Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:4792

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
09-10-2014
Datum publicatie
09-10-2014
Zaaknummer
16/659163-14 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een 30-jarige [inwoner woonplaats] tot een voorwaardelijke celstraf van 12 maanden en een werkstraf van 240 uur. De man verrichtte werkzaamheden als programmeur voor de marktplaats [woonplaats]. De verdachte heeft hiermee mogelijk gemaakt dat er advertenties werden geplaatst op de site en dat er met bitcoins betaald kon worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/659163-14 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 9 oktober 2014

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1984 ] te [geboorteplaats],

wonende te [adres], [woonplaats].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 28 mei 2014, 25 augustus 2014 en 22, 23 en 25 september 2014. De verdachte is op 22, 23 en 25 september 2014 in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. M. van Leussen, advocaat te Oldenzaal.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: voorbereidingshandelingen heeft gepleegd met betrekking tot de uitvoer van en handel in verdovende middelen;

Feit 2 primair: tezamen en in vereniging met een ander wapens buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht of heeft overgedragen;

Feit 2 subsidiair: medeplichtig is geweest aan het buiten het grondgebied brengen van Nederland of overdragen van wapens.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd het onder feit 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen te verklaren en vrijspraak gevorderd van het onder feit 2 primair en subsidiair ten laste gelegde.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van feit 1 betoogd dat het vereiste dubbele opzet ontbreekt en dat niet bewezen kan worden dat er sprake was van nauwe en bewuste samenwerking. De verdediging heeft derhalve verzocht verdachte vrij te spreken.

Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging verzocht verdachte vrij te spreken, omdat niet bewezen kan worden dat er via [naam] daadwerkelijk vuurwapens zijn verhandeld.

4.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Aanleiding onderzoek

Het onderzoek onder de codenaam [naam] is gestart naar aanleiding van toenemende (internationale) signalen over drugshandel via het internet. Door middel van gebruik van het beveiligd [naam]-netwerk ([naam]-netwerk) is het mogelijk op anonieme wijze verdovende middelen te aan- en te verkopen. Eén van de websites op het [naam]-netwerk is [naam] (hierna te noemen: [naam]). Op deze website werden onder andere drugs en wapens verhandeld. Deze website is op 23 december 2013 opgeheven. Het forum van [naam] is blijven bestaan.

Vrijspraak feit 2 primair en subsidiair

De rechtbank is, met de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat hetgeen onder feit 2 primair en subsidiair ten laste is gelegd niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Uit het dossier blijkt niet dat er daadwerkelijk vuurwapens zijn verhandeld. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van deze ten laste gelegde feiten.

Het bewijs ten aanzien van feit 1

Op 28 december 2013 plaatst [naam] op het forum van [naam] een bericht dat hij bezig is met een nieuwe marktplaats. Hierbij wordt een link geplaatst. Deze link leidt naar het forum van [naam], een nieuwe marktplaats. Ook deze website is te bereiken via een [naam]-netwerk.2

Op 3 februari 2014 is de website [naam] voor klanten opengesteld. Tot 11 februari 2014, de dag waarop de website is ontmanteld door de politie, stonden er op [naam] ongeveer 2.700 advertenties met verdovende middelen, vier advertenties met wapens en negen advertenties met munitie. Ook werden creditcardgegevens aangeboden op [naam].3

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij de website [naam] heeft opgezet voor [A] alias [A]. [medeverdachte 1] heeft [verdachte] (de rechtbank begrijpt: [verdachte]) gevraagd om te helpen, omdat hij kan programmeren. De server, zijnde het testplatform, stond bij [medeverdachte 1] thuis, zodat [A] de site ook kon benaderen en kon aangeven hoe hij de site wilde hebben. [verdachte] heeft de bitcoindeamon aangemaakt.4

