Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:1808

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
16-07-2013
Datum publicatie
23-07-2013
Zaaknummer
C/05/245477 / KG ZA 13-332
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Gedaagde is door de rechtbank veroordeeld tot betaling van ruim € 80.000,-- aan eiseres. Gedaagde betaalt niet en de door eiseres gelegde beslagen leveren bijna niets op. Gedaagde gaat in hoger beroep. Het gerechtshof veroordeelt gedaagde om aan eiseres een bedrag te betalen van ruim € 75.000,--.

Gedaagde is tevens veroordeeld om op straffe van verbeurte van een dwangsom aan eiseres mededeling te doen over zijn vermogenspostitie. Gedaagde betaalt niets en geeft ook geen informatie over zijn vermogen. Eiseres vordert in kort geding veroordeling van gedaagde om die informatie alsnog te geven en als hij dat niet doet verlof om gedaagde in gijzeling te doen nemen, hetgeen erop neer komt dat gedaagde in een huis van bewaring wordt opgesloten totdat hij informatie over zijn vermogenspositie geeft. De voorzieningenrechter wijst die vordering toe en bepaalt de termijn gedurende welke gedaagde kan worden vastgezet op maximaal 30 dagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2013-1990
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rolnummer: C/05/245477 / KG ZA 13-332

Vonnis in kort geding van 16 juli 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NANO TECHNOLOGY INSTRUMENTS-EUROPE B.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

eiseres,

advocaat mr. F.C. van Uden te Amsterdam,

tegen

[naam 1] ,

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

verschenen in persoon.

Partijen zullen hierna NTI en [naam 1] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de mondelinge behandeling, waarbij NTI haar eis heeft verminderd

  • -

    de pleitnota van NTI.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[naam 1] is van 2002 tot en met 2007 statutair bestuurder en werknemer van NTI geweest.

2.2.

Op 15 januari 2007 heeft NTI het bestuurderschap alsmede de arbeidsovereenkomst met [naam 1] per direct beëindigd, onder meer wegens het feit dat [naam 1] tijdens zijn dienstverband activiteiten heeft opgezet ten behoeve van AIST-NT Co (hierna: AIST-NT), een met NTI concurrerende onderneming, alsmede dat [naam 1] werknemers van NTI afbouwwerkzaamheden heeft laten verrichten aan diens privé-woning.

2.3.

Na zijn ontslag is [naam 1] gaan werken voor AIST-NT. [naam 1] heeft zijn activiteiten ondergebracht in [bedrijf naam 1] (hierna: [bedrijf naam 1]). [naam 1] is enig bestuurder van [bedrijf naam 1]. De aandelen in [bedrijf naam 1] worden gehouden door de (hoog bejaarde) moeder en de tante van [naam 1].

2.4.

[naam 1] heeft bij deze rechtbank (destijds nog rechtbank Zutphen) jegens NTI een procedure aanhangig gemaakt, strekkende tot -kort gezegd- schadeloosstelling wegens het gegeven ontslag. NTI heeft in die procedure een tegenvordering ingesteld.
Bij vonnis van deze rechtbank van 10 december 2008 zijn de vorderingen van [naam 1] in conventie grotendeels afgewezen en is [naam 1] in reconventie veroordeeld om aan NTI te betalen een bedrag van € 86.786,08 in hoofdsom.

2.5.

[naam 1] heeft niet aan voormeld vonnis voldaan. NTI heeft ten laste van [naam 1] executiemaatregelen getroffen, maar deze zijn weinig succesvol gebleken.

2.6.

NTI is vervolgens overgegaan tot het ten laste van [naam 1] leggen van executoriaal derdenbeslag onder [bedrijf naam 1] op de vorderingen die [naam 1] heeft op [bedrijf naam 1].

In dit verband heeft [naam 1] in zijn hoedanigheid van enig bestuurder van [bedrijf naam 1] een verklaring afgelegd, die inhoudt dat hij onbezoldigd bestuurder is.

2.7.

NTI heeft daarop een verklaringsprocedure jegens [bedrijf naam 1] aanhangig gemaakt.

