Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:9656

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
22-10-2013
Datum publicatie
22-10-2013
Zaaknummer
596519 \ CV EXPL 13-3394
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaim.

Een vlucht loopt langdurige vertraging op nadat bij pushback wordt geconstateerd dat het toestel brandstof lekt. De kantonrechter honoreert het beroep van de luchtvaartmaatschappij op een buitengewone omstandigheid aangezien de brandstoflekkage het gevolg is van een verborgen fabricagefout.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2014/18
NTHR 2014, afl. 1, p. 35
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton – locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 596519 \ CV EXPL 13-3394

datum uitspraak: 22 oktober 2013

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

15

[15 eisers]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen de passagiers

gemachtigde mr. F. Niemöller

tegen

de commanditaire vennootschap

TRANSAVIA AIRLINES C.V.

te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen Transavia

gemachtigde mr. M. Reevers

De procedure

De passagiers hebben Transavia gedagvaard op 29 oktober 2012. Transavia heeft schriftelijk geantwoord. De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 9 juli 2013 een comparitie van partijen gelast, die heeft plaatsgevonden op 2 september 2013. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht. Partijen hebben nog stukken in het geding gebracht.

De feiten

  1. De passagiers hebben met Transavia een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Transavia de passagiers zou vervoeren van Amsterdam naar Dalaman Turkije op 20 juli 2011 met vertrektijd 6:25 uur (lokale tijd) en aankomsttijd op diezelfde dag 11:00 uur (lokale tijd) en vluchtnummer HV749, hierna: de vlucht.

  2. De vlucht heeft een vertraging van omstreeks 3 uur en 23 minuten opgelopen.

  3. De passagiers hebben vanaf 11 oktober 2011(schriftelijk) compensatie van Transavia gevorderd in verband met voornoemde vertraging.

  4. Transavia heeft geweigerd een bedrag te betalen.

De vordering

De passagiers vorderen dat Transavia bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 6.800,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 juli 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 833,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 20 juli 2011;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 14 dagen na datum van dit vonnis.

De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en het Sturgeon‑arrest van 19 november 2009. De passagiers stellen dat Transavia vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 400,00 per passagier.

Het verweer

1.

Transavia betwist de vordering. Transavia voert aan dat zij geen compensatie verschuldigd is, omdat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Voor het vertrek uit Amsterdam waren alle voorgeschreven inspecties uitgevoerd en is het toestel luchtwaardig bevonden en vrijgegeven voor vertrek. Tijdens de push back merkte de pushbackchauffeur een brandstoflekkage op. Na inspectie door de technische dienst bleek dat het brandstofpaneel lekte en dat dit vervangen moest worden. Daarvoor moest de tank leeggepompt worden. Het toestel mocht daarbij niet aan de gate blijven staan. De passagiers moesten van boord en het toestel is naar een bufferpositie versleept. Na vervanging van het paneel zijn de passagiers met bussen teruggebracht naar het toestel. Hierdoor was sprake van een vliegveiligheidsprobleem dat Transavia niet kon voorkomen. Transavia heeft vervolgens al het mogelijke gedaan om de vertraging voor de passagiers zo beperkt mogelijk te houden. De reparatie van het paneel –dat voorradig was– heeft 2 uur geduurd. Op last van de luchthaven moest het toestel evenwel in de bufferpositie blijven staan en moesten de passagiers met bussen naar het toestel vervoerd worden. Vanwege het tekort aan bussen op de luchthaven is een extra vertraging van 1 uur en 25 minuten ontstaan.

2.

