Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3281

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
05-03-2013
Datum publicatie
05-03-2013
Zaaknummer
09/754191-11, 09/090148-11 (ttz.gev.), 09/650048-12 (ttz.gev.) en 09/650057-12 (ttz.gev.)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een aantal strafbare feiten namelijk: het doen van twee valse bommeldingen en daardoor ook aan bedreiging, laster, smaadschrift en belediging van meerdere personen, opruiing, belediging van een groep mensen, belaging, vernieling.

Gevangenisstraf van 345 dagen met aftrek waarvan 240 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Bijzondere voorwaarde: dat verdachte de artikelen die hij op internet heeft geplaatst en die in de bewezenverklaring worden genoemd zal verwijderen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummers 09/754191-11, 09/090148-11 (ttz.gev.), 09/650048-12 (ttz.gev.) en 09/650057-12 (ttz.gev.)

Datum uitspraak: 5 maart 2013

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank 's-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [datum] 1963 te [plaats],

wonende: [adres] ([plaats]),

postadres: [postadres].

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ten terechtzittingen van 7 november 2011 (parketnummer 09/090148-11; politierechter), 10 september 2012, 10 december 2012 en 19 februari 2013.

De rechtbank heeft ter terechtzitting van 19 februari 2013 kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie mr. N. Vogelenzang en mr. M.A. Visser en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. G.J. van der Meer, advocaat te Amsterdam, namens verdachte naar voren is gebracht. De raadsman heeft verklaard dat hij in formele zin uitdrukkelijk gemachtigd is verdachte ter terechtzitting te vertegenwoordigen, zij het dat het gaat om een beperkte volmacht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A. De rechtbank heeft de dagvaardingen als volgt genummerd: dagvaarding I (parketnummer) 09/754191-11, dagvaarding II (parketnummer 09/090148-11), dagvaarding III (parketnummer 09/650048-12 en dagvaarding IV (parketnummer 09/650057-12).

3. Bewijsoverwegingen1

De raadsman heeft ten aanzien van de feiten opgemerkt dat hij namens verdachte geen inhoudelijke verweren zal voeren, omdat er geen delicten zijn.

De rechtbank onderscheidt in de tenlastelegging en in dit vonnis feiten betreffende valse bommeldingen en/of bedreigingen, smaad(schrift)/laster, opruiing, groepsbelediging, belaging en vernieling. De rechtbank zal de feiten die onder de hiervoor genoemde delictsomschrijvingen vallen steeds onder dat 'kopje' bespreken.

De rechtbank grondt haar beslissingen dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan, steeds op de hierna - samengevatte - feiten en omstandigheden. Deze zijn vervat in de in de voetnoten weergegeven bewijsmiddelen. Per feit zal de rechtbank eerst de feiten en omstandigheden vermelden die niet ter discussie staan.

3.1 Dagvaarding I: Valse bommeldingen en/of bedreigingen

3.1.1. Uitgangspunt voor het bewijs zaaksdossier Bommelding advocatenkantoor (feit 1)

In de periode van 23 augustus 2011 tot en met 24 augustus 2011 te 's-Gravenhage heeft verdachte gebeld met medewerkers van het kantoor van Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn Advocaten en Notarissen te Den Haag (Pels Rijcken). Dat blijkt uit de verklaringen van [A], [B], [C], [D]en uit de verklaring van verdachte.

Verder staat vast dat genoemde medewerkers van Pels Rijcken telefonisch de volgende berichten hebben ontvangen.

Aan [C]2 is op 24 augustus 2011 meegedeeld "Jullie kunnen binnenkort brandbommen verwachten, let op mijn woorden ik ga brandbommen door het kantoor gooien, je kan brandbommen door de ruiten verwachten".

Aan [D]3 is op 24 augustus 2011 meegedeeld dat binnenkort brandbommen door de ramen gegooid zouden worden.

Aan [A]4 is op 23 augustus 2011 meegedeeld "Jullie zijn allemaal ratten, jullie advocaten zijn allemaal ratten, honden. Jullie brengen de wereld naar de kloten. Wacht maar, zo meteen gaat er een bom af, wacht maar, zo meteen gaat er een bom af.....over een half uur" en "He, dat zeg ik toch, over een half uur gaat er een bom af." en "Jullie gaan allemaal naar de klote."

Aan [B]5 is op 23 augustus 2011 meegedeeld "Dit is een bommelding, het zal dood en verderf zaaien, jullie zijn een corrupt stelletje, jullie verdedigen een kinderverkrachter, heeft u mij begrepen?".

Verdachte heeft verklaard dat hij in augustus 2011 in [plaats] verbleef.6.

3.1.2. Uitgangspunt voor het bewijs zaaksdossier Bommelding Ministerie van Veiligheid en Justitie (feit 3)

Op 8 september 2011 is te 's-Gravenhage telefonisch een valse bommelding doorgegeven aan een medewerkster van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, hetgeen blijkt uit de verklaring van [E]7 en uit de beluisterde en uitgewerkte opname van dit telefoongesprek8.

Aan [E] is op 8 september 2011 meegedeeld "Dit is een bommelding. Als jullie binnen 1 uur niet Joris Demmink ontslaan en afleveren bij een politiebureau gaat een bom tot ontploffing met honderden doden om precies 1 uur van nu af. Jullie moeten het Ministerie ontruimen. Ik waarschuw jullie. Er komt een bommelding. Het Ministerie wordt verwoest. Binnen 1 uur precies na nu, als jullie Joris Demmink niet afleveren bij een politiepost, bij een bureau van politie. De tijd tikt door. Het is nu negenenvijftig minuten a nu. De bom is geplaatst onder het bureau van Joris Demmink, Secretaris Generaal van het Ministerie van Justitie, criminele pedofiel en kinderverkrachter. Achtenvijftig punt dertig.".

Door de inhoud van de hiervoor onder 3.1.1 en 3.1.2 weergegeven telefoongesprekken zijn medewerkers van het kantoor van Pels Rijcken en het Ministerie van Veiligheid en Justitie bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met brandstichting en met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat.

De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of verdachte de persoon was die deze telefonische mededelingen heeft gedaan en of wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat daarmee sprake is van het doen van een valse bommelding en/of het uiten van bedreigingen.

3.1.3 Standpunt van de officier van justitie (feiten 1 en 3)

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het doen van valse bommeldingen (feit 1, eerste cumulatief/alternatief en feit 3, eerste cumulatief/alternatief) en daardoor ook aan het bedreigen van medewerkers van het kantoor van Pels Rijcken (feit 1, tweede cumulatief/alternatief) en het Ministerie van Veiligheid en Justitie (feit 3, tweede cumulatief/alternatief).

3.1.4 Overwegingen van de rechtbank (feiten 1 en 3)

Bommelding advocatenkantoor

Ter terechtzitting van 19 februari 2013 is de geluidsopname beluisterd van het telefoongesprek op 24 augustus 2011, waarin bedreigingen worden geuit tegenover [C], eerder genoemde medewerker van het kantoor van Pels Rijcken. De rechtbank heeft waargenomen dat de dreigende stem die van verdachte is.9

De rechtbank komt op basis van de verklaringen van [B]en [A]in combinatie met de verklaring van verdachte bij de politie, tot de conclusie dat verdachte de persoon is geweest die op 23 augustus 2011 een (telefonische) bommelding heeft gedaan bij het kantoor Pels Rijcken. Voor die conclusie vindt de rechtbank voorts steun in de verklaring van [C] dat zij de stem van de persoon die zij op 24 augustus 2011 aan de telefoon had en die dreigende taal gebruikte, heeft herkend als de stem van de persoon die zij een dag eerder had gesproken. Gelet op de duidelijk herkenbare stem van verdachte, zoals ter terechtzitting is waargenomen, acht de rechtbank de stemherkenning door [C] betrouwbaar.

Naar aanleiding van het telefoongesprek van 23 augustus 2011 is het kantoorpand geheel ontruimd. Na onderzoek van het kantoorpand is geen explosief aangetroffen.

De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte een valse bommelding heeft gedaan. Gelet op de inhoud van de telefonische mededelingen zal de rechtbank alleen de mededelingen aan [A]en [B] als een valse bommelding aanmerken. De mededelingen aan [C] en [D] kunnen niet als zodanig worden aangemerkt, nu daarbij geen sprake is van een onmiddellijk dreigend gevaar van een ontploffing. De rechtbank zal verdachte daarvan partieel vrijspreken.

Gelet op het dreigende karakter van alle in de tenlastelegging genoemde telefonische mededelingen acht de rechtbank tevens wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan bedreiging.

Bommelding Ministerie van Veiligheid en Justitie

Ter terechtzitting van 19 februari 2013 is tevens een geluidsopname beluisterd van het telefoongesprek waarin een bommelding wordt gedaan bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie. De rechtbank heeft waargenomen dat de stem die te horen is, die van verdachte is.10

De rechtbank komt, op basis van de verklaring van [E] in combinatie met de beluisterde en uitgewerkte opname van het telefoongesprek, tot de conclusie dat verdachte op 8 september 2011 een (telefonische) bommelding heeft gedaan bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Er is geen explosief aangetroffen. Hoewel er geen ontruiming van het pand heeft plaatsgevonden en de medewerkers van het ministerie, voor zover zij op de hoogte waren van de bommelding, vermoedden dat verdachte de melding had gedaan, is de rechtbank van oordeel dat het oogmerk van verdachte gericht is geweest op het anderen ten onrechte doen geloven dat zich in het gebouw van het ministerie een explosief bevond, dat binnen één uur zou afgaan.

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte deze valse bommelding heeft gedaan.

Gelet op het dreigende karakter van de in de tenlastelegging genoemde telefonische mededelingen acht de rechtbank tevens wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan bedreiging.

Conclusie

De rechtbank is van oordeel dat de onder 1, eerste cumulatief/alternatief en tweede cumulatief/alternatief, en onder 3, eerste cumulatief/alternatief en tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde feiten, te weten twee valse bommeldingen en twee bedreigingen, wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.

