Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2008:BD6216

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
03-07-2008
Datum publicatie
03-07-2008
Zaaknummer
190782 KG ZA 08-319
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Beslaglegger op de koopsom voor een woning onder de kopers, wil slechts toestaan dat kopers de koopsom onder de notaris storten onder de voorwaarde dat de notaris na het transport het restant van de koopsom dat na voldoening van de hypotheekhoudster overblijft, volledig in depot houdt ten behoeve van alle beslagleggers, zowel die van voor de Vormerkung als die van na de Vormerkung (beslaglegger en anderen), totdat zal zijn beslist welk deel van dat restant aan welke beslaglegger toekomt. De notaris stelt zich terecht op het standpunt dat hij de vorderingen van de twee beslagleggers van vóór de Vormerkung zal moeten voldoen om tot de, tussen kopers en verkopers in de koopovereenkomst overeengekomen, levering van de woning vrij van de vóór de Vormerkung gelegde beslagen over te kunnen gaan. Pas na de zuivering van deze twee beslagen ontstaat immers de betalingsplicht van de kopers van de woning. Opheffing van het beslag onder nadere voorwaarden ter bescherming van de beslaglegger.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 705
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2008, 382
RN 2008, 74
JOR 2008/249 met annotatie van S.E. Bartels
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector civiel recht

Team handelsrecht

zaaknummer/rolnummer: 190782 / KG ZA 08-319

vonnis d.d. 3 juli 2008

inzake

[eiser],

[eiseres],

beiden wonende te Breda,

eisers,

procureur: mr. L.G.M. Delahaije,

en

de maatschap

STEIN ADVOCATEN EN BELASTINGADVISEURS,

gevestigd te Breda,

tussenkomende partij,

procureur: mr. H.A. Stein,

t e g e n :

[gedaagde],

wonende te Breda,

gedaagde,

procureur: mr. M. Littooij.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de navolgende door partijen ter vonniswijzing overgelegde stukken:

- de dagvaarding van 20 juni 2008;

- de door mr. Delahaije in het geding gebrachte producties;

- de incidentele conclusie van eis tot tussenkomst althans tot voeging;

- de pleinota van mr. Stein;

- de pleitnota van mr. Littooij en de door hem in het geding gebrachte producties.

Partijen hebben hun standpunten ter terechtzitting van 25 juni 2008 mondeling toegelicht. De voorzieningenrechter heeft daarbij Stein advocaten en belastingadviseurs (hierna te noemen: Stein) toegelaten tot het geding als tussenkomende partij.

2. Het geschil

Eisers vorderen, kort gezegd, om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut:

1. het door gedaagde onder eisers gelegde conservatoire beslag op de koopsom voor de door hen gekochte woning aan de Molenstraat 46 te Ulvenhout op te heffen danwel te bepalen dat dit beslag waardeloos is tot dat deel van de koopsom dat bestemd is voor de aflossing van de schulden van de verkopers aan de beslagleggers ABN AMRO Bank en Stein en voor dat deel als opgeheven te beschouwen;

2. gedaagde te veroordelen tot onmiddellijke opheffing van hiervoor bedoeld beslag tot dat deel van de koopsom dat bestemd is voor de aflossing van de schulden van de verkopers aan de beslagleggers ABN AMRO Bank en Stein, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom;

alles met veroordeling van gedaagde in de kosten van dit geding.

Tussenkomende partij Stein vordert opheffing van het door gedaagde onder eisers gelegde conservatoire derdenbeslag, in ieder geval voorzover het een bedrag betreft gelijk aan het deel van de koopsom dat is bestemd voor de aflossing van de vorderingen van ABN AMRO Bank en Stein op de verkopers, voorzover voor die vorderingen beslag is gelegd op de door verkopers aan eisers verkochte woning.

Gedaagde heeft daartegen verweer gevoerd.

