Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:5906

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
06-07-2016
Datum publicatie
12-07-2016
Zaaknummer
5153253 CV EXPL 16-5619
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Schorsing non-concurrentiebeding in kort geding (reconventie) toegewezen vanaf negen maanden na overtreding totdat in bodem zal zijn beslist. in conventie gevorderd voorschot op reeds verbeurde boetes gematigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/2008
AR-Updates.nl 2016-0781
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Burgerlijk recht

Zaaknummer 5153253 CV EXPL 16-5619

Vonnis van de kantonrechter in kort geding van 6 juli 2016

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BOEK & OFFERMANS WONINGMAKELAARS HEERLEN BV,

gevestigd en kantoorhoudend te Heerlen,

eisende partij in conventie,

verwerende aprtij in reconventie,

gemachtigde mr. S.G.J. Habets

tegen

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ,

wonend te [woonplaats] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

gemachtigde mr. S.J.M. Peters.

Partijen zullen hierna B&O en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het exploot van dagvaarding d.d. 17 juni 2016

  • -

    de van de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ingekomen producties, tevens eis in reconventie

  • -

    de mondelinge behandeling ter zitting van 4 juli 2016.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is van 5 december 2011 tot en met 31 oktober 2015 krachtens arbeidsovereenkomst in dienst geweest bij B&O in de functie van verhuurmakelaar, waarbij hij in de (ongeveer) laatste twee maanden voor een beperkt deel van zijn diensttijd ook verkoop- gerelateerde werkzaamheden uitoefende.

2.2.

Art. 11 van de arbeidsovereenkomst (verder te noemen: het beding) luidt:

1. Het is werknemer verboden binnen een tijdvak van 2 jaren na beëindiging van de arbeidsovereenkomst binnen een straal van 30 km van Heerlen, Maastricht en Sittard, in enigerlei vorm en/of op enigerlei wijze betaald of onbetaald werkzaam te zijn bij, of financieel deel te nemen in en/of belang te hebben in een onderneming gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan die van werkgever.

2. Het in lid 1 vermelde verbod geldt niet indien werknemer daartoe voorafgaand schriftelijke toestemming heeft verkregen van werkgever, aan welke toestemming werkgever voorwaarden kan verbinden.

3. Voor iedere overtreding van het hierboven bepaalde en voor iedere dag dat de werknemer in overtreding is, verbeurt werknemer een boete van € 5.000 per overtreding benevens een bedrag van

€ 500 per dag dat de overtreding voortduurt, te betalen aan werkgever, onverminderd het recht van werkgever op volledige vergoeding van de geleden schade.

2.3.

Bij brief van 22 september 2015 heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 1 november 2015 (productie 2 bij exploot), waarbij hij tevens aankondigde dat hij een functie als verkoopmakelaar bij [naam makelaar] makelaardij heeft geaccepteerd. Uit de overige stellingen en producties blijkt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] die functie bij [naam makelaar] makelaardij per 1 november 2015 (en dus direct aansluitend aan het dienstverband bij B&O) is gaan vervullen en dat hij die functie vervult bij [naam makelaar] Makelaardij te Maastricht (verder te noemen: [naam makelaar] ).

2.4.

[naam makelaar] is een onderneming gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan B&O.

2.5.

Bij brief van 13 oktober 2015 (productie 3 bij exploot) heeft B&O aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de ontvangst van de opzegbrief van 22 september 2015 bevestigd, waarbij zij echter tevens te kennen heeft gegeven dat zij [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] geen toestemming geeft om bij [naam makelaar] in dienst te treden.

2.6.

De dag erna heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] per e-mailbericht (productie 4 bij exploot) op de onder 2.5. genoemde brief gereageerd en te kennen gegeven dat hij - kort gezegd - persisteert bij zijn werkzaamheden voor [naam makelaar] . [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] schrijft dat diverse partijen (waaronder zijn rechtsbijstandverzekeraar, zo begrijpt de kantonrechter) hem verzekerd hebben dat hij met de overstap naar [naam makelaar] niet in strijd met het beding handelt dan wel dat dat beding door een rechter zal worden vernietigd omdat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] daarmee onredelijk zwaar in zijn belangen wordt getroffen.

2.7.

Vervolgens zijn over en weer nog enkele pogingen gedaan om de zaak in der minne te regelen, echter zonder succes.

3 De vorderingen in conventie en in reconventie

in conventie

3.1.

B&O vordert - kort gezegd -:

1. de veroordeling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om zijn werkzaamheden bij [naam makelaar] binnen 24 uur na betekening van dit vonnis te staken en gestaakt te houden tot 1 november 2017, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per overtreding en € 500,00 per dag dat de overtreding voortduurt;

2. de veroordeling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot betaling van een voorschot van € 25.000,00 op de reeds verbeurde boetes, te vermeerderen met de wettelijke rente;

3. de veroordeling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot betaling van de proceskosten.

