Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BL9822

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
01-04-2010
Datum publicatie
01-04-2010
Zaaknummer
166636 - KG ZA 10-86
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Geschil over onder meer handelsnamen en domeinnamen. Nu niet is vast te stellen welke afspraken partijen hebben gemaakt en partijen hun stellingen over en weer betwisten, komen zowel de vorderingen in conventie als ook de vorderingen in reconventie niet voor toewijzing in aanmerking. Daarbij overweegt de voorzieningenrechter dat de situatie dermate onduidelijk is dat ook voor eventueel op te leggen ordemaatregelen geen aanleiding lijkt te bestaan. De voorzieningenrechter komt tot geen andere conclusie dan dat het onderhavige geschil niet geschikt is om daarvoor een voorlopige voorziening in kort geding te treffen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 166636 / KG ZA 10-86

Vonnis in kort geding van 1 april 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KRIMPENERWAARD DETACHERING B.V.,

gevestigd te Berkenwoude, gemeente Bergambacht,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. L. Koning,

tegen

1. de vennootschap onder firma

FIRMA BLOK V.O.F.,

gevestigd te Velsen-Noord, gemeente Velsen,

2. [Gedaagde 2],

3. [Gedaagde 3],

beiden wonende te Velsen-Noord, gemeente Velsen,

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie,

advocaat mr. V.C. Audiffred.

Partijen zullen hierna Krimpenerwaard, respectievelijk de Firma Blok, [gedaagde 2] en [gedaagde 3], gezamenlijk Blok c.s., genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, met producties 1 tot en met 19

- de bij brief van 19 maart 2010 toegezonden producties 20 tot en met 25 van de zijde van Krimpenerwaard

- de bij brief van 23 maart 2010 toegezonden producties 1 tot en met 45 van de zijde van Blok c.s., alsmede de eis in reconventie

- de mondelinge behandeling op 25 maart 2010

- de pleitnota van Krimpenerwaard

- de pleitnota van Blok c.s.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Krimpenerwaard houdt zich vanaf medio januari 2009 bezig met het detacheren en opleiden van verkeersregelaars en stelt verkeersregelaars ter beschikking in situaties waar tijdelijk het verkeer moet worden geregeld.

2.2. Blijkens een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel van Rotterdam van 24 december 2009 van Krimpenerwaard luidt de bedrijfsomschrijving: het detacheren van personeel voor voornamelijk de groenvoorziening, reiniging en aanverwante sectoren. Als handelsnamen zijn vermeld, voor zover van belang: De Verkeersregelaars Centrale, VKRC.nl /VKRC. Als enig aandeelhouder / bestuurder staat [A] vermeld.

2.3. Het feitelijk bestuur van Krimpenerwaard wordt gevoerd door [B], echtgenoot van [A].

2.4. Begin 2009 zijn [B] en [gedaagde 2] met elkaar in contact gekomen.

2.5. [gedaagde 2] heeft gedurende 2009 verschillende werkzaamheden uitgevoerd ten behoeve Krimpenerwaard.

2.6. Op 20 januari 2010 heeft [gedaagde 2] aan [B] in een telefoongesprek meegedeeld dat hij geen werkzaamheden meer wilde verrichten voor Krimpenerwaard.

2.7. Blijkens een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel van 3 februari 2010 heeft Firma Blok als handelsnamen onder meer geregistreerd De Verkeersregelaars Centrale en VKRC.

2.8. In een e-mailbericht van [B] B.V. naar info@[b]bv.com van 30 januari 2010, ondertekend door [B], is vermeld:

Geachte klant,

Waarschijnlijk heeft u reeds vernomen dat wij van de Vekeersregelaarscentrale en/of VKRC.nl afscheid hebben moeten nemen van [gedaagde 2].

Helaas moet ik u meedelen dat [gedaagde 2] geen professioneel gedrag vertoont, door het e-mail verkeer te blokkeren.

(…)

Info@vkrc.nl is tot nader bericht niet bereikbaar, (…)

2.9. In een e-mailbericht van 31 januari 2010 aan clienten@vkrc.nl van De Verkeersregelaars Centrale, ondertekend door [gedaagde 2], is vermeld:

Geachte Heer / Mevrouw,

In 2009 is VKRC gestart met het leveren van professionele verkeersregelaars.

