Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2015:7503

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
22-12-2015
Datum publicatie
31-12-2015
Zaaknummer
15_6611
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Schorsing omgevingsvergunning Basic Fit

De voorzieningenrechter schorst de omgevingsvergunning voor een fitnesscentrum in Helmond omdat niet op voorhand vast staat dat de benodigde parkeerplaatsen kunnen worden gerealiseerd.

Wetsverwijzingen
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2016/73
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 15/6611

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 december 2015 in de zaak tussen

Sport Citadel Brouwhuis B.V., verzoekster 1

Body Business B.V., verzoekster 2

Werbri Medical Systems B.V., verzoekster 3,

Oswin International V.O.F., verzoekster 4,

Stichting ORO, verzoekster 5,

Houtse Turnvereniging H.T. '35, verzoekster 6,

Fysiotherapiepraktijk Rakthof B.V. verzoekster 7,

te Helmond,

verzoekers,

(gemachtigde: mr. A. Groenewoud.)

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond, verweerder

(gemachtigde: mr. P. Helmus).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: Basic Fit Nederland B.V., te Hoofddorp (vergunninghouder), gemachtigde: [persoon 1] .

Procesverloop

Bij besluit van 14 oktober 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van een autoshowroom tot fitnesscentrum op het perceel [adres] .

Verzoekers hebben tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 december 2015. Verzoekers zijn verschenen bij [persoon 2] , [persoon 3] , [persoon 4] , [persoon 5] , [persoon 6] , bijgestaan door mr. S.J.C. van Keulen als waarnemer van hun gemachtigde vergezeld van R. Mennen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De derde-partij heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- schorst het primaire besluit tot en met de dag na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 331,- aan verzoekers te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 1.304,28, te betalen aan verzoekers.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.

2. De voorzieningenrechter gaat uit van de volgende feiten. In het pand was een autoshowroom gevestigd en de omgevingsvergunning is verleend voor de vestiging van een fitnesscentrum. De door eisers bestreden omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en afwijken van het bestemmingsplan is verleend onder toepassing van 2.12, eerste lid, onder a, sub 2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), in samenhang met artikel 4.1 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. De vestiging van een fitnesscentrum is in strijd met de bestemming op basis van het geldende bestemmingsplan "Rijpelberg". Bij besluit van 24 maart 2015 is een eerdere aanvraag om verlening van een omgevingsvergunning voor het wijzigen van een showroom in een fitnesscentrum geweigerd.

3. Verzoekers 1 en 2 zijn twee fitnesscentra in hetzelfde verzorgingsgebied als het fitnesscentrum van vergunninghouder. De overige verzoekers zijn allen gevestigd op hetzelfde bedrijventerrein waar het fitnesscentrum van vergunninghouder is voorzien. De voorzieningenrechter merkt alle verzoekers als belanghebbenden aan.

4.1

Verzoekers hebben aangevoerd dat onvoldoende is geborgd dat ter plaatse geen zelfstandige fysiotherapiepraktijk wordt gevestigd. Het vergunde project is in het bestreden besluit omschreven als ‘wijzigen autoshowroom tot fitnesscentrum’. Op de tekening bij de aanvraag is voorzien in een ruimte voor een fysiotherapeut. Zij vrezen voor een voorgenomen (mede) gebruik als fysiotherapiepraktijk.

4.2

Desgevraagd heeft verweerder ter zitting aangegeven dat na het primaire besluit is gebleken dat het de bedoeling ter plaatse een zelfstandige fysiotherapiepraktijk te exploiteren die ook is opengesteld voor patiënten die geen lid zijn van het fitnesscentrum. Verweerder denkt deze omissie in de bezwaarfase te herstellen door in de te nemen beslissing op bezwaar ook vergunning te verlenen voor de betreffende fysiotherapiepraktijk.

4.3

Vergunninghouder heeft aangegeven dat er een zelfstandige fysiotherapiepraktijk zal worden gevestigd.

4.4

De voorzieningenrechter is van oordeel dat in het primaire besluit uitsluitend een omgevingsvergunning is verleend voor het afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van een fitnesscentrum en niet ten behoeve van een fysiotherapiepraktijk. Dit volgt evenmin voldoende uit de aanvraag. De voorzieningenrechter beschouwt de door verweerder voorgestane aanvulling als een ingrijpende wijziging waarvoor een aparte aanvraag is vereist. De bezwaarfase leent zich hier niet voor. De voorzieningenrechter neemt hierbij in aanmerking dat een fysiotherapiepraktijk een wezenlijk andere functie heeft dan een fitnesscentrum. Bovendien gelden er andere parkeernormen voor. Deze bezwaargrond zal naar verwachting slagen.

5.1

Verzoekers vrezen een tekort aan parkeerplaatsen op het eigen terrein bij het fitnesscentrum. Zij hebben hierbij gewezen op een aantal fouten in de berekening van het aantal benodigde parkeerplaatsen. Bovendien zijn ze van mening dat de geplande parkeerplaatsen niet bruikbaar zijn omdat ze te klein zijn en onvoldoende bereikbaar. Zij hebben ook gesteld dat er een hogere parkeereis zou moeten worden toegepast op basis van de meest actuele normen van het CROW. Zij vrezen ook een verkeersonveilige situatie als bezoekers hun toevlucht gaan nemen tot parkeren op de openbare weg. De weg op het bedrijventerrein is aan de smalle kant.