3.2.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft gemotiveerd verweer gevoerd, waarop hierna voor zover nodig zal worden ingegaan.

in reconventie

3.3.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vordert in de kern de directe schorsing van het beding totdat in de bodemprocedure ter zake is beslist, onder verwijzing van B&O in de proceskosten.

3.4.

B&O heeft gemotiveerd verweer gevoerd, waarop hierna voor zover nodig zal worden ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1.

Het gestelde spoedeisend belang is zowel in conventie als in reconventie voldoende vast komen te staan. Voor [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bestaat dat in het belang om onafgebroken voor [naam makelaar] te kunnen blijven werken en voor B&O om haar bedrijfsbelang voortdurend te beschermen tegen concurrerende belangen.

4.2.

Om een onmiddellijke voorziening bij voorraad te kunnen treffen zoals over en weer gevorderd, dient de kantonrechter met een redelijke mate van zekerheid aan te kunnen nemen dat de rechter, die in een eventueel aanhangig te maken bodemprocedure geconfronteerd wordt met hetzelfde feitencomplex, zal oordelen dat een met de gevraagde voorziening overeenstemmende of vergelijkbare vordering zal slagen.

4.3.

Zoals ter zitting reeds is besproken, geldt ook hier, waar het gaat om een non-concurrentiebeding, als wettelijk uitgangspunt de verplichting van een partij om zijn/haar afgesproken/overeengekomen verplichtingen, na te komen (“pacta sunt servanda”). Vernietiging of gedeeltelijke vernietiging/matiging van het non-concurrentiebeding is uitzondering op die hoofdregel. Gelet op het feit dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zich tot op heden primair op het standpunt blijft stellen dat hij het betreffende beding (dat naar aard en inhoud niet voor meerdere uitleg vatbaar is: werken binnen een straal van 30 km voor een concurrent - ongeacht wat voor werk - is niet toegestaan) niet overtreedt, heeft het er de schijn van dat hij zich van die hoofdregel onvoldoende rekenschap heeft gegeven en blijft geven. Door direct na beëindiging van het dienstverband met B&O bij een concurrent in Maastricht te gaan werken, heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] het beding overtreden.

4.4.

De vraag die moet worden beantwoord is, of voldoende aannemelijk is dat een vordering tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van het beding door een bodemrechter zal worden toegewezen op grond dat, in verhouding tot het te beschermen belang van B&O, [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] door het beding onbillijk wordt benadeeld (art. 7:653 lid 3 BW oud), zoals de gemachtigde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in zijn pleitnotitie op pagina 5 terecht betoogt.

4.5.

Naar het oordeel van de kantonrechter is, gelet op hetgeen in deze korte procedure naar voren is gebracht en vast is komen te staan, met een redelijke mate van zekerheid aan te nemen dat de rechter in een eventuele bodemprocedure het beding gedeeltelijk (maar niet geheel) zal vernietigen in die zin dat de daarin opgenomen duur van twee jaar sterk zal worden beperkt tot ongeveer negen maanden. Daartoe wordt overwogen dat - in het kader van de matiging - (wel) mede van belang is dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bij B&O voornamelijk wezenlijk andere werkzaamheden uitvoerde dan thans bij [naam makelaar] , alsook dat eventuele bij [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aanwezige concurrentiegevoelige informatie met het verstrijken van de tijd haar relevantie zal verliezen en inmiddels waarschijnlijk (grotendeels) verloren heeft. De in reconventie gevorderde directe schorsing van het beding totdat in de bodemprocedure ter zake is beslist, zal derhalve worden toegewezen, terwijl in het kielzog daarvan het in conventie onder 1 gevorderde zal worden afgewezen.

4.6.

Ten aanzien van het in conventie gevorderde voorschot op de reeds verbeurte boetes acht de kantonrechter het voldoende aannemelijk dat de bodemrechter de boete zal matigen. De kantonrechter acht het gelet op alle omstandigheden wel aangewezen om in ieder geval alvast een voorschot toe te wijzen van € 5.000,00, nu het hem waarschijnlijk lijkt dat in de bodemprocedure de boete in elk geval niet verder zal worden gematigd dan tot dat bedrag. De gevorderde rente over het voorschot is toewijsbaar vanaf datum dagvaarding tot aan de dag van voldoening.

4.7.

De kantonrechter ziet in de aard en uitkomst van de zaak aanleiding om de proceskosten zowel in conventie als in reconventie te compenseren in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De kantonrechter

in conventie

5.1.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om tegen bewijs van kwijting aan B&O € 5.000,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 juni 2016 tot aan de dag van voldoening,

5.2.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.3.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.4.

schorst artikel 11 van de arbeidsovereenkomst zoals hierboven aangehaald totdat in een bodemprocedure ter zake is beslist,

5.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

in conventie en in reconventie

5.6.

compenseert de proceskosten in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Hoekstra en is in het openbaar uitgesproken.

RK