3.2 Dagvaarding I, II en IV: Smaad, smaadschrift of laster

3.2.1. Uitgangspunt voor het bewijs in de zaaksdossiers [F], [G], [H]/[I], [J], [K] en [L]

Op de site klokkenluideronline.nl is een aantal artikelen11 verschenen onder de naam van verdachte. De rechtbank stelt vast dat verdachte deze artikelen op internet heeft geplaatst, nu hij dat ook heeft erkend12. Verdachte presenteert zichzelf als journalist en plaatst het publiceren van deze artikelen binnen de context van zijn journalistieke werkzaamheden.

3.2.2. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte vrij te spreken van de ten laste gelegde laster/smaad(schrift), dan wel belediging ten aanzien van [F] (feit 4) en ten aanzien van [M](parketnummer 09/650048-12). De officier van justitie acht wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan laster dan wel smaadschrift en/of belediging ten aanzien van [G] (feit 5), [I] (feit 6), [J] (feit 8), [K] (feit 9), [H] (feit 10 en het feit van dagvaarding IV) en [L] (feit 12).

3.2.3. Overwegingen van de rechtbank

Het door smaad(schrift)/laster beschermde belang kan worden omschreven als de bescherming van de aanspraak die een ieder heeft op zijn eer en goede naam. Voor de strafrechtelijke beoordeling van de vraag of een betrokkene in dat belang is aangetast, is de context van een afbeelding of geschrift waaraan ruchtbaarheid is gegeven, van belang. Binnen die context dient de boodschap van het geschrift of de afbeelding begrepen en geïnterpreteerd te worden. Bij de beoordeling van die context en de uitleg ervan is artikel 10 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) van toepassing. Artikel 10 EVRM beschermt de vrijheid van meningsuiting. Dit recht, zoals gegarandeerd in het eerste lid van artikel 10 EVRM, kan ingevolge het tweede lid van dat artikel worden onderworpen aan bepaalde beperkingen die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van - onder meer - de goede naam. De rol van de pers in een democratische samenleving vereist in dat kader bijzondere aandacht.

Zaaksdossier [F] (feit 4)

De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat tot een bewezenverklaring kan worden gekomen van smaadschrift ten aanzien van [F] en overweegt hiertoe als volgt.

Verdachte heeft op 16 mei 2011 een foto op zijn site klokkenluideronline.nl geplaatst13 van [F], terwijl hij in politie-uniform gekleed is, met daarbij de tekst: "Dit is de creatieve en criminele agent". [F] heeft op 30 juni 2011 aangifte gedaan ter zake van belediging, smaad(schrift) of laster14.

Uit de aangifte van [F] komt naar voren dat deze zich in zijn eer en goede naam aangetast voelt. Naar het oordeel van de rechtbank is dat gevoelen terecht, nu uit het dossier genoegzaam blijkt dat de reputatie van [F] is aangetast, met name doordat hij herkenbaar op de foto is afgebeeld, terwijl hij in uniform is gekleed en in de bijbehorende tekst de beschrijving 'crimineel' is gebruikt. Een dergelijke beschrijving als 'crimineel' is naar het oordeel van de rechtbank smadelijk.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan smaadschrift ten aanzien van [F].

Zaaksdossier [G] (feit 5)

Verdachte heeft in de periode van 27 december 2011 tot en met 8 maart 2012 geschriften en afbeeldingen op zijn internetsite klokkenluideronline.nl geplaatst15 betreffende [G], met daarin de tekst:

- dat het telefoonnummer van die [G] is aangetroffen in de agenda van een verdachte in een omvangrijke zedenzaak, en;

- dat die [G] een kinderverkrachter en/of een pedofiel is, en;

- dat die [G] deel uitmaakt van een netwerk van pedofielen.

[G] heeft op 8 maart 2012 aangifte gedaan ter zake belediging, smaad(schrift) of laster16.

Uit de aangifte van [G] komt naar voren dat deze zich in zijn eer en goede naam aangetast voelt. Ook overigens blijkt uit het dossier blijkt dat de reputatie van [G] is aangetast door de publicaties op internet. [G] heeft gesteld dat de gestelde beweringen in strijd met de waarheid zijn, terwijl verdachte op geen enkele wijze zijn beweringen heeft onderbouwd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de artikelen er op zijn gericht om [G] aan te tasten in zijn eer en goede naam.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan laster ten aanzien van [G].

Zaaksdossier [I] (feit 6)

Verdachte heeft op 27 september 2011 op zijn internetsite klokkenluideronline.nl een artikel over [I] geplaatst17, met daarin de tekst:

"Nadat eerst mafia-advocaat [N]op niet zo subtiele wijze bedankte voor 'de eer' toont nu ook [I] - de ex van [H] - zich een gewillig schaap in de kudde van de zwarte mafia. Eerder draaide deze [I] zich ook al uit het fameuze 'camera-KG' dat we zouden voeren tegen de Haagse mafia-rechtbank omdat er 'opeens van alles mis ging in haar prive-leven'. Door dit nazi-gedrag saboteren deze advocaten mijn toekomst en blokkeren ze een uitkering van tussen de 500.000 en 1 miljoen euro waar ik recht op heb. Kunnen we het haar kwalijk nemen? Natuurlijk, het is te walgelijk voor woorden en dat hebben we de hoer van justitie ook laten weten".

[I] heeft op 16 januari 2012 aangifte gedaan ter zake belediging, smaad(schrift) of laster18.

Uit de aangifte van [I] komt naar voren dat zij zich in haar eer en goede naam aangetast voelt. De rechtbank is van oordeel dat de uitlatingen beledigend zijn, omdat deze de strekking hebben [I] bij het publiek in een ongunstig daglicht te stellen en haar eer en goede naam aan te randen. De uitlatingen zijn rechtstreeks gericht op [I] en overschrijden de grenzen van het maatschappelijk betamelijke.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan belediging van [I].

Zaaksdossier [J] (feit 8)

Verdachte heeft in de periode van 15 februari 2012 tot en met 17 april 2012 geschriften en afbeeldingen op zijn internetsite klokkenluideronline.nl geplaatst19 betreffende [J], met daarin de tekst:

"Maar twee elementen in haar verklaringen hebben de supergetuige wat ons betreft weer helemaal 'op de kaart' gezet: het element Johan Friso en het element [J]. Beiden werden door haar genoemd als betrokken bij de moord op Marianne Vaatstra in verschillende rollen." en "Wat betreft [J] is er zeer sterke circumstancial evidence en Friso is zonder twijfel verdachter geworden door 'lawine-gate'.".

[J] heeft op 18 april 2012 (aanvullende) aangifte gedaan ter zake smaad(schrift) of laster20.

Uit de aangifte van [J] komt naar voren dat deze zich in zijn eer en goede naam aangetast voelt. Voorts voelt hij zich beschadigd en beledigd. Zoals uit het dossier ook overigens blijkt, is de reputatie van [J] aangetast door de publicaties. In bijlage 1 bij de tenlastelegging wordt beweerd dat [J] aanwezig zou zijn geweest bij het misbruiken van kinderen. Voorts zou hij het belang dienen van het beschermen van de moordenaars van Marianne Vaatstra. Deze geschriften tasten onmiskenbaar de eer en goede naam van [J] aan, terwijl verdachte zijn beweringen op geen enkele wijze heeft onderbouwd.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan laster ten aanzien van [J].

Zaaksdossier [K] (feit 9)

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring van een bedreiging van [K] te komen, nu uit de aangifte van [K] niet is af te leiden dat [K] zich bedreigd heeft gevoeld.

De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van het eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde.

Verdachte heeft op 22 april 2012 op zijn site klokkenluideronline.nl een artikel met afbeelding over [K] geplaatst21, met daarbij de tekst: "Falende en corrupte [K] zit nu al op de schopstoel". [K] heeft op 2 mei 2012 aangifte gedaan ter zake smaad(schrift) of laster22.

Uit de aangifte van [K] komt naar voren dat deze zich in zijn eer en goede naam aangetast voelt. Ook overigens blijkt uit het dossier dat de reputatie van [K] door de publicatie is aangetast, nu de beschrijving van zijn persoon als 'falend en corrupt' als smadelijk is aan te merken.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat het onder feit 9, tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan smaadschrift ten aanzien van [K].

Zaaksdossier [H] (feit 10)

[H] heeft op 21 mei 2012 aangifte gedaan ter zake smaad(schrift) of laster23. Deze aangifte heeft betrekking op de plaatsing van een aantal geschriften/artikelen over [H] en [I] door verdachte in de periode van 7 januari 2012 tot en met 6 april 2012 op zijn internetsite klokkenluideronline.nl24 met daarin de tekst:

- "Corrupte rechterlijke nazi-macht verdeelt de [H]-clan nu in twee kampen: de nazi's onder leiding van [H] en de vrijheidsstrijders onder leiding van [X]" en

- "Kantoor van [I] en [H] heult met corrupte rechters in bedriegt en besteelt cliënten" en

- "[H] en zijn moeder bestelen en bedriegen een client, worden tot de orde geroepen en gaan dan lopen schreeuwen dat de client 'hulp nodig heeft" en

- "Conflict [I] en [H] naar kookpunt * Tuchtklacht ingediend bij de deken van Utrecht * Hieronder het gesprek met de deken van Utrecht waarin de waarheid over de zaak * Wie stopt de criminele leugenaar [H], zoon van een crimineel?" en

- "Maar voor [H] is niets te dol. We hebben hier te maken met een megalomane krankzinnige die liegend, intimiderend en zich beroepend op de naam '[H]' als een hooligan huishoudt in juridisch Nederland." en

- "Deze vrouw is pervers, chronisch overspannen en krankzinnig en een gevaar voor de Balie en de rechtstaat, net als haar zoon, ook zoon van de corrupte en criminele advocaat […]. Tegen de ongehoorde wijze waarop [I] en [H] mij hebben bedrogen en bestolen loopt thans een tuchtklacht te Utrecht die op dit moment de fase van dupliek van de advocaten heeft bereikt." en

- "[H] was winkeldief, ontkent niet" en "Net rond corrupte crimi-advocaten [H] [H] en [I] sluit zich verder en verder." en

- "Binnenkort de tuchtzaak van de eeuw tegen de twee meest corrupte en criminele advocaten van de eeuw: [I] en [H]." en

- "Crimineel advocaten-duo veroordeeld wegens diefstal en intimidatie van personeel." en

- "Rampenadvocaat [H] spil in web van schandalen, intmidaties, diefstal en hij is nog maar net advocaat." en

- "Intussen melden bronnen ons dat de intimidaties van [H] aan het adres van de ex-medewerkster seksueel van aard waren en dat [H] regelmatig ook andere vrouwen op die wijze intimideert." en "Bronnen melden ons ook dat de criminele inslag van [H] al dateert vanuit zijn jeugd toen hij regelmatig werd opgepakt voor winkeldiefstallen." en

- "[H]: winkeldiefstal, diefstal van personeel, intimidatie van personeel en media, oplichten en plunderen van clienten, zelfs een veroordeling en geen enkel medium bericht erover."

