Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:4211

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
19-04-2016
Datum publicatie
26-07-2016
Zaaknummer
4880171/ME VERZ 16-53
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

transitievergoeding

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2016-0548
AR 2016/2178
JAR 2016/118
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter

locatie Almere

Zaak- en rekestnummer: 4880171 / ME VERZ 16-53

Datum beslissing: 19 april 2016

Beschikking in de zaak van

in de zaak met zaaknummer / rekestnummer 4880171 / ME VERZ 16-53 van

[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker, hierna ook te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde mr. A.L. Looijenga, werkzaam bij FNV Individuele Belangenbehartiging te Deventer,

en

de naamloze vennootschap CONNEXXION OPENBAAR VERVOER N.V.,
gevestigd te Hilversum,
belanghebbende, hierna ook te noemen: Connexxion Openbaar Vervoer,
gemachtigde mr. D.M. van Moerkerk, advocaat te Amsterdam.

1 De procedure

1.1.

[verzoeker] heeft, ingekomen op 7 maart 2016, een verzoekschrift ingediend. [verzoeker] heeft ex artikel 7:681 BW en 7:672 BW verzocht, uitvoerbaar bij voorraad, Connexxion Openbaar Vervoer te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 27.500,00 aan billijke vergoeding, € 2.892,29 bruto aan gefixeerde schadevergoeding en € 55.918,00 bruto aan transitievergoeding, zulks vermeerderd met de wettelijke rente. Ten slotte heeft hij verzocht Connexxion Openbaar Vervoer te veroordelen tot betaling van de kosten van dit geding.

1.2.

Connexxion Openbaar Vervoer heeft, ingekomen op 29 maart 2016, een verweerschrift ingediend.

1.3.

Op 30 maart 2016 heeft [verzoeker] een nadere productie in het geding gebracht.

1.4.

Op 5 april 2016 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. [verzoeker] is verschenen tezamen met mr. Looijenga. Namens Connexxion Openbaar Vervoer is verschenen de heer [X] , jurist arbeidszaken, bijgestaan door mr. Van Moerkerk. Partijen hebben ter zitting hun standpunten aan de hand van pleitaantekeningen toegelicht.

2. De feiten

Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd betwist (mede op grond van de in zoverre niet weersproken inhoud van de overgelegde producties) het volgende vast:

2.1.

[verzoeker] , geboren op [1953] , is voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij Connexxion Openbaar Vervoer in de functie van buschauffeur.

2.2.

Per [1986] is [verzoeker] bij de Friese Autobus Maatschappij “FRAM” N.V. in dienst getreden.

2.3.

Bij brief van 28 januari 1999 heeft [naam] /VEONN, de rechtsopvolgster van FRAM, aan [verzoeker] bericht dat zijn dienstverband op zijn verzoek met ingang van [1999] zal worden beëindigd.

2.4.

Met ingang van [1999] heeft [verzoeker] met Midnet, de rechtsvoorganger van Connexxion Openbaar Vervoer, een arbeidsovereenkomst gesloten voor onbepaalde tijd. De functie van [verzoeker] is autobuschauffeur.

2.5.

Op 12 juli 2004 bericht Connexxion Openbaar Vervoer aan [verzoeker] :

“Ten aanzien van uw concerndatum en de begindatum voor uw dienstjaren en dienstjubileum kan ik het volgende mededelen. Uw reactie naar aanleiding van ons verzoek tot controle van de bovenstaande data hebben wij in goede orde ontvangen. Wij hebben uw gegevens nader bekeken en komen tot de conclusie dat er aanleiding tot aanpassing van die gegevens is.

Uw gegevens blijven dus (vooralsnog) als volgt in ons systeem staan:

Concerndatum: [1986]

Begindatum dienstjaren: [1986]

Begindatum dienstjubileum: [1986] ”

2.6.

Op de loonstroken van [verzoeker] staat als datum in dienst [1986] .

2.7.

Op maandag 27 juli 2015 bericht de gemachtigde van [verzoeker] de heer [X] per mail als volgt:

“Onlangs hebt u mij een concept vaststellingsovereenkomst toegezonden.

Ik kan u melden dat de gezondheid van de heer [verzoeker] op dit moment zo is dat hij niet in staat is zijn wil goed te bepalen. Ook medicijnen die hij thans moet gebruiken dragen daartoe bij.