[verdachte] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1]) hem heeft gevraagd of hij een marktplaats voor hem wilde maken. [medeverdachte 1] vroeg steeds meer en het bleef maar doorgaan. Op een gegeven moment vond [verdachte] het niet meer legitiem. Hij zag wat er gebeurde op het forum en toen de site semi-online ging.5

In het begin dacht [verdachte]: dit kan niet, maar [medeverdachte 1] zei dat hij alleen maar het BTC (de rechtbank begrijpt: bitcoin) verhaal hoefde in te bouwen en dat hij 1500 euro zou krijgen. [medeverdachte 1] had zelf al een website gebouwd in plain PHP. [medeverdachte 1] vertelde [verdachte] over [naam]. Dat was het moment dat [verdachte] in aanraking kwam met [naam] en de marktplaatsen binnen [naam]. [verdachte] vroeg zich af hoe strafbaar alleen een bitcoin deamon bouwen zou zijn.6

[verdachte] heeft voorts verklaard dat [A] heeft geholpen met de financiering van de servers door 20 bitcoins over te maken naar een account van hem en [medeverdachte 1].7

[verdachte] en [medeverdachte 1] waren betrokken bij de ontwikkeling van [naam]. [medeverdachte 1] en [verdachte] hadden contact via de [naam]-chat en vervolgens ging [verdachte] de to do lists uitwerken.8

Op de computer die onder [medeverdachte 1] in beslag is genomen wordt een Skype chatgesprek aangetroffen van 17 december 2013 tussen gebruikers [verdachte] en [B]. Er wordt gezegd:

je wil daar geen blackmarket runnen hehe

nee

opzich niet, maar was leuk om even technisch het te testen

zag ook al hoe je een deamon via [naam] netwerk kan laten lopen

maar is niet zo boeiend

als de RPC maar aan te roepen is

yep idd

hehe

zit echt veeeeeeeeel fking geld in

hehe

en daar moet gewoon even van geprofiteerd worden

idd

is 1 keer geld maken en dan livin la vida loca 9

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat [B] een concept is dat hij bedacht heeft.10

[medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij voor 50% eigenaar is van [naam], dat wil zeggen dat hij recht heeft op 50% van de via [naam] gegenereerde inkomsten. Op de overige 50% heeft SWIM respectievelijk [naam] recht. Dit gaat om bijnamen die op de internetplatformen worden gebruikt. [medeverdachte 2] heeft voorts verklaard dat het contact met [naam] tot stand is gekomen via [naam]. Nadat [medeverdachte 3] wegens drugssmokkel begin oktober 2013 werd gearresteerd, werd [naam] moderator van de Nederlandse sectie van [naam]. [medeverdachte 2] nam het Duitse gedeelte voor zijn rekening. [medeverdachte 2] heeft via het [naam] forum contact gekregen met [naam] en zij hebben afgesproken een internetplatform in navolging van [naam] op te zetten.11

[medeverdachte 2] heeft aan [naam] begin januari 2014 bitcoins ter waarde van 12.500 euro overgemaakt, zodat hij twee servers voor [naam] kon kopen. Ze hebben twee servers gekocht. [naam] is voor de programmering van het platform en de opbouw van de pagina’s en servers verantwoordelijk. De taak van [medeverdachte 2] is het beheren van klanten. Via [naam] werden volgens [medeverdachte 2] tot dusverre circa 2.700 drugsdeals aangeboden.12

[naam] is (de rechtbank begrijpt: op 11 februari 2014) sinds ongeveer een week actief en heeft ongeveer 12.000 users13

Als gebruikers van [naam] bitcoins overmaakten, werden deze opgeslagen in de wallet van de website. Uit deze wallet werden ook de uitbetalingen van de website gedaan. De overboeking werd gedaan naar één van twee bitcoinadressen. Eén adres was van [medeverdachte 1], één adres stond op de Mac van [verdachte].14 Bij onderzoek in de data van een inbeslaggenomen laptop van [verdachte] werd een wallet-bestand aangetroffen. Het aantal bitcoins dat het bitcoinadres bevatte was: 88,924. Bij onderzoek in de data van een inbeslaggenomen computer van [medeverdachte 1] werd een multibit-wallet aangetroffen. Het aantal bitcoins dat het bitcoinadres bevatte was: 39,686.15

Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 1

De rechtbank is, gelet op bovengenoemde bewijsmiddelen, van oordeel dat het onder feit 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

[naam] is een marktplaats op internet die door middel van een [naam]-netwerk te bereiken is. Op deze marktplaats werden onder meer verdovende middelen verhandeld. Door deze website te bouwen en te onderhouden, heeft verdachte het mogelijk gemaakt dat zijn mededaders en anderen buiten het zicht van de politie illegale goederen, waaronder verdovende middelen, konden verhandelen. Verdachte heeft het mogelijk gemaakt dat advertenties geplaatst werden en dat er betaald kon worden met bitcoins.

Gelet op zijn eigen verklaringen, de inhoud van de to do lists, de opbouw van de site en het chatgesprek op 17 december 2013 is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte op de hoogte was van de inhoud en de illegale bedoelingen van [naam] en dat hij ook daadwerkelijk opzet heeft gehad op het bijdragen hieraan.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte zich tezamen en in vereniging met anderen schuldig heeft gemaakt aan het plegen van voorbereidingshandelingen in de zin van de Opiumwet, zij het voor de duur van een kortere periode dan ten laste gelegd.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

op meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2013 tot en met 11 februari 2014 te Enschede, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met anderen,

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van één of meerdere onbekende hoeveelhe(i)d(en) verdovende middelen (te weten onder andere cocaïne en/of MDMA en/of amfetamine), in elk geval een hoeveelheid van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

voor te bereiden en te bevorderen,

- zich en/of een ander of anderen gelegenheid en middelen en inlichtingen tot het plegen van die feiten heeft trachten te verschaffen, en

- betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van de hierboven bedoelde feit(en),

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tezamen en in

vereniging met elkaar, toen en daar opzettelijk:

- als programmeur een verborgen marktplaats en forum [naam] waarop/waarmee via internet verdovende middelen verhandeld kunnen worden gebouwd en beheerd en onderhouden en

- één of meerdere contacten (telefonisch en/of via internet en/of fysiek) gehad met één of meerdere medeverdachte(n) waarbij afspraken werden gemaakt over het bouwen/onderhouden van de verborgen marktplaats en het forum ([naam]) waarop/waarmee via internet verdovende middelen verhandeld kunnen worden en de financiering van die marktplaats en dat forum en

- bitcoins ontvangen van en ter beschikking gesteld aan (een) medeverdachte(n) voor het bouwen en onderhouden van de verborgen marktplaats en forum ([naam]) waarop/waarmee via internet verdovende middelen verhandeld kunnen worden en

- opbrengsten van de handel via een verborgen marktplaats en forum ([naam]) waarop/waarmee via internet verdovende middelen verhandeld kunnen worden (te weten in bitcoins) voorhanden gehad en ontvangen van en overgedragen aan één of meerdere medeverdachte(n).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

De verdediging heeft (subsidiair) betoogd dat er ontslag van alle rechtsvervolging dient te volgen, omdat het ten laste gelegde geen strafbaar feit oplevert nu de verdenking bestaat uit het doen van minimale aanpassingen van modules van de website. De rechtbank verwerpt dit verweer, gelet op de gedragingen van [verdachte] die zij bewezen verklaart. Die gedragingen omvatten meer dan het kortdurend doen van enkele minimale aanpassingen aan de website.

