Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2012:BV1265

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
18-01-2012
Datum publicatie
19-01-2012
Zaaknummer
997507-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

(halal)vleesfraude. Valsheid in geschrift bij het opmaken van verkoopfacturen, halaltraceerbaarheidsformulieren en attesten. Verdachte wordt als leidinggevende aangemerkt ondanks overdracht van de vennootschap. Valsheid bij verkoopfacturen ook aangenomen in het geval dat ontvanger van de facturen van de valsheid op de hoogte was. Door deze handelwijze heeft verdachte gedurende lange tijd op een listige manier binnen een georganiseerd verband de uiteindelijke consument van het door hem verkochte vlees misleid en heeft hij de traceerbaarheid van het vlees bemoeilijkt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 997507-09

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 18 januari 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [datum en plaats]

wonende te [adres]

raadsman mr. Hörchner, advocaat te Breda

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 7 december 2011, waarbij de officieren van justitie, mr. Schenk en mr. Loos, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1. in de periode september 2007 tot en met juni 2009 met anderen verkoopfacturen voor de levering/verkoop van vlees aan [bedrijf A] valselijk heeft opgemaakt of heeft laten opmaken;

2. in dezelfde periode met anderen verkoopfacturen voor de levering/verkoop van vlees aan [frans bedrijf B] en/of aan [Frans bedrijf C] valselijk heeft opgemaakt of heeft laten opmaken;

3. in dezelfde periode met anderen halaltraceerbaarheidsformulieren valselijk heeft opgemaakt of heeft laten opmaken;

4. in de periode september 2007 tot en met januari 2008 met anderen attesten valselijk heeft opgemaakt of heeft laten opmaken.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle aan verdachte ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen in die zin dat verdachte als medepleger van die feiten dient te worden aangemerkt. Zij heeft daarbij verwezen naar de inhoud van het dossier van de Algemene Inspectiedienst, waaruit de valsheid van de bescheiden zou blijken, en de verklaringen van medeverdachten [mededader 1], [mededader 2] en [mededader 3] en van getuige [getuige 1], waaruit de rol van verdachte bij het plegen van die feiten duidelijk wordt.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de onder 1, 2 (voor zover betrekking hebbende op 2009) en 3 ten laste gelegde feiten.

Hij wijst daarbij allereerst op de omstandigheid dat de rol van [verdachte] bij [WMT] zodanig klein was dat niet gezegd kan worden dat facturen en HCTF-documenten die door WMT zijn opgemaakt, mede door verdachte zijn opgemaakt.

Met betrekking tot feit 1, het opmaken van valse facturen aan [bedrijf A], stelt de raadsman weliswaar vast dat ten onrechte een levering aan [bedrijf A] van goederen werd gesuggereerd, maar nu [bedrijf A] hiervan op de hoogte was, is valsheid volgens hem niet aan de orde. Hij heeft daarbij verwezen naar een arrest van de Hoge Raad van 24 november 1984 (NJ 1985, 272). Volgens de raadsman komt valsheid in geschrift pas in beeld wanneer de betreffende facturen zouden worden gebruikt om een ander te misleiden, hetgeen in casu niet aan de orde is.

Met betrekking tot feit 3, de HCTF-documenten, merkt de raadsman allereerst op dat "halal" geen wettelijk beschermde term is. Daarnaast heeft het door Stichting (naam) opgemaakte document geen enkele waarde, nu het niets zegt over de werkelijke traceerbaarheid en over “halal”. Verdachte heeft weliswaar de onder feit 3 genoemde documenten aangepast en kopieën gebruikt, met uitzondering van 2 documenten uit 2009, maar dit is niet strafbaar, nu deze documenten niets bewijzen.

Ten aanzien van feit 2, de verkoopfacturen aan [Frans bedrijf 1] en [Frans bedrijf 2], voert de raadsman aan dat afnemers [Frans bedrijf 1] en [Frans bedrijf 2] exact wisten hoe het zat, gelet op de prijs, de bestelling en de omstandigheid dat zij geen claim hebben ingediend en nog steeds zaken doen met [verdachte] en WMT. Hieruit leidt de raadsman af dat deze afnemers wisten dat het geleverde vlees geen rundvlees was. Voorts voert de raadsman aan dat op geen van de in de tenlastelegging genoemde facturen vermeld staat dat het vlees bij [bedrijf A] geslacht was en rundvlees betrof, zoals verdachte bij sommige facturen wordt verweten. Wel geeft hij toe dat het verkeerd was om op de documenten van 2007 en 2008 te vermelden dat het ging om 100 % Nederlands c.q. Duits vlees.

Met betrekking tot feit 4, de attesten, erkent de raadsman dat deze onjuist waren, nu daarop vermeld stond dat het Duitse rundvlees betrof, terwijl de leveringen zagen op paardenvlees uit Mexico en Brazilië.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Inleiding

Verdachte wordt volgens de tenlastelegging onder de feiten 1 t/m 4 verweten al dan niet samen met anderen een groot aantal geschriften valselijk te hebben opgemaakt dan wel te hebben vervalst.

De rechtbank zal eerst dienen vast te stellen of de geschriften waarover in de tenlastelegging wordt gesproken, vals zijn. Deze geschriften maken voor een groot deel onderdeel uit van documenten die zijn aangetroffen in het kader van partijen vlees die door verdachte of aan verdachte gelieerde bedrijven zouden zijn verkocht en geleverd aan twee Franse afnemers, te weten [voorvoegsel] [Frans bedrijf 1] ACVF (hierna: [Frans bedrijf 1]) en V[Frans bedrijf 2] bedrijf C] (hierna: [Frans bedrijf 2]).

Gelet op het feit dat verschillende in de tenlastelegging genoemde geschriften bij een bepaalde geleverde partij vlees behoren, maar echter in de tenlastelegging zijn versnipperd over meerdere ten laste gelegde feiten, acht de rechtbank het in het kader van het behouden van het overzicht en uit overwegingen van efficiëntie passend om de geschriften die in de tenlastelegging zijn genoemd zoveel mogelijk per partij te behandelen.

De betrokke[FMT] [bedrijf FMT] heeft tot aan zijn ontbinding op 29 december 2008 steeds vestigingsadressen in vestigingsplaats gehad.

Het bedrijf [bedrijf WMT] is opgericht op 8 januari 2009 met als vestigingsadres [adres] te [vestigingsplaats]

Voor zover hierna sprake is van het valselijk opmaken van geschriften door de bedrijven FMT en/of WMT, wordt, gelet op de vestigingsplaats van deze bedrijven, geacht dat deze feiten zijn gepleegd in Breda.

Partij D07-07

(betreft verkoopfactuur onder feit 2, 1e gedachtestreepje)

In de administratie van FMT is een verkoopfactuur van 2 november 2007, gericht aan [Frans bedrijf 1] in Frankrijk, aangetroffen met betrekking tot de verkoop van 11.115 kg minerai 90/10 vlees en 10.982 kg minerai 60VL vlees. De factuur vermeldt dat het gaat om “Originne Hollande 100 % Muscles halal EEG NL 68 congel” en heeft bij “commande” als nummer vermeld “032539”.

De afkorting NL 68 heeft betrekking op het abattoir/slachthuis waar het vlees wordt geslacht/verwerkt. Het EEG-nummer 68.0 ziet op het abattoir in Amsterdam waar onder andere het bedrijf [bedrijf A] (hierna: [bedrijf A]) gebruik van maakt.

[bedrijf A] heeft het erkenningsnummer 68.6.

In de uitslagadministratie van [naam] is een uitslagbon d.d. 2 november 2007 met nummer U00032539 aangetroffen . Hierop staat vermeld dat voor FMT met bestemming [Frans bedrijf 1] in Frankrijk drie partijen zijn geladen, te weten partij 86993 minerai 90/10 11.115, partij 87047 minerai 60/40 8.341en partij 86817 minerai 60/40 2.641. Deze uitslagbon komt voor wat betreft het uitslagnummer, de uitslagdatum, de naam van de afnemer ([Frans bedrijf 1]), het aantal kilogrammen (11.115 en 10.982 (= 8.341 + 2.641)) vlees en product- en partijomschrijving (minerai 90/10 en minerai 60/40), overeen met de hierboven beschreven verkoopfactuur.

In de inslagadministratie van [naam] werden drie inslagbonnen aangetroffen met betrekking tot partijen met de nummers zoals die vermeld stonden op de eerder beschreven uitslagbon, te weten 86817, 86993 en 87047.

De inslagbon van partij 86817 vermeldt dat deze partij op 10 oktober 2007 is ingeslagen bij [naam] voor afnemer FMT met als herkomst [Bedrijf B] en bestaat uit een artikel met omschrijving minerai 60/40, groot 5.206 kilogram.

Achter deze inslagbon zat een pakbon van [Bedrijf B] (Nederland) waarop onder andere stond vermeld: de leveringsdatum: d.d. 10-10-2007; omschrijving: runder cappa; netto gewicht: 5.200 kg. Verder stond een aantal partijgegevens vermeld zoals:

- geboren / gemest / geslacht in: Nederland

- EG.NR slachterij: 763 (= slachterij/grosssierderij)

- uitgebeend in: Nederland

- EG.NR uitbeenderij: 768 (= [Bedrijf B])11

Uit bovenstaande inslagbon met onderliggende documenten leidt de rechtbank af dat partij

86817 rundvlees betrof van:

- in Nederland geboren en gemeste runderen;

- bij slachterij / grossierderij [ Naam] geslachte en van bij uitbeenderij [Bedrijf B] uitgebeende runderen, afkomstig van en geleverd door [Bedrijf B] te Almere.

De inslagbon van partij 86993 vermeldt dat deze partij op 26 oktober 2007 is ingeslagen bij [naam] voor afnemer FMT met als herkomst [bedrijf C] België en bestaat uit een artikel met omschrijving minerai 90/10, groot 26.343 kilogram.

Achter deze inslagbon werd aangetroffen een kopie van factuur 20722413 [bedrijf C] (zonder prijs) , kennelijk de functie hebbend van leveringsnota/pakbon waarop onder andere stond vermeld:

- leveradres: [naam] Breda, datum: d.d. 26-10-07;

- herkomst: origine Canada Naturel VF Inc. Est. 519;

- productomschrijving: 610 Paardenvl. Bevr.Uitgeb. Fores (BCS) Voorvoeten;

- nettogewicht: 26.000 kilogram.

Uit bovenstaande inslagbon met onderliggende documenten leidt de rechtbank af dat partij 86993 afkomstig is van / geleverd is door [bedrijf C] en feitelijk 26.000 kilogram Canadees paardenvlees betreft.

De inslagbon van partij 87047 vermeldt dat deze partij op 1 november 2007 is ingeslagen bij [naam] voor afnemer FMT met als herkomst “randstad b [bedrijf ED]” en bestaat uit een artikel met omschrijving minerai 60/40 ter grootte van 8.341 kilogram.

Achter deze inslagbon werd aangetroffen een vrachtbrief , waarop met de hand geschreven is vermeld dat bij [naam] Breda rundersnippers zijn gelost die afkomstig waren van B. [bedrijf D]]

Uit bovenstaande inslagbon met onderliggende documenten leidt de rechtbank af dat partij

87047 rundersnippers betrof die afkomstig waren van B. [bedrijf D] te Deventer en dat op 1 november 2007 8.341 kg is ingeslagen bij [naam] voor FMT als artikel met omschrijving minerai 60/40.

De rechtbank leidt uit het vorenstaande af dat door FMT op 2 november 2007 aan klant [frans bedrijd B] 22.097 kg. bevroren vlees, niet afkomstig van halal-rundvee-slachterij [bedrijf A] BV en deels bestaand uit (geïmporteerd) paardenvlees, is geleverd als zijnde halal geslacht vlees geproduceerd door dezelfde [bedrijf A] BV.

De verkochte hoeveelheid bestond voor 11.115 kg uit bevroren paardenvlees, met als herkomst Canada, op of omstreeks 26 oktober 2007 geleverd door leverancier [bedrijf C] voor 8.341 kg. uit rundvlees (zgn. rundersnippers met vlees/vetverhouding 60/40), op of omstreeks 01 november 2007 geleverd door leverancier B. [bedrijf D], en voor 2.641 kg. uit rundvlees (zgn. runder cappa met vlees/vetverhouding 60/40), op of omstreeks 10 oktober 2007 geleverd door leverancier [Bedrijf B].

De rechtbank acht dan ook in relatie tot deze transactie wettig en overtuigend bewezen dat de verkoopfactuur van [FMT] gericht aan afnemer [Frans bedrijf 1] d.d. 2 november 2007, zoals is ten laste gelegd onder feit 2, 1e gedachtestreepje, in strijd met de waarheid is opgemaakt.

Partij D08-049

(betreft:

- verkoopfactuur aan [bedrijf A] onder feit 1, 2e gedachtestreepje

- verkoopfactuur aan [Frans bedrijf 1] onder feit 2, 1e gedachtestreepje

- HCTF-document onder feit 3, 1e gedachtestreepje)

In de administratie van FMT is een verkoopfactuur d.d. 6 augustus 2008, gericht aan [Frans bedrijf 1], aangetroffen met betrekking tot de verkoop van 24.397 kilogram vlees (minerai 90 VL) aan afnemer [Frans bedrijf 1] in Frankrijk. De factuur vermeldt dat het om “originne Hollande halal congelees rendu 100 % muscles” gaat en heeft bij “commande” als nummer vermeld “035580”.

In de ordner "Halal 2007-2008", waar per verkochte partij halalvlees een aantal bescheiden bewaard werd, zaten naast de verkoopfactuur voor deze verkochte partij de volgende bescheiden bij elkaar: een verkoopfactuur van FMT aan [bedrijf A], een inkoopfactuur van [bedrijf A] en een halal traceerbaarheidsformulier (HCTF-document) van [naam bedrijf].

Op de verkoopfactuur van FMT aan [bedrijf A] d.d. 6 augustus 2008 stonden onder andere de volgende gegevens vermeld :

- Gewicht: 14.397,00 kg;

- Omschrijving: R. Trim 90 Cl.

- Kiloprijs: € 2,40.

De rechtbank stelt vast dat het gewicht ad 14.397 kg exact 10.000 kg. lager is dan de op de verkoopfactuur aan [Frans bedrijf 1] vermelde hoeveelheid ad. 24.397 kg.

In dezelfde ordner werd, direct na deze verkoopfactuur, een inkoopfactuur aangetroffen van

[bedrijf A]. Op deze inkoopfactuur van [bedrijf A] d.d. 8 augustus 2008 stonden onder andere de volgende gegevens vermeld:

- Gewicht: 14.397,00 kg;

- Omschrijving: Trimmings 90/10 halal Frozen.

- Kiloprijs: € 2,47.

De rechtbank stelt vast dat volgens laatstgenoemde facturen evenveel kilogram vlees wordt gekocht van [bedrijf A] als wordt verkocht aan [bedrijf A], maar dat wordt ingekocht voor 7 eurocent per kilogram meer dan waarvoor wordt verkocht.

In dezelfde ordner direct na deze in- en verkoopfacturen werd aangetroffen een HTCF-document van [naam bedrijf] d.d. 6 augustus 2008 . Het aangetroffen HCTF-document heeft nummer 003226 en betreft een kopie . Het document vermeldt onder andere:

- als naam van de producent: [bedrijf A] BV te [plaats] met EEG-nr 68.6;

- productnaam: “trimmigs 90/10”, aantal kg 24.397;

- soort “beef halal”;

- bij Halal controle van eindproduct: [naam].

In de uitslagadministratie van [naam] werd een uitslagbon met nummer U00035580 aangetroffen met uitslagdatum 5 augustus 2008. Uit deze uitslagbon kan worden afgeleid uit welke ingeslagen partijen de betreffende uitslag is samengesteld en hoeveel van die partijen werd uitgeslagen. De uitslagbon vermeldt dat twee partijen zijn uitgeslagen met bestemming [Frans bedrijf 1] te weten:

- partij 89493 met artikel(code) 06.603 met omschrijving minerai 95/5, uitgeslagen

17.037 kilogram;

- partij(nummer) 89505 met artikel(code) 06603 met omschrijving minerai 95/5, uitgeslagen 7.360 kilogram.

