Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2006:BA2470

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
23-11-2006
Datum publicatie
06-04-2007
Zaaknummer
55044 / KG ZA 2006-228
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

...Het enkele feit dat Donbass tegen zekerheidstelling door Basco het eerder op de bunkers gelegde beslag heeft opgeheven, staat er niet aan in de weg dat zij ter verzekering van de betaling van nadien opgekomen vorderingen opnieuw beslag legt op de bunkers. De voorzieningenrechter zal vanuit die optiek de vordering van Donbass nader beoordelen. Donbass heeft vooralsnog voldoende aannemelijk gemaakt dat zij op 1 november 2006 USD 133.002,00 ten behoeve van Basco heeft betaald terzake verschuldigde verzekeringspenningen. Nu deze betaling heeft plaatsgevonden nadat de Beslagrechter in de Rechtbank van Eerste Aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen toestemming had verleend, dient deze betaling als een "nieuwe" vordering te worden aangemerkt. Daarnaast staat vooralsnog voldoende vast dat Donbass aanspraak heeft op de huur over de periode van 25 september tot 25 oktober 2006 ten bedrage van USD 39.750,00 en dat deze vordering ten tijde van het eerste beslag nog niet opeisbaar was en dat derhalve van een opknippen van de vordering, zoals door Basco gesteld, geen sprake is geweest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2008, 120
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

Vonnis van 23 november 2006 in de zaak van:

Kort gedingnr.: 228/2006

De rechtspersoon naar het recht van de plaats harer vestiging

Basco Denizcilik VE Ticaret A.S.,

gevestigd en kantoorhoudende te Istanbul Turkije,

eiseres,

advocaat: mr H.C.A. van der Houven van Oordt,

procureur: mr C.J. IJdema,

tegen

de rechtspersoon naar het recht van de plaats van vestiging

Commercial Fleet of Donbass Limited Liability Company,

Gevestigd en kantoorhoudende te Mariupol, Oekraine,

gedaagde,

advocaat: mr T. Bezmalinovic,

1. Het verloop van het geding

Partijen worden verder aangeduid als Basco en Donbass.

Het dossier bevat de volgende processtukken:

faxbrief d.d. 16 november 2006 van mr Van der Houven van Oordt met producties;

faxbrief d.d. 19 november 2006 van mr Bezmalinovic met producties;

conclusie van eis;

de pleitnotities van mrs Van der Houven van Oordt en Horeman;

de pleitnotities van mr Bezmalinovic.

2. De feiten

2.1. Donbass heeft op 24 oktober 2006, na daartoe op 20 oktober 2006 verkregen verlof van de Beslagrechter in de Rechtbank van Eerste Aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, ten laste van Basco beslag doen leggen op de bunkers aan boord van het ms Markborg in Antwerpen ter verzekering van een vordering van Donbass op basis van een bevrachtingovereenkomst voor het aan Donbass in eigendom toebehorende schip Contaz Carrier. Donbass heeft haar vordering begroot op USD 484.700,00 aan hoofdsom, waarvan USD 121.900,00 aan huurgelden voor de periode van 25 juni 2006 tot 25 september 2006 en USD 362.800,00 aan brandstof en USD 145.410,00 aan provisie voor interesten en kosten (30%), in totaal USD 630.110.

2.3. Nadat Basco een deel van de vordering had betaald en voor het resterende deel zekerheid had gesteld, heeft Donbass het beslag op 10 november 2006 opgeheven.

2.4. Op 3 november 2006 heeft Donbass zich gewend tot de voorzieningenrechter van deze rechtbank met het verzoek om ter verzekering van een vordering door haar begroot op USD 156.000,00 wegens huur voor de periode vanaf 25 september 2006 tot 25 oktober 2006, USD 166.607,00 terzake door haar ten behoeve van Basco aan UK P&I Club betaalde verzekeringspenningen en USD 100.000,00 wegens kosten van arbitrage in Londen in totaal USD 420.000,00 conservatoir beslag te mogen leggen op de bunkers van aan boord van het ms Markborg, dat zich nog in de haven van Antwerpen bevond en op zeer korte termijn zou vertrekken om zich vervolgens in de wateren te begeven die vallen onder het rechtsgebied van deze rechtbank. De voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft op 3 november 2006 - de beschikking vermeldt abusievelijk 2 november 2006 - het gevraagde verlof verleend. Donbass heeft vervolgens op 11 november 2006 opnieuw ten laste van Basco beslag doen leggen op de bunkers aan boord van het ms Markborg.

Het geschil

Basco vordert dat het de voorzieningenrechter moge behagen, om bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad,

het conservatoir vreemdelingenbeslag gelegd op de bunkers en smeeroliën aan boord van de Markborg op te heffen, en

gedaagde te veroordelen om aan eiseres te betalen een bedrag van € 68.480,00 te vermeerderen met USD 8.560,00 per dag sedert de dag van de zitting tot de feitelijke opheffing, of een ander door de voorzieningenrechter vast te stellen bedrag bij wijze van voorschot op de door Basco geleden schade door het beslag, en

gedaagde te bevelen om de inhoud van het te dezen te wijzen vonnis op voorhand ter kennis te brengen van de rechter die op een nieuwe beslagaanvraag ten laste van Basco zal moeten beschikken, zulks op straffe van een dwangsom van € 50.000,00 per overtreding.

