonnis ziet.

4.10.

De vraag is nu of de door [eiser] nu ingestelde vordering om [gedaagde] te bevelen om (op straffe van een dwangsom) bij de notaris in Ede persoonlijk mee te werken aan doorhaling van de hypotheek, een adequate oplossing is voor het door [eiser] opgeworpen bezwaar, dat volgens de notaris het vonnis van 13 juli 2013 niet in de openbare registers kan worden overgeschreven.

4.11.

De voorzieningenrechter constateert dat het belang [eiser] bij notarieel transport op uiterlijk 26 juli 2013 zeer dringend is, omdat de schade bij niet-levering op die datum zeer aanzienlijk kan zijn en dan niet alleen zal bestaan uit een verbeurde boete, maar ook uit een verplichting tot schadevergoeding voor door de koper (met toestemming van de verkoper) al aan de desbetreffende woning uitgevoerde verbouwingswerkzaamheden.

4.12.

Dit belang moet de doorslag geven, nu niet is gebleken van één of meer concrete tegengestelde belangen aan de zijde van [gedaagde]. Omdat [gedaagde] nog steeds weigert om vrijwillig mee te werken kan een dwangsom niet worden gemist. Wel zal de dwangsom worden gemaximeerd als hierna te melden.

4.13.

Omdat [eiser] echter niet duidelijk heeft gemaakt waarom de hypotheek niet kan worden doorgehaald door middel van inschrijving van het vonnis van 13 juli 2013 komen de kosten van dit tweede kort geding over hetzelfde geschil voor zijn rekening.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Veroordeelt [gedaagde] om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis zich te vervoegen bij notariskantoor Van Putten & Van Apeldoorn, gevestigd te Ede op het adres Stationsweg 36 bij notaris E. Boerkamp, althans een kantoorgenoot van de heer E. Boerkamp, voor zijn medewerking tot doorhaling van de hypothecaire zekerheid op de woning aan de [adres]

II. Bepaalt dat [gedaagde] voor iedere dag dat hij geen gevolg geeft aan het onder I. bepaalde, aan eisers een direct opeisbare dwangsom verbeurt van EUR 50.000,-, tot een maximum van EUR 200.000,-.

III. Veroordeelt [eiser] in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 274,- aan verschotten.

IV. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

V. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. W.K.F. Hangelbroek, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juli 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.