De rechtbank stelt vast dat deze hoeveelheid (17.037 + 7.360 kg) en het uitslagbonnummer overeen stemt met de voornoemde verkoopfactuur aan [Frans bedrijf 1].

In de inslagadministratie van [naam] werden twee inslagbonnen aangetroffen van FMT van de twee ingeslagen partijen zoals die vermeld stonden op de eerder beschreven uitslagbon, te weten de partijen met nummers 89505 en 89493.

De inslagbon van partij 89505 vermeldt dat deze partij:

- op 28 juli 2008 is ingeslagen bij [naam] voor afnemer FMT;

- als herkomst heeft: [bedrijf E] in België;

- bestaat uit een artikel gecodeerd 06603 met omschrijving minerai 95/5;

- bestond uit 24.228 kilogram.

Achter deze inslagbon werd aangetroffen een pakbon / leveringsnota [bedrijf E] in België, gericht aan FMT, waarop stond vermeld dat op 25 juli 2008 24.228 kg

met omschrijving “Fores 95% VL, BELMEX E.42, bevroren paardenvlees z/been” is geleverd bij [naam] in Breda.

Uit bovenstaande inslagbon met onderliggende leveringsnota leidt de rechtbank af dat partij

89505:

- afkomstig van / geleverd is door [bedrijf E] uit België;

- d.d. 25-07-08 is ingeslagen bij [naam] voor FMT als artikel gecodeerd 06603 met omschrijving minerai 95/5;

- feitelijk paardenvlees is met origine BELMEX, hetgeen betekent dat het vermoedelijk uit Mexico komt .

De inslagbon van partij 89493 vermeldt dat deze partij:

- op 25 juli 2008 is ingeslagen bij [naam] voor afnemer FMT;

- de herkomst [bedrijf C] in België heeft;

- bestaat uit een artikel gecodeerd 06.603 met omschrijving minerai 95/5 ter grootte van 26.047 kilogram.

Achter deze inslagbon werd aangetroffen een kopie factuur van [bedrijf C] (België), gericht aan FMT, d.d. 22 juli 2008 waarop stond vermeld dat bij [naam] is geleverd 26.000 kg “paardenvl. Bevr. uitgeb. fores” met als herkomst “”Brazilie ecomeat no. est. sif. 4701”.

Uit bovenstaande inslagbon met onderliggende documenten leidt de rechtbank af dat partij

89493 afkomstig van / geleverd is door van [bedrijf C] en feitelijk paardenvlees met origine Brazilië betreft.

De rechtbank leidt uit het vorenstaande af dat door FMT op 6 augustus 2008 aan klant [Frans bedrijf 1] 24.397 kilogram vlees, niet afkomstig van halal-rundveeslachterij [bedrijf A] BV en bestaand uit (geïmporteerd) paardenvlees, is geleverd als zijnde halal geslacht vlees geproduceerd door dezelfde [bedrijf A].

De rechtbank acht dan ook in relatie tot deze transactie wettig en overtuigend bewezen dat

in strijd met de waarheid zijn opgemaakt:

- de verkoopfactuur van FMT d.d. 6 augustus 2008 aan afnemer [Frans bedrijf 1] (betreft feit 2, 3e gedachtestreepje);

- het Halal Tracerings Formulier van de Stichting [naam] (betreft feit 3, 1e gedachtestreepje).

Algemeen

Zoals hierboven bij bepaalde partijen vlees al is vastgesteld, zijn tijdens het onderzoek in de administratie van FMT bescheiden aangetroffen die niet de waarheid bevatten.

De rechtbank stelt op basis van het proces-verbaal vast dat bij andere partijen vlees waarbij sprake zou zijn van de valse documenten genoemd in de dagvaarding, dezelfde modus operandi wordt toegepast door FMT dan wel WMT, in die zin dat verkoopfacturen, gericht aan Franse afnemers, gekoppeld kunnen worden aan uitslag- en inslagbonnen van het vrieshuis [naam], aan de hand waarvan de oorspronkelijke inkooppartijen kunnen worden gevonden. Daarbij is in het proces-verbaal vastgesteld dat de herkomst van het vlees en de soort vlees zoals vermeld in die verkoopfacturen van FMT en WMT, niet overeenstemmen met de vleessoort en herkomst van het vlees volgens de inkoopbescheiden.

Bij de volgende partijen die een zelfde modus operandi kennen, zal de rechtbank alleen de bewijsmiddelen kort vermelden en op grond van de inhoud van die bewijsmiddelen een conclusie trekken met betrekking tot de eventuele strijd met de waarheid.

Partij D07-011

(betreft:

- verkoopfactuur aan [bedrijf A] onder feit 1, 1e gedachtestreepje

- verkoopfactuur aan [Frans bedrijf 1] onder feit 2, 2e gedachtestreepje)

In de administratie van FMT zijn de volgende bescheiden aangetroffen:

- een verkoopfactuur van FMT aan [Frans bedrijf 1] d.d. 18 september 2007, nummer 700017, “commande 032025” met betrekking tot vlees met productomschrijving: “HALAL ORIGINE HOLLANDE 100% MUSCLES CONGELEES NL 68", totaal 16.324 kg ;

- een verkoopfactuur van FMT aan [bedrijf A] d.d. 18 september 2007, factuurnummer 700018, omschrijving “minerai de boeuf” , 6.324 kg, kiloprijs 1,70;

- een inkoopfactuur van [bedrijf A] d.d. 18 september 2007 met omschrijving “minerai de boeuf”, 6.324 kg, kiloprijs 1,77.

De rechtbank stelt vast dat volgens laatstgenoemde twee facturen evenveel kilogram vlees wordt gekocht van [bedrijf A] als wordt verkocht aan [bedrijf A], maar dat wordt ingekocht voor 7 eurocent per kilogram meer dan waarvoor wordt verkocht.

In de administratie van [naam] zijn aangetroffen:

- een uitslagbon met nummer U00032025 met uitslagdatum d.d. 18 september 2007 ,

die voor wat betreft de datum, de naam van de afnemer ([Frans bedrijf 1]) en het aantal kilogrammen correspondeert met hierboven beschreven verkoopfactuur van FMT aan [Frans bedrijf 1]; het betreft de partijen 85762 (vlees minerai 90/10, Velda) en 86442 (minerai 60/40);

- een inslagbon van voornoemde partij 85762 d.d. 18 juli 2007, vermeldende als artikel vlees (minerai 90/10) met als herkomst [bedrijf C] (België), met daarachter een kopiefactuur van [bedrijf C] (België) waarop onder andere stond vermeld als leveringsdatum 18 juli 2007, herkomst vlees: Brazilië, omschrijving: “Paardenvl. Bevr. Uitgeb. Fores”;

- een inslagbon van partij 86442 d.d. 17 september 2007, vermeldende als omschrijving artikel “minerai 60/40” en als herkomst [bedrijf F], met daarachter een pakbon van [bedrijf G] d.d. 17 september 2007 , waarop onder andere stond vermeld als order- en uitslagdatum d.d. 17-09-07 en omschrijving: 11 maal Cappa 60/40 groot (nettogewicht 8542 kg) , 13 maal Cappa 60/40 klein (nettogewicht 10954 kg).

De rechtbank leidt uit het vorenstaande af dat door FMT op 18 september 2007 aan klant [Frans bedrijf 1] 16.324 kilogram vlees, niet afkomstig van halal-rundveeslachterij [bedrijf A] en deels bestaand uit (geïmporteerd) paardenvlees, is geleverd als zijnde halal geslacht rundvlees geproduceerd door dezelfde [bedrijf A] .

De rechtbank acht dan ook in relatie tot deze transactie wettig en overtuigend bewezen dat

in strijd met de waarheid is opgemaakt:

- de verkoopfactuur van FMT d.d. 18 september 2007 aan afnemer [Frans bedrijf 1] (betreft feit 2, 2e gedachtestreepje).

Partij D08-053

(betreft:

- verkoopfactuur aan [bedrijf A] onder feit 1, 3e gedachtestreepje

- verkoopfactuur aan [Frans bedrijf 1] onder feit 2, 4e gedachtestreepje

- HCTF-document onder feit 3, 2e gedachtestreepje)

In de administratie van FMT zijn de volgende bescheiden aangetroffen:

- een verkoopfactuur d.d. 27 augustus 2008, gericht aan [Frans bedrijf 1], met betrekking tot de verkoop van 23.959 kilogram vlees (minerai 90/10) aan afnemer [Frans bedrijf 1] in Frankrijk. De factuur vermeldt dat het om “originne Hollande halal 100 % muscles congelees rendu” gaat en vermeldt bij commande “035820”.

- een verkoopfactuur van FMT aan [bedrijf A] d.d. 27 augustus 2008, waarop vermeld stonden : gewicht: 13.959,00 kg en omschrijving: voorvlees 90/10, kiloprijs 2,40.

- een inkoopfactuur van [bedrijf A] aan FMT d.d. 5 september 2008, waarop vermeld stonden: omschrijving: Trimmings 90/10 halal Frozen met gewicht 13959,00, kiloprijs 2,47.

De rechtbank stelt vast dat volgens laatstgenoemde twee facturen evenveel kilogram vlees wordt gekocht van [bedrijf A] als wordt verkocht aan [bedrijf A], maar dat wordt ingekocht voor 7 eurocent per kilogram meer dan waarvoor wordt verkocht.

- een kopie van een HTCF-document van [naam] met nummer 003256 d.d. 1 september 2008, waarop is vermeld als naam van de producent: [bedrijf A] te Amsterdam met EEG-nr 68.6; productnaam: “trimmigs 90/10”, aantal kg 23.959; soort “rund halal”; bij Halal controle van eindproduct: Halal Correct.

In de administratie van [naam] werden aangetroffen:

- een uitslagbon met nummer U00035820 met uitslagdatum 26 augustus 2008, waarop wordt vermeld dat drie partijen zijn uitgeslagen met bestemming [Frans bedrijf 1], te weten: partij 89681 (omschrijving minerai 95/5), partij 89602 (omschrijving minerai 95/5) en partij 89712 (omschrijving minerai 95/5), totaal 23.959,00 kg;

- een inslagbon van voornoemde partij 89681 d.d. 18 augustus 2008, vermeldende als artikel minerai 95/5 met als herkomst [bedrijf E] (België), met daarachter een leveringsnota [bedrijf E] waarop onder andere stond vermeld als leveringsdatum 18 augustus 2008, omschrijving: “Fores 95% VL, Belmex- E.42, bevroren paardenvlees z/been”;

- een inslagbon van voornoemde partij 89712 d.d. 20 augustus 2008, vermeldende als artikel minerai 95/5 met als herkomst [bedrijf C] met daarachter een kopie van een factuur (zonder prijs) [bedrijf C] d.d. 20 augustus 2008, waarop onder andere stond vermeld als omschrijving: “Origine Canada Natural, paardenvl. Bevr. Uitgeb. Fores Voorvoeten”;

- een inslagbon van voornoemde partij 89602 d.d. 6 augustus 2008, vermeldende als artikel minerai 95/5 met als herkomst [bedrijf E] (België), met daarachter een leveringsnota [bedrijf E] waarop onder andere stond vermeld als leveringsdatum 6 augustus 2008, omschrijving: “Fores 95% VL, Belmex - E.42, bevroren paardenvlees z/been”.

De rechtbank leidt uit het vorenstaande af dat door FMT op 26 augustus 2008 aan klant [Frans bedrijf 1] 23.959 kilogram bevroren vlees, niet afkomstig van halal-rundveeslachterij [bedrijf A] en bestaand uit (geïmporteerd) paardenvlees, is geleverd als zijnde halal geslacht vlees geproduceerd door dezelfde [bedrijf A] .

De rechtbank acht dan ook in relatie tot deze transactie wettig en overtuigend bewezen dat

in strijd met de waarheid zijn opgemaakt:

- de verkoopfactuur van FMT d.d. 27 augustus 2008 aan afnemer [Frans bedrijf 1] (betreft feit 2, 4e gedachtestreepje);

- het HTCF-document van de Stichting [naam] (betreft

feit 3, 2e gedachtestreepje).

Partij D09-007

(betreft:

- verkoopfactuur aan [bedrijf A] onder feit 1, 4e gedachtestreepje

- verkoopfactuur aan [Frans bedrijf 1] onder feit 2, 5e gedachtestreepje

- Halal Certificaat onder feit 3, 3e gedachtestreepje)

In de administratie van WMT zijn de volgende bescheiden aangetroffen:

- een verkoopfactuur d.d. 20 februari 2009, gericht aan [Frans bedrijf 1], met betrekking tot de verkoop van vlees 11.605 kilogram “minerai 90 VL” en 11.495 kilogram “minerai 60 VL” aan afnemer [Frans bedrijf 1] in Frankrijk. De factuur vermeldt dat het om “halal 100 % muscles congeles originne holande prix rendu” gaat en vermeldt bij CMR “U37636”;

- een verkoopfactuur van WMT aan [bedrijf A] d.d. 20 februari 2009, waarop vermeld stonden : 1.605 kg met omschrijving: R.Trim 90 CL en 11.495 kg met omschrijving R.Trim 60 CL, kiloprijs € 1,80.

- een inkoopfactuur van [bedrijf A] aan WMT d.d. 25 februari 2009, waarop vermeld stonden: Trimmigs 90/10 halal Frozen met gewicht 1605,00 en 60/40 halal bevroren met gewicht 11495,00, kiloprijs € 1,87.

De rechtbank stelt vast dat volgens laatstgenoemde twee facturen evenveel kilogram vlees wordt gekocht van [bedrijf A] als wordt verkocht aan [bedrijf A], maar dat wordt ingekocht voor 7 eurocent per kilogram meer dan waarvoor wordt verkocht.

- een kopie van een ongedateerd “Halal Certificate” van [naam] met nummer 0956/EX044 , waarop is vermeld dat de te noemen producten halal zijn bereid volgens de regels van Halal Correct, met als naam van de producent: [bedrijf A] te Amsterdam met EEG-nr NL68.6; producten: “trimmigs beef 90/10 halal” 11.605 kg en “trimmigs beef 60/40 halal” 11.495 kg (totaal 23.100 kg).

In de administratie van [naam] werden aangetroffen:

- een uitslagbon met nummer U00037636 met uitslagdatum 20 februari 2009, waarop wordt vermeld dat acht partijen zijn uitgeslagen met bestemming [Frans bedrijf 1], te weten: partij 91156 (omschrijving minerai 60/40), partij 91141 (omschrijving minerai 60/40), partij 91134 (omschrijving minerai 60/40), partij 91242 (omschrijving minerai 60/40), partij 91311 (omschrijving minerai 60/40), partij 91271 (omschrijving minerai 60/40), partij 91293 (omschrijving minerai 95/5) en partij 91344 (omschrijving minerai 95/5), totaal 23.101,00 kg;

- een inslagbon van voornoemde partij 91156 , inslag op 14 januari 2009, vermeldende als artikel minerai 60/40 met als herkomst [bedrijf F] te Olst, met daarachter een pakbon van [bedrijf F] d.d. 14 januari 2009 waarop onder andere stond vermeld als omschrijving van het artikel: “Cappa groot 60/40”;

- een inslagbon van voornoemde partij 91141 , inslag op 14 januari 2009, vermeldende als artikel minerai 60/40 met als herkomst [Bedrijf B] te Almere;

- een inslagbon van voornoemde partij 91134 , inslag 13 januari 2009, vermeldende als artikel minerai 60/40 met als herkomst [bedrijf H] met daarachter een pakbo[bedrijf H] d.d. 13 januari 2009, waarop onder andere stond vermeld als omschrijving: “Kappa’s” en met de hand geschreven “minerai 6040”;

- een inslagbon van voornoemde partij 91242 , inslag op 26 januari 2009, vermeldende als artikel minerai 60/40 met als herkomst [bedrijf F], met daarachter een pakbon van [bedrijf F] d.d. 26 januari 2009, waarop onder andere stond vermeld als omschrijving van het artikel: “Cappa groot 60/40”;

- een inslagbon van voornoemde partij 91311 , inslag op 2 februari 2009, vermeldende als artikel minerai 60/40 met als herkomst [naam];

- een inslagbon van voornoemde partij 91271 , inslag op 28 januari 2009, vermeldende als artikel minerai 60/40 met als herkomst [bedrijf F] te (plaats), met daarachter een pakbon van [bedrijf F] d.d. 28 januari 2009 waarop onder andere stond vermeld als omschrijving van het artikel: “Cappa groot 60/40”;

- een inslagbon van voornoemde partij 91293 , inslag op 29 januari 2009, vermeldende als artikel minerai 60/40 met als herkomst [bedrijf E] (België), met daarachter een leveringsnota [bedrijf E] d.d. 29 januari 2009 waarop onder andere stond vermeld als omschrijving van het artikel: “Fores 95% VL BELMEX-E.42 Bevroren paardenvlees z/been” en “Asado 95% Sarel-E.6 Bevroren paardenvlees z/been”;

- een inslagbon van voornoemde partij 91344 , inslag op 3 februari 2009, vermeldende als artikel minerai 95/5 met als herkomst [bedrijf E] (België), met daarachter een leveringsnota [bedrijf E] d.d. 3 februari 2009 waarop onder andere stond vermeld als omschrijving van het artikel: “Asado 95% Sarel-E.6 Bevroren paardenvlees z/been”.

