Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2011:BQ4176

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
10-05-2011
Datum publicatie
12-05-2011
Zaaknummer
17/885029-11 VEV
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

politierechter, ontbloot geslachtsdeel, webcam, confrontatie

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 14a
Wetboek van Strafrecht 14b
Wetboek van Strafrecht 14c
Wetboek van Strafrecht 22c
Wetboek van Strafrecht 22d
Wetboek van Strafrecht 240a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2011/172
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector straf

parketnummer 17/885029-11

verkort vonnis van de politierechter d.d. 10 mei 2011 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats],

wonende te [adres] .

De politierechter heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 26 april 2011.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. C.W. Flokstra, advocaat te Almere.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2010 tot en met 19 augustus 2010,

te Sint Nicolaasga, in de gemeente Skarsterlân, en/of te Kampen, in de

gemeente Kampen,

een afbeelding, voorwerp en/of gegevensdrager, bevattende een afbeelding

waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de

leeftijd van zestien jaar, heeft verstrekt, aangeboden en/of vertoond aan een

minderjarige, te weten [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 1995, van wie hij,

verdachte, wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat die [slachtoffer] jonger

was dan zestien jaar, immers heeft hij, verdachte, voor zijn, verdachtes

webcam, welke in verbinding stond met de computer van die [slachtoffer], zijn

ontblote geslachtsdeel aan die [slachtoffer] getoond/vertoond;

(Art. 240a Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en

strafoplegging aan verdachte

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2010 tot en met 19 augustus 2010,

te Sint Nicolaasga, in de gemeente Skarsterlân, en/of te Kampen, in de

gemeente Kampen,

opzettelijk oneerbaar op een niet openbare plaats, te weten in zijn,

verdachtes, woning, voor de webcam, welke in verbinding stond met de computer

van [slachtoffer], zijn ontbloot geslachtsdeel aan die [slachtoffer] heeft

getoond/vertoond, terwijl daarbij die [slachtoffer] haars ondanks tegenwoordig was.

(Art. 239 onder 3 Wetboek van Strafrecht)

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het primair ten laste gelegde;

- oplegging van een werkstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Beoordeling van het bewijs

Met betrekking tot het primair ten laste gelegde, te weten het tonen door verdachte van zijn ontblote geslachtsdeel voor zijn webcam, is de raadsman van verdachte van mening dat vrijspraak dient te volgen omdat er:

(1) geen sprake is van een (harde) pornografische afbeelding, zodat van een schadelijke vertoning geen sprake is, en

(2) er van een daadwerkelijke confrontatie geen sprake is geweest, en ook naderhand niet kon zijn.

De politierechter stelt vast dat verdachte zijn ontblote geslachtsdeel heeft getoond voor zijn webcam aan [slachtoffer]. [slachtoffer] heeft het ontblote geslachtsdeel van verdachte niet gezien, omdat het donker was en zij bovendien de computerverbinding heeft verbroken nadat verdachte had aangegeven zijn ontblote geslachtsdeel te laten zien.

Met betrekking tot het eerste onderdeel van het verweer, inhoudende dat van een schadelijke vertoning geen sprake is, refereert de politierechter aan een eerdere uitspraak van de rechtbank Leeuwarden (uitspraak 23 april 2009, LJN: BI2330), waarin is geoordeeld dat het tonen van het ontblote geslachtsdeel voor de webcam en het vervolgens verzenden van die beelden via de computer valt onder de delictsomschrijving van artikel 240a van het Wetboek van Strafrecht, nu door die handelwijze een afbeelding van de realiteit wordt weergegeven door middel van een technisch hulpmiddel. De bedoeling van de wetgever is geweest personen beneden de leeftijd van zestien jaar te beschermen tegen ongewenste beïnvloeding die het gevolg kan zijn van de confrontatie met dergelijke beelden. Uitgaande van de bedoeling van de wetgever, is een restrictieve uitleg van dit artikel naar het oordeel van de politierechter niet voor de hand liggend.

Met betrekking tot het tweede onderdeel van het verweer, inhoudende dat van een confrontatie met de beelden geen sprake is, verwijst de politierechter naar de Memorie van Toelichting, 26 841, nr. 3 (Wet van 14 december 2000 tot wijziging van de Mediawet en van het Wetboek van Strafrecht, alsmede intrekking van de Wet op de filmvertoningen; Stb. 586) bij artikel 240a van het Wetboek van Strafrecht. De bedoeling van de wetgever is geweest om, naast de confrontatie van personen beneden de leeftijd van 16 jaar met voor hen schadelijk te achten beelden, ook het verstrekken van een gegevensdrager die een afbeelding bevat die schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar aan een dergelijk persoon strafbaar te stellen. De verstrekker schept hiermee immers de aanzienlijke kans dat de jongere kennis zal nemen van het daarop vastgelegde beeldmateriaal. Met het tonen van zijn ontblote geslachtsdeel voor zijn webcam, die op dat moment in verbinding stond met de computer van [slachtoffer], heeft verdachte naar het oordeel van de politierechter feitelijk mogelijk gemaakt dat die [slachtoffer] van deze beelden kennis zou nemen. Dat [slachtoffer] de computerverbinding uiteindelijk heeft verbroken en de beelden van het ontblote geslachtsdeel van verdachte niet heeft gezien, doet niet af aan het feit dat verdachte deze beelden door zijn handelen aan die [slachtoffer] heeft aangeboden.

Bewezenverklaring

De politierechter acht het primair ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

primair

hij in de periode van 1 maart 2010 tot en met 19 augustus 2010, te Sint Nicolaasga, in de gemeente Skarsterlân, en te Kampen, in de gemeente Kampen, een gegevensdrager, bevattende een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, heeft aangeboden aan een minderjarige, te weten [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 1995, van wie hij, verdachte, redelijkerwijs had moeten vermoeden dat die [slachtoffer] jonger was dan zestien jaar, immers heeft hij, verdachte, voor zijn, verdachtes webcam, welke in verbinding stond met de computer van die [slachtoffer], zijn

ontblote geslachtsdeel aan die [slachtoffer] getoond.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de politierechter dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Een gegevensdrager, bevattende een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de zestien jaar, aanbieden aan een minderjarige van wie hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze jonger is dan zestien jaar.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De politierechter acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De politierechter neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel Justitiële Documentatie van 12 januari 2011;

- de vordering van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanbieden van een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de zestien jaar. De verdachte en het slachtoffer kenden elkaar als dirigent respectievelijk lid van een jeugdorkest. Zij hadden daarnaast contact met elkaar op het internet. Waar het onderwerp van deze contacten aanvankelijk vooral dagelijkse bezigheden betrof, maakte verdachte gaandeweg het contact steeds verdergaande opmerkingen van persoonlijke en seksueel getinte aard. Dit resulteerde uiteindelijk in het voorstel van verdachte om voor zijn webcam zijn ontblote geslachtsdeel te tonen aan het slachtoffer.

Het gaat hier om een ernstig feit. Kinderen behoren van dergelijke benaderingen verschoond te blijven. Ook voor de ouders in kwestie is het verontrustend dat hun kind in haar thuissituatie, in de eigen veilige omgeving, door iemand die zij vertrouwt, wordt benaderd met een grensoverschrijdend voorstel, zonder dat zij hun kind daartegen hebben kunnen beschermen.

Het slachtoffer heeft, door de computerverbinding te verbreken, het ontblote geslachtsdeel niet gezien en is daardoor dus niet geschaad. De politierechter weegt dit mee als een strafverminderende omstandigheid.

De handelwijze van verdachte rechtvaardigt een onvoorwaardelijke werkstraf. De politierechter is van oordeel dat verdachte weinig blijk heeft gegeven van inzicht in zijn handelwijze en beweegredenen daarvoor. Niet kan worden uitgesloten dat verdachte in herhaling valt. De politierechter legt daarom tevens een voorwaardelijke gevangenisstraf op.

Toepassing van wetsartikelen

De politierechter heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 240a van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE POLITIERECHTER LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart het primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een werkstraf, bestaande uit het verrichten van 50 uren onbetaalde arbeid.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 25 dagen zal worden toegepast.

Een gevangenisstraf voor de duur van één maand.

Bepaalt, dat deze gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. Dölle, politierechter, bijgestaan door mr. P.M. van der Spek, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de politierechter op 10 mei 2011.