Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:447

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
19-01-2016
Datum publicatie
01-02-2016
Zaaknummer
C/16/407931 / KL ZA 16-15
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Geen verbod op uitzending AVROTROS Opgelicht?!.

AVROTROS heeft de grenzen opgezocht van het recht op wederhoor (r.o.4.14). Door eigen opstelling kan eisende partij niet worden gevolgd in haar standpunt dat er geen mogelijkheid tot wederhoor bestond (4.15 ev).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Zittingsplaats Lelystad

zaaknummer / rolnummer: C/16/407931 / KL ZA 16-15

Vonnis in kort geding van 19 januari 2016

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. E. Sahin te Eindhoven,

tegen

de vereniging

AVROTROS,

gevestigd te Hilversum,

gedaagde,

advocaat mr. H.A.J.M. van Kaam te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Avrotros genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 18 januari 2016 met producties;

- de fax van 18 januari 2016 van Avrotros met producties;

- de mondelinge behandeling op 19 januari 2016;

- de pleitnota van [eiseres] ;

- de pleitnota van Avrotros.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

1.3.

In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 19 januari 2016 vonnis uitgesproken. Het onderstaande vormt hiervan de nadere schriftelijke uitwerking en is op 2 februari 2016 opgemaakt.

2 De feiten

2.1.

In de periode 13 juli 2011 en 13 oktober 2015 hebben verschillende mensen tegen [eiseres] aangifte gedaan van horizontale fraude, oplichting en verduistering. De aangiftes zien op feiten die gepleegd zouden zijn in diverse periodes gelegen tussen 1 januari 2006 en 3 oktober 2015.

2.2.

Op 23 december 2015 heeft een cameraploeg van het programma AVROTROS Opgelicht?! opnames van [eiseres] gemaakt toen zij een supermarkt in haar woonplaats had verlaten.

2.3.

Bij brief van 31 december 2015 heeft de advocaat van [eiseres] Avrotros onder meer meegedeeld:

  • -

    dat [eiseres] op 23 december 2015 is overvallen door een cameraploeg van het programma AVROTROS Opgelicht?! en dat zij zich tijdens deze opnames niet heeft kunnen verweren;

  • -

    dat [eiseres] vermoedt dat Avrotros is ingeschakeld door mevrouw [A] , aangezien deze mevrouw (ten onrechte) stelt te zijn opgelicht door [eiseres] en dat [eiseres] haar nog geld verschuldigd is;

  • -

    dat [eiseres] ten onrechte door Avrotros als oplichtster wordt aangemerkt;

  • -

    dat door het opnemen van [eiseres] in het televisieprogramma de eer en goede naam van [eiseres] wordt aangetast en haar portretrecht wordt geschonden;

  • -

    geen gebruik te maken van de van [eiseres] opgenomen beelden (sommatie);

  • -

    dat bij het gebruik van de beelden, [eiseres] in ieder geval niet herkenbaar mag zijn en ook haar naam niet mag worden genoemd (sommatie);

  • -

    dat wanneer Avrotros voornemens is de aflevering met [eiseres] uit te zenden, zij de uitzenddatum bekend dient te maken, zodat [eiseres] zo nodig een kort geding kan starten;

  • -

    dat Avrotros aansprakelijk wordt gesteld voor de schade die [eiseres] lijdt.

2.4.

In reactie op voormelde brief en een e-mail van 11 januari 2016 van de advocaat van [eiseres] , heeft mr. [B] (juridisch medewerker van Avrotros) namens de eindredactie van Avrotros bij brief van 12 januari 2016 betwist dat het programma zou zijn ingeschakeld door mevrouw [A] . Verder wordt onder meer meegedeeld:

“De redactie heeft vele klachten over uw cliënte ontvangen, heeft deze onderzocht en heeft naar aanleiding van de uitkomsten getracht in contact te komen met mevrouw [eiseres] . Omdat zij telefonisch niet bereikbaar was heeft de verslaggeefster haar op straat aangesproken.

De klachten die de redactie heeft ontvangen over mevrouw [eiseres] zijn namelijk dusdanig ernstig dat de redactie graag de reactie van uw cliënte had willen horen. In tegenstelling tot hetgeen in uw brief staat blijkt uw cliënte niet in de slachtofferhoek te hebben gezeten, maar heeft de afgelopen jaren stelselmatig verschillende personen en bedrijven bewogen geld te investeringen in niet-bestaande bedrijven die uw cliënte zou hebben of zou gaan starten (en welke vervolgens nooit van de grond gekomen zijn), zoals racecircuits, sponsorgelden, ziekenhuisbedden, containerhandel met Azië, en zgn racestoeltjes (plekken binnen een raceteam waarbij de coureur zich dient in te kopen).

Daarnaast heeft zij mensen bewogen haar geld te lenen voor persoonlijke zaken zoals niet-bestaande ziekenhuisrekeningen voor haar man die niet ziek bleek te zijn, vliegtuigtickets, etc. Uw cliënte heeft deze mensen nooit terugbetaald en is steeds met de noorderzon vertrokken. De geleende en geïnvesteerde bedragen lopen uiteen van enkele duizenden euro’s tot tonnen. Het totaalbedrag waar de redactie tot nu toe weet van heeft loopt boven de miljoen euro.

Een aantal jaren geleden heeft een van de gedupeerden al haar persoonlijk faillissement aangevraagd, dat toen ook uitgesproken is. Ook zou zij vorig jaar celstraf uitgezeten hebben wegens uitkeringsfraude.

(…)

U kunt zich wellicht voorstellen dat de redactie naar aanleiding van deze klachten graag de reactie van mevrouw [eiseres] wilde vernemen. Het staat Opgelicht?! als persmedium vrij om uit te zenden over welk onderwerp dan ook, op de wijze zoals het haar goeddunkt. In dat kader heeft zij onderzoek gedaan en uw cliënte opgezocht. Indien uw cliënt alsnog bereid is een reactie te geven vernemen we dat graag.”

2.5.

In een e-mail van 14 januari 2016 wordt in reactie op de brief van Avrotros van 12 januari 2016 door mr. Sahin onder meer het volgende gemeld:

“De beschuldigingen richting cliënte zijn onterecht en onjuist. Cliënte zal ook haar reactie geven. Dit vergt echter tijd. Cliënte is de nodige bewijsstukken aan het verzamelen.”

En:

“Ik verzoek u mij te bevestigen dat u eerst de reactie van mijn cliënte zult afwachten, alvorens u een beslissing neemt om al dan niet uit te zenden. Mocht u beslissen om het alsnog uit te gaan zenden, dan verzoek ik u mij minimaal 14 dagen van te voren op de hoogte te stellen, zodat ik tijdig de nodige rechtsmaatregelen kan treffen.”

2.6.

Avrotros is voornemens om in de uitzending van dinsdag 19 januari 2016 van het programma AVROTROS Opgelicht?! aandacht aan [eiseres] te besteden.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Avrotros met onmiddellijke ingang wordt verboden:

  1. om de door haar al dan niet heimelijk opgenomen (camera)beelden dan wel bij derden verkregen (camera)beelden op welke wijze dan ook uit te zenden, op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 250.000,-- per overtreding;

  2. om zich op welke wijze dan ook, zowel onder eigen naam als onder een andere naam, onjuist, negatief uit te laten over [eiseres] , op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 250.000,-- per overtreding;

  3. om in een van haar programma’s waaronder Opgelicht?! iets, in welke vorm dan ook uit te zenden over [eiseres] , op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 250.000,-- per overtreding;

  4. om in een van haar programma’s, waaronder Opgelicht?!, [eiseres] herkenbaar in beeld te brengen, op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 250.000,-- per overtreding;

  5. om in een van haar programma’s, waaronder Opgelicht?!, de naam van [eiseres] , althans haar voor- of achternaam, althans de achternaam van haar partner [D] te noemen c.q. te gebruiken op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 250.000,-- per overtreding;

een en ander met veroordeling van Avrotros in de kosten van deze procedure.

3.2.

[eiseres] heeft ter onderbouwing van de vorderingen naar voren gebracht dat zij te lichtvaardig blootgesteld wordt aan verdachtmakingen en aan voor haar ongewenste publiciteit omtrent haar persoon. [eiseres] betwist ooit een celstraf te hebben uitgezeten wegens uitkeringsfraude. Volgens [eiseres] zijn de aangiftes niet juist en zijn het ook niet meer dan eenzijdige verklaringen. Bovendien zijn het gedateerde verklaringen. Op grond hiervan kan [eiseres] in het programma niet als oplichtster worden bestempeld. [eiseres] is op 23 december 2015 door een cameraploeg overvallen en daarvóór is zij nooit gebeld door Avrotros. Pas een dag voor de zitting heeft (de advocaat van) Avrotros stukken (producties) aan [eiseres] verstrekt, maar de bij de aangiftes behorende bewijsstukken zijn nog steeds niet ontvangen. Er is ook geen enkel spoedeisend belang aan de zijde van Avrotros om in de uitzending van 19 januari 2016 aandacht aan [eiseres] te besteden. Avrotros dient [eiseres] dan ook de gelegenheid te geven om gemotiveerd te reageren op de aantijgingen. Daarvoor is nodig dat [eiseres] tijd gegund wordt om een en ander uit te zoeken. De bescherming van de eer en goede naam en persoonlijke levenssfeer van [eiseres] weegt in dit geval zwaarder dan het recht op vrijheid van meningsuiting van Avrotros.

3.3.

Avrotros voert verweer met conclusie tot afwijzing van het gevorderde en met veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Gelet op de aard van de vorderingen heeft [eiseres] een voldoende spoedeisend belang om in haar vorderingen in kort geding te worden ontvangen.

4.2.

In deze zaak gaat het om een botsing van fundamentele rechten. Ten eerste het aan de zijde van [eiseres] aanwezige recht op eerbiediging van de eer en goede naam en aan de zijde van Avrotros het recht op vrijheid van meningsuiting.

4.3.

Toewijzing van het onder 3.1 onder a. tot en met e. gevorderde houdt een beperking in van het in artikel 7 Grondwet en artikel 10 lid 1 EVRM neergelegde recht van Avrotros op vrijheid van meningsuiting. Een dergelijk recht kan slechts worden beperkt indien dit bij de wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij de wet is voorzien is sprake wanneer de publicatie een zodanige inbreuk maakt op de eer en goede naam van [eiseres] dat die als onrechtmatig kan worden aangemerkt in de zin van artikel 6:162 BW. Voor het antwoord op de vraag welk recht - het recht op vrije meningsuiting of het recht op bescherming van de eer en goede naam - in het concrete geval zwaarder weegt, moeten de wederzijdse belangen worden afgewogen. Welk van deze belangen, die in beginsel gelijkwaardig zijn, de doorslag behoort te geven hangt af van de concrete omstandigheden van het geval.
Daarbij is onder meer relevant (i) de aard van de gepubliceerde uitlatingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie die uitlatingen betrekking hebben, (ii) de ernst - bezien vanuit het algemeen belang - van de misstand die aan de kaak wordt gesteld, (iii) de mate waarin de uitlatingen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal, (iv) de totstandkoming en inkleding van de uitlatingen, (v) het gezag dat het medium waarop de uitlatingen zijn gepubliceerd geniet en (vi) de maatschappelijke positie van de betrokken persoon. Genoemde omstandigheden wegen niet allen even zwaar. Welke omstandigheden van toepassing zijn en welk gewicht daaraan moet worden gehecht, hangt af van het concrete geval.

4.4.

Voor zover [eiseres] ook een beroep op het portretrecht heeft gedaan en stelt dat openbaarmaking van haar portret jegens haar onrechtmatig is, dient een (soortgelijke) belangenafweging te worden gemaakt tussen enerzijds het door art. 8 EVRM beschermde recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en/of eer en goede naam en anderzijds het door art. 10 lid 1 EVRM beschermde recht op vrijheid van meningsuiting en informatievrijheid.

4.5.

Het belang van Avrotros is dat zij met haar programma ‘AVROTROS opgelicht ?!’ een rol vervult als public watchdog en in die rol allerlei misstanden aan de kaak moet kunnen stellen alsmede het publiek moet kunnen voorlichten en waar nodig waarschuwen.

4.6.

Het belang van [eiseres] is erin gelegen dat zij door deze publiciteit (o.a. door de gebruikmaking van de beelden waarop zij herkenbaar in beeld gebracht wordt en het noemen van haar naam) niet lichtvaardig wordt blootgesteld aan verdachtmakingen als ware zij een oplichtster en aan voor haar ongewenste publiciteit omtrent haar persoon.

4.7.

Bij de verdere beoordeling van dit geschil gaat de voorzieningenrechter uit van de weergave van de voorgenomen uitzending van AVROTROS Opgelicht ?! zoals ter zitting door Avrotros is omschreven.

4.8.

Volgens Avrotros komt in het programma Opgelicht?! een aantal personen aan het woord die vertellen over hetgeen [eiseres] hen heeft aangedaan. Avrotros stelt dat uit deze informatie vrij snel helder wordt dat de handelwijze van [eiseres] een duidelijk patroon heeft, dat de [eiseres] verweten gedragingen zich over een groot aantal jaren afspelen en dat het verhaal ook actueel is. Volgens Avrotros ontfutselde en ontfutselt [eiseres] van derden (zakelijke personen, bedrijven en privépersonen) grote sommen geld. De bedragen die van derden zijn ontfutselt loopt per geval van enkele duizenden euro’s tot tonnen. De gedupeerden hebben talloze malen contact gezocht met [eiseres] (via de telefoon of e‑mail) en alles in het werk gesteld om op een of andere manier hun geld terug te krijgen, maar dit is tevergeefs gebeurd.

In het programma wordt [eiseres] herkenbaar in beeld gebracht en wordt ook haar naam en de volgens Avrotros door [eiseres] gebruikte andere namen genoemd, zijnde [voornaam eiseres] [achternaam van D] (achternaam van haar huidige partner) en [voornaam eiseres] [X] (achternaam van haar overleden man). [eiseres] wordt door Avrotros zelf niet als oplichtster aangeduid.

4.9.

Avrotros heeft ter zitting het door haar gestelde patroon van handelen door [eiseres] onderbouwd aan de hand van verhalen over en aangiftes van diverse (rechts)personen ( [...] ; [...] ; [...] / [...] ; [...] ; [...] / [...] ; [...] ; [...] / [...] / [...] ; [...] / [...] en [...] / [...] en [...] en [...] ).

4.10.

De verhalen en aangiftes, in onderling verband en samenhang beschouwd, onderschrijven volledig het door Avrotros geschetste beeld van de verweten handelwijze: [eiseres] licht mensen/bedrijven op en laat een spoor van slachtoffers na. De verweten uitlatingen en beeldvorming vinden daarmee voldoende steun in het beschikbare feitenmateriaal. Ook is sprake van een bezien vanuit het algemeen belang – misstand die aan de kaak gesteld mag worden en waarvoor mensen gewaarschuwd mogen worden.

4.11.

Avrotros mag [eiseres] in het programma dan niet zelf een oplichtster noemen, maar de gestelde inhoud van het item lijkt de kijker weinig ruimte te laten om tot een andere conclusie te komen dan dat [eiseres] een (notoire) oplichtster is.

4.12.

Het in het programma Opgelicht?! (zichtbaar en met naamsvermeldingen) worden bestempeld als een persoon die grote sommen geld van derden onttroggelt met verzonnen verhalen, mag bijzonder negatief voor [eiseres] worden geacht.

4.13.

Hoewel er geen absoluut recht op wederhoor bestaat, acht de voorzieningenrechter het in het onderhavige geval (het in een televisieprogramma als Opgelicht?! worden weggezet als notoire oplichtster) onderdeel van de door Avrotros in acht te nemen zorgvuldigheid. Er is door Avrotros ook geen urgentie gesteld die zich tegen wederhoor verzet. Dit betekent dat in beginsel niet tot uitzending mag worden overgegaan zonder dat [eiseres] een gelegenheid is geboden tot wederhoor.

4.14.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat Avrotros ten aanzien van de door haar in dit geval in acht te nemen wederhoor, de grenzen heeft opgezocht door zich aanvankelijk niet echt te hebben ingespannen om [eiseres] serieus de gelegenheid te bieden om te reageren op de aantijgingen. Ter zitting is namelijk niet meer gebleken dan dat ‘Avrotros heeft geprobeerd telefonisch contact te leggen met [eiseres] ’ en dat dit niet gelukt is, en dat ook ‘een bezoek aan het adres waar zij mogelijk zou verblijven’ in eerste instantie niets heeft opgeleverd. Vervolgens is [eiseres] op 23 december 2015 bij het verlaten van een supermarkt in haar woonplaats overvallen door een cameraploeg van het programma Opgelicht?! Nadien heeft Avrotros bij brief van 12 januari 2016 gemeld graag de reactie van [eiseres] te willen vernemen. Dit laatste overigens ook pas in reactie op de brief van 31 december 2015 van de advocaat van [eiseres] .

4.15.

Anderzijds geldt dat [eiseres] weliswaar heeft betoogd dat zij graag weerwoord wil geven, maar op geen enkele wijze wordt aangegeven wanneer een weerwoord verwacht kan worden. [eiseres] stelt niet meer dan dat er tijd nodig is om onderzoek te doen. Van Avrotros kan anders dan de advocaat van [eiseres] ter zitting lijkt te betogen niet verlangd worden dat zij geen aandacht aan [eiseres] besteedt tot het moment dat [eiseres] zelf van oordeel is dat zij ‘een allesomvattende reactie’ kan geven.

4.16.

De advocaat van [eiseres] stelt dat [eiseres] zich moeilijk kan verdedigen, nu Avrotros nog bepaalde informatie moet verstrekken. Voor een deel van deze informatie is [eiseres] echter in zijn geheel niet afhankelijk van de medewerking van Avrotros (o.a. informatie over de veroordeling van [eiseres] tot gevangenisstraf wegens fraude en informatie over de (in ieder geval) twee faillissementsaanvragen).

4.17.

Voor zover [eiseres] in deze procedure heeft getracht het onder 4.8 over haar geschetste beeld te weerspreken, geldt dat Avrotros stelselmatig en gemotiveerd de door de advocaat van [eiseres] verstrekte andersluidende visie over [eiseres] heeft weten te weerleggen. Zo ging het ter zitting door de advocaat van [eiseres] gedane beroep op een Spaanse e-mail (ter zitting voorgelezen, maar niet in het geding gebracht) om een andere coureur dan aanvankelijk zijdens [eiseres] was gesteld en de aanvankelijke ontkenning van een strafrechtelijke veroordeling wegens fraude van [eiseres] en de daarbij behorende gevangenisstraf is niet gehandhaafd. Hetzelfde geldt voor de aanvankelijke ontkenning van een daadwerkelijk faillissement van [eiseres] . De twee in de dagvaarding genoemde personen die volgens [eiseres] Avrotros onjuist zouden hebben ingelicht (mevrouw [A] en mevrouw [C] ) lijken bovendien geen deel uit te maken van het item over [eiseres] .

4.18.

Ook al zou de advocaat van [eiseres] worden gevolgd in zijn namens [eiseres] naar voren gebrachte stelling dat hij ‘tijd nodig heeft’ om met zijn ‘cliënte over alle feiten vanaf 2006’ te spreken, dan had toch in ieder geval in antwoord op de brief van Avrotros van 12 januari 2016 een concreet voorstel kunnen worden gedaan om in gesprek met Avrotros te komen. Ook de uitnodiging van Avrotros ter zitting om in de middag van de uitzending of in de uitzending zelf alsnog het standpunt van [eiseres] naar voren te brengen is afgeslagen, opnieuw zonder dat is aangegeven op welke (korte) termijn wel een weerwoord van [eiseres] verwacht kan worden. Dit mag [eiseres] worden aangerekend, te meer nu de advocaat van [eiseres] desgevraagd heeft meegedeeld (toch) wel bekend te zijn met het feit dat [eiseres] ‘eerder failliet verklaard is, en ook ‘zijdelings’ van [eiseres] gehoord heeft over ‘het vast zitten’ van zijn cliënte. Bovendien is ter zitting [eiseres] zelf niet verschenen, zonder dat een reden voor haar afwezigheid is gegeven.

4.19.

Op grond van het vorenstaande (4.15 e.v.) kan [eiseres] niet worden gevolgd in haar standpunt dat er geen mogelijkheid tot wederhoor bestond.

4.20.

De voorzieningenrechter concludeert, na afweging van de wederzijdse belangen en in het bijzonder de hiervoor besproken omstandigheden, dat het niet aannemelijk is dat een bodemrechter - later oordelende - zal beslissen dat de uitzending onrechtmatig jegens [eiseres] is. Het onder 3.1 onder a. tot en met e. gevorderde komt dan ook niet voor toewijzing in aanmerking.

4.21.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Avrotros worden begroot op:

- griffierecht € 619,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.435,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van Avrotros tot op heden begroot op € 1.435,00,

5.3.

veroordeelt [eiseres] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiseres] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Schuman, bijgestaan door mr. T. Stokvis, en in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2016.