Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:2069

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
26-03-2014
Datum publicatie
27-03-2014
Zaaknummer
05/901066-11
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2015:4463, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

27 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, voor voormalig ambtenaar bij de gemeente Tiel wegens valsheid in geschrift, oplichting, witwassen en verduistering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/901066-11

Data zittingen : 20 juni 2012, 6 september 2012, 24 januari 2013, 24 februari 2014 en

12 maart 2014

Datum uitspraak : 26 maart 2014

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum],

adres : [adres 1],

plaats : [woonplaats].

Raadsman : mr. E.G.S. Roethof, advocaat te Amsterdam.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

1.

zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 december 2010 tot en met 03 augustus 2011 te Tiel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft/hebben gemaakt van (een) vals(e) of vervalst(e) factu(u)r(en), zijnde die factu(u)r(en) (een) geschrift(en)

dat/die bestemd is/zijn om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst en bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hierin dat:

- op deze factu(u)r(en) (een) cliënt(en) stond(en) vermeld, welke reeds was/waren uitgeschreven (uit het reintergratiesysteem) bij de gemeente Tiel en/of

- op deze factu(u)r(en) bedrijven en/of instellingen stonden vermeld, welke reeds waren uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel en/of

- op/met deze factu(u)r(en) werkzaamheden vermeld stonden en/of gefactureerd werd(en) die nooit/niet verricht waren en/of nooit/niet verricht zouden gaan worden,

en bestaande die gebruikmaking (telkens) hierin dat verdachte en/of haar mededader(s) voormelde factu(u)r(en):

- ( ter betaling) heeft/hebben ingediend bij (de administratie van) de gemeente Tiel en/of de gemeente Neerijnen en/of de gemeente West Maas en Waal en/of de gemeente Neder-Betuwe en/of

- ( conform facturering) door de gemeente Tiel en/of de gemeente Neerijnen en/of de gemeente West Maas en Waal en/of de gemeente Neder-Betuwe werd(en) uitbetaald;

2.

zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 december 2010 tot en met 03 augustus 2011 te Tiel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door

listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de gemeente Tiel en/of de gemeente Neerijnen en/of de gemeente West Maas en Waal en/of de gemeente Neder-Betuwe (telkens) heeft bewogen tot de afgifte van een hoeveelheid geld (ongeveer 676.815 EURO, in elk geval enig goed, hierin bestaande dat verdachte tezamen met verdachtes mededader(s), althans alleen, (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

(nep)facturen (welke op naam stonden van niet (meer) bestaande bedrijven en/of reeds uitgeschreven cliënten en/of waarop werkzaamheden vermeld stonden en/of gefactureerd werden die nooit/niet verricht waren en/of nooit/niet verricht zouden gaan worden)

heeft ingediend en/of in het systeem van de gemeente Tiel en/of de gemeente Neerijnen en/of de gemeente West Maas en Waal en/of de gemeente Neder-Betuwe heeft ingebracht en/of ter (uit)betaling heeft aangeboden en/of gefiatteerd waardoor de gemeente Tiel en/of de gemeente Neerijnen en/of de gemeente West Maas en Waal en/of de gemeente Neder-Betuwe (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 december 2010 tot en met 03 augustus 2011 te Tiel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) (een) voorwerp(en) en/of geldbedrag(en), te weten één of meer geldbedrag(en) (van in totaal ongeveer 676.815 EURO, althans enig geldbedrag) heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten een of meer geldbedrag(en), gebruik heeft gemaakt, terwijl zij (telkens) wist dat dat/die voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

4.

zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2010 tot en met 3 augustus 2011 te Tiel, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk een hoeveelheid computerapparatuur (te weten, ongeveer 10 laptops), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan de gemeente Tiel en/of de gemeente Neerijnen en/of de gemeente West Maas en Waal en/of de gemeente Neder-Betuwe, in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte (telkens) uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking van/als jobcoach (werkzaam binnen de afdeling Werk Inkomen en Zorg van de gemeente Tiel), en aldus anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is inhoudelijk op de dagen 24 februari 2014 en 12 maart 2014 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte op 24 februari 2014 wel en op 12 maart 2014 niet verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. E.G.S. Roethof, advocaat te Amsterdam.

Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijke in het geding gevoegd de gemeenten Tiel, Neerijnen, West Maas en Waal en Neder-Betuwe, met allen als gemachtigde de heer [gemachtigde]. De benadeelde partijen zijn bijgestaan door raadsvrouw mr. C.W.J. Raaimakers en raadsman mr. S.P.F. Verheijen, beiden advocaat te Nijmegen. De heer [gemachtigde], mr. Raaimakers en mr. Verheijen zijn eveneens ter terechtzitting verschenen.

De officier van justitie, mr. M.E.B. Rasing, heeft gerekwireerd.

Verdachte en haar raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs 1

Ten aanzien van de tenlastegelegde feiten 1, 2 en 3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Hij is van oordeel dat verdachte de op de facturen te vermelden klantgegevens doorgaf aan onder andere medeverdachten[medeverdachte 1]en [medeverdachte 2], waarna de valse facturen werden opgemaakt en verzonden naar de gemeente Tiel. Deze werkwijze heeft de officier van justitie in het bijzonder gebaseerd op de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] en de processen-verbaal met betrekking tot de historische telefoongegevens. Met betrekking tot het onder feit 3 tenlastegelegde heeft de officier van justitie partiële vrijspraak bepleit heeft voor de witwashandelingen voorhanden hebben en verwerven.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten 1 en 2 met uitzondering van zaakdossiers 10 en 11. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat ondanks het feit dat de facturen zijn ingevoerd in het GWS systeem met het ‘rugnummer’ van verdachte, niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte deze gegevens heeft ingevoerd. Bij de gemeente Tiel was geen enkele controle en daarom valt niet uit te sluiten dat iemand anders met ‘het rugnummer’ van verdachte deze gegevens heeft ingevoerd. Met betrekking tot het onder feit 3 tenlastegelegde heeft de raadsman aangevoerd dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking. Tevens is onduidelijk – mocht er als een geldbedrag door verdachte zijn witgewassen – hoe groot dit bedrag dan is geweest.

De beoordeling door de rechtbank

Alvorens in te gaan op de tenlastegelegde feiten 1, 2 en 3 zal de rechtbank hieronder eerst de aanleiding van het onderzoek beschrijven. Daarbij komt ook aan de orde het werkproces dat werd gehanteerd bij de gemeente Tiel ten aanzien van re-integratie van uitkeringsgerechtigden.

Zaaksdossier B-0

Via het detacheringsbureau Maandag werkte [verdachte] als werkcoach bij de gemeente Tiel op de afdeling Werk Inkomen en Zorg (hierna: WIZ).

Op 8 augustus 2011 deed[aangever] namens de gemeente Tiel aangifte tegen [verdachte], nadat op 3 augustus 2011 door de ING bank een signaal was afgegeven dat er merkwaardig betaalgedrag werd geconstateerd. Door medewerkers van de ING bank was geconstateerd dat er diverse grote bedragen door de gemeente Tiel werden overgemaakt in het kader van re-integratie naar een rekeningnummer van een reeds bij de Kamer van Koophandel uitgeschreven onderneming, welke bedragen steeds contant werden opgenomen. Naar aanleiding hiervan is een intern onderzoek bij de gemeente Tiel ingesteld. Daaruit bleek dat de op de bedragen betrekking hebbende facturen onder vermelding van het ‘rugnummer’ van [verdachte] waren doorgezet voor betaling naar de financiële afdeling.2 Op 5 augustus 2011 is de detacheringsovereenkomst met [verdachte] per direct beëindigd.3

[getuige 1], werkzaam bij de gemeente Tiel op de afdeling ‘archief’, is als getuige gehoord. Zij heeft verklaard facturen met betrekking tot de re-integratie te scannen. Deze facturen werden door de werkcoaches aangeleverd. [getuige 1] heeft verder verklaard dat [verdachte] de werkcoach was die bijna dagelijks kwam met facturen. Dit was vaker dan de andere werkcoaches, die gemiddeld twee keer per week kwamen. In het begin bracht [verdachte] de facturen aan het begin van de dag. Vanaf maart 2011 kwam zij aan het eind van de dag, tegen de tijd dat werknemers van het archief naar huis gingen. Zij begon facturen op te sparen en pas dan in te leveren. Volgens [getuige 1] deed [verdachte] dit om te voorkomen dat er kritisch naar de facturen gekeken zou worden. De facturen moesten namelijk diezelfde dag nog worden ingescand.4

[getuige 2], facilitair medewerker bij de gemeente Tiel, is ook als getuige gehoord. Hij was op dat moment verantwoordelijk voor het uitbetalen van uitkeringen. Hij heeft verklaard dat het hem opviel dat [verdachte] vanaf mei 2011 vaak direct na het scannen facturen al in het werkproces zette, in tegenstelling tot sommige andere werkcoaches, die dit pas weken na het scannen deden. [verdachte] kwam op vrijdagen wel eens vragen of specifieke betalingen al waren weggeboekt. Voorheen deed zij dit nooit. In juni en juli 2011 kwam zij ook vaak vragen of bepaalde facturen waren betaald. Ze noemde dan bijvoorbeeld de naam [medeverdachte 2] uit Den Haag. [getuige 2] verklaarde twijfels te hebben gehad over twee nagelstudio’s. Rekeningen van boven de € 5.000,-- moesten besproken worden met cheffin [aangever]. Het viel [getuige 2] op dat [verdachte] vaak net onder dat bedrag bleef. In een werkoverleg heeft [getuige 2] melding gemaakt dat er de laatste tijd veel grote bedragen werden overgemaakt. Hij noemde geen namen, maar dacht daarbij aan [verdachte]. Ook was hij van mening dat [verdachte] opeens in zee ging met kleine crediteuren die ver van Tiel verwijderd waren, zoals uit Den Haag en Amstelveen. Omdat [getuige 2] werkzaam was bij de afdeling facilitair, heeft hij zich er niet mee bemoeid.5

[verdachte] is op 20 maart 2012 buiten heterdaad aangehouden.6

Werkcoaches speelden bij de gemeente Tiel een centrale rol in en voerden de regie bij de re-integratie van uitkeringsgerechtigden (ook wel klanten genoemd). Aan de hand van een intakegesprek met de betreffende klant werden mogelijkheden van een re-integratie (bijvoorbeeld als stagiair of werknemer) bij een bedrijf bekeken en onderzocht. Met sommige bedrijven had de gemeente overeenkomsten gesloten over dit soort trajecten. Deze bedrijven werden dan ook wel ‘contractpartijen’ genoemd. De werkcoaches hadden zelf de bevoegdheid om bij dergelijke bedrijven trajecten in te kopen voor hun klanten. Bij bedrijven waarmee de gemeente geen overeenkomsten had afgesloten (zogenoemde ‘niet-contactpartijen’), kon de werkcoach tot een bedrag van € 4.000,- een traject inkopen. Hieraan diende dan wel een offerte vooraf te gaan. Bij bedragen boven de € 4.000,- had de werkcoach een paraaf van de leidinggevende nodig.

De betaling van dergelijke trajecten verliep als volgt. Het bedrijf factureerde aan de gemeente. De facturen gingen via de receptie/postkamer – waar ze werden voorzien van een datumstempel – naar de verantwoordelijke werkcoach. De coach controleerde de factuur en fiatteerde deze. De factuur (met daarop handgeschreven het klantnummer en het nummer van de werkcoach (ook wel rugnummer genoemd)) ging vervolgens naar het archief en werd daar gescand. De digitale factuur werd in het systeem GWS gekoppeld aan de klant. Dit koppelen werd ook wel ‘het aanmaken van een werkproces’ genoemd. De facturen kwamen op deze wijze automatisch in de ‘werkvoorraad’ van de betreffende werkcoach. De werkcoach moest daarna in het systeem GWS overgaan tot het betaalbaar stellen van de factuur. Dit systeem genereerde eenmaal per week een betaallijst van alle betaalbaar gestelde facturen. De financiële afdeling verzorgde tot slot de daadwerkelijke betaling van de facturen, maar oefende geen rechtsmatigheidscontrole uit. Facturen van ‘niet contractpartijen’ konden pas worden uitbetaald, wanneer de financiële afdeling – op aanvraag van de werkcoach – het bedrijf als ‘crediteur’ had aangemaakt in het GWS systeem.

In de periode van 25 januari 2010 tot en met 5 augustus 2011 werkte [verdachte] als werkcoach bij de gemeente Tiel. Haar rugnummer was ‘087’.7

[verdachte] wordt verweten dat zij gebruik heeft gemaakt van valse of vervalste facturen. Dit zou zij hebben gedaan doordat op facturen namen van klanten zijn vermeld die überhaupt geen recht hadden op een uitkering of re-integratietraject, doordat op facturen bedrijven stonden vermeld die reeds waren uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel en doordat op facturen werkzaamheden stonden vermeld die niet waren verricht en ook niet verricht zouden gaan worden. Deze handelswijze is aan haar ten laste gelegd als – naast het gebruik maken van valse facturen (geschriften) – het oplichten van de gemeente Tiel en het witwassen van een geldbedrag. De rechtbank zal hieronder verschillende zaaksdossiers behandelen en tot slot overwegen of zij van oordeel is dat deze ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.

Zaaksdossier B-1

De eenmanszaak [onderneming 1] is op 5 januari 2011 bij de Kamer van Koophandel ingeschreven onder KvK-nummer 51678918, met als startdatum 1 januari 2011. Eigenaar van deze onderneming is [eigenaar onderneming(en)] en het adres van de onderneming is [adres 2]. Dit is tevens het GBA adres van [eigenaar onderneming(en)].8

Op naam van ‘[onderneming 2]’ zijn in de administratie van de gemeente Tiel drie facturen aangetroffen en één van deze facturen is ook daadwerkelijk betaald.9 Op twee facturen staat KvK-nummer 51678918 vermeld, zijnde het nummer van de eenmanszaak [onderneming 1].10 De onderneming is op 12 juli 2011 als crediteur aangemaakt in het GWS systeem van de gemeente Tiel en de betaalgegevens van de eerste factuur zijn op 14 juli 2011 op naam van [verdachte] ingevoerd.11 Als omschrijving op de drie ingediende facturen staat onder andere [onderneming 3]’, [onderneming 4]’, [ondernemeing]’ en [onderneming 5]’. Met de hand is steeds het klantnummer, met daarachter het rugnummer van [verdachte] op de facturen geschreven.12 Op alle drie facturen wordt de heer [getuige 3] als klant genoemd. [getuige 3] heeft verklaard de onderneming [onderneming 2] niet te kennen en nooit rekeningen van deze onderneming te hebben gezien. Hij heeft nooit een opleiding via de gemeente Tiel gevolgd. [verdachte] was de werkcoach van [getuige 3].13

Het totaalbedrag van de uitbetaalde factuur is € 4.895, 36. De betaling is d.d. 15 juli 2011 verricht op rekeningnummer [x 1], zijnde een rekeningnummer toebehorende aan [eigenaar onderneming(en)].14 Het bedrag is ontvangen van het rekeningnummer van de gemeente Neder-Betuwe.15

Op 15 juli 2011 zijn kort na elkaar op het Osdorpplein te Amsterdam bedragen van €4.000,-- respectievelijk € 900,-- contant opgenomen van rekeningnummer [x 1], toebehorende aan [eigenaar onderneming(en)].16 [eigenaar onderneming(en)] heeft hierover verklaard dat dit geld bestemd was voor [betrokkene 1]. [eigenaar onderneming(en)] wilde een subsidie aanvragen en [betrokkene 1] gaf aan dit te kunnen regelen bij de gemeente Amsterdam. [eigenaar onderneming(en)] heeft daarom in het eerste weekend van juli 2011 een kopie van het uittreksel van de Kamer van Koophandel van haar onderneming [onderneming 1] en kopieën van haar bankpas en legitimatiebewijs aan [betrokkene 1] gegeven. [betrokkene 1] belde vervolgens [eigenaar onderneming(en)] om te zeggen dat het geld op haar rekening gestort was. [betrokkene 1] zei dat het om ongeveer € 5.000,-- ging en dat hij dit geld wilde. [eigenaar onderneming(en)] sprak daarop met [betrokkene 1] af en heeft het geld op het Osdorpplein gepind.17 Toen [eigenaar onderneming(en)] ontdekte dat het geld niet afkomstig was van de gemeente Amsterdam, maar van de gemeente Tiel, heeft zij contact gezocht met de gemeente Tiel. [betrokkene 1] had haar niet gezegd dat haar onderneming als crediteur was aangemaakt bij de gemeente Tiel. Zij heeft nooit een factuur gezien met betrekking tot het geld dat op haar rekening is gestort, aldus nog steeds [eigenaar onderneming(en)].18

Door verbalisant [verbalisant 1] is aan [eigenaar onderneming(en)] een foto van [betrokkene 1] voorgehouden. [eigenaar onderneming(en)] verklaarde daarop dat de man op de foto de [betrokkene 1] was waarover zij heeft verklaard.19 Op 15 juli 2011 is meerdere malen contact geweest tussen de mobiele telefoonnummers in gebruik bij [eigenaar onderneming(en)] en [betrokkene 1]. Die dag is om 16.19 uur contact tussen beide nummers geweest, waarbij beide toestellen een steunzender aanstraalden die is geplaatst op het Osdorpplein te Amsterdam. Om 16.36 uur respectievelijk 16.37 uur zijn op het Osdorpplein de hiervoor genoemde bedragen van € 4.000,-- en € 900,-- contant van de rekening van [eigenaar onderneming(en)] opgenomen.20

Uit het dossier blijkt voorts dat er in februari 2011 vier keer telefonisch contact is geweest tussen een mobiel telefoonnummer in gebruik bij [betrokkene 1] en een mobiel telefoonnummer in gebruik bij [verdachte].21 In de telefoons van [verdachte] en [betrokkene 1] staat een gezamenlijk contact. Het nummer van dit contact blijkt afgegeven aan[betrokkene 2], wonende te [adres 3]. Bij navraag bij het GBA blijkt dat op dat adres staat ingeschreven [broer verdachte], zijnde de broer van [verdachte].22

Tussenconclusie

Op grond van het vorenstaande stelt de rechtbank vast dat op naam van [verdachte] facturen van [onderneming 2] in het systeem van de gemeente Tiel zijn gebracht. De rechtbank is van oordeel dat dit valse facturen zijn. Zij komt tot dit oordeel, nu [getuige 3], wiens naam op de facturen is gebruikt en op wie de gefactureerde werkzaamheden (onder meer coaching) kennelijk betrekking hebben, heeft verklaard de onderneming [onderneming 2] niet te kennen en nooit rekeningen van deze onderneming te hebben gezien. Hij heeft nooit een opleiding via de gemeente Tiel gevolgd. Voorts leidt de rechtbank uit de verklaring van [eigenaar onderneming(en)] af dat zij de facturen niet heeft opgemaakt en dat haar onderneming de gefactureerde werkzaamheden niet heeft verricht.

