Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:2907

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
22-07-2013
Datum publicatie
23-07-2013
Zaaknummer
847007 UC EXPL 12-20235
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ongeoorloofde openbaarmaking foto, aan schadevergoeding - conform Hof Arnhem - gederfde licentievergoeding met 25% opslag toegewezen vanwege vermindering van exploitatiemogelijkheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 847007 UC EXPL 12-20235

Vonnis van 22 juli 2013

inzake

[eiser],

handelend onder de naam [bedrijf 1],

wonende te [woonplaats],

verder ook te noemen [eiser],

eisende partij,

gemachtigde: mr. K.M. van Boven,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde]Communicatie B.V.,

gevestigd te Utrecht,

verder ook te noemen [gedaagde],

gedaagde partij,

procederende bij R.J. [gedaagde].

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 17 december 2012 met producties 1 tot en met 14,

  • -

    het proces-verbaal van de civiele rolzitting van 7 januari 2013 met producties 1 tot en met 4 van de zijde van [gedaagde],

  • -

    de conclusie van repliek met producties 15 tot en met 20,

  • -

    de conclusie van dupliek met productie 6.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] drijft onder de naam [bedrijf 1] een communicatieadviesbureau en exploiteert in dat kader eigen en door medewerkers en derden gemaakte foto’s.

2.2.

[eiser] exploiteert onder meer de foto van “[foto] voor microfoon” (hierna: de foto), gemaakt door mevrouw[X] (hierna: [X]).

2.3.

[X] heeft [eiser] door middel van een last opgedragen op zijn naam haar rechten als auteursrechthebbende te handhaven en in rechte geldend te maken.

2.4.

[gedaagde]is een reclame-, ontwerp- en adviesbureau dat zich bezighoudt met het geven van communicatieadviezen, het ontwikkelen van concepten, copywriting en het maken van (bedrijfs)journalistieke tekstproducties.

2.5.

[gedaagde]is houder van de domeinnaam [website]. De website www.[website] (hierna: de website) biedt een platform aan taal- en communicatieprofessionals en geeft bezoekers de mogelijkheid artikelen te publiceren en met elkaar te discussiëren.

2.6.

Op 6 januari 2011 is de foto zonder toestemming van [X] en [eiser] en zonder vermelding van de naam van [X] als maakster van de foto op de website geplaatst bij het artikel “Voetballers en hun taalgebruik”.

2.7.

Bij brief van 20 augustus 2012 heeft [eiser] [gedaagde]gesommeerd de foto te verwijderen en verwijderd te houden en over te gaan tot betaling van schadevergoeding wegens schending van de auteurs- en persoonlijkheidsrechten van [X].

2.8.

Bij e-mail van 23 augustus 2012 heeft [gedaagde]aan [eiser] bericht dat de foto van de website is verwijderd.

2.9.

Partijen zijn in onderling overleg niet tot een regeling gekomen.

2.10.

[gedaagde]is tot op heden niet overgegaan tot enige betaling aan [eiser].

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde]tot betaling van schadevergoeding ten bedrage van € 750,00, dan wel een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure ex artikel 1019h Rv, dan wel ex artikel 6:96 BW, en in de nakosten ten bedrage van € 100,00.

3.2.

[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat [gedaagde]inbreuk heeft gemaakt op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten van [X] door de foto zonder toestemming en naamsvermelding op de website te gebruiken en dat daardoor schade is geleden bestaande uit gederfde licentie-inkomsten en overige (immateriële) schade. [eiser] stelt dat hij voor het gebruik van de foto op internet een licentievergoeding van € 513,00 zou hebben gehanteerd, welk tarief gebaseerd is op de tarieven van de Stichting Foto Anoniem. De hoogte van de geleden immateriële schade begroot [eiser] aan de hand van analoge toepassing van de door hem gehanteerde algemene voorwaarden van de Nederlandse Fotografenfederatie in totaal op een bedrag van € 2.052,00, te weten 200% van de licentievergoeding vanwege de inbreuk op het auteursrecht, 100% van de licentievergoeding vanwege het ontbreken van de naam van de maker en 100% van de licentievergoeding vanwege verminking van de foto. Volgens [eiser] is er inbreuk gemaakt op het exclusieve recht om zelf te bepalen waar en hoe de foto wordt gebruikt en moet rekening worden gehouden met de reële misgelopen inkomsten als gevolg van de inbreuk zelf en als gevolg van de vergrote kans dat er door de inbreuk meer inbreuken worden gepleegd en nieuwe opdrachten niet worden gegeven vanwege het ontbreken van de naam en vanwege de verminkte weergave. [eiser] heeft ervoor gekozen zijn schadevergoedingsvordering in rechte te beperken tot een bedrag € 750,00, zijnde het bedrag waarmee hij in het minnelijk traject akkoord zou zijn gegaan. Daarnaast vordert [eiser] vergoeding van de daadwerkelijk gemaakte proceskosten en van de nakosten.