De rechtbank leidt uit het vorenstaande af dat door WMT op 20 februari 2009 aan klant [Frans bedrijf 1] 23.100 kilogram bevroren vlees, niet afkomstig van halal-rundveeslachterij [bedrijf A] en deels bestaand uit (geïmporteerd) paardenvlees, is geleverd als zijnde halal geslacht vlees geproduceerd door dezelfde [bedrijf A].

De rechtbank acht dan ook in relatie tot deze transactie wettig en overtuigend bewezen dat

in strijd met de waarheid zijn opgemaakt:

- de verkoopfactuur van WMT d.d. 20 februari 2009 aan afnemer [Frans bedrijf 1] (betreft feit 2, 5e gedachtestreepje);

- het Halal Certificaat van de Stichting [naam] (betreft

feit 3, 3e gedachtestreepje).

Partij D09-014

(betreft:

- verkoopfactuur aan [bedrijf A] onder feit 1, 5e gedachtestreepje

- verkoopfactuur aan [Frans bedrijf 1] onder feit 2, 6e gedachtestreepje

- Halal Certificaat onder feit 3, 4e gedachtestreepje)

In de administratie van WMT zijn de volgende bescheiden aangetroffen:

- een verkoopfactuur d.d. 24 april 2009, gericht aan [Frans bedrijf 1], met betrekking tot de verkoop van vlees 15.017 kilogram “minerai 90 VL” en 8.575 kilogram “minerai 60 VL” (totaal 23.592 kg) aan afnemer [Frans bedrijf 1] in Frankrijk. De factuur vermeldt dat het om “halal 100 % muscles congeles originne holande prix rendu” gaat en vermeldt bij CMR “U38127”;

- een verkoopfactuur van WMT aan [bedrijf A] d.d. 24 april 2009, waarop vermeld stonden : 5.017 kg met omschrijving: R.Trim 90 CL en kiloprijs € 2,50 en 8.575 kg met omschrijving R.Trim 60 CL en kiloprijs € 1,80;

- een inkoopfactuur van [bedrijf A] aan WMT d.d. 1 mei 2009, waarop vermeld stonden: Magervlees 90-10 bevroren halal met gewicht 5017,00 en kiloprijs € 2,57 en 60/40 halal bevroren met gewicht 8.575,00 en kiloprijs € 1,87;

De rechtbank stelt vast dat volgens laatstgenoemde twee facturen evenveel kilogram vlees wordt gekocht van [bedrijf A] als wordt verkocht aan [bedrijf A], maar dat wordt ingekocht voor 7 eurocent per kilogram meer dan waarvoor wordt verkocht.

- een kopie van een ongedateerd “Halal Certificate” van [naam stichting] met nummer 0956/WM018 , waarop is vermeld dat de te noemen producten halal zijn bereid volgens de regels van (naam), met als naam van de producent: [bedrijf A] BV te Amsterdam met EEG-nr NL68.6; producten: “trimmigs beef 90/10 halal” 15.017 kg en “trimmigs beef 60/40 halal” 8.575 kg.

In de administratie van [naam]werden aangetroffen:

- een uitslagbon met nummer U00038127 met uitslagdatum 24 april 2009, waarop wordt vermeld dat vijf partijen zijn uitgeslagen met bestemming [Frans bedrijf 1], te weten: partij 91561 (omschrijving minerai 60/40), partij 91491 (omschrijving minerai 60/40), partij 91431 (omschrijving minerai 60/40), partij 91583 (omschrijving minerai 95/5) en partij 91598 (omschrijving minerai 95/5), totaal 23.592,00 kg;

- een inslagbon van voornoemde partij 91561 , inslag op 11 maart 2009, vermeldende als artikel minerai 60/40 met als herkomst [bedrijf F] te (plaats);

- een inslagbon van voornoemde partij 91491 , inslag op 24 februari 2009, vermeldende als artikel minerai 60/40 met als herkomst [bedrijf H]

- een inslagbon van voornoemde partij 91431 , inslag 17 februari 2009, vermeldende als artikel minerai 60/40 met als herkomst [bedrijf H] met daarachter een pakbo[bedrijf H] d.d. 17 februari 2009, waarop onder andere stond vermeld als omschrijving: “Kappa’s 2680 kg”;

- een inslagbon van voornoemde partij 91583 , inslag op 17 maart 2009, vermeldende als artikel minerai 95/5 met als herkomst [bedrijf C] (België);

- een inslagbon van voornoemde partij 91598 , inslag op 23 maart 2009, vermeldende als artikel minerai 95/5 met als herkomst [bedrijf C] met daarachter een zendnota [bedrijf C] d.d. 23 maart 2009 waarop onder andere stond vermeld als omschrijving van het artikel: “Paardenvl. Bevr. Uitgeb. Fores”.

De rechtbank leidt uit het vorenstaande af dat door WMT op 24 april 2009 aan klant [Frans bedrijf 1] 23.592 kilogram bevroren vlees, niet afkomstig van halal-rundveeslachterij [bedrijf A] en deels bestaand uit paardenvlees, is geleverd als zijnde halal geslacht vlees geproduceerd door dezelfde [bedrijf A].

De rechtbank acht dan ook in relatie tot deze transactie wettig en overtuigend bewezen dat

in strijd met de waarheid zijn opgemaakt:

- de verkoopfactuur van WMT d.d. 24 april 2009 aan afnemer [Frans bedrijf 1] (betreft feit 2, 6e gedachtestreepje);

- het Halal Certificaat van de Stichting [naam stichting ] (betreft feit 3, 4e gedachtestreepje).

Partij D09-018

(betreft:

- verkoopfactuur aan [bedrijf A] onder feit 1, 6e gedachtestreepje

- verkoopfactuur aan [Frans bedrijf 1] onder feit 2, 8e gedachtestreepje)

In de administratie van WMT zijn de volgende bescheiden aangetroffen:

- een verkoopfactuur d.d. 29 mei 2009, gericht aan [Frans bedrijf 1], met betrekking tot de verkoop van vlees 12.039 kilogram “minerai 90 VL” en 6.569 kilogram “minerai 60 VL” (totaal 18.608 kg) aan afnemer [Frans bedrijf 1] in Frankrijk. De factuur vermeldt dat het om “halal 100 % muscles congeles originne holande prix rendu” gaat en vermeldt bij CMR “U38334”;

- een verkoopfactuur van WMT aan [bedrijf A] d.d. 29 mei 2009, waarop vermeld stonden : 2.039 kg met omschrijving: R.Trim 90 CL en kiloprijs € 2,50 en 6.569 kg met omschrijving R.Trim 60 CL en kiloprijs € 1,75;

- een inkoopfactuur van [bedrijf A] aan WMT d.d. 29 mei 2009, waarop vermeld stonden: Magervlees 90-10 bevroren halal met gewicht 2039,00 en kiloprijs € 2,57 en 60/40 halal bevroren met gewicht 6.569,00 en kiloprijs € 1,82.

De rechtbank stelt vast dat volgens laatstgenoemde twee facturen evenveel kilogram vlees wordt gekocht van [bedrijf A] als wordt verkocht aan [bedrijf A], maar dat wordt ingekocht voor 7 eurocent per kilogram meer dan waarvoor wordt verkocht.

In de administratie van [naam] werden aangetroffen:

- een uitslagbon met nummer U00038334 met uitslagdatum 29 mei 2009, waarop wordt vermeld dat zes partijen zijn uitgeslagen met bestemming [Frans bedrijf 1], te weten: partij 91531 (omschrijving minerai 60/40), partij 91559 (omschrijving minerai 60/40), partij 91584 (omschrijving minerai 60/40), partij 91517 (omschrijving minerai 60/40), partij 91810 (omschrijving minerai 90/10) en partij 91823 (omschrijving minerai 90/10), totaal 18.554,00 kg; de rechtbank merkt op dat op deze uitslagbon tevens wordt vermeld dat bij partij 91517 54 kg meer is geladen dan is aangegeven, zodat in totaal 18.608 kg geladen zou zijn, hetgeen overeenkomt met de hoeveelheid als aangegeven op de verkoopfactuur aan [Frans bedrijf 1];

- een inslagbon van voornoemde partij 91531 , inslag op 3 maart 2009, vermeldende als artikel minerai 60/40 met als herkomst [bedrijf H] met daarachter een pakbo[bedrijf H] d.d. 3 maart 2009, waarop onder andere stond vermeld als omschrijving: “Kappa’s 3100,00 kg”;

- een inslagbon van voornoemde partij 91559 , inslag op 11 maart 2009, vermeldende als artikel minerai 60/40 met als herkomst [bedrijf H]

- een inslagbon van voornoemde partij 91584 , inslag 17 maart 2009, vermeldende als artikel minerai 60/40 met als herkomst [bedrijf H] met daarachter een pakbo[bedrijf H] d.d. 17 maart 2009, waarop onder andere stond vermeld als omschrijving: “Kappa’s 2160,0 kg”;

- een inslagbon van voornoemde partij 91517 , inslag op 27 februari 2009, vermeldende als artikel minerai 60/40 met als herkomst [Bedrijf B] te Almere, met daarachter een pakbon van [Bedrijf B] d.d. 27 februari 2009, waarop onder andere stond vermeld als omschrijving: “Runder Cappa 8676,0”;

- een inslagbon van voornoemde partij 91810 , inslag op 11 mei 2009, vermeldende als artikel minerai 90/10 met als herkomst [bedrijf C] met daarachter een zendnota [bedrijf C] d.d. 11 mei 2009 waarop onder andere stond vermeld als omschrijving van het artikel: “Paardenvl. Bevr. Uitgeb. Fores”;

- een inslagbon van voornoemde partij 91823 , inslag op 11 mei 2009, vermeldende als artikel minerai 90/10 met als herkomst [bedrijf C] met daarachter een zendnota [bedrijf C] d.d. 11 mei 2009 waarop onder andere stond vermeld als omschrijving van het artikel: “Paardenvl. Bevr. Uitgeb. Fores”.

De rechtbank leidt uit het vorenstaande af dat door WMT op 29 mei 2009 aan klant [Frans bedrijf 1] 18.608 kilogram bevroren vlees, niet afkomstig van halal-rundveeslachterij [bedrijf A] en deels bestaand uit paardenvlees, is geleverd als zijnde halal geslacht vlees geproduceerd door dezelfde [bedrijf A] .

De rechtbank acht dan ook in relatie tot deze transactie wettig en overtuigend bewezen dat

in strijd met de waarheid is opgemaakt:

- de verkoopfactuur van WMT d.d. 29 mei 2009 aan afnemer [Frans bedrijf 1] (betreft feit 2, 8e gedachtestreepje).

Partij D08-082

(betreft verkoopfactuur aan [Frans bedrijf 1] onder feit 2, 7e gedachtestreepje)

In de administratie van FMT is het volgende bescheid aangetroffen:

- een verkoopfactuur d.d. 18 januari 2008, gericht aan [Frans bedrijf 2] [..], met betrekking tot de verkoop op 21 januari 2008 van 23.262 kilogram vlees (minerai 90/10) aan afnemer [Frans bedrijf 2] in Frankrijk. De factuur vermeldt dat het om “origine Allemagne 100 % musclus congelees prix rendu” gaat en vermeldt bij commande “033440”.

In de administratie van [naam] werden aangetroffen:

- een uitslagbon met nummer U00033440 met uitslagdatum 21 januari 2008, waarop wordt vermeld dat een partij is uitgeslagen met bestemming [Frans bedrijf 1], te weten: partij 87819 (omschrijving minerai 90/10), met daarachter een handgeschreven notitie waarop vermeld staat “[Frans bedrijf 2] St Genevieve” “87.819” en “totaal 23.262 kg”;

- een inslagbon van voornoemde partij 87819 , inslag op 21 januari 2008, vermeldende als artikel minerai 90/[bedrijf I] en als vrachtbriefnummer 0917537, met daarachter een vervoersdocument, zijnde een CMR met nummer 0917[bedrijf I]teur [bedrijf I] , waarop onder andere stond vermeld als aard van de goederen: “Paarden voorvoet” en als afzender “[bedrijf J] en [naam bedrijf]”, en een pickbon [naam bedrijf] en [bedrijf J] d.d. 21 januari 2008 , waarop als artikel omschrijving wordt vermeld “paardenvoorvoet (Mexico)”.

De rechtbank leidt uit het vorenstaande af dat door FMT op 18 januari 2008 aan klant [Frans bedrijf 2] 23.262 kilogram bevroren paardenvlees, afkomstig uit Mexico, is geleverd als zijnde vlees afkomstig uit Duitsland.

De rechtbank acht dan ook in relatie tot deze transactie wettig en overtuigend bewezen dat

in strijd met de waarheid is opgemaakt:

- de verkoopfactuur van FMT d.d. 18 januari 2008 aan afnemer [Frans bedrijf 2] (betreft feit 2, 7e gedachtestreepje).

Partij D09-041

(betreft verkoopfactuur aan [Frans bedrijf 1] onder feit 2, 9e gedachtestreepje)

In de administratie van WMT is het volgende bescheid aangetroffen:

- een verkoopfactuur d.d. 26 februari 2009, gericht aan [Frans bedrijf 2] [..], met betrekking tot de verkoop van 22.959 kilogram vlees (minerai 95/5) aan afnemer [Frans bedrijf 2] in Frankrijk. De factuur vermeldt dat het om “originne Allemagne 100 % muscles congeles prix rendu” gaat en vermeldt bij commande “U37670”;

In de administratie van [naam] werden aangetroffen:

- een uitslagbon met nummer U00037670 met uitslagdatum 26 februari 2009, waarop wordt vermeld dat twee partij zijn uitgeslagen met bestemming [Frans bedrijf 2] , te weten: partij 91336 (omschrijving minerai 95/5) en partij 91344 (omschrijving minerai 95/5);

- een inslagbon van voornoemde partij 91336 , inslag op 3 februari 2009, met nummer I00022466, vermeldende als artikel minerai 95/5 met als herkomst [Bedrijf J], met daarachter een leveringsnota van [Bedrijf J], gevestigd (België) , waarop onder andere stond vermeld als omschrijving van de goederen: “Trimmings / Qs/ Bevroren Uitg Paardenvlees Lamar; de rechtbank merkt op dat op een afdruk van de websitepagina van [Bedrijf J] bij het logo van (naam) vermeld staat “Argentinië” , waaruit de rechtbank afleidt dat het op de inslagbon vermelde paardenvlees afkomstig is uit Argentinië;

- een inslagbon van voornoemde partij 91344 , inslag op 3 februari 2009, vermeldende als artikel minerai 95/5 met als herkomst [bedrijf E] (België), met daarachter een leveringsnota [bedrijf E] , waarop onder andere stond vermeld als omschrijving van de goederen: “Asado 95% Sarel – E.6, Bevroren paardenvlees z/been”.

De rechtbank leidt uit het vorenstaande af dat door WMT op 26 februari 2009 aan klant [Frans bedrijf 2] 22.959 kilogram bevroren paardenvlees, deels afkomstig uit Argentinië, is geleverd als zijnde vlees afkomstig uit Duitsland.