Bij vonnis van deze rechtbank van 22 februari 2012 heeft de rechtbank de vergoeding die [bedrijf naam 1] vanaf 2 juli 2010 aan [naam 1] is verschuldigd en/of uit de bestaande rechtsverhouding verschuldigd zal worden, vastgesteld op een bedrag van € 2.750,-- netto per maand en heeft de rechtbank [bedrijf naam 1] veroordeeld om aan NTI te betalen een bedrag van
€ 55.000,--, zonder dit bedrag met enige vordering van [bedrijf naam 1] op [naam 1] te verrekenen.
Tevens heeft de rechtbank, voor zover [bedrijf naam 1] niet uiterlijk binnen twee weken na betekening van dat vonnis voormelde betaling heeft verricht, [bedrijf naam 1] geboden om -kort gezegd- een in Nederland gevestigde registeraccountant schriftelijk opgave te laten doen van voor verhaal vatbare vermogensbestanddelen van [bedrijf naam 1]. Aan deze laatste veroordeling heeft de rechtbank indien en voor zover daaraan niet wordt voldaan, een dwangsom verbonden van € 200,-- per dag (met een maximum van € 50.000,--).

Dit vonnis heeft niet geleid tot enige betaling aan NTI. Evenmin is aan NTI informatie verstrekt over verhaalsobjecten van [bedrijf naam 1].

2.8.

[naam 1] heeft hoger beroep ingesteld tegen het hiervoor onder 2.4. vermelde vonnis van deze rechtbank van 10 december 2008.

2.9.

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest van 15 januari 2013 (zaaknummer 200.029.993) het vonnis van deze rechtbank in conventie ten principale bekrachtigd en heeft onder gedeeltelijke vernietiging van het vonnis in reconventie, [naam 1] veroordeeld om aan NTI te betalen een bedrag van € 76.334,75.
Tevens is [naam 1] veroordeeld, voor zover hij het uit hoofde van het op grond van dit arrest te betalen bedrag niet binnen 8 dagen na betekening daarvan aan NTI voldoet, een in Nederland gevestigde registeraccountant (niet tevens zijnde de accountant van [naam 1] en/of zijn echtgenote en/of [bedrijf naam 1]):
a. binnen zes weken na de betekening van het arrest aan NTI schriftelijk opgaaf te laten doen van alle voor verhaal vatbare vermogensbestanddelen van [naam 1] en/of zijn echtgenote waaronder (maar niet beperkt tot):
- alle door [naam 1] en/of zijn echtgenote gehouden bankrekeningen, inclusief tenaamstelling en rekeningnummer, bij banken in en buiten Nederland;
-alle debiteuren van [naam 1] en/of zijn echtgenote, waaronder hun werkgevers en opdrachtgevers, inclusief naam en adres van die debiteuren en de grondslag en hoogte van de desbetreffende vorderingen;
-alle mede op naam van [naam 1] en/of zijn echtgenote gestelde registergoederen; en
-alle roerende zaken (van substantiële waarde) in eigendom van [naam 1] en/of zijn echtgenote, inclusief de locatie van die zaken;
b. schriftelijk opgave te laten doen van alle mutaties die zich na de onder a bedoelde schriftelijke opgaaf voordoen (…)
Voorts is [naam 1] veroordeeld om aan NTI een dwangsom te betalen van € 200,-- voor iedere dag dat hij niet aan de hiervoor onder a en b uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van € 100.000,-- is bereikt.
Het hof heeft nog overwogen dat (thans nog) onvoldoende aanleiding wordt gezien de vordering tot het verschaffen van inzicht in de voor verhaal vatbare vermogensbestanddelen uitvoerbaar bij lijfsdwang te verklaren.

2.10.

Dit -onherroepelijke- arrest (waarvan het dictum bij beschikking van het hof van 12 maart 2013 is aangevuld) heeft evenmin geleid tot enige betaling aan NTI. Ook is verstrekking van informatie over verhaalsobjecten van [naam 1] en/of zijn echtgenote achterwege gebleven.

3 Het geschil

3.1.

NTI vordert -na vermindering van eis dat de voorzieningenrechter
A. [naam 1] zal veroordelen om binnen drie weken na betekening van dit vonnis een in Nederland gevestigde registeraccountant (niet tevens zijnde de accountant van [naam 1] en/of zijn echtgenote en/of [bedrijf naam 1]):
a. schriftelijk opgaaf te laten doen van alle voor verhaal vatbare vermogensbestanddelen van [naam 1] en/of zijn echtgenote waaronder (maar niet beperkt tot):
- alle door [naam 1] en/of zijn echtgenote gehouden bankrekeningen, inclusief tenaamstelling en rekeningnummer, bij banken in en buiten Nederland;
-alle debiteuren van [naam 1] en/of zijn echtgenote, waaronder hun werkgevers en opdrachtgevers, inclusief naam en adres van die debiteuren en de grondslag en hoogte van de desbetreffende vorderingen;
-alle mede op naam van [naam 1] en/of zijn echtgenote gestelde registergoederen; en
-alle roerende zaken (van substantiële waarde) in eigendom van [naam 1] en/of zijn echtgenote, inclusief de locatie van die zaken;
B. [naam 1] zal veroordelen om bedoelde registeraccountant schriftelijk opgaaf te laten doen van alle mutaties die zich na de onder A. bedoelde schriftelijke opgaaf voordoen, binnen drie dagen na de betreffende mutatie, totdat [naam 1] alle bedragen heeft voldaan die hij verschuldigd is uit hoofde van het bij beschikking van 12 maart 2013 verbeterde arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden van 15 januari 2013 (zaaknummer 200.029.993);
C. de veroordeling onder A. en B. bij niet voldoening daaraan uitvoerbaar bij lijfsdwang zal verklaren totdat [naam 1] de veroordeling onder A. alsnog nakomt.

3.2.

[naam 1] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Op grond van artikel 585 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan de rechter op verlangen van de schuldeiser de tenuitvoerlegging bij lijfsdwang toestaan van vonnissen, voor zover zij een veroordeling tot iets anders dan het betalen van geld inhouden. Dat laatste is hier het geval, voor zover het gaat om het verschaffen van informatie over voor verhaal vatbare vermogensbestanddelen van [naam 1] en/of zijn echtgenote. De rechter heeft daarbij een discretionaire bevoegdheid.

4.2.

Nu het hof vooralsnog geen aanleiding heeft gezien het arrest, voor zover dit strekt tot het geven van de hiervoor bedoelde informatie, uitvoerbaar bij lijfsdwang te verklaren, is de voorzieningenrechter op grond van artikel 586 Rv bij uitsluiting bevoegd om op de vordering van NTI te beslissen.

4.3.

In artikel 587 Rv is bepaald dat de rechter een vonnis slechts uitvoerbaar bij lijfsdwang verklaart, indien aannemelijk is dat toepassing van een ander dwangmiddel onvoldoende uitkomst zal bieden en het belang van de schuldeiser toepassing daarvan rechtvaardigt.
Hiermee heeft de wetgever tot uitdrukking gebracht dat het middel van lijfdwang vanwege het ingrijpend karakter voor de schuldenaar (zijn vrijheid wordt immers ontnomen), als ultimum remedium heeft te gelden.

4.4.

Daar waar de door de rechtbank en door het hof vastgestelde dwangsommen niet hebben geleid tot het verschaffen van de verlangde informatie, moet worden geconstateerd dat de dwangsommen (die door [naam 1] op grond van niet- nakoming van het arrest van het hof zijn verbeurd, maar ondanks daartoe strekkende sommatie van NTI niet zijn betaald) voor [naam 1] niet de beoogde prikkel tot nakoming hebben gegeven. Ook de dreiging van NTI dat in rechte lijfsdwang zal worden gevorderd, heeft [naam 1] niet in beweging kunnen zetten.
Hiermee komt het middel van lijfsdwang in beeld. Het belang van NTI (die ter zitting heeft verklaard dat verhaalsonderzoek niets heeft opgeleverd) om bedoelde informatie trachten te verkrijgen door middel van lijfsdwang dient in deze te prevaleren boven het belang van [naam 1] bij het uitblijven van lijfsdwang. NTI heeft immers op grond van voormeld arrest van het hof een substantiële vordering op [naam 1] en betaling door [naam 1] (en/of [bedrijf naam 1], van welke vennootschap [naam 1] enig bestuurder is) is tot op heden nagenoeg geheel uitgebleven. Het is in het algemeen belang dat een rechterlijke uitspraak wordt nagekomen. [naam 1] heeft niet weersproken dat hij nog steeds -al dan niet via [bedrijf naam 1]- werkzaamheden verricht voor AIST-NT alsmede dat AIST-NT kapitaalkrachtig is. [naam 1] heeft evenmin (voldoende gemotiveerd) weersproken dat [bedrijf naam 1] aanzienlijke omzetten genereert. Onder deze omstandigheden, waarin ook [bedrijf naam 1] geen inzage heeft verstrekt over haar vermogenspositie, is het terecht dat NTI geen genoegen neemt met de enkele mededeling van [naam 1] dat hij met zijn werkzaamheden in de praktijk niets verdient en dat hij geen geld heeft om een registeraccountant te betalen alsmede dat hij geen vermogensbestanddelen bezit, naast de aan NTI bekende -beslagen- activa (twee bankrekeningen en een registergoed), ten aanzien waarvan NTI onweersproken heeft gesteld dat die beslagen nauwelijks iets hebben opgeleverd.

4.5.

In artikel 588 Rv is bepaald dat uitvoerbaarheid bij lijfsdwang niet wordt uitgesproken indien de schuldenaar buiten staat is aan de verplichting waarvoor tenuitvoerlegging bij lijfsdwang wordt verlangd, te voldoen. De stelplicht en bewijslast van de onmogelijkheid om aan de veroordeling te voldoen rust op de schuldenaar.

4.6.

[naam 1] heeft in dit verband aangevoerd dat zijn privé-administratie en zijn zakelijke administratie (ten aanzien van [bedrijf naam 1]) door elkaar lopen alsmede dat een registeraccountant veel werk zal hebben aan het uiteenhalen van privé- en zakelijke administratie. [naam 1] heeft ter zitting verklaard dat de door hem geraadpleegde registeraccountant (zonder overigens een naam te noemen) hem heeft laten weten dat een dergelijk onderzoek tienduizenden euro’s gaat kosten alsmede dat hij, [naam 1], geen geld heeft om een dergelijk onderzoek te betalen. Ter zitting is bij gebreke van een schriftelijke verklaring van een door [naam 1] aangezochte onafhankelijke registeraccountant echter onduidelijk gebleven of [naam 1] wel een registeraccountant heeft benaderd met de vraag of deze een verklaring kan opstellen zoals in het arrest van het hof van 15 januari 2013 is bepaald en zo ja, wat daarvan de kosten zijn. [naam 1] heeft niet aan de hand van recente belastingaangiftes aannemelijk gemaakt dat hij geen geld heeft om een registeraccountant te kunnen betalen. Waar [naam 1] thans van leeft is eveneens onduidelijk gebleven.
heeft zijn verweer onvoldoende onderbouwd, zodat er in deze vooralsnog niet van kan worden uitgegaan dat zich de in artikel 588 Rv bedoelde situatie voordoet waarin uitvoerbaarheid bij lijfsdwang niet kan worden uitgesproken. Daarbij wordt nog opgemerkt dat NTI ter zitting heeft verklaard dat zij er ook genoegen mee neemt als de verlangde informatie wordt verschaft door een AA-accountant, maar dat zij niet akkoord gaat met de door [naam 2], een AA-accountant, afgelegde verklaring, omdat [naam 2] (alsmede de kantoororganisatie waarvoor hij werkzaam is), niet als een van [naam 1] en [bedrijf naam 1] onafhankelijke accountant kan worden aangemerkt. De redenen die NTI daarvoor heeft opgegeven, zijn door [naam 1] niet tegengesproken. Overigens kan ook uit het (dictum) van het vonnis van deze rechtbank van 22 februari 2012 worden afgeleid dat de rechtbank een accountant die is verbonden aan accountantskantoor Pijnenborg in deze zaak niet als een onafhankelijke accountant beschouwt.

