Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:3460

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
13-05-2015
Datum publicatie
01-06-2015
Zaaknummer
4050562 UV EXPL 15-169 JES/1267
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

WWZ – artikel 7:652 lid 4 BW – arbeidsovereenkomst van ten hoogste zes maanden – proeftijdbeding niet rechtsgeldig.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 652
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/970
Prg. 2015/183
JAR 2015/159
AR-Updates.nl 2015-0508
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 4050562 UV EXPL 15-169 JES/1267

Vonnis van 13 mei 2015

inzake

[eiser] ,

wonende te [woonplaats],

verder ook te noemen [eiser],

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

gemachtigde: mr. A.P. van Geffen,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Magsoft Benelux B.V.,

gevestigd te Mijdrecht,

verder ook te noemen Magsoft,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

gemachtigde: M.J. Boender (statutair directeur).

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties 1 tot en met 4

  • -

    het verweer van Magsoft met eis in reconventie

  • -

    de mondelinge behandeling.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

in conventie en in reconventie

2.1.

[eiser] heeft vanaf 17 februari 2015 werkzaamheden verricht voor Magsoft, in de functie van Technical Support Specialist.

2.2.

Op 26 februari 2015 zijn partijen schriftelijk overeengekomen dat [eiser] per 1 maart 2015 in dienst van Magsoft treedt voor de duur van zes maanden. In de arbeidsovereenkomst is daarnaast – voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang – het volgende opgenomen:

(…)

2. De eerste maand van de arbeidsovereenkomst geldt als proeftijd. Tijdens de proeftijd hebben zowel de Werkgever als de Werknemer het recht om de arbeidsovereenkomst zonder inachtneming van de voor opzegging geldende bepalingen per direct op te zeggen.

(…)

8. De medewerker zal voor het uitvoeren van de werkzaamheden de beschikking krijgen over een auto van het type Volkswagen Polo of vergelijkbare klasse.

a. De medewerker heeft een eigen bijdrage van 50% van de leaseprijs, welke op het brutosalaris zal worden ingehouden.

b. Deze auto mag ook voor privé doeleinden worden gebruikt. Hierbij geldt een maximum aantal vrije kilometers van 3.000 kilometer per kwartaal. De kosten voor privé-kilometers, indien dit maximum aantal vrije kilometers wordt overschreden, zullen op het nettosalaris worden ingehouden.

(…)

2.3.

Bij brief van 31 maart 2015 heeft Magsoft aan [eiser] het volgende meegedeeld:

Hiermee bevestigen we ons gesprek van heden, waarin wij u hebben meegedeeld dat wij, wegens bedrijfseconomische redenen, de arbeidsovereenkomst binnen de afgesproken proeftijd beëindigen.

2.4.

[eiser] heeft bij brief van 1 april 2015 aan Magsoft meegedeeld dat hij een beroep doet op de vernietigbaarheid van de opzegging, nu het proeftijdbeding in de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is overeengekomen. [eiser] maakt aanspraak op zijn loon en houdt zich beschikbaar voor het verrichten van de bedongen werkzaamheden.

2.5.

Magsoft heeft vanaf 1 april 2015 geen loon meer betaald aan [eiser].

2.6.

[eiser] heeft aan Magsoft een bedrag van € 378,00 betaald voor het gebruik van de lease-auto over de maand april 2015.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[eiser] vordert in conventie bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. Magsoft te veroordelen om aan [eiser] te betalen zijn maandelijks loon van € 2.250,00 bruto per maand, exclusief 8,25%, vanaf 1 april 2015 tot de datum waarop het dienstverband alsnog rechtsgeldig wordt beëindigd, en, voor zover Magsoft hiermee in verzuim is, vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen, tot de dag der algehele betaling, verhoogd met de wettelijke verhoging conform het betaalde in artikel 7:625 BW en de wettelijke rente over de wettelijke verhoging vanaf de dag dat Magsoft in verzuim is, tot de dag der algehele betaling;

  2. Magsoft te veroordelen om aan [eiser] te betalen een netto bedrag van € 378,00 welk bedrag ten onrechte bij [eiser] in rekening is gebracht voor het gebruik van de lease-auto in de maand april 2015;

