Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2015:1758

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
31-03-2015
Datum publicatie
31-03-2015
Zaaknummer
C/01/286699 / KG ZA 14-744
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Kort geding. Geschil tussen exploitant coffee-corner in ziekenhuis en de stichting die het ziekenhuis exploiteert over de vraag of het de stichting is toegestaan gratis koffie en thee te verstrekken aan bezoekers van de poliklinieken van het ziekenhuis. Vordering toegewezen, omdat het aanbieden van gratis koffie en thee op de poliklinieken door de stichting valt onder het concurrentieverbod als opgenomen in de tussen partijen gesloten huurovereenkomst. Er bestaat voldoende belang bij de gevraagde voorziening, nu de stichting voornemens is het gratis verstrekken van koffie en thee verder uit te breiden en zeer aannemelijk is dat eiseres daardoor schade zal leiden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2015/110
GZR-Updates.nl 2015-0172
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Handelsrecht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/286699 / KG ZA 14-744

Vonnis in kort geding van 31 maart 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ANNAMAAS B.V.,

gevestigd te Geldrop (gemeente Geldrop-Mierlo),

eiseres,

advocaat mr. J.C.B.C. Geerts te Rosmalen (gemeente ‘s-Hertogenbosch),

tegen

de stichting

STICHTING ST. ANNA ZORGGROEP,

gevestigd te Geldrop (gemeente Geldrop-Mierlo),

gedaagde,

advocaat mr. S.G. Ong te Eindhoven.

Partijen zullen hierna Annamaas en de stichting genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 26 november 2014 met producties 1 tot en met 19

  • -

    de conclusie van antwoord van 29 december 2014 met producties 1 tot en met 12

  • -

    de brief van 5 januari 2015 van mr. Geerts met aanvullende producties 20 tot en met 22

  • -

    de brief van 6 januari 2015 van mr. Ong met aanvullende productie 13

  • -

    de mondelinge behandeling van 7 januari 2015 te 9.30 uur

  • -

    de pleitnota van mr. Geerts namens Annamaas

  • -

    de pleitaantekeningen van mr. Geerts n.a.v. de conclusie van antwoord

  • -

    de brief van 26 januari 2015 van mr. Ong met aanvullende producties 14 tot en met 16

  • -

    de brief van 11 maart 2015 van mr. Ong met aanvullende producties 17 en 18

  • -

    de voortgezette mondelinge behandeling op 17 maart 2015.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald op uiterlijk veertien dagen na de zitting.

2 De feiten

2.1.

De stichting exploiteert (onder meer) het St. Anna Ziekenhuis te Geldrop (hierna: het ziekenhuis). In het ziekenhuis bevindt zich een bedrijfsruimte die bestemd is om te gebruiken als ziekenhuiswinkel annex coffee-corner van het ziekenhuis.

2.2.

Sinds 2000 wordt de ziekenhuiswinkel annex coffee-corner geëxploiteerd door Annamaas op basis van een eerste huurovereenkomst van 1 mei 2000 (prod. 4 van Annamaas). In artikel 3.1. van die overeenkomst is bepaald dat deze huurovereenkomst ingaat op 1 mei 2000 en zal eindigen één maand na de datum waarop de nieuw te realiseren dagwinkel - de toenmalige dagwinkel in de centrale hal van de stichting zou namelijk naar elders binnen hetzelfde gebouw worden verplaatst - gebruiksgereed aan Annamaas ter beschikking zou worden gesteld.

2.3.

De aandelen in Annamaas zijn gecertificeerd en worden gehouden door Stichting Administratiekantoor Annamaas (hierna te noemen STAK Annamaas). De Stichting houdt 51 % van de certificaten van de aandelen en de overige 49% van de certificaten van de aandelen worden gehouden door Merk Beheer B.V.., waarvan de heer [naam 1](hierna te noemen: [directeur]) directeur en enig aandeelhouder is. Bestuurders van Annamaas zijn de stichting en Merk Beheer B.V. Het bestuur van STAK Annamaas bestaat uit drie personen, waarvan er één wordt benoemd door de stichting en één door Merk Beheer B.V., waarna zij gezamenlijk de voorzitter benoemen.

2.4.

De feitelijke leiding van de ziekenhuiswinkel annex coffee-corner berust bij [directeur]. Feitelijk medebestuurder van Annamaas is de heer [naam 2] (hierna te noemen: [medebestuurder]) namens de stichting.