Uit de aangifte van [H] komt naar voren dat [H] en [I] zich in hun eer en goede naam aangetast voelen. Ook overigens blijkt uit het dossier dat de reputatie van [I] en [H] is aangetast door bovenomschreven publicaties. De achtergrond van de - naar de rechtbank begrijpt: verstoorde - verhouding tussen verdachte en aangevers is volgens de aangevers gelegen in een zakelijke kwestie. Verdachte heeft de gestelde beweringen op geen enkele wijze onderbouwd.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan laster ten aanzien van [H] en [I].

Zaaksdossier [L] (feit 12)

Verdachte heeft in de periode van 2 mei 2011 tot en met 5 juli 2011 geschriften en afbeeldingen op zijn internetsite klokkenluideronline.nl geplaatst25 betreffende [L], met daarin de tekst:

"De kinderverkrachter [L] die eind april wegens totale gecorrumpeerdheid met de piemel tussen de pedofiele benen de Haagse politiek verliet, 'slaat terug'via BNR Nieuwsradio". [L] heeft op 5 juli 2011 (aanvullende) aangifte gedaan ter zake smaad(schrift) of laster26.

Uit de verklaring van (de raadsman van) [L] komt naar voren dat deze zich in zijn eer en goede naam aangetast voelt. Ook overigens blijkt uit het dossier dat de reputatie van aangever is aangetast. In bijlage 3 bij de tenlastelegging, zijnde een afdruk van een artikel van de hand van verdachte, wordt aangever aangeduid als een pedo. Verdachte onderbouwt zijn beweringen op geen enkele wijze.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan laster ten aanzien van [L].

Dagvaarding IV (parketnummer 09/650057-12)

[H] heeft op 14 november 2012 aangifte gedaan ter zake smaad(schrift) of laster27. Blijkens die aangifte voelen [H] en [I] zich in hun eer en goede naam aangetast, omdat verdachte op 1 november 2012 een geschrift op zijn internetsite klokkenluideronline.nl geplaatst28 met daarin de tekst:

"De appel valt blijkbaar niet ver van de boom, want ook […] zoontje [H] is niet van onbesproken gedrag. [H] is ooit veroordeeld wegens diefstal van het salaris van een lid van zijn kantoorpersoneel. Momenteel loopt een onderzoek tegen hem omdat hij vertrouwelijke gesprekken met een cliënt zonder diens toestemming ter beschikking heeft gesteld van de politie. Verder is het natuurlijk onbehoorlijk om cliënten uit te schelden, te bedreigen en zonder aanleiding in de kou te laten staan. Dit alles heeft [H] in het verleden gedaan, maar is er nooit voor op de vingers getikt. Integendeel, hoewel hij nog nooit eerder een zaak had gewonnen, kreeg zijn vendetta tegen [verdachte]alle steun van de (vrouwelijke) rechter. Voor [H] echter geen Raad van Discipline. Je zou verdorie bijna zeggen dat de Nederlandse juridische wereld antisemiet is. De halve familie [H] wordt in de ban gedaan, maar uitgerekend [H] (aantoonbaar geen lieverdje) wordt als instrument gebruikt om luis in de pels [verdachte](ook een jood) uit te schakelen en zijn website www.klokkenluideronline.nl uit de lucht te halen. Met boeven vang je boeven. En met joden pest je joden."

Ook overigens blijkt uit het dossier dat de reputatie van [I] en [H] door deze publicatie is aangetast.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan smaadschrift ten aanzien van [H] en [I].

Reikwijdte van de uitingsvrijheid van verdachte

De rechtbank heeft zich bij de vorenstaande feiten de vraag gesteld of de publicaties van verdachte, die zich als journalist presenteert en uit dien hoofde veelvuldig publiceert op klokkenluideronline.nl, kunnen worden aangemerkt als een bijdrage aan het algemeen belang. Zou dat het geval zijn, dan ontvalt het strafwaardig karakter aan zijn handelen.

De rechtbank overweegt hiertoe dat, hoewel het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft bepaald dat het recht van vrijheid van meningsuiting tevens uitlatingen kan inhouden die 'shock, offend or disturb', verdachte met zijn publicaties de door het EHRM gestelde grenzen van het toelaatbare heeft overschreden. Verdachte heeft immers in zijn teksten, zoals hiervoor is uiteengezet, niet op een kritische of prikkelende wijze getracht het maatschappelijk debat of de politieke discussie aan te zwengelen maar verdachte heeft in dat kader meerdere personen in een kwaad daglicht gesteld. In dat licht bezien is de inbreuk op zijn vrijheid van meningsuiting in een democratische samenleving noodzakelijk ter bescherming van de eer en goede naam van de personen die in de publicaties worden genoemd. Bij dat oordeel heeft de rechtbank de hoedanigheid van verdachte als journalist uitdrukkelijk betrokken.

Conclusie betreffende smaad(schrift) en laster

De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat de hiervoor weergegeven publicaties, gezien hun inhoud, er op zijn gericht betrokkenen in eer en goede naam aan te tasten en dat de onder 4 primair, 5 primair, 6, 8 primair, 9 tweede cumulatief/alternatief, 10 primair, 12 primair ten laste gelegde feiten en het onder parketnummer 09/650057-12 ten laste gelegde feit, te weten laster, smaadschrift en belediging, wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.

Dagvaarding II: laster (zaaksdossier [M])

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring van dit feit te komen.

De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van dit feit.

3.3. Dagvaarding I: opruiing (feit 2)

Zoals de rechtbank hiervoor onder 3.2. heeft overwogen beschermt artikel 10 EVRM de vrijheid van meningsuiting. Dit recht kan ingevolge het tweede lid van dat artikel worden onderworpen aan bepaalde beperkingen die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van - onder meer - het voorkomen van strafbare feiten. In het onderhavige geval is voldaan aan het in het tweede lid van artikel 10 EVRM gestelde vereiste dat in de beperking van de vrijheid van meningsuiting is voorzien bij wet. Opruiing tot enig strafbaar feit is immers strafbaar gesteld in artikel 131 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Daarnaast dient de beperking van het recht op vrije meningsuiting één van de in het tweede lid van artikel 10 EVRM opgenomen doelen, te weten het voorkomen van strafbare feiten.

Dat betekent dat de vraag nog moet worden beantwoord of de inbreuk op de vrijheid van meningsuiting, zoals neergelegd in artikel 131 Sr. noodzakelijk is in een democratische samenleving.

3.3.1. Uitgangspunt voor het bewijs zaaksdossier Opruiing

Op de site klokkenluideronline.nl is op 7 augustus 2011 een column29 verschenen onder de naam van verdachte, met daarin de tekst:

"Op naar Prinsjesdag 2011! Eer de Gouden Koets met voorwerpen van uw keuze- muntstukken, voedsel, rollen wc-papier, wc-borstels en andere nuttige zaken voor Bilderberg-Bea Cs. - en eis de vrijlating van Erwin Lensink!". De rechtbank stelt vast dat verdachte deze column op internet heeft geplaatst, nu hij dat ook heeft erkend30.

3.3.2. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opruiing.

3.3.3. Overwegingen van de rechtbank

Of sprake is van opruiing hangt af van de omstandigheden van het geval. Daarbij kunnen in aanmerking worden genomen eerdere ervaringen en eerdere (gewelddadige) gebeurtenissen die grote maatschappelijke en politieke onrust hebben veroorzaakt. De rechtbank beziet de ten laste gelegde zinsnede in de context van het gehele artikel waarin verdachte voorts schrijft: "Op naar Prinsjesdag 2011! Eer de Gouden Koets met voorwerpen van uw keuze- muntstukken, voedsel, rollen wc-papier, wc-borstels en andere nuttige zaken voor Bilderberg-Bea Cs. - en eis de vrijlating van Erwin Lensink!" Naar het oordeel van de rechtbank kan het bericht op internet, indien de oproep wordt opgevolgd, belediging van leden van het Koninklijk Huis opleveren. Dit is strafbaar gesteld in de artikelen 111 en 112 Sr. Gezien de context waarin deze zinsnede is geschreven acht de rechtbank deze zinsnede opruiend in de zin van artikel 131 Sr.

Conclusie

De rechtbank is van oordeel dat het onder 2 ten laste gelegde feit, te weten opruiing, wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

3.4. Dagvaarding I: zaaksdossier Holocaust (feit 7)

3.4.1. Uitgangspunt voor het bewijs zaaksdossier Holocaust (feit 7)

De volgende feiten en omstandigheden hebben ter terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering als vertrekpunt voor de beantwoording van de bewijsvraag dienen.

