Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ5022

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
21-03-2013
Datum publicatie
21-03-2013
Zaaknummer
18/630570-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Natuurgeneeskundige, schending zorgplicht, opzettelijke benadeling van de gezondheid. Deels voorwaardelijke gevangenisstraf met als bijzondere voorwaarde een verbod op het uitoefenen van geneeskunst.

Wetsverwijzingen
Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg
Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg 96
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 14a
Wetboek van Strafrecht 14b
Wetboek van Strafrecht 14c
Wetboek van Strafrecht 14e
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 257
Wetboek van Strafrecht 255
Wetboek van Strafrecht 300
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2013/143
GJ 2013/85 met annotatie van prof. mr. T.M. Schalken
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer: 18/630570-11 (promis)

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 21 maart 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[naam.verdachte],

geboren te [geboorteplaats.verdachte] op [geboortedatum.verdachte],

wonende te [woonplaats.verdachte], [adres.verdachte].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 7 maart 2013.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. L.S. Slinkman, advocaat te Appingedam.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 22 september 2011,

in de gemeente Groningen en/of in de gemeente Noordenveld, althans in

Nederland, als homeopaat en/of als natuurgenezer, althans als zorgverlener

(beroepshalve of bedrijfsmatig handelend), opzettelijk de gezondheid van een

persoon, te weten [slachtoffer] heeft benadeeld door (wetende dat zij een grote

invloed op die [slachtoffer] had) met dat opzet:

- (meermalen) aan die [slachtoffer] heeft medegedeeld:

- dat zij door het plakken van energiepleisters (een energiekorrel met een

stukje leukoplast) op een arm het zenuwstelsel activeert en schoonmaakt

en/of dat het effect van dat plakken van die (energie) korrels is dat het

afval er van binnen naar buiten uitgaat en/of dat door het volgen van deze

behandelmethode "Blijf op je pad" uiteindelijk de onsterfelijkheid kan

worden bereikt en/of

- dat braken en/of wonden (ontstekingen) en/of diarree en/of loszittende

tanden en/of terugtrekkend tandvlees, althans een slecht gebit, horen bij

de behandelmethode "Blijf op je pad" en/of

- dat zij zich (helemaal) geen zorgen hoefde te maken ten aanzien van het

braken en/of wonden (ontstekingen) en/of diarree en/of loszittende tanden

en/of terugtrekkend tandvlees, althans een slecht gebit en/of dat deze

(ziekte)verschijnselen niet erg waren en/of dat zij (gewoon) door moest

gaan met plakken en/of dat deze (ziekte) verschijnselen kwamen door een

"vastloper" en/of dat zij nog even moest volhouden en/of dat zij "op het

pad" moest blijven, derhalve door moest gaan met het plakken van

(energie)korrels (op weg naar onsterfelijkheid), althans dat zij door

moest gaan met de door verdachtes ingezette behandelmethode,

en/of

- die [slachtoffer] (meermalen) heeft ontraden en/of niet heeft aangeraden zich

onder behandeling te stellen van en/of haar niet (actief, gericht en/of

tijdig) heeft (door) verwezen naar haar huisarts, althans naar een arts,

althans haar heeft ontraden en/of niet heeft aangeraden zich in de reguliere

(niet-alternatieve) medische circuit te laten behandelen voor al haar

ziekteverschijnselen, waardoor die [slachtoffer] de benodigde (reguliere) zorg is

onthouden en/of valse hoop is gegeven en/of onvolledig is geïnformeerd,

en/of

- heeft nagelaten die [slachtoffer] medisch te laten onderzoeken en/of ten behoeve

van die [slachtoffer] de reguliere medische zorg (in ieder geval de huisarts) in

te schakelen en/of te alarmeren en/of (aldus) door verdachtes toedoen geen

(reguliere) diagnose is gesteld en/of geen "evidence" based behandeling

heeft

plaatsgevonden bij die [slachtoffer],

ten gevolge waarvan die [slachtoffer]

- zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen en/of is toegebracht, te weten een

verdere doorgroei en/of verdere uitzaai van ontstekingen in het lichaam

en/of hoofd en/of een verergering van haar ziektebeeld en/of een

aanzienlijke afname van de genezingskans en/of levensverwachting en/of

ernstige toename van pijnklachten die het in samenhang met zwaar letsel,

zoals geïnfecteerde wonden met uitbreiding van de ontsteking en/of die het

gevolg waren van het uitblijven van deugdelijke zorg,

en/of

- aan een (uiteindelijke) (ziekelijke) systemische infectie en/of ontsteking

is overleden;

art 300 lid 4 Wetboek van Strafrecht

art 300 lid 3 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 2 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 22 september 2011,

in de gemeente Groningen en/of in de gemeente Noordenveld, althans in

Nederland, als homeopaat en/of als natuurgenezer, althans als zorgverlener,

(beroepshalve of bedrijfsmatig handelend), door roekeloos, in elk geval zeer,

althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, een persoon genaamd

[slachtoffer],

terwijl zij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat die

[slachtoffer] (uiteindelijk) ernstig ziek was en/of doordat zij onder invloed stond

van verdachte niet uit zichzelf reguliere medische zorg zou inschakelen,

- (meermalen) heeft medegedeeld

- dat zij door het plakken van energiepleisters (een energiekorrel met een

stukje leukoplast) op een arm het zenuwstelsel activeert en schoonmaakt

en/of dat het effect van dat plakken van die (energie) korrels is dat het

afval er van binnen naar buiten uitgaat en/of dat door het volgen van deze

behandelmethode "Blijf op je pad" uiteindelijk de onsterfelijkheid kan

worden bereikt en/of

- dat braken en/of wonden (ontstekingen) en/of diarree en/of loszittende

tanden en/of terugtrekkend tandvlees, althans een slecht gebit, horen bij

de behandelmethode "Blijf op je pad" en/of

- dat zij zich (helemaal) geen zorgen hoefde te maken ten aanzien van het

braken en/of wonden (ontstekingen) en/of diarree en/of loszittende tanden

en/of terugtrekkend tandvlees, althans een slecht gebit en/of dat deze

(ziekte)verschijnselen niet erg waren en/of dat zij (gewoon) door moest

gaan met plakken en/of dat deze (ziekte) verschijnselen kwamen door een

"vastloper" en/of dat zij nog even moest volhouden en/of dat zij "op het

pad" moest blijven, derhalve door moest gaan met het plakken van

(energie)korrels (op weg naar onsterfelijkheid)