De rechtbank acht dan ook in relatie tot deze transactie wettig en overtuigend bewezen dat

in strijd met de waarheid is opgemaakt:

- de verkoopfactuur van WMT d.d. 26 februari 2009 aan afnemer [Frans bedrijf 2] (betreft feit 2, 9e gedachtestreepje).

Partij D07-015

(betreft attest behorende bij factuur 700112, vermeld onder feit 4, 1e gedachtestreepje)

In de administratie van FMT is het volgende bescheid aangetroffen:

- een verkoopfactuur d.d. 19 december 2007, met nummer 700112, gericht aan [Frans bedrijf 2] [..], met betrekking tot de verkoop van 22.150 kilogram vlees (minerai 90/10) aan afnemer [Frans bedrijf 2] in Frankrijk. De factuur vermeldt dat het om “origine allemagne 100 % musclus congelees prix rendu” gaat.

In de administratie van [naam] werden aangetroffen:

- een uitslagbon met uitslagdatum 19 december 2007, waarop wordt vermeld dat een partij is uitgeslagen met bestemming [Frans bedrijf 2], te weten: partij 87482 (omschrijving minerai 90/10), groot 22.150,000;

De rechtbank stelt vast dat deze uitslagbon voor wat betreft de datum, de naam van de afnemer, het aantal kilogrammen vlees en productomschrijving overeenkomt met hierboven genoemde verkoopfactuur 700112 en concludeert hieruit dat deze uitslag hoort bij deze verkoopfactuur.

- een inslagbon van voornoemde partij 87482 , inslag op 11 december 2007, vermeldende als artikel minerai 90/10 met als herkomst [bedrijf E] (België), met daarachter een leveringsnota [bedrijf E] , waarop onder andere stond vermeld als omschrijving van de goederen: “Fores 95% VL Belmex-E.42, bevroren paardenvlees z/been”.

Op het woonadres van verdachte in (België) is, naast voormelde verkoopfactuur aan [Frans bedrijf 2], een “attestation orrigine Allemagne” (hierna: attest) aangetroffen .

Dit attest d.d. 19 december 2007 vermeldt als aanhef “attestation orrigine Allemagne pour la fourniture de viande de boeuf”. Dit attest is door een beëdigd tolk vertaald. De vertaling van dit document vermeldt dat dit attest “herkomst Duitsland” bestemd is voor de levering van rundvlees met:

- als nummer van herleidbaarheid 700112;

- als land van geboorte Duitsland

- als land waar het vee gehouden is Duitsland

- als slachtplaats ES213

- als uitsnijderij EZ088

- als geleverd product Minerai 90/10, 22159 kg.

Tevens vermeldt dit (vertaalde) document dat vlees afkomstig is van dieren geboren, opgegroeid en geslacht in Duitsland. Genoemde code EZ88 is van een Duits uitsnijderijbedrijf.

De rechtbank leidt uit het vorenstaande af dat door FMT op 19 december 2007 aan klant [Frans bedrijf 2] 22.150 kilogram bevroren paardenvlees, afkomstig uit Mexico, is geleverd als zijnde rundvlees met herkomst Duitsland.

De rechtbank acht dan ook in relatie tot deze transactie wettig en overtuigend bewezen dat

in strijd met de waarheid is opgemaakt:

- voornoemd attest d.d. 19 december 2007. (betreft feit 4, 1e gedachtestreepje).

Partij D07-016

(betreft attest behorende bij factuur 700080, vermeld onder feit 4, 2e gedachtestreepje)

In de administratie van FMT is het volgende bescheid aangetroffen:

- een verkoopfactuur d.d. 15 november 2007, met nummer 700080, gericht aan [Frans bedrijf 2] [..], met betrekking tot de verkoop van 23.077 kilogram vlees (minerai 90/10) aan afnemer [Frans bedrijf 2] in Frankrijk. De factuur vermeldt dat het om “origine allemagne 100 % musclus congelees prix rendu” gaat en om “commande 032719”.

In de administratie van [naam] werden aangetroffen:

- een uitslagbon met uitslagdatum 15 november 2007, nummer U00032719, waarop wordt vermeld dat een partij is uitgeslagen met bestemming [Frans bedrijf 2], te weten: partij 87172 (omschrijving minerai 90/10), groot 23.077,00;

De rechtbank stelt vast dat deze uitslagbon voor wat betreft het nummer, de datum, de naam van de afnemer, het aantal kilogrammen vlees en productomschrijving overeenkomt met hierboven genoemde verkoopfactuur 700080 en concludeert hieruit dat deze uitslag hoort bij deze verkoopfactuur.

- een inslagbon van voornoemde partij 87172 , inslag op 14 november 2007, vermeldende als artikel minerai 90/10 met als herkomst [bedrijf C], met daarachter een factuur [bedri[bedrijf C] , waarop onder andere stond vermeld als omschrijving van de goederen: “origine Brazilie Ecomeat, paardenvl. bevr. uitgeb. fores”.

Op het woonadres van verdachte in (België) is, naast voormelde verkoopfactuur aan [Frans bedrijf 2], een “attestation orrigine Allemagne” (hierna: attest) aangetroffen .

Dit attest d.d. 15 november 2007 vermeldt als aanhef “attestation orrigine Allemagne pour la fourniture de viande de boeuf”. Dit attest is door een beëdigd tolk vertaald. De vertaling van dit document vermeldt dat dit attest “herkomst Duitsland” bestemd is voor de levering van rundvlees met:

- als nummer van herleidbaarheid 032719;

- als land van geboorte Duitsland

- als land waar het vee gehouden is Duitsland

- als slachtplaats ES128

- als uitsnijderij EZ088

- als geleverd product Minerai 90/10, 23.077 kg.

Tevens vermeldt dit (vertaalde) document dat vlees afkomstig is van dieren geboren, opgegroeid en geslacht in Duitsland. Genoemde code EZ88 is van een Duits uitsnijderijbedrijf, terwijl de code ES128 een abattoir in Duitsland betreft.

De rechtbank leidt uit het vorenstaande af dat door FMT op 15 november 2007 aan klant [Frans bedrijf 2] 23.077 kilogram bevroren paardenvlees, afkomstig uit Brazilië, is geleverd als zijnde rundvlees met herkomst Duitsland.

De rechtbank acht dan ook in relatie tot deze transactie wettig en overtuigend bewezen dat

in strijd met de waarheid is opgemaakt:

- voornoemd attest d.d. 15 november 2007. (betreft feit 4, 2e gedachtestreepje).

Partij D08-079

(betreft attest behorende bij factuur 208032, vermeld onder feit 4, 3e gedachtestreepje)

In de administratie van FMT is het volgende bescheid aangetroffen:

- een verkoopfactuur d.d. 25 januari 2008, met nummer 208032, gericht aan [Frans bedrijf 2] [..], met betrekking tot de verkoop van 22.123 kilogram vlees (minerai 90/10) aan afnemer [Frans bedrijf 2] in Frankrijk. De factuur vermeldt dat het om “origine allemagne 100 % musclus congelees prix rendu” gaat en om “commande 033484”.

In de administratie van [naam] werden aangetroffen:

- een uitslagbon met uitslagdatum 24 januari 2008, nummer U00033484, waarop wordt vermeld dat twee partijen zijn uitgeslagen met bestemming [Frans bedrijf 2], te weten: partij 87819 (omschrijving minerai 90/10), groot 6.023,00, en partij 87841 (omschrijving minerai 90/10), groot 16.100,00;

De rechtbank stelt vast dat deze uitslagbon voor wat betreft het nummer, de datum, de naam van de afnemer, het totaal aantal kilogrammen vlees en productom-schrijving overeenkomt met hierboven genoemde verkoopfactuur 208032 en concludeert hieruit dat deze uitslag hoort bij deze verkoopfactuur.

- een inslagbon van voornoemde partij 87841 , inslag op 22 januari 2008, vermeldende als artikel minerai 90/[bedrijf I]omst [bedrijf I], met daarachter een CMR” d.d. 22 januari 2008 , waarop onder andere stond vermeld als expediteur [bedrijf I], plaats aflevering [plaatsnaam], met als aard der goederen: “paarden voorvoet”, hoeveelheid 23.240 kg en bij de handtekening afzender “[bedrijf J];

- een pakbon van [bedrijf J] met vermelding: orderdatum 22 januari 2008, omschrijving “paardenvoorvoet (Mexico)” en totaalgewicht 23.240 kg;

- een inslagbon van voornoemde partij 87819 , inslag op 21 januari 2008, vermeldende als artikel minerai 90/[bedrijf I]omst [bedrijf I], met daarachter een CMR” d.d. 21 januari 2008 , waarop onder andere stond vermeld als expediteur [bedrijf I], plaats aflevering [plaatsnaam], met als aard der goederen: “paarden voorvoet”, hoeveelheid 24.500 kg en bij de handtekening afzender “[bedrijf J];

- een pakbon van [bedrijf J] met vermelding datum 21 januari 2008, omschrijving “paardenvoorvoet (Mexico)” en totaalgewicht 24.500 kg.

In de administratie van FMT is met betrekking tot deze partij een ordner “Samonella stukken” met daarin een aantal bescheiden bij elkaar aangetroffen.

Naast voormelde verkoopfactuur aan [Frans bedrijf 2] en de uitslagbon werd een “attestation orrigine Allemagne” (hierna: attest) aangetroffen .

Dit attest d.d. 25 januari 2008 vermeldt als aanhef “attestation orrigine Allemagne pour la fourniture de viande de boeuf”. Dit attest is door een beëdigd tolk vertaald. De vertaling van dit document vermeldt dat dit attest “herkomst Duitsland” bestemd is voor de levering van rundvlees met:

- als nummer van herleidbaarheid 033484;

- als land van geboorte Duitsland

- als land waar het vee gehouden is Duitsland

- als slachtplaats ES128

- als uitsnijderij EZ088

- als geleverd product Minerai 90/10, 22.123 kg.

Tevens vermeldt dit (vertaalde) document dat vlees afkomstig is van dieren geboren, opgegroeid en geslacht in Duitsland.

De rechtbank leidt uit het vorenstaande af dat door FMT op 25 januari 2008 aan klant [Frans bedrijf 2] 22.123 kilogram bevroren paardenvlees, afkomstig uit Mexico, is geleverd als zijnde rundvlees met herkomst Duitsland.

De rechtbank acht dan ook in relatie tot deze transactie wettig en overtuigend bewezen dat

in strijd met de waarheid is opgemaakt:

- voornoemd attest d.d. 25 januari 2008. (betreft feit 4, 3e gedachtestreepje).

De blanco halalformulieren

(betreft HCTF-documenten D/339C, D/340A, D/341A, D/346A, D/348A, D/434A, D/453A, D/453B, D07-007/002, D07/007-003, D/456A)

In het kantoor van [WMT] werd een set documenten

als bundel aangetroffen en in beslag genomen .

Hieronder bevond zich een Halal Traceerbaarheids Formulier oftewel HCTF document met volgnummer No. 00064 (D/339), ogenschijnlijk zijnde een fotokopie (wit blad met zwarte opdruk) waarop bovenaan handmatig staat bijgeschreven:

"alles schoonmaken behalve stempel + handtekening 100 x”.

Onder het volgnummer No. 00064 (rechtsboven) staat handmatig bijgeschreven "oplopend".

Een aantal ge(sub)nummerde vakken op dit formulier waren met gele tekstmerkpen gearceerd, te weten

- "100 X" (rechtsboven, handgeschreven)

- "No. 00064" (rechtsboven)

- "Halal correct" (handgeschreven, vak 3.1)

- "[naam getuige 1]" (handgeschreven, vak 3.2)

- een handtekening (vak 3.3)

- een stempelafdruk (tussen vak 3.3 en 5.3).

Bij Stichting [naam] werd de oorspronkelijke doordruk (gele exemplaar, D/339B) van het Halal Traceerbaarheids Formulier met volgnummer No. 00064 aangetroffen.

Achter Halal Traceerbaarheids Formulier D/339 werd een bundel van 76 identieke (op volgnummer na) Halal Traceerbaarheids Formulieren aangetroffen , door de AID voorzien van volgnummer D/340 t/m D/415.

Van deze bundel zijn alle formulieren tweezijdig bedrukt, op de achterzijde met tekst, grijs van kleur, en de voorzijde in vier kleuren, als volgt:

- logo met tekst (linksboven) groen van kleur

- vakbelijning en overige tekst rood van kleur

- volgnummer (rechtsboven) zwart van kleur

- "Halal correct" (handgeschreven, vak 3.1) blauw van kleur

- "[naam getuige 1]" (handgeschreven, vak 3.2) blauw

- een handtekening (vak 3.3) blauw

- een stempelafdruk (tussen vak 3.3 en 5.3) blauw

De handmatig ingevulde gegevens zoals wél aanwezig op D/339 zijn echter niet meer aanwezig op de exemplaren in bundel D/340 t/m D/415, met uitzondering van de op D/339 met gele tekstmerkpen gearceerde gedeelten.

In een partijdossier zoals aangetroffen in de partijenadministratie van FMT, door de AID voorzien van partijnummer D7-005, werd aangetroffen een Halal Traceerbaarheids Formulier (D/339C) . De rechtbank constateert dat de tekst en de plaatsing van de tekst in de ingevulde vakken 3.1, 3.2 en 3.3. identiek is aan die van formulier D/339 en van de formulieren in bundel D/340 t/m D/415.

Gezien de opmaak van de vakken 3.1, 3.2 en 3.3 acht de rechtbank zeer aannemelijk dat dit document oorspronkelijk afkomstig is uit de bundel D/340 t/m D/415.

In een partijdossier zoals aangetroffen in de partijenadministratie van FMT, door de AID voorzien van partijnummer D07-001, werd aangetroffen een Halal Traceerbaarheids Formulier (D/340A) . De rechtbank constateert dat de tekst en de plaatsing van de tekst in de ingevulde vakken 3.1, 3.2 en 3.3. identiek is aan die van formulier D/339 en van de formulieren in bundel D/340 t/m D/415.

Gezien de opmaak van de vakken 3.1, 3.2 en 3.3 acht de rechtbank zeer aannemelijk dat dit document oorspronkelijk afkomstig is uit de bundel D/340 t/m D/415.

In een partijdossier zoals aangetroffen in de partijenadministratie van WMT, door de AID voorzien van partijnummer D09-009, werd aangetroffen een Halal Traceerbaarheids Formulier (D/341A) . De rechtbank constateert dat de tekst en de plaatsing van de tekst in de ingevulde vakken 3.1, 3.2 en 3.3. identiek is aan die van formulier D/339 en van de formulieren in bundel D/340 t/m D/415.

Gezien de opmaak van de vakken 3.1, 3.2 en 3.3 acht de rechtbank zeer aannemelijk dat dit document oorspronkelijk afkomstig is uit de bundel D/340 t/m D/415.

In een partijdossier zoals aangetroffen in de partijenadministratie van WMT, door de AID voorzien van partijnummer D09-011, werd aangetroffen een Halal Traceerbaarheids Formulier (D/346A) . De rechtbank constateert dat de tekst en de plaatsing van de tekst in de ingevulde vakken 3.1, 3.2 en 3.3. identiek is aan die van formulier D/339 en van de formulieren in bundel D/340 t/m D/415.

Gezien de opmaak van de vakken 3.1, 3.2 en 3.3 acht de rechtbank zeer aannemelijk dat dit document oorspronkelijk afkomstig is uit de bundel D/340 t/m D/415.

In een partijdossier zoals aangetroffen in de partijenadministratie van WMT, door de AID voorzien van partijnummer D09-015, werd aangetroffen een Halal Traceerbaarheids Formulier (D/348A) . De rechtbank constateert dat de tekst en de plaatsing van de tekst in de ingevulde vakken 3.1, 3.2 en 3.3. identiek is aan die van formulier D/339 en van de formulieren in bundel D/340 t/m D/415.

Gezien de opmaak van de vakken 3.1, 3.2 en 3.3 acht de rechtbank zeer aannemelijk dat dit document oorspronkelijk afkomstig is uit de bundel D/340 t/m D/415.

Binnen het kantoor van WMT werd tevens een andere set documenten als bundel aangetroffen en in beslag genomen .

Hieronder bevond zich een Halal Traceerbaarheids Formulier met volgnummer No. 0.1394, gedagtekend 1 september 2006 (D/417) .

Bij Stichting [naam] werd de oorspronkelijke doordruk (gele exemplaar, D/1001) van het Halal Traceerbaarheids Formulier met volgnummer No. 0.1394 aangetroffen. De tekst en de plaatsing van de tekst op dit formulier is identiek aan die van D/417. Dit duidt erop dat het formulier D/417 een authentiek Halal Traceerbaarheids Formulier is.

Achter Halal Traceerbaarheids Formulier D/417 werd een bundel van 39 identieke Halal Traceerbaarheids Formulieren aangetroffen , waarvan 9 exemplaren met hetzelfde volgnummer No. 0.1394.

Het restant, 30 exemplaren (D/427 t/m D/456), is, met onderbrekingen, doorlopend genummerd. Van deze bundel zijn alle formulieren tweezijdig bedrukt, op de achterzijde met tekst, grijs van kleur, en de voorzijde in vier kleuren, idem als op formulier D/417.

De handmatig ingevulde gegevens zoals wél aanwezig op D/417, te weten slachtdatum (vak 1.4), de partijgegevens (vak 2.4, 2.5, 2.6, 2.7 en 2.10), afnemergegevens (vak 4.1 en 4.2) en datum (vak 5.3) zijn echter niet meer aanwezig op de exemplaren in bundel D/418 t/m D/456.

De rechtbank constateert dat de tekst en de plaatsing van de tekst in de wel ingevulde vakken op D/418 t/m D/456 identiek is aan die van formulier D/417.

De rechtbank acht dan ook zeer aannemelijk dat de documenten D/418 t/m D/456 kopieën zijn van D/417 waarbij een aantal op D/417 ingevulde gegevens zijn weggehaald.

In een partijdossier zoals aangetroffen in de partijenadministratie van FMT, door de AID voorzien van partijnummer D07-008, werd aangetroffen een Halal Traceerbaarheids Formulier (D/434A) . De rechtbank acht gezien de aan D/417 identieke opmaak van een aantal vakken zeer aannemelijk dat dit een document betreft dat oorspronkelijk afkomstig is uit de bundel D/418 t/m D/456.

In een partijdossier zoals aangetroffen in de partijenadministratie van FMT, door de AID voorzien van partijnummer D07-006, werden aangetroffen twee Halal Traceerbaarheids Formulieren (D/453A en D/453B) . De rechtbank acht gezien de aan D/417 identieke opmaak van een aantal vakken zeer aannemelijk dat dit document oorspronkelijk afkomstig is uit de bundel D/418 t/m D/456.

In een partijdossier zoals aangetroffen in de partijenadministratie van FMT, door de AID voorzien van partijnummer D07-007, welke partij hierboven reeds is besproken, werden aangetroffen een kopie van een Halal Traceerbaarheids Formulier (D07-007/002) met volgnummer No. 0.2948 en een kopie van een Halal Traceerbaarheids Formulier

(D07-007/003) met volgnummer No. 02968.

De rechtbank acht gezien de aan D/417 identieke opmaak van een aantal vakken zeer aannemelijk dat deze documenten oorspronkelijk afkomstig zijn uit de bundel D/418 t/m D/456.

In een partijdossier zoals aangetroffen in de partijenadministratie van FMT, door de AID voorzien van partijnummer D08-31, werd aangetroffen een Halal Traceerbaarheids Formulier (D/456A) .

De rechtbank acht gezien de aan D/417 identieke opmaak van een aantal vakken zeer aannemelijk dat dit document oorspronkelijk afkomstig is uit de bundel D/418 t/m D/456.

Getuige [getuige 1], werkzaam als voorzitter van de [naam Stichting], heeft over deze zogenaamde HCTF-documenten verklaard dat zijn Stichting HCTF-documenten opmaakt in opdracht van [bedrijf A] op basis van gegevens die van [bedrijf A] komen. Het origineel gaat naar de klant, de gele doorslag is bestemd voor de administratie van [bedrijf A] en de rode doorslag komt in de administratie van de Stichting. De HCTF-documenten D/339 en D/417 komen volgens [getuige 1] voor in de administratie van [bedrijf A], die hij eerder had opgehaald. Na bestudering van de documenten D/427 t/m D/456A verklaart [getuige 1] dat het gemanipuleerde documenten betreft. De documenten met de nummers D/340A, D/341A, D/346A en D/348A komen niet in de administratie van de Stichting voor. Ze zijn niet door [getuige 1] ingevuld en vals, ook omdat onder punt 4 een afnemer in Frankrijk wordt genoemd, terwijl de Stichting daar altijd de exporteur noemt.

Ook de documenten D07-007/002 en D07-007/003 zijn volgens [getuige 1] om die reden vals.

Deze verklaringen van getuige [getuige 1] worden bevestigd door de originele formulieren, nu de rechtbank constateert dat op de authentiek geachte documenten D/339 en D/417 daadwerkelijk de exporteur (te weten FMT respectievelijk verdachte) wordt genoemd, terwijl op de documenten met de nummers D/339C, D/340A, D/341A, D/346A en D/348A de Franse afnemer (te weten [Frans bedrijf 1] dan wel [naam]) wordt genoemd.

Over document D/456A heeft [getuige 1] verklaard dat dit document vals is, omdat de stempel die op dit document zit niet meer door de Stichting werd gebruikt op de op dit document vermelde datum van afgifte.

Op basis van de hierboven genoemde constateringen en de verklaring van getuige

[getuige 1], acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de HCTF-documenten D/339C, D/340A, D/341A, D/346A, D/348A, D/434A, D/453A, D/453B, D07-007/002, D07/007-003 en D/456A valselijk zijn opgemaakt.

Zijn de (overige) bescheiden valselijk opgemaakt en zo ja door wie?

De rechtbank heeft hierboven reeds vastgesteld dat een aantal bescheiden (verkoopfacturen van FMT en WMT, gericht aan de Franse afnemers [Frans bedrijf 1] en [Frans bedrijf 2] [vermeld onder feit 2], HCTF- documenten dan wel Halal Certificaten [vermeld onder feit 3]) en attesten [vermeld onder feit 4]), voor zover van de HCTF-documenten hierboven al niet is vastgesteld dat deze valselijk zijn opgemaakt, in strijd met de waarheid is opgemaakt.

De vraag waarvoor de rechtbank zich allereerst gesteld ziet is of het in strijd met de waarheid opmaken van deze documenten met opzet is gedaan zodat van valselijk opmaken in de zin van artikel 225, lid 1, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) kan worden gesproken. Dit opzet leidt de rechtbank reeds af uit de omstandigheid dat het niet een enkel document betreft dat niet klopt. In het geval van het niet kloppen van een enkel document zou men immers kunnen beweren dat sprake is van een incident waarbij onopzettelijk verkeerde gegevens zijn vermeld. Vastgesteld kan worden dat een groot aantal bescheiden bij een groot aantal partijen vlees, welke bescheiden verschillende bewijsbestemmingen hebben, in strijd met de waarheid zijn opgemaakt. Hieruit trekt de rechtbank reeds de conclusie dat opzet in het spel is, zodat aan het valselijk opmaken in de zin van voornoemd artikel is voldaan.

Voorts dient te worden bezien of voldaan is aan het oogmerkvereiste in art. 225, lid 1 Sr, het oogmerk namelijk om de valse bescheiden als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken. Daarvan is in dit geval sprake nu verdachte immers de valse bescheiden welbewust heeft opgemaakt ter verzending door FMT en WMT aan derden en – voor zover het de facturen betreft – ter opneming in bedrijfsadministraties van FMT, WMT, [bedrijf A] en overige bedrijven en dientengevolge ook ter kennisname van en gebruik door derden.

Verkoopfacturen aan [bedrijf A] (feit 1)

Met betrekking tot de onder feit 1 vermelde verkoopfacturen voor de levering van vlees van FMT of WMT aan [bedrijf A], stelt de rechtbank, op basis van de hierboven vermelde bewijsmiddelen bij de geleverde partijen aan de Franse afnemers, vast dat deze verkoopfacturen zijn gekoppeld aan een rond dezelfde datum opgemaakte inkoopfactuur van FMT of WMT, afkomstig van [bedrijf A], van dezelfde hoeveelheid vlees, waarbij de kiloprijs op de inkoopfacturen van [bedrijf A] telkens 7 eurocent hoger is dan de kiloprijs op de verkoopfacturen aan [bedrijf A].

Medeverdachte [mededader 3], welke Holding eigenaar is van [bedrijf A] , heeft verklaard dat hij feitelijk leidinggevende is bij [bedrijf A] en dat hij gedurende de jaren 2007, 2008 en 2009 zaken heeft gedaan met verdachte of met FMT en WMT, van welke bedrijven volgens [mededader 3] verdachte de baas was. Volgens [mededader 3] lagen aan de facturen die gedurende anderhalf jaar over en weer tussen [bedrijf A] enerzijds en FMT en WMT anderzijds werden verzonden met een prijsverschil tussen inkoop en verkoop van €0,07, geen werkelijke leveringen ten grondslag. Als [mededader 3] een factuur van verdachte kreeg, dan maakte hij een factuur, verhoogd met 7 eurocent per kilo, voor verdachte. Verdachte factureerde hem vlees, waarna hij, [mededader 3], halal rundvlees terugfactureerde.

Medeverdachte [mededader 1], directeur van WMT, heeft verklaard dat hij wist dat [bedrijf A] voor 7 cent per kilogram een halal-factuur voor hen maakt, terwijl er in werkelijkheid nooit halalvlees van [bedrijf A] naar hen toe kwam voor export naar [Frans bedrijf 1] of [Frans bedrijf 2]. Hij wist dat die facturen nodig waren voor het verkrijgen van een Halal-certificaat.

Medeverdachte [mededader 2], als administratief medewerker werkzaam voor verdachte dan wel FMT en WMT heeft verklaard: “Voor 7 cent per kilogram kun je een firma in Amsterdam zo gek krijgen om van vlees halalvlees te maken. Deze firma is [bedrijf A].” [mededader 2] heeft voorts verklaard dat hij in de periode van WMT, kort na de levering van vrachten vlees aan [Frans bedrijf 1], verkoopfacturen aan [bedrijf A] stuurde, zodat [bedrijf A] daarna kon voorwenden dat zij halalvlees verkochten aan WMT, terwijl het vlees natuurlijk nooit bij [bedrijf A] kwam. Op basis van de verkoop van zogenaamd halalvlees kon [mededader 2] dan bij de halal certificerende organisatie een halalcertificaat verkrijgen.

Op grond van dit alles acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de in de tenlastelegging genoemde verkoopfacturen van FMT en WMT, gericht aan [bedrijf A], valselijk zijn opgemaakt, nu in werkelijkheid geen vlees werd geleverd en verkocht.

Door de verdediging gevoerde verweren over de facturen aan [bedrijf A]

Als eerste verweer heeft de raadsman van verdachte aangevoerd dat niet is voldaan aan het vereiste dat er enig nadeel uit het opmaken van de facturen aan [bedrijf A] zou kunnen voortvloeien. De rechtbank verwerpt dit verweer nu door het opmaken van valse facturen, bestemd om in bedrijfsadministraties te worden opgenomen, met daarop vermelding van de verkoop en levering van vlees, de traceerbaarheid van partijen vlees, bestemd voor menselijke consumptie, in de administraties van verzender en ontvanger wordt bemoeilijkt en voorts tegenover controlerende instanties, zoals de fiscus, een onjuist beeld van de werkelijke omzetten in de ondernemingen van bedrijven kan worden geschapen.

Als tweede verweer is door de raadsman van verdachte aangevoerd dat, nu [bedrijf A] als ontvanger van de valse facturen op de hoogte was van de valsheid, hier sprake zou zijn van een geval als te vinden in het arrest van de Hoge Raad d.d. 24 (bedoeld zal zijn 20) november 1984, NJ 1985, 272 en dat dus valsheid in geschrift niet aan de orde zou zijn.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Het berust op een onjuiste lezing van dit arrest. Aldaar besliste de Hoge Raad immers in een zaak waarbij de verdachte terecht stond ter zake het delict ex art. 225, lid 2 Sr., namelijk het gebruik maken van een vals geschrift als bedoeld in art. 225, lid 1 Sr. De Hoge Raad geeft in dit arrest een uitleg van de uitdrukking “gebruik maken van een vals geschrift als ware het echt en onvervalst “ in de zin van art. 225, lid 2 Sr. Verdachte echter staat terecht inzake het delict ex art. 225, lid 1 Sr.

Evenzeer faalt het beroep op het arrest NJ 1993, 99 omdat ook dit arrest slechts uitleg geeft over het begrip “gebruik maken van“ als bedoeld in het tweede lid van art 225 Sr. Het enkel valselijk opmaken van een factuur met het oogmerk om die als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken (en dat is verdachte als feit 1 ten laste gelegd) is voldoende om die gedraging als valsheid in geschrift in de zin van lid 1 van art 225 Sr aan te merken (HR 25 april 2006 LJN AV1628).

Verkoopfacturen aan [Frans bedrijf 1] en [Frans bedrijf 2] (feit 2)

Met betrekking tot een aantal verkoopfacturen die onder feit 2 zijn vermeld heeft

medeverdachte [mededader 1] verklaard dat hij EEG-stickers van een rundergroothandel plakte op paardenvlees dat wegging. Hij wist dat dat niet goed was. Zo ging er naar de buitenlandse afnemers [Frans bedrijf 2] en [Frans bedrijf 1] paardenvlees, terwijl dat vlees werd gestickerd met de stickers van runderbedrijven.

Voorts heeft [mededader 1] verklaard dat hij ook wist dat [bedrijf A] voor 7 cent per kilogram een halal-factuur voor hen maakt, terwijl er in werkelijkheid nooit halalvlees van [bedrijf A] naar hen toe kwam voor export naar [Frans bedrijf 1] of [Frans bedrijf 2]. Hij wist dat die facturen nodig waren voor het verkrijgen van een Halal-certificaat. De rechtbank leidt uit deze verklaringen van [mededader 1] af dat hij wist dat de verkoopfacturen aan [Frans bedrijf 1] en [Frans bedrijf 2] vals waren in die zin dat de herkomst niet klopte en dat de soort vlees niet klopte.

Medeverdachte [mededader 2] heeft verklaard : “Ik weet dat veel vlees uit Zuid-Amerika kwam. Ik weet ook dat als het vlees een bestemming had, dat in een aantal gevallen duidelijk moest zijn (vaak voor bepaalde afnemers) wat de origine/herkomst van dat vlees was. Dit was dan nooit Zuid-Amerika, maar bijvoorbeeld Duitsland of Nederland.”

Daarnaast heeft [mededader 2] verklaard dat hij facturen voor vrachten vlees aan Franse afnemers opmaakte en dat hij hiervoor voorbeeldfacturen uit de administratie van FMT gebruikte. Hij zag op die facturen geregeld de oorsprong vermeld staan, zoals Duitsland of Nederland. [mededader 2] nam die omschrijvingen inclusief de herkomst dan over op de te maken facturen. Hij wist echter aan de hand van de leveringsbonnen dat het ingekocht vlees uit Zuid-Amerika kwam en hij realiseerde zich ook dat van het vlees dat verkocht werd op de factuur een andere herkomst stond.

Gelet op de verklaringen van [mededader 1] en [mededader 2] acht de rechtbank niet alleen bewezen dat de verkoopfacturen van WMT valselijk zijn opgemaakt - nu het verkochte vlees niet halal geslacht vlees afkomstig uit Nederland betrof -, maar geldt ook voor de verkoopfacturen van FMT dat deze op dezelfde manier valselijk zijn opgemaakt, gelet op het onderlinge verband en samenhang met de overige bewijsmiddelen, waaruit de modus operandi en het opzet op het in strijd met de waarheid opmaken van die facturen blijkt.

Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat niet bewezen kan worden dat op de facturen vermeld stond dat het vlees rundvlees betrof, nu dit niet uit het woord “muscles” afgeleid kan worden. Evenmin kan worden bewezen dat met de tekst op de factuur bij [bedrijf A] geslacht vlees werd aangeduid. De aanduiding “EEG NL 68” betekent, zoals hierboven onder de kop

“Partij D07-007” (blz 3 van dit vonnis) reeds is overwogen, niets anders dan dat dit het nummer is van het abattoir in Amsterdam waar onder andere [bedrijf A] gebruik van maakt. [bedrijf A] heeft zelf nummer 68.6 en dat staat niet op de facturen vermeld.

De rechtbank begrijpt het verweer van de raadsman ook zo dat volgens hem geen sprake is van valsheid in geschrift nu [Frans bedrijf 1] en [Frans bedrijf 2] volgens hem van de valsheid van de facturen op de hoogte waren. Hij motiveert zulks onder andere met de afwezigheid van claims en het wederom zaken doen met deze firma’s. De rechtbank verwerpt dit verweer. Wat er zij van wetenschap van [Frans bedrijf 1] en [Frans bedrijf 2] omtrent de valsheid van de facturen die zij ontvingen, zulks zou hooguit in het kader van een tenlastelegging van het delict als bedoeld in het tweede lid van art. 225 Sr van belang kunnen zijn, maar aan de orde is art. 225, lid 1 Sr. Zoals hiervoor al genoemd is in het arrest van de HR dd 25 april 2006 LJN AV1628 beslist dat het enkel valselijk opmaken van een factuur met het oogmerk om die als echt en onvervalst te gebruiken of te doen gebruiken voldoende is om die gedraging als valsheid in geschrifte in de zin van het eerste lid van art 225 Sr aan te merken. Enig gebruik van het geschrift wordt daarbij niet verondersteld. Slechts het oogmerk om het te gebruiken of door anderen te doen gebruiken is bij lid 1 relevant. Aan het bewijs van dit oogmerk staat niet de omstandigheid in de weg dat het gebruik zich slechts “zo nodig jegens derden“ zou voordoen (vgl HR 20 oktober 1987, NJ 88, 473). Verdachte beoogde door het vervalsen van die facturen (bestemd om te worden verstuurd) dat deze zo nodig zouden worden gebruikt jegens derden.

HCTF-documenten en Halal-certificaten (feit 3)

Hierboven is reeds onder het kopje “de blanco halalformulieren” uiteengezet, waarom de rechtbank wettig en overtuigend bewezen acht dat een groot aantal van de onder feit 3 vermelde geschriften valselijk is opgemaakt.

Voor de overige geschriften (de HCTF-documenten c.q. Halal-certificaten met de codenummers D08-049/004, D08-053/004, D09-007/009 en D09-014/015) is reeds vastgesteld dat deze in strijd met de waarheid zijn opgemaakt.

Getuige [getuige 1], werkzaam als voorzitter van de Stichting [naam], heeft over deze HCTF-documenten verklaard dat zijn Stichting HCTF-documenten opmaakt in opdracht van [bedrijf A] op basis van gegevens die van [bedrijf A] komen. Met betrekking tot de documenten D08-049/004 en D08-053/004 heeft [getuige 1] verklaard dat hij aan het handschrift ziet dat hij die documenten heeft ingevuld op basis van aan hem toegestuurde of overhandigde pakbonnen.

Met betrekking tot de certificaten D09-007/009 en D09-014/016 heeft [getuige 1] verklaard dat deze certificaten door hem zijn gemaakt op verzoek van WMT op basis van stukken ter overtuiging. De bij laatstgenoemd certificaat behorende factuur van [bedrijf A] is volgens [getuige 1] door WMT aan hem toegestuurd. Hij heeft die factuur gebruikt voor het opmaken van het certificaat.

Medeverdachte [mededader 2] heeft verklaard dat hij in de periode van WMT, kort na de levering van vrachten vlees aan [Frans bedrijf 1], verkoopfacturen aan [bedrijf A] stuurde, zodat [bedrijf A] daarna kon voorwenden dat zij halalvlees verkochten aan WMT, terwijl het vlees natuurlijk nooit bij [bedrijf A] kwam. Op basis van de verkoop van zogenaamd halalvlees kon [mededader 2] dan bij de halal certificerende organisatie een halalcertificaat verkrijgen. De certificaten werden naar WMT gestuurd, waarna [mededader 2] deze doorstuurde naar de Franse afnemer [Frans bedrijf 1].

Uit de verklaringen van [getuige 1] en [mededader 2] leidt de rechtbank af dat WMT of FMT de vier laatstgenoemde documenten c.q. certificaten opzettelijk valselijk hebben doen opmaken. Naar het oordeel van de rechtbank is hier sprake van doen plegen, nu uit de verklaring van [getuige 1] blijkt dat hij niet wist dat de geschriften die hij opmaakte in strijd met de waarheid waren.

Het door de raadsman opgeworpen verweer dat de HCTF-documenten en Halal certificaten geen waarde hadden en niets bewijzen, verwerpt de rechtbank. In het midden latend het gestelde in het betoog van de raadsman omtrent de waarde van de formulieren, stelt de rechtbank vast dat door het doen opmaken van een dergelijk formulier men het vertrouwen wekte dat het betreffende vlees in Nederland geslacht en gecontroleerd halal vlees betrof. Dat de term halal niet wettelijk beschermd is doet daar niet aan af; het gaat om het vertrouwen dat wordt opgewekt bij de uiteindelijke consument van dit vlees. In zoverre heeft een dergelijk document bewijswaarde.

Dat deze geschriften ook voor degenen die er gebruik van maakten in elk geval waarde hadden, moge wel blijken uit het feit dat de modus operandi laat zien dat FMT dan wel WMT er veel moeite voor over hadden om deze geschriften op te (laten) maken en naar de Franse afnemers te sturen, die deze geschriften blijkbaar nodig hadden voor hun eigen administratie en/of ten bewijze aan hun klanten dat het vlees halal was.

De attesten (feit 4)

Hierboven is reeds vastgesteld dat de onder dit feit genoemde attesten in strijd met de waarheid zijn opgemaakt, aangezien het vlees geen rundvlees betrof en ook niet uit Duitsland afkomstig was, zoals op deze attesten stond vermeld. Ook is reeds uiteen gezet dat de rechtbank van oordeel is dat deze attesten, gelet op de veelheid van alle overige in strijd met de waarheid opgemaakte bijbehorende geschriften, opzettelijk in strijd met de waarheid en derhalve valselijk zijn opgemaakt.

Onder de attesten staat een stempel van FMT en daarnaast een handtekening. Deze handtekening vertoont een sterke gelijkenis met de handtekening van verdachte, zoals deze is vermeld bij een “kopie aanvraag reisdocument” van 5 januari 2005 en onder een verhoor bij de AID op 12 januari 2010 . Voorts stelt de rechtbank vast dat op het attest met codenummer D08-079/023 bij de handtekening een stempel is geplaatst met de vermelding “[voornaam] [verdachte]”. [mededader 2] herkent bovendien de handtekening van [verdachte] op een van de attesten (D08-079) en op andere vergelijkbare attesten , terwijl hij met betrekking tot een specifiek attest (D09-041/002) verklaart dat hij dit attest heeft opgemaakt in overleg met en in opdracht van [verdachte] .

Op grond hiervan acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de handtekeningen op deze attesten heeft gezet en samen met FMT deze attesten valselijk heeft opgemaakt.

De rol van verdachte bij de overige documenten.

De rechtbank ziet zich ten aanzien van verdachte tenslotte gesteld voor de vraag of verdachte ook als (mede)pleger van de overige feiten kan worden aangemerkt. Bij de beantwoording van die vraag zal de rechtbank hierna gebruik maken van verklaringen van gehoorde personen opgenomen in het proces-verbaal met dossiernummer 508017 van de Algemene Inspectiedienst, dienstonderdeel opsporing, team West-Nederland, onderzoek [naam], doorgenummerd van 1 tot en met 2702, met name de ordner met nummer 1/9.

De periodes waarop de aan verdachte ten laste gelegde feiten betrekking hebben, betreffen zowel de periode dat FMT actief was (tot en met eind 2008) als de periode (met ingang van 1 januari 2009) dat WMT actief was.

Van FMT was tot 7 oktober 2008 de zoon van verdachte directeur . Daarna was verdachte directeur en wel tot aan de ontbinding van FMT per 29 december 2008 .

[voornaam zoon verdachte] [verdachte] heeft terzake van de oprichting van FMT verklaard dat hij FMT alleen maar heeft opgericht omdat zijn vader dat had gevraagd . Ten aanzien van hem wordt door [mededader 1] verklaard dat naar zijn weten [voornaam zoon verdachte] [verdachte] nooit wat in het bedrijf heeft gedaan . Dat laatste wordt ook door [mededader 2] verklaard .

WMT is opgericht op 8 januari 2009. Met ingang van die datum is [voornaam] [mededader 1] directeur van deze BV geweest .

[mededader 1] verklaart dat hij door verdachte benaderd is met de vraag of hij interesse had in een overname. Wat er volgens hem heeft plaatsgevonden is dat de naam is veranderd, maar dat er voor de rest niets veranderde . Verdachte deed achter de schermen nog steeds hetzelfde werk als daarvoor onder FMT. [mededader 2] deed volgens hem de dagelijkse boekhouding. [mededader 2] en hij waren de enige personeelsleden. [mededader 2] maakte ook de facturen op .

[mededader 2] verklaart dat [mededader 1] voor FMT heeft gewerkt en dat de reden van de oprichting van WMT was dat verdachte zijn aansprakelijkheid buiten beeld wilde houden en dat de feitelijke uitvoering van alle handel binnen WMT voor rekening van verdachte kwam. Verdachte had volgens [mededader 2] de teugels in handen. Zonder hem was geen kilo vlees gekocht en verkocht . Hij zegt dat er voor hem en [mededader 1] geen enkele mogelijkheid was om invloed uit te oefenen op de dagelijkse gang van zaken. Deze gang van zaken werd gedicteerd door verdachte, op dezelfde manier zoals hij dat de jaren ervoor ook deed. De rol van [mededader 1] is volgens hem altijd dezelfde geweest. Hij heeft voor FMT hetzelfde gedaan als wat hij voor WMT deed. Hij deed volgens [mededader 2] het loodswerk bij FMT . Over zijn eigen werk zegt [mededader 2] dat hij bij FMT lichte administratieve werkzaamheden deed, maar dat hij bij WMT ging factureren en echt de administratie ging bijhouden . De administratie bij FMT werd volgens [mededader 2] door verdachte gedaan . Met betrekking tot en aantal specifieke partijen uit 2007 (D07-007 en D07-011) verklaart [mededader 2] ook dat verdachte de factuur aan [Frans bedrijf 1] heeft opgemaakt.

[mededader 3] verklaart dat hij in de tijd van FMT en WMT uitsluitend zaken deed met verdachte .

Naast deze verklaringen over de betrokkenheid van verdachte bij deze twee BV’s en de rol van [mededader 1] en [mededader 2], wordt door [mededader 1], [mededader 2] en [mededader 3] nog specifiek verklaard over de betrokkenheid van verdachte bij afzonderlijke activiteiten en bij de bescheiden genoemd in de 4 tenlastegelegde feiten, met name over het contact met [bedrijf A], de inhoud van de facturen en de halalcertificaten of –formulieren.

[mededader 3] heeft verklaard dat verdachte wegens een schuld van 83.000 euro die hij had bij [mededader 3], heeft voorgesteld om vlees aan [bedrijf A] te factureren, welk vlees [mededader 3] dan weer terug zou factureren met een prijsopslag van 7 eurocent per kilogram en dat daar geen fysieke leveringen van vlees aan ten grondslag zouden liggen . [mededader 1] zegt in dat verband dat [bedrijf A] een contact is dat van verdachte af kwam en dat er in werkelijkheid nooit vlees naar WMT kwam voor export . [mededader 2] verklaart dat hij de verkoopfacturen aan [bedrijf A] stuurde, zodat [bedrijf A] kon voorwenden dat zij halalvlees verkochten aan WMT. In werkelijkheid kwam het vlees nooit bij [bedrijf A]. Hij verklaart omtrent de werkwijze met [bedrijf A] verder dat dit de gebruikelijke werkwijze was van FMT en verdachte, dat hij die op dezelfde voet heeft voortgezet en dat verdachte hem heeft uitgelegd dat hij dit op deze wijze moest doen .

[mededader 1] verklaart dat verdachte bepaalde welke stickers er op het vlees kwamen als het wegging en dat verdachte bepaalde wat er op de factuur kwam te staan; de omschrijving en de prijs. Door te stickeren bepaalde verdachte de herkomst van het vlees. In opdracht van verdachte werden er stickers van een rundergroothandel op het paardenvlees geplakt. Dit gebeurde ook naar afnemers in het buitenland .

Dat verdachte bepaalde wat er op de factuur kwam, verklaart ook [mededader 2]. Volgens hem bepaalde verdachte dus de herkomst en de origine . [mededader 2] zelf maakte volgens zijn verklaring de facturen op, waarbij hij gebruik maakte van voorbeeldfacturen van FMT. In de tijd van FMT stuurde verdachte volgens [mededader 2] de facturen . Voor de juiste omschrijving van de factuurgegevens heeft verdachte hem verwezen naar de facturen van FMT, bijvoorbeeld van 2008 naar [Frans bedrijf 1] . De herkomstaanduiding op de factuur liep ook via verdachte . Bij WMT deed volgens [mededader 2] verdachte bijna alle in- en verkoop en bepaalde hij ook de in- en verkoopprijzen. [mededader 2] zegt verder over de jaren dat hij bij FMT werkte dat verdachte de inkoop deed .

Met betrekking tot de halalcertificaten cq halaltraceerbaarheidsformulieren, verklaart [mededader 2] dat hij weet dat daarop voor het gewicht een 1 werd geplaatst en dat hij dat certificaat met het gewijzigde gewicht van verdachte ontving . Deze handmatige aanpassing gebeurde volgens hem door verdachte . In dat verband verklaart [mededader 2] dat hij de fax onder doc nr D09-0078/065 aan verdachte heeft verstuurd , in welke fax hij aangeeft dat er op het certificaat alleen nog een 1 voor moet . Later, toen dat door nieuwe formulieren niet meer mogelijk was, ging hij naar een printshop waar de kilogrammen op de certificaten werden aangepast . Het adres had hij van verdachte gekregen en hij is daar alleen en met verdachte naar toe gegaan .

[naam leidinggevende printshop], die de dagelijkse leiding had bij de printshop, verklaart terzake dat de opdracht van verdachte kwam en dat zowel verdachte als ene [voornaam] de formulieren kwamen ophalen .

Op grond van deze verklaringen, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zowel bij FMT als bij WMT gedurende de gehele periode van de tenlastelegging de gang van zaken bij FMT en WMT bepaalde en dat hij niet alleen zowel van de valsheid van de verkoopfacturen aan [bedrijf A], de verkoopfacturen aan [Frans bedrijf 2] en [Frans bedrijf 1] en de halaltraceerbaarheidsformulieren en Halalcertificaten op de hoogte was, maar ook in overleg met anderen de inhoud daarvan bepaalde. Op grond daarvan wordt ook het uitdrukkelijke verweer van de raadsman met betrekking tot feit 1, levering 4 (D09-007), levering 5 (D09-014) en levering 6 (D09-018) en met betrekking tot feit 2, zaak 5 (D09-007), zaak 6 (D09-014), zaak 8 (D09-018) en zaak 9 (D09-041), namelijk dat verdachte geen bemoeienis had met WMT en dus ook niet als dader voor deze feiten valt aan te merken, verworpen.

Gelet op het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte als medepleger moet worden gezien van de hem onder 1 t/m 4 tenlaste gelegde feiten en dat hij derhalve de onder die feiten vermelde geschriften tezamen en in vereniging met (een) ander(en) valselijk heeft opgemaakt.

Voor de feiten 1 en 2 gelden als medeplegers H. [mededader 1], K. [mededader 2], WMT (m.b.t. de facturen uit 2009) en FMT (met betrekking tot de facturen uit 2007 en 2008).

Voor de delicten onder feit 3 gelden als medeplegers WMT (m.b.t. de geschriften uit 2009) en FMT (met betrekking tot de geschriften uit 2007 en 2008).

