Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:2134

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
11-03-2015
Datum publicatie
13-03-2015
Zaaknummer
3778209 AZ VERZ 15-2
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

ontbindingsverzoek door werknemer, neutrale ontbinding, c=1

Werknemer heeft verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingediend, nadat werkgever bij het UWV om een ontslagvergunning wegens disfunctioneren had gevraagd. Na de indiening van het verzoekschrift neemt het UWV een negatief besluit op de aanvraag omdat – kort gezegd – niet gebleken was van disfunctioneren. Uit de stellingen van partijen over en weer is de kantonrechter gebleken dat er sprake is van een gewichtige reden inhoudende een verandering in omstandigheden, die ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt. Ten aanzien van de vergoeding hebben beide partijen een duidelijke – en niet in alle opzichten positief te waarderen – rol gespeeld in het doen ontstaan van de omstandigheden die ontbinding rechtvaardigt. Daarom ziet de kantonrechter aanleiding een neutrale ontbinding tussen partijen uit te spreken

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/431
AR-Updates.nl 2015-0243
XpertHR.nl 2015-413365
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 3778209 AZ VERZ 15-2

Beschikking van de kantonrechter van 11 maart 2015

in de zaak van:

[verzoeker] ,

wonend [adres],

[woonplaats],

verzoekende partij,

gemachtigde drs. P.J.A.A. Wassen bc,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FORTIMEDIX SURGICAL B.V.,

gevestigd te Nuth,

verwerende partij,

gemachtigde mr. J.L. Coenegracht.

Partijen zullen hierna [verzoeker] en Fortimedix genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift

  • -

    het verweerschrift

  • -

    de nader ingezonden productie van 2 februari 2015 namens [verzoeker]

  • -

    de brief van 25 februari 2014 met nadere productie namens [verzoeker]

  • -

    de nader ingezonden productie van 2 maart 2015 namens [verzoeker]

  • -

    de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling

d.d. 3 maart 2015

- de pleitnota aan de zijde van [verzoeker]

1.2.

Ten slotte is beschikking bepaald.

2 De feiten

2.1.

Tussen partijen staat vast dat [verzoeker], geboren op [geboortedatum], op

1 september 2000 bij Fortimedix in dienst is getreden. Hij is thans werkzaam in de functie Development Engineer (Specialist), tegen een loon van laatstelijk € 5.540,84 bruto per maand, exclusief 8 % vakantietoeslag en overige emolumenten.

2.2.

Toen [verzoeker] op 1 september 2000 bij Fortimedix in dienst trad, was dit in de functie van Project Manager. [verzoeker] is vervolgens van 2007 tot 2010 Product Development Manager geweest en is in 2011 de functie van Principal Development Engineer gaan vervullen. Wegens een verandering in de competentieprofielen, is de functienaam nadien in 2012 gewijzigd in Development Engineer (Specialist).

2.3.

[verzoeker] heeft op 20 juli 2010 heeft een ontwikkelassessment gemaakt, waaruit een aantal verbeterpunten naar voren zijn gekomen. Nadien heeft [verzoeker] een aantal beoordelingen gehad aan de hand van het beoordelingssysteem zoals dat bij Fortimedix wordt gehanteerd. De ‘overall’ waardering over het functioneren van [verzoeker] over de periode 2010 tot 2014 varieert tussen MSE= (Meets Some Expectations stabiel) en MSE+ (Meets Some Expectations met groei) tot ME (Meets Expectations).

2.4.

Op 27 oktober 2014 heeft [naam development manager] (hierna: [naam development manager]), Development Manager bij Fortimedix, een één-op-één gesprek gevoerd met [verzoeker]. Vervolgens heeft op 24 november 2014 wederom een gesprek plaatsgevonden tussen [verzoeker] en [naam development manager], dit maal in aanwezigheid van [naam human resource manager] (hierna: [naam human resource manager]), Human Resource Manager. Ter afsluiting van dat gesprek is met [verzoeker] afgesproken dat een vervolggesprek zou worden ingepland.

2.5.

[verzoeker] heeft zich op enig moment na 24 november 2014 (een concrete datum hebben partijen niet genoemd) ziek gemeld. In dezelfde periode heeft Fortimedix [verzoeker] formeel gewaarschuwd in verband met de volgens Fortimedix ontoelaatbare wijze waarop [verzoeker] collega’s betrok bij de inhoud van het gesprek van 24 november 2014. Fortimedix heeft [verzoeker] nadien voorgesteld een ‘time out’ te nemen en [verzoeker] vervolgens vrijgesteld van werkzaamheden. Een vervolggesprek na het gesprek van 24 november 2014 heeft niet meer plaatsgevonden.