en/of

- (meermalen) heeft ontraden en/of niet heeft aangeraden zich onder

behandeling te stellen van en/of haar niet (actief, gericht en/of tijdig)

heeft (door) verwezen naar haar huisarts, althans naar een arts, althans

haar heeft ontraden en/of niet heeft aangeraden zich in de reguliere

(niet-alternatieve) medische circuit te laten behandelen voor al haar

ziekteverschijnselen, waardoor die [slachtoffer] de benodigde (reguliere) zorg is

onthouden en/of valse hoop is gegeven en/of onvolledig is geïnformeerd,

en/of

- heeft nagelaten die [slachtoffer] medisch te (laten) onderzoeken en/of ten

behoeve van die [slachtoffer] de reguliere medische zorg (in ieder geval de

huisarts) in te schakelen en/of te alarmeren,

waardoor het aan haar schuld te wijten is geweest dat [slachtoffer]

zodanig letsel, te weten een (ziekelijke) systemische infectie en/of

ontsteking, heeft bekomen, dat deze aan de gevolgen daarvan is overleden;

art 307 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 309 van het Wetboek van Strafrecht

art 307 lid 2 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 22 september 2011,

in de gemeente Groningen en/of in de gemeente Noordenveld, althans in

Nederland, als homeopaat en/of als natuurgenezer, althans als zorgverlener

(beroepshalve of bedrijfsmatig handelend), niet ingeschreven staande in een

register (overeenkomstig het bepaalde artikel 3 eerste lid van de Wet BIG),

bij het verrichten van handelingen op het gebied van de individuele

gezondheidszorg, onder andere rechtstreeks betrekking hebbende op de

gezondheid van [slachtoffer], wist en/of ernstig reden had om te vermoeden dat

zij (buiten noodzaak) schade of een aanmerkelijke kans op schade aan de

gezondheid van die [slachtoffer] heeft veroorzaakt, bestaande, de schade en/of

aanmerkelijke kans op schade aan de gezondheid van een ander, te weten

[slachtoffer] uit het door verdachte (meermalen)

- mededelen aan die [slachtoffer]:

- dat zij door het plakken van energiepleisters (een energiekorrel met een

stukje leukoplast) op een arm het zenuwstelsel activeert en schoonmaakt

en/of dat het effect van dat plakken van die (energie) korrels is dat het

afval er van binnen naar buiten uitgaat en/of dat door het volgen van deze

behandelmethode "Blijf op je pad" uiteindelijk de onsterfelijkheid kan

worden bereikt en/of

- dat braken en/of wonden (ontstekingen) en/of diarree en/of loszittende

tanden en/of terugtrekkend tandvlees, althans een slecht gebit, horen bij

de behandelmethode "Blijf op je pad" en/of

- dat zij zich (helemaal) geen zorgen hoefde te maken ten aanzien van het

braken en/of wonden (ontstekingen) en/of diarree en/of loszittende tanden

en/of terugtrekkend tandvlees , althans een slecht gebit en/of dat deze

(ziekte)verschijnselen niet erg waren en/of dat zij (gewoon) door moest

gaan met plakken en/of dat deze (ziekte) verschijnselen kwamen door een

"vastloper" en/of dat zij nog even moest volhouden en/of dat zij "op het

pad" moest blijven (naar onsterfelijkheid),

en/of

- aan die [slachtoffer] ontraden en/of niet aan te raden zich onder behandeling te

stellen van en/of haar niet (actief, gericht en/of tijdig) (door) te

verwijzen naar haar huisarts, althans een arts, althans haar te ontraden

en/of niet aan te raden zich in de reguliere (niet-alternatieve) medische

circuit te laten behandelen voor al haar ziekteverschijnselen, waardoor die

[slachtoffer] de benodigde (reguliere) zorg is onthouden en/of valse hoop is

gegeven en/of onvolledig is geïnformeerd,

ten gevolge waarvan die [slachtoffer] (uiteindelijk) is overleden;

art 96 lid 2 Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg

2.

zij in of omstreeks de periode van 22 augustus 2011 tot en met 22 september

2011, in de gemeente Groningen en/of in de gemeente Noordenveld, althans in

Nederland, als homeopaat en/of als natuurgenezer, beroepshalve of

bedrijfsmatig handelend, opzettelijk [slachtoffer], tot wiens onderhoud,

verpleging of verzorging zij krachtens overeenkomst verplicht was, in een

hulpeloze toestand heeft gebracht en/of heeft gelaten, immers heeft zij,

verdachte, (wetende dat zij een enorme invloed op die [slachtoffer] had), die

[slachtoffer]

