Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:11369

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
06-09-2016
Datum publicatie
21-09-2016
Zaaknummer
AWB 16 / 6078
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBDHA:2016:11370
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Op grond van het beleid van verweerder zoals neergelegd in paragraaf B10/2.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000), neemt verweerder alleen aan dat het gezinsleven is opgebouwd of bestendigd bij een daadwerkelijk, aaneengesloten verblijf in de andere lidstaat van ten minste zes maanden. Nu artikel 7, eerste lid, van de Verblijfsrichtlijn uitgaat van een daadwerkelijk verblijf van tenminste drie maanden, is het door verweerder gehanteerde beleid in paragraaf B10/2.2 van de Vc 2000 naar het oordeel van de rechtbank in zoverre onverbindend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 16 / 6078

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 september 2016 in de zaak tussen

[eiseres], eiseres,

(gemachtigde: mr. M.M.A.F.C. Lienaerts),

en

de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder

(gemachtigde: mr. M.F.M. Saive).

Procesverloop

Bij besluit van 30 november 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van

eiseres om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de

Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000) afgewezen.

Bij besluit van 17 maart 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van

eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 juli 2016. Eiseres is verschenen, bijgestaan A. Lahyani (referent) en haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Als tolk was aanwezig O. Achkif.

Bij tussenuitspraak van 11 augustus 2016 heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit te herstellen.

Verweerder heeft in reactie op de tussenuitspraak schriftelijk verklaard geen gebruik te maken van de gelegenheid het gebrek in het bestreden besluit te herstellen.

De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Voor de relevante feiten en omstandigheden verwijst de rechtbank naar hetgeen in de tussenuitspraak van 11 augustus 2016 onder rechtsoverweging 1 en 2 is opgenomen. Ook voor het overige verwijst de rechtbank naar hetgeen in die uitspraak is overwogen.

2. De rechtbank heeft bij genoemde tussenuitspraak aan verweerder de gelegenheid geboden om een gebrek te herstellen dat naar het oordeel van de rechtbank aan voormeld bestreden besluit kleeft. Dit gebrek is nader omschreven onder rechtsoverweging 13 van die uitspraak.

3. Verweerder heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid het geconstateerde gebrek te herstellen, zodat het beroep van eiseres gegrond is. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit van 17 maart 2016 en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de tussenuitspraak.

4. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

5. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 992,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 496,- en een wegingsfactor 1). Omdat aan eiseres een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van de tussenuitspraak;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 168,- aan eiseres te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 992,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.E. Derks, rechter, in aanwezigheid van

mr. R.A. Debets, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 september 2016.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:06-09-2016

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak en de tussenuitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.