Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:3059

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
10-07-2013
Datum publicatie
30-07-2013
Zaaknummer
C-16-333272 - HA ZA 12-1274
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident. Forumkeuzebeding ex artikel 23, eerste lid sub c EEX-Vo. Vormvereisten. Vaststelling ‘algemeen bekende praktijk’. Vraag wat in de EEX-Vo wordt bedoeld met ‘de betrokken handelsbranche’. In de literatuur en de jurisprudentie is geen rechtsregel te vinden die vereist dat contractspartijen in dezelfde handelsbranche werkzaam zijn. Geobjectiveerde wilsovereenstemming. Artikel 31 EEX-Vo. Litispendentieregeling artikel 27 EEX-Vo en maatstaf tijdsbepaling artikel 30 EEX-Vo. Volgt afwijzing bevoegdheidsincident.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2013/389
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer/rolnummer: C/16/333272 / HA ZA 12-1274

Vonnis in incident van 10 juli 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] ,

gevestigd te [vestigingsplaats],

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. N. Vloemans te Rotterdam

tegen

de rechtspersoon naar Frans recht

ALLIS SAS,

gevestigd te 14700 Falaise,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. A.A.H.M. van der Wijst te Boxtel.

Partijen zullen hierna[eiseres] en Allis Sas genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 4 oktober 2012;

  • -

    de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring;

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord en

  • -

    de antwoordakte in het bevoegdheidsincident.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De beoordeling in het incident

2.1.

[eiseres] heeft vlees geleverd aan Allis Sas in Frankrijk en daarvoor facturen gestuurd. Zij vordert in de hoofdzaak betaling van deze facturen, met nevenposten. Volgens[eiseres] is de rechtbank bevoegd van het geschil kennis te nemen.[eiseres] stelt dat artikel 24 lid 2 van de algemene leveringsvoorwaarden van de Centrale Organisatie voor de Vleessector (hierna: AV COV), dat een forumkeuzebeding bevat waarin de Nederlandse rechter bevoegd wordt verklaard, tussen partijen is overeengekomen. Dit artikellid luidt:

‘Alle geschillen zullen bij uitsluiting van iedere andere rechter in eerste instantie worden beslecht door de bevoegde rechter van de rechtbank binnen wiens arrondissement Leverancier is gevestigd, onverminderd het recht van Leverancier om Afnemer voor de volgens de gewone regels van het recht bevoegde rechter te dagen’.

2.2.

Allis Sas vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart omdat er geen geldige forumkeuze overeengekomen zou zijn: er is niet aan de vormvoorschriften voldaan. Zij voert aan dat ook uit het oogpunt van rechtszekerheid en proceseconomie onderhavig geschil in Frankrijk zou moeten worden uitgeprocedeerd, omdat bij het Tribunal de Commerce de Caen een deskundigenonderzoek is opgestart om vast te stellen of het door[eiseres] geleverde vlees voldoet aan de gestelde vereisten.

2.3.

Artikel 23 lid 1 van de Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 (hierna: EEX-Vo) luidt – voor zover relevant – :

Wanneer de partijen van wie er ten minste één woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, een gerecht of de gerechten van een lidstaat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, is dit gerecht of zijn de gerechten van die lidstaat bevoegd. Deze bevoegdheid is exclusief, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen. Deze overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht wordt gesloten:

[...]

c) hetzij, in de internationale handel, in een vorm die overeenstemt met een gewoonte waarvan de partijen op de hoogte zijn of hadden behoren te zijn en die in de internationale handel algemeen bekend is en door partijen bij dergelijke overeenkomsten in de betrokken handelsbranche doorgaans in acht wordt genomen.

2.4.

[eiseres] stelt dat er gelet op artikel 23 lid 1 sub c EEX-Vo een rechtsgeldig forumkeuzebeding is overeengekomen. Ook overigens is aan de in dat artikel gestelde voorwaarden voldaan, aldus[eiseres].[eiseres] verwijst naar jurisprudentie waaruit blijkt dat wilsovereenstemming tussen partijen op dit punt wordt vermoed te bestaan wanneer dit (in de algemene voorwaarden opgenomen) forumkeuzebeding in de betrokken branche gebruikelijk is en wanneer die algemene voorwaarden van toepassing worden verklaard door middel van verwijzing daarnaar op de facturen.[eiseres] stelt gemotiveerd dat dit in de onderhavige branche, de internationale vleesbranche, het geval is.