- (meermalen) medegedeeld

- dat zij door het plakken van energiepleisters (een energiekorrel met een

stukje leukoplast) op een arm het zenuwstelsel activeert en schoonmaakt

en/of dat het effect van dat plakken van die (energie) korrels is dat het

afval er van binnen naar buiten uitgaat en/of dat door het volgen van deze

behandelmethode "Blijf op je pad" uiteindelijk de onsterfelijkheid kan

worden bereikt en/of

- dat braken en/of wonden (ontstekingen) en/of diarree en/of loszittende

tanden en/of terugtrekkend tandvlees, althans een slecht gebit, horen bij

de behandelmethode "Blijf op je pad" en/of

- dat zij zich (helemaal) geen zorgen hoefde te maken ten aanzien van het

braken en/of wonden (ontstekingen) en/of diarree en/of loszittende tanden

en/of terugtrekkend tandvlees, althans een slecht gebit en/of dat deze

(ziekte)verschijnselen niet erg waren en/of dat zij (gewoon) door moest

gaan met plakken en/of dat deze (ziekte) verschijnselen kwamen door een

"vastloper" en/of dat zij nog even moest volhouden en/of dat zij "op het

pad" moest blijven, derhalve door moest gaan met het plakken van

(energie)korrels (op weg naar onsterfelijkheid),

en/of

- (meermalen) heeft ontraden en/of niet heeft aangeraden zich onder

behandeling te stellen van en/of haar niet (actief, gericht en/of tijdig)

heeft (door) verwezen naar haar huisarts, althans naar een arts, althans

haar heeft ontraden en/of niet heeft aangeraden zich in de reguliere

(niet-alternatieve) medische circuit te laten behandelen voor al haar

ziekteverschijnselen,

waardoor die [slachtoffer] (die naar verdachte wist niet of nauwelijks haar woning

en/of haar slaapkamer meer uit kon komen), de directe en noodzakelijke

medische zorg is onthouden en/of

tengevolge waarvan die [slachtoffer]

- zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen en/of is toegebracht, te weten een

verdere doorgroei en/of verdere uitzaai van ontstekingen in het lichaam

en/of hoofd en/of een verergering van haar ziektebeeld en/of een

aanzienlijke afname van de genezingskans en/of levensverwachting en/of

ernstige toename van pijnklachten die het in samenhang met zwaar letsel,

zoals geïnfecteerde wonden met uitbreiding van de ontsteking en/of die het

gevolg waren van het uitblijven van deugdelijke zorg,

en/of

- aan een (uiteindelijke) (ziekelijke) systemische infectie en/of ontsteking

is overleden;

art 257 lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 255 Wetboek van Strafrecht

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft betoogd dat het onder 1 primair ten laste gelegde, te weten de opzettelijke benadeling van de gezondheid met de dood ten gevolge, wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Daartoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een grove schending van haar zorgplicht door [slachtoffer] niet tijdig door te verwijzen. Tevens heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op de benadeling van de gezondheid van [slachtoffer], daar verdachte wist dat de werking van haar behandeling nimmer wetenschappelijk was aangetoond en ondanks deze wetenschap heeft nagelaten [slachtoffer] te verwijzen naar een reguliere arts.

De officier van justitie heeft voorts betoogd dat het onder 2 ten laste gelegde, te weten het in hulpeloze toestand brengen en/of laten van [slachtoffer] met de dood ten gevolge, bewezen kan worden verklaard. Verdachte was op grond van de tussen haar en [slachtoffer] bestaande geneeskundige behandelingsovereenkomst verplicht tot verzorging en verpleging van [slachtoffer].

Door haar adviezen en bijstand heeft verdachte [slachtoffer] in een hulpeloze situatie gebracht en daar vervolgens in gelaten door haar niet de noodzakelijke verzorging te verlenen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor een vrijspraak van het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde. Daartoe heeft de raadsman in de eerste plaats aangevoerd dat er geen sprake is van een behandelovereenkomst in de zin van de Wgbo nu verdachte geen zorgverlener is maar een wetenschapper en de korrels niet zijn aan te merken als medicijn. Daarnaast heeft de raadsman betoogd dat, ongeacht of er sprake is van een behandelovereenkomst, verdachte geen zorgvuldigheidsnormen heeft geschonden. Verdachte heeft nooit tegen [slachtoffer] gezegd dat zij zich niet regulier mocht laten behandelen en haar zelfs heeft aangeraden om een kaakchirurg te raadplegen. Bovendien heeft verdachte enkel gezegd dat zij de klachten van [slachtoffer] herkende als onderdeel van de behandeling en heeft zij geen diagnose gesteld. Daar zij geen arts of zorgverlener is kan van haar ook niet worden verwacht dat zij de ernst van de klachten als zodanig kon herkennen. Voor het geval de rechtbank van oordeel is dat verdachte wel zorgvuldigheidsnormen heeft geschonden heeft de raadsman betwist dat er bij verdachte sprake was van opzet op danwel schuld aan de benadeling van [slachtoffer]s gezondheid. Verdachte was zich niet bewust van een risico dat door haar handelen of nalaten de dood zou intreden, laat staan dat zij hiermee lichtzinnig is omgegaan.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsman eveneens een vrijspraak bepleit. Daartoe heeft de raadsman in de eerste plaats aangevoerd, dat er geen sprake is van een behandelovereenkomst in de zin van de Wgbo nu verdachte geen zorgverlener is en zich ook niet als zodanig heeft gedragen jegens [slachtoffer]. De raadsman heeft voorts betoogd dat er geen sprake is van hulpbehoevendheid, daar [slachtoffer] in staat was zichzelf van de noodzakelijke reguliere medische zorg te voorzien.

Beoordeling

Vrijspraak

De rechtbank overweegt ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde als volgt.

De rechtbank is van oordeel dat van hulpbehoevendheid in de zin van artikel 255 Wetboek van strafrecht geen sprake was. Dat [slachtoffer], wier hele lichaam door een bacteriële infectie was aangetast, behandeling door een reguliere arts nodig had, staat buiten kijf. De vraag is of zij zichzelf die hulp kon verschaffen in de periode dat zij onder behandeling stond bij verdachte. Hoewel verdachte [slachtoffer] onvolledig heeft ingelicht omtrent haar gezondheid, is de rechtbank van oordeel dat het ontbreken van een volledig en helder inzicht in de situatie niet leidt tot de conclusie dat het voor [slachtoffer] onmogelijk was om zichzelf hulp in de vorm van een reguliere behandeling te verschaffen. Het optreden van verdachte bemoeilijkte wellicht een verantwoorde keuze, maar maakte deze niet onmogelijk.