  3. Magsoft te veroordelen om binnen twee maal 24 uur na betekening van dit vonnis [eiser] tot zijn werkplek toe te laten en hem de bedongen werkzaamheden te laten verrichten, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag dat Magsoft nalatig blijft aan deze veroordeling te voldoen;

  4. Magsoft te veroordelen in de kosten van dit geding, daaronder begrepen de nakosten, zijnde € 131,00 in geval dat het vonnis niet wordt betekend en € 199,00 in het geval dit vonnis wel wordt betekend.

3.2.

Magsoft voert verweer. Magsoft voert aan dat zij de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd, nu zij dit in de tussen partijen overeengekomen proeftijd heeft gedaan.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4.

Magsoft vordert teruggave van de lease-auto door [eiser].

3.5.

[eiser] voert verweer.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1.

Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze vorderingen gezamenlijk behandeld worden.

4.2.

Het spoedeisend belang is gegeven met de aard van de vorderingen.

4.3.

Vooropgesteld wordt dat voor toewijzing van een voorziening zoals door partijen wordt gevorderd, het in hoge mate aannemelijk moet zijn dat een gelijkluidende vordering in een te voeren bodemprocedure zal worden toegewezen.

Eerst zal beoordeeld worden of al dan niet aannemelijk is dat de bodemrechter tot het oordeel zal komen dat Magsoft de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd.

4.4.

Magsoft heeft gesteld dat zij het faillissement voor haar bedrijf heeft aangevraagd. Nu de faillissementsaanvraag echter nog in behandeling is en er nog geen uitspraak is gedaan in die procedure, heeft dit op de onderhavige procedure geen effect.

4.5.

[eiser] legt aan zijn vordering in conventie ten grondslag dat het proeftijdbeding tussen partijen niet rechtsgeldig is overeengekomen.

4.6.

De kantonrechter overweegt als volgt. Sinds 1 januari 2015 luidt artikel 7:652 lid 4 BW als volgt: "Er kan geen proeftijd worden overeengekomen indien de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor ten hoogste zes maanden." Nu partijen per 1 maart 2015 een arbeidsovereenkomst van niet meer dan zes maanden zijn aangegaan, konden zij niet rechtsgeldig een proeftijd overeenkomen. Voor een rechtsgeldige opzegging van de arbeidsovereenkomst heeft Magsoft toestemming van het UWV nodig. Magsoft heeft echter zonder toestemming van het UWV de arbeidsovereenkomst vanwege bedrijfseconomische redenen opgezegd, dat betekent dat deze opzegging niet rechtsgeldig heeft plaatsgevonden. De kantonrechter acht in hoge mate aannemelijk dat de bodemrechter zal beslissen dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen voortduurt. [eiser] heeft derhalve in de onderhavige procedure recht op doorbetaling van zijn loon en emolumenten.

4.7.

Ten aanzien van de door [eiser] in conventie gevorderde tewerkstelling overweegt de kantonrechter als volgt. Magsoft heeft gesteld dat er geen werk voorhanden is in haar bedrijf. Nog daargelaten de omstandigheid dat zij deze stelling niet nader onderbouwd heeft, overweegt de kantonrechter dat het niet voorhanden zijn van werk niet aan [eiser] kan worden tegengeworpen en voor rekening van werkgever dient te blijven. De door [eiser] gevorderde tewerkstelling zal worden toegewezen, inclusief de dwangsom, met dien verstande dat aan die dwangsom een maximum van € 25.000,00 wordt verbonden.

4.8.

Ten aanzien van de door Magsoft gevorderde teruggave van de auto door [eiser] overweegt de kantonrechter als volgt. In artikel 8 van de arbeidsovereenkomst is opgenomen dat [eiser] de beschikking krijgt over een auto, en dat in verband daarmee 50% van de leaseprijs wordt ingehouden op het brutoloon. Nu de arbeidsovereenkomst voortduurt, behoudt [eiser] ook de beschikking over deze auto. Voor zover Magsoft het verweer voert dat er geen werk meer is, dat er daardoor geen sprake is van het uitvoeren van werkzaamheden en [eiser] als gevolg daarvan geen recht meer heeft op de auto, treft dit verweer geen doel. De auto mag volgens de overeenkomst immers ook voor privé-doeleinden worden gebruikt. Gelet op het voorgaande wordt de reconventionele vordering van Magsoft tot teruggave van de lease-auto afgewezen.