[O], interim-directeur Meldpunt Discriminatie Internet (MDI), heeft op 31 oktober 2011 aangifte gedaan van groepsbelediging31, omdat in de periode van 30 september 2011 tot en met 10 oktober 2011 op de site klokkenluideronline.nl artikelen32 zijn verschenen onder de naam van verdachte, met daarin de tekst:

(in het artikel "Demmink, de Holocaust en Micha Kat" van 30 september 2011)

"Eerst de feiten over de 'oude' Holocaust, David Cole en het 'revisionisme'. In 1992 komt de Amerikaanse Jood David Cole met zijn explosieve en geheel overtuigende documentaire die aantoont dat er in Auschwitz geen gaskamers zijn geweest en dat het getal van 6 miljoen een hoax is."

en

"Zoals we aan het begin van dit stuk hebben gezien moet de mythe van de 'oude' Holocaust in stand gehouden worden tegen elke prijs. Mensen die de hoax dreigen door te prikken zoals David Cole worden genadeloos uit de weg geruimd. De belangen van de 'Holocaust-industrie' en de op basis van deze hoax gevestigde -en dus inmiddels geheel geflopte- staat Israel zijn te groot"

en

"De belangen van de wereldwijde pedo-maffia van de machtigste mensen op aarde om de waarheid over de nieuwe Holocaust te bestrijden en te onderdrukken zijn net zo groot als de belangen van de Holocaust-maffia om vast te houden aan de mythe van de gaskamers en het Zyklon B! Een onmogelijke taak dus deze leugen-bastions die worden geschraagd en bewapend door de rijksten en de machtigsten op aarde neer te halen?"

en

(in het artikel "There comes the Holocaust" van 10 oktober 2011)

"Nu we hebben aangetoond dat de 'oude' Holocaust een hoax is, een misdadige set up aangestuurd door de NWO met als doel een Joodse terreur-staat te kunnen stichten, worden de contouren van de naderende Holocaust steeds scherper zichtbaar."

en

(in het artikel "15 oktober revolutie in Nederland" van 9 oktober 2011)

"Alles wijst erop dat de Holocaust zoals dat begrip thans wordt gebruikt een zorgvuldig gecreeerde mythe is met als vooropgezet doel de staat Israel te kunnen stichten en de Joden een morele vrijbrief te geven te doen wat ze willen, zoals het terroriseren van Palestijnen en andere vijanden. Uit de extreme mate van steun voor het Holocaust-verhaal door de gevestigde orde blijkt dat het een cruciaal element is in de NWO-Bilderberg strategie voor het opzetten van de New World Order waarin de Joden en hun handlangers de wereld zullen overheersen zoals ze thans reeds Wall Street overheersen."

en

(in het artikel "Final Solution: Holofraud of Holocaust" van 8 oktober 2011)

"Nee mensen, als de Jood zo extreem en zo hysterisch reageert op alles wat zijn Holy Holocaust aantast en bedreigt, dan moet hij wel gelijk hebben. Die Joden zijn toch verdomme niet achterlijk? Die zitten hun hele leven met hun dikke kromme neuzen (MDI, kom er maar in!) in de Torah en de Talmud dus die zullen heus wel weten waar ze het over hebben!"

en

(in het artikel "Mundus Vult Decipi...." van 29 september 2011)

"Nu het einde der tijden met rasse schreden nadert, stijgt de noodzaak van schoon schip maken. De Koude Oorlog en de dreiging van de USSR? Een leugen. Fake. Staat nu vast. Toegegeven. Hier de bewijzen met video. De holocaust? Als jood heb ik altijd al geweten dat daar iets niet deugde. En toen ze begonnen met het 'strafbaar stellen' van de 'holocaust-ontkenning' wist ik het zeker: een hoax. No doubt about it. Journalistiek-technisch is de holocaust-hoax ondermeer bewezen door David Cole, ook een jood, dus onverdachte. Ronne Naftaniel: kom er maar in!"

De rechtbank stelt vast dat verdachte de artikelen op internet heeft geplaatst, nu hij dat ook heeft erkend33.

3.4.2. Het standpunt van de officier van justitie (feit 7)

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan belediging van een groep mensen.

3.4.3. Overwegingen van de rechtbank (feit 7)

In het algemeen wordt onder het ontkennen van de Holocaust het volgende verstaan: het in grote lijnen ontkennen of minimaliseren van het aantal joodse slachtoffers, het gebruik van gaskamers en de intentie van het Naziregime om joden en andere minderheden te vernietigen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Voorts betogen Holocaustontkenners vaak dat de Holocaust een door de joden verzonnen leugen is die door de joodse bevolking of de staat Israël voor eigen gewin wordt gebruikt. De verwerpelijkheid van dit soort uitlatingen staat niet ter discussie.

De kern van groepsbelediging is dat het onmiskenbaar gaat om de belediging van een groep (HR 10 maart 2009, NJ 2010, 19). Deze (groep van) personen moet(en) onder één bepaalde noemer kunnen worden gebracht en het moet gaan om de aantasting van de eer of goede naam van die groep. Kenmerkend onderscheid ten opzichte van smaad/belediging is daarin gelegen dat het gaat om het ongerechtvaardigd maken van onderscheid tussen groepen.

De uitlating moet voorts in het openbaar zijn gedaan. Het gaat om de mogelijke kennisname door een bredere kring van willekeurige personen. Het opzet dient mede op deze openbaarheid gericht te zijn.

De rechtbank is van oordeel dat het beledigende karakter van de door verdachte op internet geplaatste artikelen is gelegen in de aantijging dat de joodse bevolkingsgroep er van wordt beschuldigd de Holocaust te hebben verzonnen voor eigen (politiek) gewin. Verdachte stelt namelijk dat zij (Joden) de 'mythe van de oude Holocaust in stand willen houden' met als doel een Joodse terreurstaat te kunnen stichten. Dergelijke uitlatingen zijn te kwalificeren als kwetsend en beledigend, omdat wordt verwezen naar de geschiedenis van de Jodenvervolging en de invloed daarvan op de collectieve identiteit van deze bevolkingsgroep. Door de Holocaust te ontkennen, ontkent verdachte als het ware een deel van de identiteit en waardigheid van de joodse bevolking op basis van haar ras en/of religie. De uitlatingen door verdachte zijn niet alleen op zichzelf, maar ook gezien in hun context onnodig grievend. Zij kunnen niet worden beschouwd als uitlatingen met geen ander doel dan deelneming aan het publieke debat over een historisch/maatschappelijk vraagstuk. Gelet op de grenzen welke op grond van artikel 10, tweede lid, EVRM aan de vrijheid van meningsuiting mogen worden gesteld, is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich aan de hem verweten opzettelijke belediging heeft schuldig gemaakt.

Conclusie

De rechtbank is van oordeel dat het onder 7 ten laste gelegde feit, te weten belediging van een groep mensen, wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

3.5. Dagvaarding I Stalking/belaging (feit 11)

Op de site klokkenluideronline.nl is een aantal artikelen over [H] en zijn kantoor verschenen onder de naam van verdachte34. De rechtbank stelt vast dat verdachte deze artikelen op zijn internetsite heeft geplaatst, nu hij dat heeft erkend.35. [H] heeft in verband hiermee aangifte gedaan van belaging. In het dossier bevinden zich uitgewerkte telefoongesprekken welke hebben plaatsgevonden tussen verdachte en [H].

3.5.1. Het standpunt van de officier van justitie (feit 11)

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan belaging.

3.5.2. Overwegingen van de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat voor de vaststelling of sprake is van belaging de gedragingen zoals die in de tenlastelegging zijn opgesomd, niet ieder afzonderlijk worden beschouwd maar in samenhang met elkaar. Immers, voor de voor belaging vereiste'stelselmatigheid' van de inbreuk is van belang vast te stellen wat 'de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit' is geweest van het totaal van de gewraakte gedragingen, waarbij die gedragingen in onderling verband worden bezien. Verder is van belang onder welke omstandigheden deze gedragingen plaatsvonden en wat hun invloed is geweest op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van [H].

Het bovenstaande neemt niet weg dat eerst moet worden vastgesteld of, bij ieder van de afzonderlijk opgenomen gedragingen, los van de stelselmatigheid, sprake is geweest van een opzettelijke inbreuk op de levenssfeer van [H].

Opzettelijke inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [H]

Er is sprake van'inbreuk maken' op iemands persoonlijke levenssfeer als diegene een storing op zijn levenssfeer niet wenst. De inbreukmaker moet daarvan weet hebben, wil sprake kunnen zijn van opzet bij de inbreukmaker. In het dossier zijn uitgewerkte telefoongesprekken opgenomen, waaruit is gebleken dat [H] duidelijk heeft meegedeeld dat hij niet langer gebeld wenste te worden door verdachte. Vanaf dat moment was het verdachte dus duidelijk, althans had het hem duidelijk moeten zijn dat [H] niet langer benaderd wilde worden door verdachte.

Bovendien is verdachte door de kort geding rechter op 6 maart 2012 bevolen een aantal met name genoemde artikelen over [H] en [I] te verwijderen. Verdachte is verboden om nog onrechtmatige uitlatingen te doen op internet en/of dagbladen en/of in andere media en verdachte is verboden [H] en [I] telefonisch te benaderen en zich gedurende één jaar binnen een afstand van honderd meter van het kantoor van hen te bevinden.

Hieruit leidt de rechtbank af dat het verdachte ook duidelijk had moeten zijn dat [H] niet langer telefonisch en via e-mail benaderd wilde worden door verdachte en dat [H] de door verdachte geplaatste artikelen op zijn internetsite over het persoonlijk en zakelijk leven van [H] of het kantoor waarvan hij deel uitmaakt, heeft ervaren als een inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer.