De rechtbank leidt ten aanzien van feit 1 uit het strafdossier en het onderzoek ter terechtzitting het volgende af.

Het slachtoffer, [slachtoffer], is medio 2005 in contact gekomen met verdachte in verband met de behandeling van haar kat, [naam kat]. Verdachte had op dat moment een praktijk voor klassieke homeopathie en runde tevens een dierenpension. [Naam kat] was door de dierenarts opgegeven, maar knapte op nadat hij een korrelbehandeling van verdachte had ondergaan. Hierdoor kreeg [slachtoffer] vertrouwen in verdachte; het was een teken voor haar dat de behandeling van verdachte werkte.

Medio 2009 is [slachtoffer] zelf ook onder behandeling gegaan bij verdachte. Verdachte had zich inmiddels uit laten schrijven bij de Nederlandse Vereniging voor Klassieke Homeopathie en had haar praktijk in [plaats] omgedoopt tot praktijk voor natuurgeneeskunde.

De behandeling die [slachtoffer] onderging heette “Blijf op je pad” en bestond uit het plakken van energiekorrels op de linkerarm waardoor het zenuwstelsel wordt geactiveerd en schoongemaakt. Het effect van de korrels is, volgens verdachte, dat het afval dat in het lichaam is opgehoopt, eruit komt. Door constante celvernieuwing kan uiteindelijk de onsterfelijkheid worden bereikt. Verdachte heeft deze behandelmethode ontwikkeld en probeerde deze naar eigen zeggen wetenschappelijk te onderbouwen. [slachtoffer] volgde deze behandeling aanvankelijk omdat ze wilde afvallen en meer energie wilden hebben. Concrete gezondheidsklachten had ze op dat moment niet.

[slachtoffer] had een grote afkeur van de reguliere geneeskunde en stelde huisartsbezoeken altijd zo lang mogelijk uit. In 2010 heeft zij voor het laatst een reguliere arts bezocht, te weten de tandarts voor het trekken van een kies. Sinds zij onder behandeling stond bij verdachte ging zij helemaal niet meer naar de huisarts. Hoewel een aantal (oud) patiënten van verdachte aangeven dat verdachte geen punt maakte van het feit dat haar patiënten ook een reguliere arts bezochten, geven anderen aan dat verdachte hier openlijk haar afkeur over uitsprak, het afraadde en het in sommige gevallen zelfs verbood. Tegen [slachtoffer] heeft verdachte onder meer gezegd dat artsen en specialisten door het kwik in hun hersenen niet meer te bereiken zijn.

[slachtoffer] was zelf heilig overtuigd van de werking van de korrels. Een ieder die iets verkeerds zei over de korrels werd door [slachtoffer] afgestoten, waardoor haar wereld steeds kleiner werd. Verdachte werd een heel belangrijk persoon in het leven van [slachtoffer]. [slachtoffer] luisterde naar verdachte en had veel vertrouwen in haar. In de laatste maanden van haar leven nam [slachtoffer] alleen nog maar adviezen aan van verdachte. Andere mensen om haar heen geloofde ze niet meer.

Begin 2011 begint [slachtoffer] gezondheidsklachten te krijgen. Op 4 maart 2011 mailt [slachtoffer] naar verdachte dat zij last heeft van haar knie en nauwelijks een stap kan verzetten. Ze vraagt verdachte om advies. In de daaropvolgende maanden stelt [slachtoffer] verschillende gezondheidsklachten aan de orde bij verdachte. Verdachte vertelt haar onder andere dat zij door moet gaan met plakken, dat de klachten betekenen dat de torsies/het afval haar lichaam uitgaan, dat de pijn en de klachten bij de behandeling horen en dat ze nu een ‘vastloper’ heeft.

In augustus 2011 kreeg [slachtoffer] een wond bij haar anus. Verdachte had voorspeld dat ze een dergelijke wond zou krijgen nu dit onderdeel uit zou maken van het opschoningproces. [slachtoffer] was daarom trots op haar wond.

Op 16 augustus 2011 stuurt [slachtoffer] wederom een e-mail aan verdachte dat zij ‘ongelooflijke pijn’ heeft aan haar anus en haar mond, dat haar tandvlees omhoog is geschoven en zij het idee heeft dat haar tanden los zitten. Ze ervaart stekende pijnen en zweetbuien en vraagt aan verdachte of dat erbij hoort. Verdachte geeft aan dat het er allemaal bij hoort.

Zes dagen later, op 22 augustus 2011, schrijft [slachtoffer] in een e-mail aan verdachte dat ze echt op is en niet meer kan. Ze schrijft dat er roodbruine, stinkende rommel uit de wond bij haar anus komt en dat elke stap die ze zet door merg en been gaat. De laatste dagen is ze niet buiten geweest en heeft ze alleen maar op bed gelegen. Al haar tanden zitten los, haar tandvlees is opgekropen en de rechterkant van haar gezicht is opgezet. [slachtoffer] is de wanhoop nabij en vraagt verdachte om advies.

Een week voor haar overlijden vertelt [slachtoffer] aan verdachte dat zij steeds meer last heeft van zwarte diaree en braakneigingen. [slachtoffer] geeft aan dat het net lijkt alsof ze een chemo heeft gehad. Ze had nog altijd last van haar anus, haar tanden en ontstekingsverschijnselen in haar liezen. Verdachte vertelt haar dat iedereen op het pad hier last van heeft en dat het er allemaal bij hoort.

