Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:2325

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
13-05-2015
Datum publicatie
13-05-2015
Zaaknummer
4009263 \VZ VERZ 15-103
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanzegverplichting, aanzegvergoeding art. 7:668 BW en 7:686 a BW

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 662
Burgerlijk Wetboek Boek 7 663
Burgerlijk Wetboek Boek 7 668
Burgerlijk Wetboek Boek 7 686a
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 69
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/822
Prg. 2015/172
RAR 2015/118
JIN 2015/125 met annotatie van L. van Luipen
TvPP 2015, afl. 4, p. 119
JAR 2015/143 met annotatie van mr. J. Dop
AR-Updates.nl 2015-0443
XpertHR.nl 2015-413499
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer: 4009263 \ VZ VERZ 15-103

vonnis van de kantonrechter d.d. 13 mei 2015

inzake

[eiseres],

wonende te Sneek,

eiseres,

gemachtigde: ARAG SE / mr. D.S. Verkerk,

tegen

[gedaagde], handelend onder de naam [xxxx],

wonende te Purmerend,

gedaagde,

tegen wie verstek is verleend

en

de besloten vennootschap

AYDIN MARKET B.V.,

gevestigd te Sneek,

gedaagde,

procederende bij haar bestuurder: [xx].

Partijen zullen hierna [a] en [b] en Aydin Market worden genoemd.

Procesverloop

1.1.

[a] heeft bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 7 april 2015, veroordeling van primair [b], subsidiair Aydin Market verzocht tot betaling van een vergoeding wegens het niet nakomen van de aanzegverplichting als bedoeld in artikel 7:668 BW. Het verzoekschrift is via een deurwaardersexploot op 8 april 2015 betekend aan [b] en Aydin Market.

1.2.

Het verweerschrift van Aydin Market is binnengekomen op 7 april 2015. [b] heeft geen verweer gevoerd.

1.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 april 2015. [a] is met haar gemachtigde, mr. M.J. Aanen van Arag SE als vervanger van mr. Verkerk verschenen. Van het behandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. Gelijktijdig is behandeld het door [a] aanhangig gemaakte kort geding tot - samengevat - betaling van achterstallig loon (hier bekend onder zaaknummer 3984718 \ CV EXPL 15-3079).

1.4.

Ten slotte is bepaald dat vonnis zal worden gewezen.

Motivering

De feiten

2.1.

In deze procedure kan van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan.

2.2.

[a], geboren op [dd], is op [mm] in dienst getreden bij Aydin Market op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van 1 jaar - dat wil zeggen tot 1 maart 2015 - in de functie van kapster. Het overeengekomen netto uurloon bedroeg € 11,00 exclusief 8 % vakantietoeslag en overige emolumenten en de arbeidsomvang was bepaald op minimaal 16 uur per week.

2.3.

Aydin Market heeft tot 15 oktober 2014 het loon voldaan.

2.4.

[a] heeft een ongedateerd document in het geding gebracht waarop, voor zover van belang, het navolgende is vermeld:

"Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd

De ondertekenden:

Naam: [zzz]

Filiaal: [zzz] Emmen

(…)

Plaats: [oo]

nader te noemen werkgever,

en

Naam: Mw. S. [a]

(…)

nader te noemen werknemer,

Verklaren te zijn overeengekomen als volgt:

1. Werknemer treedt bij werkgever met ingang van 15-10-2014 in dienst in de functie van Hairstylist, gedurende gemiddeld 3 dagen per week (…) De dienstbetrekking is aangegaan voor een periode van 6 maanden en eindigt aldus van rechtswege 14-04-2015 (…).

2. Ondertekenden komen hierbij overeen dat de eerste maand van het dienstverband zal gelden als proeftijd (…)."

2.5.

Bij e-mailbericht van 8 december 2014 gericht aan [pp], afkomstig van [mailadres] is het volgende geschreven:

"Wij zull op contraen alleen sneek, op contract zetten staat 3 dagen op contract we zullen ook de uren op zetten staat standaard 8 procent vakantie geld, de loon kan niet op contract staan vanwege dat de loon wel eens veranderd kwa leeftijd, maar op de loon strook staat het wel, wij contract moet eerst in orde zijn voor dat er uit betaald woordt ze is 15 okt 2014 begonnen dus geen 2 maanden nog wij zulluen alles in orde maken voor [y] zij doet haar best maar omzetten kan zij helaas niet".

2.6.

Aydin Market heeft een 10 oktober 2014 gedateerde brief van [a] in het geding gebracht waarin, voor zover thans van belang, het navolgende is geschreven:

"Middels deze brief deel ik u mede dat ik mijn arbeidsovereenkomst met Aydin Market B.V. wil beëindigen omdat ik in dienst ga bij de heer [b]. Ik neem per direct ontslag. Dit houdt in dat ik per 15-10-2014 uit dienst treed.(…)."

2.7.