Stelselmatigheid en wederrechtelijkheid

Het plaatsen van meerdere artikelen betreffende [H] op klokkenluideronline.nl en het herhaaldelijk telefonisch en via e-mail contact opnemen met [H] heeft plaatsgevonden in de periode van 1 januari 2012 tot en met 24 april 2012. Daarmee is sprake van meerdere inbreukmakende gedragingen van verdachte, over een periode van bijna vier maanden, waarbij de intensiteit van die gedragingen - en daarmee eveneens de invloed van die gedragingen op het persoonlijke leven en de persoonlijke vrijheid van [H] - is opgelopen. Mede gelet op de intensiteit van deze gedragingen, komt de rechtbank tot het oordeel dat sprake is van een stelselmatige inbreuk. Deze stelselmatige inbreuk was wederrechtelijk nu verdachte zonder enig door het stellige recht erkend belang heeft gehandeld.

Oogmerk

Het oogmerk dat verdachte had bij de inbreukmakende gedragingen, vloeit voort uit het voorgaande. Verdachte heeft [H] geen keuze gelaten in het al dan niet aanvaarden van contact met hem. Hij heeft hem daarmee gedwongen feitelijk te dulden dat stelselmatig contact met hem is gezocht en dat inbreuk is gemaakt op zijn persoonlijke levenssfeer.

De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan belaging van [H].

Conclusie

De rechtbank acht, met inachtneming van het vorenstaande, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 11 tenlastegelegde heeft begaan.

3.6. Dagvaarding III Vernieling

De volgende feiten en omstandigheden hebben ter terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering als vertrekpunt voor de beantwoording van de bewijsvraag dienen. Op 24 januari 2011 te Leiden is op een muur van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, gevestigd aan de Steenschuur 25, met verf een teken aangebracht36. Verdachte heeft verklaard het teken niet te hebben aangebracht. Dat is gedaan door een ander, te weten [P]. Verdachte heeft erkend dat hij hierbij aanwezig is geweest, samen met een cameraman, en dat hij mede heeft besloten om het "V"teken te plaatsen37. [P] heeft verklaard38 dat zij op 24 januari 2011 graffiti heeft gespoten op het gebouw van de Universiteit van Leiden. Zij heeft verklaard dat verdachte hierbij aanwezig was als journalist.

3.6.1. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van vernieling (beschadiging).

3.6.2. Overwegingen van de rechtbank

De rechtbank stelt op grond van de aangifte, de verklaring van de verdachte en de verklaring van [P] vast dat verdachte te zamen en in vereniging met anderen met verf een teken heeft aangebracht op de muur van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, gevestigd aan de Steenschuur 25. Het met verf spuiten van een tekst op de gevel van een pand - dat ook als graffiti kan worden aangeduid - levert beschadiging op (HR 3 juli 1989, NJ 1990, 21).

De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van vernieling (beschadiging).

4. De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

Onder parketnummer 09-754191-11:

1, eerste cumulatief/alternatief:

ZAAKSDOSSIER BOMMELDING ADVOCATENKANTOOR

hij op 23 augustus 2011 te 's-Gravenhage en in [plaats] meermalen gegevens, te weten een telefonische bommelding, heeft doorgegeven, met het oogmerk anderen ten onrechte te doen geloven dat op een al dan niet voor het publiek toegankelijke plaats een voorwerp aanwezig was, waardoor een ontploffing kon worden teweeggebracht, immers heeft hij, verdachte, telefonisch aan medewerkers van Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn Advocaten en Notarissen (te Den Haag), te weten

- [A] meegedeeld "Jullie zijn allemaal ratten, jullie advocaten zijn allemaal ratten, honden. Jullie brengen de wereld naar de kloten. Wacht maar, zo meteen gaat er een bom af, wacht maar, zo meteen gaat er een bom af.....over een half uur" en/of "He, dat zeg ik toch, over een half uur gaat er een bom af." en/of "Jullie gaan allemaal naar de klote."

en

- [B] meegedeeld "Dit is een bommelding, het zal dood en verderf zaaien, jullie zijn een corrupt stelletje, jullie verdedigen een kinderverkrachter, heeft u mij begrepen?"

en: 1, tweede cumulatief/alternatief:

hij in de periode van 23 augustus 2011 tot en met 24 augustus 2011 te 's-Gravenhage en in [plaats] medewerkers van Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn Advocaten en Notarissen (te Den Haag) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met brandstichting en met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend voornoemde medewerkers, te weten

- [C] meegedeeld "Jullie kunnen binnenkort brandbommen verwachten, let op mijn woorden ik ga brandbommen door het kantoor gooien, je kan brandbommen door de ruiten verwachten"

en

- [D]meegedeeld dat er binnenkort brandbommen door de ramen gegooid zouden worden

en

- [A] meegedeeld "Jullie zijn allemaal ratten, jullie advocaten zijn allemaal ratten, honden. Jullie brengen de wereld naar de kloten. Wacht maar, zo meteen gaat er een bom af, wacht maar, zo meteen gaat er een bom af.....over een half uur" en/of "He, dat zeg ik toch, over een half uur gaat er een bom af." en/of "Jullie gaan allemaal naar de klote."

en

- [B] meegedeeld "Dit is een bommelding, het zal dood en verderf zaaien, jullie zijn een corrupt stelletje, jullie verdedigen een kinderverkrachter, heeft u mij begrepen?";

2.

ZAAKSDOSSIER OPRUIING GOUDEN KOETS

hij op 7 augustus 2011 te 's-Gravenhage en in Nederland en/of in [plaats] in het openbaar bij geschrift, tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag heeft opgeruid, immers heeft verdachte op zijn, verdachte's, internetsite (www.klokkenluideronline.nl) een column geplaatst met daarin de tekst "Op naar Prinsjesdag 2011! Eer de Gouden Koets met voorwerpen van uw keuze- muntstukken, voedsel, rollen wc-papier, wc-borstels en andere nuttige zaken voor Bilderberg-Bea Cs. - en eis de vrijlating van Erwin Lensink!";

3, eerste cumulatief/alternatief:

ZAAKSDOSSIER BOMMELDING MINISTERIE VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

hij op 8 september 2011 te 's-Gravenhage en/of elders in Nederland en/of in [plaats] gegevens, te weten een telefonische bommelding, heeft doorgegeven, met het oogmerk anderen ten onrechte te doen geloven dat op een al dan niet voor het publiek toegankelijke plaats een voorwerp aanwezig was, waardoor een ontploffing kon worden teweeggebracht, immers heeft hij, verdachte, telefonisch aan een medewerkster van het Ministerie van Veiligheid en Justitie meegedeeld: "Dit is een bommelding. Als jullie binnen 1 uur niet Joris Demmink ontslaan en afleveren bij een politiebureau gaat een bom tot ontploffing met honderden doden om precies 1 uur van nu af. Jullie moeten het Ministerie ontruimen. Ik waarschuw jullie. Er komt een bommelding. Het Ministerie wordt verwoest. Binnen 1 uur precies na nu, als jullie Joris Demmink niet afleveren bij een politiepost, bij een bureau van politie. De tijd tikt door. Het is nu negenenvijftig minuten a nu. De bom is geplaatst onder het bureau van Joris Demmink, Secretaris Generaal van het Ministerie van Justitie, criminele pedofiel en kinderverkrachter. Achtenvijftig punt dertig."

en: 3, tweede cumulatief/alternatief:

hij 8 september 2011 te 's-Gravenhage en/of elders in Nederland en/of [plaats] medewerkers van het Ministerie van Veiligheid en Justitie heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met brandstichting en met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde medewerkers dreigend de woorden toegevoegd:

"Dit is een bommelding. Als jullie binnen 1 uur niet Joris Demmink ontslaan en afleveren bij een politiebureau gaat een bom tot ontploffing met honderden doden om precies 1 uur van nu af. Jullie moeten het Ministerie ontruimen. Ik waarschuw jullie. Er komt een bommelding. Het Ministerie wordt verwoest. Binnen 1 uur precies na nu, als jullie Joris Demmink niet afleveren bij een politiepost, bij een bureau van politie. De tijd tikt door. Het is nu negenenvijftig minuten na nu. De bom is geplaatst onder het bureau van Joris Demmink, Secretaris Generaal van het Ministerie van Justitie, criminele pedofiel en kinderverkrachter. Achtenvijftig punt dertig.";

4, primair

ZAAKSDOSSIER [F]

hij in de periode van 16 mei 2011 tot en met 30 juni 2011 in Nederland en/of in [plaats] opzettelijk door het openlijk tentoonstellen van een geschrift en een afbeelding, de eer en de goede naam van [F], politieambtenaar van het korps Amsterdam-Amstelland, gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, heeft aangerand door telastlegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft hij, verdachte, met voormeld doel op zijn, verdachte's, internetsite (www.klokkenluideronline.nl) een foto van die in uniform geklede en dienstdoende [F] geplaatst en daarbij de tekst "Dit is de creatieve en criminele agent" geplaatst;

5, primair

ZAAKSDOSSIER AANGEVER [G]

hij in de periode van 27 december 2011 tot en met 08 maart 2012 in Nederland en/of in [plaats] opzettelijk door het openlijk tentoonstellen van geschriften en afbeeldingen, de eer en de goede naam van [G], heeft aangerand door telastlegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft hij, verdachte, met voormeld doel op zijn, verdachte's, internetsite (www.klokkenluideronline.nl) een aantal artikelen geplaatst met daarin de tekst:

- dat het telefoonnummer van die [G] is aangetroffen in de agenda van een verdachte in een omvangrijke zedenzaak en

- dat die [G] een kinderverkrachter en/of een pedofiel is en

- dat die [G] deel uitmaakt van een netwerk van pedofielen,

wetende dat het te laste gelegde feit in strijd met de waarheid is;

6.

hij op 27 september 2011 in Nederland en/of [plaats] opzettelijk een persoon genaamd [I], in het openbaar bij geschrift heeft beledigd door op zijn, verdachte's, internetsite (www.klokkenluideronline.nl) een artikel te plaatsen met daarin de tekst:

"Nadat eerst mafia-advocaat [N]op niet zo subtiele wijze bedankte voor 'de eer' toont nu ook [I] - de ex van […] - zich een gewillig schaap in de kudde van de zwarte mafia. Eerder draaide deze [I] zich ook al uit het fameuze 'camera-KG' dat we zouden voeren tegen de Haagse mafia-rechtbank omdat er 'opeens van alles mis ging in haar prive-leven'. Door dit nazi-gedrage saboteren deze advocaten mijn toekomst en blokkeren ze een uitkering van tussen de 500.000 en 1 miljoen euro waar ik recht op heb. Kunnen we het haar kwalijk nemen? Natuurlijk, het is te walgelijk voor woorden en dat hebben we de hoer van justitie ook laten weten";

7.