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

Feit 1: medeplegen van

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen,

zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en

betaalmiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en een werkstraf van 240 uren, met bevel, voor het geval dat verdachte de werkstraf niet naar behoren (heeft) verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen en met aftrek van de duur van het voorarrest.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft opgemerkt dat de voorlopige hechtenis zeer zwaar was voor verdachte en dat een werkstraf van 240 uren als zeer belastend zal worden ervaren door verdachte en door zijn werkgever. Daarnaast staat verdachte open voor bijzondere voorwaarden.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich door het bouwen van [naam] en het onderhouden daarvan schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen in de zin van de Opiumwet. Verdachte heeft samen met anderen de anonieme website ‘[naam]’ opgezet en hiermee de handel in illegale goederen gefaciliteerd en bevorderd. Gebleken is dat er enkele dagen na de lancering van de website op het internet al zeer veel advertenties op de website stonden waarin verdovende middelen werden aangeboden. Door een geheime website te bouwen via het [naam]-netwerk hebben verdachte en zijn mededaders hun handelen afgeschermd willen houden van politie en justitie.

Het is algemeen bekend dat het gebruik van harddrugs een onaanvaardbaar gevaar oplevert voor de volksgezondheid. Verdachte heeft met zijn gedragingen zijn eigen gewin boven de veiligheid van de afnemers van de drugs gesteld en die afnemers willens en wetens bloot gesteld aan zeer ernstige gezondheidsrisico’s met mogelijk dodelijke afloop. De omvang van dit probleem, de directe gezondheidsrisico’s en de risico’s op lange termijn vanwege verslaving, blijkt onder meer uit de grote hoeveelheid advertenties die kort na de opening al op de site stonden. Verdachte heeft aan de instandhouding en groei van dit probleem bijgedragen. Dit wordt verdachte zwaar aangerekend. Bovendien ondervindt de samenleving ernstige overlast ten gevolge van de handel in harddrugs. Het gebruik van harddrugs genereert immers op haar beurt strafbare feiten met alle nadelige maatschappelijke gevolgen van dien.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 10 juli 2014, waaruit blijkt dat hij niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest, en met een hem betreffend reclasseringsrapport d.d. 30 april 2014, waarin bijzondere voorwaarden worden geadviseerd.

De rechtbank is van oordeel dat wat de officier van justitie heeft gevorderd voldoende recht doet aan de ernst van het feit en de persoon van de verdachte. De rechtbank zal conform de vordering een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden geheel voorwaardelijk met na te noemen bijzondere voorwaarden en een werkstraf voor de duur van 240 uren opleggen.

9 Het beslag

Onder verdachte is een Macbook Pro met serienummer C02LQ705SFD56 in beslag genomen. Nu de strafbare feiten mede hiermee zijn gepleegd, zal de rechtbank deze Macbook Pro verbeurd verklaren.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 33, 33a en 47 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 10a van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen

11 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart het onder feit 2 primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Feit 1: medeplegen van

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen,

zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en

betaalmiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren navolgende voorwaarden niet is nagekomen:

Algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

  • -

    zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; en

  • -

    medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

  • -

    zich moet houden aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft voor zo ver deze niet reeds zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde. Veroordeelde dient zich binnen drie werkdagen na onherroepelijk worden van het vonnis te melden bij de reclassering en hierna dient hij zich gedurende de proeftijd te blijven melden zo frequent als de reclassering dit nodig acht;

  • -

    mee moet werken aan begeleiding door een instelling voor (forensische) psychiatrie, zoals De Waag of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

  • -

    geen contact zal (laten) leggen met [medeverdachte 1], geboren op [1984 ]te [geboorteplaats] en [medeverdachte 2], geboren op [1992] te [geboorteplaats] (Duitsland), zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van 240 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen, met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag.

Verklaart verbeurd: Macbook Pro, srnr. C02LQ705SFD56.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P. den Otter, voorzitter, mrs. P.J.M. Mol en V. van Dam, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Willemsen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 9 oktober 2014.