Ook [getuige 2], de moeder van [slachtoffer], geeft verdachte te kennen dat [slachtoffer] er helemaal doorheen zit en dat zij zich erg veel zorgen maakt om [slachtoffer]. Verdachte schrijft aan moeder dat de rommel uit het lichaam van [slachtoffer] komt, hetgeen positief is. Verdachte geeft aan dat ze in het weekend bij [slachtoffer] langs zal gaan en dat zij met [slachtoffer] heeft besproken dat [getuige 1], de partner van [slachtoffer], dan niet aanwezig zal zijn om discussie omtrent de behandelmethode te voorkomen.

Op 16 september 2011 mailt verdachte aan [naam] dat zij de volgende dag naar Groningen zal gaan om een roedelmens te bezoeken die ernstig ziek is; ze heeft slokdarm en darmkanker. Dit heeft verdachte echter niet tegen [slachtoffer] gezegd. Tegen [slachtoffer] zegt ze dat er sprake was van omzettingprocessen van kwik.

Op 17 september 2011 komt verdachte bij [slachtoffer] op huisbezoek. [getuige 2] is ook aanwezig om de deur voor verdachte te openen, aangezien [slachtoffer] op bed ligt en de trap niet af kan lopen, terwijl [getuige 1] op verzoek van verdachte niet aanwezig is. Verdachte gaat naar boven om bij [slachtoffer] te kijken. Ze adviseert [slachtoffer] om een koolblad op haar wond te leggen en om door te gaan met plakken. Ze vertelt [slachtoffer] dat het een proces is waar ze doorheen moet en dat het er allemaal bij hoort. Verdachte heeft haar niet geadviseerd om de huisarts te raadplegen.

Dezelfde avond stuurt [getuige 2] een mail naar verdachte omdat zij zich nog altijd ernstige zorgen maakt om de ontstekingen in het lichaam van [slachtoffer] en het feit dat zij al drie weken niet heeft gegeten. Verdachte geeft aan dat [getuige 2] zich geen zorgen hoeft te maken, dat het opruimingsproces bezig is en dat een mens een hele poos zonder eten kan.

Op 22 september 2011 omstreeks 21:30 uur gaat [getuige 1] naar de woning van [slachtoffer]. Hij vindt haar op de tweede verdieping, bewusteloos op het toilet. Hij ziet dat er veel bloed in het toilet ligt. Zowel [getuige 1] als het ambulancepersoneel proberen [slachtoffer] te reanimeren, maar het mag niet baten. De GGD-arts wil geen verklaring van natuurlijke dood afgeven, gezien de omstandigheden. Uit de lijkschouw blijkt dat [slachtoffer] haar gezondheid zwaar heeft verwaarloosd en dat zij, gezien haar algehele slechte toestand, al geruime tijd ernstig ziek was. Uit de gerechtelijke sectie blijkt dat [slachtoffer] is overleden ten gevolge van systemische infectie en ontsteking. [slachtoffer] had twee grote wonden op haar billen en bilnaad welke beide waren ontstoken. Microbiologisch onderzoek heeft uitgewezen dat er twee infectie veroorzakende bacteriën zijn aangetroffen in zowel deze beide wonden als in de bloedsomloop.

Ten gevolge van de systemische infectie en ontsteking is er een multi-orgaanfalen opgetreden die het overlijden zonder meer verklaart. Een dergelijke infectie en ontsteking kan dodelijk verlopen indien onbehandeld. Het toxicologische onderzoek van de korrels leverde wisselende resultaten op. In één korrel werden tramadol en sucrose aangetoond. Verder werden geen toxicologisch relevante stoffen aangetoond.

De rechtbank overweegt op grond van het voorgaande het volgende.

De gezondheid van het slachtoffer is begin 2011 achteruit gegaan. In de periode daarna, tot aan haar overlijden op 22 september 2011, heeft zij nooit een reguliere arts geraadpleegd.

De rechtbank dient derhalve in eerste plaats vast te stellen of het uitblijven van reguliere geneeskundige zorg onnodig en ernstig nadeel voor de gezondheid van het slachtoffer heeft opgeleverd. Uit de gerechtelijke sectie blijkt dat [slachtoffer] is overleden ten gevolge van een systemische bacteriële infectie/ontsteking. Het is een feit van algemene bekendheid dat een bacteriële infectie/ontsteking in beginsel goed te behandelen is met antibiotica. In zoverre heeft het uitblijven van reguliere geneeskundige zorg naar het oordeel van de rechtbank onnodig en ernstig nadeel voor de gezondheid van [slachtoffer] opgeleverd. Daarnaast had de reguliere geneeskunde in het stadium van de systemische infectie palliatieve zorg kunnen bieden, gericht op het bestrijden van pijnklachten en verbetering van de kwaliteit van het leven. Het uitblijven van reguliere palliatieve zorg heeft naar het oordeel van de rechtbank eveneens onnodig en ernstig nadeel voor de gezondheid van [slachtoffer] opgeleverd.

Nu vast staat dat de gezondheid van [slachtoffer] ernstig is benadeeld door het uitblijven van reguliere geneeskundige zorg, dient vervolgens de vraag te worden beantwoord of verdachte hiervoor strafrechtelijk verantwoordelijk kan worden gehouden. Voor de beantwoording van die vraag is om te beginnen van belang of verdachte een zorgplicht had jegens [slachtoffer] en zo ja, wat de omvang van die zorgplicht is geweest.