4.9.

[eiser] heeft in conventie terugbetaling gevorderd van het bedrag van € 378,00 dat hij aan Magsoft heeft betaald voor het gebruik van de lease-auto in de maand april 2015. Ter zitting is gebleken dat partijen naar aanleiding van de opzegging door Magsoft zijn overeengekomen dat [eiser] de auto gedurende de maand april 2015 in bruikleen mag houden tegen betaling van dit bedrag. Nu Magsoft veroordeeld wordt tot doorbetaling van het loon – dat tevens een inhouding van 50% van de leaseprijs van de auto op het brutoloon inhoudt – en [eiser] voor de maand april 2015 de kosten van de lease-auto dus reeds heeft voldaan, mag Magsoft in de maand april 2015 geen bedrag inhouden op het loon in verband met de kosten van de lease-auto. De vordering tot betaling van € 378,00 door Magsoft zal dan worden afgewezen. Magsoft kan en mag – zoals overeengekomen – op de loonbetalingen vanaf mei 2015 de helft van de lease-prijs van de auto inhouden.

4.10.

[eiser] heeft in conventie de wettelijke verhoging gevorderd. Deze wordt toegekend over de op de vonnisdatum opeisbare loontermijnen, voor zover deze verhoging naar de maatstaf van artikel 7:625 BW verschuldigd is geworden. De kantonrechter ziet geen reden deze verhoging (ambtshalve) te matigen.

4.11.

[eiser] heeft in conventie tevens vergoeding van de wettelijke rente gevorderd. De kantonrechter oordeelt dat, nu Magsoft heeft nagelaten de loontermijnen op tijd te voldoen, zij in verzuim is geweest met haar betaling en zij derhalve de wettelijke rente verschuldigd is. De gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen.

4.12.

Magsoft zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in conventie en in reconventie worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] in de procedure in conventie worden begroot op:

- dagvaarding € 99,19

- griffierecht € 78,00

- salaris gemachtigde € 600,00 (1 punten x tarief € 600,00)

Totaal € 777,19

4.13.

De nakosten, waarvan [eiser] betaling vordert, zullen op de in het dictum weergegeven wijze worden begroot.

4.14.

Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten in reconventie aan de zijde van [eiser] op nihil te stellen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

geeft de volgende onmiddellijke voorziening:

5.1.

veroordeelt Magsoft om aan [eiser] te betalen zijn loon van € 2.250,00 bruto per maand, exclusief 8,25% vakantiebijslag, vanaf 1 april 2015 tot het rechtsgeldige einde van de arbeidsovereenkomst, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over de op de vonnisdatum opeisbare loontermijnen en het geheel te vermeerderen met de wettelijke rente steeds vanaf de respectieve data van opeisbaarheid tot de dag van volledige betaling, met dien verstande dat Magsoft over de maand april 2015 geen bedrag mag inhouden voor de bijdrage aan de lease-auto;

5.2.

veroordeelt Magsoft om [eiser] binnen 48 uur na betekening van dit vonnis [eiser] tot zijn werkplek toe te laten en hem de bedongen werkzaamheden te laten verrichten, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag dat Magsoft nalatig blijft aan deze veroordeling te voldoen, tot een maximum van € 25.000,00;

5.3.

veroordeelt Magsoft tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiser], tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 777,19;

5.4.

veroordeelt Magsoft, onder de voorwaarde dat zij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door [eiser] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 100,00 aan salaris gemachtigde,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis,

5.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

in reconventie

5.7.

wijst de vordering af;

5.8.

veroordeelt Magsoft tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiser], tot de uitspraak van dit vonnis begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.C. Heuveling van Beek, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2015.