Ter zitting heeft [a] een door Aydin Market ondertekende brief overgelegd van 10 oktober 2014 waarin, voor zover van belang, het volgende is geschreven:

"Vanaf 15 oktober 2014 wordt de zaak overgenomen door de heer [b]. Daarom moet ik je helaas meedelen dat je vanaf die datum niet meer bij ons in dienst bent.(…)."

2.8.

Bij aangetekende brief van 26 maart 2015 heeft [a] zowel Aydin Market als [b] gesommeerd tot betaling van een vergoeding ter hoogte van het bruto equivalent bedrag van € 1.144,00 netto ter zake de aanzegverplichting ex artikel 7:668 BW. De aanzegvergoeding is tot op heden noch door Aydin Market noch door [b] voldaan.

2.9.

Tegen [b] is ter zitting van 17 april 2015 verstek verleend.

Het standpunt van [a]

3.1.

[a] vordert primair veroordeling van [b] en subsidiair veroordeling van Aydin Market tot betaling van de hoofdsom ad het bruto equivalent van € 1.444,00 netto ex artikel 7:668 lid 1 jo. lid 3 BW vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2015, alsmede de buitengerechtelijke incassokosten ad € 300,00 en de proceskosten.

3.2.

[a] heeft aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat haar arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd op 28 februari 2015, zonder dat zij op voorhand is geïnformeerd over voortzetting dan wel beëindiging van het contract. Voorts heeft [a] gesteld dat sprake is van overgang van onderneming per 15 oktober 2014, ten gevolge waarvan zij per die datum in dienst is gekomen bij [b], zijnde rechtsopvolger van Aydin Market. Daartoe heeft [a] gesteld dat zowel Aydin Market als [b] haar hebben geïnformeerd dat de onderneming van Aydin Market in haar geheel is overgedragen aan [b], hetgeen ook feitelijk zichtbaar is nu de ruimte, de inrichting ervan, de klantenkring, het personeel en de inventaris hetzelfde zijn gebleven terwijl enkel de naam op de gevel is gewijzigd en posters op de ramen zijn aangebracht om klanten te attenderen op de wijziging van eigenaar: van Aydin Market in "[zzz]". Tevens heeft [a] gesteld dat haar mondeling is bevestigd dat zij haar werkzaamheden gedurende drie dagen per week, oftewel 24 uur, zou gaan uitvoeren voor [b] in plaats van voor Aydin Market. In dit verband heeft [a] een concept arbeidsovereenkomst van [b] ontvangen ingaande 15 oktober 2014 voor de duur van een half jaar met een proeftijd, welke arbeidsovereenkomst zij niet heeft geaccepteerd (r.o.2.4.). Op grond van het voorgaande vordert [a] primair dat [b] de aanzegverplichting ex artikel 7:668 BW ter zake de arbeidsovereenkomst nakomt. Indien en voor zover in rechte zou komen vast te staan dat geen sprake is geweest van overgang van onderneming en [a] derhalve in dienst is gebleven van Aydin Market, verzoekt zij subsidiair Aydin Market te veroordelen tot betaling van de aanzegboete.

Het standpunt van Aydin Market

4.1.

Aydin Market heeft zich tegen de vordering van [a] verweerd. Zij heeft daartoe aangevoerd dat zij niets met de onderhavige kwestie te maken heeft, aangezien [a] ontslag heeft genomen om in dienst te gaan bij [b]. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft Aydin Market de door [a] ondertekende brief van 10 oktober 2014 in het geding gebracht waarin [a] aangeeft per direct ontslag te nemen in verband met indiensttreding bij [b] (r.o. 2.6.).

De beoordeling van het geschil

5.1.

De kantonrechter stelt voorop dat vanaf 1 januari 2015 op grond van artikel 7:668 lid 1 BW de aanzegplicht geldt, uit hoofde waarvan een werkgever verplicht is om de werknemer uiterlijk een maand voordat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt schriftelijk te informeren over het al dan niet voortzetten ervan. Indien de werknemer deze aanzegverplichting in het geheel niet is nagekomen, is de werkgever in beginsel ex artikel 7:668 lid 3 BW een vergoeding verschuldigd gelijk aan het bedrag van het loon voor één maand. Onder loon wordt conform het besluit van de minister verstaan het bruto uurloon vermenigvuldigd met de overeengekomen arbeidsduur per maand. Slechts in geval van faillissement, surseance van betaling of toepassing van de schuldsaneringsregeling is geen aanzegvergoeding verschuldigd.

5.2.

