Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BN0985

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
07-07-2010
Datum publicatie
12-07-2010
Zaaknummer
446992 CV EXPL 09-13958
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Intellectuele eigendom. Eiser vordert vergoeding van schade die hij heeft geleden doordat gedaagde zonder zijn toestemming een door eiser gemaakt portret openbaar heeft gemaakt op haar eigen website. Gedaagde voert aan dat de foto niet meer is dan een pasfoto, die niet voor bescherming op grond van de Auteurswet in aanmerking komt.

De kantonrechter is van oordeel dat de door eiser gemaakte foto kan worden aangemerkt als een auteursrechtelijk beschermd werk in de zin van de Auteurswet, omdat het gaat om een werk dat een eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt.

De vordering wordt (gedeeltelijk) toegewezen. Bij de begroting van de schade gaat de kantonrechter uit van de licentievergoeding die eiser zou hebben bedongen bij voorafgaande toestemming. Voorts wordt rekening gehouden met de beperkte periode dat de foto op de website van gedaagde heeft gestaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 446992/ CV EXPL 09-13958

datum uitspraak: 7 juli 2010

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[eiser] h.o.d.n. Fotografie [XXX]

te [woonplaats]

eiser

hierna te noemen [eiser]

gemachtigde mr. L. Verkoren

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RINGFOTO NEDERLAND B.V.

te Heemskerk

gedaagde

hierna te noemen Ringfoto

gemachtigde mr. G.J. de Bock

De procedure

[eiser] heeft Ringfoto gedagvaard op 25 november 2009. Ringfoto heeft schriftelijk geantwoord. Nadat de kantonrechter had beslist dat de zaak zich niet leent voor een comparitie van partijen na antwoord, heeft [eiser] schriftelijk op het antwoord gereageerd, waarna Ringfoto nog een schriftelijke reactie heeft gegeven.

De feiten

1. [eiser] heeft tot 31 juli 2009 een onderneming in portret- en reportagefotografie gedreven onder de naam ‘iimages frisse fotografie’ (hierna: iimages).

2. Op de website van iimages (www.iimages.nl) stond op de subpage “pasfoto” een door [eiser] gemaakte foto van[YYY] (hierna: [YYY]). [YYY] is hierop afgebeeld met een glimlach. Bij de foto staat: “Er is nogal wat om te doen geweest de laatste tijd! Pasfoto’s. [...] Niet lachen, oren zichtbaar [...] Maar wij gaan een stapje verder! Naast de officiële pasfoto maken wij ook een extra opname die niet geschikt is voor de officiële documenten, maar wel érg leuk is!”

3. Ringfoto is een verkooporganisatie voor fotoapparatuur met meer dan 120 vestigingen in Nederland. Eind 2008 heeft zij een nieuwe website laten bouwen door Buro ID 19 V.O.F. (hierna: Buro ID).

4. Buro ID heeft van Google de door [eiser] gemaakte foto gedownload en verwerkt in de testversie van de voor Ringfoto te bouwen website. Na goedkeuring door Ringfoto van de testversie is de website op 16 juli 2009 online gezet met daarop de door [eiser] gemaakte foto. De foto is vervolgens terechtgekomen op de websites van een aantal van de aan Ringfoto verbonden winkels.

5. Op 26 augustus 2009 heeft de gemachtigde van [eiser] Ringfoto gesommeerd tot betaling van een bedrag van € 4.500,00 in verband met door [eiser] geleden schade ten gevolge van het onrechtmatig handelen door Ringfoto.

6. Op 9 september 2009 heeft de gemachtigde van Ringfoto een eenmalige vergoeding van € 500,00 tegen finale kwijting aan [eiser] aangeboden. Partijen zijn het niet eens geworden over een schikking.

De vordering

[eiser] vordert (samengevat) veroordeling van Ringfoto tot betaling van € 4.500,00 aan schadevergoeding en € 1.384,86 ter zake van gemaakte proceskosten. [eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat Ringfoto onrechtmatig heeft gehandeld door in strijd met het bepaalde in de Auteurswet het portret van [YYY] zonder toestemming van [eiser] openbaar te maken op haar eigen website en die van zeker 29 van haar relaties en evenmin de bron of de naam van de maker te vermelden. [eiser] heeft daardoor schade geleden die hij begroot op € 1.500,00 wegens het plaatsen van het portret op de homepage van Ringfoto en 20 volgende pagina’s, € 1.500,00 wegens het ontbreken van toestemming en van iedere beveiliging van het werk en € 1.500,00 wegens het ontbreken van bron- of naamvermelding. De gevorderde schadevergoeding baseert [eiser] op de Algemene Voorwaarden van de Fotografenfederatie.

Daarnaast vordert [eiser] op grond van artikel 1019h Rv de werkelijke proceskosten. De advocaatkosten begroot [eiser] tot en met de conclusie van repliek op € 1.384,86 ter zake van 12,25 uur à € 113,05.

Het verweer

Ringfoto betwist de vordering. Zij heeft aangevoerd dat de door ID gedownloade foto niet meer is dan een pasfoto, die niet voor bescherming op grond van de Auteurswet in aanmerking komt. Met verwijzing naar HR 30 mei 2008 en het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap EG 16 juli 2009 heeft Ringfoto aangevoerd dat de foto van [YYY] niet kan worden aangemerkt als een eigen intellectuele schepping van [eiser], omdat de verschillen met een gewone, serieuze pasfoto minimaal zijn. Ook staat niet vast dat de keuzes voor de houding en de gelaatsuitdrukking van [YYY] uitsluitend door [eiser] zijn gemaakt; het is aannemelijk dat [YYY] die pose zelfstandig heeft ingenomen. Van andere aspecten die de foto tot een creatieve prestatie maakt die auteursrechtelijke bescherming geniet, zoals een speciale achtergrond, compositie of kleurstelling, is geen sprake.

Subsidiair heeft Ringfoto aangevoerd dat de schade die [eiser] stelt te hebben geleden niet aan Ringfoto kan worden toegerekend. Van schuld of verwijtbaarheid aan de zijde van Ringfoto is immers geen sprake, nu [eiser] de foto ‘downloadable’ op zijn website heeft geplaatst, zodat die foto gemakkelijk op Google terecht kon komen. Onder die omstandigheden hoefde Ringfoto er niet op bedacht te zijn, dat er mogelijk een auteursrecht op rustte.

Meer subsidiair heeft Ringfoto aangevoerd dat [eiser] zijn schade niet heeft onderbouwd. [eiser] heeft niet gesteld dat hij de foto van [YYY] kon exploiteren, zodat van een licentievergoeding van € 1.500,00 geen sprake kan zijn. Bovendien ligt de door [eiser] gevorderde schadevergoeding niet in lijn met de door de Fotografenfederatie gegeven richtprijzen. Voor zover zal worden geoordeeld dat door [eiser] schade is geleden die aan Ringfoto kan worden toegerekend, is een schadevergoeding tussen € 500,00 en € 1.000,00 voor het plaatsen van de foto en voor het ontbreken van bron- en/of naamvermelding reëel en billijk, mede gelet op het feit dat Ringfoto de foto van [YYY], direct na ontvangst van de brief van 29 augustus 2009, van haar website en die van de bij haar aangesloten fotografen heeft verwijderd.

De vordering ter zake van schadevergoeding wegens ontbreken van toestemming is niet toewijsbaar, omdat deze een wettelijke grondslag ontbeert en het karakter van een boete heeft.

Ringfoto vordert op haar beurt vergoeding van de werkelijk gemaakte proceskosten, die zij beperkt tot € 2.500,00.