3.3.

[gedaagde]voert verweer en concludeert tot afwijzing van het gevorderde. [gedaagde]stelt zich op het standpunt dat de gevorderde schadevergoeding te hoog is, onder meer omdat er geen sprake is van commerciële exploitatie van de foto en [eiser] de foto zelf in verminkte vorm op internet heeft gedistribueerd via zijn website www.ajaxnu.nl. Verder is [gedaagde]van mening dat zij gelet op de proceshouding van [eiser] thans in het geheel geen vergoeding meer verschuldigd is.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Ter beoordeling ligt voor of [gedaagde]jegens [eiser] schadeplichtig is op grond van een aan haar toe te rekenen inbreuk op een auteursrecht van [X].

4.2.

Dat [X] het auteursrecht heeft op de foto staat niet ter discussie. Op grond van artikel 1 Auteurswet (hierna: Aw) heeft [X] als auteursrechthebbende het uitsluitend recht om de foto openbaar te maken en te verveelvoudigen. Anderen mogen dit in beginsel alleen met voorafgaande toestemming van [X], tenzij zij zich op een beperking van de Aw kunnen beroepen, maar dat laatste is in dit geval niet gesteld of gebleken. Voorts komt [X] als auteursrechthebbende op grond van artikel 25 lid 1 sub a Aw het recht toe op vermelding van haar naam als maker bij de foto.

Inbreuk

4.3.

Tussen partijen staat vast dat de foto op 6 januari 2011 zonder toestemming van [X] en zonder vermelding van haar naam als maker op de website is geplaatst en daarmee openbaar is gemaakt. Gelet daarop is er sprake van een inbreuk op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten van [X] en daarmee van onrechtmatig handelen van [gedaagde]jegens [X] op grond waarvan [gedaagde]schadeplichtig is. Zoals door [gedaagde]ook is erkend, doet het gestelde ontbreken van kwade opzet aan de zijde van [gedaagde]hier niets aan af. Ook het onbewust schenden van het auteursrecht komt voor rekening en risico van de inbreukmaker. Het door [gedaagde]gestelde dat de foto slechts in klein formaat op de website is geplaatst als decoratie bij het artikel en in deze verminkte vorm op tientallen andere websites staat, doet evenmin iets aan de inbreuk af.

Schade

4.4.

De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] voldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld op grond waarvan kan worden aangenomen dat als gevolg van de geconstateerde inbreuk schade is geleden. De kantonrechter gaat uit het van het gestelde commerciële gebruik van de foto, nu dit door [gedaagde]onvoldoende gemotiveerd is bestreden. De enkele omstandigheid dat de foto door [eiser] op zijn niet-commerciële website [website]is geplaatst, maakt immers niet dat daarvan geen sprake zou zijn. Daarbij heeft [eiser] onweersproken gesteld dat in en bij de foto op zijn website de naam van [X] als maker is vermeld alsmede de website van zijn communicatieadviesbureau. Nu de schade niet exact is vast te stellen, zal deze begroot moeten worden op een wijze die het meest in overeenstemming is met de aard van de geleden schade.

Schadevergoeding

4.5.