Eveneens per 1 januari 2015 is artikel 686a lid 4 onderdeel a BW in werking getreden waarin is bepaald dat de bevoegdheid om een verzoekschrift bij de kantonrechter in te dienen vervalt twee maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd indien het verzoek een vergoeding betreft zoals bedoeld in artikel 7:668 lid 3 BW. Echter, artikel 7:686a lid 2 BW waarin is geregeld dat - onder meer - gedingen zoals het onderhavige worden ingeleid met een verzoekschrift treedt eerst in werking per 1 juli 2015 en is derhalve nog niet van kracht. Dit brengt met zich dat de onderhavige vordering die strekt tot betaling van de aanzegvergoeding bij dagvaarding had moeten worden ingeleid. De kantonrechter stelt vast dat beide gedaagden door betekening van de deurwaardersexploten correct, op de in de wet voorgeschreven wijze voor dagvaardingsprocedures, zijn opgeroepen door [a]. Daarmee is de kantonrechter van oordeel dat noch [b] noch Aydin Market in zijn of haar processuele belang is geschaad. Bovendien is Aydin Market met een verweerschrift in de procedure verschenen. De kantonrechter bepaalt ambtshalve dat, zoals ter zitting is meegedeeld, overeenkomstig artikel 69 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de procedure wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure. De kantonrechter acht het, in het licht bezien van het hiervoor overwogene ten aanzien van de geborgde processuele belangen van partijen, niet noodzakelijk dat partijen alsnog in de gelegenheid worden gesteld hun stellingen aan de toepasselijke procesregels aan te passen.

5.3.

[a] heeft onbetwist gesteld dat haar werkgever de aanzegverplichting van artikel 7:668 lid 1 BW in het geheel niet is nagekomen. Nu niet gesteld of gebleken is dat een van de uitzonderingsituaties van artikel 7:668 lid 2 BW zich voordoet en [a] haar vordering, gelet op artikel 7:686a lid 4 BW binnen twee maanden na beëindiging van rechtswege van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd heeft ingesteld, oordeelt de kantonrechter dan ook dat de werkgever ex artikel 7:668 lid 3 BW een vergoeding verschuldigd is gelijk aan het bedrag van het loon voor één maand, zoals gevorderd door [a].

5.4.

Daarmee komt de kantonrechter toe aan beoordeling van de vraag wie in deze als werkgever heeft te gelden. De kantonrechter oordeelt dat [b] als werkgever van [a] moet worden beschouwd. Daartoe wordt overwogen dat op grond van de feitelijke gang van zaken zoals voldoende onderbouwd gesteld door [a] - waaronder de overdracht van het gebouw, de inventaris, de klantenkring, het personeel en de in de onderneming verrichte activiteiten - de conclusie gerechtvaardigd is dat sprake is van overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662, lid 2 BW, waarbij de onderneming vanaf 15 oktober 2014 door [b] is voortgezet. Dientengevolge zijn op grond van artikel 7:663 BW de rechten en verplichtingen die op het moment van overgang van de onderneming voor Aydin Market voortvloeiden uit de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tussen Aydin Market en [a] van rechtswege overgegaan op [b].

5.5.

Op grond van het voren overwogene zal de gevorderde hoofdsom jegens [b] ad het bruto equivalent van € 1.144,00 worden toegewezen. Evenzo zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen, zij het vanaf de datum van het einde van de arbeidsovereenkomst, zijnde 28 februari 2015. Immers, gelet op de tekst van artikel 7:668 lid 3 is de werkgever een vergoeding naar rato verschuldigd bij niet tijdige nakoming van de aanzegverplichting, zodat het totale gevorderde maandloon nog niet per 1 februari 2015 opeisbaar is geworden.

5.6.

[a] heeft gesteld buitengerechtelijke kosten gemaakt te hebben en ter zake daarvan een bedrag gevorderd. [a] heeft die kosten niet gespecificeerd terwijl evenmin is gebleken dat de gestelde verrichtingen meer hebben omvat dan een enkele (eventueel herhaalde) sommatie of het enkel doen van een niet aanvaard schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De daarop betrekking hebbende kosten moeten, nu een geding is gevolgd, worden aangemerkt als betrekking hebbende op verrichtingen waarvoor de in de artikelen 237 e.v. van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten. De kantonrechter zal de betreffende vordering dan ook afwijzen.

5.7.

[b] zal als de (grotendeels) in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten.

De proceskosten aan de zijde van [a] worden begroot op:

- griffierecht € 78,00

- salaris gemachtigde € 300,00 (2 punten x tarief € 150,00)

totaal € 378,00.

5.8.

Nu de primaire vordering wordt toegewezen, behoeft het subsidiair gevorderde, zijnde veroordeling van Aydin Market, hier geen verdere behandeling. [a] zal in de proceskosten aan de zijde van Aydin Market worden veroordeeld, die worden vastgesteld op nihil.

Beslissing

De kantonrechter:

Ten aanzien van de primaire vordering jegens [b]

I. veroordeelt [b] tot betaling aan [a] van het bruto equivalent van een bedrag groot € 1.144,00 te vermeerderen met de wettelijke rente over voornoemd bedrag vanaf 28 februari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

II. veroordeelt [b] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [a] begroot op € 378,00;

III. wijst af het anders of meer gevorderde;

Ten aanzien van de subsidiaire vordering jegens Aydin Market

IV. veroordeelt [a] in de proceskosten aan de zijde van Aydin Market, vastgesteld op nihil.

Aldus gewezen door mr. R. Giltay, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 mei 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 426.