Ten aanzien van het begrip ‘buitengewone omstandigheden’ heeft Transavia verwezen naar het voorstel van de Europese Commissie van 13 maart 2013 voor de wijziging van Verordening 261/2004 (hierna: het Voorstel). Transavia heeft aangevoerd dat het Voorstel een codificatie is van de jurisprudentie van het Europese Hof. Het Voorstel bevat een definitie van het begrip ‘buitengewone omstandigheden’. Bij het Voorstel is een annex gevoegd met omstandigheden die in ieder geval wel, en omstandigheden die in ieder geval niet buitengewoon zijn. Ten aanzien van technische mankementen zijn, aldus de annex, wel buitengewoon ‘technical problems which are not inherent in the normal operation of the aircraft, such as identification of a defect during the flight operation concerned and which prevents the normal continuation of the operation; or a hidden manufacturing defect revealed by the manufacturer or a competent authority and which impinges on flight safety’. Niet buitengewoon zijn technische mankementen die voortvloeien uit regulier onderhoud en controle (‘pre-flight check’). Omdat Transavia zich op het standpunt stelt dat het Voorstel een codificatie is van de rechtspraak van het Europese Hof, dient ook in de voorliggende zaak te worden beoordeeld of het technische probleem zich heeft voorgedaan na het aftekenen van de pre-flight check. Als dat het geval is, dan kwalificeert dit technische mankement zich als een buitengewone omstandigheid en dient te worden beoordeeld of Transavia alle redelijke maatregelen heeft getroffen ter voorkoming van deze buitengewone omstandigheid, aldus Transavia. In het voorliggende geval was sprake van een technisch mankement dat zich heeft voorgedaan na het aftekenen van de pre-flight check. Transavia heeft alle redelijke maatregelen getroffen ter voorkoming van dat technische mankement. Het voorgaande leidt er volgens Transavia dan ook toe dat haar beroep op artikel 5 lid 3 van de Verordening slaagt.

3.

Transavia heeft zich tevens beroepen op de lijst van de 27 samenwerkende nationale toezichthouders binnen Europa (de zgn. ‘NEB-lijst’). Volgens Transavia heeft de Europese Commissie de nationale toezichthouders opdracht gegeven deze lijst op te stellen ter bevordering van de harmonisatie van de handhavingspraktijk binnen Europa. Ook de Nederlandse toezichthouder, de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) oordeelt thans conform de NEB-lijst, zo blijkt onder meer uit een beslissing op bezwaar van de ILT van 6 augustus 2013 (B-1-13-0037.001). De beginselen van rechtszekerheid en gelijke behandeling brengen met zich dat deze lijst ook door de nationale rechter ter harte moet worden genomen, aldus Transavia. Op de NEB-lijst staan 30 gespecificeerde categorieën van incidenten opgenoemd die volgens de toezichthouders een buitengewone omstandigheid opleveren. Het voorliggende incident valt volgens Transavia onder categorie 18 en 25 van de lijst, zodat in de voorliggende zaak sprake is van een bijzondere omstandigheid en de vordering moet worden afgewezen.

4.

Subsidiair heeft Transavia een beroep gedaan op matiging van de compensatiebedragen. Gelet op de huidige ticketprijzen van Transavia - vrijwel altijd veel lager dan de compensatiebedragen - bestaat er een wanverhouding tussen de ticketprijzen en de compensatiebedragen. De compensatie moet aldus worden gematigd op grond van de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 2 BW). Toewijzing van de vorderingen van de passagiers betekent in veel gevallen dat de passagiers voor niets reizen of dat ze geld toe krijgen.

De beoordeling

1.

Uit de beantwoording van de prejudiciële vragen (het arrest van het Hof van 23 oktober 2012 in de gevoegde zaken C-581/10 (Nelson – Lufthansa) en C-629/10 (TUI c.s. – Civil Aviation Authority) volgt –kort samengevat– dat het Sturgeon-arrest als geldend recht dient te worden beschouwd, zodat de passagiers ook bij vertraging van een zekere duur recht op compensatie kunnen hebben, tenzij sprake is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in paragraaf 14 van de Verordening.

2.

Transavia heeft voor wat betreft de uitleg van het begrip ‘buitengewone omstandigheden’ in het geval van een technisch mankement –waarvan in het voorliggende geval sprake is– een beroep gedaan op het Voorstel en de NEB-lijst.

3.

De kantonrechter zal het Voorstel niet bij de beoordeling betrekken, omdat het nog slechts een voorstel is en het geenszins zeker is dat de voorgestelde tekst ook de definitieve tekst zal zijn.

4.

Het beroep van Transavia op de NEB-lijst baat haar evenmin. De NEB-lijst is een beleidsregel van een bestuursrechtelijke instantie, die de civiele rechter niet bindt. Op deze beleidsregel gebaseerde besluiten van het ILT hebben geen formele rechtskracht. De civiele rechter heeft aldus zelfstandig te oordelen op basis van de Verordening en de jurisprudentie van het Europese Hof, waarbij in de voorliggende zaak het Wallentin Hermann arrest leidend is. De kantonrechter ziet thans geen aanleiding de interpretatie van dit arrest, zoals onder meer is neergelegd in het vonnis van 7 februari 2013 (LJN BZ0963), te herzien.