Ik sprak met hem en zijn maatschappelijk werkster af dat we over ongeveer een maand opnieuw zullen kijken naar de vaststellingsovereenkomst, in de hoop dat het dan weer beter gaat met de heer [verzoeker] .”

2.8.

In de tussen partijen niet ondertekende vaststellingovereenkomst van juli 2015 heeft Connexxion Openbaar Vervoer onder overwegingen opgenomen:

“- Werknemer is sinds 06 januari 1986 in dienst van werkgever, in de functie van buschauffeur tegen een salaris van € 2678,05 bruto per maand, exclusief vakantietoeslag en overige emolumenten.”

2.9.

[verzoeker] is sinds [2010] arbeidsongeschikt.

2.10.

Sedert 7 mei 2015 ontvangt [verzoeker] een WIA-uitkering.

2.11.

Op 17 maart 2014 heeft [verzoeker] Connexxion Openbaar Vervoer gedagvaard en betaling gevorderd van een schadevergoeding ter hoogte van € 115.914,12 bruto en € 5.000,00 netto wegens immateriële schadevergoeding. Volgens [verzoeker] heeft Connexxion Openbaar Vervoer in strijd gehandeld met het bepaalde in artikel 7:611 BW. Op 14 januari 2015 heeft de kantonrechter de vorderingen van [verzoeker] afgewezen.

2.12.

Op 30 juni 2015 heeft [A] , Casemanager Connexxion, namens Connexxion Taxi Services B.V. een pro forma ontslagaanvraag ingediend bij het UWV voor een viertal werknemers, waaronder [verzoeker] .

2.13.

Op 30 juli 2015 bericht de heer [A] aan het UWV onder meer:

“Namens Connexxion Taxi Services B.V. (verder Connexxion Taxi Services), heeft u eerder per brief van 30 juni 2015 de pro forma aanvraag ontvangen voor het verlenen van een ontslagvergunning en alzo toestemming te verlenen tot het opzeggen van de arbeidsverhouding van de heer [verzoeker] , verder te noemen werknemer.

De gronden voor de aanvragen voor het verlenen van toestemming is gelegen in de duurzame arbeidsongeschiktheid na 104 weken en > voor de eerdere bedongen arbeid van chauffeur bus bij Connexxion Openbaar Vervoer N.V.”

2.14.

Bij brief van 13 augustus 2015 heeft het UWV Connexxion Taxi Services verzocht antwoord te geven op onder meer de navolgende vragen:

“2. Daarnaast wordt namens werknemer opgemerkt, dat er de nodige fouten in uw ontslagaanvraag staan. Zo zou de datum indiensttreding van betrokkene niet correct zijn en is Connexxion Taxi Services BV niet zijn werkgever, maar Connexxion Openbaar Vervoer NV. Graag uw reactie. Voeg een arbeidsovereenkomst van werknemer bij om uw standpunt te verduidelijken.

3. Tot slot verzoeken we u duidelijk gemotiveerd op de overige punten namens werknemer gestelde punten van het verweer in te gaan.”

2.15.

Bij mail van 31 augustus 2015 heeft de heer [A] aan het UWV naar aanleiding van gestelde vragen onder meer het navolgende bericht:

“Ten aanzien van vraag 2:

  1. De indiensttreding van de heer [verzoeker] is wel correct. In eerdere stukken aan de belangenbehartiger is dit reeds als volgt aan de orde gekomen. “ [verzoeker] is op [1999] in dienst getreden bij Midnet (rechtsvoorganger van CXX). Daarvoor was hij werkzaam bij Veonn/ [naam] en daar heeft hij zelf ontslag genomen. Zijn dienstverband bij CXX is dus op [1999] begonnen en formeel niet in 1986.”

  2. De eerste brief aan u van voor 1 juli 2015 was een aanvraag waar meerdere medewerkers van Connexxion door mij in opgenomen werden. Het briefpapier en de benaming van Connexxion Taxi Services B.V. gebruikt. In de brief van 30 juli 2015 is de werkgever van de heer [verzoeker] , Connexxion Openbaar Vervoer N.S. duidelijk ge-en vernoemd. (zie ook bijlage vonnis en getoetste arbeidsrelatie). De aanvraag is overigens door het UWV geaccepteerd en was de werkgever aldaar bekend.