Als klant heeft ook U een of meerdere keren gebruik gemaakt van onze diensten, hopelijk naar alle tevredenheid.

Voorheen werkten onze mensen via “Krimpenerwaard Detachering BV” en werd U ook

gefactureerd via deze organisatie.

Deze samenwerking is sinds kort ten einde vanwege een zeer stroeve samenwerking met [B], eigenaar van “Krimpenerwaard Detachering BV” en “[B]

BV”.

[B] is van mening ook eigenaar te zijn van VKRC en tracht deze ook door te

zetten als zo danig, hier zullen wij uiteraard de benodigde stappen tegen ondernemen.

De reden dat wij gestopt zijn met de samenwerking met “Krimpenerwaard Detachering

BV” is dat deze kwalitatief en administratief niet conform de normen van VKRC kon

werken, daardoor werd waarborging van kwaliteit een discutabel punt.

Wellicht bent U al benaderd met het nieuws dat [gedaagde 2] niet langer werkzaam is bij

VKRC.

Dit laatste bestrijden wij ten zeerste en geven U hierbij kennis dat de samenwerking met

[B] niet langer van kracht is en dat [gedaagde 2], rechtmatig eigenaar van

VKRC, gewoon doorgaat op de manier die u van “De Verkeersregelaars Centrale” gewend

bent.

De facturatie en levering van Verkeersregelaars zal dan ook vanaf heden rechtstreeks via

“De Verkeersregelaars Centrale” lopen.

De Website, hoofdtelefoonnummer en alle diensten van “De Verkeersregelaars Centrale”

zullen ongewijzigd blijven, alleen het spoed/piketnummer en postbus zijn gewijzigd.

(…)

Omdat [B] middels telefoon en mail onze klanten heeft benaderd zouden wij u wel willen verzoeken de opdrachten die ingepland staan opnieuw te bevestigen op planning@vkrc.nl

Hiermee willen wij voorkomen dat u bij uw project niet zonder verkeersregelaars komt te staan.

(…)

2.10. Blijkens twee in het geding gebrachte uitdraaien van de website van het Benelux Merkenregister is op 5 februari 2010 het depot ontvangen van het woordmerk en het beeldmerk van VKRC op naam van de deposant Krimpenerwaard.

3. Het geschil in conventie

3.1. Krimpenerwaard vordert dat

het de Voorzieningenrechter behage bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden hoofdelijk en/of gedaagde sub 1 en/of gedaagde sub 2 en/of gedaagde sub 3, te

I. bevelen met onmiddellijke ingang het gebruik van de handelsnamen “VKRC”, “VKRC.nl” en de “Verkeersregelaar Centrale” te staken en gestaakt te houden;

II. bevelen met onmiddellijke ingang het gebruik van het woordmerk “VKRC” en beeldmerk “VKRC” te staken en gestaakt te houden;

III. veroordelen tot afgifte aan Krimpenerwaard Detachering binnen 48 uur na betekening van het ten deze te wijzen vonnis van de volgende zaken die in eigendom toebehoren aan Krimpenerwaard Detachering;

- 7 Porto- c.q. mobilofoons (Merk Motorola)

- 24 Batterijen

- 8 Portofoon laders

- 13 Lampen

- 21 Cones (opzetkegels)

- 18 Batterijladers

- 88 Batterijen

- 4 rouwbanden

- 1 verkeersregelaarsparka maat XL

- 1 verkeersregelaarsparka maat M

- 1 verkeersregelaarsvest (met rits) maat M

- 3 Mobilofoons

- 1 Dremel

1 Graveerstift/ boor kop

IV. bevelen binnen 7 dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis al datgene te doen dat nodig is om te bewerkstelligen dat de domeinnamen:

www.algemeneverkeerregelaarcentrale.nl

www.algemeneverkeerregelaarscentrale.nl

www.algemeneverkeersregelaarcentrale.nl

www.algemeneverkeersregelaarscentrale.nl

www.beveiligercentrale.nl

www.beveiligerscentrale.nl

www.centraleverkeersdiensten.nl

www.debeveiligercentrale.nl

www.debeveiligerscentrale.nl

www.debeveiligingcentrale.nl

www.debeveiligingscentrale.nl

www.deverkeersregelaarscentrale.nl

www.centraleverkeersdiensten.nl

www.deverkeerregelaarcentrale.nl

www.deverkeersregelaarscentrale.nl

www.verkeerregelaarcentrale.nl

www.verkeerregelaarscentrale.nl

www.verkeersregelaarcentrale.nI

www.verkeersregelaarscentrale.nI

www.vkrc.nI

om niet en zonder enige restricties op naam worden gesteld van en worden overgedragen aan Krimpenerwaard Detaching, een en ander in overeenstemming met het reglement voor registratie van domeinnamen van de Stichting Internet Domeinregistratie Nederland, zulks onder gelijktijdige toezending van de desbetreffende stukken aan de advocaat van eiseres;

V. veroordelen tot afgifte van de wachtwoorden en gegevens van het planningsysteem van Krimpenerwaard Detachering aan Krimpenerwaard Detachering binnen 48 uur na betekening van het ten deze te wijzen vonnis en te gebieden binnen 48 uur na betekening van het ten deze te wijzen vonnis al datgene te doen dat nodig is om volledige toegang tot en overdracht van dit planningssysteem aan Krimpenerwaard Detachering te bewerkstelligen;

VI. verbieden klanten van Krimpenerwaard Detachering te benaderen met gebruikmaking van de handelsnamen en/of merken van Krimpenerwaard Detachering en/of met gebruikmaking van het klantenbestand en klantgegevens van Krimpenerwaard Detachering en/of door gebruikmaking van de gegevens omtrent de tarieven en diensten van Krimpenerwaard Detachering en/of verwijzing daarnaar;

VII. verbieden werknemers, zzp’ers en vaste opdrachtnemers van Krimpenerwaard Detachering te benaderen met onjuiste dan wel misleidende informatie, dan wel met gebruikmaking van de handelsnamen en/of merken van Krimpenerwaard Detachering;

één en ander op straffe van een dwangsom van EUR 5.000,- per dag of gedeelte van een dag waar waarmee hij/zij in gebreke blijft/blijven aan één, dan wel meerdere toegewezen vordering(en) in het vonnis te voldoen en te bepalen ingevolge art. 1019i Rv dat eiseres gehouden is binnen 6 maanden na het gewezen vonnis haar eis in de hoofdzaak in te stellen, alsmede gedaagden ex art. 1019h Rv te veroordelen in de werkelijk kosten van het geding, waaronder begrepen de volledige feitelijk door eiseres gemaakte kosten van de salarissen en voorschotten van haar behandelend advocaat en procesadvocaat,

waarvan tijdig een nadere specificatie in het geding zal worden gebracht;

3.2. Krimpenerwaard legt aan haar vorderingen onrechtmatig handelen van Blok c.s. ten grondslag. Daartoe voert Krimpenerwaard aan dat Blok c.s. inbreuk maken op de handelsnamen, alsmede op het woord- en beeldmerk van Krimpenerwaard door gebruik te maken van de handelsnamen en het logo van VKRC ten behoeve van hun eigen commerciële activiteiten, terwijl Krimpenerwaard de handelsnamen vanaf de oprichting rechtmatig heeft gevoerd en als eerste in het handelsregister heeft vermeld en bovendien de merken heeft geregistreerd. Bovendien zijn na 26 januari 2010 de gegevens van Krimpenerwaard van de website verwijderd en vervangen door de gegevens van Firma Blok. Blok c.s. doen zich voor, aldus Krimpenerwaard, als de Verkeersregelaars Centrale en VKRC.nl. Daardoor ontstaat verwarring, komen opdrachten die bestemd zijn voor Krimpenerwaard nu bij Blok c.s. terecht en reeds geplande opdrachten zijn door Krimpenerwaard niet meer in te zien, waardoor Krimpenerwaard schade lijdt. Bovendien heeft [gedaagde 2] de e-mailsystemen en planningssystemen van Krimpenerwaard geblokkeerd en weigert [gedaagde 2] de gegevens van de e-mailaccounts, website en domeinnamen aan Krimpenerwaard af te geven. Voorts handelen Blok c.s. onrechtmatig doordat zij klanten en personeel en freelance verkeersregelaars van Krimpenerwaard benadert met onjuiste mededelingen over Krimpenerwaard. Tot slot stelt Krimpenerwaard dat [gedaagde 2] roerende zaken heeft meegenomen die in eigendom aan Krimpenerwaard toebehoren.