3. De voorlopige beoordeling en de gronden daarvoor

3.1. Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen en de overgelegde producties wordt uitgegaan van de navolgende feiten:

- Op 16 januari 2008 hebben eisers de woning aan de Molenstraat 46 te Ulvenhout gekocht van het echtpaar Boutens en Hoeve (hierna te noemen: de verkopers). De koopsom bedraagt euro 611.000,-. Op 23 januari 2008 is deze koopovereenkomst ingeschreven in het kadaster overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Deze inschrijving wordt hierna aangeduid als: de Vormerkung.

- Op 23 januari 2008 had Nationale Nederlanden een recht van eerste hypotheek op deze woning tot een bedrag van euro 500.000,-. Verder had ABN AMRO Bank op 9 november 2007 beslag gelegd op deze woning voor een bedrag van euro 72.000,-. Op 28 november 2007 had Stein beslag gelegd op deze woning voor een vordering ten bedrage van euro 3.000,-.

- Tot zekerheid van zijn vordering op verkopers tot een bedrag van inmiddels euro 53.000,- uit hoofde van geldlening, heeft gedaagde de voorzieningenrechter van deze rechtbank op 15 februari 2008 verlof gevraagd voor het leggen van conservatoir beslag onder eisers op de door hen onder de notaris te storten koopsom van voornoemde woning. Op 18 februari 2008 heeft de voorzieningenrechter, onder begroting van gedaagdes vordering op verkopers op een bedrag van euro 59.000,-, het gevraagde verlof verleend onder de voorwaarden dat het beslag beperkt is tot het bedrag dat niet bestemd is voor aflossing van de op dat moment op de woning rustende hypotheken en dat “het verlof alleen geldt indien in het proces-verbaal van beslaglegging wordt opgenomen dat het beslag niet de storting van de koopsom onder de notaris blokkeert, indien de notaris, mede namens de kopers, voorafgaand aan de storting aan de beslaglegger laat weten:

i dat de notaris het aan gerekestreerden (lees: verkopers) toekomende gedeelte van de koopsom dat hij niet gebruikt voor aflossing van de hypotheek namens de kopers (lees: eisers) ten behoeve van [gedaagde] (lees: gedaagde) in depot houdt zolang het beslag loopt, alsmede

ii (…).”

- Op 25 februari 2008 heeft de deurwaarder conservatoir derdenbeslag onder eisers gelegd op “alle gelden, geldswaarden en/onroerende zaken die geen registergoederen zijn, die de derdenbeslagenen onder zich hebben en/of uit een reeds bestaande rechtsverhouding mochten verkrijgen, onder hun berusting hebben en/of mochten krijgen ten behoeve van [N] en [A]”, zonder enige verdere mededeling in het exploit op te nemen.

- Op 23 april 2008 heeft de rechtbank in de hoofdzaak de vordering van gedaagde tegen de verkopers toegewezen. Het vonnis is op 16 mei 2008 aan verkopers betekend.

- Op 16 mei 2008 heeft gedaagde onder de notaris die met het transport is belast derdenbeslag gelegd.

- Op 21 mei 2008 heeft een derde nog conservatoir beslag gelegd op de woning.

- De notaris heeft verklaard niet in staat te zijn de in het verlof bedoelde verklaring, te weten dat hij het restant van de koopsom na aflossing van de hypotheekschuld in depot houdt, af te leggen aangezien ABN AMRO Bank en Stein voorafgaande aan de inschrijving van de koopovereenkomst in het kadaster conservatoir beslag op de verkochte woning hebben gelegd en deze vorderingen naar oordeel van de notaris uit de koopsom eerst volledig dienen te worden voldaan om de woning vrij van beslagen te kunnen overdragen aan eisers en de akte van levering te kunnen passeren.

3.2. De voorzieningenrechter stelt voorop de vraag wat de gevolgen zijn van het niet -naleven van de in het beslagverlof opgenomen bepalingen.

Nu niet is voldaan aan de aan het verlof verbonden voorwaarde dat in het exploit van beslaglegging de mededelingen over de verklaring van de notaris moesten zijn opgenomen, bij gebreke waarvan het verlof niet gold, moet worden geconcludeerd dat er geen verlof aan het gelegde beslag ten grondslag lag. Bovendien werd buiten de grenzen van het verlof getreden omdat de deurwaarder meer in beslag genomen heeft dan was toegestaan. Toegestaan was slechts conservatoir beslag tot “het bedrag dat niet bestemd is voor aflossing van de op dat moment op de woning rustende hypotheken.”