4.7.

Daar waar [naam 1] er op grond van het arrest van het hof rekening mee moest houden dat bij volharding in het niet verschaffen van informatie over voor verhaal vatbare vermogensbestanddelen, het middel van lijfsdwang in beeld zou kunnen komen, zal de voorzieningenrechter geen gebruik maken van de hem in artikel 590 Rv gegeven discretionaire bevoegdheid om zijn beslissing over de uitvoerbaarheid bij lijfsdwang voor een door hem te bepalen termijn aan te houden, teneinde [naam 1] nog een laatste kans te geven om aan zijn verplichting te voldoen. Wel zal de termijn waarbinnen [naam 1] de verlangde informatie moet doen verstrekken worden bepaald op vier weken.

4.8.

Vooralsnog bestaat er onvoldoende aanleiding het vonnis tevens uitvoerbaar bij lijfsdwang te verklaren ten aanzien van de gevorderde, en toewijsbare, vordering om mutaties in de vermogenspositie aan NTI te doen opgeven.

4.9.

De termijn gedurende welke de lijfsdwang kan worden ten uitvoer gelegd wordt bepaald op dertig dagen. De voorzieningenrechter wijst [naam 1] er op dat indien een van de in artikel 600 Rv opgenoemde gronden zich voordoet en NTI niet schriftelijk toestemt in ontslag uit de gijzeling, [naam 1] zich tot de voorzieningenrechter kan wenden met het verzoek om te bepalen dat hij uit de gijzeling wordt ontslagen. Voor een dergelijke jegens NTI in te stellen vordering is voor [naam 1] wel de tussenkomst van een advocaat vereist.

4.10.

[naam 1] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van NTI worden begroot op:

  • -

    dagvaarding €  78,34

  • -

    griffierecht € 589,00

  • -

    salaris advocaat € 816,00

Totaal €  1.483,34


5.De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt [naam 1] binnen vier weken na betekening van dit vonnis een in Nederland gevestigde registeraccountant (niet tevens zijnde de accountant van [naam 1] en/of zijn echtgenote en/of [bedrijf naam 1]):
a. schriftelijk opgaaf te laten doen aan NTI van alle voor verhaal vatbare vermogensbestanddelen van [naam 1] en/of zijn echtgenote waaronder (maar niet beperkt tot):
- alle door [naam 1] en/of zijn echtgenote gehouden bankrekeningen, inclusief tenaamstelling en rekeningnummer, bij banken in en buiten Nederland;
-alle debiteuren van [naam 1] en/of zijn echtgenote, waaronder hun werkgevers en opdrachtgevers, inclusief naam en adres van die debiteuren en de grondslag en hoogte van de desbetreffende vorderingen;
-alle mede op naam van [naam 1] en/of zijn echtgenote gestelde registergoederen; en
-alle roerende zaken (van substantiële waarde) in eigendom van [naam 1] en/of zijn echtgenote, inclusief de locatie van die zaken,


5.2. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij lijfsdwang indien [naam 1] niet aan de hiervoor onder 5.1. geformuleerde hoofdveroordeling voldoet, totdat [naam 1] alsnog aan bedoelde veroordeling voldoet, met dien verstande dat de termijn gedurende welke de lijfsdwang kan worden ten uitvoer gelegd wordt gesteld op maximaal dertig dagen,

5.3.

veroordeelt [naam 1] om de hiervoor onder 5.1. bedoelde registeraccountant schriftelijk opgaaf te laten doen aan NTI van alle mutaties die zich na de onder 5.1. bedoelde schriftelijke opgaaf voordoen, binnen drie dagen na de betreffende mutatie, totdat [naam 1] alle bedragen heeft voldaan die hij verschuldigd is uit hoofde van het bij beschikking van 12 maart 2013 verbeterde arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 januari 2013 (zaaknummer 200.029.993);

5.4.

veroordeelt [naam 1] in de proceskosten, aan de zijde van NTI tot op heden begroot op € 1.483,34, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van de achtste dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, indien betaling binnen voormelde termijn uitblijft,

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.A. Bierbooms en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2013.