2.5.

In de loop van 2009 heeft Annamaas investeringen gedaan om de dagwinkel en coffee-corner te verplaatsen, welke investeringen volgens Annamaas in totaal € 141.329,00 bedragen (prod. 5 van Annamaas).

2.6.

Omdat partijen in 2009 geen overeenstemming konden bereiken over de nieuw vast te stellen huurprijs voor de dagwinkel annex coffee-corner, hebben zij twee makelaars gezamenlijk de opdracht gegeven terzake de hoogte van de vast te stellen huurprijs een advies uit te brengen.

2.7.

De betreffende deskundigen, de heer [naam 3], destijds verbonden aan DTZ Zadelhoff en de heer [naam 4], van RSP Makelaars, hebben dienaangaande een (eerste) advies uitgebracht bij brief van 13 augustus 2009 (productie 6 van Annamaas).

2.8.

Voorafgaand aan de totstandkoming van dit advies hebben de makelaars teneinde tot een correct huurwaarde-oordeel te kunnen komen bij e-mailbericht van 20 juli 2009 een aantal vragen voorgelegd aan [directeur] en [medebestuurder]. Uit de beantwoording van die vragen is onder andere gebleken dat op 21 juli 2009 op bepaalde poli’s op de begane grond van het ziekenhuis middels koffiekannen gratis koffie werd verstrekt en op andere plekken op de begane grond door middel van automaten. [medebestuurder] heeft in reactie op de vraag van de beide makelaars bij e-mailbericht van 22 juli 2009 gemeld dat de stichting na de renovatie zal stoppen met het verstrekken van gratis koffie op de begane grond (prod. 13 van Annamaas).

2.9.

In de uitgangspunten van de waardering door de makelaars is uiteindelijk - voor zover thans van belang - het volgende opgenomen (prod. 6 bij dagvaarding):

“- verhuurder/het St. Anna Ziekenhuis zal met name op het begane grondgedeelte geen gratis koffie verstrekken aan bezoekers;

(…)

- verhuurder zal gedurende de looptijd van de overeenkomst geen concurrerende activiteiten van vergelijkbare omvang en vergelijkbare opzet in of op het terrein van het St. Anna Ziekenhuis ontplooien respectievelijk door derden toestaan.”

2.10.

Naar aanleiding van een verzoek vanuit de vergadering van de STAK Annamaas hebben de beide makelaars bij brief van 15 december 2009 het uitgangspunt “geen concurrerende activiteiten van vergelijkbare omvang en vergelijkbare opzet” als volgt toegelicht (prod. 9 van Annamaas):

“Concurrerende activiteiten: het zelf of door derden in of op het terrein van het ziekenhuis aanbieden of beschikbaar stellen van producten en/of diensten die eveneens toebehoren tot het assortiment en de gebruikelijke exploitatie van huurder Annamaas B.V.”

2.11.

Op 18 december 2009 (prod. 13 van de stichting) heeft de heer [naam 4] een e-mailbericht met de volgende inhoud verzonden aan [medebestuurder]:

“[medebestuurder],

Onderstaand een voorstel / aanzet ter verduidelijking van de tekst vermeld onder “concurrerende activiteiten”.

“Het zelf of door derden in of op het terrein van het ziekenhuis exploiteren of laten exploiteren van een vergelijkbaar terras met coffee-corner; ter verduidelijking: het (gratis) verstrekken van koffie in bijvoorbeeld wachtruimten middels koffie-automaten, het verstrekken van maaltijden , etcetera is een aangelegenheid tussen ziekenhuis en patiënten die nadrukkelijk buiten deze concurrerende activiteiten valt. Met concurrerende activiteiten wordt met name gedoeld het exploiteren van een vergelijkbare ruimte (met een vergelijkbaar assortiment) binnen het complex op commerciële basis”

Graag nog even jouw aanvulling, waarna ik dit vanmiddag met DTZ kan kortsluiten.

Met vriendelijke groet,

RSP Makelaars

[naam 4]

2.12.

Vervolgens heeft [naam 4], eveneens op 18 december 2009, (prod. 10 Annamaas) een e-mailbericht met de volgende inhoud verzonden aan [medebestuurder], met een kopie aan [naam 3]:

Geachte heer [medebestuurder], beste [medebestuurder],

na overleg met de heer [naam 4] van DTZ Zadelhof dient als verduidelijking van de tekst bij “concurrerende activiteiten” als toelichting te gelden:

“het van het ziekenhuis aan patiënten op non-profit basis verstrekken van maaltijden, drank en overige is niet aan te merken als concurrerende activiteit.”