Zaaksdossiers B-2, B-3 en B-9

[klussenbedrijf 1]

is als eenmanszaak ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (nummer [x 2]) op 11 januari 2011, met als startdatum 5 maart 2010. Eigenaar van deze onderneming was [eigenaar klussenbedrijf]. Het adres was [adres 4].23 Op 23 mei 2011 is het bedrijf uitgeschreven.24

Op naam van dit bedrijf zijn in de administratie van de gemeente Tiel zeven facturen aangetroffen. Zes van deze facturen zijn betaald.25 Het bedrijf is op 13 januari 2011 aangemaakt in het GWS systeem van de gemeente Tiel en op die datum is op naam van [verdachte] ook de eerste factuur ingevoerd.26 Op de facturen staan als contactgegevens van dit bedrijf vermeld: ‘[adres 5]’, en de omschrijvingen van de gefactureerde werkzaamheden zijn ‘begeleiding op werkvloer’, ‘evaluatiegesprekken’, ‘uitstroompremies’ en/of ‘bemiddelingskosten’. Met de hand is op facturen steeds het klantnummer en het rugnummer van [verdachte] geschreven.27 De op de facturen vermelde klanten zijn [klant 1], [klant 2], [getuige 3], [klant 3] en [klant 4]. Getuigen [getuige 3] en [klant 3] hebben verklaard [klussenbedrijf 1] niet te kennen en hier nooit een opleiding te hebben gevolgd of te hebben gewerkt. Beiden hadden [verdachte] als werkcoach.28 De vier facturen met data 5 en 10 december 2010 zijn gericht aan [voorganger van verdachte], de voorganger van [verdachte] als werkcoach bij de gemeente Tiel. [voorganger van verdachte] heeft verklaard dat hij het bedrijf niet kent.29

Het totale bedrag van de 6 betaalde facturen is € 25.428,78. Deze facturen zijn betaald op rekeningnummer [x 3] ten name van [eigenaar klussenbedrijf] h/o [klussenbedrijf 1]. De eerste twee betalingen dateren van 13 januari 2011 en de daarop volgende betalingen zijn verricht op respectievelijk 17 januari, 14 februari, 31 maart en 1 april 2011. Ten laste van de gemeente Tiel is van het totaal bedrag € 17.588,20 betaald en ten laste van de gemeente Neder-Betuwe een bedrag van

€ 7.840,55.30

Op deze rekening van [eigenaar klussenbedrijf] h/o [klussenbedrijf 1] hebben eveneens de volgende mutaties plaatsvonden. In de periode 13 januari tot en met 18 mei 2011 is een bedrag van in totaal € 20.840,- contant opgenomen. Daarnaast is in deze periode onder andere een bedrag van € 3.000,- ontvangen van Klussenbedrijf [klussenbedrijf 2] en een bedrag van € 1.500,- ontvangen van [bedrijfsnaam]. Tevens is een bedrag van € 2.500,- betaald aan Klussenbedrijf [klussenbedrijf 2], een bedrag van € 7.590,- betaald aan de natuurlijke persoon [klussenbedrijf 2] en zijn twee bedragen van € 1.640,85 en € 1.750,- betaald aan [bedrijfsnaam].31

Klussenbedrijf [klussenbedrijf 2]

Klussenbedrijf [klussenbedrijf 2] is als eenmanszaak ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (nummer [x 6]) op 23 september 2010, met als startdatum 1 juli 2010. Eigenaar van deze onderneming was [eigenaar klussenbedrijf 2]. Het adres was [adres 6]. De onderneming is op 2 februari 2011 opgeheven en uitgeschreven.32 Op genoemd adres stond [klussenbedrijf 2] in de periode 18 september 2007 tot 21 april 2011 ingeschreven.33 Als telefoonnummers stonden vermeld [x 7] en [x 8]. Nader onderzoek wees uit dat deze telefoonnummers waren uitgegeven aan c.q. gebruikt werden door [eigenaar klussenbedrijf]34 en [medeverdachte 1]35.

Op naam van [klussenbedrijf 2] zijn in de administratie van de gemeente Tiel 32 facturen aangetroffen en 28 van deze facturen zijn betaald.36 Op de facturen staat het hiervoor genoemde Kamer van Koophandelnummer van Klussenbedrijf [klussenbedrijf 2] vermeld. Het bedrijf is op 15 februari 2011 aangemaakt in het GWS systeem van de gemeente Tiel en op die datum zijn ook op naam van [verdachte] de betaalgegevens van de eerste factuur ingevoerd in het GWS systeem. Op naam van [verdachte] zijn de betaalgegevens voor alle 28 betaalde facturen ingevoerd.37 Op de facturen staan als contactgegevens van het bedrijf vermeld: ‘[adres 19]’, en de omschrijvingen van de gefactureerde werkzaamheden zijn ‘module 1’, ‘module 1+2’ of ‘module 3’. Met de hand is op facturen steeds het klantnummer en het rugnummer van [verdachte] geschreven. De op de facturen vermelde klanten zijn [klant 5], [klant 6], [klant 7], [klant 10], [klant 8], [klant 11],[klant 12], [klant 13], [klant 3], [klant 14], [klant 15], [klant 16], [klant 17], [klant 18], [klant 19], [klant 20], [klant 9], [klant 21],[klant 22], [klant 23], [klant 24] en [klant 25].38

Getuigen [klant 7], [klant 9], [klant 8], [klant 3] en [klant 5] hebben verklaard het bedrijf Klussenbedrijf [klussenbedrijf 2] en/of [klussenbedrijf 2] niet te kennen.[klant 5] had [verdachte] als werkcoach.39 Daarnaast is op de harde schijf van de werkcomputer van [verdachte] een factuur gevonden afkomstig van [klussenbedrijf 2] betreffende cliënt [klant 5].40

Het totale bedrag van de 28 betaalde facturen is € 105.892,28. Deze facturen zijn in de periode van 18 februari 2011 tot en met 28 juli 2011 betaald op het op de facturen vermelde rekeningnummer [x 2]dat op naam van Klussenbedrijf [klussenbedrijf 2] staat. Ten laste van de gemeente Tiel is van het totaal bedrag € 70.160,75 betaald, ten laste van de gemeente Neder-Betuwe een bedrag van € 20.598,07, ten laste van de gemeente Neerijnen een bedrag van € 7.980,14 en ten laste van de gemeente West Maas en Waal een bedrag van € 7.153,32.41

Op deze rekening van Klussenbedrijf [klussenbedrijf 2] hebben in de periode 1 oktober 2010 t/m 6 oktober 2011 eveneens de volgende mutaties plaatsgevonden. Een bedrag van in totaal € 108.551,25 is contant opgenomen of betaald bij betaalautomaten. Daarnaast is een bedrag van € 6.696,- uitgegeven bij vestigingen van het Holland Casino. Van het bedrijf [klussenbedrijf 1] is een bedrag van € 2.500,- ontvangen en naar ditzelfde bedrijf is een bedrag van € 3.000,- overgemaakt. [naam bedrijf 3] is een bedrag van € 8.148,50 ontvangen en aan dit bedrijf is een bedrag van € 455,- betaald. Tevens is van [klussenbedrijf 2] een bedrag van€ 194,50 ontvangen en is aan hem een bedrag van € 6.760,- overgemaakt.42

[naam bedrijf 3]

is als eenmanszaak ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (nummer [x 1]) op 9 februari 2011, met als startdatum 2 april 2010. Eigenaar van deze onderneming was [eigenaar bedrijf 3]. Het adres was [adres 7]. De onderneming is op 27 april 2011 opgeheven en uitgeschreven.43

Op naam van [naam bedrijf 3] zijn in de administratie van de gemeente Tiel 34 facturen aangetroffen en 33 van deze facturen zijn betaald.44 Het bedrijf is op 17 februari 2011 aangemaakt in het GWS systeem van de gemeente Tiel en op die datum zijn ook op naam van [verdachte] de betaalgegevens van de eerste factuur ingevoerd in het GWS systeem. Op naam van [verdachte] zijn de betaalgegevens voor alle 33 betaalde facturen ingevoerd.45

De omschrijvingen van de gefactureerde werkzaamheden zijn ‘cursus nagelstyliste’ (al dan niet ‘afgerond’), ‘schoonheidsbehandeling’, ‘cursus airbrush’ (al dan niet ‘afgerond’), ‘cursus schoonheidsspecialiste (afgebroken)’, ‘pakket schoonheidsspecialiste’, ‘cursus pedicure en/of manicure’ (al dan niet ‘afgebroken’), ‘cursus materiaal’ of ‘cursus european hair’. Met de hand is op facturen steeds het klantnummer en het rugnummer van [verdachte] geschreven. De op de facturen vermelde klanten zijn[klant 26], [klant 27], [klant 28], [getuige 7], [klant 29], [klant 30], [klant 31], [klant 32], [klant 32], [klant 33],[klant 34], [klant 35], [klant 36], [klant 37], [klant 38], [klant 39], [klant 40], [klant 41], [klant 42], [klant 43], [klant 44], [klant 45], [klant 46] en [klant 47]. De facturen met de nummers [x 9]komen twee keer voor, al dan niet ter zake van verschillende klanten of bedragen. Factuurnummer [x 9]komt drie keer voor.46

Getuigen [klant 28], [klant 26] en [klant 27] hebben verklaard het bedrijf [naam bedrijf 3] niet te kennen. [klant 26] had [verdachte] als werkcoach.47

Het totale bedrag van de 33 betaalde facturen is € 130.944,68. Deze facturen zijn in de periode van 25 februari 2011 tot en met 28 juli 2011betaald op rekeningnummer [x 9] ten name van [eigenaar bedrijf 3] h/o [naam bedrijf 3]. Ten laste van de gemeente Tiel is van het totaal bedrag

€ 83.077,53 betaald, ten laste van de gemeente Neder-Betuwe een bedrag van € 35.458,32, ten laste van de gemeente Neerijnen een bedrag van € 3.849,92 en ten laste van de gemeente West Maas en Waal een bedrag van € 8.558,91.48

Op deze rekening van [naam bedrijf 3] hebben eveneens de volgende mutaties plaatsvonden. In de periode 7 maart 2011 t/m 6 oktober 2011 is in totaal een bedrag van € 93.644,24 opgenomen. Van dit bedrag is ongeveer € 3.500,- besteed aan boodschappen, € 5.000,- is besteed bij diverse gokautomaten en € 85.144,24 is contant opgenomen bij pinautomaten. Bij diverse vestigingen van het Holland casino is in totaal een bedrag van € 16.143,70 besteed.49 Tevens is in de periode van 25 februari 2011 t/m 3 augustus 2011 in totaal een bedrag van € 8.148,50 overmaakt naar het rekeningnummer [x 2] (op naam van Klussenbedrijf [klussenbedrijf 2]), een bedrag van in totaal

€ 17.990,- naar rekeningnummer [x 9] en een bedrag van in totaal € 12.710,- naar rekeningnummer [x 9] (beide rekeningnummers stonden op naam van [klussenbedrijf 2]). Naar rekeningnummer [x 3] (op naam van [klussenbedrijf 1]) werd in totaal een bedrag van € 1.500,- overgemaakt en van dit rekeningnummer werd een bedrag van € 1.750,- ontvangen.50

Verband tussen de betrokken ondernemingen

Zoals hierboven omschreven stond [eigenaar klussenbedrijf] ingeschreven als enig eigenaar van [klussenbedrijf 1]. [eigenaar klussenbedrijf] heeft verklaard dat hij niet betrokken is geweest bij de inschrijving van dit bedrijf. Ook heeft hij verklaard dat hij nooit heeft gewerkt voor [klussenbedrijf 1] dan wel rekeningen voor dit bedrijf heeft opgemaakt of verzonden. Hij kent het rekeningnummer [x 3] (behorend bij [klussenbedrijf 1]) ook niet.51 Hij heeft eind 2010 zijn pinpas, pincode en – twee weken later – zijn identiteitsbewijs afgegeven aan ene ‘[naam]’. Hij zou hiervoor € 2.000,- ontvangen.52 In maart 2011 heeft hij vervolgens aangifte gedaan van vermissing van zijn identiteitsbewijs en oplichting. Hij ontving veel post met betrekking tot zogenaamde kredietaanvragen terwijl hij deze zelf niet had afgesloten.53 Aan [eigenaar klussenbedrijf] is een foto getoond van [medeverdachte 1]. Hij heeft verklaard dat hij deze persoon herkent als zijnde ‘[naam]’ aan wie hij zijn bankpas, pincode en identiteitskaart heeft afgegeven.54

Uit het proces-verbaal van aangifte volgt dat [eigenaar klussenbedrijf] inderdaad aangifte heeft gedaan van oplichting op 2 maart 2011.55

Zoals hierboven omschreven stond [klussenbedrijf 2] ingeschreven als enig eigenaar van Klussenbedrijf [klussenbedrijf 2]. [klussenbedrijf 2] heeft verklaard dat de naam[medeverdachte 1] hem niets zegt. Als hem een foto wordt getoond van [medeverdachte 1] verklaart hij dat hij deze man kent als ‘[psuedoniem medeverdachte 1]’56 en dat hij hem wel eens een keer zijn identiteitskaart heeft gegeven57. Klussenbedrijf [klussenbedrijf 2] zegt hem niets en hij weet niets van gemeente Tiel of van betalingen door deze gemeente.58 Het zou goed kunnen dat ‘[psuedoniem medeverdachte 1]’ de beschikking heeft gehad over bankpassen die op zijn naam stonden.59 Hij heeft nog nooit een bankpas gezien van dit bedrijf en heeft dus ook nooit betalingen of stortingen gedaan naar of van het rekeningnummer behorende bij het Klussenbedrijf [klussenbedrijf 2].60 Hij heeft verklaard dat hij ongeveer drie keer iets heeft ondertekend voor ‘[psuedoniem medeverdachte 1]’ en dat hij hier dan een sixpack bier en een portie wiet voor kreeg. Hij zou altijd onder invloed zijn geweest op de momenten dat hij iets ondertekende.61

Zoals eveneens hierboven omschreven stond [eigenaar bedrijf 3] ingeschreven als enig eigenaar van [naam bedrijf 3]. [eigenaar bedrijf 3] heeft verklaard dat hij een arbeidsovereenkomst met [klussenbedrijf 1] heeft getekend. Hij is echter nooit officieel in dienst geweest van dit klussenbedrijf en heeft nooit werkzaamheden voor dit bedrijf verricht.62 Op zijn bankrekening heeft hij wel salaris ontvangen, maar hij kon niet bij dit geldbedrag. Hij had zijn bankpas behorende bij die rekening afgegeven aan een ‘meneer’.63 Dezelfde man heeft namens hem het bedrijf [naam bedrijf 3] opgericht.[eigenaar bedrijf 3] heeft verklaard dat hij enkel op papier eigenaar was van dit bedrijf en dat hij het heeft ingeschreven bij de Kamer van Koophandel waar de man bij was. Tevens heeft hij samen met de man een bedrijfsrekening geopend bij de ING-bank. Hij heeft geen beschikking gehad over de bankrekening behorende bij het bedrijf en hij heeft dus ook nooit stortingen, betalingen of overschrijvingen verricht. Ook weet hij niets van stortingen die zouden zijn verricht door de gemeente Tiel.64 Als hem een foto wordt getoond van [medeverdachte 1] verklaart hij dat hij deze man bedoelt en dat hij hem aanspreekt met ‘mijnheer’.65

De persoonsgegevens van [eigenaar klussenbedrijf], [klussenbedrijf 2] en [eigenaar bedrijf 3] zijn ook teruggevonden bij [medeverdachte 1]. Op 30 juli 2011 heeft [medeverdachte 1]66 zich bij de vestiging van het Holland Casino te Zandvoort geregistreerd met gebruikmaking van de vaste bezoekerskaart van [eigenaar klussenbedrijf].67 [medeverdachte 1] heeft voorts geprobeerd geld te pinnen met de bankpas op naam van [naam bedrijf 3]/ [eigenaar bedrijf 3].68

Bij de doorzoeking in de woning aan de [adres 8], zijnde het GBA-adres van [medeverdachte 1] en zijn moeder [moeder medeverdachte1], zijn in de woonkamer de identiteitskaart van [eigenaar klussenbedrijf]69 en een betaalpas behorende bij ING-bankrekening [x 9] (op naam van [naam bedrijf 3])70 aangetroffen en in de slaapkamer van deze woning zijn een pinpas van de SNS-bank op naam van [klussenbedrijf 2]71 en zijn identiteitskaart72 aangetroffen.

Diezelfde dag zijn bij de doorzoeking in de woning aan de [adres 9], zijnde de woning van [betrokkene 3] en het correspondentieadres voor [klussenbedrijf 1], de volgende goederen aangetroffen:

- een kopie van de identiteitskaart van [eigenaar klussenbedrijf];

- een afschrift d.d. 12 mei 2011 uit de basisadministratie persoonsgegevens van gemeente Amsterdam ten name van [eigenaar klussenbedrijf];

- uittreksels van de Kamer van Koophandel d.d. 1 februari 2011 en 28 april 2011 met betrekking tot [klussenbedrijf 1];

- een factuur van [klussenbedrijf 1] ten behoeve van klant [klant 3];

- een salarisspecificatie d.d. 31 december 2010 van [klussenbedrijf 1] ten name van [eigenaar bedrijf 3];

- een uittreksel uit de basisadministratie persoonsgegevens van gemeente Arnhem ten name van [eigenaar bedrijf 3];

- twee uittreksels van de Kamer van Koophandel d.d. 9 februari 2011 met betrekking tot [naam bedrijf 3];

- een brief van ING bank aan [naam bedrijf 3], geadresseerd aan de [adres 7], in verband met de toezending van een betaalpas;

- een uittreksel van de Kamer van Koophandel met betrekking tot Klussenbedrijf [klussenbedrijf 2];

- een kopie van het paspoort van [klussenbedrijf 2];

- een factuur van [klussenbedrijf 2] met daarop handgeschreven het rugnummer van [verdachte].73

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat [betrokkene 3] niets te maken heeft met dit alles en dat hijzelf de identiteitskaarten van [eigenaar klussenbedrijf] en [klussenbedrijf 2], de pinpas van de SNS-bank op naam van [klussenbedrijf 2] en de bankpas behorende bij bankrekeningnummer [x 9] in de woning van [betrokkene 3] heeft neergelegd.74

Tot slot zijn bij een verkeerscontrole op 15 april 2011 in de auto – een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] – van [medeverdachte 1] de volgende goederen aangetroffen:

- een kentekenbewijs 1.b. op naam van [klussenbedrijf 2];

- een huurkoopovereenkomst met bettrekking tot de Volkswagen Golf tussen ‘[bedrijf 1]’ en [klussenbedrijf 2];

- een kopie van een identiteitsbewijs op naam van [klussenbedrijf 2];

- een bankpas op naam van [klussenbedrijf 2];

- een vliegticket op naam van [klussenbedrijf 2];

- een GBA-afschrift op naam van [eigenaar klussenbedrijf].75

Bij raadpleging van Blue View blijkt [medeverdachte 1] gebruik te maken van telefoonnummers[x 10] en [verdachte] van telefoonnummers[x 10]. Tevens maakt [verdachte] gebruik van telefoonnummer [x 10] toebehorende aan de gemeente Tiel. Uit de analyse historische gegevens blijkt dat de in gebruik zijnde telefoonnummers bij [medeverdachte 1] en [verdachte] in de periode van 21 maart 2011 tot en met 2 oktober 2011 348 keer telefonisch contact met elkaar hebben gehad.76 Daarnaast heeft [verdachte] verklaard [medeverdachte 1] te kennen.77

Tussenconclusie

Op grond van het vorenstaande stelt de rechtbank vast dat op naam van [verdachte] facturen van [klussenbedrijf 1], Klussenbedrijf [klussenbedrijf 2] en [naam bedrijf 3] in het GWS-systeem van gemeente Tiel zijn gebracht. Een groot aantal van deze facturen is ook daadwerkelijk door de gemeente Tiel en/of Neerijnen en/of West Maas en Waal en/of Neder-Betuwe uitbetaald op de bankrekeningen behorende bij deze bedrijven. De eigenaren van deze eenmanszaken – zijnde respectievelijk [eigenaar klussenbedrijf], [klussenbedrijf 2] en [eigenaar bedrijf 3] – hebben allen verklaard “hun” bedrijf niet te kennen en geen beschikking te hebben gehad over bijbehorende bankrekeningen. Tevens hebben zij nooit werkzaamheden verricht voor het bedrijf of facturen verstuurd naar gemeente Tiel. Diverse op de facturen genoemde klanten die als getuigen zijn gehoord hebben verklaard de bedrijven niet te kennen en tevens hebben zij verklaard geen scholingen, modules of werkzaamheden gevolgd of verricht te hebben. De rechtbank is op grond hiervan van oordeel dat al deze facturen vals zijn.