De beoordeling van het geschil

1. De kern van het geschil tussen partijen is of de foto van [YYY] een auteursrechtelijk beschermd werk in de zin van de Auteurswet is of niet. Naar het oordeel van de kantonrechter is daarvan sprake, omdat het gaat om een werk dat een eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het werk het persoonlijk stempel van de maker draagt. Uit de vergelijking van de gewone pasfoto van [YYY] met de foto waarop het onderhavige geschil betrekking heeft, blijkt naar het oordeel van de kantonrechter in voldoende mate van persoonlijke, creatieve keuzes die [eiser] heeft gemaakt teneinde het verschil met de gewone pasfoto tot uitdrukking te brengen. Het mag dan zo zijn, dat de beide foto’s niet (zichtbaar) verschillen in achtergrond en kleding van [YYY], de overige aspecten, zoals de uitsnede van de foto, de pose van [YYY], de belichting van haar gezicht, de wijze waarop het haar is geschikt, getuigen van even zovele zelfstandige, subjectieve keuzes van de maker bij het tot stand brengen van het portret, zodat het portret van [YYY] kan worden aangemerkt als een werk in de zin van artikel 10 van de Auteurswet en aldus voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt.

2. Vaststaat dat Ringfoto het portret van [YYY] van Google heeft gehaald en op haar eigen website heeft geplaatst. Met [eiser] is de kantonrechter van oordeel, dat het enkele feit dat de foto op Google stond, Ringfoto niet ontslaat van de op haar rustende plicht zich ervan te vergewissen dat daarop geen auteursrechtelijke bescherming rustte. Nu zij dat niet heeft gedaan, heeft zij het risico genomen door de maker van het portret te worden aangesproken voor schade die deze lijdt ten gevolge van het zonder diens toestemming openbaar maken van de foto. Het verweer van Ringfoto dat zij zich niet van enig kwaad bewust was, kan dan ook geen doel treffen. Hetzelfde geldt voor het verweer dat de foto per abuis op de website is blijven staan, nu dit een voor risico van Ringfoto komende omstandigheid is.

3. Ten aanzien van de omvang van de schade stellen beide partijen zich op het standpunt dat aansluiting moet worden gezocht bij de door de Fotografenfederatie opgestelde algemene voorwaarden en de door de Fotografenfederatie opgestelde richtprijzen voor de fotografie. De door Ringfoto bij conclusie van antwoord genoemde richtprijzen 2009 voor gebruik van een foto van het formaat als het portret van [YYY] op het internet, kunnen echter niet als uitgangpunt gelden, nu deze richtprijzen niet zijn opgesteld door de Fotografenfederatie. [eiser] stelt dat hij zich bij de berekening van de door hem geleden schade baseert op de licentievergoeding die hij zou hebben bedongen bij voorafgaande toestemming. Nu Ringfoto de redelijkheid van die vergoeding niet heeft betwist, zal de kantonrechter daarbij aansluiting zoeken bij de begroting van de door Ringfoto te vergoeden schade.

4. Ervan uitgaande dat de foto van [YYY] niet langer dan iets meer dan een maand op de website van Ringfoto heeft gestaan, terwijl gesteld noch gebleken is hoelang dat bij de aangesloten fotografen het geval is geweest, en voorts als niet door [eiser] betwist is komen vast te staan dat de foto op een subpagina van de website van Ringfoto is geplaatst, acht de kantonrechter een vergoeding van € 750,00 voor de gederfde aanvullende licentievergoeding redelijk. Ook de vergoeding van de schade wegens het ontbreken van een naamsvermelding wordt, rekening houdend met deze omstandigheden, op € 750,00 begroot.

5. De vordering tot vergoeding van schade in verband met het ontbreken van toestemming en beveiliging zal als ongegrond worden afgewezen. De wet noch de algemene voorwaarden bieden daarvoor een aanknopingspunt.

6. Het voorgaande brengt mee dat de vordering ter zake van schadevergoeding zal worden toegewezen tot een bedrag van € 1.500,00 in totaal en voor het overige zal worden afgewezen.

7. De proceskosten zullen worden gecompenseerd, nu partijen over en weer in het ongelijk worden gesteld. Voor een inhoudelijke beslissing op de door [eiser] gevorderde werkelijk gemaakte kosten, behoeft derhalve niet te worden beslist.

12. Hetgeen partijen voor het overige te berde hebben gebracht behoeft in het licht van het voorgaande geen bespreking, nu dit niet tot een andere uitkomst kan leiden.

De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt Ringfoto tot betaling aan [eiser] van € 1.500,00 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 25 november 2009 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.