Aangezien verdachte in haar hoedanigheid van natuurgeneeskundige in contact stond met [slachtoffer], zal het bestaan van een eventuele zorgplicht dienen te worden beoordeeld aan de hand van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidzorg (Wet BIG) en de Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst (Wgbo) opgenomen in boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. In artikel 1 lid 2 van de Wet BIG en artikel 7:446 BW is bepaald dat onder handelingen op het gebied van de geneeskunst (mede) worden verstaan alle verrichtingen, het onderzoeken en het geven van raad daaronder mede begrepen, rechtstreeks betrekking hebbende op een persoon en ertoe strekkende hem van een ziekte te genezen, hem voor het ontstaan van een ziekte te behoeden of zijn gezondheidstoestand te beoordelen.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte niet enkel het geloof in de heilzame werking van korrels met [slachtoffer] heeft gedeeld. Verdachte heeft daarnaast [slachtoffer] veelvuldig adviezen gegeven met betrekking tot haar gezondheidstoestand, heeft haar de korrels verstrekt en heeft een huisbezoek afgelegd toen [slachtoffer] er heel slecht aan toe was. Dit alles leidt naar het oordeel van de rechtbank tot de conclusie dat verdachte jegens [slachtoffer] handelingen heeft verricht op het gebied van de geneeskunst. Daar komt bij dat verdachte de enige was die [slachtoffer] vertrouwde en dat zij ook die enige was die in het jaar 2011 in een geneeskundige behandelingsrelatie tot [slachtoffer] stond.

De vraag is welke zorgplicht een dergelijke behandelingsrelatie in het leven roept. Gezien het feit dat verdachte niet in het BIG-register stond geregistreerd, is de zorgplicht omschreven in artikel 40 Wet BIG niet op haar van toepassing. De Wgbo is echter wel op verdachte van toepassing. Deze regeling heeft immers betrekking op een ieder die geneeskundige handelingen verricht in de uitoefening van een geneeskundig beroep of bedrijf, ongeacht of de persoon in een register is ingeschreven.

Een hulpverlener in de zin van de Wgbo heeft op grond van art. 7:448 BW een informatie plicht. De hulpverlener dient de patiënt onder meer in te lichten over de behandeling, de ontwikkelingen omtrent het onderzoek en de gezondheidstoestand van de patiënt. Ook dient de hulpverlener informatie te verschaffen omtrent zijn kennen en kunnen en de grenzen daarvan. Daarbij is met name van belang dat de hulpverlener zich bij het verschaffen van informatie moet laten leiden door hetgeen de patiënt redelijkerwijs dient te weten ten aanzien van de behandeling, de verwachte gevolgen en risico’s daarvan voor de gezondheid van de patiënt en andere behandelingen die in aanmerking komen. Alleen indien een patiënt voldoende is ingelicht over de grenzen van het kennen en kunnen van de hulpverlener, kan de patiënt een wel afgewogen keuze maken om al dan niet naar een andere hulpverlener te gaan.

Gezien de geneeskundige behandelingsovereenkomst tussen verdachte en [slachtoffer], heeft de op verdachte rustende zorgplicht aldus (mede) bestaan uit deze informatie plicht.

De rechtbank dient voorts te beoordelen of verdachte de op haar rustende zorgplicht jegens [slachtoffer] heeft geschonden. Verdachte had op grond van art. 7:448 BW de verplichting om [slachtoffer] in te lichten over haar gezondheidstoestand. De gezondheidsklachten die [slachtoffer] vanaf 2011 kreeg, waaronder een opgezette knie, pijn in de kuiten, een wond bij haar anus, opgeschoven tandvlees, loszittende tanden, werden door verdachte alle bestempeld als onderdeel van haar behandeling. Verdachte heeft steeds tegen [slachtoffer] gezegd dat deze klachten/verschijnselen betekenden, dat de behandeling aansloeg, dat het er allemaal bij hoorde en dat [slachtoffer] zich geen zorgen moest maken. In een e-mail aan [naam] d.d. 16 september 2011 schrijft verdachte echter dat [slachtoffer] ernstig ziek is, dat zij slokdarm- en darmkanker heeft. Tegenover de politie heeft verdachte verklaard dat zij dit niet aan [slachtoffer] heeft verteld, maar [slachtoffer] voorhield dat de klachten die zij had werden veroorzaakt door omzettingsprocessen van het kwik in haar lichaam. Verdachte heeft [slachtoffer] – daargelaten de onjuistheid van de door haar gestelde “diagnose” slokdarm- en darmkanker – derhalve onvolledig ingelicht over haar gezondheidstoestand en zodoende de op haar rustende zorgplicht geschonden.

Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat verdachte tekort is geschoten in haar verplichting informatie te verschaffen over de grenzen van haar kunnen en kennen. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte consequent heeft volgehouden dat alle gezondheidsklachten die [slachtoffer] ervoer, onderdeel uitmaakte van ‘het pad’ en dat [slachtoffer] positief moest blijven omdat de klachten betekenden dat de methode van verdachte aansloeg. Verdachte heeft nooit aan [slachtoffer] te kennen gegeven dat zij, zoals door de verdediging aangevoerd, wegens gebrek aan medische kennis niet in staat was om de gezondheidsklachten van [slachtoffer] te beoordelen. Integendeel, door voortdurend te vertellen dat zij de klachten allemaal herkende, heeft zij de indruk gewekt dat zij wel degelijk in staat was om te beoordelen of er eventueel andere medische hulp noodzakelijk zou zijn. Verdachte heeft [slachtoffer] echter geen enkele keer geadviseerd om een huisarts te raadplegen, zelfs niet toen [slachtoffer] in haar e-mail van 22 augustus 2011 aangaf dat ze het echt niet meer zag zitten en ook niet toen verdachte op 17 september 2011 bij [slachtoffer] op huisbezoek ging en met eigen ogen heeft kunnen zien hoe [slachtoffer] er aan toe was. Door de wijze waarop verdachte haar weerstand tegen reguliere medici etaleerde, heeft zij juist ingespeeld op [slachtoffer]s angst voor de reguliere geneeskunde en [slachtoffer] gesterkt in haar opvatting dat een bezoek aan de huisarts niet noodzakelijk was. Door [slachtoffer] onvoldoende informatie te verschaffen over de grenzen van haar kunnen en kennen en (het benadrukken van het belang van) een verwijzing naar de huisarts achterwege te laten, is de verdachte naar het oordeel van de rechtbank eveneens ernstig tekortgeschoten in de op haar rustende zorgplicht jegens [slachtoffer].