2.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

2.6.

Nu beide partijen zijn gevestigd in landen die partij zijn bij de EEX-Vo en ook aan de andere voorwaarden van artikel 23 lid 1, eerste volzin, EEX-Vo is voldaan, moet de vraag naar de bevoegdheid van de rechtbank worden beantwoord aan de hand van die Verordening. Partijen zijn het daarover eens. Zij zijn het er verder over eens dat artikel 23 EEX-Vo van toepassing is op de beantwoording van de vragen of het forumkeuzebeding in de algemene voorwaarden aan de vereisten van een geldig forumkeuzebeding voldoet en of dit leidt tot de bevoegdheid van deze rechtbank.

2.7.

De overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht wordt gesloten bij een schriftelijke overeenkomst (artikel 23 lid 1 sub a), dan wel in een vorm die wordt toegelaten door de handelwijzen die tussen partijen gebruikelijk zijn geworden (artikel 23 lid 1 sub b), dan wel, kort gezegd, in een vorm die in de internationale handelspraktijk gebruikelijk is (artikel 23 lid 1 sub c). Partijen zijn het er over eens dat in het onderhavige geval geen sprake is van de onder sub a of sub b bedoelde gevallen: vast staat ook dat de algemene voorwaarden (in ieder geval voorafgaand aan de brief van[eiseres] aan Allis Sas d.d. 17 april 2012) niet aan Allis Sas zijn medegedeeld.

2.8.

Een geldige forumkeuze is in casu dan pas tot stand gekomen wanneer er een overeenkomst bestaat die voldoet aan de in artikel 23 lid 1 sub c EEX-Vo genoemde vormvoorschriften en er wilsovereenstemming tussen partijen bestaat. Partijen zijn het voor wat betreft het geldig tot stand zijn gekomen van een forumkeuze oneens.

2.9.

Art. 23 EEX-Vo verlangt als basis van een geldige forumkeuze een overeenkomst van partijen die voldoet aan een van de genoemde vormvoorschriften. Dat er een overeenkomst wordt verlangd, betekent dat de aangezochte rechter verplicht is in de eerste plaats te onderzoeken of de clausule welke hem bevoegd verklaart, inderdaad het voorwerp heeft uitgemaakt van een wilsovereenstemming tussen partijen. De vormvoorschriften hebben tot doel te waarborgen dat de wilsovereenstemming daadwerkelijk bestaat. Het vereiste van het bestaan van wilsovereenstemming en het vereiste dat voldaan moet zijn aan een van de vormvoorschriften hangen derhalve direct samen: de vormvoorschriften moeten het bestaan van de wilsovereenstemming waarborgen.

2.10.

Allereerst moet dan ook de vraag worden beantwoord of is voldaan aan de vormvoorschriften als bedoeld in artikel 23 lid 1 sub c EEX-Vo. De tweede vraag is dan vervolgens of het forumkeuzebeding het voorwerp heeft uitgemaakt van de wilsovereenstemming tussen partijen. Zonder wilsovereenstemming kan een geldig forumkeuzebeding immers niet worden aangenomen. De mogelijk vast te stellen wilsovereenstemming dient verordeningsautonoom te worden uitgelegd.

2.11.

Voor wat betreft de inhoud van de stelplicht aangaande de ‘gewoonte’ blijkt uit het arrest voornoemd dat niet is vereist dat de algemene voorwaarden daadwerkelijk aan de wederpartij zijn medegedeeld. Om vast te stellen of een praktijk algemeen bekend is, dient volgens het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap (hierna: HvJ EG) te worden beoordeeld of een bepaalde handelswijze in de handelsbranche doorgaans en regelmatig wordt gevolgd, zodanig dat het gaat om een ‘vaste praktijk’ (HvJ EG 20 februari 1997, C-106/95, NJ 1998/565, MSG/Gravières Rhénanes). Hierbij dienen alle omstandigheden van het geval te worden betrokken.[eiseres]

2.12.

[eiseres] heeft ten bewijze van de stelling dat het in de internationale vleesbranche gebruikelijk is dat algemene voorwaarden, inhoudende een forumkeuzebeding, worden gehanteerd (en dat die algemene voorwaarden van toepassing worden verklaard door de enkele verwijzing daarnaar op de facturen) als productie 6 bij de dagvaarding kopieën van de aan Allis Sas verzonden facturen in het geding gebracht.[eiseres] heeft aangevoerd dat zij per levering aan Allis Sas een factuur heeft gestuurd, waarin steeds in een voor Allis Sas begrijpelijke taal – de Franse taal – is verwezen naar de toepasselijkheid van de AV COV, waartegen Allis Sas ook niet heeft geprotesteerd. Ook is aangevoerd dat de algemene voorwaarden eenvoudig zijn te downloaden van de website van[eiseres] en dat[eiseres] Allis Sas er bij schrijven van 17 april 2012 op heeft gewezen dat de AV COV van toepassing zijn. Allis Sas heeft hier niet tegen geprotesteerd, aldus[eiseres].

2.13.

Tevens heeft[eiseres] middels productie 8 een aantal facturen van als concurrenten te beschouwen vleesleveranciers in het geding gebracht, ten bewijze van de gebruikelijkheid van bovenstaande. Op die facturen wordt telkens naar de algemene voorwaarden van de respectieve leveranciers verwezen. Bij conclusie van antwoord in het incident van onbevoegdheid is door[eiseres] nog productie 12 ingebracht, waaruit volgens[eiseres] blijkt dat ook in de internationale groentenbranche de gewoonte bestaat op de facturen te verwijzen naar de algemene voorwaarden (houdende een forumkeuzebeding) van de leverancier.

2.14.

Allis Sas verweert zich door te stellen dat uit jurisprudentie, in het bijzonder uit een vonnis van de Rechtbank Rotterdam d.d. 13 februari 2013 (LJN: BZ2666) blijkt dat, wil een in algemene voorwaarden opgenomen forumkeuze rechtsgeldig zijn, niet alleen een uitdrukkelijke verwijzing naar de algemene voorwaarden dient te zijn opgenomen, maar ook dat die algemene voorwaarden vooraf aan de wederpartij ter beschikking zijn gesteld.

2.15.

Allis Sas miskent daarbij echter dat de aldaar in r.o. 5.7 gegeven bespreking ziet op een situatie als bedoeld in artikel 23, lid 1 sub a EEX-Vo. In een geval als het onderhavige is het daadwerkelijk ter beschikking stellen van de algemene voorwaarden geen vereiste.

2.16.

De rechtbank concludeert dan ook dat aan de vormvereisten van artikel 23 lid 1 sub c EEX-Vo is voldaan.

2.17.

Allis Sas betwist voorts gemotiveerd dat onderhavige transacties hebben plaatsgevonden in de internationale vleesbranche. Zij stelt dat zij zelf veeleer in de internationale branche van kant-en-klaar maaltijden handelt: een branche waarvan[eiseres] niet heeft gesteld en aangetoond dat algemene voorwaarden van toepassing worden verklaard door verwijzing daarnaar op facturen.

2.18.

De vraag is dan wat in de EEX-Vo wordt bedoeld met ‘de betrokken handelsbranche’. De EEX-Vo geeft hier geen uitsluitsel over. De rechtbank overweegt allereerst dat de EEX-Vo – naar de letter van de bepaling – op zichzelf niet vereist dat beide partijen in dezelfde handelsbranche werkzaam zijn. Er dient onderscheid te worden gemaakt tussen horizontale overeenkomsten (tussen partijen in dezelfde handelsbranche) en verticale overeenkomsten (tussen partijen in verschillende handelsbranches, in een verschillend stadium van een productieketen).

2.19.

In de literatuur en de jurisprudentie is geen rechtsregel te vinden die vereist dat contractspartijen in dezelfde handelsbranche werkzaam zijn, nog daargelaten dat het op zichzelf zeer wel voor te stellen is dat contractspartijen vaker wel dan niet contracteren met partijen uit een andere branche. Partijen uit dezelfde handelsbranche zijn immers veeleer concurrenten dan contractspartijen. Derhalve moet worden bepaald welke handelsbranche artikel 23 EEX-Vo bedoelt. De partij die de karakteristieke prestatie verricht (degene die de producten levert) dient werkzaam te zijn in de branche waarvan hij de gewoonte aanvoert. De wederpartij dient daarmee slechts vertrouwd te zijn, bijvoorbeeld doordat zij deze overeenkomsten vaker sluit met bedrijven uit de branche.

2.20.

In casu gaat het om een internationale vleeswarentransactie tussen twee groothandelaren in voedingsmiddelen.[eiseres] was hierin de leverancier, Allis Sas de afnemer.[eiseres] verrichtte de karakteristieke prestatie. Uit hoofde van deze transactie was de handelsbranche als bedoeld in artikel 23 lid 1 sub c EEX-Vo de internationale vleesbranche.

2.21.

Vervolgens dient het bestaan van wilsovereenstemming te worden beoordeeld. Volgens de jurisprudentie (HvJ EG 20 februari 1997, C-106/95, NJ 1998/565, MGS/Gravières Rhénanes en HR 27 mei 2011, NJ 2012, 391) wordt wilsovereenstemming vermoed te bestaan (geobjectiveerd) indien de partij die een beroep doet op dit artikellid stelt en bewijst dat het in de betrokken handelsbranche gebruikelijk is dat algemene voorwaarden (houdende een forumkeuzebeding) van toepassing worden verklaard door middel van verwijzing daarnaar op facturen.

2.22.

Het moet op grond van HR 27 mei 2011 (NJ 2012, 391) worden aangenomen dat het ontbreken van een reactie en het stilzwijgen van een van de partijen bij het contract ten aanzien van een door de andere partij vermelde forumkeuze in een vorm die voldoet aan artikel 23 lid 1 sub c EEX-Vo, als instemming met die forumkeuze kan gelden. Dit betekent dat, indien een forumkeuze voldoet aan het vormvoorschrift en niet tegen de forumkeuze is geprotesteerd, wilsovereenstemming wordt vermoed te bestaan, behoudens tegenbewijs. Dit tegenbewijs is niet geleverd.

2.23.

De rechtbank komt gelet op bovenstaande tot het oordeel dat [eiseres] voldoende gemotiveerd heeft gesteld dat het op de facturen naar de algemene voorwaarden verwijzen een gewoonte is in de betrokken tak van internationale handel en – dientengevolge – dat er tussen partijen wilsovereenstemming wordt vermoed te bestaan aangaande de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van [eiseres], inclusief het daarin opgenomen forumkeuzebeding. Allis Sas heeft voorgaande onvoldoende gemotiveerd betwist.

2.24.

De conclusie die daaruit moet volgen, is dat de Nederlandse rechter, meer in het bijzonder de rechter te Utrecht, bevoegd is van dit geschil kennis te nemen.

2.25.

Het tweede – proceseconomische – argument dat Allis Sas heeft opgeworpen zal nu worden besproken.

2.26.

Ten aanzien van dit argument stelt[eiseres] dat de in Frankrijk geëntameerde procedure niet meer is dan een voorlopige maatregel, die ex artikel 31 EEX-Vo naast de hoofdprocedure kan worden gevoerd en dat, mocht Allis Sas een procedure tegen[eiseres] willen starten, zij dit op grond van de EEX-Vo in Nederland moet doen.

2.27.

Dat de deskundigenbenoeming door het Tribunal de Commerce te Caen vergelijkbaar is met een voorlopig deskundigenbericht, staat voor de rechtbank niet voetstoots vast. Dit is onvoldoende gemotiveerd gesteld, zodat toepassing van de mogelijkheid van artikel 31 EEX-Vo nog geen gegeven is.

2.28.

Niet bestreden is echter dat thans voor zowel gerechten in Frankrijk als in Nederland procedures – van welke aard ook – aanhangig zijn, die hetzelfde onderwerp betreffen en op dezelfde oorzaak berusten. De litispendentie-regeling van artikel 27 EEX-Vo volgend dient in een dergelijk geval het gerecht waarbij de zaak het laatst is aangebracht zijn uitspraak ambtshalve aan te houden totdat de bevoegdheid van het gerecht waarbij de zaak het eerst is aangebracht, vaststaat. Staat die eenmaal vast, dan moet het gerecht waar de zaak het laatst is aangebracht, zich onbevoegd verklaren.

2.29.

Voor wat betreft het tijdstip van aanbrengen geldt de maatstraf van artikel 30 EEX-Vo. Gesteld noch gebleken is dat de zaak als eerste bij het Tribunal de Commerce te Caen is aangebracht. Als datum voor de aanhangigheid in Nederland geldt in het kader van de litispendentieregeling de datum waarop de autoriteit die verantwoordelijk is voor de betekening of kennisgeving het stuk ontvangt en daarna de zaak ook daadwerkelijk in Nederland ter rolle is ingeschreven. Onder deze autoriteit wordt verstaan de ontvangende Franse autoriteit. De datum van ontvangst blijkt uit het zich in de stukken bevindende ontvangstbewijs: de dagvaarding is door de Franse deurwaarder ontvangen op 9 oktober 2012, ruim voor de door de rechtbank eerst aangetroffen datum van proceshandeling in de als productie 3 bij de incidentele conclusie van Allis Sas bijgevoegde beslissing van het Tribunal de Commerce te Caen (te weten: 13 november 2012). Een eerdere datum van aanhangigheid is niet gesteld. Voorts is niet gesteld dat naar Frans recht een andere (eerdere) datum voor vaststelling van het moment van aanhangigheid geldt.

2.30.

De door Allis Sas bij antwoordakte in het incident van onbevoegdheid opgeworpen stelling dat niet is voldaan aan het vereiste van artikel 27 lid 2 EEX-Vo en dat[eiseres] daarom geen beroep kan doen op de litispendentieregeling, kan niet worden gevolgd.

Die bepaling houdt immers in dat het laatst aangezochte gerecht zich onbevoegd verklaart wanneer de bevoegdheid van het eerst aangezochte gerecht vaststaat. Dit houdt tevens in dat het laatst aangezochte gerecht de behandeling slechts kan voortzetten indien het eerst aangezochte gerecht zich onbevoegd verklaart, maar betekent nog niet dat partijen voor het eerst aangezochte gerecht geen beroep kunnen doen op deze regeling. Daar komt nog bij dat de eerst aangezochte rechter de eigen bevoegdheid toetst: het laatst aangezochte gerecht mag dat niet voor hem doen.

2.31.

Dat[eiseres] voorts zou hebben ingestemd met de bevoegdheid van de Franse rechter, is onvoldoende gemotiveerd gesteld. Allis Sas heeft ter toelichting alleen aangevoerd dat[eiseres] zich bij de Franse rechter niet op de AV COV heeft beroepen. Dat is onvoldoende om instemming aan te kunnen nemen.

2.32.

Uit al het bovenstaande volgt dat de handelskamer van de Rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, bevoegd is.

2.33.

De rechtbank is concluderend van oordeel dat de incidentele vordering moet worden afgewezen, omdat de aangevoerde gronden die vordering niet kunnen dragen.

2.34.

Allis Sas zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van[eiseres] worden begroot op € 452,00.

3 De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1.

wijst het gevorderde af;

3.2.

veroordeelt Allis Sas in de kosten van het incident, aan de zijde van[eiseres] tot op heden begroot op € 452,00 (1 punt x € 452,00);

in de hoofdzaak

3.3.

bepaalt dat de zaak weer op de rol van 21 augustus 2013 zal komen voor conclusie van antwoord aan de zijde van Allis Sas.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A.M. Pinckaers en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2013.