Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:1470

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
09-07-2013
Datum publicatie
17-07-2013
Zaaknummer
414208 CV EXPL 12-6832
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBOVE:2013:1472
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2017:297, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

Eiser maakt in conventie op grond van een tussen partijen bestaande overeenkomst aanspraak op betaling van vastrecht door gedaagde ter zake van levering van warmte. Nu niet kan worden vastgesteld dat er een overeenkomst dan wel een in de huurovereenkomst opgenomen derdenbeding bestaat en gedaagde de levering van warmte al had opgezegd wijst de rechtbank de vordering af. In reconventie vordert gedaagde betaling van in totaal € 13.427,44. Deze vorderingen wijst de rechtbank bij gebreke van een deugelijke onderbouwing, op € 14,80 na, af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer : 414208 CV EXPL 12-6832

Uitspraak : 9 juli 2013 (m.j.)

Vonnis in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Essent Local Energy Solutions B.V.

gevestigd te ‘s-Hertogenbosch

eisende partij in conventie, verweerster in reconventie

hierna ook wel Essent te noemen

gemachtigde: M.G. de Jong, gerechtsdeurwaarders & Incassokantoor te Arnhem

tegen

[gedaagde]

wonende te [adres]

gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie

hierna ook wel [gedaagde] te noemen

zowel in persoon als schriftelijk procederend

1 procedure

Deze blijkt uit de navolgende stukken:

het tussenvonnis d.d. 16 april 2013;

de akte aan de zijde van Essent;

de antwoordakte aan de zijde van [gedaagde].

Vervolgens is de zaak verwezen voor vonnis.

2 de verdere beoordeling

in conventie:

2.1

Bij voormeld tussenvonnis werd Essent bevolen de huurovereenkomst tussen [gedaagde] en zijn verhuurder in het geding te brengen. Essent heeft daarop bij akte aangegeven daartoe niet in staat te zijn omdat de verhuurder, De Woonplaats, daar uit privacy overwegingen niet aan wil meewerken. De Woonplaats heeft daarbij volgens Essent aangegeven dat thans expliciet in de huurovereenkomst is opgenomen dat huurders zich moeten aanmelden voor stadsverwarming indien dit van toepassing is op de betreffende woning. Essent wijst erop dat, nu zij geen huurovereenkomst met een derdenbeding kan overleggen, dit onverlet laat dat er toch op basis van aanbod en aanvaarding een overeenkomst tot stand is gekomen ter zake de levering van warmte.

Die stelling kan volledig door de kantonrechter worden onderschreven.

Er is derhalve sprake (geweest) van een overeenkomst op basis van aanbod en aanvaarding en, zo moet in rechte geconcludeerd worden bij gebreke van de onderliggende huurovereenkomst, géén overeenkomst op basis van een derdenbeding met een bepaling op grond waarvan [gedaagde] gehouden is warmte te blijven afnemen.

Daar waar [gedaagde] het aanbod heeft aanvaard, kon hij de overeenkomst ook opzeggen nu, het zij maar weer eens herhaald, in rechte niet is aangetoond dat er een derdenbeding bestaat. Vanwege die opzegging is [gedaagde] geen vastrecht meer verschuldigd en kan Essent ook geen aanspraak meer op maken op enig vastrecht.

2.2

Het vorenstaande leidt ertoe dat de vordering dient te worden afgewezen onder veroordeling van Essent in de kosten van het geding. Aangezien niet is gebleken dat [gedaagde] kosten voor professionele rechtsbijstand en/of noodzakelijke reis- verblijf- dan wel verletkosten heeft gemaakt, worden deze kosten bepaald op nihil.

in reconventie:

2.3

[gedaagde] vordert in reconventie veroordeling van Essent tot betaling aan hem van in totaal € 13.427,44 welk bedrag onder r.o. 3.4 van het tussenvonnis nader is gespecificeerd. Onweersproken gesteld heeft [gedaagde] met ingang van 1 januari 2005 de overeenkomst tot levering van warmte met Essent opgezegd. Daarover is in conventie geoordeeld dat [gedaagde] die bevoegdheid ook toekwam. Dat leidt ertoe dat betalingen aan Essent met ingang van de opzeggingsdatum als onverschuldigd moeten worden aangemerkt. Echter, op de overeenkomst, consumentenkoop als bedoeld in artikel 7:5 BW, is de verjaringstermijn van twee jaar (7:28 BW) van toepassing. Aangezien [gedaagde] vanaf mei 2009 gestopt is met betalen van de voorschotfacturen resulteert zijn vordering, juist vanwege die verjaring, geen effect. De vordering zal dan ook worden afgewezen.

2.4

De gevorderde kopieerkosten komt wel voor vergoeding in aanmerking, gelet op de aanzienlijke hoeveelheid stukken zoals die door [gedaagde] in tweevoud in het geding zijn gebracht. Het gevorderde bedrag van € 14,80 komt in dat kader niet bovenmatig voor.

2.5

De gevorderde onderzoekskosten worden afgewezen nu er geen enkele noodzaak was om de werking van de warmtemeter te onderzoeken.

2.6

De gevorderde vergoeding wegens onprofessioneel gedrag/ stalking wordt afgewezen. Het staat Essent vrij om te trachten een vermeende vordering te verhalen en dat dat gepaard gaat met de nodige correspondentie e.d. is onvermijdelijk maar dat maakt niet dat sprake is van stalking als bedoeld in artikel 285b Wetboek van Strafrecht.

2.7

De gevorderde vergoeding wegens derving inkomsten wordt eveneens afgewezen bij gebreke van zelfs maar een begin van enig bewijs.

2.8

De bij akte na tussenvonnis ingestelde vordering tot het verwijderen van de eigendommen van Essent uit de woning van [gedaagde] wordt afgewezen. De eigendom waar [gedaagde] kennelijk op doelt is de warmtemeter. Deze meter en het bijbehorende leidingnetwerk zijn geplaatst met toestemming van de eigenaar van de woning, De Woonplaats. Aangezien [gedaagde] geen eigenaar is maar slechts huurder komt hem dienaangaande dan ook geen vorderingsrecht toe zodat zijn vordering dient te woden afgewezen.

2.9

Nu slechts een klein deel van de reconventionele vordering is toegewezen is er voldoende aanleiding om de proceskosten in reconventie te compenseren.

rechtdoende

in conventie:

Wijst de vorderingen af.

Veroordeelt Essent in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op nihil.

in reconventie:

Veroordeelt Essent om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [gedaagde] te betalen het bedrag van € 14,80.

Compenseert de proceskosten in dier voege dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Enschede door mr. H.R.K. Valk kantonrechter, en op 9 juli 2013 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.