2.6.

Op 8 december 2014 heeft Fortimedix bij het UWV een aanvraag ingediend tot het verlenen van een ontslagvergunning wegens disfunctioneren van [verzoeker]. [verzoeker] heeft verweer gevoerd.

2.7.

[verzoeker] heeft bij verzoekschrift van 19 januari 2015 het onderhavige verzoek ingediend.

2.8.

Het UWV heeft op 23 januari 2015 een beslissing genomen op de ontslagaanvraag en de gevraagde toestemming geweigerd omdat – kort gezegd – in onvoldoende mate aannemelijk is gemaakt dat er sprake is van disfunctioneren.

3 Het verzoek

3.1.

[verzoeker] verzoekt om de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden, wegens gewichtige redenen, meer specifiek wegens verandering in omstandigheden, onder toekenning van een vergoeding van € 209.410,00 bruto, althans onder toekenning van een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen vergoeding, op grond van verandering van omstandigheden, alsmede Fortimedix te veroordelen in de proceskosten.

3.2.

Fortimedix heeft gemotiveerd verweer gevoerd en primair verzocht om afwijzing van het verzoek. Subsidiair heeft Fortimedix het standpunt ingenomen dat in het geval de arbeidsovereenkomst dient te worden ontbonden aan [verzoeker] geen ontbindingsvergoeding dient te worden toegekend en meer subsidiair een vergoeding die niet hoger is dan C = 0,3, met veroordeling van [verzoeker] in de proceskosten.

3.3.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover nodig, nader worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter dient te beoordelen of [verzoeker], mede bezien in het licht van het verweer van Fortimedix, voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een zodanige verandering van omstandigheden dat de arbeidsovereenkomst dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen.

4.2.

[verzoeker] heeft aan zijn verzoek tot ontbinding – kort weergegeven – ten grondslag gelegd hij geen vertrouwen meer heeft in Fortimedix als werkgever. Door Fortimedix is op 24 november 2014 namelijk te kennen gegeven dat zij het dienstverband met hem wil beëindigen en dat [verzoeker] gebruik mag maken van een werk-naar-werk-traject. Dit kwam voor [verzoeker] als ‘donderslag bij heldere hemel’, want er waren recent nog ontwikkelingen (en uitvindingen door hem gedaan) op grond waarvan hij mocht uitgaan van een continuering van de dienstbetrekking bij Fortimedix. De op 8 december 2014 bij het UWV ingediende ontslagaanvraag heeft [verzoeker] dan ook diep gekwetst, aangezien Fortimedix zich in die procedure heeft bediend van onwaarheden omtrent de persoon van [verzoeker] en omtrent zijn functioneren. Zo heeft Fortimedix gesteld dat er sprake zou zijn van een verbetertraject van 4,5 jaar dat zonder resultaat zou zijn afgerond, maar [verzoeker] is niet bekend met een dergelijk traject. Evenmin is waar dat [verzoeker] verbeterpunten naast zich neer zou leggen. Hem waren simpelweg geen concrete verbeterpunten of afspraken daartoe bekend, omdat hij altijd naar behoren heeft gefunctioneerd en binnen het beoordelingssysteem van Fortimedix altijd als goed, in ieder geval voldoende, is beoordeeld. Ook is hij meer dan bereid geweest om aan de verbeterpunten, zo hem die bekend waren geweest, te werken. De wijze waarop Fortimedix thans met hem als werknemer omgaat, heeft voor [verzoeker] dan ook een zodanige vertrouwensbreuk opgeleverd dat het voor hem, ondanks dat het UWV heeft geweigerd een ontslagvergunning te verlenen, niet meer mogelijk is om voor Fortimedix werkzaam te zijn.

4.3.

Fortimedix heeft bij verweerschrift betoogd dat er wat haar betreft geen aanleiding bestaat om de arbeidsovereenkomst ‘dadelijk of na korte tijd’ te beëindigen. Fortimedix heeft in verband hiermee aangegeven dat zij zich heeft neergelegd bij het negatieve besluit van het UWV. Wat Fortimedix betreft kan de arbeidsovereenkomst worden voortgezet, waarbij zal worden ingezet op het werken aan de verbeterpunten van [verzoeker]. Fortimedix blijft namelijk bij haar standpunt dat er sprake is van niet goed functioneren van [verzoeker] en dat dit ook meermaals met [verzoeker] is besproken. Ook de functiewijzigingen die [verzoeker] sinds 1 september 2000 heeft ondergaan, geven er blijk van dat [verzoeker] niet goed functioneerde en dat sprake was van een verbetertraject. Met uitzondering van de functie van Product Development Manager, betroffen de functiewijzigingen steeds een degradatie. Ook de beoordelingen van [verzoeker] laten zien dat hij niet voldoet aan de eisen die van een medewerker die ruim 14 jaar in dienst is bij Fortimedix verwacht mag worden (zeker als deze op den duur werkzaam is in functies waarin lagere eisen worden gesteld dan voorheen). Fortimedix stelt tot slot dat uit de houding en de handelswijze van [verzoeker] niet gebleken is dat hij bereid is om aan de aangedragen verbeterpunten te werken.

4.4.

De kantonrechter constateert dat partijen stellingen innemen die haaks staan op elkaar. Op basis van deze stellingen alsmede hetgeen partijen tijdens de mondelinge behandeling hebben verklaard, is de kantonrechter van oordeel dat in ieder geval kan worden vastgesteld dat de verhoudingen dermate zijn verslechterd, dat een voortzetting van het dienstverband door [verzoeker] niet langer reëel is. Daarbij is mede in overweging genomen dat Fortimedix in het door haar opgestelde gespreksverslag van 24 november 2014, dat overigens door [verzoeker] nog is voorzien van commentaar, in ieder geval heeft geschreven dat zij in een vervolggesprek met [verzoeker] specifiek zal maken welke verwachtingen Fortimedix in de toekomst heeft voor de organisatie en waarom er geen vertrouwen meer is dat [verzoeker] inzetbaar blijft. Ter zitting heeft Fortimedix desgevraagd verklaard dat het idee bestaat dat [verzoeker] op termijn niet meer mee kan in de organisatie. Indien [verzoeker] nu zou terugkeren naar de werkplek zou een coachingstraject worden gestart, maar gelet op de vele gesprekken die met [verzoeker] hebben plaatsgevonden in het verleden en het weinige resultaat dat daarmee is bereikt, lijkt het Fortimedix verstandiger om te kijken naar ander werk, buiten Fortimedix. De kantonrechter trekt hieruit de conclusie dat wat Fortimedix betreft, na een afwijzing van [verzoeker] verzoek, het dienstverband niet lang(er) meer zal voortduren.

4.5.

Nu [verzoeker] duidelijk te kennen heeft gegeven geen vertrouwen meer te hebben in voortzetting van het dienstverband en/of begeleiding door Fortimedix naar ander werk, is er sprake van een gewichtige reden inhoudende een verandering in omstandigheden, die ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt.

4.6.

Vervolgens ziet de kantonrechter zich voor de vraag geplaatst of [verzoeker] een vergoeding naar billijkheid moet worden toegekend. Bij de beantwoording van die vraag is van belang of [verzoeker] onderbouwd aannemelijk heeft gemaakt dat het ontstaan van voornoemde gewichtige reden volledig, althans grotendeels, in de risicosfeer van de werkgever ligt, zonder dat enige noemenswaardige verwijtbaarheid van zijn zijde aan de orde is.

4.7.

[verzoeker] verwijt Fortimedix dat zij stelt dat er een verbetertraject heeft plaatsgevonden terwijl dit – wat [verzoeker] betreft – niet het geval is geweest. Gelet op de inhoud van het verweerschrift, alsmede op de door Fortimedix mondeling gegeven toelichting, is naar het oordeel van de kantonrechter duidelijk geworden dat wel degelijk sprake is geweest van een in 2010 ingezet (verbeter)traject. [verzoeker] heeft namelijk diverse functiewisselingen gehad, die in het door Fortimedix gehanteerde functiewaarderingsysteem een duidelijk lagere belasting (en strikt genomen ook beloning) inhouden. Ook feitelijk laten de verschillende functies qua werkzaamheden zien dat minder verantwoordelijkheden bij [verzoeker] worden belegd. [verzoeker] was immers als Product Development Manager leidinggevende. Nadien is hij, mede naar aanleiding van de resultaten van een ontwikkelassessment, in een technische functie geplaatst, namelijk die van Principal Development Engineer. Dit hield concreet in dat [verzoeker] geen leidinggevende functie meer had, maar zich meer zou verdiepen in de productontwikkeling. In deze functie werd van [verzoeker] verwacht dat hij actief kennis zou delen met de organisatie. Nadien is de functie van [verzoeker] wederom gewijzigd naar de huidige functie en wordt niet langer meer van hem verwacht dat hij actief kennis deelt met de organisatie als geheel. Ook [verzoeker] had volgens de kantonrechter kunnen en moeten inzien dat de functiewijzigingen erop duidden dat Fortimedix ontevreden was over zijn functioneren in de bestaande functie en actief op zoek ging, mede in [verzoeker] belang, naar een meer passende functie. In deze zin kan wel degelijk van een (verbeter)traject, gericht op het zoeken en vinden van een voor [verzoeker] passende functie, worden gesproken.