(…)”

2.13.

Annamaas heeft op 20 mei 2010 met de stichting een nieuwe huurovereenkomst gesloten voor de duur van tien jaar met een huurprijs per 1 februari 2010 van € 31.625,00 als aanvangshuurprijs op jaarbasis (prod. 1 van Annamaas). In deze huurovereenkomst is - voor zover thans van belang - het navolgende bepaald:

Uitgangspunten van waardering

(…)

9.5

Verhuurder / het St. Anna Ziekenhuis zal met name op de begane grondgedeelte geen gratis koffie verstrekken aan bezoekers;

(…)

9.10

Verhuurder zal zich onthouden van concurrerende activiteiten door het zelf of door derden in of op het terrein van het ziekenhuis aanbieden of beschikbaar stellen van producten en/of diensten die eveneens toebehoren tot het assortiment en de gebruikelijke exploitatie van huurder. Het van het ziekenhuis aan patiënten en personeel op non-profit basis verstrekken van maaltijden, drank en overige is niet aan te merken als concurrerende activiteit.”

2.14.

Na het aangaan van de nieuwe huurovereenkomst is binnen de STAK Annamaas en tussen Annamaas en de stichting een geschil ontstaan over de mogelijkheid voor de stichting om zelf (gratis) koffie of thee aan te bieden binnen het ziekenhuis, in het bijzonder aan de bezoekers van de poliklinieken. De stichting heeft in 2012 aangekondigd daartoe te zullen overgaan.

2.15.

In de uitgave van het personeelsblad van de stichting Prikbord van 19 januari 2012 blijkt dat het personeel van de stichting op de tweede etage van het ziekenhuis broodjes en frisdrank kan afhalen (prod. 15 van Annamaas). Toen Annamaas bleek dat ook niet-personeelsleden van deze dienst gebruik maakten, heeft zij [medebestuurder] hierop aangesproken en is de verkoop aan derden gestopt.

2.16.

Uit de notitie “Drankvoorziening ontvangstruimtes” van 6 november 2013 blijkt dat de stichting per 1 januari 2014 in vijf ontvangstruimtes drankautomaten wil plaatsen waar patiënten en bezoekers tegen betaling een drankje kunnen gebruiken (prod. 16 van Annamaas).

2.17.

Vervolgens is op initiatief van STAK Annamaas door partijen een mediationtraject gestart, welk traject in april 2014 is gestaakt.

2.18.

Bij emailbericht van 16 juni 2014 heeft het Hoofd Hoteldiensten van de stichting aan Annamaas informatie verstrekt over de invoering van “Aangenaam wachten”, waarin wordt aangekondigd dat in de twee wachtgebieden op de eerste etage C het nieuwe concept zal worden ingevoerd waarbij koffie en thee wordt aangeboden in porselein (prod. 17 van Annamaas).

2.19.

Uit de uitgave van Prikbord van 30 juni 2014 blijkt dat het concept “Aangenaam wachten” is ingevoerd (prod. 18 van Annamaas).

2.20.

Bij brief van 13 oktober 2014 heeft de raadsman van Annamaas aan de stichting verzocht en gesommeerd om iedere inbreuk op het huurcontract, in het bijzonder de artikelen 9.5. en 9.10. te staken en gestaakt te houden (prod. 19 van Annamaas).

3 Het geschil

3.1.

Annamaas vordert zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de stichting te veroordelen om iedere inbreuk op de bepalingen van artikel 9.5 en 9.10 van de huurovereenkomst van partijen van 20 mei 2010 te staken en gestaakt te houden, zulks in het bijzonder door het al dan niet gratis verstrekken van producten en/of diensten behorende tot het gebruikelijke assortiment van Annamaas aan bezoekers van de poliklinieken, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100.000,-- per overtreding, alsmede van

€ 1.000,-- voor iedere dag dat enige overtreding voortduurt, althans op straffe van verbeurte van enige door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen dwangsom, zo nodig met een daaraan te verbinden maximum, alsmede om de stichting te veroordelen in de kosten van het geding.

3.2.

Annamaas legt hieraan ten grondslag dat de stichting gehouden is tot nakoming van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst. In artikel 9.10 is uitdrukkelijk een concurrentieverbod opgenomen voor de stichting. Er geldt op grond van artikel 9.10, tweede zin, alleen een uitzondering op het verbod van concurrentie voor het verstrekken van drank en voedsel aan het personeel en aan klinische patiënten, jegens wie de stichting een zorgtaak heeft. Het is uitdrukkelijk de bedoeling geweest van partijen bij het aangaan van de nieuwe huurovereenkomst en in het bijzonder in art. 9.10, om naast het personeel alleen de klinische patiënten uit te sluiten van het concurrentiebeding, omdat anders het verstrekken van koffie en thee aan opgenomen patiënten in de stichting, hetwelk onderdeel uitmaakt van de zorgtaak van de stichting, ook zou zijn verboden. Nu de stichting op dit moment gratis koffie en thee verstrekt aan bezoekers op de eerste verdieping van gebouw C en zij bovendien voornemens is het gratis verstrekken van koffie en thee verder uit te breiden naar de vijf wachtruimtes op de begane grond van het ziekenhuis, heeft Annamaas een spoedeisend belang bij de door haar gevorderde voorziening.

3.3.

De stichting voert - kortgezegd - de volgende verweren:
a. Deze kwestie is niet geschikt voor behandeling in kort geding;

b. Annamaas vraagt in feite een verklaring voor recht;

c. De stichting handelt niet in strijd met art. 9.5. van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst, omdat zij immers op de eerste verdieping gratis koffie en thee schenkt en niet op de begane grond;

d. Evenmin handelt de stichting in strijd met art. 9.10. van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst, omdat slechts op beperkte schaal koffie en thee wordt geschonken en dan nog wel gratis. Bovendien wordt er verder door de stichting niets van het assortiment van Annamaas aangeboden aan de patiënten van de wachtruimtes bij de poliklinieken op de eerste etage;

e. Een redelijke uitleg van degene die ex art. 9.5. en 9.10. onder de term ‘patiënt’ vallen, maakt dat Annamaas in elk geval zou moeten toestaan dat gratis (dus non-profit) koffie en thee wordt geschonken aan de patiënten die de poliklinieken bezoeken en aldaar in de wachtruimtes aanwezig zijn;

f. De vrees van Annamaas voor omzetdaling is niet gegrond, want uit de cijfers van Annamaas blijkt immers dat sinds juni 2014 - het moment vanaf wanneer er gratis koffie en thee wordt geschonken - tot september 2014 een stijging van de omzet van circa € 8.000,-- is gerealiseerd (prod. 6 van de stichting). Nu van schade aan de zijde van Annamaas niets is gebleken, heeft zij onvoldoende belang bij de door haar ingestelde vorderingen.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Dat deze zaak zich niet leent voor een behandeling in kort geding is, zoals hierna uit de beoordeling zal blijken, onvoldoende gebleken. Ook valt niet in te zien dat Annamaas met het door haar gevraagde verbod voor de stichting om inbreuk te maken op de bepalingen 9.5. en 9.10 van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst in feite een verklaring voor recht vraagt. Aan deze verweren gaat de voorzieningenrechter voorbij.

4.2.

Dit kort geding draait om de vraag of de stichting in strijd handelt met de bepalingen in de tussen partijen gesloten huurovereenkomst (door gratis koffie en thee aan te bieden op de poli’s op de eerste verdieping van het ziekenhuis) en of aan de stichting in dit verband een verbod op straffe van verbeurte van een dwangsom moet worden opgelegd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter moet die vraag bevestigend worden beantwoord. Uitgangspunt daarbij is dat in de tussen partijen gesloten huurovereenkomst in artikel 9.10 uitdrukkelijk een concurrentieverbod voor de stichting is opgenomen. Artikel 9.10 luidt immers: “Verhuurder zal zich onthouden van concurrerende activiteiten door het zelf of door derden in of op het terrein van het ziekenhuis aanbieden of beschikbaar stellen van producten en/of diensten die eveneens toebehoren tot het assortiment en de gebruikelijke exploitatie van huurder.”

4.3.

