Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:507

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
21-01-2015
Datum publicatie
29-01-2015
Zaaknummer
2730179 CV EXPL 14-928
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2016:1943
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2017:821
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Koopovereenkomst wordt vernietigd op grond van dwaling.

Partij koopt via advertentie op internet, na bezichtiging, auto van particulier voor een bedrag van € 3.200,00, zijnde ongeveer de dagwaarde voor een dergelijke auto. Na korte tijd vertoont auto gebreken. Verkoper heeft niet medegedeeld dat auto met een vastgestelde schade van ruim € 10.000,00 total-los was toen verkoper deze kocht (voor € 1.250,00). Verkoper heeft auto hersteld, laten keuren en voor een bedrag van € 3.200,00 aan partij verkocht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 2730179 \ CV EXPL 14-928

Vonnis van de kantonrechter van 21 januari 2015

in de zaak van:

[eisende partij] ,

wonend [adres eisende partij],

[woonplaats eisende partij],

eisende partij,

gemachtigde mr. K.A.M.J. Horsch,

tegen:

1 [gedaagde partij 1] ,
wonend [adres gedaagde partij 1],
[woonplaats gedaagde partij 2],

2. de gezamenlijke erfgenamen van de heer [X],
voorheen wonend [adres gedaagde partij 2],
[woonplaats gedaagde partij 2] (laatste woonplaats overledene),

gedaagde partij,

gemachtigde mr. A. Carli.

Partijen zullen hierna [eisende partij] en [gedaagde partijen] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding;

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    de conclusie van repliek tevens wijziging/vermeerdering van eis;

  • -

    de conclusie van dupliek tevens uitlating vermeerdering van eis, tevens houdende een eis in reconventie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eisende partij] heeft op 28 december 2012 een grijze Fiat Panda 1.1., gekentekend [kenteken], verder te noemen de Fiat, van de heer [X] gekocht voor een bedrag van € 3.200,00.

2.2.

[eisende partij] en de heer [X] hebben op 29 december 2012 een koopovereenkomst ondertekend. De [X] heeft zich daarbij uitgegeven als de heer [Y].

2.3.

In de koopovereenkomst is onder andere opgenomen:

“…Verkoper garandeert koper naar waarheid op de hoogte te hebben gesteld van eventuele gebreken aan de auto. Verkoper garandeert dat er geen gebreken aan de auto zijn. De uitlaat is vervangen en de auto is voorzien van een nieuwe APK-keuring.

Indien er na de overdracht van de auto op 29 december 2012 gebreken bij koper bekend worden, valt zulks onder de voornoemde garantie en, zal zulksdoor koper aan verkoper worden gemeld, waarna verkoper zorg zal dragen voor herstel van de gebreken op kosten van verkoper binnen een door de koper gestelde termijn. Indien verkoper niet binnen de door koper gestelde termijn de gebreken heeft hersteld is koper vrij om op kosten van verkoper het gebrek te laten herstellen bij een derde…”.

2.4.

In februari 2013 vertoonde de auto gebreken. [eisende partij] heeft zulks aan de heer [X] gemeld. Daarbij bleek dat de auto nimmer op naam van de heer [X]/[Y] heeft gestaan. Het door de heer [X] opgegeven adres klopte evenmin.

2.5.

Op 14 februari 2013 heeft [eisende partij] aangifte van oplichting gedaan. Bij brief van 6 november 2013 heeft de Officier van Justitie [eisende partij] bericht dat geen strafvervolging zal worden ingesteld, maar dat voor [eisende partij] de mogelijkheid bestaat om schade via een civielrechtelijke procedure te verhalen.

2.6.

Automobielbedrijf [A] B.V. heeft de auto op 2 december 2012 mét schade verkocht aan de heer [X] voor € 1.250,00. De auto was toen nog total-loss. De expert stelde de herstelkosten bij expertiserapport van 24 augustus 2011 vast op € 10.531,50 inclusief BTW.

2.7.