Krimpenerwaard stelt recht en belang te hebben bij toewijzing van de vorderingen in afwachting van de uitkomst van een bodemprocedure nu Blok c.s. op alle fronten Krimpenerwaard bewust belemmeren in haar normale bedrijfsvoering en Krimpenerwaard omzet derft en reputatieschade lijdt als gevolg van het onrechtmatig handelen van Blok c.s.

3.3. Blok c.s. voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. Het geschil in reconventie

4.1. Blok c.s. vordert dat

het de Voorzieningenrechter behage bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

1. Krimpenerwaard te veroordelen, op straffe van een boete van € 10.000,-- voor iedere dag dat Krimpenerwaard nalaat volledig aan de inhoud van het in deze te wijzen vonnis te voldoen, om binnen 5 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, iedere inbreuk op de rechten van [gedaagde 2] of onrechtmatig handelen jegens [gedaagde 2] te staken en gestaakt te

houden door het gebruik van de handelsnamen: “De Verkeersregelaars Centrale”, “VKRC” en teken zoals opgenomen in productie G42 te staken en gestaakt te houden, waaronder het verwijderen van deze handelsnamen uit het handelsregister en doorhaling van het woordmerk “VKRC” en het beeldmerk zoals op genomen in producties G41 en G42 uit het Benelux Merkenregister;

subsidiair:

2. een in goede justitie te bepalen voorziening zal worden getroffen;

primair en subsidiair:

3. Krimpenerwaard op grond van artikel 1019h Rv te veroordelen in de door [gedaagde 2] gemaakte kosten in reconventie, althans in goede justitie te bepalen kosten;

en

4. de termijn waarbinnen op grond van 1019i Rv een bodemprocedure aanhangig gemaakt dient te worden te stellen op zes maanden, te rekenen vanaf de dag van betekening van het in deze te wijzen vonnis.

4.2. Blok c.s. hebben aan hun vorderingen in reconventie ten grondslag gelegd dat tussen partijen sprake is geweest van een samenwerking en dat het onderhavig geschil de vereffening van het vermogen van de gezamenlijk gevoerde onderneming, dan wel de afwikkeling van hun samenwerking betreft. Voor zover komt vast te staan dat geen sprake is van een vennootschap onder firma tussen [gedaagde 2] en [B], vorderen Blok c.s., als oudste gebruiker van de handelsnamen, een verbod op het gebruik daarvan door Krimpenerwaard. Voor zover komt vast te staan dat wel sprake is van een vennootschap onder firma stellen Blok c.s. dat de rechten op de handelsnamen aan de ontbonden vennootschap toekomen. Ten aanzien van de inschrijving van de merken voeren Blok c.s. aan dat Krimpenerwaard deze te kwader trouw en uitsluitend ten behoeve van deze procedure hebben gedeponeerd, zodat de depots nietig zijn, aldus Blok c.s.

4.3. Krimpenerwaard voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling in conventie en in reconventie

5.1. Gelet op de samenhang zullen de vorderingen in conventie en reconventie hieronder tezamen worden besproken.

5.2. Bij aanvang van de zitting heeft de raadsvrouwe van Krimpenerwaard bezwaar gemaakt tegen de late toezending van 45 producties door Blok c.s. De raadsman van Blok c.s. heeft ter zitting desgevraagd verklaard dat de meeste stukken eerder bekend waren en derhalve eerder toegestuurd hadden kunnen worden, maar dat hij de voorkeur heeft gegeven aan het toezenden van het gehele pakket ineens.

