Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2010:BL8517

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
23-03-2010
Datum publicatie
23-03-2010
Zaaknummer
214381 KG ZA 10-45
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

onrechtmatige publicatie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK BREDA

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 214381 / KG ZA 10-45

Vonnis in kort geding van 23 maart 2010

in de zaak van

de vereniging

VERENIGING MET VOLLEDIGE RECHTSBEVOEGDHEID NOLOC,

statutair gevestigd te Almere, kantoorhoudende te Nijkerk,

eiseres,

advocaat mr. H. den Besten,

tegen

1. [gedaagde 1],

wonende te Teteringen,

2. de stichting

STICHTING DE BESTEMMING,

statutair gevestigd te Rotterdam, kantoorhoudende te Teteringen,

gedaagden,

advocaat mr. L.J. Benistant.

Partijen zullen hierna Noloc, [gedaagde 1] en De Bestemming genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 29 januari 2010 met producties, genummerd 1 tot en met 5,

-de bij brief van 3 maart 2010 door Noloc overgelegde productie, genummerd 6,

-de bij brief van 4 maart 2010 door [gedaagde 1] en De Bestemming overgelegde producties, genummerd 1 tot en met 16,

- de mondelinge behandeling, gehouden op 9 maart 2010,

- de pleitnota van Noloc,

- de pleitnota van [gedaagde 1] en De Bestemming.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Het geschil

2.1. Noloc vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I [gedaagde 1] en De Bestemming te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de website met de naam ‘noloc-nietinteger.nl’ van het internet te verwijderen en verwijderd te houden;

II [gedaagde 1] en De Bestemming voorts om zich op geen enkele andere wijze, dus ook niet via het internet of anders (openbaar) medium, beledigend, laatdunkend, en/of grievend, danwel intimiderend of anderszins onrechtmatig jegens en/of over Noloc en/of leden van Noloc uit te laten;

III [gedaagde 1] en De Bestemming te veroordelen tot het doen van de rectificatie zoals verwoord in punt 26 in de dagvaarding;

IV [gedaagde 1] en De Bestemming bij niet voldoening aan hetgeen onder I en II en III staat vermeld te betalen een dwangsom van euro 2.500,-- per dag voor iedere dag of gedeelte van de dag dat [gedaagde 1] en De Bestemming na betekening van dit vonnis in gebreke blijven;

V [gedaagde 1] en De Bestemming te veroordelen, de één betalend de ander zijnde bevrijdt, tot een voorschot op de immateriële schadevergoeding zijnde een bedrag groot van euro 5.000,-- en tevens over het liquidatietarief gemaakte kosten voor rechtsbijstand, zijnde een bedrag groot van euro 3.500,-- te vermeerderen met de BTW;

VI [gedaagde 1] en De Bestemming te veroordelen in de kosten van deze procedure.

2.2. [gedaagde 1] en De Bestemming voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3. De beoordeling

3.1. Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen en de overgelegde producties wordt uitgegaan van de navolgende feiten:

- Noloc is een beroepsvereniging voor loopbaanprofessionals met meer dan 2000 leden.

- De Bestemming is een overkoepelende brancheorganisatie voor circa 80 tot 100 bureaus. [gedaagde 1] is voorzitter/bestuurder van De Bestemming.

- Noloc en De Bestemming zijn beiden werkzaam op het gebied van onder andere reintegratie, loopbaanadvisering en outplacement.

- [gedaagde 1] was lid van Noloc.

- In juli 2009 was [gedaagde 1] in zijn hoedanigheid van voorzitter/bestuurder van De Bestemming voornemens om een kort geding te starten tegen het UWV, in verband met een aanbestedingsronde die plaatsvond met betrekking tot

re-integratiebedrijven die diensten voor het UWV wilden verrichten onder het Inkoopkader 2009.

- Op 19 juli 2009 heeft [gedaagde 1] de voorzitter van Noloc, de heer [F], benaderd met het verzoek om samen te werken in de richting van het UWV middels het starten van een kort geding in verband met de aanbestedingsronde.

- Noloc heeft [gedaagde 1] laten weten dat zij daar niet aan mee wilde doen, omdat zij gesprekspartner is met het UWV en van mening is dat er eerst overleg gevoerd moet worden alvorens een kort geding gestart moet worden.

- [gedaagde 1] heeft zijn discussie met het UWV voortgezet.

- Het UWV heeft haar eisen met betrekking tot de aanbestedingsprocedure versoepeld.

- In een nieuwsbrief van 22 september 2009 heeft Noloc de aanpassing aan haar leden gemeld, en daarbij vermeld dat Noloc zich daar de afgelopen maanden hard voor heeft gemaakt en er bij het UWV stevig op aangedrongen heeft.

- [gedaagde 1] is van mening dat het bestuur van Noloc niet correct heeft gehandeld jegens hem in verband met de berichtgeving over de versoepeling van de aanbestedingsprocedure. In oktober 2009 heeft hij meerdere berichten geplaatst op een forum op internet voor leden van Noloc en hij heeft aangekondigd dat hij het bestuur van Noloc wil afzetten tijdens de algemene ledenvergadering op 14 oktober 2009.

- Op de algemene ledenvergadering van Noloc van 14 oktober 2009 waren meer dan 75 leden aanwezig. [gedaagde 1] heeft op deze algemene ledenvergadering een motie van wantrouwen jegens het bestuur gedaan, een andere lid heeft een tegenmotie, namelijk een motie van vertrouwen, gedaan. Er is tijdens de algemene ledenvergadering gestemd over het bestuur, en alle aanwezige leden met uitzondering van [gedaagde 1] hebben gestemd vóór het bestuur.

- De door [gedaagde 1] geplaatste berichten op het forum zijn door de beheerders verwijderd.

- In januari 2010 is [gedaagde 1] de website met het adres www.noloc-nietinteger.nl (verder te noemen: de website) gestart. Op deze website uitte [gedaagde 1] zijn onvrede over het handelen van het bestuur en leden van Noloc.

- Bij brief van 21 januari 2010 heeft [F] namens het bestuur van Noloc aan [gedaagde 1] bericht dat hij uit de vereniging wordt ontzet. Het bestuur van Noloc heeft toegelicht dat het lanceren van de website alsmede de uitlatingen gedaan op het internetforum aan dit besluit ten grondslag liggen.

3.2. Noloc stelt dat [gedaagde 1] en De Bestemming onrechtmatig handelen jegens haar en haar leden door zich beledigend en grievend uit te laten over Noloc en de leden van Noloc op de door [gedaagde 1] gelanceerde website ‘noloc-nietinteger.nl’ en op weblogs op andere internetsites.

3.3. [gedaagde 1] en De Bestemming hebben aangevoerd dat de website inmiddels uit de lucht is gehaald, zodat Noloc niet-ontvankelijk is in haar vorderingen. Doordat de website al weken uit de lucht is, heeft Noloc ook geen spoedeisend belang bij haar vorderingen. Daarnaast betwisten [gedaagde 1] en De Bestemming dat zij zich onnodig grievend of onrechtmatig jegens Noloc of haar leden uitlaten. De uitlatingen drukken de mening van [gedaagde 1] uit, die is gebaseerd op zijn ervaringen met Noloc. De grens van het toelaatbare wordt nergens overschreden en de opmerkingen zijn daarmee niet aan te merken als onrechtmatig, zo stellen [gedaagde 1] en De Bestemming

3.4. [gedaagde 1] heeft ter zitting verklaard dat de website van het internet is verwijderd en dat hij niet de intentie heeft om de website weer op het internet te plaatsen. De enkele verklaring van [gedaagde 1] biedt echter onvoldoende zekerheid of hij ook aan het gevorderde blijft voldoen. Mitsdien heeft Noloc nog een rechtens te respecteren belang bij onderdeel I van de vordering.

3.5. Om te bepalen of de uitlatingen van [gedaagde 1] en De Bestemming onrechtmatig jegens Noloc zijn, dient een afweging te worden gemaakt die met inachtneming van alle bijzonderheden van het geval ertoe strekt na te gaan welke van beide hier tegenover elkaar staande fundamentele rechten – enerzijds het recht op vrijheid van meningsuiting aan de zijde van [gedaagde 1] en De Bestemming en anderzijds het recht op bescherming van eer en goede naam aan de zijde van Noloc – in dit geval zwaarder weegt. Hierbij is enerzijds van belang de aard van de inhoud van de publicaties en de ernst van de te verwachten gevolgen voor Noloc en anderzijds het doel van de publicaties door [gedaagde 1] en De Bestemming, de mate waarin ten tijde van deze publicaties de uitlatingen steun vonden in het toen beschikbare feitenmateriaal en de mate van (in het gegeven geval vereiste) zorgvuldigheid die [gedaagde 1] en De Bestemming bij de publicatie hebben betracht.

3.6. De voorzieningenrechter stelt voorop dat Noloc door de website met de naam ‘noloc-nietinteger’ in een kwaad daglicht wordt gesteld. [gedaagde 1] wilde op de website zijn mening over het handelen van Noloc ventileren, maar naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er geen enkele concrete aanwijzing dat Noloc niet integer is. Alle uitlatingen van [gedaagde 1] vinden hun grondslag in het standpunt van [gedaagde 1] dat hij de versoepeling in de aanbestedingsprocedure van het UWV alleen heeft bereikt en dat Noloc de eer voor het bereiken van die resultaten opstrijkt. Het moge zo zijn dat [gedaagde 1] zich heeft ingespannen voor de bij het UWV behaalde resultaten, ook Noloc is gesprekspartner van het UWV, net als andere brancheverenigingen, en [gedaagde 1] heeft niet weersproken dat Noloc zich in het overleg met het UWV óók heeft hard gemaakt voor hetzelfde resultaat. Aan Noloc kan niet het verwijt van “niet-integer” worden gemaakt als zij op haar aandeel in deze wijst zonder ook de verdiensten van anderen te noemen. Het kwalificeren van Noloc als “niet-integer” is dus ongegrond en ernstig kwetsend voor een beroepsgroep als deze waarin vertrouwen en integriteit belangrijk zijn. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is daarom enkel het hebben van de website met de naam ‘noloc-nietinteger’ –, zelfs onafhankelijk van de informatie die daarop te lezen is – al onrechtmatig jegens Noloc. De vordering tot het verwijderd houden van de website wordt dan ook toegewezen. De gevorderde dwangsom zal worden gemaximeerd als na te melden.

3.7. Voor wat betreft het verbod voor [gedaagde 1] en De Bestemming om zich in de toekomst onrechtmatig uit te laten over Noloc en/of haar leden, overweegt de voorzieningenrechter dat voor toewijzing van een dergelijk verbod sprake moet zijn van een gerechtvaardigde vrees dat [gedaagde 1] en De Bestemming zich in de toekomst (opnieuw) onrechtmatig uit zullen laten. Deze vrees kan tot stand komen wanneer zij in het verleden al onrechtmatige uitingen hebben gedaan of daartoe gedreigd hebben. Zoals hierboven geoordeeld was het hebben van de website met de naam ‘noloc-nietinteger’ onrechtmatig jegens Noloc. Bovendien heeft [gedaagde 1] op deze website geschreven “stelselmatig ‘jat’ Noloc de successen die anderen (zoals De Bestemming) heeft gehaald”, welke uitlating niet met feiten wordt gestaafd. Daarnaast heeft [gedaagde 1] op forums op andere internetsites negatieve en beledigende uitlatingen over Noloc gedaan. Op het forum voor leden van Noloc heeft [gedaagde 1] onder andere geschreven: “Ik ontving zojuist twee uitnodigingen om gehoord te worden over klachten (...). Ik ben niet van plan te komen. Mocht mijn niet komen leiden tot royement of boete, dan ‘breekt de pleures uit’. (...) Als [P] [[F]] of de Raad van Toezicht hiermee instemmen, graven ze hun eigen graf. Niet ik vernietig het imago van Noloc dan – ik brengt slechts waarheid en feiten. Maar de ware aard van Noloc wordt dan onthuld voor groot publiek. Zoals vaak gezegd: de gedragscode van Noloc heeft alles te maken met ‘imago’ en ‘schijn’, en nergens staat integriteit in het vaandel.” Verderop in hetzelfde forum schrijft [gedaagde 1] “Kijk Frans, en dit is de brief van [P] [[F]] waarin hij mij richting alle leden zwart maakt: (...) en hier is mijn bewijs dat het Noloc bestuur en Tilbert Lagarde juist de leugenaars zijn: (...).” Weer verderop schrijft [gedaagde 1]: “Jij bent de aanstichter van de leugens, [P] [[F]], de overtreder van de gedragscode, de jatter van andermans veren en de bron van al een half jaar frustratie op het forum omdat je telkens gedeelten van mij weghaalt, en bovenstaande 2 URL’s ontkent. Je liegt bij het leven, en alles is vastgelegd, ik heb constant kopieën van het forum gemaakt. (...) Je hebt vele fouten gemaakt, leugen op leugen gestapeld en telkens zelf de gedragscode overtreden. Als er iemand moet aftreden, ben jij het als liegende, andermans veren afpakkende en schofferende VOORZITTER (en zg. boegbeeld) van Noloc.” Naar het oordeel van de voorzieningenrechter bestaat, gelet op de diverse door [gedaagde 1] in het verleden gedane uitlatingen, een gerechtvaardigde vrees op herhaling. Ten aanzien van de leden van Noloc bestaat eveneens voldoende aanleiding voor toewijzing van het gevraagde verbod. Noloc heeft een eigen belang bij het intact blijven van de goede naam van haar leden, mag zich het belang van haar leden aantrekken en opkomen tegen het beledigen van haar leden in hun professionele status en goede naam. De voorzieningrechter zal een dwangsom van € 5.000,-- per overtreding opleggen, met een maximum van € 50.000,--.

3.8. Ten aanzien van de gevorderde rectificatie geldt: de door Noloc voorgestelde rectificatie wordt als een verontschuldiging van [gedaagde 1] en De Bestemming geredigeerd. Excuses vormen een morele categorie en lenen zich dus niet voor afdwingen ervan met behulp van dwangsommen. Afgedwongen excuses zijn geen excuses, die hun kracht in het intermenselijk verkeer nu juist ontlenen aan spontaan en oprecht berouw over eigen tekortschieten. Noloc heeft haar vordering zo geformuleerd, dat de voorzieningenrechter ook niet de mogelijkheid heeft een andere tekst voor de rectificatie te formuleren. Bovendien heeft Noloc bij toewijzing van de gevorderde rectificatie onvoldoende belang, nu zij de mogelijkheid heeft de tekst van dit vonnis op haar internetsite te plaatsen. De gevorderde rectificatie zal daarom worden afgewezen.

3.9. Ten aanzien van de vordering tot betaling van een voorschot op de immateriële schadevergoeding stelt de voorzieningenrechter voorop dat toewijzing van een geldvordering in kort geding in beginsel slechts mogelijk is indien in hoge mate waarschijnlijk is dat de bodemrechter, later oordelend, de betreffende vordering zou toewijzen, bij toewijzing voorts een spoedeisend belang bestaat en er geen sprake is van een onaanvaardbaar restitutierisico.

3.10.Het bestaan en de omvang van de vordering uit hoofde van schadevergoeding is nog voor discussie vatbaar, zodat geen sprake van een vordering die in hoge mate aannemelijk is geworden. Daarnaast heeft Noloc haar spoedeisend belang bij de vordering tot schadevergoeding niet althans onvoldoende gemotiveerd onderbouwd. De vordering voldoet dan ook niet aan de vereisten voor een geldvordering in kort geding en dient te worden afgewezen.

3.11.Ten aanzien van de vordering tot betaling over het liquidatietarief gemaakte kosten voor rechtsbijstand overweegt de voorzieningenrechter dat een forfaitaire vergoeding voor de gemaakte proceskosten wordt toegekend, waarin de kosten voor rechtsbijstand zijn inbegrepen. Voor een afzonderlijke veroordeling in de kosten voor rechtsbijstand is derhalve geen plaats.

3.12.[gedaagde 1] en De Bestemming zullen als de hoofdzakelijk in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Noloc worden begroot op:

- dagvaarding euro 87,93

- vast recht 314,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal euro 1.217,93

4. De beslissing

De voorzieningenrechter

4.1. veroordeelt gedaagden om na betekening van dit vonnis de website met de naam ‘noloc-nietinteger.nl’ van het internet verwijderd te houden,

4.2. bepaalt dat gedaagden voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij in strijd handelen met het onder 4.1 bepaalde, aan eiseres een dwangsom verbeuren van euro 2.500,--, tot een maximum van euro 50.000,--,

4.3. veroordeelt gedaagden om zich op geen enkele andere wijze, dus ook niet via het internet of anders (openbaar) medium, onrechtmatig jegens en/of over eiseres en/of leden van eiseres uit te laten,

4.4.bepaalt dat gedaagden voor iedere keer dat zij in strijd handelen met het onder 4.3 bepaalde, aan eiseres een dwangsom verbeuren van euro 5.000,--, tot een maximum van euro 50.000,--,

4.5. veroordeelt gedaagden in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op euro 1.217,93,

4.6. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

4.7.wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Leijten en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. Theuws op 23 maart 2010.?