Zaaksdossiers B-4 en B-5

[klant 48]

i.o. is onder KvK-nummer [x 10] bij de Kamer van Koophandel ingeschreven, met als startdatum 22 april 2010. Op 15 juni 2011 is geregistreerd dat de onderneming is opgeheven met ingang van 8 juni 2011. Bevoegd functionaris is [functionaris]. Het bezoekadres is [adres 10]. Dit is tevens een oud adres van [functionaris].78

Op naam van ‘[klant 48]’ zijn in de administratie van de gemeente Tiel drie facturen aangetroffen. Op elke factuur staat ‘Herinnering’. Alle facturen zijn betaald.79 Op de facturen staat het KvK-nummer[x 10] vermeld, zijnde het KvK-nummer van [klant 48]. Dat is een ander bedrijf op naam van [functionaris]. De drie facturen zijn allen gericht aan [voorganger van verdachte], gemeente Tiel.80 is op 28 december 2010 als crediteur aangemaakt in het GWS systeem van de gemeente Tiel en op 29 december 2010 zijn de betaalgegevens van de eerste factuur op naam van [verdachte] ingevoerd.81 Als omschrijving op de facturen staat respectievelijk ‘Intake 4e kwartaal 2009’, ‘Module 1 November t/m februari 2010’, ‘Module 1 Begeleiding’ en ‘Module 1+2 Begeleiding’. Met de hand is steeds het klantnummer, met daarachter het rugnummer van [verdachte] geschreven. Op de facturen worden respectievelijk [klant 49], [klant 51] en [klant 52] (de rechtbank begrijpt: [klant 52]) genoemd.82 [klant 52] is als getuige gehoord en heeft verklaard dat zij in 2010 een cursus heeft gevolgd bij het ROC via de gemeente Tiel. Meer cursussen op kosten van de gemeente heeft zij niet gevolgd. Ze kent het bedrijf [klant 48] niet en heeft de opleiding die genoemd staat op de factuur niet gevolgd. Bij de gemeente Tiel heeft zij gesproken met [voorganger van verdachte].83 [voorganger van verdachte] heeft verklaard dat hij van augustus 2009 tot en met februari 2010 als werkcoach voor de gemeente Tiel heeft gewerkt. Hij is opgevolgd door [verdachte]. Het bedrijf [klant 48] zegt hem niets. Omdat de facturen zijn gedateerd 27 december 2010 en hij tot februari 2010 werkzaam was bij de gemeente Tiel, denkt hij dat het geen traject van hem is.84 [functionaris] heeft verklaard dat de opmaak van de aan de gemeente Tiel gestuurde facturen anders is dan zijn facturen. Het middenvak op de facturen van [klant 48] die in de administratie van de gemeente Tiel zijn aangetroffen, is te kort in vergelijking met zijn eigen facturen. [functionaris] heeft nooit mensen begeleid, stages aangeboden of iets met modules gedaan.85

Het totaal van de uitbetaalde facturen op naam van [klant 48] is €12.488,68. Op 30 december 2010 is één betaling verricht vanuit de gemeente Tiel ten laste van de gemeente Neerrijnen. Op 6 januari 2011 zijn twee betalingen verricht ten laste van de gemeente Tiel. Alle drie de betalingen zijn verricht aan rekeningnummer [x 11], zijnde een zakelijke rekening van [klant 48] i.o., op naam van [functionaris].86

[klant 48]

Eenmanszaak [klant 48] is onder KvK-nummer[x 11] bij de Kamer van Koophandel ingeschreven, met als vestigingsdatum 18 juni 2009. Op 17 december 2009 is geregistreerd dat de inschrijving wegens opheffing van activiteiten ambtshalve is doorgehaald. De onderneming werd gedreven voor rekening van [functionaris] en het bezoekadres was[adres 11]. Dit is een oud adres van [functionaris].87

Op naam van ‘[klant 48]’ zijn in de administratie van de gemeente Tiel drie facturen aangetroffen. Alle facturen zijn ook daadwerkelijk betaald.88 De facturen zijn allen gericht aan [voorganger van verdachte], gemeente Tiel.89 De onderneming is op 23 december 2010 als crediteur aangemaakt in het GWS systeem van de gemeente Tiel en op diezelfde dag zijn de betaalgegevens van de eerste factuur op naam van [verdachte] ingevoerd.90 Als omschrijving op de drie facturen staat respectievelijk ‘Intake 4e kwartaal 2009’, ‘Module 1 November t/m februari 2010’, ‘Intake 1e kwartaal 2010’, ‘Trajectbegeleiding Februari t/m juni 2010’, ‘Bemiddeling’, ‘Intake 2e kwartaal 2010’ en ‘Trajectbegeleiding Mei t/m augustus 2010 19,96 129, 97’. Met de hand is steeds het klantnummer , met daarachter het rugnummer van [verdachte] geschreven. Op de facturen worden respectievelijk [klant 53], [klant 54]en [klant 55]. genoemd.91 Uit de lijst, die is gevoegd bij de verklaring van [gemachtigde], blijkt dat [klant 53] nooit een uitkering van de gemeente Tiel heeft ontvangen.92 [klant 53] is als getuige gehoord en heeft verklaard dat hij sinds 2 jaar werkloos is en wel eens bij het UWV te Tiel komt. Hij volgt geen cursus, module of enige andere opleiding. Voorts heeft hij verklaard [klant 48] niet te kennen en nooit een module bij dit bedrijf te hebben gevolgd. Op de factuur staat zijn naam fout genoteerd, er staat een voorletter te veel.93 Ook is [voorganger van verdachte] als getuige gehoord. De facturen waren aan hem gericht. [voorganger van verdachte] heeft verklaard dat hij van augustus 2009 tot en met februari 2010 als werkcoach voor de gemeente Tiel heeft gewerkt. Hij is opgevolgd door [verdachte]. De onderneming [klant 48] kent hij niet.94 [functionaris] heeft verklaard dat de opmaak van de aan de gemeente Tiel gestuurde facturen anders is dan zijn facturen..Het middenvak op de facturen van [klant 48] die in de administratie van de gemeente Tiel zijn aangetroffen, is te kort in vergelijking met zijn eigen facturen. [functionaris] heeft nooit mensen begeleid, stages aangeboden of iets met modules gedaan.95

Het totaal van de uitbetaalde facturen op naam van [klant 48] is €9.214,66. Op 24 december 2010 is één betaling verricht vanuit de gemeente Tiel ten laste van de gemeente West Maas en Waal en zijn twee betalingen verricht ten laste van de gemeente Tiel. Deze betalingen werden gedaan op rekeningnummer 51.50.891., zijnde een zakelijke rekening van [klant 48], op naam van [functionaris].96

Tussenconclusie

Op grond van het vorenstaande stelt de rechtbank vast dat op naam van [verdachte] facturen van [klant 48] i.o. en [klant 48] in het systeem van de gemeente Tiel zijn gebracht. De rechtbank is van oordeel dat dit valse facturen zijn. Zij komt tot dit oordeel, nu de gehoorde klanten wier namen op één of meer facturen zijn gebruikt, hebben verklaard de op de factuur genoemde werkzaamheden nooit te hebben verricht. Tevens hebben zij verklaard het facturerende bedrijf niet te kennen. [klant 53] blijkt nooit een uitkering van de gemeente Tiel te hebben ontvangen. De rechtbank komt voorts tot dit oordeel gelet op de verklaring van [functionaris] die onbekend is met de facturen en met de gefactureerde werkzaamheden. Bovendien was het bedrijf [klant 48] op de factuurdata al in het handelsregister van de Kamer van Koophandel doorgehaald en bestond het dus feitelijk niet meer.

Zaaksdossier B-6

De eenmanszaak [naam bedrijf 1] is op 12 mei 2011 bij de Kamer van Koophandel ingeschreven onder KvK-nummer [x 11], met als startdatum 12 mei 2011. Eigenaar van deze onderneming is [eigenaar bedrijf 1] en het adres is [adres 12]. In de periode 9 juli 2011 tot 19 september 2011 is dit tevens het GBA adres van [eigenaar bedrijf 1].97

Op naam van “[naam bedrijf 1]” zijn in de administratie van de gemeente Tiel veertien facturen aangetroffen. Elf van deze facturen zijn betaald. Op de facturen staat KvK nummer [x 11] vermeld, zijnde het nummer van de eenmanszaak [naam bedrijf 1].98

Het bedrijf [naam bedrijf 1] is op 9 juni 2011 als crediteur aangemaakt in het GWS systeem van de gemeente Tiel en de betaalgegevens van de eerste factuur zijn op 10 juni 2011 ingevoerd op naam van [verdachte].99 Als omschrijving op de facturen staat onder andere “Nagelcursus incl. materiaal”, “Nagelcursus workshop” ,”Pedicure cursus incl. materiaal”, “Nagel styliste incl. materiaal 2009” en “Nagel Styliste Evaluatie workshop”. Met de hand is steeds het klantnummer, met daarachter het “rugnummer” van werkcoach [verdachte] op de facturen geschreven.100

Op alle facturen stond als adres van [naam bedrijf 1] vermeld: [adres 13].101 Dit adres betreft een combinatie bedrijfspand/woning. In het bedrijfspand is een nagelstudio gevestigd onder de naam [naam bedrijf 4]. Eigenaresse is [eigenaar bedrijf 4].102 [eigenaar bedrijf 4] heeft verklaard het bedrijf [naam bedrijf 1] niet te kennen en nooit rekeningen van dit bedrijf te hebben gezien. Haar eigen rekeningen zien er heel anders uit. Zij is nooit door gemeente of UWV benaderd voor het geven van lessen of materiaal.103

Op de facturen worden als klanten onder andere genoemd, [klant 56] en mevr. [klant 57]. Geconfronteerd met deze facturen hebben zij verklaard dat zij geen opleiding of lessen hebben gevolgd op het gebied van nagelverzorging en dat het door de gemeente ook niet is aangeboden.[klant 57] heeft voorts verklaard al zeker vanaf 2009 geen uitkering meer te hebben.104

Het totaalbedrag van de uitbetaalde facturen is € 32.811,51. De betalingen zijn op 17 juni 2011, 24 juni 2011 ( driemaal), 1 juli 2011 (tweemaal), 8 juli 2011, 15 juli 2011 (tweemaal),22 juli 2011 en 29 juli 2011 verricht op rekeningnummer 5987511, zijnde een rekeningnummer toebehorende aan [eigenaar bedrijf 1] h/o/ [naam bedrijf 1]. De bedragen zijn ontvangen van rekeningnummers van de gemeenten Tiel, West Maas en Waal en Neder Betuwe .105

In de periode van 17 juni tot en met 29 juli 2011 werd er van rekeningnummer 5987511 van [eigenaar bedrijf 1] h/o/ [naam bedrijf 1] in totaal een kleine € 30.000,- contant opgenomen. Dat gebeurde met pas 004 en 005. Deze passen zijn beide uitgegeven aan de rekeninghouder [eigenaar bedrijf 1].106

Over deze gang van zaken heeft [eigenaar bedrijf 1] bij de politie het volgende verklaard.

Ik ken een zekere [betrokkene 4]. Ik noem hem ook wel [betrokkene 4]. [betrokkene 4] kent een zekere [betrokkene 5]. Ik ken geen achternamen van [betrokkene 4] en [betrokkene 5]. [betrokkene 5] heeft een bedrijf en hij wilde geld wegsluizen. Hij wilde het geld op mijn rekening storten en ik zou dat dan moeten pinnen. Ik had het idee dat [betrokkene 5] iets van omzetbelasting wilde ontduiken, iets wilde wegsluizen of witwassen. Ik had wel door dat het niet klopte waar hij mee bezig was.107

Ik kwam [betrokkene 4] tegen op een feestje. Hij wist dat ik het krap had. Hij vroeg of ik geld nodig had. Hij vertelde dat een vriend een bedrijf had en het geld ergens anders wilde laten storten. Het enige dat ik hoefde te doen was naar de Kamer van Koophandel gaan en een bedrijf te kiezen dat ik leuk vond. Bijvoorbeeld iets met nagels. En ik moest een bedrijfsrekening openen. Ik heb toen [naam bedrijf 1] opgericht en heb bij de ING een bedrijfsrekening geopend. [betrokkene 4] belde mij en ik heb hem alle papieren afgegeven.

Later belde [betrokkene 4] dat ik moest gaan pinnen omdat er geld was gestort. Dat kwam toen niet goed uit. Ik heb die avond mijn pinpas afgegeven met de code. Ze, [betrokkene 4] en [betrokkene 5], zeiden dat ze zouden gaan pinnen, maar dat ik de rest zelf moest doen.108

Ik heb met het bedrijf [naam bedrijf 1] nooit iets gedaan.

Ik kreeg meerdere keren geld gestort op mijn bedrijfsrekening. Toen ik een keer keek zag ik dat het geld van de gemeente Tiel afkwam.

Ik heb het idee dat ik ongeveer € 15.000,- op mijn rekening heb ontvangen. Ik denk dat het hoogste bedrag dat ik pinde € 5.000,- was. Ik pinde meestal bij de ING bank te Diemen. Ik werkte hieraan mee omdat ik per keer € 100,- kreeg. Voor € 3.000,- pinnen kreeg ik € 100,- en voor € 5.000,- pinnen kreeg ik € 150,-.109

U laat mij een rekening zien van [naam bedrijf 1]. Dit heb ik niet gemaakt of verzonnen. Ik heb nooit rekeningen gemaakt van [naam bedrijf 1]. Ik denk dat [betrokkene 4] of [betrokkene 5] deze gemaakt heeft. Ze hadden mijn gegevens.110 In totaal heb ik van de jongens € 900,- gekregen.111

[eigenaar bedrijf 1] heeft van haar getoonde foto’s [betrokkene 6] herkend als degene die zij steeds als [betrokkene 4] of [betrokkene 4] heeft aangeduid en [betrokkene 7] als degene die zij steeds als [betrokkene 5] heeft aangeduid.112

Op 27 april 2011 (vier keer) en op 5 mei 2011 (één keer) hebben de telefoonnummers, in gebruik bij [betrokkene 6] en [verdachte] met elkaar contact. Op 7 juni 2011 (één keer), op 10 juni 2011 (drie keer) en op 17 juni 2011 (één keer) hebben de telefoonnummers, in gebruik bij [betrokkene 6] en [eigenaar bedrijf 1] met elkaar contact.113

In de periode 4 september 2010 t/m 31 juli 2011 hebben de telefoonnummers, in gebruik bij [verdachte] en [betrokkene 7] regelmatig contact met elkaar. In de periode 8 juni 2010 t/m 10 juli 2011 hebben de telefoonnummers, in gebruik bij [eigenaar bedrijf 1] en [betrokkene 7] regelmatig contact met elkaar.114

[betrokkene 7] heeft verklaard, nadat hem een foto werd getoond, dat dat [voornaam verdachte]betrof, die tot 2009 zijn schoonzus was geweest. Hij had een relatie gehad met [broer verdachte], dus hij nam aan dat [voornaam verdachte]ook [verdachte] heet.115

Tussenconclusie

Op grond van het vorenstaande stelt de rechtbank vast dat op naam van [verdachte] facturen van [naam bedrijf 1] in het systeem van de gemeente Tiel zijn gebracht. Een groot aantal van deze facturen zijn ook daadwerkelijk door de gemeente Tiel en/of West Maas en Waal en/of Neder Betuwe uitbetaald en gestort op de bankrekening behorende bij dit bedrijf.

De eigenaar van deze eenmanszaak, [eigenaar bedrijf 1], heeft verklaard het bedrijf op verzoek van anderen te hebben opgericht en zelf nooit iets met het bedrijf te hebben gedaan. Zij heeft ook nooit facturen op naam van het bedrijf uitgeschreven.

Enkele op de facturen voorkomende klanten die als getuigen zijn gehoord hebben verklaard het bedrijf niet te kennen en nooit een opleiding of lessen te hebben gevolgd op het gebied van nagelverzorging. Een van deze klanten had ook al langere tijd geen uitkering meer.

Concluderend is de rechtbank van oordeel dat al deze facturen vals zijn.

Zaaksdossiers B-7 en B-8

Klussenbedrijf [naam bedrijf 2]

Klussenbedrijf [naam bedrijf 2] is als eenmanszaak ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (nummer [x 12]) op 24 mei 2011. Eigenaar van dit bedrijf is[eigenaar bedrijf 2] en het adres is [adres 14].116

Op naam van Klussenbedrijf [naam bedrijf 2] zijn in de administratie van de gemeente Tiel zes facturen aangetroffen. Vier van deze facturen zijn betaald.117 Het bedrijf is op 15 juli 2011 aangemaakt in het GWS systeem van de gemeente Tiel en op 19 juli 2011 zijn op naam van [verdachte] de betaalgegevens van de eerste factuur ingevoerd in het GWS systeem.118 Op naam van [verdachte] zijn de betaalgegevens voor de vier betaalde facturen ingevoerd..119

De omschrijvingen van de werkzaamheden zijn ‘materiaal leerwerktraject’ en/of ‘leerwerktraject’ en/of ‘ begeleiding’. Met de hand is op de facturen steeds het klantnummer en het rugnummer van [verdachte] geschreven. De op de facturen vermelde klanten zijn [klant 58], [klant 59], [klant 60] en [klant 61].120 Getuige [klant 58] heeft verklaard dat hij nog nooit heeft gehoord van Klussenbedrijf [naam bedrijf 2]. Tevens heeft hij geen enkele cursus of traject gevolgd ten tijde van zijn werkeloosheid.121 Uit onderzoek is gebleken dat [klant 59] tot 8 februari 2011, [klant 60] tot 16 april 2010 en [klant 61] tot 15 oktober 2010 in de gemeente Tiel woonachtig waren. Het is daarom bepaald onaannemelijk dat [klant 59], [klant 60] en [klant 61] de vermelde cursussen op de facturen daadwerkelijk hebben gevolgd.122

Het totale bedrag van de 4 betaalde facturen is € 10.865,89. In de periode van 22 juli 2011 t/m 28 juli 2011 is dit bedrag overgemaakt naar rekeningnummer [x 13], op naam van [eigenaar bedrijf 2].123 Bij deze rekening is slechts één betaalpas uitgegeven op naam van [eigenaar bedrijf 2] en telkens vrijwel direct na overmaking van de bedragen door de gemeente Tiel, werd met deze pas van dit rekeningnummer contant geld opgenomen, in totaal een bedrag van € 9.870,- contant opgenomen.124

Bij raadpleging van Blue View blijkt [eigenaar bedrijf 2] gebruik te maken van de telefoonnummers [x 9] en [x 12] en [verdachte] van telefoonnummers [x 12]. Uit de analyse van historische telefoongegevens blijkt dat de telefoonnummers[x 12] elf keer contact hebben gehad, waarvan op 29 en 30 juli 2011, te weten kort nadat de bedragen door de gemeente Tiel naar [eigenaar bedrijf 2] zijn overgemaakt, gedurende 568 en 248 seconden.125

[eigenaar bedrijf 2] heeft verklaard dat hij inderdaad eigenaar is van Klussenbedrijf [naam bedrijf 2]. Hij heeft voor zijn werk nooit te maken gehad met de gemeente Tiel. Op enig moment is hij benaderd door [betrokkene 8]. Deze persoon had een eigen barbershop en vroeg hem of hij zijn bedrijfsgegevens en bankrekeningnummer mocht gebruiken. [betrokkene 8] leidde mensen op in zijn kapsalon en ontving, zo zei hij, hiervoor geld van de gemeente. Deze [betrokkene 8] had echter problemen met zijn eigen bank en bankpas en vroeg [eigenaar bedrijf 2] daarom of de gemeente het geld op zijn rekening mocht storten en of [eigenaar bedrijf 2] het geld dan wilde pinnen en vervolgens aan hem wilde geven.126 Tevens heeft [eigenaar bedrijf 2] verklaard dat hij de aan hem getoonde factuur van Klussenbedrijf [naam bedrijf 2] niet herkent. De factuur wijkt op diverse punten af van de facturen die hij zelf opstelt. Hij heeft geen facturen bij de gemeente Tiel ingediend en hij heeft geen leerwerktrajecten verzorgd of mensen opgeleid.127

[naam bedrijf betrokkene 8]

is als eenmanszaak ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (nummer [x 12]) op 13 april 2010. Eigenaar van dit bedrijf was [betrokkene 8]. Het bezoekadres was [adres 15].128Als adres van [betrokkene 8] staat bij de Kamer van Koophandel [adres 16] vermeld. Op dit adres stond ingeschreven [vriendin betrokkene 8], de vriendin van [betrokkene 8].129 [betrokkene 8] had volgens de Gemeentelijke Basisadministratie vanaf 15 februari 2011 geen vaste woon- of verblijfplaats. [betrokkene 8] heeft zich op 21 augustus 2011 van het leven beroofd.130

Op naam van [naam bedrijf betrokkene 8] zijn in de administratie van de gemeente Tiel negen facturen aangetroffen. Zeven van deze facturen zijn betaald. Op de facturen staat het adres [adres 16] vermeld. Het bedrijf is op 1 maart 2011 aangemaakt als crediteur in het GWS systeem van de gemeente Tiel en op 8 maart 2011 zijn op naam van [verdachte] de betaalgegevens van de eerste factuur ingevoerd in het GWS systeem. Op naam van [verdachte] zijn de betaalgegevens voor alle zeven betaalde facturen ingevoerd.131