ZAAKSDOSSIER HOLOCAUST

hij in de periode van 30 september 2011 tot en met 10 oktober 2011 in Nederland en/of in [plaats], zich in het openbaar, schriftelijk, opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, (te weten Joden) wegens hun godsdienst, door uitlatingen op zijn website (te weten www.klokkenluideronline.nl) te plaatsen, te weten:

(in het artikel "Demmink, de Holocaust en Micha Kat" van 30 september 2011)

"Eerst de feiten over de 'oude' Holocaust, David Cole en het 'revisionisme'. In 1992 komt de Amerikaanse Jood David Cole met zijn explosieve en geheel overtuigende documentaire die aantoont dat er in Auschwitz geen gaskamers zijn geweest en dat het getal van 6 miljoen een hoax is."

en

"Zoals we aan het begin van dit stuk hebben gezien moet de mythe van de 'oude' Holocaust in stand gehouden worden tegen elke prijs. Mensen die de hoax dreigen door te prikken zoals David Cole worden genadeloos uit de weg geruimd. De belangen van de 'Holocaust-industrie' en de op basis van deze hoax gevestigde -en dus inmiddels geheel geflopte- staat Israel zijn te groot"

en

"De belangen van de wereldwijde pedo-maffia van de machtigste mensen op aarde om de waarheid over de nieuwe Holocaust te bestrijden en te onderdrukken zijn net zo groot als de belangen van de Holocaust-maffia om vast te houden aan de mythe van de gaskamers en het Zyklon B! Een onmogelijke taak dus deze leugen-bastions die worden geschraagd en bewapend door de rijksten en de machtigsten op aarde neer te halen?"

en

(in het artikel "There comes the Holocaust" van 10 oktober 2011)

"Nu we hebben aangetoond dat de 'oude' Holocaust een hoax is, een misdadige set up aangestuurd door de NWO met als doel een Joodse terreur-staat te kunnen stichten, worden de contouren van de naderende Holocaust steeds scherper zichtbaar."

en

(in het artikel "15 oktober revolutie in Nederland" van 9 oktober 2011)

"Alles wijst erop dat de Holocaust zoals dat begrip thans wordt gebruikt een zorgvuldig gecreeerde mythe is met als vooropgezet doel de staat Israel te kunnen stichten en de Joden een morele vrijbrief te geven te doen wat ze willen, zoals het terroriseren van Palestijnen en andere vijanden. Uit de extreme mate van steun voor het Holocaust-verhaal door de gevestigde orde blijkt dat het een cruciaal element is in de NWO-Bilderberg strategie voor het opzetten van de New World Order waarin de Joden en hun handlangers de wereld zullen overheersen zoals ze thans reeds Wall Street overheersen."

en

(in het artikel "Final Solution: Holofraud of Holocaust" van 8 oktober 2011)

"Nee mensen, als de Jood zo extreem en zo hysterisch reageert op alles wat zijn Holy Holocaust aantast en bedreigt, dan moet hij wel gelijk hebben. Die Joden zijn toch verdomme niet achterlijk? Die zitten hun hele leven met hun dikke kromme neuzen (MDI, kom er maar in!) in de Torah en de Talmud dus die zullen heus wel weten waar ze het over hebben!"

en

(in het artikel "Mundus Vult Decipi...." van 29 september 2011)

"Nu het einde der tijden met rasse schreden nadert, stijgt de noodzaak van schoon schip maken. De Koude Oorlog en de dreiging van de USSR? Een leugen. Fake. Staat nu vast. Toegegeven. Hier de bewijzen met video. De holocaust? Als jood heb ik altijd al geweten dat daar iets niet deugde. En toen ze begonnen met het 'strafbaar stellen' van de 'holocaust-ontkenning' wist ik het zeker: een hoax. No doubt about it. Journalistiek-technisch is de holocaust-hoax ondermeer bewezen door David Cole, ook een jood, dus onverdachte. Ronne Naftaniel: kom er maar in!";

8, primair

ZAAKSDOSSIER [J]

hij in de periode van 15 februari 2012 tot en met 17 april 2012 in Nederland en/of in [plaats] opzettelijk, door het openlijk tentoonstellen van geschriften en afbeeldingen, de eer en de goede naam van [J] heeft aangerand door telastlegging van een of meer bepaalde feiten, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte met voormeld doel op zijn, verdachte's, internetsite (www.klokkenluideronline.nl)

A) een artikel, geplaatst zoals als bijlage aan de telastelegging gehecht en

B) een aantal artikelen geplaatst met daarin de tekst:

- "Maar twee elementen in haar verklaringen hebben de supergetuige wat ons betreft weer helemaal 'op de kaart' gezet: het element Johan Friso en het element [J]. Beiden werden door haar genoemd als betrokken bij de moord op Marianne Vaatstra in verschillende rollen." en "Wat betreft [J] is er zeer sterke circumstancial evidence en Friso is zonder twijfel verdachter geworden door 'lawine-gate'." (pagina 55),

terwijl verdachte wist dat deze telastgelegde feiten in strijd met de waarheid waren;

9, tweede cumulatief/alternatief

ZAAKSDOSSIER [K]

hij op 22 april 2012 te Hilversum en/of in Nederland en/of in [plaats] opzettelijk, door het openlijk tentoonstellen van een geschrift en afbeelding, de eer en de goede naam van [K] heeft aangerand door telastlegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft hij, verdachte, met voormeld doel op zijn, verdachte's, internetsite (www.klokkenluideronline.nl) een artikel geplaatst met daarin de tekst "Falende en corrupte [K] zit nu al op de schopstoel" en daarbij een afbeelding van die [K] geplaatst;

10, primair

hij in de periode van 7 januari 2012 tot en met 6 april 2012 te Utrecht en/of in Nederland en/of in [plaats] opzettelijk, door middel van het openlijk tentoonstellen van geschriften, de eer en de goede naam van [H] en [I] heeft aangerand door telastlegging van bepaalde feiten, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte met voormeld doel op zijn, verdachte's, internetsite (www.klokkenluideronline.nl)

A) een artikel, zoals als bijlage aan de telastelegging gehecht geplaatst en

B) artikelen geplaatst met daarin de tekst:

- "Corrupte rechterlijke nazi-macht verdeelt de [H]-clan nu in twee kampen: de nazi's onder leiding van [H] en de vrijheidsstrijders onder leiding van [X]" (pagina 133) en

- "Kantoor van [I] en [H] heult met corrupte rechters in bedriegt en besteelt clienten" (pagina 133) en

- "[H] en zijn moeder bestelen en bedriegen een client, worden tot de orde geroepen en gaan dan lopen schreeuwen dat de client 'hulp nodig heeft'" (pagina 156) en

- "Conflict [I] en [H] naar kookpunt * Tuchtklacht ingediend bij de deken van Utrecht * Hieronder het gesprek met de deken van Utrecht waarin de waarheid over de zaak * Wie stopt de criminele leugenaar [H], zoon van een crimineel?" (pagina 291) en

- "Maar voor [H] is niets te dol. We hebben hier te maken met een megalomane krankzinnige die liegend, intimiderend en zich beroepend op de naam '[H]' als een hooligan huishoudt in juridisch Nederland." (pagina 345) en

- "Deze vrouw is pervers, chronisch overspannen en krankzinnig en een gevaar voor de Balie en de rechtstaat, net als haar zoon, ook zoon van de corrupte en criminele advocaat […]. Tegen de ongehoorde wijze waarop [I] en [H] mij hebben bedrogen en bestolen loopt thans een tuchtklacht te Utrecht die op dit moment de fase van dupliek van de advocaten heeft bereikt." (pagina 479) en

- "[H] was winkeldief, ontkent niet" en "Net rond corrupte crimi-advocaten [H] [H] en [I] sluit zich verder en verder." (pagina 495) en

- "Binnenkort de tuchtzaak van de eeuw tegen de twee meest corrupte en criminele advocaten van de eeuw: [I] en [H]." (pagina 530) en

- "Crimineel advocaten-duo veroordeeld wegens diefstal en intimidatie van personeel." (pagina 574) en

- "Rampenadvocaat [H] spil in web van schandalen, intmidaties, diefstal en hij is nog maar net advocaat." (pagina 588) en

- "Intussen melden bronnen ons dat de intimidaties van [H] aan het adres van de ex-medewerkster seksueel van aard waren en dat [H] regelmatig ook andere vrouwen op die wijze intimideert." en "Bronnen melden ons ook dat de criminele inslag van [H] al dateert vanuit zijn jeugd toen hij regelmatig werd opgepakt voor winkeldiefstallen." (pagina 589) en

- "[H]: winkeldiefstal, diefstal van personeel, intimidatie van personeel en media, oplichten en plunderen van clienten, zelfs een veroordeling en geen enkel medium bericht erover." (pagina 608),

terwijl verdachte wist dat deze telastgelegde feiten in strijd met de waarheid waren;

11.

hij in de periode van 1 januari 2012 tot en met 24 april 2012 te Utrecht, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [H], met het oogmerk die [H], te dwingen iets te doen en vrees aan te jagen, immers heeft hij, verdachte, met grote regelmaat

- op zijn, verdachte's, internetsite (www.klokkenluideronline.nl) artikelen geplaatst over het persoonlijk en zakelijk leven van die [H] en het kantoor waar die [H] deel van uitmaakt en

- telefonisch en via e-mail contact opgenomen met die [H];

12, primair

ZAAKSDOSSIER [L]

hij in de periode van 2 mei 2011 tot en met 5 juli 2011 te 's-Gravenhage en/of elders in Nederland en/of in [plaats] opzettelijk, door het openlijk tentoonstellen van geschriften en afbeeldingen, de eer en de goede naam van [L] heeft aangerand door telastlegging van een of meer bepaalde feiten, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte met voormeld doel op zijn, verdachte's, internetsite (www.klokkenluideronline.nl)

A) een artikel, geplaatst zoals als bijlage aan de telastelegging gehecht en

B) een artikel geplaatst met daarin de tekst:

"De kinderverkrachter [L] die eind april wegens totale gecorrumpeerdheid met de piemel tussen de pedofiele benen de Haagse politiek verliet, 'slaat terug' via BNR Nieuwsradio" (pagina 16), terwijl verdachte wist dat deze telastgelegde feiten in strijd met de waarheid waren;

Dagvaarding III (parketnummer 09-090148-11):

hij op 24 januari 2011 te Leiden tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en wederrechtelijk een muur toebehorende aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid (gevestigd Steenschuur 25), heeft beschadigd, door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk met verf een teken aan te brengen op voornoemde muur;

Dagvaarding IV:(parketnummer 09/650057-12):

hij op 1 november 2012 te Schiedam en/of elders in Nederland opzettelijk, door middel van het openlijk tentoonstellen van een geschrift, de eer en de goede naam van [H] en [I] heeft aangerand door telastlegging van een of meer bepaalde feiten, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte met voormeld doel op zijn, verdachte's, internetsite (www.klokkenluideronline.nl) een artikel, zoals als bijlage aan de telastelegging gehecht, geplaatst met daarin de tekst:

"De appel valt blijkbaar niet ver van de boom, want ook […] zoontje [H] is niet van onbesproken gedrag. [H] is ooit veroordeeld wegens diefstal van het salaris van een lid van zijn kantoorpersoneel. Momenteel loopt een onderzoek tegen hem omdat hij vertrouwelijke gesprekken met een cliënt zonder diens toestemming ter beschikking heeft gesteld van de politie. Verder is het natuurlijk onbehoorlijk om cliënten uit te schelden, te bedreigen en zonder aanleiding in de kou te laten staan. Dit alles heeft [H] in het verleden gedaan, maar is er nooit voor op de vingers getikt. Integendeel, hoewel hij nog nooit eerder een zaak had gewonnen, kreeg zijn vendetta tegen [verdachte]alle steun van de (vrouwelijke) rechter. Voor [H] echter geen Raad van Discipline. Je zou verdorie bijna zeggen dat de Nederlandse juridische wereld antisemiet is. De halve familie [H] wordt in de ban gedaan, maar uitgerekend [H] (aantoonbaar geen lieverdje) wordt als instrument gebruikt om luis in de pels [verdachte](ook een jood) uit te schakelen en zijn website www.klokkenluideronline.nl uit de lucht te halen. Met boeven vang je boeven. En met joden pest je joden.".

5. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

7. De strafoplegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van

- twee valse bommeldingen (feit 1, eerste cumulatief/alternatief en feit 3, eerste cumulatief/alternatief)

- drie bedreigingen tegen het leven gericht (feit 1, tweede cumulatief/alternatief, feit 3, tweede cumulatief/alternatief en feit 9, eerste cumulatief/alternatief)

- zes keer plegen van laster of smaadschrift (feit 5 primair, feit 8 primair, feit 9 tweede cumulatief/alternatief, feit 10 primair, feit 12 primair en het feit op de aparte dagvaarding met parketnummer 09/650057-12)

- een belediging (feit 6)

- opruiing (feit 2)

- het beledigen van een groep mensen (feit 7)

- een belaging (feit 11) en

- een vernieling (aparte dagvaarding met parketnummer 09/650048-12)

zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 285 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van de in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd aan het voorwaardelijke gedeelte van deze straf bijzondere voorwaarden te koppelen, inhoudende het verwijderen van alle artikelen van de site van verdachte, welke onderdeel uitmaken van een eventuele veroordeling en daarbij ook alle verwijzingen in de zoekmachines te verwijderen. Verdachte dient voorts een verbod te worden opgelegd om te publiceren op klokkenluideronline over [J], [H], [I], [G], [K] en [L], gedurende de proeftijd van twee jaar.

Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de tijd van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.

7.2 Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Valse bommeldingen/bedreigingen

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het doen van twee valse bommeldingen en daardoor ook aan bedreiging. Dergelijke feiten veroorzaken onrust en gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Bovendien ontstaat hierdoor het risico dat hulpdiensten niet voor andere, daadwerkelijke, noodsituaties beschikbaar zijn.

Laster, smaadschrift/belediging

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan laster, smaadschrift en belediging van meerdere personen. Verdachte heeft immers een groot aantal artikelen op zijn internetsite gepubliceerd en de betreffende personen, zijnde de aangevers in deze strafzaak, beticht van betrokkenheid bij moord en kinderverkrachting. Verder worden deze personen criminelen, dieven en oplichters genoemd. Deze personen zijn door de artikelen die verdachte op zijn internetsite heeft geplaatst ernstig in hun persoonlijke levenssfeer getroffen en zij lopen het risico dat door deze (valse) aantijgingen een verkeerd beeld van hen ontstaat. Deze personen zijn door het handelen van verdachte in hun eer en goede naam geschaad.

In de huidige samenleving is internet niet meer weg te denken. Alleen al in Nederland zijn miljoenen mensen actief op internet. Publicaties op het internet zijn dan ook door velen op eenvoudige wijze te raadplegen en te gebruiken. De gevolgen daarvan kunnen verstrekkend zijn. Verwijzingen naar publicaties op internet blijven tot in lengte van jaren te zien. Publicaties die een persoon in een kwaad daglicht stellen kunnen op velerlei manieren het leven van deze personen blijven beïnvloeden. Zo kunnen bijvoorbeeld toekomstige werkgevers daarvan kennisnemen.

Opruiing

Verdachte heeft zich op 7 augustus 2011 schuldig gemaakt aan opruiing.

Hij heeft op een openbare website een artikel geplaatst waarin hij mensen ophitst om strafbare feiten te plegen en aldus bijgedragen aan mogelijke gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving.

Belediging van een groep mensen

Verdachte heeft in de periode van 30 september 2011 tot en met 10 oktober 2011 meerdere uitlatingen op zijn internetsite geplaatst met een voor Joodse mensen zeer kwetsende inhoud en zich daarmee schuldig gemaakt aan het beledigen van een groep mensen wegens hun godsdienst.

Genoemde uitlatingen van verdachte zijn vernederend voor degene tegen wie ze gericht zijn, terwijl het niet mogelijk is zich er op basis van argumenten tegen te verdedigen. De uitlatingen zijn bovendien niet alleen beledigend en kwetsend voor de directe slachtoffers, maar wekken ook beroering in de samenleving en druisen in tegen in die samenleving gerespecteerde normen en waarden.

Belaging

Verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna vier maanden schuldig gemaakt aan belaging van een persoon die - in het kader van zijn werk - op enigerlei wijze contact met verdachte had, door deze persoon stelselmatig te bellen, te mailen en door artikelen over hem op zijn internetsite te plaatsen. Het slachtoffer heeft aanmerkelijke hinder ondervonden van de manier waarop verdachte zich meende te kunnen gedragen jegens hem. Verdachte heeft door zijn kwetsende en grove uitlatingen de grenzen van het maatschappelijk betamelijke overschreden.

Verdachte heeft door zo te handelen het slachtoffer gedwongen om contact met hem te hebben en verdachte heeft hierdoor ernstig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. De ervaring leert dat slachtoffers van belaging nog geruime tijd nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden.

Vernieling

Verdachte heeft zich voorts, samen met anderen, schuldig gemaakt aan vernieling (beschadiging) door met graffiti een teken aan te brengen op een muur van een universiteitsgebouw. Verdachte en zijn mededaders hebben hiermee minachting getoond voor het eigendom van anderen. Alhoewel door sommige mensen graffiti als kunst zal worden beschouwd, zal het merendeel van de mensen dat ermee geconfronteerd wordt zich eraan storen en graffiti beschouwen als een teken van de verloedering van de samenleving.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie van 23 juli 2012 betreffende verdachte. Hieruit blijkt dat geen van de veroordelingen van verdachte onherroepelijk zijn, waardoor bij de strafbepaling niet in het nadeel van verdachte rekening zal worden gehouden met zijn strafblad.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op een reclasseringsadvies van Jeugdzorg & Reclassering van het Leger des Heils, opgemaakt en ondertekend door reclasseringswerker [reclasseringswerker], onder leiding van [Q], d.d. 28 augustus 2012, betreffende verdachte. Het advies houdt in dat de houding van verdachte wordt aangemerkt als een criminogene factor. Zijn opvattingen wijken af van de geldende norm,waardoor een reële kans op recidive bestaat. De reclassering heeft zich onthouden van het geven van een advies.

Strafmaat en bijzondere voorwaarden

Hoewel het grote aantal bewezenverklaarde feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van een langere duur dan de duur van de reeds door verdachte ondergane voorlopige hechtenis rechtvaardigt, zal de rechtbank zulks niet opleggen. De rechtbank is van oordeel dat in deze zaak voorop moet staan dat bewezen is verklaard dat verdachte de grenzen van het maatschappelijk betamelijke in vergaande mate heeft overschreden. Ter vergelding van dat gedrag zal de rechtbank een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf opleggen, welke gelijk is aan de duur van het voorarrest, zijnde 105 dagen. Voorts vindt de rechtbank het van belang dat verdachte de in de bewezenverklaring opgenomen artikelen verwijdert van internet. Verdachte dient deze artikelen te (laten) verwijderen van de internetsites waarop hij deze heeft geplaatst. Om te voorkomen dat verdachte zich opnieuw schuldig zal maken aan deze en/of andere strafbare feiten zal de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen van na te melden duur. De rechtbank ziet geen strafdoel dat is gediend met het opleggen van een taakstraf. De rechtbank acht een dergelijke strafmodaliteit niet opportuun, gelet op de houding en handelwijze van verdachte. De rechtbank zal evenwel een hogere voorwaardelijke vrijheidsstraf opleggen om recht te doen aan het preventieve strafdoel.