Deze twee gebreken maakten het beslag niet van rechtswege nietig of non-existent, maar hooguit vatbaar voor opheffing in kort geding op de voet van artikel 705 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. In de conservatoire fase van het gelegde beslag is echter geen opheffing gevorderd, zodat het is blijven liggen. Door de betekening van het vonnis van 23 april 2008 in de hoofdzaak op 16 mei 2008 werd dit conservatoire beslag een executoriaal beslag. Sindsdien is het verlof van de voorzieningenrechter niet langer de basis voor het onder eisers rustende beslag. De omvang van het beslag is gebleven zoals is verwoord in het beslagexploit van 25 februari 2008.

Het niet-naleven van een rechterlijk verlof is in beginsel voldoende aanleiding om zonder verdere afwegingen de situatie terug te brengen tot die welke zonder het verlof behoorde te bestaan en dus de algehele opheffing van het beslag uit te spreken.

In dit geval ziet de voorzieningenrechter daarvan af omdat partijen dit niet wensen en er juist belang aan hechten dat beslist wordt omtrent de hierna te bespreken kernvraag. Dat belang is er omdat na een opheffing van het beslag gedaagde onmiddellijk een nieuw executoriaal beslag zou kunnen en mogen leggen en partijen zich dan opnieuw in hetzelfde geschil zouden bevinden.

3.3 Kern van het geschil is dat eisers thans de koopsom onder de notaris willen storten, zodat deze kan overgaan tot het transport van de door eisers gekochte woning. Gedaagde wil slechts toestaan dat eisers de koopsom onder de notaris storten onder de voorwaarde dat de notaris na het transport het restant van de koopsom dat na voldoening van de hypotheekhoudster overblijft, volledig in depot houdt ten behoeve van alle beslagleggers, zowel die van voor de Vormerkung (Stein en ABN AMRO Bank) als die van na de Vormerkung (gedaagde en anderen), totdat zal zijn beslist welk deel van dat restant aan welke beslaglegger toekomt.

3.4. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter stelt de notaris zich terecht op het standpunt dat hij de vorderingen van de beslagleggers van vóór de Vormerkung zal moeten voldoen om tot de, tussen eisers en verkopers in de koopovereenkomst overeengekomen, levering van de woning vrij van de vóór de Vormerkung gelegde beslagen over te kunnen gaan. Pas na de zuivering van deze twee beslagen ontstaat immers de betalingsplicht van eisers als kopers van de woning.

3.5 Na ontvangst van de door eisers gedeponeerde koopsom dient de notaris, ten behoeve van eisers en uit hoofde van de opdracht van eisers, en na uiteraard alle overige toepasselijke wettelijke bepalingen en verplichtingen uit hoofde van zijn notariële ambt in acht te hebben genomen, over te gaan tot uitbetaling van het restant van de koopsom aan de verkopers. Vaststaat dat gedaagde voor dezelfde vordering ook derdenbeslag ten laste van de verkopers heeft gelegd onder deze notaris. Dit beslag treft dus dat uiteindelijk door de notaris aan de verkopers uit te keren restant van de koopsom. Nu het tegendeel niet is gesteld gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat ten tijde van het leggen van dit beslag, op 16 mei 2008, onder de notaris er reeds een rechtsverhouding bestond tussen de notaris en de verkopers uit hoofde waarvan de verkopers na het transport van de woning deze vordering rechtstreeks zullen verkrijgen. In dat geval loopt gedaagde geen risico omdat het eerste beslag onder eisers naadloos overloopt in dat onder de notaris. Risico ontstaat indien genoemde rechtsverhouding ten tijde van het beslag nog niet bestond, dan wel, indien zij wel bestond, alsnog een andere notaris met het transport zou worden belast. Beslaglegger mag op dit punt duidelijkheid en zekerheid verlangen alvorens de betaling door kopers vrij te geven. Hij mag verlangen dat de beslagen koper hem tijdig alle informatie verstrekt die waarborgt dat de koper, derdenbeslagene de informatie verstrekt die nodig is om de zekerheid die het beslag bood te laten voortduren, maar dan via het beslag onder de notaris. Met die informatie kan hij, zonodig, een nieuw en doeltreffend beslag leggen onder de notaris.

3.6 Uit het vorenstaande volgt dat gedaagde van eisers meer verlangt dan waartoe hij op basis van de wettelijke regeling van de Vormerkung gerechtigd is, en bovendien dat hij geen belang heeft bij het verhinderen van betaling van de koopsom door eisers aan de notaris ten behoeve van dit transport indien aan voorwaarden wordt voldaan.

De vordering van eisers zal daarom worden toegewezen, aldus dat wordt bepaald dat het gelegde beslag niet in de weg staat aan de betaling door eisers van de betreffende koopsom aan de met het transport belaste notaris, onder de voorwaarden, cumulatief, dat eisers aan de beslaglegger, gedaagde, schriftelijk en tenminste vijf werkdagen vóór deze betaling en vóór het beoogde transport mededelen: a) de naam van de notaris die opdracht heeft gekregen tot verzorging van de eigendomsoverdracht, b) de datum waarop deze opdracht aan de notaris is verstrekt, c) de toezegging dat de daartoe strekkende opdracht aan deze notaris niet zal worden herroepen, en d) de geplande datum van het transport. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter doet deze voorziening recht aan de bedoeling van het op 18 februari 2008 verleende verlof.

3.7 De door gedaagde opgeworpen juridische stelling dat de wetgever met de regeling van de Vormerkung niet bedoeld heeft de gelijkheid van schuldeisers te doorbreken, is niet van belang voor de in dit kort geding te nemen beslissing. In ieder geval dienen de beslagleggers van vóór de Vormerkung te worden voldaan om levering mogelijk te maken. De beoordeling van dit vraagstuk behoort ook niet ten laste van de door de Vormerkung beschermde kopers te komen.

Dit vraagstuk staat evenmin in de weg aan de beslissing op de vordering van Stein. Stein heeft een zelfstandig belang dat zij door de notaris uit de opbrengst van de verkochte woning in ieder geval voorlopig volledig zal worden voldaan. Dat belang is voldoende om tussenkomst toe te staan. Gedaagde kan zijn positie ten opzichte van Stein en ABN AMRO Bank in een ander kader dan het onderhavige geding laten beoordelen.

4. De kosten

Als de in het ongelijk te stellen partij zal gedaagde worden veroordeeld in de door eisers en Stein gemaakte proceskosten.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

In de hoofdzaak en in de tussenkomst:

bepaalt dat het ten behoeve van gedaagde op 25 februari 2008 onder eisers gelegde beslag niet in de weg staat aan betaling van de koopsom onder de notaris die belast is met het transport van de woning , zulks onder de voorwaarden, cumulatief, dat eisers aan gedaagde, schriftelijk en tenminste vijf werkdagen vóór de betaling van de koopsom en vóór het beoogde transport mededelen: a) de naam van de notaris die opdracht heeft gekregen tot verzorging van de eigendomsoverdracht van de door eisers gekochte woning, en b) de datum waarop deze opdracht aan de notaris is verstrekt, en c) de toezegging dat de daartoe strekkende opdracht aan deze notaris niet zal worden herroepen, en d) de geplande datum van het transport;

veroordeelt gedaagde in de kosten van het geding voorzover gevallen aan de zijde van eisers, tot op heden begroot op euro 1.152,44, waaronder begrepen een bedrag van euro 816,- aan salaris voor de procureur;

veroordeelt gedaagde in de kosten van het geding voorzover gevallen aan de zijde van de tussenkomende partij, tot op heden begroot op euro 1.067,-, waaronder begrepen een bedrag van euro 816,- aan salaris voor de procureur;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

weigert het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. Leijten, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. De Baar op 3 juli 2008.