De omschrijvingen van de werkzaamheden zijn ‘cursus hair cut 200x 15,00 euro per uur’ en/of ‘kappersbenodigdheden’ en/of ‘cursus hair cut’ en/of ‘artikelen’. Met de hand is op de facturen steeds het klantnummer en het rugnummer van [verdachte] geschreven. De op de facturen vermelde klanten zijn [klant 62], [klant 63], [klant 64], [klant 65] en[klant 66].132 Op drie van de negen facturen staat de naam van [klant 62] vermeld. Het enige verschil tussen deze drie facturen is de datum van het inscannen. Uit onderzoek is gebleken dat [klant 62] in de periode 11 september 2008 t/m 1 december 2009 woonachtig is geweest in de gemeente West Maas en Waal en in de periode van 21 december 2009 tot 28 mei 2010 in de gemeente Tiel. Het is daarom niet aannemelijk dat [klant 62] de vermelde cursussen op de facturen daadwerkelijk heeft gevolgd.133 Getuige [klant 63] heeft verklaard dat hij [naam bedrijf betrokkene 8] niet kent en dat hij nooit kappersles of iets in die richting heeft gevolgd.134 Dit wordt bevestigd door de vriendin van [betrokkene 8]. Zij heeft verklaard dat [betrokkene 8] nooit cursussen heeft gegeven en dat zij nooit stagiaires heeft gezien in de kapperszaak.135

Het totale bedrag van de zeven betaalde facturen is € 33.960,88. In de periode van 11 maart 2011 tot en met 22 juli 2011 is dit bedrag door de gemeente Tiel overgemaakt naar rekeningnummer [x 9] op naam van [betrokkene 8].136 Gedurende deze periode is van deze rekening van [betrokkene 8] in totaal een bedrag van € 8.660,- contant opgenomen.137 Tevens is in deze periode een bedrag van

€ 4.880,- betaald aan [klant 67] (een casino)138, en is in totaal € 8.267,37 overgeschreven naar rekeningnummer 1352.67.560 op naam van [klant 68]139. Tijdens de doorzoeking in de woning van [verdachte] zijn – naast een uittreksel van de Kamer van Koophandel van [naam bedrijf betrokkene 8] – twee kopieën aangetroffen van bankpassen behorende bij rekeningnummer [x 9].140

Van rekeningnummer 1352.67.560 op naam van [klant 68] is in de periode van 11 maart 2011 tot en met 22 juli 2011 in totaal € 7.910,- contant opgenomen.141 Daarbij valt op dat de opnames van grote geldbedragen (respectievelijk € 1.250,-, € 640,- en € 1.050,-) telkens plaatsvonden op de dag dat een soortgelijk groot bedrag van rekening [x 9] (op naam van [betrokkene 8]) binnen was gekomen. Tevens zijn op deze rekening gelden ontvangen en zijn vanaf deze rekening betalingen verricht ten behoeve van [broer verdachte].142 [broer verdachte] was de toenmalige vriend van [klant 68] en is de broer van [verdachte]. Zowel [broer verdachte] als [klant 68] hebben verklaard dat [broer verdachte] de rekening beheerde en gebruikte alsof het zijn eigen rekening was. Bij deze rekening was slechts één bankpas uitgegeven en [klant 68] heeft nooit gezien dat bedragen werden bijgeschreven afkomstig van [betrokkene 8].143

Bij raadpleging van Blue View blijkt dat [betrokkene 8] gebruik maakte van de telefoonnummers [x 9] en [verdachte] van telefoonnummers [x 9]. Uit de analyse van historische telefoongegevens blijkt dat het telefoonnummer [x 9] op 4 en 7 maart 2011 en het telefoonnummer [x 9] op 16 juni 2011 en op 12 juli 2011 contact heeft gehad met telefoons in gebruik bij [verdachte].144

Tussenconclusie

Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat op naam van [verdachte] facturen van Klussenbedrijf [naam bedrijf 2] en [naam bedrijf betrokkene 8] in het systeem van de gemeente Tiel zijn gebracht. Een groot aantal van deze facturen is ook daadwerkelijk door de gemeente Tiel uitbetaald en gestort op de bankrekening behorende bij deze bedrijven. De eigenaar van Klussenbedrijf [naam bedrijf 2], [eigenaar bedrijf 2], heeft verklaard dat hij zelf niets te maken heeft gehad met gemeente Tiel. Hij zou zijn bankrekening en bankpas ter beschikking hebben gesteld aan [betrokkene 8]. Hij heeft ook nooit zelf facturen uitschreven voor de gemeente Tiel, en nooit leerwerktrajecten verzorgd of personen opgeleid. De eigenaar van [naam bedrijf betrokkene 8], [betrokkene 8], is overleden. De vriendin van [betrokkene 8] heeft verklaard dat [betrokkene 8] nooit cursussen heeft verzorgd. Zij heeft ook nooit gezien dat hij stagiaires in dienst heeft gehad.

De op de facturen voorkomende klanten die als getuigen zijn gehoord, hebben verklaard het bedrijf niet te kennen en nooit een opleiding of lessen te hebben gevolgd. Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat een aantal van de op de facturen voorkomende klanten reeds enige tijd voorafgaand aan de facturering niet meer ingeschreven stond bij de gemeente Tiel waardoor het onwaarschijnlijk is dat zij op dat moment in aanmerking kwamen voor een re-integratietraject.

De rechtbank is daarom van oordeel dat al deze facturen vals zijn.

Zaaksdossiers B-10 en B-11

[klant 69]

is als rechtspersoon ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (nummer [x 9]) op 8 april 2011. Bevoegd functionaris is [medeverdachte 2].145

Op naam van [klant 69]zijn in de administratie van de gemeente Tiel 35 facturen aangetroffen en 31 van deze facturen zijn ook daadwerkelijk betaald.146 Deze 31 facturen zijn in 30 keer betaald, nu 2 facturen door de gemeente Tiel gezamenlijk zijn betaald.147 Het bedrijf is op 26 mei 2011 als crediteur aangemaakt in het GWS systeem van de gemeente Tiel en op die datum zijn op naam van [verdachte] de betaalgegevens ingevoerd van de eerste factuur in het GWS systeem. De betaalgegevens voor alle 31 betaalde facturen zijn op naam van [verdachte] ingevoerd.148

De omschrijvingen van de gefactureerde werkzaamheden zijn ‘omscholingstraject’, ‘ intake’ en ‘module 1, 2, 3 en/of 4’. Met de hand is op facturen steeds het klantnummer en het rugnummer van [verdachte] geschreven. De factuurnummers zijn vrijwel doorlopend; beginnend met nummer 2011-006 en doorlopend tot en met nummer 2011-044.149 Van de op de facturen genoemde klanten zijn [klant 28], [klant 70] en [klant 71] als getuige gehoord. Deze getuigen hebben verklaard dat zij het bedrijf [klant 69]niet kennen en/of nooit een cursus of module bij dit bedrijf hebben gevolgd.150 Uit de lijst gevoegd bij de verklaring van getuige [gemachtigde] (senior beleidsmedewerker juridische zaken bij gemeente Tiel) volgt dat van geen van de op de facturen genoemde klanten nog een uitkering genoot op het moment van het uitbetalen van de facturen. Voorts hadden drie van de genoemde klanten nooit een uitkering gehad.151

Het totale bedrag van de 31 betaalde facturen (of de 30 betalingen) is € 135.477,93. Deze facturen zijn betaald op rekeningnummer 560059019 door de gemeente Tiel ter attentie van [klant 69]in de periode van 30 mei 2011 t/m 28 juli 2011.152

Op deze rekening [x 7] hebben eveneens de volgende mutaties plaatsgevonden. In de periode van 30 mei 2011 tot en met 16 september 2011 is in totaal een bedrag van € 70.141,96 contant opgenomen met een pas die door de bank is uitgegeven aan [medeverdachte 2]. Van deze rekening is in de periode van 8 juli 2011 t/m 20 juli 2011 ook een bedrag van € 4.580,80 gepind bij een geldautomaat in Turkije in de plaats Kulu.153 Tevens is een bedrag van € 68.604,95 overgemaakt naar de rekening 41.80.36.152. Deze rekening staat op naam van [medeverdachte 2] en is zijn privé rekening.154

[bedrijf medeverdachte 2]

is als rechtspersoon ingeschreven bij de Kamer van Koophandel [x 7]) op 1 april 2007. Tot 28 juni 2011 was [medeverdachte 2] enig aandeelhouder en algemeen directeur.155

Op naam van [bedrijf medeverdachte 2]zijn in de administratie van de gemeente Tiel 47 facturen aangetroffen en in totaal zijn door de gemeente 48 facturen betaald 156 (één factuur is wel betaald, maar niet in de administratie teruggevonden157). Het bedrijf is op 17 februari 2011 als crediteur aangemaakt in het GWS systeem van de gemeente Tiel en op 22 februari 2011 zijn op naam van [verdachte] de betaalgegevens van de eerste factuur ingevoerd in het GWS systeem. De betaalgegevens voor alle 48 betaalde facturen zijn op naam van [verdachte] ingevoerd.158

De omschrijvingen van de gefactureerde werkzaamheden zijn ‘omscholingstraject’, ‘ bemiddeling’, ‘module 1, 2, 3 en/of 4’ en/of ‘ uitstroompremie’ . Met de hand is op facturen steeds het klantnummer en het rugnummer van [verdachte] geschreven. De factuurnummers zijn vrijwel doorlopend, beginnend met nummer 2011-011 en doorlopend tot en met nummer 2011-063.159 Van de op de facturen genoemde klanten zijn [getuige 7], [klant 72] en [klant 73] gehoord en zij hebben verklaard dat zij het bedrijf [bedrijf medeverdachte 2]niet kennen en dat zij geen werkbemiddeling of omscholing hebben gehad, dan wel een cursus/module hebben gevolgd bij dit bedrijf.160 Uit de lijst gevoegd bij de verklaring van getuige [gemachtigde] volgt dat van de 34 klanten, slechts 9 een uitkering kregen op het moment van het uitbetalen van de facturen.161 Voort is uit onderzoek gebleken dat klant [klant 77] in de periode 1 oktober 2001 tot 30 juni 2010 woonachtig is geweest in gemeente Tiel en het daarom niet aannemelijk is dat zij na juni 2010 nog een uitkering genoot van de gemeente Tiel.162

Het totale bedrag van de 48 betaalde facturen is € 174.834,45. Deze facturen zijn betaald op rekeningnummer [x 5] ter attentie van [bedrijf medeverdachte 2]in de periode van 25 februari 2011 t/m 28 juli 2011. Ten laste van de gemeente Tiel is van dit bedrag € 151.810,33 betaald, ten laste van de gemeente Neerijnen een bedrag van € 4.641,- en ten laste van de gemeente West Maas en Waal een bedrag van € 18.383,12.163

Op deze rekening hebben eveneens de volgende mutaties plaatsgevonden. In de periode van 14 februari 2011 tot en met 1 augustus 2011 is in totaal een bedrag van € 112.878,23 contant opgenomen met een pas die door de bank is uitgegeven aan [medeverdachte 2].164 Van dit bedrag is in de periode van 7 juli 2011 t/m 1 augustus 2011 een bedrag van € 3.048,23 gepind bij een geldautomaat in Turkije in de plaats Kulu.165 Tevens is een bedrag van € 63.100,- overgemaakt naar de rekening 4413593 op naam van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 2].

Voorts is naar rekeningnummer [x 9] ([klant 74]) een bedrag van € 7.040,-, naar rekening [x 9] ([klant 76]) een bedrag van € 3.900,- en naar rekening [x 9] ([klant 75]) een bedrag van € 2.500,- overgemaakt.166

Verband tussen de betrokken ondernemingen

Zoals hierboven omschreven was[medeverdachte 2]eigenaar van beide bedrijven. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij het bedrijf [bedrijf medeverdachte 2]heeft verkocht op 28 juni 2011167 aan [broer van vrouw medeverdachte 2], de broer van zijn vrouw. De bijbehorende bankrekeningen stonden ook na de verkoop nog op zijn naam en hij was voor deze rekeningen aansprakelijk.168 In februari of maart 2010 heeft hij [klant 69]opgericht.169 De werkzaamheden van deze twee bedrijven waren hetzelfde.170

Begin 2011 kwam hij in contact met [verdachte]. Zij nam, zo verklaart [medeverdachte 2], telefonisch contact met hem op, vertelde hem dat ze deed aan re-integratiecoaching bij de gemeente Tiel en liet hem weten dat zij opdrachten voor hem had. Naar aanleiding hiervan hebben [verdachte] en [medeverdachte 2] elkaar ontmoet in Hoofddorp. [medeverdachte 2] moest de uittreksels van de Kamer van Koophandel opsturen en aan de hand van deze gegevens zou [verdachte] het bedrijf aanmaken als crediteur in het GWS systeem van gemeente Tiel.171 Bij de tweede afspraak werd afgesproken dat [verdachte] hem de namen door zou geven van de personen die bij hem zouden komen werken om begeleid te worden. [medeverdachte 2] kreeg van [verdachte] per e-mail relevante informatie en aan de hand van deze informatie maakt hij de facturen op172 en verstuurde deze naar de gemeente.173 Hij maakte de facturen op vanuit de [adres 17] op een laptop.174 In het begin verzond hij deze facturen per post en later verstuurde hij deze facturen per e-mail.175

Hij wist niet wat er bedoeld werd met ‘modules’176 en hij had de prestaties genoemd op de facturen nog nooit geleverd, aldus [medeverdachte 2].177

[verdachte] belde hem op het moment dat het geld werd overgemaakt. Nadat het bedrag daadwerkelijk op de betreffende bedrijfsrekening was gestort, pinde hij (een deel van) het geld en gaf dit aan [verdachte]. Ze spraken meestal af in Hoofddorp of in Den Haag.178 [verdachte] kreeg vaak wel 70% van de betaling, in totaal ongeveer € 185.000,-.179

Hij heeft één keer een bedrag van € 20.000,- overgemaakt naar Suriname voor [verdachte]. Dit was voor een investering die zij daar had gedaan.180 Zijn deel heeft hij besteed aan zakelijke doeleinden (zoals salaris van werkwerkers), renovatie van een huis, een vakantie in Turkije en voor privédoeleinden.181

Bij verschillende doorzoekingen zijn de volgende zaken aangetroffen. In de bureaulade van de gemeente Tiel en in gebruik bij [verdachte] is een brief d.d. 11 februari 2011 afkomstig van [medeverdachte 2] aangetroffen met daarbij gevoegd een visitekaartje. Ook is een uittreksel van de Kamer van Koophandel van [bedrijf medeverdachte 2]d.d. 31 januari 2011 aangetroffen op het bureau van [verdachte].182

In de woning van [medeverdachte 2] zijn 22 facturen van [klant 69]en 3 facturen van [bedrijf medeverdachte 2]– allen gericht aan de gemeente Tiel – aangetroffen en in beslaggenomen. Van de aangetroffen facturen afkomstig van [klant 69]kwamen 18 facturen ook voor in de administratie van de gemeente Tiel. De andere 4 facturen hadden allen als factuurdatum 1 augustus 2011. Deze facturen kwamen overeen met de bij de gemeente Tiel (in de spullen van [verdachte]) aangetroffen facturen en met de facturen die bij de gemeente waren binnengekomen met datum 15 augustus 2011.183 De facturen afkomstig van [bedrijf medeverdachte 2]hadden eveneens als factuurdatum 1 augustus 2011 en zijn niet aangetroffen in de administratie van de gemeente Tiel.184 In een computer die door [medeverdachte 2] werd gebruikt, zijn eveneens 4 facturen aangetroffen, waarvan 3 facturen afkomstig van [bedrijf medeverdachte 2]en één factuur afkomstig van [klant 69]Die laatste had als factuurdatum 15 augustus 2011.185

Bij raadpleging van Blue View blijkt dat [medeverdachte 2] gebruik maakte van de telefoonnummer [x 10]186 en [verdachte] van telefoonnummers [x 9]187. Uit onderzoek historische verkeersgegevens blijkt dat tussen dit telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 2] en de telefoonnummers in gebruik bij [verdachte] vele (honderden) keren contact is geweest in de periode van 1 augustus 2010 tot 12 september 2011. Deze contacten vonden eveneens plaats in de avonden en in de weekenden.188

Met betrekking tot de bovenomschreven geldstromen heeft [broer medeverdachte 2], broer van [medeverdachte 2], het volgende verklaard. In de maanden juli en augustus 2011 was zijn broer [medeverdachte 2] op vakantie. Hij heeft hem opgebeld met het verzoek geld, dat [medeverdachte 2] had overgemaakt naar hun gezamenlijke bankrekening met nummer[x 9], te pinnen en aan ‘een persoon’ af te leveren. [broer medeverdachte 2] kon deze bedragen niet in dergelijke hoeveelheden pinnen, omdat het pasje op naam van [medeverdachte 2] stond. Daarom heeft [broer medeverdachte 2] de bedragen via het internet overgeschreven naar zijn persoonlijke rekening189, met rekeningnummer [x 9]190. Dit heeft [broer medeverdachte 2] in drie keer gedaan, iedere keer een bedrag van rond de € 10.000,-. Deze bedragen nam hij vanaf deze rekening op in coupures van € 50,- en € 100,-.191 [broer medeverdachte 2] kreeg het nummer van de contactpersoon aan wie hij het geld moest afgeven van [medeverdachte 2] en werd door haar gebeld voor het maken van een afspraak. De eerste en tweede keer heeft hij met [verdachte] afgesproken bij de McDonalds in de buurt van Schiphol en de derde keer hebben ze elkaar ontmoet op de Neherkade te Den Haag.192

Behalve de bedragen van drie keer € 10.000,-, zijn hem geen storingen op de gezamenlijke rekening opgevallen.193 [medeverdachte 2] heeft bevestigd dat bedragen van de gezamenlijke rekening zijn overgemaakt naar de privérekening van [broer medeverdachte 2] en dat deze bedragen vrijwel zeker naar [verdachte] zijn gegaan.194

Uit het onderzoek naar deze twee rekeningnummers valt inderdaad af te leiden dat respectievelijk op 8 juli 2011 € 9.830,-, op 15 juli 2011 € 10.000,- en op 25 juli 2011

€ 10.000,- is overgemaakt van rekening 4413593 naar de persoonlijke rekening van [broer medeverdachte 2] met rekeningnummer[x 9]. Op diezelfde data zijn respectievelijk de bedragen € 9.840,-, € 9.990,- en € 10.000,- contant opgenomen.195 In deze periode beschikte [broer medeverdachte 2] over een prepaid telefoon met nummer [x 9].196 Onderzoek naar de historische verkeersgegevens laat zien dat de bij [broer medeverdachte 2] en [verdachte] in gebruik zijnde mobiele telefoons op de dagen 8, 15, 22 en 23 juli 2011 contact hebben gehad.197

Op 8 juli 2010, een van drie dagen dat een geldbedrag is overhandigd, heeft een telefoonnummer in gebruik bij [verdachte] meerdere malen contact gehad via een steunzender te Hoofddorp. Tevens volgt uit steunzendergegevens van de telefoon in gebruik bij [verdachte] dat haar telefoon zich heeft verplaatst van Amsterdam naar Den Haag198, de plaats waar [broer medeverdachte 2] en [verdachte], volgens [broer medeverdachte 2], hadden afgesproken.

Bij doorzoeking van de woning van [verdachte] is een kluis inbeslaggenomen. In deze kluis zaten twee enveloppen waarvan één envelop met opschrift ING met daarin een geldbedrag van € 9.000,- in coupures van € 100,- en € 50,-. Op de envelop is een spoor, een vingerafdruk, aangetroffen en dit spoor is geïdentificeerd als overeenkomend met een afdruk voorkomend op het vingerafdrukkenblad van [broer medeverdachte 2].199

Tussenconclusie

Op grond van het vorenstaande stelt de rechtbank vast dat op naam van [verdachte] facturen van [bedrijf medeverdachte 2]en [klant 69]in het GWS-systeem van gemeente Tiel zijn gebracht. Een groot aantal van deze facturen is ook daadwerkelijk ten laste van de gemeenten Tiel en/of Neerijnen en/of West Maas en Waal uitbetaald op de bankrekeningen behorende bij deze bedrijven. [medeverdachte 2], de eigenaar van deze twee bedrijven, heeft verklaard dat hij op verzoek van [verdachte] de facturen opmaakte en de gegevens in de facturen opnam die zij hem toestuurde. Wanneer de geldbedragen werden gestort op zijn rekening, kreeg hij een signaal van [verdachte] en sprak hij af met [verdachte] om haar een (groot) deel van dit geldbedrag contant te overhandigen. Het overige geld heeft hij onder andere besteed aan zakelijke uitgaven voor zijn bedrijven, privé vakanties en verbouwing van een woning. Hij heeft de vermelde werkzaamheden (‘modules’) op de facturen nooit verricht. De klanten die als getuigen zijn gehoord hebben eveneens verklaard de bedrijven niet te kennen en tevens hebben zij verklaard geen omscholingstrajecten, intakegesprekken of modules gevolgd te hebben. De rechtbank is op grond hiervan van oordeel dat al deze facturen vals zijn.