Het oordeel van de rechtbank dat verdachte [slachtoffer] onvolledig heeft ingelicht omtrent haar gezondheidstoestand en over de grenzen van verdachtes kennen en kunnen brengt tevens met zich mee dat [slachtoffer], anders dan de verdediging heeft betoogd, onvoldoende in staat kon worden geacht haar zelfbeschikkingsrecht als patiënt uit te oefenen. De beslissing van [slachtoffer] om zich niet regulier te laten behandelen is immers gebaseerd op onvolledige informatie door verdachte.

Voor het bewijs van benadeling van de gezondheid is voorts vereist dat er een causaal verband is tussen de grove schending van de zorgplicht en de benadeling van de gezondheid van [slachtoffer], welke benadeling heeft geleid tot zwaar lichamelijk letsel en uiteindelijk de dood. Bij de beoordeling van deze is vraag is het van belang in hoeverre de verdachte (beslissende) invloed op [slachtoffer] heeft gehad. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte gedurende het jaar 2011 de enige was tot wie [slachtoffer] zich wendde met haar gezondheidsklachten. Zij had, met name in de laatste weken voor haar overlijden, vaak meerdere keren per dag contact met verdachte. Bovendien raakte [slachtoffer] geïsoleerd van haar familie en vrienden doordat [slachtoffer] het niet kon verdragen dat anderen zich kritisch uitlieten over de behandelmethode van verdachte. Tegen die achtergrond is de rechtbank van oordeel dat de adviezen van verdachte een beslissende invloed hebben gehad op [slachtoffer]. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid kan worden aangenomen dat [slachtoffer] een huisarts had geraadpleegd indien verdachte het belang van een verwijzing had benadrukt en niet enkel had geadviseerd door te gaan met plakken.

Gezien de schending van de zorgplicht en gegeven de beslissende invloed die verdachte op [slachtoffer] had, kan de benadeling van [slachtoffer]s gezondheid leidende tot zwaar lichamelijk letsel en uiteindelijk haar dood, redelijkerwijs aan verdachte worden toegerekend.

Tot slot dient te worden beoordeeld of er sprake is geweest van opzet op de benadeling van [slachtoffer]s gezondheid. Verdachte hanteerde een niet-wetenschappelijk onderbouwde behandelmethode en heeft [slachtoffer] niet naar een reguliere arts verwezen terwijl dit hoogst noodzakelijk was. [slachtoffer] was immers ernstig ziek en verdachte wist dit. Bovendien was verdachte op de hoogte van het feit dat haar behandelmethode ongefundeerd was. Het is van algemene bekendheid dat bij patiënten met ziekteverschijnselen zoals [slachtoffer] kenbaar voor de verdachte had een aanmerkelijke kans op benadeling van de gezondheid bestaat als reguliere medische zorg uitblijft. Ondanks deze wetenschap is verdachte [slachtoffer] blijven adviseren om door te gaan met het plakken van korrels en heeft zij [slachtoffer] niet verwezen naar een reguliere arts. Door aldus te handelen, heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank bewust de aanmerkelijke kans op benadeling van [slachtoffer]s gezondheid aanvaard.

Bewezenverklaring

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.

zij in de periode van 1 januari 2011 tot en met 22 september 2011, in de gemeente Groningen en in de gemeente Noordenveld, als natuurgenezer, (beroepshalve of bedrijfsmatig handelend), opzettelijk de gezondheid van een persoon, te weten [slachtoffer] heeft benadeeld door dat zij (wetende dat zij een grote invloed op die [slachtoffer] had) met dat opzet:

- (meermalen) aan die [slachtoffer] heeft medegedeeld:

- dat zij door het plakken van energiepleisters (een energiekorrel met een stukje leukoplast) op een arm het zenuwstelsel activeert en schoonmaakt en dat het effect van dat plakken van die (energie) korrels is dat het afval er van binnen naar buiten uitgaat en dat door het volgen van deze behandelmethode "Blijf op je pad" uiteindelijk de onsterfelijkheid kan worden bereikt en/of

- dat braken en wonden (ontstekingen) en diarree en loszittende tanden en terugtrekkend tandvlees, horen bij de behandelmethode "Blijf op je pad" en/of

- dat zij zich geen zorgen hoefde te maken ten aanzien van het braken en wonden (ontstekingen) en diarree en loszittende tanden en terugtrekkend tandvlees, en dat deze verschijnselen niet erg waren en dat zij door moest gaan met plakken en dat deze verschijnselen kwamen door een "vastloper" en dat zij nog even moest volhouden en dat zij "op het pad" moest blijven, derhalve door moest gaan met het plakken van (energie)korrels,

en

- die [slachtoffer] niet heeft aangeraden zich onder behandeling te stellen van en/of haar niet heeft (door) verwezen naar haar huisarts, waardoor die [slachtoffer] de benodigde (reguliere) zorg is onthouden en valse hoop is gegeven en onvolledig is geïnformeerd,

en

- heeft nagelaten ten behoeve van die [slachtoffer] de reguliere medische zorg (in ieder geval de huisarts) in te schakelen of te alarmeren waardoor geen reguliere diagnose is gesteld en geen "evidence" based behandeling heeft plaatsgevonden bij die [slachtoffer],

ten gevolge waarvan die [slachtoffer]

- zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen, te weten een verdere doorgroei en verdere uitzaai van ontstekingen in het lichaam en een aanzienlijke afname van de genezingskans en levensverwachting en ernstige toename van pijnklachten,

en

- aan een systemische infectie en/of ontsteking is overleden.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het feit

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard, levert het volgende strafbare feit op:

Opzettelijke benadeling van de gezondheid, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel en de dood ten gevolge heeft.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

Ten aanzien van de strafbaarheid van verdachte heeft de rechtbank gelet op de psychiatrische onderzoeksrapportage d.d. 7 december 2012, opgemaakt door [naam psychiater], psychiater.