5.

Het Hof heeft in het Wallentin Hermann arrest –op de inhoud waarvan het Hof in het Sturgeon en Nelson arrest niet is teruggekomen– bepaald dat problemen die worden vastgesteld tijdens het onderhoud van luchtvaartuigen of die het gevolg zijn van onvolkomenheden bij een dergelijk onderhoud, inherent zijn aan de normale uitoefening van de activiteit van een luchtvaartmaatschappij en (aldus) geen uitzonderlijke omstandigheden vormen als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening.

6.

Het Hof heeft in het Wallentin Hermann arrest niet uiteengezet welke technische problemen ‘niet inherent’ zijn aan de normale uitoefening van de activiteit van de betrokken luchtvaartmaatschappij en op welke technische problemen de luchtvaartmaatschappij geen daadwerkelijke invloed kan uitoefenen. Naar het oordeel van de kantonrechter kan niet (a contrario) uit r.o. 25 worden afgeleid dat problemen die niet tijdens het onderhoud worden vastgesteld of die niet het gevolg zijn van onvolkomenheden bij een dergelijk onderhoud wel buitengewone omstandigheden vormen. Het Hof heeft in r.o. 26 slechts aangegeven dat ‘evenwel niet kan worden uitgesloten dat technische problemen uitzonderlijke omstandigheden vormen’ en het Hof heeft voorbeelden gegeven van wanneer dit het geval zou kunnen zijn, namelijk wanneer sprake is van verborgen fabricagefouten of luchtvaartuigen die werden beschadigd door sabotage of terrorisme.

7.

Transavia heeft zich in het voorliggende geval –anders dan in eerdere zaken waarin brandstoflekkage aan de orde was- beroepen op een verborgen fabricagefout. Zij heeft –onweersproken- gesteld en ter zitting geadstrueerd dat rondom de schroeven van het brandstofpaneel ijsafzetting zorgt voor scheuren in het brandstofpaneel waardoor de lekkage ontstaat. Boeing heeft dit probleem erkend en besproken in een zogenaamde ‘fleet team meeting’ in maart 2012. Dit heeft ertoe geleid dat er ‘Fuel Tank Acces Panel Temporary Repair’, een ‘noodoplossing’ is geaccepteerd, totdat de verbeterde afdichting van het paneel een feit is. Transavia heeft haar standpunt onderbouwd door het voorblad van de ‘Fleet Team Meeting Rapportage over Fuel Access Doors , corrosion preventoin 737NG’ en het supplement uit de Maintenance Manual te overleggen. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Transavia aldus voldoende aannemelijk gemaakt dat bij het voorliggende technische mankement sprake is van een verborgen fabricagefout, waardoor dit technische mankement een buitengewone omstandigheid oplevert. Daarbij komt dat de reparatie ‘slechts’ 2 uur heeft geduurd en de overige vertraging is veroorzaakt door het feit dat Transavia niet terug mocht naar de gate maar moest blijven wachten op de bufferpositie.

8.

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Transavia deze omstandigheid niet kunnen voorkomen en heeft zij overigens al het mogelijke gedaan om de vertraging voor de passagiers zo beperkt mogelijk te houden. Het paneel was voorradig en is direct vervangen. De tijdelijke noodoplossing (waarvan Transavia heeft gesteld dat die één uur duurt) was op dat moment nog niet goedgekeurd. Aldus zal de vordering van de passagiers worden afgewezen en hoeven de overige verweren van Transavia geen bespreking meer.

9.

De passagiers zullen als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Daarbij worden de passagiers ook veroordeeld tot betaling van € 100,00 aan nasalaris voor zover daadwerkelijk nakosten door Transavia worden gemaakt. 

De beslissing

De kantonrechter:

- wijst de vordering af;

- veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Transavia tot en met vandaag worden begroot op € 500,00 aan salaris gemachtigde ;

- veroordeelt de passagiers tot betaling van € 100,00 aan nasalaris voor zover daadwerkelijk nakosten door Transavia worden gemaakt; 

- verklaart dit vonnis, voor zover het de proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.