Zaaksdossier B-15

De besloten vennootschap [bedrijfsnaam 2] is op 9 januari 2004 bij de Kamer van Koophandel ingeschreven onder KvK-nummer[x 3], met als startdatum 12 maart 2003. Enig aandeelhouder is [eigenaar bedrijfsnaam 2]. Het bezoekadres is [adres 18]. Dit is tevens het adres van [eigenaar bedrijfsnaam 2].200

Op naam van [bedrijfsnaam 2] B.V. zijn in de administratie van de gemeente Tiel drie facturen aangetroffen. Deze drie facturen waren al ingevoerd in het GWS systeem van de gemeente Tiel (ingescand).201 Geen van de facturen is uitbetaald. Op de drie facturen is het bedrijfslogo wazig afgedrukt. Voorst zijn de bedrijfsgegevens niet bij alle facturen hetzelfde vermeld in de voetnoten en zijn er gedeelten van woorden in de voetnoten weggevallen.202 Twee van de drie facturen hebben hetzelfde factuurnummer, te weten [x 9]. Op alle facturen staan als werkzaamheden genoemd: ‘Werkzaamheden op locatie’. Twee facturen zijn gericht aan de casemanager van cliënt [casemanager 1] en één factuur is gericht aan de casemanager van cliënt [klant 78]. Op alle facturen staat het rugnummer van [verdachte] vermeld.203 [casemanager 1] heeft verklaard dat de twee rekeningen hem niets zeggen. Het bedrijf [bedrijfsnaam 2] zegt hem niets en hij heeft ook nooit wat met het bedrijf te maken gehad. Hij merkt op dat de facturen van juli 2011 zijn en dat hij voor het laatst een uitkering van de gemeente Tiel heeft genoten in 2008.204 [klant 78] heeft verklaard dat zij niets met [bedrijfsnaam 2] te maken heeft gehad. Zij heeft sinds vier jaar werk en de gemeente Tiel heeft haar voor die tijd geen stage of cursus aangeboden.205 [eigenaar bedrijfsnaam 2] heeft verklaard [bedrijfsnaam 2] in 2003 te zijn gestart. Op de drie facturen staan het juiste KvK nummer en rekeningnummer. Het logo staat echter niet zoals gebruikelijk in het midden, maar meer naar rechts. Ook is het logo van een kleiner formaat dan [bedrijfsnaam 2] gebruikt voor zijn facturen. Op de facturen is een onjuist e-mailadres genoemd en het genoemde telefoonnummer en het adres zeggen hem niets.206 [bedrijfsnaam 2] kent [eigenaar bedrijf 2]. Het is zijn neef. [eigenaar bedrijf 2] heeft [bedrijfsnaam 2] een keer benaderd voor een kamer voor een kapper,[betrokkene 8].207

Tussenconclusie.

Er zijn facturen van [bedrijfsnaam 2] B.V. in het systeem van de gemeente Tiel aangetroffen. De rechtbank is van oordeel dat dit valse facturen zijn. Zij komt tot dit oordeel nu de lay-out van de onderscheiden facturen niet gelijk is en nu [eigenaar bedrijfsnaam 2] heeft verklaard dat de facturen niet overeenkomen met zijn facturen. Tevens staan er op de facturen gegevens die hem niet bekend zijn. De rechtbank neemt voorts in aanmerking dat de op de facturen genoemde cliënten hebben verklaard het bedrijf [bedrijfsnaam 2] B.V. niet te kennen en nooit wat met het bedrijf te maken hebben gehad. Beide cliënten hadden al werk (en geen uitkering meer) ten tijde van de gefactureerde werkzaamheden.

Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van de tenlastegelegde feiten 1 en 2

Hierboven zijn de diverse zaaksdossiers afzonderlijk beschreven. Hieruit volgt dat de verschillende werkzaamheden vermeld op de facturen van de bedrijven [onderneming 1], Bouw- en Klusbedrijf [klussenbedrijf 1], Klussenbedrijf [klussenbedrijf 2], [klant 48], [klant 48], Nagelstudio [naam bedrijf 1], Klussenbedrijf [naam bedrijf 2], [naam bedrijf betrokkene 8], [naam bedrijf 3], [klant 69]i.o., [bedrijf medeverdachte 2]en [bedrijfsnaam 2] nooit zijn aangeboden aan de desbetreffende klanten. De klanten – vermeld op de opgemaakte, ingediende en gefiatteerde facturen bij de gemeente Tiel – waren in veel gevallen op het moment van indienen van de facturen inmiddels uitgeschreven (uit het re-integratiesysteem) bij de gemeente Tiel, sommigen hadden zelfs nooit een uitkering gehad of al reeds lange tijd geen uitkering meer bij de gemeente Tiel, de gemeente Neerijnen, de gemeente West Maas en Waal of de gemeente Neder-Betuwe. De als getuige gehoorde klanten kenden de bedrijven en de op naam van de bedrijven gefactureerde werkzaamheden niet. Tevens was een deel van bovengenoemde bedrijven op het moment van facturering uitgeschreven uit het handelsregister.

Nu het zoveel bedrijven betreft, zoveel klanten hebben verklaard niets af te weten van de desbetreffende bedrijven en facturen en uit onderzoek is gebleken dat een groot deel van de klanten geen uitkering (meer) genoot bij de betreffende gemeentes, is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dat de op de facturen vermelde werkzaamheden niet alleen niet waren verricht, maar ook niet meer verricht zouden worden. Het dossier geeft geen enkele aanleiding te vermoeden dat het ooit de bedoeling is geweest dat de gefactureerde werkzaamheden door één of meer van de genoemde bedrijven daadwerkelijk zou worden verricht.

De bij de gemeente Tiel ingediende facturen zijn vals opgemaakt. Dit is in sommige gevallen aantoonbaar (mede) gebeurd aan de hand van de informatie afkomstig van [verdachte]. In alle gevallen zijn de facturen in het GWS systeem gebracht en gefiatteerd met het rugnummer/op naam van [verdachte]. Op basis van deze valse facturen zijn de gemeenten Tiel en/of Neerijnen en/of West Maas en Waal en/of Neder-Betuwe overgegaan tot (onverschuldigde) betaling van in totaal een geldbedrag van € 676.815,-. Gelet op de bij de onderscheiden zaaksdossiers besproken verklaringen van medeverdachten, de bij [verdachte] thuis en op het werk aangetroffen bescheiden en de vastgestelde telefonische contacten tussen bij [verdachte] in gebruik zijnde telefoonnummers en telefoonnummers in gebruik bij diverse medeverdachten en gelet op de in de inleiding besproken verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2], in onderling verband en samenhang bezien, stelt de rechtbank vast dat het [verdachte] zelf is geweest die met gebruikmaking van haar eigen rugnummer bedoelde facturen in het GWS-systeem heeft gebracht en vervolgens de uitbetaling heeft bewerkstelligd, in de wetenschap dat de facturen vals waren.

De suggestie van de verdediging dat niet kan worden uitgesloten dat een derde gebruik heeft gemaakt van het rugnummer van verdachte verwerpt de rechtbank. In het dossier zijn geen aanwijzingen te vinden voor de juistheid van de suggestie. Gelet op de verschillende handelingen die moeten worden verricht teneinde een bedrijf aan te melden en een betaling te bewerkstelligen, op de grote hoeveelheid betalingen en de periode waarover de betalingen zich uitstrekken is het moeilijk voorstelbaar dat een geheel onzichtbaar gebleven derde al deze handelingen buiten ieders zicht en buiten medeweten van verdachte om heeft verricht. Gelet ook op de reeds besproken bewijsmiddelen die wijzen op een directe en concrete betrokkenheid van verdachte bij de tenlastegelegde feiten, acht de rechtbank de stelling van de verdediging dan ook niet aannemelijk geworden.

De rechtbank is gelet op het vorenstaande van oordeel dat [verdachte] samen met haar medeverdachten opzettelijk gebruik heeft gemaakt van de facturen als ware deze echt en onvervalst, waardoor de gemeenten zijn overgegaan tot uitbetaling van de gefactureerde bedragen.

De rechtbank is op grond van de beschreven bewijsmiddelen ook van oordeel dat [verdachte] samen met haar medeverdachten de gemeenten Tiel, Neerijnen, West Maast en Waal en Neder-Betuwe opzettelijk heeft bewogen tot deze afgifte door het aannemen van een valse hoedanigheid (het indienen van facturen op naam van niet (meer) bestaande bedrijven), listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels (het indienen van facturen op naam van klanten, die reeds waren uitgeschreven en vermelding van werkzaamheden die niet waren verricht en ook niet zouden worden verricht).

De rechtbank is concluderend van oordeel dat de tenlastegelegde feiten 1 en 2 wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.

Ten aanzien van het tenlastegelegde feit 3

De rechtbank heeft bij het onder 1 en 2 ten laste gelegde overwogen dat [verdachte] tezamen en in vereniging met anderen gebruik heeft gemaakt van valse facturen en de gemeenten Tiel, Neerijnen, West Maas en Waal en Neder-Betuwe heeft bewogen tot afgifte van grote geldbedragen op basis van die valse facturen. Aan verdachte is onder feit 3, vrij vertaald, ten laste gelegd dat zij de gelden die zijn verkregen door de gepleegde oplichting, samen met anderen heeft witgewassen door deze gelden te verwerven, voorhanden te hebben, over te dragen, om te zetten dan wel te gebruiken.

Bij de bespreking van de onderscheiden zaaksdossiers is beschreven wat er gebeurde met de geldbedragen die door de gemeenten ter uitbetaling van de valse facturen waren overgeschreven naar de diverse bedrijven. Op de rekeningen van de bedrijven [onderneming 1], Bouw- en Klusbedrijf [klussenbedrijf 1], Klussenbedrijf [klussenbedrijf 2], Nagelstudio [naam bedrijf 1], Klussenbedrijf [naam bedrijf 2], [naam bedrijf betrokkene 8], [naam bedrijf 3], [klant 69]en [bedrijf medeverdachte 2]zijn bedoelde bedragen veelal direct (soms zelfs nog op dezelfde dag) nadat het geld van de gemeenten was binnengekomen overgeschreven naar een andere rekening of contant opgenomen. Het overschrijven van deze geldbedragen dient te worden gekwalificeerd als de witwashandeling ‘overdragen’. Door van giraal geld chartaal geld maken door het girale bedrag contant op te nemen is sprake van de witwashandeling ‘omzetten’.

De rechtbank acht voldoende vaststaan dat [verdachte] wist dat deze geldbedragen afkomstig waren uit misdrijf, gelet op hetgeen is overwogen met betrekking tot de tenlastegelegde feiten 1 en 2. Voorts acht de rechtbank voldoende vaststaan dat [verdachte] weet had van de overschrijvingen en contante opnamen. Bovendien gaat de rechtbank er vanuit dat een deel van deze geldbedragen ook bij haar terecht is gekomen. De rechtbank gaat bij het vorenstaande uit van de bij de bespreking van de zaaksdossiers aan de orde gestelde verklaringen van medeverdachten I. en [broer medeverdachte 2] en processen-verbaal met betrekking tot de vastgestelde telefonische contacten tussen de bij [verdachte] in gebruik zijnde telefoonnummers en de bij medeverdachten in gebruik zijnde telefoonnummers, een en ander in onderling verband en samenhang bezien. Nu gebruik is gemaakt van valse facturen met fictieve werkzaamheden en (met uitzondering van de zaken 10 en 11) van bedrijven van katvangers, kan het ook niet anders dan dat het handelen van verdachte gericht is geweest op het wegsluizen/overdragen van de uit misdrijf verkregen geldbedragen, met als kennelijk doel het veiligstellen (witwassen) van deze geldbedragen. Dat op basis van het dossier (buiten de zaken 10 en 11) niet kan worden vastgesteld of verdachte ook een deel van de revenuen van deze witwashandelingen heeft verkregen, doet hier naar het oordeel van de rechtbank niet aan af.

De rechtbank maakt hierbij een uitzondering voor de in de zaaksdossiers 4 en 5 beschreven geldbedragen (in totaal € 21.703,34). In deze zaaksdossiers zijn geen contacten vastgesteld tussen [verdachte] en medeverdachte [functionaris]. De rechtbank acht op grond daarvan onvoldoende vaststaan dat [verdachte] betrokkenheid had bij het overdragen of omzetten van de uit haar misdrijf verkregen geldbedragen. De rechtbank acht gelet hierop niet bewezen dat verdachte zich ook heeft schuldig gemaakt aan het witwassen van de aan de bedrijven van [functionaris] overgemaakte bedragen.

De rechtbank is concluderend van oordeel dat het onder 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen met dien verstande dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen geldbedragen tot een totaalbedrag van, afgerond, € 655.111,- ( € 676.815,- minus

€ 21.703,34) heeft overgedragen en omgezet, terwijl zij wist dat de gelden afkomstig waren van de mede door haar gepleegde oplichtingen met gebruikmaking van valse facturen.

Conclusie



De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten 1, 2 en 3 heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

Feit 1:

zij op meer tijdstippen in de periode van 01 december 2010 tot en met 03 augustus 2011 te Tiel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valsfacturen, zijnde die factuur geschriften

die bestemd zijn om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die geschriften telkens echt en onvervalst en bestaande die valsheid telkens hierin dat:

- op deze facturen cliënten stonden vermeld, welke reeds waren uitgeschreven (uit het reintergratiesysteem) bij de gemeente Tiel en/of

- op deze facturen bedrijven stonden vermeld, welke reeds waren uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel en/of

- met deze facturen werkzaamheden vermeld stonden en/of gefactureerd werden die niet verricht waren en/of niet verricht zouden gaan worden,

en bestaande die gebruikmaking telkens hierin dat verdachte en/of haar mededader voormelde facturen (ter betaling)hebben ingediend bij (de administratie van) de gemeente Tiel en in veel gevallen (conform facturering) door de gemeente Tiel en/of de gemeente Neerijnen en/of de gemeente West Maas en Waal en/of de gemeente Neder-Betuwe werden uitbetaald;

Feit 2:

zij op meer tijdstippen in de periode van 01 december 2010 tot en met 03 augustus 2011 te Tiel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen telkens door het aannemen van een valse hoedanigheid en door

listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, de gemeente Tiel en/of de gemeente Neerijnen en/of de gemeente West Maas en Waal en/of de gemeente Neder-Betuwe telkens heeft bewogen tot de afgifte van een hoeveelheid geld (ongeveer 676.815 EURO, hierin bestaande dat verdachte tezamen met verdachtes mededader, telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk

valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

nepfacturen (welke op naam stonden van niet (meer) bestaande bedrijven en/of reeds uitgeschreven cliënten en/of waarop werkzaamheden vermeld stonden en/of gefactureerd werden die niet verricht waren en/of niet verricht zouden gaan worden) heeft ingediend en in het systeem van de gemeente Tiel heeft ingebracht en ter (uit)betaling heeft aangeboden en gefiatteerd waardoor de gemeente Tiel en/of de gemeente Neerijnen en/of de gemeente West Maas en Waal en/of de gemeente Neder-Betuwe telkens werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Feit 3:

zij op meer tijdstippen in de periode van 01 december 2010 tot en met 03 augustus 2011 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, telken sgeldbedragen, te weten meer geldbedragen van in totaal ongeveer 655.111,- EURO, heeft heeft overgedragen en omgezet, terwijl zij telkens wist dat die geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

Ten aanzien van het tenlastegelegde feit 4

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden. De laptops zijn verdwenen en niet meer te voorschijn gekomen.

Het standpunt van de verdediging

Door de verdediging is bepleit dat niet duidelijk is om hoeveel laptops het precies gaat. Volgens de raadsman kan een verduistering van ‘ongeveer 10 laptops’ niet wettig en overtuigend bewezen worden.

De beoordeling door de rechtbank

Naar aanleiding van de aangifte van de gemeente Tiel d.d. 8 augustus 2011 jegens [verdachte], is [getuige 1], werkzaam bij de afdeling Werk Inkomen en Zorg (hierna: WIZ) bij de gemeente Tiel, als getuige gehoord. Zij verklaart dat op de afdeling waar zij werkt nog originele facturen aanwezig zijn, die onder andere zijn ingediend door [verdachte]. De door [verdachte] ingediende originele facturen zijn door verbalisant [verbalisant 4].



Op de 17 facturen, die betrekking hebben op de aankoop van onder andere laptops bij [bedrijf 2], stonden namen van vermoedelijke cliënten van de afdeling WIZ. Op 12 facturen staat bij de naam van de cliënt het werktelefoonnummer van [verdachte] vermeld en op alle facturen staat het ‘rugnummer’ van [verdachte] bij de gemeente Tiel.208

[getuige 19], filiaalmanager bij [bedrijf 2] te Tiel, is als getuige gehoord. Hij heeft verklaard dat [bedrijf 2] al jaren wit- en bruingoed aan de sociale dienst (de rechtbank begrijpt telkens: afdeling WIZ) van de gemeente Tiel levert. Uitkeringsgerechtigden uit de gemeente Tiel mogen één keer in de drie jaar een bedrag bij [bedrijf 2] besteden. De verkoop begint met de uitkeringsgerechtigde die een computer (bruingoed) of witgoed uitzoekt voor een vastgestelde prijs, waarna [bedrijf 2] een pro-forma rekening opmaakt. De klant levert deze rekening in bij de gemeente, waarop de gemeente binnen een termijn van vier tot acht weken betaalt. Hierna wordt de levering van het goed met de klant geregeld. [klant 79] heeft voorts verklaard dat [verdachte] een uitzondering hierop was, omdat zij met een klant de winkel binnen kwam om een computer te bestellen. Zij kwam ook wel eens alleen. In dat geval had zij een formulier van de gemeente waar de naam van de cliënt op stond. Volgens [verdachte] kon er op naam van die cliënt een pro-forma rekening opgemaakt worden. Andere consulenten dan [verdachte] heeft [klant 79] nooit in de zaak gezien. Het viel [klant 79] op dat de rekeningen van de laptops die [verdachte] had besteld binnen vijf dagen werden betaald, terwijl de gemeente Tiel normaliter een betaaltermijn van vier tot acht weken aanhoudt. Van collega [collega] weet [klant 79] dat hij een stuk of vijf laptops in de auto van [verdachte] heeft geladen.209

Ook [collega], verkoper bij [bedrijf 2] te Tiel, is als getuige gehoord. Hij kent [verdachte] van de sociale dienst. Haar zaken werden altijd keurig betaald door de gemeente. Hij heeft eenmaal drie laptops met printers en eenmaal twee laptops in haar auto gelegd. Dit was respectievelijk in april 2011 en juni 2011, in ieder geval in het voorjaar. [collega] verklaart dat hij dit deed omdat [verdachte] hem vroeg de goederen in haar auto te laden, omdat zij deze op kwam halen voor cliënten. Hij heeft nooit een cliënt bij haar gezien. Hij heeft ook geen andere consulenten van de gemeente dan [verdachte] in de zaak gezien.210

Van zeven op de facturen genoemde cliënten is gebleken dat zij de op de factuur vermelde goederen hebben ontvangen. Uit nader onderzoek is echter gebleken dat een deel van de op de facturen genoemde cliënten geen computerapparatuur heeft ontvangen en nog nooit een factuur van [bedrijf 2] heeft gezien.211 Op elk van deze facturen stond het werktelefoonnummer van [verdachte] genoteerd.212 De meesten van de personen wier namen op de facturen zijn gebruikt, zijn als getuige gehoord. Zes van hen verklaren afzonderlijk van elkaar nooit een laptop of printer te hebben ontvangen. Vrijwel allemaal verklaren ze dat zij de facturen nooit eerder hebben gezien. Eén getuige verklaart dat zijn dochter, wier naam op de factuur is gebruikt, nooit een laptop of printer heeft ontvangen.213 Eén van de facturen stond op naam van [klant 77]. Als adres staat vermeld ‘[adres 20], zijnde het perceel waar de afdeling WIZ van de gemeente Tiel is gevestigd.214 De factuur is gedateerd 7 juli 2011. Uit onderzoek bij de Gemeentelijke Basis Administratie is gebleken dat [klant 77] reeds op 30 juni 2010 is vertrokken naar België. Daarvoor is zij vanaf 1 oktober 2001, met een korte onderbreking in 2004, woonachtig geweest in de gemeente Tiel.215 De rechtbank acht het niet aannemelijk dat [klant 77] bijna een jaar nadat zij is uitgeschreven bij de gemeente Tiel op kosten van die gemeente een laptop heeft ontvangen. Door de verdediging is geen (plausibele) verklaring gegeven, die dit oordeel anders zou kunnen doen luiden. Op een andere factuur stond de naam van J. el [klant 81]. [klant 81] is niet door verbalisant [verbalisant 1] benaderd, omdat ook deze persoon langdurig in het buitenland verbleef.216 Gelet op het feit dat [klant 81] kennelijk langdurig in het buitenland verbleef en het feit dat de verdediging ten aanzien van deze factuur geen inhoudelijk verweer heeft gevoerd, acht de rechtbank het -in samenhang bezien met de overige gebezigde bewijsmiddelen- niet aannemelijk dat [klant 81] daadwerkelijk een laptop geleverd heeft gekregen.