Niet in geschil is dat het aanbieden van koffie onderdeel uitmaakt van de exploitatie van de coffee-corner van Annamaas. Daarmee kan geen andere conclusie worden getrokken dan dat het (gratis) aanbieden van koffie en thee door de stichting valt onder het concurrentieverbod zoals opgenomen in de eerste zin van artikel 9.10 van de huurovereenkomst. Hierin bestaat reeds aanleiding voor toewijzing van het door Annamaas gevraagde verbod op straffe van verbeurte van een dwangsom. De stichting heeft nog betoogd dat in dit artikel een cumulatieve eis moet worden gelezen, in die zin dat sprake moet zijn van een “gelijk assortiment” èn van een “gebruikelijke exploitatie van de stichting”, zodat pas sprake is van schending van voormeld artikel indien de stichting zelf commercieel een coffee-corner exploiteert of een andere ondernemer toestaat om dat te doen, maar die uitleg volgt de voorzieningenrechter niet. Niet alleen kan dit niet met zoveel woorden worden gelezen in artikel 9.10 van de huurovereenkomst, maar ook overigens bestaan onvoldoende aanknopingspunten voor deze door de stichting voorgestane uitleg. Die kunnen in ieder geval niet worden gevonden in de brief van de heer [naam 4] van 22 december 2014, prod. 10 van de stichting, nu daaruit hooguit kan worden afgeleid dat [naam 4] aan de stichting in eerste instantie een ander voorstel heeft gedaan ten aanzien van de vraag wat onder concurrerende activiteiten moet worden verstaan. Daarmee is nog geenszins gezegd dat partijen deze uitleg van het bepaalde in artikel 9.10 in de huurovereenkomst hebben beoogd. Bovendien is deze verklaring kennelijk eerst met het oog op het onderstaand kort geding opgesteld en staat daartegenover de verklaring van de heer [naam 3] van 12 november 2014 (prod. 14 van Annamaas), die een andere uitleg voorstaat, zodat hieraan in het kader van dit kort geding geen doorslaggevende betekenis kan worden toegekend.

4.4.

Weliswaar is in de tweede zin van artikel 9.10 van de huurovereenkomst een uitzondering opgenomen op het concurrentieverbod, in die zin dat het door de stichting aan patiënten en personeel op non-profit basis verstrekken van maaltijden, drank en overige niet is aan te merken als concurrerende activiteit, maar deze uitzondering is hier niet aan de orde. De stichting heeft de stelling ingenomen dat het begrip “patiënt” in dit verband zo moet worden uitgelegd dat daaronder zowel klinische patiënten moeten worden begrepen als diegenen die een afspraak hebben op een polikliniek, maar deze uitleg komt de voorzieningenrechter niet waarschijnlijk voor. Daarvoor is allereerst van belang dat dit niet met zoveel woorden is bepaald in artikel 9.10 van de huurovereenkomst, terwijl dit onder de gegeven omstandigheden, waarbij het kennelijk de bedoeling van partijen was om te regelen welke activiteiten in afwijking van het concurrentieverbod uitdrukkelijk wel zijn toegestaan, wel voor de hand had gelegen.

4.5.

Belangrijker nog is echter dat de door de stichting voorgestane ruime uitleg van de term “patient” in artikel 9.10 van de huurovereenkomst haaks lijkt te staan op de toezegging in 2009 van de zijde van de stichting om na de renovatie te zullen stoppen met het verstrekken van gratis koffie op de begane grond van het ziekenhuis (zoals deze blijkt uit productie 13 van Annamaas), temeer nu tussen partijen niet in geschil is dat de poliklinieken zich destijds met name op de begane grond bevonden. Niet goed valt in te zien hoe de toezegging ten aanzien van het niet meer verstrekken van gratis koffie op de begane grond (waar zich met name de poliklinieken bevonden) valt te rijmen met de ruime uitleg van het begrip “patient” in artikel 9.10, tweede zin.

4.6.

Het verweer van de stichting dat uit artikel 9.5 van de huurovereenkomst kan worden afgeleid dat het gratis schenken van koffie, voor zover dit niet op de begane grond gebeurt, is toegestaan, slaagt evenmin. Anders dan de stichting kennelijk veronderstelt brengt het feit dat in artikel 9.5 van de huurovereenkomst staat dat met name op de begane grond geen gratis koffie zal worden verstrekt nog niet mee dat het dan elders automatisch wel is toegestaan. Uitgangspunt is immers het concurrentieverbod zoals dat is opgenomen in artikel 9.10 van de huurovereenkomst. Zoals reeds eerder is overwogen onder r.o. 4.3. is het gratis aanbieden van koffie en thee aan te merken als een activiteit die valt onder het concurrentieverbod in de eerste zin van artikel 9.10 van de huurovereenkomst. Daarmee is de grondslag voor de gevraagde voorziening gegeven.