BIJLAGE: De tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij,

op een of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 21 februari 2013 en met 11 februari 2014 te

Enschede, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de

Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen,

afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied

van Nederland brengen van één of meerdere onbekende hoeveelhe(i)d(en)

verdovende middelen (te weten onder andere cocaïne en/of MDMA en/of

amfetamine), in elk geval een hoeveelheid van een middel als bedoeld in de bij

de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a van die wet,

voor te bereiden en/of te bevorderen,

- een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te

plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij

behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen

te verschaffen, en/of

- zich en/of een ander of anderen gelegenheid en/of middelen en/of

inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft trachten te

verschaffen, en/of

- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere

betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij verdachte en/of zijn

mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd

waren tot het plegen van het/de hierboven bedoelde feit(en),

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tezamen en in

vereniging met elkaar, althans ieder voor zich, toen en daar opzettelijk op

internet:

- ( als programmeur) één of meerdere verborgen marktplaats(en) en/of fora

([naam]) waarop/waarmee via internet verdovende middelen verhandeld kunnen

worden gebouwd en/of beheerd en/of onderhouden en/of

- één of meerdere contact(en) (telefonisch en/of via internet en/of fysiek)

gehad met één of meerdere medeverdachte(n) waarbij afspraken werden gemaakt

over het bouwen/onderhoud van verborgen marktplaats(en) en/of fora ([naam])

waarop/waarmee via internet verdovende middelen verhandeld kunnen worden en/of

de financiering van die marktplaats(en) en/of fora en/of

- één of meerdere geldbedrag(en) en/of bitcoin(s) ontvangen van en/of ter

beschikking gesteld aan (een) medeverdachte(n) voor het bouwen en/of

onderhouden van (een) verborgen marktplaats(en) en/of fora ([naam])

waarop/waarmee via internet verdovende middelen verhandeld kunnen worden en/of

- opbrengst(en) van de handel via (een) verborgen marktplaats(en) en/of fora

([naam]) waarop/waarmee via internet verdovende middelen verhandeld kunnen

worden (te weten in bitcoins) voorhanden gehad en/of ontvangen van en/of

overgedragen aan één of meerdere medeverdachte(n);

art 10a lid 1 ahf/sub 1 alinea Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 4 Opiumwet

art 10 lid 5 Opiumwet

2.

Primair

hij,

in of omstreeks de periode van 21 februari 2013 tot en met 11 februari 2014,

te Enschede, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(meermalen) opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland

heeft gebracht en/of opzettelijk heeft/hebben overgedragen en/of vervoerd één

of meerdere wapen(s) en/of munitie van categorie II en/of categorie III,

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 9 lid 1 Wet wapens en munitie

Subsidiair

[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of één of meer andere (onbekend

gebleven) personen,

in of omstreeks de periode van 21 februari 2013 tot en met 11 februari 2014,

in Nederland,

waren tot het plegen van het/de hierboven bedoelde feit(en),

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tezamen en in

vereniging met elkaar, althans ieder voor zich, toen en daar opzettelijk op

internet:

- ( als programmeur) één of meerdere verborgen marktplaats(en) en/of fora

([naam]) waarop/waarmee via internet verdovende middelen verhandeld kunnen

worden gebouwd en/of beheerd en/of onderhouden en/of

- één of meerdere contact(en) (telefonisch en/of via internet en/of fysiek)

gehad met één of meerdere medeverdachte(n) waarbij afspraken werden gemaakt

over het bouwen/onderhoud van verborgen marktplaats(en) en/of fora ([naam])

waarop/waarmee via internet verdovende middelen verhandeld kunnen worden en/of

de financiering van die marktplaats(en) en/of fora en/of

- één of meerdere geldbedrag(en) en/of bitcoin(s) ontvangen van en/of ter

beschikking gesteld aan (een) medeverdachte(n) voor het bouwen en/of

onderhouden van (een) verborgen marktplaats(en) en/of fora ([naam])

waarop/waarmee via internet verdovende middelen verhandeld kunnen worden en/of

- opbrengst(en) van de handel via (een) verborgen marktplaats(en) en/of fora

([naam]) waarop/waarmee via internet verdovende middelen verhandeld kunnen

worden (te weten in bitcoins) voorhanden gehad en/of ontvangen van en/of

overgedragen aan één of meerdere medeverdachte(n);

art 10a lid 1 ahf/sub 1 alinea Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 4 Opiumwet

art 10 lid 5 Opiumwet

2.