De rechtbank zal verdachte niet verplichten tot het (laten) verwijderen van zoekopdrachten. De rechtbank ziet wel het belang van de aangevers bij het verwijderen van zoekopdrachten. Het is evenwel de vraag of verdachte daartoe in staat is. Daarenboven is de rechtbank van oordeel dat een dergelijke opdracht in de vorm van een bijzondere voorwaarde het strafrechtelijk kader te buiten gaat.

8. De vordering van de benadeelde partij

[R] heeft zich namens de Faculteit der Rechten als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 500,00.

8.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij.

8.2 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de vordering niet-ontvankelijk verklaren, aangezien de vordering niet voldoende is onderbouwd door de benadeelde partij.

Dit brengt mee, dat de rechtbank de kosten die in verband met deze vordering zijn gemaakt zal compenseren door te bepalen dat de verdachte en de benadeelde partij ieder de eigen kosten dragen.

9. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 47, 57, 131, 137c, 142a, 261, 262, 266, 285, 285b en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10. De beslissing

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding I onder 9 eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde feit en het bij dagvaarding II ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding I onder 1 eerste cumulatief/alternatief en tweede cumulatief/alternatief, 2, 3 eerste cumulatief/alternatief en tweede cumulatief/alternatief, 4 primair, 5 primair, 6, 7, 8 primair, 9 tweede cumulatief/alternatief, 10 primair, 11 en 12 primair ten laste gelegde feiten en het bij dagvaarding III ten laste gelegde feit en het bij dagvaarding IV ten laste gelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

dagvaarding met parketnummer 09/754191-11

ten aanzien van feit 1, eerste cumulatief/alternatief en ten aanzien van feit 3, eerste cumulatief/alternatief:

gegevens doorgeven met het oogmerk een ander ten onrechte te doen geloven dat op een al dan niet voor het publiek toegankelijke plaats een voorwerp aanwezig is waardoor een ontploffing kan worden teweeggebracht, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 1, tweede cumulatief/alternatief en ten aanzien van feit 3, tweede cumulatief/alternatief:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met brandstichting en met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2:

het in het openbaar bij geschrift of bij afbeelding opruien tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag;

ten aanzien van feit 4 primair:

smaadschrift, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

ten aanzien van feit 5 primair, feit 8 primair, feit 10 primair, feit 12 primair:

laster, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 6:

eenvoudige belediging;

ten aanzien van feit 7:

zich in het openbaar bij geschrift opzettelijk beledigend uitlaten over een groep mensen wegens hun godsdienst;

ten aanzien van feit 9, tweede cumulatief/alternatief:

smaadschrift;

ten aanzien van feit 11:

belaging;

dagvaarding met parketnummer 09/090148-11

ten aanzien van feit 1:

medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

dagvaarding met parketnummer 09/650057-12

smaadschrift;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 345 (driehonderdvijfenveertig) DAGEN;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 240 (tweehonderdveertig) DAGEN niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

en onder de hierna te noemen bijzondere voorwaarde:

- dat verdachte de artikelen die hij op internet heeft geplaatst en die in de bewezenverklaring worden genoemd zal verwijderen;

bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

bepaalt dat de benadeelde partij en verdachte ieder de eigen kosten dragen;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H. Steenhuis, voorzitter,

mrs. J.A. van Dorp en A.L. Frenkel, rechters,

in tegenwoordigheid van L. van Staden, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 maart 2013.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Zaaksdossier Bommelding advocatenkantoor: proces-verbaal van verhoor getuige [C], p. 22/23, p. 26/27.

3 Zaaksdossier Bommelding advocatenkantoor: proces-verbaal van verhoor aangeefster [D], p. 13 en p. 14.

4 Zaaksdossier Bommelding advocatenkantoor: proces-verbaal van verhoor getuige [A], p. 9 - 11.

5 Zaaksdossier Bommelding advocatenkantoor: proces-verbaal van verhoor getuige [B], p. 39 en p. 40.

6 Zaaksdossier Bommelding advocatenkantoor: proces-verbaal verhoor verdachte, p. 42 tot en met p. 45.

7 Zaaksdossier Bommelding Ministerie van Veiligheid en Justitie: proces-verbaal aangifte [E], p. 7 en p. 8.

8 Zaaksdossier Bommelding Ministerie van Veiligheid en Justitie: proces-verbaal van bevindingen, p. 11 en p. 12.

9 Proces-verbaal onderzoek ter terechtzitting van 19 februari 2013.

10 Proces-verbaal onderzoek ter terechtzitting van 19 februari 2013.

11 Feit 4: Zaaksdossier [F]: Z [F]/AH/1, p. 11;

Feit 5: Zaaksdossier [G]: Z [G]/A1/1, p. 13 - 15 en p. 23 - 25;

Feit 6: Zaaksdossier [H] en [I]: Z [H] en [I]/A1/1, p. 13;

Feit 8: Zaaksdossier [J]: Z [J]/A1/3, p. 55;

Feit 9: Zaaksdossier [K]: Z [K]/A1/3, p. 50;

Feit 10: Zaaksdossier [H] en [I], aangifte [H] d.d. 21 mei 2012, p. 109, met bijlagen, en de uitdraai van de artikelen: p. 133, p. 156, p. 291, p. 345, p. 479, p. 495, p. 530, p. 574, p. 588, p. 589 en p. 608;

Feit 12: Zaaksdossier [L]: Z/[L]/A1/2, p. 16;

Parketnummer 09/650057-12, feit 1: aangifte Y. [H] d.d. 14 november 2012, met bijlage: een uitdraai van het artikel.

12 Verdachtendossier Verdachte [verdachte]: Verdachtendossier/V1/1, proces-verbaal verhoor verdachte M. Kat, p. 24.

13 Zaaksdossier [F]: Z [F]/AH/1, p. 11.

14 Zaaksdossier [F]: Z [F]/A1/1, aangifte [F], p. 7 en 8.

15 Zaaksdossier [G]: Z [G]/A1/1, p. 13 - 15 en p. 23 - 25;

16 Zaaksdossier [G]: Z [G]/A1/1, aangifte [G], p. 8 tot en met 10.

17 Zaaksdossier [H] en [I]: Z [H] en [I]/A1/1, p. 13;

18 Zaaksdossier [H] en [I]: Z [H] en [I]/A2/1, aangifte [I], p. 53 tot en met 55.

19 Zaaksdossier [J]: Z [J]/A1/3, p. 55.

20 Zaaksdossier [J]: Z [J]/A1/3, aangifte [J], p. 44 en 45.

21 Zaaksdossier [K]: Z [K]/A1/3, p. 50.

22 Zaaksdossier [K]: Z [K]/A1/3, aangifte [K], p. 45 tot en met 47.

23 Zaaksdossier [H] en [I], aangifte [H] d.d. 21 mei 2012, p. 109.

24 Zaaksdossier [H] en [I], aangifte [H] d.d. 21 mei 2012, p. 109, met bijlagen, en de uitdraai van de artikelen: p. 133, p. 156, p. 291, p. 345, p. 479, p. 495, p. 530, p. 574, p. 588, p. 589 en p. 608.

25 Zaaksdossier [L]: Z/[L]/A1/2, p. 16.

26 Zaaksdossier [L]: Z/[L]/A1/2, aanvullende aangifte [L], p. 14 en 15.

27 Aangifte [H] d.d. 14 november 2012.

28 Aangifte [H] d.d. 14 november 2012, met bijlage: een uitdraai van het artikel.

29 Zaaksdossier Opruiing Gouden Koets: Z Opruiing Gouden Koets/AH/1, p. 7 (proces-verbaal van bevindingen) en p. 9 (uitdraai van het artikel).

30 Verdachtendossier Verdachte [verdachte]: Verdachtendossier/V1/1, proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte], p. 24.

31 Zaaksdossier Ontkenning Holocaust: Z Ontkenning Holocaust/A1/1, aangifte [O], p. 8 en 9.

32 Zaaksdossier Ontkenning Holocaust, p. 21 - 27 (uitdraai van een artikel) en bijlage 1 bij het requisitoir 'Artikelen behorende bij ZD ontkenning holocaust'.

33 Verdachtendossier Verdachte [verdachte]: Verdachtendossier/V1/1, proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte], p. 24.

34 Feit 10: Zaaksdossier [H] en [I], aangifte [H], d.d. 11 januari 2012, p. 9; en de (aanvullende) aangifte [H] d.d. 21 mei 2012, p. 109, met bijlagen, en de uitdraai van de artikelen januari 2012: p. 61 tot en met p. 80; en de uitdraai van de artikelen op internet over [H]: p. 117 tot en met 744A; en e-mailberichten p. 748 tot en met p. 790, en het proces-verbaal van bevindingen uitwerking telefoongesprekken, p. 48 en p. 93.

35 Verdachtendossier Verdachte [verdachte]: Verdachtendossier/V1/1, proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte], p. 24.

36 Proces-verbaal, nummer PL1640 2011013308-1, met bijlagen, van politie Hollands Midden (doorgenummerd blz. 1 t/m 35): aangifte [R], d.d. 1 februari 2011, p. 14 tot en met 16.

37 Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte], d.d. 16 februari 2011, p. 32 en 33.

38 Proces-verbaal verhoor verdachte [P], d.d. 28 februari 2011, p. 34 en 35.