Bij conclusie van repliek tevens wijziging/vermeerdering van eis, onder nr. 17 heeft [eisende partij] de koopovereenkomst d.d. 28 december 2012 in zijn geheel vernietigd.

2.8.

De heer [X] is op 15 november 2013 overleden.

3 Het geschil

3.1.

[eisende partij] vordert, na wijziging van eis,

Primair:

I. te verklaren voor recht dat de koopovereenkomst ter zake de grijze Fiat Panda 1.1,

gekentekend [kenteken], d.d. 28 december 2012 tussen [eisende partij] en de heer [X] gesloten geheel is vernietigd, althans om deze overeenkomst geheel te vernietigen;

II. gedaagde sub 1 hoofdelijk, alsmede indien en voor zover de nalatenschap door een

of meer gedaagden sub 2 zuiver is aanvaard conform artikel 4:192 BW, iedere gedaagde sub 2 die de nalatenschap dienovereenkomstig zuiver heeft aanvaard naar evenredigheid van diens aandeel in de nalatenschap, te veroordelen om, binnen twee dagen na betekening van het te wijzen vonnis, aan [eisende partij] te voldoen, tegen een behoorlijk bewijs van kwijting, uit hoofde van schadevergoeding een bedrag van € 5.250,98, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 april 2014, althans vanaf het te wijzen vonnis, tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede ten titel van buitengerechtelijke incassokosten een bedrag van € 303,75, althans een ander door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 december 2013, althans vanaf de dag der dagvaarding, althans vanaf het te wijzen vonnis, tot aan de dag der algehele voldoening;

III. gedaagde sub 1 (al dan niet in haar hoedanigheid van erfgenaam) hoofdelijk,

alsmede indien en voor zover de nalatenschap door een of meer gedaagden sub 2 zuiver is aanvaard conform artikel 4:192 BW, iedere gedaagde sub 2 die de nalatenschap dienovereenkomstig zuiver heeft aanvaard, te veroordelen om, binnen veertien dagen na betekening van het te wijzen vonnis, het kentekenbewijs van de grijze Fiat Panda 1.1., gekentekend [kenteken], over te schrijven op naam van gedaagde sub 1, althans om aan deze overschrijving alle benodigde medewerking te verlenen, zulks op verbeurte van een direct opeisbare dwangsom van € 50,00 per dag of dagdeel dat gedaagde partij hiermee in gebreke blijven;

IV. Een en ander met veroordeling van gedaagde partij, gedaagde sub 1 hoofdelijk,

alsmede indien en voor zover de nalatenschap door een of meer gedaagden sub 2 zuiver is aanvaard conform artikel 4:192 BW, iedere gedaagde sub 2 die de nalatenschap dienovereenkomstig zuiver heeft aanvaard naar evenredigheid van diens aandeel in de nalatenschap, te veroordelen in de kosten van deze procedure en de nakosten, te begroten op € 131,00 indien geen betekening plaatsvindt, dan wel op € 199,00 te vermeerderen met de kosten van het betekeningsexploot in geval van betekening nadat veertien dagen zijn verstreken na de datum van het te wijzen vonnis en gedaagde partij niet vrijwillig aan de veroordeling heeft voldaan,

Subsidiar:

I. Te verklaren voor recht dat [eisende partij] een vordering heeft op de nalatenschap van

wijlen de heer [X] voor een bedrag van € 2.874,98, althans een ander door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 december 2013, althans vanaf de dag der dagvaarding, althans vanaf het te wijzen vonnis, tot aan de dag der algehele voldoening, welk bedrag uit de nalatenschap aan [eisende partij] zal dienen te worden voldaan;