gedaagde te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2. Zij legt het volgende aan haar vordering ten grondslag. De voorzieningenrechter was niet bevoegd. Volgens artikel 700 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is bevoegd de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen wiens rechtsgebied de zaken zich bevinden. De bunkers zijn roerende zaken. Op het moment van de beschikking bevonden de bunkers zich echter in Antwerpen. In Antwerpen heeft Donbass beslag gelegd op de bunkers voor vorderingen gebaseerd op een charter partij. Basco heeft een deel van de vorderingen voldaan en voor het restant heeft zij zekerheid gesteld in ruil voor opheffing van het beslag. Het is ontoelaatbaar dat Donbass thans weer beslag legt op dezelfde bunkers. Dat is in strijd met de afspraken die hebben geleid tot opheffing van de eerder gelegde beslagen op die bunkers tegen zekerheidstelling. De door Donbass gepretendeerde vordering is ondeugdelijk. Donbass heeft een verkeerde voorstelling van zaken gegeven; zij heeft er bewust voor gekozen om niet voor de hele vordering in Antwerpen beslag te leggen. Bovendien is, anders dan Donbass in het beslagrekest heeft gesteld, de vordering voor wat betreft de huur van na 25 september 2006 nog niet aanhangig.

3.3. Donbass voert verweer. Zij stelt zich op het standpunt dat de voorzieningenrechter wel bevoegd was. De vorderingen waar het nu over gaat waren nog niet opeisbaar op het moment dat in Antwerpen verlof werd verleend voor beslag. Het gaat om niet betaalde huur over de periode 25 september 2006 tot 25 oktober 2006 te bedrage van USD 39.750,00, om door Donbass ten behoeve van Basco betaalde verzekeringspremies, en om schadevergoeding bestaande uit het verschil tussen de marktwaarde en de overeengekomen huur over de periode van 25 juli 2006 tot en met het moment van het terugbezorgen van het aan Donbass in eigendom toebehorende schip de "Contaz Carrier". Het stond haar vrij op voor deze vorderingen opnieuw beslag op de bunkers te leggen.

De beoordeling

4.1. Uit de tekst van de eerste zin van het eerste lid van artikel 728 Rv ("is mede bevoegd") valt op te maken dat de bepaling een uitbreiding beoogt te geven aan de bevoegdheid tot het verlenen van verlof voor conservatoir beslag op schepen, en wel aldus dat niet alleen de in het eerste lid van artikel 700 Rv aangewezen president bevoegd is, maar ook de president van de rechtbank binnen welker rechtsgebied het schip "wordt verwacht". Duidelijk is dat de wetgever met de alternatieve bevoegdheidsregel van artikel 728 Rv het verhaalsbelang van de schuldeiser op het oog heeft en, door mede de president van de rechtbank binnen welker rechtsgebied het schip wordt verwacht bevoegd te verklaren, de kansen voor de schuldeiser om het schip daadwerkelijk te beslaan heeft willen verruimen. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien op grond waarvan de verruimde mogelijkheden om beslag te leggen wel zouden gelden voor het schip, maar niet voor de met het schip meevarende roerende zaken zoals in dit geval de bunkers. De voorzieningenrechter is derhalve van oordeel dat hij bevoegd was om van het verzoek kennis te nemen.

4.2. Het enkele feit dat Donbass tegen zekerheidstelling door Basco het eerder op de bunkers gelegde beslag heeft opgeheven, staat er niet aan in de weg dat zij ter verzekering van de betaling van nadien opgekomen vorderingen opnieuw beslag legt op de bunkers. De voorzieningenrechter zal vanuit die optiek de vordering van Donbass nader beoordelen. Donbass heeft vooralsnog voldoende aannemelijk gemaakt dat zij op 1 november 2006 USD 133.002,00 ten behoeve van Basco heeft betaald terzake verschuldigde verzekeringspenningen. Nu deze betaling heeft plaatsgevonden nadat de Beslagrechter in de Rechtbank van Eerste Aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen toestemming had verleend, dient deze betaling als een "nieuwe" vordering te worden aangemerkt. Daarnaast staat vooralsnog voldoende vast dat Donbass aanspraak heeft op de huur over de periode van 25 september tot 25 oktober 2006 ten bedrage van USD 39.750,00 en dat deze vordering ten tijde van het eerste beslag nog niet opeisbaar was en dat derhalve van een opknippen van de vordering, zoals door Basco gesteld, geen sprake is geweest.

4.3. Voor het overige is summierlijk van de ondeugdelijkheid van de aan het verzoek ten grondslag gelegde vorderingen gebleken. Zo zijn bij dit beslag met name de kosten van de arbitrage opnieuw opgevoerd. De voorzieningenrechter zal de vordering waarvoor het beslag is gelegd derhalve nader begroten op USD 172.752,00 en de gevorderde opslag voor rente en kosten matigen tot 10%, nu blijkens de overgelegde stukken Basco voor de kosten van de arbitrage reeds zekerheid heeft gesteld. Voor het door Basco gevorderde voorschot op geleden schade en het door Basco gevorderde bevel bestaat onvoldoende grond. De voorzieningenrechter zal de proceskosten tussen partijen compenseren, zo, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

begroot de vordering waarvoor het beslag is gelegd op de bunkers en smeeroliën aan boord van het ms Markborg nader op USD 190.027,00;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af;

compenseert tussen partijen de proceskosten, zo, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. de Regt, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 november 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.