5.2

Verweerder heeft in de bezwaarfase reeds erkend dat er niet 56 maar 60 parkeerplaatsen nodig zijn ten behoeve van het project en dat er is voorzien in 61 parkeerplaatsen. Ter zitting heeft verweerder aangegeven hoe het aantal vierkante meters bedrijfsvloeroppervlakte is berekend. Hierbij is de ruimte ‘vide kleedkamer’ niet meegerekend. Desgevraagd heeft verweerder bevestigd dat in het primaire besluit niet is beoogd om een omgevingsvergunning te verlenen voor een ruimte op de eerste verdieping op de plaats van de ruimte ‘vide-kleedkamer’. Dit zal ook niet gebeuren in de beslissing op bezwaar.

5.3

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de omgevingsvergunning niet ziet op het in gebruik nemen van de ruimte ‘vide-kleedkamer’ als fitnesscentrum of fysiotherapiepraktijk. Mocht de ‘vide-kleedkamer’ als aparte ruimte in gebruik worden genomen is hiervoor een omgevingsvergunning vereist. Onder deze omstandigheden mocht verweerder van het door hem berekende aantal vierkante meters bedrijfsvloeroppervlakte uitgaan.

5.4

De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat op de ter zitting getoonde inrichtingstekening met parkeerplaatsen weliswaar is voorzien in 61 parkeerplaatsen maar dat niet op voorhand vast staat dat al deze parkeerplaatsen bruikbaar zijn. Een deel van de ingetekende parkeerplaatsen is kleiner dan de in de artikel 2.5.30, tweede lid van de gemeentelijke bouwverordening voorgeschreven maten. Een deel is bovendien slechts bereikbaar via de openbare weg over drie thans aanwezige langparkeerplaatsen. Weliswaar kan ter plaatse een parkeerverbod worden ingesteld maar hiervoor is nog geen verkeersbesluit genomen. Gelet op de door verzoekers vastgestelde parkeerdruk op het bedrijventerrein staat niet op voorhand vast dat dit verkeersbesluit zal worden genomen. Bij een tekort aan parkeerplaatsen op eigen terrein is niet onaannemelijk dat bezoekers gaan parkeren op de openbare weg met een risico op een verkeersonveilige situatie als gevolg. Deze bezwaargrond zal naar verwachting slagen.

5.5

De voorzieningenrechter laat in het midden of verweerder in afwijking van het geldende parkeerbeleid in kader van een goede ruimtelijke ordening een hogere parkeereis kan stellen aan het fitnesscentrum.

6.1

Verzoekers vrezen voor leegstand van panden door een overcapaciteit aan fitnesscentra en sportscholen in Helmond.

6.2

Het voorkomen van onaanvaardbare leegstand is een aspect van ruimtelijke ordening dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan dient te worden betrokken. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoekers met de verwijzing naar een notitie van bureau Croonen onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat dit risico zal optreden. In deze notitie wordt slechts een verwachting uitgesproken. De voorzieningenrechter merkt verder op dat de oorspronkelijke bestemming op het perceel blijft rusten. Van een duurzame ontwrichting is de voorzieningenrechter overigens niet gebleken. Deze bezwaargrond zal naar verwachting niet slagen.

7.1

Verzoekers vrezen voor overlast van de jonge bezoekers van het fitnesscentrum.

7.2

Vergunninghouder heeft aangegeven om toe te zien op het gedrag van haar bezoekers.

7.3

Mede gelet op de toezegging van vergunninghouder, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de enkele verwachting dat het fitnesscentrum jongeren zal aantrekken, onvoldoende is voor het oordeel dat ter plaatse onaanvaardbare overlast zal optreden. Deze bezwaargrond zal naar verwachting niet slagen.

8.1

Gelet op het bovenstaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat niet op voorhand vaststaat dat het primaire besluit in de bezwaarfase zal standhouden. De voorzieningenrechter neemt hierbij in aanmerking dat op het eerste oog niet valt in te zien hoe op eigen terrein in het aantal benodigde parkeerplaatsen kan worden voorzien. Om een onomkeerbare situatie en een valse start voor het fitnesscentrum te voorkomen, ziet de voorzieningenrechter aanleiding het primaire besluit te schorsen. De wens van vergunninghouder om half januari te openen, leidt niet tot een ander oordeel. Deze haast zou afbreuk kunnen doen aan de noodzaak voor een zorgvuldige heroverweging in de bezwaarfase.

8.2

Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat verweerder aan verzoekers het door hun betaalde griffierecht vergoedt.

8.3

De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 980,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 490,- en een wegingsfactor 1). De voorzieningenrechter kent ook een vergoeding toe voor de door verzoekers gemaakte deskundigenkosten. Deze bepaalt de voorzieningenrechter, gelet op de door verzoekers ter zitting overgelegde factuur op € 324,28 (de gefactureerde € 268,- met 21% BTW).

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.H.M Verhoeven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.J. van der Meiden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 december 2015.

griffier voorzieningenrechter

De griffier is niet in staat
deze uitspraak te ondertekenen.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.