II. Gedaagde sub 1 hoofdelijk, alsmede indien en voor zover de nalatenschap door een

of meer gedaagden sub 2 zuiver is aanvaard conform 4:192 BW, iedere gedaagde sub 2 die de nalatenschap dienovereenkomstig zuiver heeft aanvaard naar evenredigheid van diens aandeel in de nalatenschap, te veroordelen om, binnen twee dagen na betekening van het te wijzen vonnis, aan [eisende partij] te voldoen, tegen een behoorlijk bewijs van kwijting, uit hoofde van schadevergoeding een bedrag van € 2.874,98, althans een ander door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, alsmede ten titel van buitengerechtelijke incassokosten een bedrag van € 303,75, althans een ander door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 december 2013, althans vanaf de dag der dagvaarding, althans vanaf het te wijzen vonnis, tot aan de dag der algehele voldoening;

III. Een en ander met veroordeling van gedaagde partij, gedaagde sub 1 hoofdelijk,

alsmede indien en voor zover de nalatenschap door een of meer gedaagden sub 2 zuiver is aanvaard conform artikel 4:192 BW, iedere gedaagde sub 2 die de nalatenschap dienovereenkomstig zuiver heeft aanvaard naar evenredigheid van diens aandeel in de nalatenschap, te veroordelen in de kosten van deze procedure en de nakosten, te begroten op € 131,00 indien geen betekening plaatsvindt, dan wel op € 199,00 te vermeerderen met de kosten van het betekeningsexploot in geval van betekening nadat veertien dagen zijn verstreken na de datum van het te wijzen vonnis en gedaagde partij niet vrijwillig aan de veroordeling heeft voldaan.

3.2.

[gedaagde partijen] vordert in reconventie een verklaring voor recht dat

  • -

    de koopovereenkomst tussen partij niet is ontbonden, althans niet ontbonden kan c.q. dient te worden;

  • -

    de familie [X] niet schadeplichtig is jegens [eisende partij],

alsmede [eisende partij] te veroordelen tot betaling van de proceskosten, te begroten op € 868,50 en voert verweer tegen de vordering van [eisende partij].

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Ten aanzien van de door [gedaagde partijen] ingestelde eis in reconventie overweegt de kantonrechter dat een eis in reconventie dadelijk moet worden ingesteld bij antwoord. [gedaagde partijen] stelt de vordering in bij conclusie van dupliek (in conventie). Hiermee is niet voldaan aan de eis dat een eis in reconventie dadelijk bij antwoord dient te worden ingesteld. [gedaagde partijen] zal derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard in haar eis in reconventie.

4.2.

[eisende partij] grondt haar vordering primair op dwaling. Artikel 6:228 lid 1 BW bepaalt:

Een overeenkomst die is tot stand gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, is vernietigbaar:

  1. indien de dwaling te wijten is aan een inlichting van de wederpartij, tenzij deze mocht aannemen dat de overeenkomst ook zonder deze inlichting zou worden gesloten;

  2. indien de wederpartij in verband met hetgeen zij omtrent de dwaling wist of behoorde te weten, de dwalende had behoren in te lichten;

  3. indien de wederpartij bij het sluiten van de overeenkomst van dezelfde onjuiste veronderstelling als de dwalende is uitgegaan, tenzij zij ook bij een juiste voorstelling van zaken niet had behoeve te begrijpen dat de dwalende daardoor van het sluiten van de overeenkomst zou worden afgehouden.

4.3.

De kantonrechter is van oordeel dat in casu sprake is van dwaling, nu bij [eisende partij] immers een juiste voorstelling van zaken heeft ontbroken en wel in de vorm van zuivere onwetendheid. [eisende partij] was niet bekend met het feit dat de auto total-loss (verklaard) was geweest, waarbij de herstelkosten op € 10.531,50 waren vastgesteld. Als onweersproken staat tevens vast de stelling dat [eisende partij] de overeenkomst niet zou zijn aangegaan onder dezelfde voorwaarden (prijs), en zelfs überhaupt niet zou zijn aangegaan indien zij wel een juiste voorstelling van zaken had gehad.

4.4.