4.7.

Het verweer van de stichting dat het voor haar van groot belang is dat zij in het kader van haar gastvrijheidsbeleid de service van het gratis verstrekken van koffie en thee kan aanbieden, zoals uitvoerig uiteen is gezet in onder andere de conclusie van antwoord, wil de voorzieningenrechter wel aannemen, maar dit laat onverlet dat de stichting in 2010 een huurovereenkomst heeft gesloten met Annamaas voor de duur van 10 jaar, onder de daarin opgenomen voorwaarden.

4.8.

Tenslotte heeft de stichting zich op het standpunt gesteld dat Annamaas de door haar gestelde schade op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt. Sterker nog, uit de overgelegde cijfers moet volgens de stichting worden afgeleid dat van een omzetdaling aan de zijde van Annamaas helemaal geen sprake is, zodat zij geen belang heeft bij de door haar ingestelde voorziening. Ook dit verweer faalt. Zoals hiervoor is overwogen, moet het verstrekken van gratis koffie door de stichting in strijd worden geacht met het concurrentieverbod zoals opgenomen in de eerste zin van artikel 9.10 van de huurovereenkomst. Het staat Annamaas, nog afgezien van de vraag in hoeverre Annamaas op dit moment reeds daadwerkelijk schade heeft geleden, geheel vrij nakoming te vragen van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst en het daarin opgenomen concurrentieverbod. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft Annamaas bij een dergelijke voorziening in kort geding ook voldoende belang. Vast staat dat de stichting op dit moment nog slechts op beperkte schaal gratis koffie en thee aanbiedt. Uit de door Annamaas overgelegde producties 16 en 22 kan genoegzaam worden afgeleid dat de stichting tenminste het voornemen heeft om het gratis verstrekken van koffie en thee in het kader van het beleid “Aangenaam Wachten” verder uit te breiden. In haar conclusie van antwoord onder punt 53 stelt de stichting wel dat op dit moment nog geen besluit is genomen op dit punt, maar uitdrukkelijk wordt niet gesteld dat zij van haar voornemen zal afzien. Nu zeer aannemelijk is dat Annamaas schade zal lijden bij verdere uitbreiding van het gratis verstrekken van koffie en thee door de stichting bestaat voldoende aanleiding voor toewijzing van de thans gevraagde voorziening. Dat Annamaas, die een coffee-corner runt, minder inkomsten kan verwachten indien de stichting op grote schaal gratis koffie en thee zal gaan verstrekken ligt immers voor de hand en kan bovendien worden afgeleid uit het feit dat beide makelaars kennelijk bij de bepaling van de hoogte van de huurprijs ook belang hebben toegekend aan de vraag of door de stichting al dan niet gratis koffie en thee zou worden verstrekt.

4.9.

Het voorgaande brengt mee dat de vordering zal worden toegewezen als na te melden. Daarbij zal een uitzondering worden gemaakt voor het schenken van koffie en thee op de spoedeisende hulp, nu daartegen kennelijk van de zijde van Annamaas geen bezwaar bestaat. De mede gevorderde dwangsom zal eveneens worden toegewezen, zij het dat deze in hoogte zal worden beperkt en dat daaraan een matigingsclausule van de hierna te melden inhoud zal worden verbonden.

4.10.

De stichting zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Annamaas worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 81,44

  • -

    griffierecht 613,00

  • -

    salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.510,44

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt de stichting om iedere inbreuk op de bepalingen van artikel 9.5 en 9.10 van de huurovereenkomst van partijen van 20 mei 2010 te staken en gestaakt te houden, zulks in het bijzonder door het al dan niet gratis verstrekken van producten en/of diensten behorende tot het gebruikelijke assortiment van Annamaas aan bezoekers van de poliklinieken, met uitzondering van het gratis verstrekken van koffie en thee op de Spoed Eisende Hulp,

5.2.

veroordeelt de stichting om aan Annamaas een dwangsom te betalen van

[€ 10.000] voor iedere dag dat zij niet aan de in 5.1 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 200.000,00 is bereikt,

5.3.

bepaalt dat deze dwangsommen niet zullen worden verbeurd voor zover dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar moet worden geacht, (mede) in aanmerking genomen de mate van verwijtbaarheid van de overtreding,

5.4.

veroordeelt de stichting in de proceskosten, aan de zijde van Annamaas tot op heden begroot op € 1.510,44,

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Loesberg en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2015.