Hoewel van een partij verwacht mag worden dat deze producties indient zodra deze beschikbaar zijn, staat de voorzieningenrechter indiening van de producties in dit geval toe, nu deze uiterlijk 24 uur voorafgaand aan de zitting zijn ingediend en Krimpenerwaard niet in haar belangen is geschaad doordat zij ter zitting op de betreffende stukken heeft kunnen reageren.

5.3. Het verweer van Blok c.s. is gebaseerd op de stelling dat [gedaagde 2] en [B] een samenwerking zijn aangegaan en dat die samenwerking inmiddels is beëindigd en derhalve dient te worden afgewikkeld. Blijkens de stellingen van Blok c.s. bracht [gedaagde 2] bij de samenwerking de arbeid, handelsnamen, logo, domeinnamen, website, planningssoftware, know-how en goodwill in, terwijl [B] kleding, communicatieapparatuur en diverse motorvoertuigen inbracht. Blok c.s. voeren aan dat [B] en [gedaagde 2] de afspraak hadden dat de door [gedaagde 2] geworven verkeersregelaars bij Krimpenerwaard in dienst zouden treden en dat daarvoor via Krimpenerwaard zou worden gefactureerd. De kosten zouden voor rekening van Krimpenerwaard komen en de behaalde winst zou op een nader te bepalen wijze worden verdeeld, aldus Blok c.s. Afgezien van de inschrijving van de handelsnamen in het handelsregister op naam van Firma Blok stellen Blok c.s. dat Firma Blok en [gedaagde 3] geen enkele betrokkenheid hebben bij dit geschil. Tot slot betwisten Blok c.s. dat [gedaagde 2] de door Krimpenerwaard gevorderde roerende zaken in bezit heeft.

5.4. Gelet op de betwisting van Krimpenerwaard komt het in onderhavig geschil tussen partijen aan op de beantwoording van de vraag of sprake is (geweest) van een samenwerking tussen partijen.

5.5. Ter onderbouwing van de stelling dat geen sprake was van een samenwerking beroept Krimpenerwaard zich op de vergoedingen die [gedaagde 2] voor zijn werkzaamheden betaald kreeg. Vast staat dat [gedaagde 2] voor zijn eigen werkzaamheden als verkeersregelaar of bij opleidingen € 20,- per uur vergoed kreeg en daarnaast van Krimpenerwaard een vergoeding van € 1,25 per uur per ingezette werknemer ontving. Voorts heeft Krimpenerwaard onweersproken aangevoerd dat [gedaagde 2] de beschikking had over een bestelbusje waarvan de kosten inclusief benzine door Krimpenerwaard werden betaald. Krimpenerwaard stelt zelf alle kosten en investeringen met betrekking tot de onderneming te hebben gedragen. [gedaagde 2] factureerde bij Krimpenerwaard de door hem gewerkte uren en gemaakte onkosten op naam van Firma Blok.

5.6. Welke afspraken tussen partijen zijn gemaakt is niet komen vast te staan.

De voorzieningenrechter stelt vast dat met betrekking tot de vergoeding voor gewerkte uren van [gedaagde 2] ook werkzaamheden door [gedaagde 2] zijn verricht waarvoor geen facturen zijn verzonden. Anderzijds acht de voorzieningenrechter voorstelbaar dat tussen partijen een afspraak bestond dat [gedaagde 2] voor iedere ingezette verkeersregelaar een bedrag van € 1,25 betaald kreeg, met daarbij een mogelijkheid gemaakte kosten te declareren.

Voorts stelt de voorzieningenrechter vast dat tussen partijen niet in geschil is dat [gedaagde 2] het huidige logo voor VKRC heeft ontworpen, maar Krimpenerwaard stelt dat zij daartoe opdracht heeft gegeven, terwijl Blok c.s. stellen dat dit mede ten behoeve van henzelf was aangezien [gedaagde 2] geen vergoeding hiervoor van Krimpenerwaard heeft ontvangen.

Met betrekking tot de domeinnamen is komen vast te staan dat [gedaagde 2] de registratie van de eerste vier domeinnamen, zoals hiervoor in 3.1, onder IV vermeld, aan Krimpenerwaard in rekening heeft gebracht. Ten aanzien van de overige 16 genoemde domeinnamen is vooralsnog gelet op de betwisting door Krimpenerwaard echter niet komen vast te staan of, en zo ja door wie de kosten voor de registratie daarvan zijn voldaan, nu daarvan geen stukken zijn overgelegd. Voorts zijn geen stukken overgelegd waaruit kan blijken welke domeinnamen ten behoeve van wie zijn geregistreerd. Daar komt bij dat ten aanzien van de handelsnaamrechten Krimpenerwaard weliswaar terecht aanvoert dat voor de vraag of sprake is van handelsnaaminbreuk van belang is vast te stellen welke onderneming als eerste de handelsnaam heeft gebruikt, maar aan de hand van hetgeen in dit kort geding door partijen naar voren is gebracht valt niet vast te stellen wie als eerste de handelsnamen heeft gebruikt, en ten behoeve van welke onderneming dat is geschied. De offerte van een internethost gericht aan [gedaagde 2], met in de adressering de vermelding van de naam De Verkeersregelaar Centrale, is daarvoor volstrekt onvoldoende en evenmin kan het eerste gebruik worden afgeleid uit de inschrijving van de handelsnaam in het handelsregister.

Tot slot geldt met betrekking tot de roerende zaken waarvan Krimpenerwaard teruggave vordert dat uit de overgelegde stukken onvoldoende blijkt dat deze zaken zich bij Blok c.s. bevinden, nu niet valt uit te sluiten dat de roerende zaken op andere wijze zijn zoekgeraakt, of door andere werknemers niet zijn ingeleverd.

5.7. Nu niet is vast te stellen welke afspraken partijen hebben gemaakt en partijen hun stellingen over en weer betwisten, komen zowel de vorderingen in conventie als ook de vorderingen in reconventie niet voor toewijzing in aanmerking. Daarbij overweegt de voorzieningenrechter dat de situatie dermate onduidelijk is dat ook voor eventueel op te leggen ordemaatregelen geen aanleiding lijkt te bestaan. De voorzieningenrechter neemt daarbij in aanmerking dat blijkens de onweersproken stelling van Blok c.s. Krimpenerwaard niet heeft gereageerd op het aanbod van Blok c.s. om bepaalde onderdelen van datgene wat volgens Blok c.s. tot het vermogen van het samenwerkingsverband behoort, te weten de handelsnaam VKRC met gelijkluidende domeinnamen en e-mailadressen, aan Krimpenerwaard over te dragen. Voorts hebben Blok c.s. ter zitting aangevoerd dat zij desgevraagd voorafgaand aan het kort geding geen bezwaar hadden gehad om de domeinnaam www.algemeneverkeersregelaarscentrale.nl en de daarop gelijkende domeinnamen aan Krimpenerwaard over te dragen, maar voor het eerst van die vordering van Krimpenerwaard uit de dagvaarding kennis hebben genomen.

5.8. De voorzieningenrechter komt tot geen andere conclusie dan dat het onderhavige geschil niet geschikt is om daarvoor een voorlopige voorziening in kort geding te treffen. In een bodemprocedure zal moeten worden beslist of tussen partijen sprake is geweest van een samenwerking en zo ja, op welke wijze de verdeling van de vermogensbestanddelen van het samenwerkingsverband dient plaats te vinden. Zoals door de voorzieningenrechter ter zitting reeds aangegeven zal naar verwachting een bodemprocedure van lange duur zijn, aangezien de mondelinge afspraken tussen partijen aan de hand van getuigenverhoren zullen moeten worden vastgesteld. Mede in dat licht wijst de voorzieningenrechter erop dat partijen er goed aan zullen doen om met behulp van derde(n), bijvoorbeeld een mediator, gezamenlijk tot een oplossing van hun geschil te komen teneinde een regeling in der minne te treffen.

5.9. De gevraagde voorzieningen zullen worden geweigerd. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten in conventie en in reconventie worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

6. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

6.1. weigert de voorzieningen,

6.2. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

in reconventie

6.3. weigert de voorzieningen,

6.4. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. van der Meer en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2010.?