Behalve dwaling en causaal verband is voor vernietigbaarheid vereist dat zich ten minste één van de in lid 1 van artikel 6:228 BW omschreven gevallen voordoet. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de heer [X] zijn mededelingsplicht geschonden. De heer [X] was bekend met het feit dat de auto total-loss (verklaard) was geweest. Als onweersproken kan eveneens worden vastgesteld dat de heer [X] bekend was met de door de expert vastgestelde herstelkosten van € 10.531,50. De stellingen omtrent het expertiserapport zijn door gedaagde partij immers niet betwist. Naar het oordeel van de kantonrechter had de heer [X] in verband met hetgeen hij wist [eisende partij] op de hoogte behoren te brengen met het oog op de mogelijkheid van dwaling. De kantonrechter acht het bij het sluiten van een koopovereenkomst ten aanzien van voertuig waarmee aan het verkeer zal worden deelgenomen en waarbij gebruik mogelijk gevaar voor de verkeersveiligheid kan opleveren, gelet op de verhouding vastgestelde herstelkosten tegenover uiteindelijk uitgevoerde herstelwerkzaamheden, van essentieel belang om het werkelijk schadeverleden van de auto mede te delen. Voor een in orde zijnde voertuig van vijf jaar oud moet het geen probleem zijn om 257 kilometer per week (1541 kilometer:6 weken) te rijden. Gesteld noch gebleken is dat de heer [X] enig voorbehoud aan het gebruik van de Fiat heeft gemaakt.

4.5.

Gelet op het voorgaande is de tussen [eisende partij] en de heer [X] gesloten overeenkomst vernietigbaar. [eisende partij] heeft de overeenkomst onder 17 van de conclusie van repliek geheel vernietigd. De gevorderde verklaring voor recht dat de overeenkomst is vernietigd kan derhalve worden toegewezen. De vernietiging van de overeenkomst heeft terugwerkende kracht, als gevolg waarvan [eisende partij] de aankoopprijs onverschuldigd aan [X] heeft voldaan. Nu gedaagde partij als gevolg van het overlijden van [X] aansprakelijk is, dient gedaagde partij aldus het aankoopbedrag van € 3.200,00 aan [eisende partij] als zijnde onverschuldigd terug te betalen en dient [eisende partij] de Fiat aan gedaagde partij terug te geven.

4.6.

Art 6:207 BW bepaalt dat de ontvanger (in casu [eisende partij]), tenzij hij het goed te kwader trouw heeft aangenomen, binnen de grenzen van de redelijkheid ook recht heeft op vergoeding van de kosten van het ontvangen en teruggeven van het goed, alsmede van uitgaven in de periode waarin hij redelijkerwijze met een verplichting tot teruggave van het goed geen rekening behoefde te houden, die zouden zijn uitgebleven als hij het goed niet had ontvangen.

Gesteld noch gebleken is dat [eisende partij] de Fiat heeft ontvangen terwijl zij wist of vermoedde dat van een onverschuldigde betaling sprake was. De kantonrechter gaat er dan ook van uit dat [eisende partij] te goeder trouw was.

De door [eisende partij] gestelde en met facturen onderbouwde schade (uitgaven), is naar het oordeel van de kantonrechter aan te merken als uitgaven die [eisende partij] heeft gedaan in een periode waarin zij redelijkerwijze met een verplichting tot teruggave van de Fiat geen rekening behoefde te houden, zij wist immers niet dat zij dwaalde en de overeenkomst op die grond vernietigd zou worden, en die zouden zijn uitgebleven als zij de Fiat niet had ontvangen.

De gestelde uitgaven komen de kantonrechter verder voor het gebruik noodzakelijk en redelijk voor. De uitgaven ad € 2.050,98 waarvan [eisende partij] thans terugbetaling vordert, dienen derhalve aan haar te worden toegewezen.

4.7.

Als gevolg van de vernietiging is ook de eigendomsoverdracht met terugwerkende kracht komen te vervallen. De tenaamstelling dient ongedaan te worden gemaakt, opdat [eisende partij] gevrijwaard wordt. De Fiat behoeft niet noodzakelijkerwijze op naam van één van de gedaagden te worden gesteld, echter gedaagde partij zal wel worden veroordeeld om alle benodigde medewerking te verlenen om de tenaamstelling ongedaan te maken, op verbeurte van de gevorderde dwangsom.