Ten aanzien van de twee facturen op naam van R. [klant 7] overweegt de rechtbank als volgt. Eén factuur betreft een pro-formafactuur voor een laptop d.d. 1 april 2011. [klant 7] is bevraagd en heeft verklaard dat [verdachte] hem belde met het bericht dat hij een laptop van de gemeente Tiel kreeg, omdat hij maar kort een uitkering had genoten. De pro-forma factuur kent hij niet en hij heeft de daarop vermelde laptop niet ontvangen. De reden hiervoor is dat hij bij [bedrijf 2] heeft gevraagd of hij in plaats van deze laptop ook een goedkopere laptop met printer mocht kiezen. Dit mocht. Hierna is ten behoeve daarvan een tweede factuur opgemaakt d.d. 23 juni 2011. De rechtbank acht het aannemelijk dat de laptop, genoemd op de pro-forma rekening d.d. 1 april 2011, niet door [bedrijf 2] is geleverd, omdat [klant 7] heeft aangegeven een goedkopere laptop en printer te willen. [klant 7] heeft verklaard de goedkopere laptop en printer te hebben ontvangen. Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] het ten laste gelegde feit voor wat betreft de laptop, vermeld op de pro-formafactuur d.d. 1 april 2011 (op naam van R. [klant 7]) heeft begaan.

Op naam van [verdachte] zijn facturen van [bedrijf 2] in het systeem van de gemeente Tiel gebracht. Er zijn geen aanwijzingen dat de op de facturen vermelde laptops überhaupt niet zijn geleverd door [bedrijf 2]. Zoals eerder overwogen is uit het onderzoek namelijk gebleken dat zeven klanten hebben verklaard wel een laptop te hebben ontvangen. De cliënten wier namen op de overige facturen zijn gebruikt en die als getuigen zijn gehoord, verklaren echter bijna allemaal dat zij nooit de op de facturen vermelde laptop hebben ontvangen. Twee van de op de facturen genoemde cliënten verbleven bovendien langdurig in het buitenland (en dus niet in de gemeente Tiel). De persoonlijke betrokkenheid van [verdachte] bij het bestellen en ophalen van laptops bij [bedrijf 2] volgt uit de verklaringen van [klant 79] en [collega]. Er zijn geen aanknopingspunten om aan te nemen dat iemand anders dan [verdachte] de laptops geleverd heeft gekregen.

De rechtbank is van oordeel dat laptops zijn verduisterd en dat [verdachte], gelet op de gebezigde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien, hieraan schuldig is . De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de [verdachte] de enige job coach van de gemeente Tiel was die zelf naar [bedrijf 2] ging en dat alle betalingen van de door haar geplaatste opdrachten binnen een aanzienlijk kortere termijn werden voldaan dan dat gewoonlijk het geval was. Voorts neemt de rechtbank in aanmerking dat cliënten wier namen op de facturen werden gebruikt, deze facturen nog nooit hebben gezien en nooit de op de factuur vermelde goederen hebben ontvangen, terwijl op elke factuur het werktelefoonnummer en het rugnummer van [verdachte] stonden. Nu de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen acht dat het ten laste gelegde feit is begaan met de facturen op naam van R. [klant 7], komt zij tot een bewezenverklaring van negen laptops.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde onder feit 4 heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

zij op meer tijdstippen in de periode van 1 december 2010 tot en met 3 augustus 2011 te Tiel, telkens opzettelijk een hoeveelheid computerapparatuur te weten, 9 laptops die geheel toebehoorden aan de gemeente Tiel

en welke goederen verdachte telkens uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking (jobcoach, werkzaam binnen de afdeling Werk Inkomen en Zorg van de gemeente Tiel), en aldus anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2:

Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 3

Medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 4

Verduistering gepleegd door haar die het goed uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd.

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte voor de ten laste gelegde feiten 1, 2, 3 en 4 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. De officier van justitie heeft bij de bepaling van zijn strafeis de LOVS-oriëntatiepunten tot uitgangspunt genomen en voorts rekening gehouden met de toepasselijkheid van artikel 63 van het Wetboek Strafrecht, de initiërende rol van verdachte en het gegeven dat zij geen enkel inzicht heeft gegeven in de achtergrond van de gepleegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft – aan de hand van verschillende uitspraken – verzocht om, mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring komen, zijn cliënt te veroordelen tot een forse werkstraf en tevens een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf.

De beoordeling van de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

 het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 7 januari 2014;

 een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland adviesunit Limburg, d.d. 18 juli 2012, betreffende verdachte, en;

 een psychologisch onderzoek Pro Justitia, van drs. [psycholoog], psycholoog, gedateerd 2 december 2012, betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich tezamen en in vereniging met anderen gedurende een langere periode schuldig gemaakt aan oplichting, valsheid in geschrift en witwassen en heeft zich daarnaast nog schuldig gemaakt aan de verduistering van 9 laptops. Als werkcoach bij de gemeente Tiel was zij verantwoordelijk voor de re-integratie van uitkeringsgerechtigden (ook wel klanten genoemd) en sloot zij in dit verband overeenkomsten met bedrijven die werkplaatsen, begeleiding en/of cursussen verzorgden aan deze klanten. Dit alles met het uiteindelijke doel om voor de uitkeringsgerechtigden een plek te vinden binnen het arbeidsproces.

De werkprocessen vermeld op de facturen en ingevoerd door verdachte in het digitale systeem van de gemeente Tiel zijn echter nooit door de diverse bedrijven verricht of aangeboden. Daarbij zijn op deze facturen namen genoemd van klanten die op dat moment helemaal geen uitkering genoten en/of al enige tijd niet meer woonachtig waren in één van de desbetreffende gemeenten. De gemeenten zijn door deze valsheid opgelicht en hebben aan deze (deels fictieve) bedrijven in totaal bijna € 700.000,- betaald. Van dit bedrag is een groot deel terecht gekomen bij verdachte. Pas na een melding van de ING-bank is deze zaak aan het rollen gekomen. Als de bank geen melding had gedaan, is het maar de vraag of en wanneer deze fraude was opgemerkt. Verdachte is in ieder geval niet uit eigen beweging gestopt met deze strafbare gedragingen.

Verdachte heeft op een zeer intensieve en geraffineerde wijze bovenstaande delicten gepleegd. Ze heeft – door op deze wijze te handelen – op grove wijze misbruik gemaakt van haar positie bij gemeente Tiel. Door deze gemeente werd juist getracht bureaucratie te voorkomen door de verantwoordelijkheid lager in de organisatie neer te leggen, bij de werkcoaches. De beslissingsbevoegdheden van haar toenmalige collega’s – en zelfs ambtenaren in het algemeen – zullen hierdoor in de toekomst mogelijk juist weer worden ingekaderd en beperkt.

Ook haar toenmalige collega’s heeft zij – door haar handelen – het vertrouwen ontnomen. Vertrouwen is de basis van een goede werkrelatie en door namen van klanten van haar collega’s te gebruiken heeft zij dit vertrouwen diep beschaamd. Dit alles enkel voor gemakkelijk eigen financieel gewin.

De rechtbank rekent het verdachte daarom ook zwaar aan.

De rechtbank houdt eveneens rekening met het feit dat verdachte, weliswaar wat langer geleden, eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Ter afdoening van de soort en het aantal strafbare feiten, zoals door verdachte gepleegd, acht de rechtbank enkel een forse gevangenisstraf van langere duur passend en geboden. Uit de opgemaakte rapportages blijkt dat verdachte geen inzicht heeft willen geven in (de achtergrond van) de gepleegde feiten. Tijdens de behandeling ter terechtzitting is daarin geen verandering gekomen. Zij heeft op geen enkele wijze verantwoordelijkheid genomen voor haar daden. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, gelijk aan het voorarrest is ook daarom naar het oordeel van de rechtbank niet aan de orde. Het gegeven dat haar zoontje hier waarschijnlijk nadelige gevolgen van zal ondervinden betreurt de rechtbank ten zeerste, maar doe niet af aan hetgeen hierboven is uiteengezet en weerhoudt de rechtbank niet van het opleggen van een langere gevangenisstraf dan het voorarrest. Het verweer hieromtrent zal daarom worden verworpen.

De rechtbank zal dan ook een gevangenisstraf opleggen van hierna te noemen duur, met een voorwaardelijke strafdeel, teneinde verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw (dergelijke) strafbare feiten te plegen. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, zal in mindering worden gebracht.

6a. Beslag

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het voorwerp met nummer A.01.06.001 (kvi 22) en de geldbedragen met nummers A.01.05.001.003 (kvi 22a) en A.01.05.001.004 (kvi 22a) verbeurd moeten worden verklaard. De overige voorwerpen kunnen terug worden gegeven aan verdachte.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft met betrekking tot de inbeslaggenomen goederen geen verweer gevoerd.

De beoordeling door de rechtbank

In het kader van het onderzoek tegen verdachte is bij de huiszoeking in verdachtes woning onder meer een hoeveelheid geld, een uittreksel van de kamer van koophandel, twee aankoopfacturen van springkussens en diverse aan voertuigen gelieerde goederen aangetroffen. Deze voorwerpen zijn op grond van artikel 94 Sv inbeslaggenomen. Tevens is op een deel van deze in beslaggenomen goederen tevens conservatoir beslag gelegd. Dat op goederen naast klassiek beslag ook conservatoir beslag rust, betekent naar het oordeel van de rechtbank, gelet op artikel 353 Wetboek van Strafvordering, niet dat de rechtbank over deze goederen geen beslissing behoeft te nemen.

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en nog niet terug gegeven geldbedragen van in totaal € 19.000,- (nummers: A.01.05.001.003 (kvi 22a) en A.01.05.001.004 (kvi 22a)), geldbedragen betreffen die geheel of ten dele door middel van de strafbare feiten zijn verkregen. Deze bedragen behoren verdachte toe en zij kan deze ten eigen bate aanwenden. De rechtbank zal deze geldbedragen dan ook verbeurdverklaren.

De overige goederen, dienen aan verdachte terug te worden gegeven. Deze goederen zijn niet direct in verband te brengen met de tegen verdachte bewezen verklaarde feiten.

De rechtbank overweegt hierbij ten overvloede (om misverstanden te voorkomen) dat deze beslissing tot teruggave onverlet laat dat op een deel van de goederen nog conservatoir beslag rust (waardoor de goederen naar het zich laat aanzien niet zullen worden teruggegeven zolang het conservatoir beslag niet is opgeheven).

6b. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

In het strafgeding hebben zich respectievelijk als benadeelde partij gevoegd de gemeente Tiel, de gemeente West Maas en Waal, de gemeente Neerijnen en de gemeente Neder-Betuwe. Mrs Raaimakers en Verheyen zijn als gemachtigden namens hen opgetreden.

Ter zake van het onder feit 1, 2 en 3 bewezenverklaarde vordert de gemeente Tiel hoofdelijke veroordeling van verdachte tot betaling van € 451.955,91. De gemeente West Maas en Waal vordert terzake hoofdelijke veroordeling van verdachte tot betaling van

€ 54.193,71, de gemeente Neerijnen tot betaling van € 43.705,03 en de gemeente Neder-Betuwe tot betaling van € 97.283,41.

Daartoe is gesteld dat de gemeenten ieder afzonderlijk rechtstreeks schade hebben geleden als gevolg van voornoemde feiten en dus ook ieder afzonderlijk als benadeelde partij zijn aan te merken. Iedere gemeente had namelijk een eigen bankrekening via welke frauduleuze betalingen zijn verricht. Deze respectieve bankrekeningen werden weliswaar beheerd door alleen de gemeente Tiel, maar de frauduleus en dus onverschuldigd betaalde gelden vanaf die bankrekeningen behoorden uitsluitend toe aan de betreffende gemeente namens welke steeds werd uitgekeerd.

Indien de rechtbank de gemeenten hierin niet volgt en aldus de gemeenten West Maas en Waal, Neerijnen en Neder-Betuwe niet als benadeelde partij aanmerkt maar enkel de gemeente Tiel, dan vordert de gemeente Tiel subsidiair dat verdachte ter zake van het onder feit 1, 2 en 3 bewezenverklaarde wordt veroordeeld tot een bedrag van € 647.138,06.

Ter zake van het onder feit 4 bewezenverklaarde vordert de gemeente Tiel veroordeling van verdachte tot betaling van een bedrag van € 5.999,40.

Namens de betrokken gemeenten is gevorderd dat alle voornoemde bedragen steeds worden vermeerderd met wettelijke rente.

Tot slot vordert alleen de gemeente Tiel vergoeding van proceskosten conform het liquidatietarief.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht om de (primaire) vorderingen van de respectieve benadeelde partijen tot veroordeling van verdachte tot betaling van € 457.955,31 (gemeente Tiel), € 54.193,71 (gemeente West Maas en Waal), € 43.705,03 (gemeente Neerijnen) en € 97.283,41 (gemeente Neder-Betuwe) toe te wijzen, te vermeerderen met wettelijke rente en met veroordeling van verdachte in de proceskosten. Tevens heeft de officier van justitie verzocht om terzake deze bedragen steeds de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal vervangende hechtenis wordt toegepast.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gesteld dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Behandeling van de vordering van de benadeelde partijen levert een onevenredige belasting van het strafgeding op vanwege – zakelijk weergegeven – de hoogte van de vorderingen en de veelheid aan stukken waarmee de vorderingen zijn toegelicht en onderbouwd.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat behandeling van de vorderingen van de benadeelde partijen geen onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partijen zijn in zoverre dan ook ontvankelijk in hun schadevorderingen.

De hoogte van een vordering of onderbouwing van een vordering door een benadeelde partij met – zoals de verdediging stelt – een groot aantal stukken is op zichzelf geen reden om zonder meer te oordelen dat behandeling van die vordering een onevenredige belasting van het strafgeding vormt. In dit geval geldt bovendien dat de gemeenten zich al bij brief van 30 juli 2012 in het strafgeding hebben gevoegd. In deze brief zijn de respectieve vorderingen uitgebreid gemotiveerd en met bijlagen onderbouwd. De verdediging beschikte in ieder geval op de terechtzitting van 24 januari 2013 over deze brief. Bij brieven van 12 november 2012 en 9 juli 2013 zijn namens de gemeenten de vorderingen nader toegelicht respectievelijk gewijzigd in de zin dat gevorderde bedragen naar beneden zijn bijgesteld vanwege vergoeding van een aantal facturen door de verzekering. Deze brieven zijn op de terechtzitting van 24 februari 2014 besproken. Daarbij komt dat de vorderingen van de gemeenten voor wat betreft grondslag, omvang en onderbouwing ervan sporen met het onderliggende strafdossier. Er zit inhoudelijk geen of nauwelijks discrepantie tussen de vorderingen van de benadeelde partijen enerzijds en het aan verdachte ten laste gelegde handelen en het aan verdachte toegerekende fraudebedrag anderzijds. De vorderingen van de gemeenten zijn ten opzichte van en in vergelijking met de strafzaak zelf niet (veel) complexer. De verdediging heeft aldus redelijkerwijs zodanige gelegenheid en mogelijkheid gehad tot bestudering van de vorderingen en de onderbouwing daarvan, dat van de verdediging verwacht kan en mag worden dat bij de behandeling ter terechtzitting zo nodig inhoudelijk verweer tegen die vorderingen werd gevoerd.

De rechtbank zal de respectieve – inhoudelijk niet betwiste – vorderingen van de gemeenten ter zake van het onder feit 1, 2 en/of 3 bewezenverklaarde toewijzen. De betrokken gemeenten zijn aldus alle vier afzonderlijk ook in dit opzicht ontvankelijk in hun schadevorderingen. De schade in deze omvat het totale bedrag aan betaalde valse facturen minus de inmiddels door de verzekeraar vergoede facturen. Deze schade is (mede) een rechtstreeks gevolg van het – kort gezegd – bewezenverklaarde, frauduleuze handelen van verdachte. Ieder van de vier betrokken gemeenten heeft afzonderlijk schade geleden en niet alleen de gemeente Tiel. Een valse factuur werd immers – zoals door de gemeenten onbetwist is gesteld – steeds voldaan met gelden van de gemeente aan wie de bewuste valse factuur was gericht dan wel op wiens cliënt de valse factuur betrekking had.

Aldus zal de rechtbank verdachte hoofdelijk veroordelen tot betaling van:

  • -

    € 451.955,91 aan de gemeente Tiel;

  • -

    € 54.193,71 aan de gemeente West Maas en Waal;

  • -

    € 43.705,03 aan de gemeente Neerijnen, en;

  • -

    € 97.283,41 aan de gemeente Neder-Betuwe.

Deze bedragen dienen steeds te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2011. Deze datum is de dag waarop door de gemeente Tiel, mede namens de andere gemeenten, aangifte is gedaan tegen verdachte. De rechtbank beschouwt deze datum als het moment waarop de verbintenis tot schadevergoeding opeisbaar is geworden en de schade geacht wordt te zijn geleden.

Zoals hiervoor overwogen zal de veroordeling tot betaling van de schade hoofdelijk zijn. De verdachte is aldus niet meer gehouden tot vergoeding van schade indien en voor zover de schade door (één van) haar medeverdachten is voldaan. Daarbij geldt wel dat de medeverdachten onderling niet steeds aansprakelijk zijn voor dezelfde schade. Om bij de executie van dit vonnis problemen ten aanzien van de hoofdelijkheid te voorkomen zal de rechtbank in onderstaand overzicht per gemeente weergeven tot welke medeverdachte en tot welke schade de hoofdelijkheid zich beperkt. Het zal aan verdachte zijn om – op de voet van artikel 6:43 BW – per betaling aan te geven aan welk zaaksdossier (hierna: zksds.) en aan welke gemeente als crediteur die betaling moet worden toegerekend. Op deze wijze kan namelijk worden vastgesteld of een medeverdachte en, zo ja wie van de medeverdachten, door een betaling wordt bevrijd.

Schematische weergave: (X)

De rechtbank zal de vordering van de gemeente Tiel ter zake van het onder feit 4 bewezenverklaarde toewijzen tot een bedrag van € 5.399,46, ook weer te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2011. De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte negen laptops heeft verduisterd. De vordering – die overigens op zichzelf niet is betwist – gaat uit van verduistering van tien laptops.

De door de gemeente Tiel gevorderde kosten van rechtsbijstand zullen op de voet van artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering worden toegewezen. Deze kosten worden gesteld op anderhalf punt van het liquidatietarief rechtbanken en gerechtshoven (0,5 punt voor het opstellen en indienen van de schadevordering en 1 punt voor de behandelingen ter zitting) en worden derhalve begroot op

€ 3.870,=.

Tot zekerheid voor daadwerkelijke betaling van de schade zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen. De gevorderde en toegewezen wettelijke rente en vergoeding voor proceskosten, zijn daar niet bij inbegrepen. Daarbij geldt bovendien dat indien en voor zover door de mededader(s) schade is vergoed, ook verdachte daardoor tot dat vergoede bedrag tegenover de Staat zal zijn gekweten. De rechtbank zal tot slot bevelen dat bij niet-betaling vervangende hechtenis zal worden toegepast.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 24, 24c, 27, 33, 33a, 36f, 47, 57, 63, 225, 321, 322, 326 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 27 (zevenentwintig) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf 3 (drie) maanden niet tenuitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Beveelt de teruggave aan de verdachte van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, met de volgende nummers: (X)

Verklaart verbeurd de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven geldbedragen, met de volgende nummers:

- A.01.05.001.003 (kvi 22a);

- A.01.05.001.004 (kvi 22a).