Voor feit 4 geldt als medepleger FMT.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op tijdstippen in de periode van 1 september 2007 tot en met 30 juni 2009 te Breda, tezamen en in vereniging met anderen, telkens een verkoopfactuur voor de levering/verkoop van

vlees aan [bedrijf A] ([bedrijf A] [bedrijf A]) - zijnde telkens een

geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk

heeft opgemaakt, immers hebben verdachte en zijn mededaders telkens opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid (zakelijk weergegeven) op

- 18 september 2007 een verkoopfactuur voor de verkoop van vlees aan [bedrijf A]

([bedrijf A] [bedrijf A] BV) opgemaakt, terwijl in

werkelijkheid genoemd vlees niet werd en/of zou worden geleverd en verkocht

aan [bedrijf A] en

- 6 augustus 2008 een verkoopfactuur voor de verkoop van vlees aan [bedrijf A]

([bedrijf A] [bedrijf A] BV) opgemaakt, terwijl in

werkelijkheid genoemd vlees niet werd en/of zou worden geleverd en verkocht

aan [bedrijf A] en

- 27 augustus 2008 een verkoopfactuur voor de verkoop van vlees aan [bedrijf A]

([bedrijf A] [bedrijf A] BV) opgemaakt , terwijl in

werkelijkheid genoemd vlees niet werd en/of zou worden geleverd en verkocht

aan [bedrijf A]

- 20 februari 2009 een verkoopfactuur voor de verkoop van vlees aan [bedrijf A]

([bedrijf A] [bedrijf A] ) opgemaakt , terwijl in

werkelijkheid genoemd vlees niet werd en/of zou worden geleverd en verkocht

aan [bedrijf A] en

- 24 april 2009 een verkoopfactuur voor de verkoop van vlees aan [bedrijf A]

([bedrijf A] [bedrijf A] BV) opgemaakt terwijl in

werkelijkheid genoemd vlees niet werd en/of zou worden geleverd en verkocht

aan [bedrijf A] en

- 29 mei 2009 een verkoopfactuur voor de verkoop van vlees aan [bedrijf A]

([bedrijf A] [bedrijf A] ) opgemaakt, terwijl in

werkelijkheid genoemd vlees niet werd en/of zou worden geleverd en verkocht

aan [bedrijf A],

zulks telkens met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te

gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

2.

op tijdstippen in de periode van 1 september 2007 tot en met 30 juni 2009 te Breda, tezamen en in vereniging met anderen, telkens een verkoopfactuur voor de levering/verkoop van

vlees aan [frans[Frans bedrijf 1]] ([Frans bedrijf 1]) of aan [Frans bedrijf 2] bedrijf C]

([Frans bedrijf 2]) - zijnde telkens een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van

enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, hebbende hij, verdachte en zijn mededaders toen daar telkens opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid op

- 2 november 2007 op een verkoopfactuur aan [voorvoegsel] [Frans bedrijf 1] middels de

aanduiding: Originne Hollande 100% Mucles halal EEG nl 68 congel., vermeld,

dat het vlees 100% BV halal geslacht vlees betrof en afkomstig was uit Nederland en

- 18 september 2007 op een verkoopfactuur aan [voorvoegsel] [Frans bedrijf 1] middels de

aanduiding: Halal Origine Hollande 100% Muscles Congelees nl 68, vermeld,

dat het vlees 100% halal geslacht vlees betrof en afkomstig was uit

Nederland en

- 6 augustus 2008 op een verkoopfactuur aan [voorvoegsel] [Frans bedrijf 1] ACVF middels de

aanduiding: originne Hollande halal congelees rendu 100% Muscles, vermeld,

dat het vlees 100% halal geslacht vlees

betrof en afkomstig was uit Nederland en

- 27 augustus 2008 op een verkoopfactuur aan [voorvoegsel] [Frans bedrijf 1] middels de

aanduiding: originne Hollande halal 100 % Muscles congelees rendu, vermeld,

dat het vlees 100% halal geslacht vlees

betrof en afkomstig was uit Nederland en/of

- 20 februari 2009 op een verkoopfactuur aan [Frans bedrijf 1] ACVF middels de

aanduiding: halal 100% Muscles congeles originne Hollande prix rendu, vermeld, dat het vlees 100% halal geslacht vlees

betrof en afkomstig was uit Nederland en

- 24 april 2009 op een verkoopfactuur aan [Frans bedrijf 1] ACVF middels de aanduiding:

Halal 100% muscles congeles originne Holande prix rendu, vermeld,

dat het vlees 100% halal geslacht vlees betrof en afkomstig was uit Nederland en

- 18 januari 2008 op een verkoopfactuur aan V[Frans bedrijf 2] bedrijf C] middels

de aanduiding: origine Allemagne 100% musclus congeles prix rendu, vermeld,

dat het vlees afkomstig was uit Duitsland en

- op 29 mei 2009 op een verkoopfactuur aan [Frans bedrijf 1] ACVF middels de aanduiding:

halal 100 % muscles congeles originne Hollande Prix Rendu, vermeld, dat het vlees 100% halal geslacht vlees betrof en afkomstig was uit Nederland en

- op 26 februari 2009 op een verkoopfactuur aan [Frans bedrijf 2] Sas middels de

aanduiding: Originne Allemagne 100% muscles congeles prix rendu, vermeld,

dat het vlees 100% afkomstig was uit Duitsland, zulks telkens met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

3.

op tijdstippen in de periode van 1 september 2007 tot en met 30 juni 2009 te Breda, tezamen en in vereniging met een ander, telkens een halaltraceerbaarheidsformulier, hierna te noemen HCTF document of een halal certificaat - zijnde telkens een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of heeft doen opmaken, immers hebben verdachte en zijn mededaders telkens opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid (zakelijk weergegeven) op

- 6 augustus 2008 op een HCTF document vermeld dat het

daarbij behorende vleesproduct geproduceerd is bij [bedrijf A] (met

aanduiding EEG 68) en gecontroleerd halal correct rundvlees betrof, en

- 1 september 2008 op een HCTF document vermeld dat het

daarbij behorende vleesproduct geproduceerd is bij [bedrijf A] BV (met

aanduiding EEG 68) en gecontroleerd halal correct rundvlees betrof, en

- op een datum gelegen tussen 1 december 2008 en 20

februari 2009 op een Halal Certificaat vermeld dat het

daarbij behorende vleesproduct geproduceerd is bij [bedrijf A] (met

aanduiding EEG NL 68) en halal correct rundvlees betrof, en

- op een datum gelegen tussen 1 februari 2009 en 24 april 2009 op een Halal Certificaat vermeld dat het daarbij behorende vleesproduct geproduceerd is bij [bedrijf A] (met aanduiding EEG NL 68) en halal correct rundvlees betrof, en

- 16 november 2007 op een HCTF document vermeld dat het

daarbij behorende vleesproduct geproduceerd is bij [bedrijf A] (met

aanduiding EEG 68) en gecontroleerd halal correct rundvlees betrof, en

- 28 november 2007 op een HCTF document vermeld dat het

daarbij behorende vleesproduct geproduceerd is bij [bedrijf A] (met

aanduiding EEG 68) en gecontroleerd halal correct rundvlees betrof en

- 3 maart 2009 op een HCTF document vermeld dat het

daarbij behorende vleesproduct geproduceerd is bij [bedrijf A] (met

aanduiding EEG 68) en gecontroleerd halal correct rundvlees betrof, en

- 27 maart 2009 op een HCTF document vermeld dat het

daarbij behorende vleesproduct geproduceerd is bij [bedrijf A] (met

aanduiding EEG 68) en gecontroleerd halal correct rundvlees betrof, en

- 8 mei 2009 op een HCTF document vermeld dat het

daarbij behorende vleesproduct geproduceerd is bij [bedrijf A] (met

aanduiding EEG 68) en gecontroleerd halal correct rundvlees betrof, en

- 31 oktober 2007 op een HCTF document vermeld dat het

daarbij behorende vleesproduct geproduceerd is bij [bedrijf A] (met

aanduiding EEG 68) en gecontroleerd halal correct rundvlees betrof,

en/of

- 25 oktober 2007 op een HCTF document vermeld dat het

daarbij behorende vleesproduct geproduceerd is bij [bedrijf A] (met

aanduiding EEG 68) en gecontroleerd halal correct rundvlees betrof, en

- 25 oktober 2007 op een HCTF document vermeld dat het

daarbij behorende vleesproduct geproduceerd is bij [bedrijf A] (met

aanduiding EEG 68) en gecontroleerd halal correct rundvlees betrof, en

- 2 november 2007 op een HCTF document vermeld dat het

daarbij behorende vleesproduct geproduceerd is bij [bedrijf A] (met

aanduiding EEG 68) en gecontroleerd halal correct rundvlees betrof,

(Minerai 90/10) en

- 2 november 2007 op een HCTF document vermeld dat het

daarbij behorende vleesproduct geproduceerd is bij [bedrijf A] (met

aanduiding EEG 68) en gecontroleerd halal correct rundvlees betrof,

en

- 20 juni 2008 op een HCTF document vermeld dat het

daarbij behorende vleesproduct geproduceerd is bij [bedrijf A] (met

aanduiding EEG 68) en gecontroleerd halal correct rundvlees betrof,

zulks met het oogmerk om dat geschrift telkens als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

4.

op tijdstippen in de periode van 14 september 2007 tot en met 25 januari 2008 te Breda, tezamen en in vereniging met een ander, telkens een attest (attestation) ten behoeve van de levering van rundvlees (Boeuf) aan [Frans bedrijf 2] bedrijf C], - elk zijnde een geschrift

dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, hebbende hij, verdachte en zijn mededaders toen daar telkens opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid (zakelijk weergegeven)

- op het attest behorende bij factuur 700112 d.d. 19 december 2007 vermeld dat

het attest betrekking had op de levering van rundvlees (Boeuf) en dat de

herkomst van het geleverde vlees Duitsland (Allemagne) was

- op het attest behorende bij factuur 700080 d.d. 15 november 2007 vermeld dat

het attest betrekking had op de levering van rundvlees (Boeuf) en dat de

herkomst van het geleverde vlees Duitsland (Allemagne) was en

- op het attest behorende bij factuur 208032 d.d. 25 januari 2008 vermeld dat

het attest betrekking had op de levering van rundvlees (Boeuf) en dat de

herkomst van dat vlees Duitsland (Allemagne) was, terwijl het geleverde vlees in

werkelijkheid telkens bestond uit paardenvlees en dat geleverde vlees telkens uit een ander

land afkomstig was dan Duitsland (Allemagne), zulks telkens met het oogmerk om dat

geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

De rechtbank heeft hierbij kennelijke misslagen verbeterd, waardoor de verdachte niet in zijn belangen is geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Zij neemt hierbij in aanmerking dat verdachte de absolute leiding had binnen de bedrijven FMT en WMT en dat hij op grote schaal gedurende een aantal jaren met facturen, formulieren, certificaten en attesten heeft geknoeid om de winstmarge voor hemzelf zo groot mogelijk te maken. Door de handelwijze van verdachte en de medeverdachten zijn de (moslim)consumenten die het vlees uiteindelijk kopen misleid, niet alleen doordat paardenvlees werd geleverd als zijnde rundvlees, maar ook doordat dit vlees werd verkocht als zijnde halalvlees. Het vertrouwen in voedingsmiddelen en in voedselveiligheid is door dit handelen met voeten getreden. Voorts hebben de verdachten risico’s met betrekking tot de traceerbaarheid van het vlees gecreëerd. Deze traceerbaarheid is met name van belang bij het uitbreken van ziektes waarbij de bron gezocht moet worden. Ten slotte kan aan de vleessector schade aangebracht worden door afnemend vertrouwen in het (halal)vleesproduct.

6.2 Het standpunt van de verdediging

Voor zover de rechtbank aan een bewezenverklaring van een of meerdere feiten toekomt, heeft de raadsman aangevoerd dat het belang van de voedselveiligheid hier niet aan de orde is, nu het vlees goed en traceerbaar was. Dat consumenten zouden zijn misleid is ook niet zeker. Voorts is er geen sprake geweest van een zwartgeldcircuit en zijn er geen slachtoffers, nu [bedrijf A], [Frans bedrijf 1] en [Frans bedrijf 2] wisten hoe laat het was en B. [getuige 1] met zijn Stichting [naam] grof geld heeft verdiend met zijn HCTF-formulieren.

De raadsman heeft gepleit voor een schuldigverklaring zonder strafoplegging. Subsidiair heeft hij gepleit voor een beperkte geldboete of in het uiterste geval een beperkte taakstraf.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft als degene die het bij de bedrijven FMT en WMT voor het zeggen had, samen met anderen, gedurende een periode van anderhalf tot twee jaar voor FMT en WMT een aantal malen een hoeveelheid vlees gefactureerd aan halalvlees-slachterij [bedrijf A] in Amsterdam, die vervolgens een factuur plus pakbon met een identieke hoeveelheid opmaakte onder de omschrijving halalvlees, waarbij de kiloprijs door [bedrijf A] met 7 eurocent werd verhoogd. Feitelijk werd er geen vlees geleverd.

De rechtbank acht aannemelijk dat het enige belang van verdachte om zo te handelen was, dat hij op die manier bij de Stichting [naam] een Halal-traceerbaarheidsformulier dan wel een halalcertificaat kon verkrijgen, dat hij nodig had om te sturen naar zijn Franse afnemers. Deze Franse bedrijven kochten volgens de aan hen verstuurde facturen halal (rund)vlees uit Nederland en Duitsland, terwijl in werkelijkheid (niet-halal) vlees uit andere landen werd verkocht en een deel van dat vlees bestond uit paardenvlees.

Voorts heeft verdachte zelf nog een aantal halal-traceerbaarheidsformulieren valselijk opgemaakt door te manipuleren met kopieën van authentiek door Stichting [naam] gemaakte formulieren.

De rechtbank acht deze feiten zeer ernstig. Verdachte heeft immers gedurende lange tijd op een listige manier binnen een georganiseerd verband de uiteindelijke consument van het door hem verkochte vlees misleid. Om zelf zoveel mogelijk buiten schot te blijven, gebruikte hij een katvanger als [voornaam] [mededader 1]. Dat van misleiding sprake was, acht de rechtbank zeer aannemelijk. Indien de Franse afnemers op de hoogte waren van de valsheid van de facturen, zoals door de raadsman is gesuggereerd, hadden deze Franse bedrijven er alleen belang bij dat op deze manier werd gehandeld, als de consumenten daarvan niet op de hoogte raakten.

Dat er geen zwartgeldcircuit bestond zoals de raadsman naar voren heeft gebracht, doet niet aan de ernst van de feiten af. De gang van zaken had naar het oordeel van de rechtbank echter wel een ander doel, namelijk het maken van extra winst doordat paardenvlees, dat goedkoper is dan rundvlees, als rundvlees werd verkocht voor een hogere prijs en dat vlees door de valse formulieren bovendien onder het label halalvlees kon worden verkocht, wat een extra waarde vertegenwoordigde

Daarnaast heeft verdachte de traceerbaarheid van dat vlees bemoeilijkt door een andere herkomst op de facturen te vermelden dan de werkelijke herkomst. Met name bij het uitbreken van ernstige ziektes, waarbij de bron snel moet worden getraceerd, is het van belang dat zeer snel kan worden opgetreden. Weliswaar was de bron binnen de administratie van FMT en WMT te achterhalen, maar dit zou alleen via uitgebreid nader onderzoek mogelijk zijn, zoals uit het proces-verbaal wel blijkt. In die zin was de voedselveiligheid wel degelijk in het geding, ook al was het vlees in beginsel niet van slechte kwaliteit.

Het moet ervoor worden gehouden dat verdachte puur uit winstbejag op deze kwalijke manier heeft gehandeld. Op deze manier kon hij meer omzet c.q. winst genereren, nu deze Franse afnemers een halaltraceerbaarheidsformulier c.q. halalcertificaat verlangden.