De kantonrechter neemt voor de begroting van de schade als uitgangspunt dat [X] ten minste aanspraak heeft op voldoening door [gedaagde]van een schadebedrag gelijk aan de gebruikelijke licentievergoeding die [gedaagde]verschuldigd zou zijn geweest indien zij voorafgaand aan de plaatsing toestemming had gevraagd. Door [gedaagde]is op zichzelf niet betwist dat [eiser] aan gebruik van door hem geëxploiteerde foto’s de tarieven van de Stichting Foto Anoniem verbindt. De kantonrechter gaat dan ook van die tarieven uit. [eiser] heeft gemotiveerd gesteld dat de foto op de website een formaat had van 150 bij 150 pixels. Dit is door [gedaagde]niet dan wel onvoldoende weersproken en staat daarmee vast. Voorts staat vast dat de foto in ieder geval van 6 januari 2011 tot en met 23 augustus 2012 op de website heeft gestaan en daarmee meer dan een jaar openbaar is gemaakt op een Nederlandstalige site met een .nl domeinnaam. In dat geval geldt blijkens de als productie 8 en 11 bij dagvaarding overgelegde tabellen van de tarievenlijst een licentievergoeding van € 513,00 (exclusief BTW). De kantonrechter ziet aanleiding om de bij de betreffende tabel vermelde korting van 25% toe te passen, aangezien [eiser] heeft erkend dat de foto niet steeds op de homepage van de website heeft gestaan. De gederfde licentievergoeding komt daarmee op een bedrag van € 384,75 (exclusief BTW).

4.6.

Met betrekking tot de overig gevorderde schadevergoeding overweegt de kantonrechter als volgt.

4.7.

Aan de algemene voorwaarden van de Nederlandse Fotografenfederatie kan in dit geval geen betekenis worden toegekend, omdat [gedaagde]daar niet aan gebonden is. Bovendien kan zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet worden aangenomen dat de in die voorwaarden genoemde vergoedingen zijn gebaseerd op een berekening van de schade die auteursrechthebbenden lijden indien een foto zonder hun toestemming, zonder vermelding van hun naam als maker dan wel verminkt op een website openbaar wordt gemaakt.

4.8.

Voor zover [eiser] betoogt dat verhoging van de licentievergoeding op zijn plaats is ter preventie tegen toekomstige inbreuken op het auteursrecht, gaat de kantonrechter daaraan voorbij. Dit zou neerkomen op een boete in plaats van schadevergoeding en voor toewijzing van een boete is binnen het kader van artikel 27a Aw geen plaats.

4.9.

De kantonrechter acht het in dit geval redelijk om naast het genoemde bedrag aan gederfde licentievergoeding een opslag van 25% te hanteren als vergoeding voor de geleden schade vanwege de gestelde vermindering van de exploitatiemogelijkheden als gevolg van het ontbreken van de naamsvermelding en de verminking van de foto.

4.10.

Gelet op het vorenstaande bepaalt de kantonrechter de door [gedaagde]te vergoeden schade op een bedrag van € 513,00. De vordering is in zoverre toewijsbaar.

Proceskosten

4.11.

[eiser] maakt, onder verwijzing naar de als productie 20 bij conclusie van repliek overgelegde specificatie, aanspraak op betaling van de daadwerkelijk door hem gemaakte kosten van rechtsbijstand. Tot en met repliek gaat het in totaal om een bedrag van

€ 1.695,37, zijnde € 1.390,20 aan advocaatkosten, € 92,17 aan explootkosten en € 213,00 aan griffierechten. Nu deze procedure de handhaving van auteursrechten tot inzet heeft, is artikel 1019h Rv van toepassing. Op grond van dit artikel wordt de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet. Voor zover [gedaagde]betoogt dat de gevorderde kosten onredelijk zijn, omdat deze nodeloos zijn gemaakt, gaat de kantonrechter daaraan voorbij. [gedaagde]is in het minnelijke traject immers niet bereid gebleken om meer dan € 196,00 aan schadevergoeding aan [eiser] te voldoen, zodat [eiser] in redelijkheid tot dagvaarden heeft kunnen overgaan met alle kosten van dien. De kantonrechter zal voornoemd bedrag dan ook toewijzen, nu [gedaagde]de overwegend in het ongelijk gestelde partij is.

4.12.

De nakosten, waarvan [eiser] betaling vordert, zullen op de in het dictum weergegeven wijze worden begroot.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt [gedaagde]om aan [eiser] tegen bewijs van kwijting te betalen € 513,00;

5.2.

veroordeelt [gedaagde]tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiser] tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 1.695,37;

5.3.

veroordeelt [gedaagde], onder de voorwaarde dat zij niet binnen veertien dagen na aanschrijving door [eiser] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 100,00 aan salaris gemachtigde;

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Steenbergen en in het openbaar uitgesproken op

22 juli 2013.

ID 4198