4.8.

In oktober 2014 heeft [naam development manager] aanleiding gezien om (opnieuw) met [verzoeker] het gesprek aan te gaan over zijn functioneren. Uiteindelijk heeft dit geleid tot het eerder vermelde gesprek op 24 november 2014. Partijen geven ieder een eigen lezing van hetgeen daar is besproken. Wie het gelijk aan zijn zijde heeft, kan de kantonrechter op basis van de onderscheiden verslagen die [verzoeker] en Fortimedix hebben opgesteld niet vaststellen. Wel is de kantonrechter gebleken dat Fortimedix in ieder geval heeft gehint op een (mogelijk) einde van het dienstverband. Hoewel de kantonrechter begrijpt dat een dergelijke mededeling voor [verzoeker] confronterend was, is de kantonrechter van oordeel dat de wijze waarop [verzoeker] op dit onderdeel van het gesprek heeft gereageerd (door collega’s bij het verschil van inzicht te betrekken en uiteindelijk met een ziekmelding), de relatie met Fortimedix onnodig heeft verslechterd.

4.9.

Vervolgens heeft Fortimedix op 8 december 2014, zijnde twee weken na het gesprek van 24 november 2014, bij het UWV om een ontslagvergunning gevraagd en daarmee harerzijds aangegeven dat het einde van de dienstbetrekking werd nagestreefd. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Fortimedix hiermee te voorbarig gehandeld, aangezien in dat stadium nog andere oplossingen mogelijk waren geweest om het intussen ontstane arbeidsconflict op te lossen. Bij dit oordeel betrekt de kantonrechter dat uit de procedure bij het UWV duidelijk naar voren komt dat Fortimedix teleurgesteld is over het gebrek aan (positieve) ontwikkeling in [verzoeker] functioneren, zonder dat – volgens het UWV – kan worden gezegd dat [verzoeker] in zijn actuele functie disfunctioneert. Ook tijdens de mondelinge behandeling van het verzoekschrift is gebleken dat het probleem volgens Fortimedix niet is dat [verzoeker] daadwerkelijk disfunctioneert, maar veeleer dat de verwachting bestaat dat [verzoeker] op den duur niet zal kunnen meegroeien met de ontwikkelingen binnen Fortimedix. Het verzoek om een ontslagvergunning is met deze inschatting niet-verenigbaar.

4.10.

Daarna is het [verzoeker] die het initiatief neemt om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, zonder nog eens het gesprek aan te gaan met Fortimedix.

4.11.

Beide partijen hebben aldus een duidelijke – en niet in alle opzichten positief te waarderen – rol gespeeld in het doen ontstaan van de verandering in omstandigheden die ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt. Gelet hierop ziet de kantonrechter aanleiding om een neutrale ontbinding tussen partijen uit te spreken, waarbij de correctiefactor op 1 wordt bepaald.

4.12.

Het voorgaande leidt tot het voornemen de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 april 2015 uit te spreken en daarbij ten laste van Fortimedix aan [verzoeker] een vergoeding toe te kennen van € 113.680,00 bruto. De kantonrechter acht verder termen aanwezig de kosten van deze procedure te compenseren in die zin, dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

4.13.

[verzoeker] wordt in verband met het voorgaande in de gelegenheid gesteld om tot uiterlijk 18 maart 2015, 17.00 uur, zijn verzoek in te trekken door middel van een schriftelijke mededeling hiervan aan de griffier. Mocht [verzoeker] zijn verzoek binnen de hiervoor bedoelde termijn intrekken, dan zal hij worden veroordeeld tot betaling van de aan de zijde van Fortimedix gerezen proceskosten.

5 De beslissing

De kantonrechter:

voor het geval [verzoeker] zijn verzoek uiterlijk 18 maart 2015 voor 17.00 uur niet intrekt:

5.1.

ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van

1 april 2015,

5.2.

kent daarbij aan [verzoeker] een ten laste van Fortimedix komende vergoeding toe van

€ 113.680,00 bruto,

5.3.

veroordeelt Fortimedix – voor zover nodig – tot betaling van die vergoeding aan [verzoeker],

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af,

5.5.

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt,

voor het geval [verzoeker] zijn verzoek uiterlijk 18 maart 2015 voor 17.00 uur intrekt:

5.6.

veroordeelt [verzoeker] in de kosten van deze procedure, aan de zijde van Fortimedix tot op heden begroot op € 400,00 aan salaris gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.J.J. Beurskens en is in het openbaar uitgesproken.

type: SM