Daarmee heeft hij nadeel veroorzaakt voor de wel legale halalvleeshandel naar Frankrijk.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de ernst, de hoeveelheid en de lange duur van deze feiten een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen. De door de raadsman aangehaalde uitspraken van de rechtbanken in Breda, Almelo en Zwolle, acht de rechtbank niet vergelijkbaar met de onderhavige zaak, al was het alleen maar omdat de zaak in Almelo een rechtspersoon betreft, tegen wie het opleggen van een gevangenisstraf niet mogelijk is, en omdat de zaak in Breda weliswaar ernstig van aard is, hetgeen ook af te leiden is uit de opgelegde gevangenisstraf van 9 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk, maar ook omdat in die zaak sprake is van een ander soort feiten die moeilijk vergelijkbaar zijn met de onderhavige feiten. Bij de zaken uit Zwolle, voor zover betrekking hebbende op natuurlijke personen, is een maximale werkstraf opgelegd van 240 uur naast een voorwaardelijke gevangenisstraf, maar in die zaak zijn de verdachten ten aanzien van een aantal feiten vrijgesproken. Nog afgezien van het feit dat het om een ander soort feiten gaat, is de hoeveelheid feiten geringer en de duur van de feiten korter, terwijl de manier waarop die feiten gepleegd zijn minder ernstig lijkt te zijn dan in de onderhavige zaak tegen verdachte.

Wel zal de rechtbank een iets lagere onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen dan is geëist, nu niet is gebleken dat de voedselveiligheid concreet in gevaar is geweest.

Ter zitting heeft de rechtbank geen inzicht kunnen verkrijgen in de motieven van verdachte ter zake van zijn handelen met betrekking tot de feiten die de rechtbank thans bewezen acht. Daarmee heeft de rechtbank niet de mogelijkheid om te toetsen of verdachte het strafbare van zijn handelen met betrekking tot die feiten inziet en voornemens is een andere weg in te slaan. Dat aspect laat de rechtbank meewegen bij de aan hem op te leggen straf.

Daar de rechtbank op grond van vorenstaande en gelet op de aard en de omvang van het bewezen verklaarde handelen van verdachte, de kans dat verdachte zal recidiveren beslist niet denkbeeldig acht, zal de rechtbank uit een oogpunt van speciale preventie tevens een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, in de hoop dat daarmee wordt voorkomen dat verdachte in herhaling vervalt.

Gelet op het bovenstaande, acht de rechtbank een gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar passend en noodzakelijk.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 47, 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feiten 1, 2 en 4 telkens:

medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

feit 3:

medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, en

doen plegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. Kooijman, voorzitter, mr. Volkers en mr. Peeters, rechters, in tegenwoordigheid van De Roos, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 18 januari 2012.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september

2007 tot en met 30 juni 2009 te Breda, in elk geval in Nederland, tezamen en

in vereniging met anderen, althans een ander, althans alleen, meermalen,

althans eenmaal, (telkens) een verkoopfactuur voor de levering/verkoop van

vlees aan [bedrijf A] ([bedrijf A] [bedrijf A] ) - zijnde (telkens) een

geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk

heeft opgemaakt of heeft doen opmaken of vervalst of heeft doen vervalsen,

immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met

anderen, althans een ander, althans alleen, (telkens) opzettelijk valselijk en

in strijd met de waarheid (zakelijk weergegeven) op of omstreeks

- 18 september 2007 een verkoopfactuur voor de verkoop van vlees aan [bedrijf A]

([bedrijf A] [bedrijf A] ) opgemaakt of laten opmaken, terwijl in

werkelijkheid genoemd vlees niet werd en/of zou worden geleverd en/of verkocht

aan [bedrijf A] (D07-011, 784) en/of

- 6 augustus 2008 een verkoopfactuur voor de verkoop van vlees aan [bedrijf A]

([bedrijf A] [bedrijf A] ) opgemaakt of laten opmaken, terwijl in

werkelijkheid genoemd vlees niet werd en/of zou worden geleverd en/of verkocht

aan [bedrijf A] (D08-049, 858) en/of

- 27 augustus 2008 een verkoopfactuur voor de verkoop van vlees aan [bedrijf A]

([bedrijf A] [bedrijf A] ) opgemaakt of laten opmaken, terwijl in

werkelijkheid genoemd vlees niet werd en/of zou worden geleverd en/of verkocht

aan [bedrijf A] (D08-053, 898) en/of

- 20 februari 2009 een verkoopfactuur voor de verkoop van vlees aan [bedrijf A]

([bedrijf A] [bedrijf A] ) opgemaakt of laten opmaken, terwijl in

werkelijkheid genoemd vlees niet werd en/of zou worden geleverd en/of verkocht

aan [bedrijf A] (D09-007, 957) en/of

- 24 april 2009 een verkoopfactuur voor de verkoop van vlees aan [bedrijf A]

([bedrijf A] [bedrijf A]) opgemaakt of laten opmaken, terwijl in

werkelijkheid genoemd vlees niet werd en/of zou worden geleverd en/of verkocht

aan [bedrijf A] (D09-014, 1068) en/of

- 29 mei 2009 een verkoopfactuur voor de verkoop van vlees aan [bedrijf A]

([bedrijf A] [bedrijf A] ) opgemaakt of laten opmaken, terwijl in

werkelijkheid genoemd vlees niet werd en/of zou worden geleverd en/of verkocht

aan [bedrijf A] (D09-018, 1563)

, zulks (telkens) met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te

gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september

2007 tot en met 30 juni 2009 te Breda, in elk geval in Nederland, tezamen en

in vereniging met anderen, althans een ander, althans alleen, meermalen,

althans eenmaal, (telkens) een verkoopfactuur voor de levering/verkoop van

vlees aan [frans[Frans bedrijf 1] B] ([Frans bedrijf 1]) en/of aan V[Frans bedrijf 2] bedrijf C]

([Frans bedrijf 2]) - zijnde (telkens) een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van

enig feit te dienen - valselijk heeft laten opmaken, althans valselijk heeft

opgemaakt, althans heeft laten vervalsen, althans heeft vervalst, hebbende

hij, verdachte en/of zijn mededader(s) toen daar tezamen en in vereniging met

anderen, althans een ander, althans alleen, (telkens) opzettelijk valselijk en

in strijd met de waarheid op of omstreeks

- 2 november 2007 op een verkoopfactuur aan [voorvoegsel] [Frans bedrijf 1] ACVF middels de

aanduiding: Originne Hollande 100% Mucles halal EEG nl 68 congel., vermeld,

althans laten vermelden, dat het vlees (100%) bij [bedrijf A] [bedrijf A]

halal geslacht (rund)vlees betrof en/of dat het vlees afkomstig was uit

Nederland (D07-007, 689) en/of

- 18 september 2007 op een verkoopfactuur aan [voorvoegsel] [Frans bedrijf 1] ACVF middels de

aanduiding: Halal Origine Hollande 100% Muscles Congelees nl 68, vermeld,

althans laten vermelden, dat het vlees (100%) bij [bedrijf A] [bedrijf A]

halal geslacht (rund)vlees betrof en/of dat het vlees afkomstig was uit

Nederland (D07-011, 786) en/of

- 6 augustus 2008 op een verkoopfactuur aan [voorvoegsel] [Frans bedrijf 1] ACVF middels de

aanduiding: originne Hollande halal congelees rendu 100% Muscles, vermeld,

althans laten vermelden, dat het vlees (100%) halal geslacht (rund)vlees

betrof en/of dat het vlees afkomstig was uit Nederland (D08-049, 861) en/of

- 27 augustus 2008 op een verkoopfactuur aan [voorvoegsel] [Frans bedrijf 1] ACVF middels de

aanduiding: originne Hollande halal 110 % Muscles congelees rendu, vermeld,

althans laten vermelden, dat het vlees (100%) halal geslacht (rund)vlees

betrof en/of dat het vlees afkomstig was uit Nederland (D08-053, 901) en/of

- 20 februari 2009 op een verkoopfactuur aan [Frans bedrijf 1] ACVF middels de

aanduiding: halal 100% Muscles congeles originne Hollande prix rendu, vermeld,

althans laten vermelden, dat het vlees (100%) halal geslacht (rund)vlees

betrof en/of dat het vlees afkomstig was uit Nederland (D09-007, 955) en/of

- 24 april 2009 op een verkoopfactuur aan [Frans bedrijf 1] ACVF middels de aanduiding:

Halal 100% musclus congeles originne Holande prix rendu, vermeld, althans

laten vermelden, dat het vlees (100%) halal geslacht (rund)vlees betrof en/of

dat het vlees afkomstig was uit Nederland (D09-014, 1049) en/of

- 18 januari 2008 op een verkoopfactuur aan V[Frans bedrijf 2] bedrijf C] middels

de aanduiding: origine Allemagne 100% musclus congeles prix rendu, vermeld,

althans laten vermelden, dat het vlees (100%) halal geslacht (rund)vlees

betrof en/of dat het vlees afkomstig was uit Duitsland (D08-082, 1470) en/of

- op 29 mei 2009 op een verkoopfactuur aan [Frans bedrijf 1] ACVF middels de aanduiding:

halal 100 % muscles congeles originne Hollande Prix Rendu, vermeld, althans

laten vermelden, dat het vlees (100%) halal geslacht (rund)vlees betrof en/of

dat het vlees afkomstig was uit Nederland (D09-018, 1562) en/of

- op 26 februari 2009 op een verkoopfactuur aan [Frans bedrijf 2] middels de

aanduiding: Originne Allemagne 100% musclus congeles prix rendu, vermeld,

althans laten vermelden, dat het vlees (100%) afkomstig was uit Duitsland

(D09-041,1628)

, zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2007

tot en met 30 juni 2009 te Breda, in elk geval in Nederland, tezamen en in

vereniging met anderen, althans een ander, althans alleen, meermalen, althans

eenmaal, (telkens) (een) halaltraceerbaarheidsformulier(en), hierna te noemen

HCTF document en/of een halal certificaat - zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren

om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of heeft

doen opmaken en/of vervalst en/of heeft doen vervalsen, immers heeft verdachte

en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met anderen, althans een

ander, althans alleen, (telkens) opzettelijk valselijk en in strijd met de

waarheid (zakelijk weergegeven) op of omstreeks

- 6 augustus 2008 op een HCTF document vermeld en/of doen vermelden dat het

(daarbij behorende) vlees(product) geproduceerd is bij [bedrijf A] BV (met

aanduiding EEG NL 68) en/of gecontroleerd halal correct (rund)vlees betrof,

(D 08-049/004 blz. 0860) en/of

- 1 september 2008 op een HCTF document vermeld en/of doen vermelden dat het

(daarbij behorende) vlees(product) geproduceerd is bij [bedrijf A] BV (met

aanduiding EEG NL 68) en/of gecontroleerd halal correct (rund)vlees betrof,

(D 08-053/033 blz. 929) en/of

- 20 februari 2009, althans op een datum gelegen tussen 1 december 2008 en 20

februari 2009 op een Halal Certificaat vermeld en/of doen vermelden dat het

(daarbij behorende) vlees(product) geproduceerd is bij [bedrijf A] BV (met

aanduiding EEG NL 68) en/of gecontroleerd halal correct (rund)vlees betrof,

(D 09-007/007 blz. 963) en/of

- 24 april 2009, althans op een datum gelegen tussen 1 februari 2009 en 24

april 2009 op een Halal Certificaat document vermeld en/of doen vermelden dat het (daarbij

behorende) vlees(product) geproduceerd is bij [bedrijf A] BV (met aanduiding EEG NL

68) en/of gecontroleerd halal correct (rund)vlees betrof,

(D 09-014/015 blz. 1065) en/of

- 16 november 2007 op een HCTF document vermeld en/of doen vermelden dat het

(daarbij behorende) vlees(product) geproduceerd is bij [bedrijf A] (met

aanduiding EEG NL 68) en/of gecontroleerd halal correct (rund)vlees betrof,

(D339 C blz. 1881) en/of

- 28 november 2007 op een HCTF document vermeld en/of doen vermelden dat het

(daarbij behorende) vlees(product) geproduceerd is bij [bedrijf A] (met

aanduiding EEG NL 68) en/of gecontroleerd halal correct (rund)vlees betrof,

(D340 A blz. 1883) en/of

- 3 maart 2009 op een HCTF document vermeld en/of doen vermelden dat het

(daarbij behorende) vlees(product) geproduceerd is bij [bedrijf A] (met

aanduiding EEG NL 68) en/of gecontroleerd halal correct (rund)vlees betrof,

(D341 A blz. 1885) en/of

- 27 maart 2009 op een HCTF document vermeld en/of doen vermelden dat het

(daarbij behorende) vlees(product) geproduceerd is bij [bedrijf A] (met

aanduiding EEG NL 68) en/of gecontroleerd halal correct (rund)vlees betrof,

(D346 A blz. 1891) en/of

- 8 mei 2009 op een HCTF document vermeld en/of doen vermelden dat het

(daarbij behorende) vlees(product) geproduceerd is bij [bedrijf A] (met

aanduiding EEG NL 68) en/of gecontroleerd halal correct (rund)vlees betrof,

(D348 A blz. 1894) en/of

- 31 oktober 2007 op een HCTF document vermeld en/of doen vermelden dat het

(daarbij behorende) vlees(product) geproduceerd is bij [bedrijf A] (met

aanduiding EEG NL 68) en/of gecontroleerd halal correct (rund)vlees betrof,

(D434 A blz. 1982) en/of

- 25 oktober 2007 op een HCTF document vermeld en/of doen vermelden dat het

(daarbij behorende) vlees(product) geproduceerd is bij [bedrijf A] (met

aanduiding EEG NL 68) en/of gecontroleerd halal correct (rund)vlees betrof,

(D453 A blz. 2002) en/of

- 25 oktober 2007 op een HCTF document vermeld en/of doen vermelden dat het

(daarbij behorende) vlees(product) geproduceerd is bij [bedrijf A] (met

aanduiding EEG NL 68) en/of gecontroleerd halal correct (rund)vlees betrof,

(D453 B blz. 2003) en/of

- 2 november 2007 op een HCTF document vermeld en/of doen vermelden dat het

(daarbij behorende) vlees(product) geproduceerd is bij [bedrijf A] (met

aanduiding EEG NL 68) en/of gecontroleerd halal correct (rund)vlees betrof,

(Minerai 90/10) (D07-007/002 blz. 692) en/of

- 2 november 2007 op een HCTF document vermeld en/of doen vermelden dat het

(daarbij behorende) vlees(product) geproduceerd is bij [bedrijf A] (met

aanduiding EEG NL 68) en/of gecontroleerd halal correct (rund)vlees betrof,

(D07-007/003 blz. 693) en/of

- 20 juni 2008 op een HCTF document vermeld en/of doen vermelden dat het

(daarbij behorende) vlees(product) geproduceerd is bij [bedrijf A] (met

aanduiding EEG NL 68) en/of gecontroleerd halal correct (rund)vlees betrof,

(D/456A blz. 2007),

zulks met het oogmerk om dat/die geschrift(en) (telkens) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 14 september

2007 tot en met 25 januari 2008 te Breda, in elk geval in Nederland, tezamen

en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, meermalen, althans

eenmaal, (telkens) een attest (attestation) ten behoeve van de levering van

rundvlees (Boeuf) aan V[Frans bedrijf 2] bedrijf C], - (elk) zijnde een geschrift

dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft laten

opmaken, althans valselijk heeft opgemaakt, althans heeft laten vervalsen,

althans heeft vervalst, hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader(s) toen

daar tezamen en in vereniging met anderen, althans een ander, althans alleen,

(telkens) opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid (zakelijk

weergegeven)

- op het attest behorende bij factuur 700112 d.d. 19 december 2007 vermeld dat

het attest betrekking had op de levering van rundvlees (Boeuf) en/of dat de

herkomst van het geleverde vlees Duitsland (Allemagne) was (D07-015/053,

1313) en/of

- op het attest behorende bij factuur 700080 d.d. 15 november 2007 vermeld dat

het attest betrekking had op de levering van rundvlees (Boeuf) en/of dat de

herkomst van het geleverde vlees Duitsland (Allemagne) was (D07-016/017,

1345) en/of

- op het attest behorende bij factuur 208032 d.d. 25 januari 2008 vermeld dat

het attest betrekking had op de levering van rundvlees (Boeuf) en/of dat de

herkomst van dat vlees Duitsland (Allemagne) was (D08-079/023, 1415),

terwijl het geleverde vlees in werkelijkheid (telkens) geheel of gedeeltelijk

bestond uit paardenvlees en/of dat geleverde vlees (telkens) uit een ander

land afkomstig was dan Duitsland (Allemagne),

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht