Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:13788

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
11-11-2013
Datum publicatie
06-03-2014
Zaaknummer
HAA 13/1639
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wob-verzoek met betrekking tot facturen van advocaat inzake ambtenaarrechtelijke procedures waarin eiseres het aan haar verleende ontslag aanvecht. In dit geval, mede gelet op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, sprake van een bestuurlijke aangelegenheid. Beroep gegrond, zelf in de zaak voorzien door verweerder op te dragen de gevraagde documenten te verstrekken.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 13/1639

uitspraak van de meervoudige kamer van 11 november 2013 in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats], eiseres,

en

het college van burgemeester en wethouders van Haarlem, verweerder

(gemachtigde: [naam]).

Procesverloop

Bij besluit van 5 oktober 2012 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eiseres om informatieverstrekking op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) afgewezen.

Bij besluit van 5 februari 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 oktober 2013. Eiseres is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1.

Eiseres heeft verweerder op 10 augustus 2012 verzocht om afschriften van alle gespecificeerde facturen die [naam] van CAPRA, als externe adviseur van de gemeente Haarlem, heeft gestuurd aan de gemeente Haarlem in verband met ambtenaarrechtelijke procedures waarin eiseres het aan haar verleende ontslag aanvecht. Bij brief van 15 januari 2013 heeft eiseres haar verzoek in die zin gewijzigd, dat zij ook instemt met vermelding van de eindbedragen per activiteit in plaats van gespecificeerde facturen.

2.

In het bestreden besluit heeft verweerder de afwijzing van het verzoek gehandhaafd, omdat volgens verweerder de gevraagde documenten geen betrekking hebben op een bestuurlijke aangelegenheid. Declaraties van een advocaat die door de gemeente is ingeschakeld en die betrekking hebben op de kosten die deze advocaat heeft gemaakt ter zake van het ontslag van een ambtenaar of werknemer kunnen volgens verweerder niet als zodanig worden beschouwd. Daarbij is verwezen naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 24 november 2006 (ECLI:NL:RVS:2006:AR6306).

3.

Eiseres voert in beroep aan dat, anders dan verweerder stelt, sprake is van een bestuurlijke aangelegenheid. Dit begrip dient extensief te worden uitgelegd, zoals volgens eiseres ook blijkt uit jurisprudentie van de Afdeling, waarbij zij verwijst naar de uitspraken van 10 februari 2000 (ECLI:NL:RVS:2000:AA4763) en 6 maart 2002 (ECLI:NL:RVS:2000:AP4796). Onder bestuurlijke aangelegenheden vallen ook privaatrechtelijke overeenkomsten, zoals in dit geval de door de gemeente Haarlem gesloten overeenkomst tot opdracht met CAPRA, aldus eiseres.

4.

Ingevolge artikel 1 van de Wob, voor zover hier relevant, wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen verstaan onder bestuurlijke aangelegenheid een aangelegenheid die betrekking heeft op beleid van een bestuursorgaan, daaronder begrepen de voorbereiding en de uitvoering ervan.

Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Wob kan een ieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf.

5.

Zoals is overwogen in de uitspraak van de Afdeling van 21 januari 2009 (ECLI:NL:RVS:2013:BH0453) ziet het begrip ‘bestuurlijk’ in artikel 3 van de Wob, gelet op het doel van die wet, op het openbaar bestuur in al zijn facetten. Het betreft niet alleen het externe optreden van het bestuur, maar ook de interne organisatie en de wijze waarop ambtenaren hun ambt vervullen. De rechtbank wijst voorts op de uitspraak van de Afdeling van 20 juni 2007 (ECLI:NL:RVS:BA7618) waarin onder meer is overwogen dat de interne organisatie en de beslissingen met betrekking tot de rechtspositie van ambtenaren vallen onder ‘het openbaar bestuur in al zijn facetten’.

6.

Gelet op de ter zitting door eiseres gegeven toelichting beoogt zij met haar verzoek inzicht te krijgen in de bemoeienis, vanaf het prilste begin, van (advocaten van) CAPRA, in en voorafgaand aan haar ontslagprocedure, in en buiten rechte. Het gaat haar daarbij niet in hoofdzaak om de kosten die daarmee zijn gemoeid. Eiseres wenst aldus kennelijk inzicht te verkrijgen in de wijze waarop en/of de intensiteit waarmee verweerder met gebruikmaking van publieke middelen, in het bijzonder door het inschakelen van externe juridische bijstand, zich in deze arbeidsrechtelijke kwestie heeft opgesteld en geweerd. Anders dan verweerder meent, is hier naar het oordeel van de rechtbank - gelet op de hierboven aangehaalde jurisprudentie - sprake van een bestuurlijke aangelegenheid. Het bestreden besluit kan daarom geen stand houden en dient te worden vernietigd. Het beroep zal gegrond worden verklaard.

7.

De rechtbank ziet voorts aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zelf in de zaak te voorzien, in die zin dat verweerder zal worden opgedragen om aan eiseres de gevraagde documenten, bedoeld met haar gewijzigde verzoek van 15 januari 2013, te verstrekken.

8.

De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 18,70 in verband met reiskosten voor het bijwonen van de zitting.

9.

Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

Beslissing

De rechtbank

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- herroept het primaire besluit;

- bepaalt dat verweerder binnen een termijn van vier weken de in rechtsoverweging 7 bedoelde documenten aan eiseres verstrekt;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 160,- aan eiseres te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 18,70.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Guinau, voorzitter, mr. I.M. Ludwig en mr.drs. L. Beijen, leden, in aanwezigheid van R.I. ten Cate, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 november 2013.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.