Ten aanzien van vraag 3 (voor zover niet reeds eerder beantwoord) onder:

2. Zie vorige vraag 2. Verzoekschrift is gedaan door Connexxion Openbaar Vervoer N.V., de werkgever van de heer [verzoeker] ;”

2.16.

Op 16 oktober 2015 heeft het UWV aan Connexxion Taxi Services B.V. onder meer het navolgende bericht:

Beoordeling

(…)

Voor wat betreft de discussie omtrent de datum indiensttreding van werknemer merken we op, dat dit aspect voor onze beoordeling niet relevant is. We zullen ons hierover dan ook niet uitlaten. Voor onze toets richten we ons uitsluitend op de regelgeving zoals vastgelegd in artikel 5:2 van het Ontslagbesluit en de uitwerking daarvan in onze Beleidsregels Ontslagtaak UWV.

(…)

Tot slot merken we op, dat de ontslagaanvraag op 30 juni 2015 is ingediend namens Connexxion Taxi Service B.V. In de aanvulling op de aanvraag stelt u dat de grond voor het indienen van de aanvraag gelegen is in de duurzame arbeidsongeschiktheid van betrokkene na 104 weken en voor de bedongen arbeid van chauffeur bus bij Connexxion Openbaar Vervoer NV. Uit het dossier komt niet duidelijk naar voren dat de ontslagaanvraag namens deze organisatie is ingediend. Het feit dat door een administratieve omissie tijdelijk de naam Connexxion Openbaar Vervoer NV door ons is gevoerd, wil nog niet zeggen dat we daarmee erkennen dat dit ook daadwerkelijk de aanvrager is. Het is en blijft dan ook uw eigen verantwoordelijkheid om te beoordelen of u deze vergunning kunt gebruiken.

Beslissing

Wij verlenen u hierbij toestemming om de arbeidsverhouding met werknemer op te zeggen.”

2.17.

Op 26 oktober 2015 heeft de heer [A] op briefpapier van Connexxion [verzoeker] het navolgende bericht:

“Bij brief van 16 oktober 2015 heeft de Arbeids Juridische Dienst van het District Oost van het UWV te Hengelo (O), ons toestemming verleend om de arbeidsovereenkomst welke Connexxion met u heeft, op te zeggen. Een kopie van de ontslagvergunning heeft u van het UWV ontvangen.

Hierbij zeggen wij de alleen nog formeel bestaande arbeidsovereenkomst tussen u en Connexxion, met inachtneming van de opzegtermijn van 3 maanden, op tegen het einde van de maand oktober 2015. Uw dienstverband zal, ruim na de met u doorlopen wachttijd van 104 weken, eindigen op donderdag 31 januari 2016.”

2.18.

Op 4 februari 2016 heeft [verzoeker] aan Connexxion Openbaar Vervoer bericht dat hij berust in het feit dat het dienstverband is beëindigd maar, nu aan Connexxion Taxi Services toestemming is verleend en niet aan Connexxion Openbaar Vervoer, Connexxion Openbaar Vervoer zonder toestemming van het UWV de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd en daarmee in strijd heeft gehandeld met het bepaalde in artikel 7:671 lid 1 BW.

3 Het geschil

3.1.

[verzoeker] heeft aan zijn verzoek het navolgende ten grondslag gelegd. Connexxion Openbaar Vervoer heeft het dienstverband zonder toestemming van het UWV opgezegd. Connexxion Openbaar Vervoer handelt daarmee in strijd met het bepaalde in de artikelen 7:671 lid 1 BW en 7:671a BW. [verzoeker] maakt daarom aanspraak op een billijke vergoeding ter grootte van € 27.500,00 bruto. Verder heeft Connexxion Openbaar Vervoer niet de juiste opzegtermijn gehanteerd. Connexxion Openbaar Vervoer heeft een opzegtermijn van 3 maanden gehanteerd. Daarbij is rekening gehouden met een maand aftrek wegens het feit dat is opgezegd na toestemming van het UWV. Nu Connexxion Openbaar Vervoer geen procedure heeft gevoerd en geen toestemming heeft verkregen van het UWV diende Connexxion Openbaar Vervoer een opzegtermijn van 4 maanden in acht te nemen. [verzoeker] maakt daarom op grond van artikel 7:672 lid 2 BW aanspraak op een schadevergoeding van 1 maandsalaris, derhalve € 2.892,29 bruto. Tenslotte heeft [verzoeker] opgemerkt dat nu de arbeidsovereenkomst per 31 januari 2016 is geëindigd, [verzoeker] ingevolge het bepaalde in artikel 7:673 BW aanspraak kan maken op een transitievergoeding nu het dienstverband langer dan 24 maanden heeft geduurd. Voor de berekening van de transitievergoeding dient uit te worden gegaan van een dienstverband ingaande [1986] . [verzoeker] maakt daarom aanspraak op een bedrag van € 55.918,00 bruto.

3.2.

Connexxion Openbaar Vervoer heeft ten verwere aangevoerd dat zij de arbeidsovereenkomst niet heeft opgezegd. Per abuis is een ontslagaanvraag ingediend namens Connexxion Taxi Services. De ontslagvergunning is ook verleend aan Connexxion Taxi Services. Connexxion Taxi Services heeft vervolgens de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] opgezegd. De opzegging heeft geen effect gehad nu [verzoeker] in dienst is bij Connexxion Openbaar Vervoer.

Voor het geval Connexxion Openbaar Vervoer de arbeidsovereenkomst wel zou hebben opgezegd heeft Connexxion Openbaar Vervoer opgemerkt dat dit berust op een misverstand. Connexxion Openbaar Vervoer heeft niet bewust zonder toestemming van het UWV opgezegd. Van ernstig verwijtbaar handelen is geen sprake zodat toekenning van een billijke vergoeding niet in de rede ligt. De transitievergoeding is bedoeld ter compensatie van ontslag en om de werknemer in staat te stellen de transitie naar een andere baan te vergemakkelijken. [verzoeker] mag weer in dienst treden bij Connexxion Openbaar Vervoer. Compensatie voor ontslag danwel transitie naar een andere baan is dan ook niet aan de orde, aldus Connexxion Openbaar Vervoer. Met betrekking tot de onregelmatige opzegging heeft Connexxion Openbaar Vervoer opgemerkt dat het bedrag dat verschuldigd is gelijk is aan het vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren. Connexxion Openbaar Vervoer heeft de loonbetaling vanaf 1 oktober 2012 stopgezet. Als de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] een maand langer zou hebben geduurd, zou hij over deze maand geen loon hebben ontvangen. De vergoeding wegens onregelmatige opzegging is derhalve nihil, aldus Connexxion Openbaar Vervoer.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt als eerste vast dat [verzoeker] het verzoek tijdig heeft ingediend omdat het is ontvangen binnen twee maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst beoogd werd te eindigen.

Bestaan arbeidsovereenkomst

4.2.

Allereerst dient beoordeeld te worden of [verzoeker] nog in dienst is bij Connexxion Openbaar Vervoer. Volgens [verzoeker] is de opzegging van 26 oktober 2015 gedaan door zijn werkgever, te weten Connexxion Openbaar Vervoer. Volgens Connexxion Openbaar Vervoer is de opzegging gedaan door Connexxion Taxi Services en niet door haar, zodat [verzoeker] nog immer bij haar in dienst is. Het woordje ‘ons’ in de brief van 26 oktober 2015 kan niet anders dan verwijzen naar Connexxion Taxi Services omdat het UWV slechts aan Connexxion Taxi toestemming heeft verleend. Het briefpapier noch de inhoud van de brief geeft een aanwijzing voor een andere partij dan Connexxion Taxi Services, aldus Connexxion Openbaar Vervoer.

4.3.

Gegeven deze omstandigheden komt het aan op de uitleg van de brief van 26 oktober 2016. Niet alleen dient te worden gekeken naar de taalkundige betekenis van de gekozen bewoordingen, ook de overige omstandigheden dienen te worden meegewogen.

4.4.

Anders dan Connexxion Openbaar Vervoer heeft betoogd volgt uit de tekst van de brief van 26 oktober 2016 niet zonder meer dat met het woord ons in de brief van 26 oktober 2016 is bedoeld Connexxion Taxi Services. Ons verwijst naar Connexxion en niet naar Connexxion Taxi Services Of Connexxion Openbaar Vervoer. De redenatie dat [verzoeker] heeft moeten begrijpen dat met Connexxion Connexxion Taxi Services bedoeld wordt, volgt de kantonrechter niet. Immers in de procedure bij het UWV is duidelijk aangegeven dat Connexxion Taxi Services niet de werkgever van [verzoeker] is maar Connexxion Openbaar Vervoer. Door Connexxion is dit expliciet erkend. Aan Connexxion Taxi Services is weliswaar de toestemming tot opzegging verleend, maar daarbij is door het UWV kenbaar gemaakt dat zij zelf dient te bepalen of de opzegging bruikbaar is nu zij niet de werkgever is. Nu in de brief van 26 oktober 2016 enkel Connexxion staat vermeld kon [verzoeker] naar het oordeel van de kantonrechter, gegeven de omstandigheden, niet anders begrijpen dan dat zijn werkgever, Connexxion Openbaar Vervoer, desondanks tot opzegging van de arbeidsovereenkomst is overgegaan. Dit geldt temeer nu de brief van 26 oktober 2015 als onderwerp heeft opzegbrief werkgever met ontslagvergunning en tussen partijen duidelijk was dat de werkgever van [verzoeker] Connexxion Openbaar Vervoer is. Daarnaast was het ook de bedoeling van Connexxion Openbaar Vervoer om een einde aan de arbeidsovereenkomst te maken. Door een omissie aan haar zijde is de toestemming echter verleend aan een andere entiteit. Hier klemt het dat [A] wellicht tekort is geschoten in een onderzoek of de verleende toestemming ook daadwerkelijk kon worden gebruikt, maar dat kan door Connexxion Openbaar Vervoer niet aan [verzoeker] worden tegengeworpen.

4.5.

Connexxion Openbaar Vervoer heeft nog aangevoerd dat als de brief van 26 oktober 2015 als een opzegging van haar zijde moet worden gezien, [A] niet bevoegd was om haar te vertegenwoordigen. Aan dat verweer gaat de kantonrechter echter voorbij. Ter zitting is onbetwist gesteld dat [A] eerder met [verzoeker] in contact is geweest en onderhandelingen zijn gevoerd. Verder heeft [A] de UWV procedure gestart en daarin aangegeven dat niet Connexxion Taxi Service maar Connexxion Openbaar Vervoer de werkgever was en het verzoek ook zo dient te worden gelezen. Indien [A] niet bevoegd zou zijn, had daar op zijn minst een machtiging bij gemoeten. Mocht [A] desalniettemin onbevoegd zijn, dan is er naar het oordeel van de kantonrechter in ieder geval sprake van de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid, gewekt door Connexxion Openbaar Vervoer.

4.6.

Gelet op het vorenstaande is de kantonrechter dan ook van oordeel dat op 26 oktober 2015 door de werkgever, Connexxion Openbaar Vervoer, de arbeidsovereenkomst is opgezegd tegen 31 januari 2016.

Billijke vergoeding

4.7.

Tussen partijen is niet in geschil (ook Connexxion Openbaar Vervoer heeft zich op dit standpunt gesteld) dat Connexxion Openbaar Vervoer geen toestemming van het UWV had

- deze was immers aan Connexxion Taxi Services, niet zijnde de werkgever van [verzoeker] verstrekt - om de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Connexxion Openbaar Vervoer heeft de opzegging gedaan zonder schriftelijke toestemming van [verzoeker] . Van de uitzonderingen zoals omschreven in artikel 7:671 lid 1 onder a tot en met h BW is geen sprake. Op grond van artikel 7:681 lid 1 aanhef en onder a BW heeft [verzoeker] dan de keuze om de opzegging van de arbeidsovereenkomst te vernietigen of om een verzoek te doen tot toekenning van een billijke vergoeding. [verzoeker] heeft berust in de opzegging en verzocht om een billijke vergoeding.

4.8.

Voor de toekenning van de billijke vergoeding is geen ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever vereist, zij het dat de regering erop heeft gewezen dat het opzeggen in strijd met de daarvoor geldende regels de werkgever ernstig valt aan te rekenen. Daarmee is de grondslag voor het toekennen van een billijke vergoeding ten laste van Connexxion Openbaar Vervoer aan [verzoeker] in beginsel gegeven. De hoogte van de additionele billijke vergoeding dient in relatie te staan tot het ernstig verwijtbare handelen of nalaten van de werkgever en niet in relatie tot de gevolgen van het gegeven ontslag voor de werknemer.

4.9.

[verzoeker] is sinds [2010] arbeidsongeschikt en ontvangt vanaf oktober 2010 geen loon meer van Connexxion Openbaar Vervoer. Medio 2015 hebben partijen onderhandeld over een vaststellingsovereenkomst ter beëindiging van het dienstverband. Blijkens het verhandelde ter zitting is het niet tot ondertekening gekomen vanwege de psychische toestand waarin [verzoeker] op dat moment verkeerde. [verzoeker] wist op dat moment reeds dat Connexxion Openbaar Vervoer tot een beëindiging van het dienstverband wilde komen. Door een omissie aan de zijde van Connexxion Openbaar Vervoer heeft Connexxion Taxi Services de ontslagaanvraag ingediend bij het UWV en ook gekregen. Daarbij is aan [verzoeker] geen vergoeding toegekend. De kantonrechter acht het alleszins aannemelijk dat indien de aanvraag juist was ingediend, Connexxion Openbaar Vervoer ook de ontslagaanvraag zou hebben gekregen en de arbeidsovereenkomst zonder enige vergoeding had kunnen opzeggen. Gegeven die omstandigheden, acht de kantonrechter de toekenning van een billijke vergoeding (naast de hierna nog te vermelden transitievergoeding), in het onderhavige geval niet redelijk. Dit deel van het verzoek zal dan ook worden afgewezen.

Transitievergoeding

4.10.

[verzoeker] heeft verzocht om Connexxion Openbaar Vervoer te veroordelen een transitievergoeding te betalen. Volgens [verzoeker] is een transitievergoeding verschuldigd van € 55.918,00 bruto uitgaande van een indiensttredingsdatum van [1986] . Connexxion Openbaar Vervoer heeft ten verwere aangevoerd dat voor het geval wordt aangenomen dat Connexxion Openbaar Vervoer de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd, zij geen transitievergoeding verschuldigd is omdat de transitievergoeding is bedoeld ter compensatie van het ontslag van de werknemer en om hem in staat te stellen de transitie naar een andere baan te vergemakkelijken. Connexxion Openbaar Vervoer heeft aangeboden aan [verzoeker] om weer bij haar in dienst te treden. Ontslag danwel transitie naar een andere baan is volgens Connexxion Openbaar Vervoer dan ook niet aan de orde waardoor de vergoeding nihil moet zijn. Voor het geval er wel een transitievergoeding moet worden toegekend bedraagt deze € 39.045,92 bruto, uitgaande van een indiensttredingsdatum van [1999] , aldus Connexxion Openbaar Vervoer.

4.11.

Ingevolge artikel 7:673 lid 1 BW is een werkgever aan de werknemer een transitievergoeding verschuldigd indien de arbeidsovereenkomst ten minste 24 maanden heeft geduurd en de arbeidsovereenkomst door de werkgever is opgezegd. Aan deze voorwaarden is voldaan. Verder is er geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer (artikel 7:673 lid 2 BW). Het verweer van Connexxion Openbaar Vervoer dat zij geen vergoeding verschuldigd is omdat [verzoeker] weer bij haar in dienst mag treden en er derhalve van een transitie geen sprake is, gaat niet op. Ten eerste is het aan [verzoeker] om al dan niet een nieuwe overeenkomst te sluiten, kennelijk heeft [verzoeker] van het aanbod van Connexxion Openbaar Vervoer geen gebruik (willen) maken, en ten tweede omdat de transitievergoeding door de werknemer niet hoeft te worden aangewend voor de transitie naar ander werk. Connexxion Openbaar Vervoer is dan ook de transitievergoeding verschuldigd.

4.12.

Rest ter bespreking de vraag vanaf wanneer de arbeidsovereenkomst is gaan lopen. Vanaf [1986] omdat [verzoeker] dit volgens hem bij indiensttreding op 1 januari 1999 heeft bedongen of op de dag dat [verzoeker] , zoals door Connexxion Openbaar Vervoer gesteld, daadwerkelijk in dienst is getreden, te weten 1 januari 1999.