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij gemeente Tiel

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover medeverdachten overeenkomstig de onder 6b. opgenomen schematische weergave betalen ook veroordeelde daardoor tegenover gemeente Tiel zal zijn gekweten - tegen kwijting aan gemeente Tiel, te betalen € 451.955,91 (vierhonderdéénenvijftigduizendnegenhonderdvijfenvijftig euro en éénennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op € 3.870,- en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover medeverdachten overeenkomstig de onder 6b. opgenomen schematische weergave betalen ook veroordeelde daardoor tegenover gemeente Tiel zal zijn gekweten - de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer gemeente Tiel, te betalen € 451.955,91 (vierhonderdéénenvijftigduizendnegenhonderdvijfenvijftig euro en éénennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 255 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij gemeente West Maas en Waal

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover medeverdachten overeenkomstig de onder 6b. opgenomen schematische weergave betalen ook veroordeelde daardoor tegenover gemeente West Maas en Waal zal zijn gekweten - tegen kwijting aan gemeente West Maas en Waal, te betalen € 54.193,71 (vierenvijftigduizendhonderddrieënnegentig euro en éénenzeventig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover medeverdachten overeenkomstig de onder 6b. opgenomen schematische weergave betalen ook veroordeelde daardoor tegenover gemeente West Maas en Waal zal zijn gekweten - de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer gemeente West Maas en Waal, te betalen € 54.193,71 (vierenvijftigduizendhonderddrieënnegentig euro en éénenzeventig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 30 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij gemeente Neerijnen

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover medeverdachten overeenkomstig de onder 6b. opgenomen schematische weergave betalen ook veroordeelde daardoor tegenover gemeente Neerijnen zal zijn gekweten - tegen kwijting aan gemeente Neerijen, te betalen € 43.705,03 (drieënveertigduizendzevenhonderdenvijf euro en drie cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover medeverdachten overeenkomstig de onder 6b. opgenomen schematische weergave betalen ook veroordeelde daardoor tegenover gemeente Neerijen zal zijn gekweten - de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer gemeente Neerijen, te betalen € 43.705,03 (drieënveertigduizendzevenhonderdenvijf euro en drie cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 25 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij gemeente Neder-Betuwe

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover medeverdachten overeenkomstig de onder 6b. opgenomen schematische weergave betalen ook veroordeelde daardoor tegenover gemeente Neder-Betuwe zal zijn gekweten - tegen kwijting aan gemeente Neder-Betuwe, te betalen € 97.283,41 (zevenennegentigduizendtweehonderddrieëntachtig euro en éénenveertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover medeverdachten overeenkomstig de onder 6b. opgenomen schematische weergave betalen ook veroordeelde daardoor tegenover gemeente Neder-Betuwe zal zijn gekweten - de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer gemeente Neder-Betuwe zal zijn gekweten - tegen kwijting aan gemeente Neder-Betuwe, te betalen € 97.283,41 (zevenennegentigduizendtweehonderddrieëntachtig euro en éénenveertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 55 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. W.A. Holland (voorzitter), mr. D.R. Sonneveldt en mr. G.M.L. Tomassen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. Kolkman en mr. L. Ruessink, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 maart 2014.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de regiopolitie Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, onderzoek 08DWD11015 08Tifra, dossiernummer 2011079316, gesloten op 24 april 2012 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal van aangifte [aangever], p. 768, middenin en p. 769, tweede alinea.

3 Het proces-verbaal van verhoor betrokkene [gemachtigde], p. 807, zesde alinea.

4 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1], p. 860, derde, zevende, tiende en twaalfde alinea, p. 863, twaalfde alinea, p. 864, eerste, tweede en derde alinea.

5 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], p. 895, laatste alinea, p. 896, zesde alinea, p. 898, tweede alinea.

6 Het proces-verbaal d.d. 24 april 2012, p. 764, middenin.

7 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 24 februari 2014.

8 Het schriftelijke bescheid inhoudende een uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel, d.d. 22 augustus 2011, p. 1083 en het schriftelijke bescheid inhoudende een GBA-V Bevraging d.d. 30 augustus 2011, p. 1084.

9 Het proces-verbaal fin onderzoek voor strafdoss r-1 [onderneming 1].doc, p. 1095, laatste alinea en het schriftelijk bescheid inhoudende een factuur [onderneming 2] d.d. 27 juni 2011, p. 1090.

10 Het schriftelijke bescheid inhoudende een factuur [onderneming 6] d.d. 27 juni 2011 p. 1091 en het schriftelijke bescheid inhoudende een factuur [onderneming 6] d.d. 27 juni 2011, p. 1092.

11 Het proces-verbaal onderzoek GWS, d.d. 15 november 2011, p. 1087, derde en vierde alinea.

12 Het schriftelijk bescheid inhoudende een factuur [onderneming 6] d.d. 27 juni 2011 p. 1091 en het schriftelijke bescheid inhoudende een factuur [onderneming 6] d.d. 27 juni 2011, p. 1092.

13 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] d.d. 27 september 2011, p. 1155, midden op de pagina.

14 Het proces-verbaal fin onderzoek voor strafdoss r-1 [onderneming 1].doc, p. 1095, derde en laatste alinea.

15 Het proces-verbaal fin onderzoek voor strafdoss r-1 [onderneming 1].doc, p. 1095, eerste alinea.

16 Het proces-verbaal fin onderzoek voor strafdoss r-1 [onderneming 1].doc, p. 1097, bovenaan en het schriftelijke bescheid inhoudende een rekeningafschrift van rekeningnummer [x 1], p. 1122.

17 Het proces-verbaal van verhoor [eigenaar onderneming(en)] d.d. 17 januari 2012, p. 1232, middenin, p. 1233, regelnummers 1 t/m 3, vierde alinea.

18 Het proces-verbaal van verhoor [eigenaar onderneming(en)] d.d. 17 januari 2012, p. 1234, eerste, vierde en vijfde alinea en p. 1235, derde regel.

19 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1], d.d. 17 januari 2012, p. 1159.

20 Het proces-verbaal d.d. 16 januari 2012, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2], p. 1193, vierde alinea.

21 Het proces-verbaal d.d. 2 december 2011, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2], p. 1163, eerste alinea.

22 Het proces-verbaal d.d. 23 januari 2012, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2], p. 1339.

23 Het schriftelijke bescheid inhoudende Inschrijving Kamer van Koophandel, d.d. 11 januari 2011, p. 1383 t/m 1386.

24 Het schriftelijke bescheid inhoudende Opgaveformulier betreffende opheffen onderneming, d.d. 23 mei 2011, p. 1390.

25 De schriftelijke bescheiden inhoudende facturen gericht aan [klussenbedrijf 1], factuurdata zijn respectievelijk 5 en 10 december 2010, 10 en 24 januari 2011 en 26 februari 2011, p. 1453 t/m 1459 en het schriftelijke bescheid inhoudende ‘een tabel van ontvangsten en betalingen op rekening 5008919 [klussenbedrijf 1], p. 1452

26 Het proces-verbaal onderzoek GWS, d.d. 23 januari 2012, p. 1449

27 De schriftelijke bescheiden inhoudende facturen gericht aan [klussenbedrijf 1], factuurdata zijn respectievelijk 5 en 10 december 2010, 10 en 24 januari 2011 en 26 februari 2011, p. 1453 t/m 1459.

28 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3], d.d. 27 september 2011, p. 1461 en het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 11], d.d. 30 november 2011, p. 1470.

29 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 10], d.d. 29 maart 2012, p. 1479 onder het kopje ‘vragen [klussenbedrijf 1]’.

30 Het proces-verbaal van bevindingen grootboek [klussenbedrijf 1], d.d. 29 november 2011, p. 1445, middelste alinea en het schriftelijke bescheid inhoudende ‘een tabel van ontvangsten en betalingen op rekening 5008919 [klussenbedrijf 1]’, p. 1452.

31 Het proces-verbaal van bevindingen grootboek [klussenbedrijf 1], d.d. 29 november 2011, p. 1443 t/m 1447.

32 Het schriftelijke bescheid inhoudende uittreksel Kvk Klussenbedrijf [klussenbedrijf 2], d.d. 10 oktober 2011, p. 1659.

33 Het schriftelijke bescheid uitdraai GBA [klussenbedrijf 2], d.d. 11 oktober 2011, p. 1662.

34 Het schriftelijke bescheid inhoudende Ciot-bevraging telefoonnummer +[x 4], d.d. 11 oktober 20141, p. 1668 en 1669.

35 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 13 september 2011, p. 1671, zesde en zevende alinea’s.

36 Het proces-verbaal onderzoek GWS, d.d. 9 februari 2012, p. 1759, laatste alinea.

37 Het proces-verbaal onderzoek GWS, d.d. 9 februari 2012, p. 1760, en het schriftelijke bescheid inhoudende lijst GWS [klussenbedrijf 2], p. 1761 en 1762.

38 De schriftelijke bescheiden inhoudende facturen afkomstig van [klussenbedrijf 2], factuurdata zijn respectievelijk 22 januari 2011, 1, 9, 22 maart 2011, 1, 8 en 15 april 2011, 2, 15 en 29 mei 2011, 6, 16, 23 en 28 juni 2011, 1, 6, 8, , 1123, 24 en 28 juli 2011, p. 1764 t/m 1795.

39 Het proces-verbaal van verhoor van getuige[getuige 15], d.d. 5 oktober 2011, p. 1798, tweede alinea, het proces-verbaal van verhoor van getuige A.P. [klant 9], d.d. 27 oktober 2011, p. 1807, het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 12], d.d. 3 november 2011, p. 1811, het proces-verbaal van verhoor van getuige R. [klant 3], d.d. 30 november 2011, p. 1815, laatste alinea, het proces-verbaal van verhoor van getuige [klant 5], d.d. 30 november 2011, p. 1821

40 Het proces-verbaal werkcomputer [verdachte], d.d. 10 februari 2012, p. 1825 en het schriftelijke bescheid zijnde een factuur ten aanzien van klant [klant 82] afkomstig van [klussenbedrijf 2], d.d. 22 januari 2011, p.1827.

41 Het proces-verbaal van bevindingen grootboek [klussenbedrijf 2] 4809150l, d.d. 6 december 2011, p. 1754, tweede tabel.

42 Het proces-verbaal bevindingen grootboek [klussenbedrijf 2] [x 2], d.d. 6 december 2011, p. 1753 t/m 1758.

43 Het schriftelijke bescheid inhoudende uittreksel Kvk [naam bedrijf 3], d.d. 15 augustus 2011, p. 3045.

44 Het proces-verbaal onderzoek GWS, d.d. 21 maart 2012, p. 3153, voor laatste alinea.

45 Het proces-verbaal onderzoek GWS, d.d. 21 maart 2012, p. 3154 en het schriftelijke bescheid inhoudende lijst GWS [naam bedrijf 3], p. 3155 t/m 3157.

46 De schriftelijke bescheiden inhoudende facturen gericht afkomstig van [naam bedrijf 3], p. 3052 t/m 3085.

47 Het proces-verbaal van verhoor van getuige D.M. [klant 28], d.d. 10 oktober 2011, p. 3160, derde alinea, het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 13], d.d. 27 maart 2012, p. 3166 en 3167 en het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 14], d.d. 27 maart 2012, p. 3172, vanaf tweede alinea.

48 Het proces-verbaal van bevindingen rekeningnummer [x 9] ten name van [onderneming 7], d.d. 15 december 2011, p. 3148.

49 Het proces-verbaal van bevindingen rekeningnummer [x 9] ten name van [onderneming 7], d.d. 15 december 2011, p. 3142 t/m 3147.

50 Het proces-verbaal van bevindingen rekeningnummer [x 9] ten name van [onderneming 7], d.d. 15 december 2011, p. 3148 t/m 3150.

51 Het proces-verbaal van verhoor van [eigenaar klussenbedrijf], d.d. 9 februari 2012, p. 1573, laatste zin van voorlaatste alinea en laatste alinea.

52 Het proces-verbaal van verhoor van [eigenaar klussenbedrijf], d.d. 23 november 2011, p. 1565, vanaf 13e alinea en p. 1566, 2e alinea.

53 Het proces-verbaal van verhoor van [eigenaar klussenbedrijf], d.d. 23 november 2011, p. 1566, 9e alinea.

54 Het proces-verbaal van verhoor van [eigenaar klussenbedrijf], d.d. 23 november 2011, p. 1567, 2e en 3e alinea’s.

55 Het proces-verbaal van aangifte door [eigenaar klussenbedrijf], d.d.21 maart 2011, p. 1392 en p. 1393.

56 Het proces-verbaal van verhoor van [eigenaar klussenbedrijf 2], d.d. 13 maart 2012, p. 1885, eerste 7 alinea’s.

57 Het proces-verbaal van verhoor van [eigenaar klussenbedrijf 2], d.d. 13 maart 2012, p. 1888, 4e, 5e en 8e alinea’s.

58 Het proces-verbaal van verhoor van [eigenaar klussenbedrijf 2], d.d. 13 maart 2012, p.

59 Het proces-verbaal van verhoor van [eigenaar klussenbedrijf 2], d.d. 13 maart 2012, p. 1891, 2e alinea.

60 Het proces-verbaal van verhoor van [eigenaar klussenbedrijf 2], d.d. 13 maart 2012, p. 1889, eerste 8 alinea’s.

61 Het proces-verbaal van verhoor van [eigenaar klussenbedrijf 2], d.d. 13 maart 2012, p. 1888, 5e alinea.

62 Het proces-verbaal van verhoor van [eigenaar bedrijf 3], d.d. 21 december 2011, p. 3266, vanaf de 8ste alinea.

63 Het proces-verbaal van verhoor van [eigenaar bedrijf 3], d.d. 21 december 2011, p. 3267, eerste twee alinea’s.

64 Het proces-verbaal van verhoor van [eigenaar bedrijf 3], d.d. 21 december 2011, p. 3267, vanaf de 8ste alinea en p. 3268, eerste acht alinea’s.

65 Het proces-verbaal van verhoor van [eigenaar bedrijf 3], d.d. 21 december 2011, p. 3267, 5e alinea.

66 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 30 oktober 2011, p. 3182, 9e alinea.

67 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 30 oktober 2011, p. 3181, 3e t/m 5e alinea.

68 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 30 oktober 2011, p. 3181, 8ste alinea.

69 Het proces-verbaal van binnentreden een aantreffen voor inbeslagneming vatbare voorwerpen [adres 21] Amsterdam-Zuidoost, d.d. 14 november 2011, p. 3221, zie onder locatie 4.

70 Het proces-verbaal zaaksdossier B-09, d.d. 24 april 2012, p. 3042, onder het kopje doorzoeking [adres 21] en het schriftelijke bescheid inhoudende algemene index inbeslaggenomen administratie 13-zeemacht, p. 3224.

71 Het proces-verbaal van binnentreden een aantreffen voor inbeslagneming vatbare voorwerpen [adres 21] Amsterdam-Zuidoost, d.d. 14 november 2011, p. 3221, zie onder locatie 2.

72 Het proces-verbaal zaaksdossier B-03, d.d. 24 april 2012, p. 1656, onder het kopje doorzoeking [adres 21], het schriftelijke bescheid inhoudende algemene index inbeslaggenomen administratie 13-zeemacht, p. 1833 en het schriftelijke bescheid inhoudende een kopie van identiteitskaart [klussenbedrijf 2], A-0188, p. 1835.

73 De processen-verbaal van doorzoeking Werkhovenstraat 80 met bijlagen, d.d. 14 november 2011, p. 1538 t/m 1550, 1836 t/m 1841 en 3221 t/m 3234.

74 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1], d.d. 16 november 2011, p. 3226 t/m 3230.

75 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 9 juni 2011, p. 1397 en 1398.

76 Het proces-verbaal contacten [medeverdachte 1] – [verdachte], d.d. 12 december 2011, p. 3311,

77 De verklaring van verdachte afgelegde ter terechtzitting d.d. 24 februari 2014.

78 Het schriftelijke bescheid inhoudende een Uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel, d.d. 22 augustus 2011, p. 1915 en het proces-verbaal d.d. 24 april 2012, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 3], p. 1908, tweede alinea.

79 Het proces-verbaal d.d. 24 april 2012, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 3], p. 1908, vijfde alinea en het proces-verbaal PV financieel onderzoek, d.d. 10 april 2012, p.1929, tweede alinea en het schriftelijke bescheid inhoudende een factuur d.d. 27 december 2010 op naam van [klant 49], p. 1924 en het schriftelijke bescheid inhoudende een factuur d.d. 27 december 2010 op naam van [klant 51], p. 1925 en het schriftelijke bescheid inhoudende een factuur d.d. 27 december 2010 op naam van [klant 52], p. 1926.

80 Het proces-verbaal d.d. 24 april 2012, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 3], p. 1908, zesde en zevende alinea.

81 Het proces-verbaal, onderzoek GWS, d.d. 6 maart 2012, p. 1921, derde en vierde alinea.

82 Het schriftelijke bescheid inhoudende een factuur d.d. 27 december 2010 op naam van [klant 49], p. 1924 en het schriftelijke bescheid inhoudende een factuur d.d. 27 december 2010 op naam van [klant 51], p. 1925 en het schriftelijke bescheid inhoudende een factuur d.d. 27 december 2010 op naam van [klant 52], p. 1926.

83 Het proces-verbaal van verhoor getuige [klant 52], p. 2053, eerste en tweede alinea.

84 Het proces-verbaal van verhoor getuige[voorganger van verdachte], p. 2074, onderaan, p. 2075, tweede en vijfde alinea, bovenaan.

85 Het proces-verbaal van verhoor [functionaris], d.d. 5 april 2012, p. 2106, eerste alinea en het proces-verbaal van verhoor [functionaris], d.d. 6 april 2012, p. 2110, tweede alinea.

86 Het proces-verbaal d.d. 24 april 2012, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 3], p. 1909, middenin en het schriftelijke bescheid inhoudende een rekeningafschrift van [klant 48] d.d. 4 januari 2011, p. 1952 en het schriftelijke bescheid inhoudende een rekeningafschrift van [klant 48] d.d. 1 februari 2011, p. 1953.

87 Het schriftelijke bescheid inhoudende een Uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel, d.d. 22 augustus 2011, p. 2132 en het proces-verbaal d.d. 24 april 2012, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 3], p. 2126, tweede alinea.

88 Het proces-verbaal d.d. 24 april 2012, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 3], p. 2127, onderaan en het proces-verbaal PV financieel onderzoek, d.d. 10 april 2012, p. 2147, middenin.

89 Het proces-verbaal d.d. 24 april 2012, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 3], p. 2126, onderaan.

90 Het proces-verbaal, onderzoek GWS, d.d. 6 maart 2012, p. 2137, derde en vierde alinea.

91 Het schriftelijke bescheid inhoudende een factuur d.d. 30 september 2009 op naam van[klant 83] p. 2140 en het schriftelijke bescheid inhoudende een factuur d.d. 10 februari 2010 op naam van[klant 84], p. 2141 en het schriftelijke bescheid inhoudende een factuur d.d. 16 november 2010 op naam van [klant 86]., p. 2142.

92 Het schriftelijke bescheid bijgevoegd bij het proces-verbaal van verhoor betrokkene [gemachtigde], p. 811.

93 Het proces-verbaal van verhoor getuige [klant 83], p. 2268.

94 Het proces-verbaal van verhoor getuige N.[voorganger van verdachte], p. 2288, onderaan en p. 2290, tweede alinea.

95 Het proces-verbaal van verhoor [functionaris], d.d. 5 april 2012, p. 2105, laatste alinea en het proces-verbaal van verhoor [functionaris], d.d. 6 april 2012, p. 2110, tweede alinea.

96 Het proces-verbaal d.d. 24 april 2012, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 3], p. 2127, onderaan en het proces-verbaal PV financieel onderzoek, d.d. 10 april 2012, p.2146, vijfde alinea en het schriftelijke bescheid inhoudende een rekeningafschrift van [klant 48] d.d. 27 december 2012, p. 2252.

97 Het schriftelijke bescheid, inhoudende een uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel d.d. 22 augustus 2011, p. 2348 en het schriftelijke bescheid, inhoudende een GBA-V bevraging d.d. 29 augustus 2011, p. 2349.

98 Het proces-verbaal fin onderzoek voor strafdoss R-6 [naam bedrijf 1], p. 2370, het proces-verbaal bevindingen rekeningafschriften [naam bedrijf 1], p. 2402 , de schriftelijke bescheiden, inhoudende bankafschriften ING, p. 2389 t/m 2392 en de schriftelijke bescheiden, inhoudende 14 facturen van [naam bedrijf 1], p. 2426 t/m 2439.

99 Het proces-verbaal onderzoek GWS d.d. 1 november 2011, p. 2423, derde en vierde alinea.

100 De schriftelijke bescheiden, inhoudende 14 facturen van [naam bedrijf 1], p. 2426 t/m 2439 en het relaas proces-verbaal, p. 2341, tweede alinea.

101 De schriftelijke bescheiden, inhoudende 14 facturen van [naam bedrijf 1], p. 2426 t/m 2439.

102 Het relaas proces-verbaal, p. 2340, alinea onder het midden.

103 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [eigenaar bedrijf 4] d.d. 28 september 2011, p. 2365.

104 De processen-verbaal van verhoor van getuigen [klant 56] d.d. 29 september 2011 en F. [klant 57] d.d. 6 oktober 2011, p. 2446 en p. 2452.

105 Het proces-verbaal bevindingen rekeningafschriften [naam bedrijf 1], p. 2402 en de schriftelijke bescheiden, inhoudende bankafschriften ING, p. 2389 t/m 2392.

106 De schriftelijke bescheiden, inhoudende rekeningafschriften ING, p. 2389 t/m 2393, het proces-verbaal fin onderzoek voor strafdoss R-6 [naam bedrijf 1], p. 2370 en het proces-verbaal bevindingen rekeningafschriften [naam bedrijf 1], p. 2401-2403.

107 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [eigenaar bedrijf 1] d.d. 1 februari 2012,omstreeks 11.10 uur, p. 2458, alinea iets onder het midden en slotalinea.

108 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [eigenaar bedrijf 1] d.d. 1 februari 2012, omstreeks 14.45 uur, p. 2461, tweede, derde en vijfde alinea.

109 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [eigenaar bedrijf 1] d.d. 1 februari 2012, omstreeks 11.10 uur, p. 2458 drie na laatste alinea en een na laatste alinea en p. 2459, eerste twee alinea’s.

110 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [eigenaar bedrijf 1] d.d. 1 februari 2012, omstreeks 14.45 uur, p. 2462, laatste alinea.

111 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [eigenaar bedrijf 1] d.d. 3 februari 2012, p. 2477, tweede alinea.

112 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [eigenaar bedrijf 1] d.d. 2 februari 2012, p. 2466, achtste en negende alinea en het proces-verbaal van benoemen foto’s, p. 2475, juncto de foto’s op p. 2469 en 2470.

113 Het proces-verbaal betreffende contacten [klant 87], p. 2504-2505 met bijlagen.

114 Het proces-verbaal betreffende contacten [betrokkene 7], p. 2514-2515, met bijlagen.

115 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [betrokkene 7] d.d. 10 mei 2012, p.3, aanvullend proces-verbaal zaaksdossier B-06.

116 Het schriftelijke bescheid inhoudende uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel, d.d. 15 augustus 2011, p. 2544.

117 Het proces-verbaal Onderzoek GWS, d.d. 29 november 2011, p. 2694, laatste alinea.

118 Het schriftelijke bescheid inhoudende lijst crediteur GWS, p. 2697.

119 Het schriftelijke bescheid inhoudende lijst GWS Klusbedrijf [naam bedrijf 2], p. 2696.

120 De schriftelijke bescheiden inhoudende facturen afkomstig van Klusbedrijf [naam bedrijf 2], met factuurdata 4, 18, 19 en 26 juli 2011, p. 2698 t/m 2703.

121 Het proces-verbaal van verhoor van getuige[klant 88], d.d. 6 oktober 2011, p. 2572.

122 Het proces-verbaal facturen Klusbedrijf [naam bedrijf 2], d.d. 7 oktober 2011, p. 2559 en 2560.

123 Het proces-verbaal van bevindingen grootboek 7896401 [eigenaar bedrijf 2], d.d. 12 december 2011, p. 2618, eerste tabel.

124 Het proces-verbaal bevindingen grootboek 7896401 [eigenaar bedrijf 2], d.d. 12 december 2011, p. 2617 en p. 2618, laatste tabel.

125 Het proces-verbaal bevindingen historische gegevens bedrijf 7, d.d. 1 december 2011, p. 2705 vanaf kopje telefoonnummers [eigenaar bedrijf 2] en het schriftelijke bescheid inhoudende overzicht contacten [x 9], p. 2711.

126 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [eigenaar bedrijf 2], d.d. 28 februari 2012, p. 2736, eerste zin en derde alinea en laatste alinea.

127 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [eigenaar bedrijf 2], d.d. 29 februari 2012, p. 2744, 6e en 7e alinea.

128 Het schriftelijke bescheid inhoudende uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel, d.d. 22 augustus 2011, p. 2800.

129 Het proces-verbaal zaaksdossier B-08, d.d. 26 april 2012, p. 2793 onder het tweede kopje GBA.

130 Het proces-verbaal zaaksdossier B-08, d.d. 26 april 2012, p. 2793 onder de kopjes GBA en Overlijden [betrokkene 8].

131 Het schriftelijke bescheid inhoudende lijst GWS [bedrijf 3], p. 2922.

132 De schriftelijke bescheiden inhoudende facturen afkomstig van [bedrijf 3], met factuurdata 24 februari 2011, 23 maart 2011, 27 juni 2011 en 4 en 13 juli 2011, p. 2924 t/m 2932.

133 Het proces-verbaal bevindingen [klant 62] bedrijf 8, d.d. 6 oktober 2011, p. 2964.

134 Het proces-verbaal van verhoor van getuige S.M. [klant 63], d.d. 18 oktober 2011, p. 2959.

135 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [vriendin betrokkene 8], d.d. 13 april 2012, p. 2997.

136 Het proces-verbaal van bevindingen bankrekening 10.25.73.956 tnv [betrokkene 8], d.d. 23 september 2011, p. 2858 en 2857.

137 Het proces-verbaal van bevindingen bankrekening 10.25.73.956 tnv [betrokkene 8], d.d. 23 september 2011, p. 2858 en 2858.

138 Het proces-verbaal zaaksdossier B-08, d.d. 26 april 2012, p. 2794 onder het kopje vordering 126a Sv.

139 Het proces-verbaal van bevindingen bankrekening 10.25.73.956 tnv [betrokkene 8], d.d. 23 september 2011, p. 2858 en 2859 en het schriftelijke bescheid inhoudende een lijst met relevante ontvangsten en betalingen op rekening 1352.67.560 tnv [klant 68], p. 2918.

140 Het proces-verbaal aantreffen kvk [naam bedrijf betrokkene 8] bij [verdachte], d.d. 12 januari 2012, p. 2977.

141 Het schriftelijke bescheid inhoudende een lijst met relevante ontvangsten en betalingen op rekening 1352.67.560 tnv [klant 68], p. 2918.

142 Het proces-verbaal van fin onderzoek voor strafdoss R-8 [naam bedrijf betrokkene 8], d.d. 19 april 2012, p. 2810.

143 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [klant 68], d.d. 11 april 2012, p. 2908 en het proces-verbaal van verhoor van verdachte [broer verdachte], d.d. 18 april 2010, p. 3006 , negende alinea en p.

144 Het proces-verbaal bevindingen historische contacten [verdachte] – Bedrijf 8, d.d. 3 december 2011, p. 2970, onder het kopje historische gegevens.

145 Het proces-verbaal van bevindingen KvK [bedrijf 4] B.V., d.d. 4 oktober 2011, p. 3367 en het schriftelijke bescheid inhoudende uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel, d.d. 25 augustus 2011, p. 3380.

146 Het proces-verbaal onderzoek GWS, d.d. 3 november 2011, p. 3584.

147 Het proces-verbaal van bevindingen uit dagafschriften [bedrijf 4], d.d. 4 oktober 2011, p. 3431.

148 Het proces-verbaal onderzoek GWS, d.d. 3 november 2011, p. 3585, het schriftelijke bescheid inhoudende lijst GWS [bedrijf 4], p. 3586 t/m 3588 en het schriftelijke bescheid inhoudende lijst crediteur GWS, p. 3589.

149 De schriftelijke bescheiden inhoudende facturen afkomstig van [bedrijf 4] B.V., factuurdata respectievelijk 24 en 31 mei 2011, 1, 14, 16, 24 en 28 juni 2011, 4, 7, 18 en 25 juli 2011 en 1 augustus 2011, p. 3590 t/m 3624.

150 Het proces-verbaal van verhoor van getuige D.M. [klant 28], d.d. 10 oktober 20111, p. 3626, het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 17], d.d. 28 oktober 2011, p. 3632 en het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 18], d.d. 2 november 2011, p. 3636.

151 Het schriftelijke bescheid gevoegd bij het proces-verbaal van verhoor van getuige [gemachtigde], d.d. 23 augustus 2010, p.813.

152 Het proces-verbaal van bevindingen uit dagafschriften [bedrijf 4], d.d. 4 oktober 2011, p. 3431.

153 Het proces-verbaal bevindingen uit dagafschriften [bedrijf 4], d.d. 4 oktober 2011, p. 3432 en 3433.

154 Het proces-verbaal bevindingen uit dagafschriften [bedrijf 4], d.d. 4 oktober 2011, p. 3433 en het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2], d.d. 8 maart 2012, p. 589.

155 Het schriftelijke bescheid Uittreksel KvK 27299491, d.d. 25 augustus 2011, p. 4062 en 4063.

156 Het proces-verbaal onderzoek GWS, d.d. 9 november 2011, p. 4266.

157 Het proces-verbaal zaaksdossier B-11, d.d. 24 april 2012, p. 4049 onder het kopje ‘onderzoek aantal facturen’.

158 Het proces-verbaal onderzoek GWS, d.d. 9 november 2011, p. 4267 en het schriftelijke bescheid inhoudende lijst GWS [medeverdachte 2] B.V., p. 4268 t/m 4271 en het schriftelijke bescheid inhoudende lijst crediteur GWS, p. 4272.

159 De schriftelijke bescheiden inhoudende facturen afkomstig van [medeverdachte 2] B.V., factuurdata respectievelijk 28 februari 2011, 7, 15, 24 en 29 maart 2011, 5, 12, 19, 23, 30 en 31 mei 2011, 4, 7, 10, 20 en 27 juni 2011, 18 en 25 juli 2011, p. 4273 t/m 4319.

160 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 7], d.d. 11 oktober 2011, p. 4326, het proces-verbaal van verhoor van getuige I. [klant 72], d.d. 26 oktober 2011, p. 4331 en het proces-verbaal van verhoor van getuige A. [klant 73], d.d. 26 oktober 2011, p. 4335.

161 Het schriftelijke bescheid gevoegd bij het proces-verbaal van verhoor van getuige [gemachtigde], d.d. 23 augustus 2010, p.812.

162 Het proces-verbaal bevindingen [klant 77], d.d. 6 oktober 2011, p. 4321.

163 Het proces-verbaal bevindingen uit de dagafschriften van rekening [x 5] tnv [medeverdachte 2] BV, d.d. 3 november 2011, p. 4159, het schriftelijke bescheid inhoudende een brief van ING vordering verstrekking gegevens, d.d. 7 oktober 2011, p. 3447 en het proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 2], d.d.

164 Het proces-verbaal bevindingen uit de dagafschriften van rekening [x 5] tnv [medeverdachte 2] BV, d.d. 3 november 2011, p. 4158 en p.4160.

165 Het proces-verbaal bevindingen uit de dagafschriften van rekening [x 5] tnv [medeverdachte 2] BV, d.d. 3 november 2011, p. 4160.

166 Het proces-verbaal bevindingen uit de dagafschriften van rekening [x 5] tnv [medeverdachte 2] BV, d.d. 3 november 2011, p. 4160 en p. 4161.

167 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2], d.d. 6 maart 2012, p. 566, eerste antwoord.

168 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2], d.d. 6 maart 2012, p. 551, eerste antwoord.

169 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2], d.d. 6 maart 2012, p. 551, derde antwoord.

170 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2], d.d. 6 maart 2012, p. 552, laatste antwoord.

171 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2], d.d. 6 maart 2012, p. 555, vijfde alinea.

172 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2], d.d. 6 maart 2012, p. 555, zesde alinea.

173 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2], d.d. 6 maart 2012, p. 554, eerste en tweede alinea.

174 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2], d.d. 6 maart 2012, p. 554, eerste en tweede alinea.

175 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2], d.d. 6 maart 2012, p. 563, tweede antwoord.

176 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2], d.d. 6 maart 2012, p. 553, laatste alinea.

177 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2], d.d. 6 maart 2012, p. 554, vierde antwoord.

178 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2], d.d. 6 maart 2012, p. 565, eerste alinea.

179 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2], d.d. 6 maart 2012, p. 556 vijfde alinea en het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2], d.d. 7 maart 2012, p. 582, middenin.

180 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2], d.d. 6 maart 2012, p. 563, 7e alinea.

181 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2], d.d. 7 maart 2012, p. 579 en 580.

182 Het proces-verbaal bevindingen beslag, d.d. 25 oktober 2011, p. 3684.

183 Het proces-verbaal aantreffen facturen [medeverdachte 2] BV en [bedrijf 4], d.d. 10 februari 2012, p. 3714 en 3715.

184 Het proces-verbaal aantreffen facturen [medeverdachte 2] BV en [bedrijf 4], d.d. 10 februari 2012, p. 3714 en 3715.

185 Het proces-verbaal bevindingen onderzoek gegevensdragers, d.d. 2 februari 2012, p. 3746, een na laatste alinea.

186 Het proces-verbaal telefonische contacten [verdachte] – [medeverdachte 2], d.d. 9 december 2010, p. 3641.

187 Het proces-verbaal m.b.t. telefoons in gebruik bij [verdachte], p.935 bovenaan.

188 Het proces-verbaal telefonische contacten [verdachte] – [medeverdachte 2], d.d. 9 december 2010, p. 3641 en 3642 en het schriftelijke bescheid inhoudende overzicht contacten [verdachte] – 06-41897242, p. 3650 t/m 3659.

189 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [broer medeverdachte 2], d.d. 14 maart 2012, p. 728 eerste en tweede alinea.

190 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [broer medeverdachte 2], d.d. 15 maart 2012, p. 741, onder kopje geld rekening 755206355.

191 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [broer medeverdachte 2], d.d. 14 maart 2012, p. 728 vierde alinea en laatste zit van vijfde alinea.

192 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [broer medeverdachte 2], d.d. 15 maart 2012, p. 739 laatste alinea en p. 740 eerste alinea.

193 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [broer medeverdachte 2], d.d. 14 maart 2012, p. 733 vierde t/m zesde alinea.

194 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2], d.d. 8 maart 2012, p. 615, 12e alinea.

195 Het schriftelijke bescheid inhoudende relevante ontvangsten en bealingen op rekening 7552.06.355, p. 750.

196 Het proces-verbaal van bevindingen telefoongesprek met [medeverdachte 3], d.d. 21 maart 2012, p. 4682.

197 Het proces-verbaal bevindingen histo [x 14] (in gebruik bij [broer medeverdachte 2]), d.d. 15 maart 23012, p. 4676.

198 Het proces-verbaal bevindingen histo [x 14] (in gebruik bij [broer medeverdachte 2]), d.d. 15 maart 23012, p. 4676 en 4677.

199 Het rapport dactyloscopische sporenonderzoek, p. 4704 en 4705 en het proces-verbaal identificatie n.a.v. dactyloscopische sporen, d.d. 5 april 2012, p. 4706.

200 Het schriftelijke bescheid inhoudende een online inzage uittreksel van de Kamer van Koophandel d.d. 28 september 2011, p. 4736 en 4737.

201 Het proces-verbaal onderzoek GWS, d.d. 27 maart 2012, p. 4743, bovenaan en het schriftelijke bescheid inhoudende een factuur d.d. 27 juli 2011 op naam van Casemanager van Client: [klant 78], p. 4745 en het schriftelijke bescheid inhoudende een factuur d.d. 22 juli 2011 op naam van Casemanager van Client: [casemanager 1], p. 4746 en een schriftelijk bescheid inhoudende een factuur d.d. 22 juli 2011 op naam van Casemanager van Cliënt: [casemanager 1], p. 4747.

202 Het proces-verbaal d.d. 24 april 2012, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2], p. 4733, zesde alinea.

203 Het proces-verbaal d.d. 24 april 2012, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2], p. 4733, achtste, negende en tiende alinea en het schriftelijke bescheid inhoudende een factuur d.d. 27 juli 2011 op naam van Casemanager van Client: [klant 78], p. 4745 en het schriftelijke bescheid inhoudende een factuur d.d. 22 juli 2011 op naam van Casemanager van Client: [casemanager 1], p. 4746 en een schriftelijk bescheid inhoudende een factuur d.d. 22 juli 2011 op naam van Casemanager van Cliënt: [casemanager 1], p. 4747.

204 Het proces-verbaal van verhoor getuige [casemanager 1], p. 4749, tweede alinea.

205 Het proces-verbaal van verhoor getuige [klant 78], p. 4753, tweede alinea.

206 Het proces-verbaal van verhoor getuige [eigenaar bedrijfsnaam 2], p. 4758, vijfde alinea.

207 Het proces-verbaal van verhoor getuige [eigenaar bedrijfsnaam 2], p. 4758, achtste en negende alinea.

208 Het proces-verbaal d.d. 24 april 2012, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2], p. 4765, regelnummers 9, 10 en 13 t/m 16 en het proces-verbaal d.d. 23 april 2012, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1], blz. 4789, regelnummer 7.

209 De verklaring van getuige [getuige 19] d.d. 1 november 2011, p. 4785, onderste twee regels, p. 4786, regelnummers 1, 2, 5, 16 t/m 19.

210 De verklaring van getuige [collega] d.d. 1 november 2011, p. 4788, regelnummers 4 t/m 7 , 10 t/m 13, 16, 18, 19, 21.

211 Het proces-verbaal d.d. 24 april 2012, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2], p. 4766, regelnummers 5 en 6.

212 Het proces-verbaal d.d. 23 april 2012, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1], p. 4789, regelnummers 10, 11.

213 De processen-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4], p. 4792, regelnummers 4 t/m 6, van getuige [getuige 5], p. 4795, regelnummers 7 t/m 9, van getuige [getuige 6], p. 4798, regelnummers 7 t/m 9, van getuige [getuige 7], p. 4835, regelnummers 16 t/m 18, van getuige [getuige 8], p. 4802, regelnummers 4 t/m 8 en van getuige [getuige 9], p. 4809, regelnummers 8 t/m 10 en het proces-verbaal d.d. 23 april 2012, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1], p. 4790, regelnummers 5 t/m 9 en het schriftelijke bescheid, inhoudende een factuur d.d. 13 januari 2011 op naam van [getuige 4], p. 4791 en het schriftelijke bescheid, inhoudende een factuur d.d. 13 januari 2011 op naam van [getuige 5]., p. 4794 en het schriftelijke bescheid, inhoudende een factuur (ongedateerd) op naam van [getuige 6], p. 4797 en het schriftelijke bescheid, inhoudende een factuur d.d. 10 maart 2011 op naam van [getuige 7], p. 4800 en het schriftelijke bescheid, inhoudende een factuur d.d. 24 maart 2011 op naam van [getuige 8]., p. 4801 en het schriftelijke bescheid, inhoudende een factuur d.d. 7 juli 2011 op naam van [klant 92]., p. 4808 en het schriftelijke bescheid, inhoudende een factuur d.d. 7 juli 2011 op naam van [klant 89]., p. 4805 en het schriftelijke bescheid, inhoudende een factuur op naam van [klant 81],[klant 91] p. 4806 en het schriftelijke bescheid, inhoudende een factuur d.d. 4 januari 2011 op naam van [klant 90], p. 4808.

214 Het proces-verbaal d.d. 24 april 2012, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2], p. 4766, laatste acht regels.

215 Het proces-verbaal d.d. 6 oktober 2011, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2], p. 4845, regelnummers 8 t/m 16 en het schriftelijk bescheid, inhoudende een factuur d.d. 7 juli 2011 op naam van [klant 89]., p. 4805.

216 Het proces-verbaal d.d. 23 april 2012, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1], p. 4790, regelnummers 13 t/m 15.