De conclusie van dit rapport luidt, zakelijk weergegeven, dat er sprake is van een waanstoornis van het grootheidstype. Aangezien de keuze om geen hulp van de reguliere geneeskunde in te schakelen direct verband houdt met de waanstoornis van verdachte, maar zij tegelijkertijd ook besefte dat er wel meer hulp nodig was, wordt geadviseerd om verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren.

De rechtbank kan zich, gelet op de onderbouwing daarvan, met deze conclusie verenigen en neemt deze over en acht verdachte op grond hiervan ten aanzien van het ten laste gelegde verminderd toerekeningsvatbaar.

De rechtbank acht verdachte derhalve strafbaar, nu ten opzichte van verdachte ook overigens geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 120 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden met een proeftijd van 5 jaren, met als bijzondere voorwaarden het volgen van een ambulante behandeling bij de AFPN en een activiteiten- of werkzaamhedenverbod ten aanzien van behandelingen/werkzaamheden in het kader van het zijn van natuurgenezer dan wel homeopaat. Aangezien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, heeft de officier van justitie gevorderd de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en het aangaande haar persoon opgemaakte rapportages, het haar betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft in haar hoedanigheid van natuurgenezer de gezondheid van [slachtoffer], die zich tot haar wendde voor advies met betrekking tot haar gezondheidsklachten, opzettelijk benadeeld. Verdachte heeft [slachtoffer], jegens wie zij een zorgplicht had op grond van de wet, geruime tijd voorgehouden dat de ernstige gezondheidsklachten die [slachtoffer] had onderdeel uitmaakten van de door verdachte voorgeschreven behandeling en betekenden dat de behandeling aansloeg. Verdachte heeft [slachtoffer] nimmer verwezen naar een huisarts of het ziekenhuis. Bovendien werd door toedoen van verdachte, die haar afkeur van reguliere medici veelvuldig uitsprak en daarbij waarschuwde voor de gevolgen van regulier medisch ingrijpen, de angst van [slachtoffer] bevestigd en aangewakkerd. Voorts heeft verdachte [slachtoffer] bij herhaling geadviseerd de energiekorrels te blijven plakken, en bij haar daarmee de illusie gewekt dat haar klachten daardoor zouden verdwijnen. Ten gevolge van verdachtes handelen is [slachtoffer] de noodzakelijke medische hulp onthouden, tengevolge waarvan haar gezondheidstoestand in aanzienlijke mate is verslechterd. Uiteindelijk heeft dit geleid tot haar dood. Deze gedragingen van verdachte alsmede het feit dat zij ter zitting ervan blijk heeft gegeven het laakbare van haar handelen niet in te zien, rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

De rechtbank is van oordeel dat de aard en ernst van de feiten, een gevangenisstraf van aanzienlijke duur rechtvaardigen.

De rechtbank houdt rekening met de omstandigheid dat niet eerder in aanraking is geweest met politie of justitie.

De rechtbank neemt voorts bij het opleggen van de straf in aanmerking de inhoud van de psychiatrische onderzoeksrappportage. In dit rapport wordt vastgesteld dat bij verdachte sprake is van een waanstoornis van het grootheidstype, die betrekking heeft op de effecten en resultaten van de behandeling met korrels. Daarnaast is er bij verdachte een hoge mate van scepsis tegen de reguliere geneeskunde. Wanneer verdachte in eenzelfde situatie geraakt, waarbij een cliënt van haar ernstig ziek wordt, zal zij niet snel geneigd zijn deze door te verwijzen naar de reguliere geneeskunde.

Gelet op het bovenstaande en rekening houdende met de verminderde toerekeningsvatbaarheid ten aanzien van het bewezen verklaarde is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden is.

De rechtbank zal hierbij tevens bepalen dat een gedeelte voorwaardelijk wordt opgelegd met een proeftijd van 10 jaren en daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal onthouden van activiteiten of werkzaamheden op het gebied van de geneeskunst in de zin van alle verrichtingen, het onderzoeken en geven van raad daaronder mede begrepen, rechtstreeks betrekking hebbende op een persoon en ertoe strekkende hem van een ziekte te genezen, hem voor het ontstaan van een ziekte te behoeden of zijn gezondheidstoestand te beoordelen.

De rechtbank acht een zeer langdurige proeftijd aangewezen vanwege de hardnekkige persoonlijkheidsproblematiek van verdachte.

Gelet op diezelfde problematiek houdt de rechtbank er ernstig rekening mee dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank zal de bijzondere voorwaarden daarom dadelijk uitvoerbaar verklaren.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14e, 57 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart het onder 2 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte voor het bewezen en strafbaar verklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht tenzij die tijd op een andere straf in mindering is gebracht.

Bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte groot 5 (vijf) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 10 (tien) jaren, een of meer van de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van

een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op

de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde:

- zich dient te onthouden van activiteiten en/of werkzaamheden op het gebied van geneeskunst in de zin van alle verrichtingen, het onderzoeken en geven van raad daaronder mede begrepen, rechtstreeks betrekking hebbende op een persoon en ertoe strekkende hem van een ziekte te genezen, hem voor het ontstaan van een ziekte te behoeden of zijn gezondheidstoestand te beoordelen.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Bepaalt dat de hierboven gestelde voorwaarden, niettegenstaande hoger beroep, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. E.W. van Weringh, voorzitter, P.H.M. Smeets en J.V. Nolta, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwarts, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 maart 2013.