Aan de ene kant ligt er de arbeidsovereenkomst van de rechtsvoorganger van Connexxion Openbaar Vervoer met ingang van [1999] . Daar staat echter tegenover de stelling van [verzoeker] dat hij bij aanvang van de arbeidsovereenkomst heeft bedongen dat deze inging per [1986] . [verzoeker] heeft zijn stelling onderbouwd onder andere door overlegging van de loonspecificaties met daarop de vermelding van [1986] . De brief van 12 juli 2004 van Connexxion met daarin de vermelding concerndatum, begindatum dienstjaren en begin datum dienstjubileum, allen [1986] . Tenslotte blijkt uit de niet ondertekende vaststellingsovereenkomst dat Connexxion Openbaar Vervoer op dat moment ook uitging van een indiensttredingsdatum van [1986] . Eerst in de UWV procedure heeft Connexxion Taxi Services de indiensttredingsdatum betwist stellende dat dit [1999] moet te zijn. Gelet op de brief van 12 juli 2004 waarin Connexxion aan [verzoeker] bevestigd dat de dienstjaren beginnen te tellen op [1986] , de loonstroken waarin Connexxion aangeeft dat de indiensttredingsdatum [1986] en zijn in de vaststellingovereenkomst heeft aangegeven dat de indiensttredingsdatum [1986] kan er niet anders dan vanuit worden gegaan dat tussen partijen is afgesproken dat als indiensttredingsdatum [1986] dient te gelden. De transitievergoeding zal dan ook vanaf die datum worden berekend. Nu de wet, noch daargelaten dat daarop door Connexxion Openbaar Vervoer geen beroep is gedaan, geen grondslag biedt voor matiging, zal een bedrag van € 55.917,68 worden toegewezen.

Onregelmatige opzegging

4.13.

Op grond van artikel 7:672 lid 10 is de partij die opzegt tegen een eerdere dag dan tussen hen geldt, aan de wederpartij een vergoeding verschuldigd gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren. Tussen partijen is niet in geschil dat de termijn die in acht moet worden genomen vier maanden bedraagt. Nu er geen UWV procedure tussen partijen is gevolgd, kan deze termijn niet met een maand verkort worden. De arbeidsovereenkomst is op 26 oktober 2015 opgezegd tegen 31 januari 2016. Gelet op de termijn van vier maanden had de opzegging dienen te geschieden tegen 29 februari 2016. Connexxion Openbaar Vervoer is dan ook een schadevergoeding verschuldigd gerelateerd aan het bedongen geldloon. Connexxion Openbaar Vervoer heeft aangevoerd dat deze vergoeding nihil moet zijn nu zij vanaf 1 oktober 2012 de loonbetaling rechtsgeldig heeft stopgezet. Volgens Connexxion Openbaar Vervoer zou [verzoeker] als de arbeidsovereenkomst een maand langer zou hebben geduurd, over deze maand geen loon hebben ontvangen. Het betreft hier echter een gefixeerde schadevergoeding die gerelateerd is aan het bedongen geldloon en onafhankelijk is van de geleden schade en waarbij niet van belang is of de werkgever daadwerkelijk tot loonbetaling gehouden was. De gevorderde vergoeding wegens onregelmatige opzegging ad € 2.892,29 bruto, moet dan ook worden toegewezen.

4.14.

De wettelijke rente zal op grond van artikel 7:686a worden toegewezen over de transitievergoeding vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd en over de schadevergoeding vanaf de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd

4.15.

Gelet op de uitkomst van de zaak, is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder hun eigen kosten dragen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt Connexxion Openbaar Vervoer om tegen bewijs van kwijting aan [verzoeker] te betalen een bedrag van € 55.917,68 bruto (transitievergoeding) vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 februari 2016 tot de dag der algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt Connexxion Openbaar Vervoer tevens om tegen bewijs van kwijting aan [verzoeker] te betalen een bedrag van € 2.892,29 bruto (gefixeerde schadevergoeding), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 januari 2016 tot de dag der algehele voldoening;

5.3.

compenseert de proceskosten in dier voege dat ieder der partijen zijn eigen kosten draagt.

5.4.

verklaart de veroordelingen onder 5.1 en 5.2 uitvoerbaar bij voorraad.

5.5.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.M. van Hoof en in het openbaar uitgesproken op 19 april 2016.