Primair

hij,

in of omstreeks de periode van 21 februari 2013 tot en met 11 februari 2014,

te Enschede, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(meermalen) opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland

heeft gebracht en/of opzettelijk heeft/hebben overgedragen en/of vervoerd één

of meerdere wapen(s) en/of munitie van categorie II en/of categorie III,

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 9 lid 1 Wet wapens en munitie

Subsidiair

[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of één of meer andere (onbekend

gebleven) personen,

in of omstreeks de periode van 21 februari 2013 tot en met 11 februari 2014,

in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(meermalen) opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland

heeft/hebben gebracht en/of opzettelijk heeft/hebben overgedragen en/of

vervoerd één of meerdere wapen(s) en/of munitie van categorie II en/of

categorie III,

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of

omstreeks de periode van 21 februari 2013 tot en met 11 februari 2014, te

[geboorteplaats], in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens)

opzettelijk gelegenheid en/of middelen heeft verschaft,

immers heeft hij, verdachte, toen en daar opzettelijk op internet:

- ( als programmeur) één of meerdere verborgen marktplaats(en) en/of fora

([naam]) waarop/waarmee via internet wapens en munitie verhandeld kunnen

worden gebouwd en/of beheerd en/of onderhouden en/of

- één of meerdere contact(en) (telefonisch en/of via internet en/of fysiek)

gehad met één of meerdere medeverdachte(n) waarbij afspraken werden gemaakt

over het bouwen/onderhoud van verborgen marktplaats(en) en/of fora ([naam])

waarop/waarmee via internet wapens en munitie verhandeld kunnen worden en/of

de financiering van die marktplaats(en) en/of fora en/of

- één of meerdere geldbedrag(en) en/of bitcoin(s) ontvangen van en/of ter

beschikking gesteld aan (een) medeverdachte(n) voor het bouwen en/of

onderhouden van (een) verborgen marktplaats(en) en/of fora ([naam])

waarop/waarmee via internet wapens en munitie verhandeld kunnen worden en/of

- opbrengst(en) van de handel via (een) verborgen marktplaats(en) en/of fora

([naam]) waarop/waarmee via internet wapens en munitie verhandeld kunnen

worden (te weten in bitcoins) voorhanden gehad en/of ontvangen van en/of

overgedragen aan één of meerdere medeverdachte(n);

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier [naam] bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

2 Pagina 11 van het loopverbaal bij zaaksdossier 7.

3 Pagina 22 van het loopverbaal bij zaaksdossier 7 en printscreens van websites, pv bevindingen pagina 1 tot en met 35 van zaaksdossier 7.

4 Pagina 112 van zaaksdossier 7.

5 Pagina 171 en 172 van zaaksdossier 7.

6 Pagina 175 en 176 van zaaksdossier 7.

7 Pagina 174 van zaaksdossier 7.

8 Pagina 176 van zaaksdossier 7.

9 Pagina 42, 53 en 54 van zaaksdossier 7.

10 Pagina 127 van zaaksdossier 7.

11 Pagina 3 van het verhoor van [medeverdachte 2] van 11 februari 2014. Los toegevoegd aan het dossier.

12 Pagina 4 van het verhoor van [medeverdachte 2] van 11 februari 2014. Los toegevoegd aan het dossier.

13 Pagina 5 van het verhoor van [medeverdachte 2] van 11 februari 2014. Los toegevoegd aan het dossier.

14 Pagina 177 van zaaksdossier 7.

15 Pagina 199 van zaaksdossier 7.