4.8.

[eisende partij] heeft gesteld buitengerechtelijke kosten gemaakt te hebben en heeft vergoeding daarvan gevorderd. Voldaan dient te worden aan het vereiste dat alleen redelijke kosten die in redelijkheid zijn gemaakt kunnen worden toegewezen. In dit geval is niet gebleken dat niet aan dit vereiste is voldaan, zodat de kantonrechter de gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal toewijzen.

4.9.

De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen overeenkomstig de richtlijnen van het LOVCK en worden begroot op een half salarispunt conform het liquidatietarief proceskosten met een maximum van € 100,00.

4.10.

De kantonrechter acht geen termen aanwezig gedaagde partij toe te laten tot nadere bewijslevering.

4.11.

Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [eisende partij] worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 95,43

  • -

    griffierecht 77,00

  • -

    gemachtigde salaris 500,00 ( 2 x tarief € 250,00)

totaal € 672,43

4.12.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

verklaart voor recht dat de koopovereenkomst ter zake de grijze Fiat Panda 1.1,

gekentekend [kenteken], d.d. 28 december 2012 tussen [eisende partij] en de heer [X] gesloten geheel is vernietigd,

5.2.

veroordeelt gedaagde sub 1 hoofdelijk, alsmede indien en voor zover de nalatenschap door een of meer gedaagden sub 2 zuiver is aanvaard conform artikel 4:192 BW, iedere gedaagde sub 2 die de nalatenschap dienovereenkomstig zuiver heeft aanvaard naar evenredigheid van diens aandeel in de nalatenschap, om, binnen twee dagen na betekening van dit vonnis, aan [eisende partij] te voldoen, tegen een behoorlijk bewijs van kwijting, een bedrag van € 5.250,98, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 april 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede ten titel van buitengerechtelijke incassokosten een bedrag van € 303,75, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 december 2013 tot aan de dag der algehele voldoening,

5.3.

veroordeelt gedaagde sub 1 (al dan niet in haar hoedanigheid van erfgenaam) hoofdelijk, alsmede indien en voor zover de nalatenschap door een of meer gedaagden sub 2 zuiver is aanvaard conform artikel 4:192 BW, iedere gedaagde sub 2 die de nalatenschap dienovereenkomstig zuiver heeft aanvaard, om, binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis alle benodigde medewerking te verlenen om de tenaamstelling van de grijze Fiat Panda 1.1., gekentekend [kenteken], ongedaan te maken, zulks op verbeurte van een direct opeisbare dwangsom van € 50,00 per dag of dagdeel dat gedaagde partij hiermee in gebreke blijven,

5.4.

veroordeelt gedaagde partij, gedaagde sub 1 hoofdelijk, alsmede indien en voor zover de nalatenschap door een of meer gedaagden sub 2 zuiver is aanvaard conform artikel 4:192 BW, iedere gedaagde sub 2 die de nalatenschap dienovereenkomstig zuiver heeft aanvaard naar evenredigheid van diens aandeel in de nalatenschap, in de kosten van deze procedure aan de zijde van [eisende partij] gevallen en tot op heden begroot op € 672,43,

5.5.

veroordeelt gedaagde partij, gedaagde sub 1 hoofdelijk, alsmede indien en voor zover de nalatenschap door een of meer gedaagden sub 2 zuiver is aanvaard conform artikel 4:192 BW, iedere gedaagde sub 2 die de nalatenschap dienovereenkomstig zuiver heeft aanvaard naar evenredigheid van diens aandeel in de nalatenschap, onder de voorwaarde dat deze niet binnen 2 weken na aanschrijving door [eisende partij] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 100,00 aan salaris gemachtigde,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis,

5.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

in reconventie

5.8.

verklaart gedaagde partij niet ontvankelijk.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Rijksen en in het openbaar uitgesproken.

type: ksf

coll: