Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BV2331

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
15-12-2011
Datum publicatie
31-01-2012
Zaaknummer
222111
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Aan de grosse van een authentieke akte komt slechts executoriale kracht toe met betrekking tot het tijdstip van het verlijden van de akte reeds bestaande en in de akte omschreven vorderingen alsmede met betrekking tot toekomstige vorderingen die hun onmiddellijke grondslag vinden in een op het tijdstip van het verlijden van de akte reeds bestaande en in de akte omschreven rechtsverhouding.

In geval de akte wel betrekking heeft op één of meer vorderingen, die aan de in de vorige alinea bedoelde vereisten voldoen, maar niet de grootte van het verschuldigd bedrag vermeldt, is de grosse van de akte niettemin voor tenuitvoerlegging vatbaar, wanneer deze de weg aangeeft langs welke op voor de schuldenaar bindende wijze de grootte van het verschuldigd bedrag kan worden vastgesteld, behoudens de mogelijkheid van tegenbewijs door de schuldenaar (HR 26 juni 1992, NJ 1993, 449).

De onderhavige akten van levering voldoen wat betreft de boetes niet aan het vereiste van bepaaldbaarhied van de verschuldigde bedragen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 222111 / KG ZA 11-561

Vonnis in kort geding van 15 december 2011

in de zaak van

[eisers]

eisers,

advocaat mr. A.P. van Stralen te Utrecht,

tegen

[gedaagden]

gedaagden,

advocaat mr. M. van Hunnik te Barneveld.

Partijen zullen hierna eisers en gedaagden genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling van 17 november 2011

- de pleitnota van eisers

- de pleitnota van gedaagden

- de aanhouding ten behoeve van overleg

- de fax van gedaagden van 1 december 2011 met het verzoek om vonnis te wijzen.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Eisers zijn allen eigenaar van een vrijstaande recreatiewoning met ondergrond, erf, tuin en verdere aanhorigheden staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres]. Hun belangen worden gezamenlijk behartigd door de Vereniging Belangenbehartiging [bungalowpark].

2.2. Gedaagden zijn beheerders van het park.

2.3. In de akten van levering zijn, voor zover van belang, de volgende kettingbedingen opgenomen:

“Beheer, onderhoud en kosten

Artikel 12.

1. De beheerder is tot het (doen) verrichten van de volgende taken verplicht:

- tot het voeren van toezicht en schoonhouden van de wegen en parkeerterreinen, welke zijn gelegen in het bungalowpark, doch niet de wegen en parkeergelegenheden, welke zijn gelegen op de kavels waarop een recreatiebungalow zal worden of is gesticht;

- tot onderhouden van de beplantingen, welke aanwezig zijn in het bungalowpark, doch niet de beplantingen welke aanwezig zijn op de kavels waarop een recreatiebungalow zal worden of is gesticht;

- tot het voeren van toezicht van de hoofdleiding van: de riolering en de gas-, water- en electriciteitsleidingen, welke zijn gelegen in het bungalowpark.

2. Iedere kaveleigenaar is voor de in het vorige lid bedoelde taken aan de beheerder per kavel een jaarlijkse vergoeding verschuldigd, te voldoen in twaalf gelijke maandelijkse termijnen bij achterafbetaling uiterlijk op de laatste dag van iedere maand.

Deze vergoeding bedraagt voor het jaar tweeduizenddrie gerekend vanaf een januari tweeduizenddrie tot en met eenendertig december tweeduizenddrie een bedrag groot zeshonderd euro (EUR 600,00) exclusief omzetbelasting.

3. De in het vorige lid bedoelde vergoeding zal telkens jaarlijks zodanig wijzigen als overeenkomt met de wijziging gedurende bedoelde periode van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek te Voorburg, hierna te noemen: “C.B.S.”, te publiceren consumentenprijsindex-alle huishoudens, op basis van eenduizend negenhonderd vijfennegentig is honderd (1995=100).

De wijziging zal worden bereikt door de bedragen, zoals die telkens bij het begin van elk jaar groot zijn, te vermenigvuldigen met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door de bedoelde consumentenprijsindex die werd gepubliceerd voor de maand waarin bedoelde periode van één jaar eindigt of - bij het ontbreken van die publicatie - voor de laatst daaraan voorafgaande maand ten aanzien waarvan de publicatie wel is geschied en de noemer door de bedoelde consumentenprijsindex die werd gepubliceerd voor de bij de aanvang van bedoelde jaarlijkse periode lopende maand.

Mocht het C.B.S. inmiddels zijn overgegaan tot publicatie van de consumentenprijsindex-alle huishoudens op een meer recente tijdsbasis, dan zullen de prijsindices van de nieuwe reeks in aanmerking worden genomen, zo nodig na de koppeling aan de prijsindices van de voorafgaande reeksen. De wijze van koppeling zal geschieden in overleg met C.B.S.

Komt de consumentenprijsindex-alle huishoudens te vervallen, dan zullen de in de eerste zin van dit lid genoemde bedragen worden gewijzigd aan de hand van andere vergelijkbare prijsindices.

4. De kaveleigenaar is verplicht tot een bijdrage in de door de overheid aan de beheerder in rekening gebrachte en aan deze kaveleigenaar toe te rekenen lasten, belastingen, heffingen enzovoorts.

Deze lasten, belastingen en heffingen dienen te worden voldaan binnen één maand nadat de beheerder van de kaveleigenaar gespecificeerde opgave heeft gedaan.

5. De kosten wegens verbruik van water, gas en electriciteit en de vuilnisophaalkosten zullen de door de beheerder bij wijze van voorschot maandelijks gelijktijdig met de in lid 2 bedoelde vergoeding aan de kaveleigenaar in rekening worden gebracht en zal achteraf jaarlijks worden verrekend met het werkelijk verbruik casu quo werkelijk gemaakte kosten door de betreffende kaveleigenaar.

6. In geval van niet (tijdige) nakoming van de betalingsverplichtingen van de kaveleigenaar jegens de beheerder, verbeurt de kaveleigenaar jegens de beheerder een onmiddellijk opeisbare boete van vijfentwintig euro (€ 25,00) voor iedere dag dat deze betalingsverplichting niet is nagekomen, zulks onverminderd de rechten op nakoming en vergoeding van verdere kosten, schaden en interessen.

7. Iedere kaveleigenaar van het registergoed zal bij elke vervreemding in eigendom of zakelijk genotsrecht van het registergoed of een gedeelte daarvan, het hiervoor in de leden 1 tot en met 6 van dit artikel bepaalde, alsmede het in het onderhavige lid bepaalde ten behoeve van de beheerder als kettingbeding aan iedere opvolgende kaveleigenaar moeten opleggen en door deze moeten laten aannemen en in verband daarmede die bepalingen in elke desbetreffend akte moeten doen opnemen, zulks op verbeurte door de kaveleigenaar die verzuimt die bepalingen en bedingen op te leggen, te bedingen, aan te nemen of te doen opnemen, van een onmiddellijk opeisbare boete ten behoeve van de beheerder van een bedrag groot vijfentwintigduizend euro (EUR 25.000,00), onverminderd de rechten op nakoming en het recht tot vergoeding, onverminderd de rechten op nakoming en vergoeding van verdere kosten, schaden en interessen.

Indexering

Artikel 13.

De in deze akte vermelde boetebedragen zullen telkens jaarlijks zodanig wijzigen op dezelfde wijze als hiervoor in artikel 12 lid 3 is aangegeven.

het bepaalde in artikel 12 lid 7 is op deze bepaling van overeenkomstige toepassing.”

2.4. Over de jaarlijkse vergoeding van € 600,00, te betalen in maandelijkse termijnen, en over afrekeningen van kosten over voorafgaande jaren is tussen partijen een geschil ontstaan.

2.5. Bij beschikking van de voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem van 13 juli 2011 is verlof verleend aan eisers tot het leggen van conservatoir verhaalsbeslag op de onroerende en roerende zaken van gedaagden en onder derden.

2.6. Op 27 juli 2011 is de bodemprocedure gestart. Op het moment van de zitting in dit kort geding hadden gedaagden nog geen conclusie van antwoord genomen.

2.7. Op 11 oktober 2011 hebben gedaagden aan de eisers afzonderlijk de akte van levering betekend en bevel gedaan om de vergoeding over de maanden januari tot en met september 2011, dan wel mei tot en met september 2011, in totaal een bedrag van € 298,80, en de maanden die vervallen vanaf 1 oktober 2011 te voldoen, een bedrag van € 13.655,16 wegens verschuldigde boete wegens te late betaling berekend tot en met 30 september 2011, te vermeerderen met een boete van € 29,88 per dag per niet betaalde maandelijkse vergoeding als er dagen vervallen vanaf 1 oktober 2011 tot de dag van voldoening, € 110,61 wegens kosten van betekening en de kosten van de overige executie.

3. Het geschil

3.1. Eisers vorderen, na wijziging van eis:

a. Gedaagden te verbieden de executoriale titel, zoals genoemd in het betekeningsexploot, ten uitvoer te leggen door alle middelen en wegen van executie rechtens, waaronder onder meer beslag en verkoop van de roerende en/of onroerende zaken, en/of beslag onder derden, subsidiair binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de eventueel getroffen executiemaatregelen ongedaan te maken waarbij de reeds vervallen executiekosten voor rekening van gedaagde komen en de reeds onder de executie gevallen gelden aan eisers dienen te worden terug betaald;

b. Gedaagden te verbieden de executoriale titel, zoals genoemd in het betekeningsexploot, ten uitvoer te leggen door alle middelen en wegen van executie rechtens, waaronder onder meer beslag en verkoop van de roerende en/of onroerende zaken, en/of beslag onder derden, voor zover deze executie een hoger bedrag zal belopen dan de inmiddels opgelopen achterstand, vermeerderd met een boete van € 25,- per dag, dat betreffende eiser in verzuim is;

c. veroordeling van gedaagden in de kosten van dit geding.

3.2. Eisers hebben aan hun stellingen ten grondslag gelegd dat gedaagden niet jaarlijks de kosten van de nutsbedrijven met eisers hebben afgerekend. Nadat eisers zelf informatie bij de nutsbedrijven hebben opgevraagd is hen gebleken dat zij over de afgelopen jaren in totaal een bedrag van € 67.569,59 teveel aan gedaagden hebben betaald. Gelet daarop hebben eisers met ingang van mei 2011 hun lopende maandelijkse voorschotbedragen opgeschort, dan wel verrekend.

3.3. Ten aanzien van de boetes hebben eisers zich op het standpunt gesteld dat gedaagden de boetes ex artikel 12 lid 6 van de leveringsakte hebben gestapeld op een wijze die tot absurde resultaten leidt.

3.4. Gedaagden voeren verweer.

3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van het gevorderde.

4.2. Allereerst zal in dit geding de vraag moeten worden beantwoord of gedaagden jegens eisers bevoegd zijn over te gaan tot executie op grond van de voor grossen uitgegeven notariële akten van de leveringsakten teneinde aldus de beweerdelijk ontstane geldvorderingen uit hoofde van de door eisers op grond van de leveringsakte verschuldigde voorschotbijdragen en verbeurde boetes voldaan te krijgen.

4.3. Voor beantwoording van deze vraag gaat het erom of de grossen van de notariële akten van levering jegens eisers executoriale titels als bedoeld in artikel 430 lid 1 van het Wetboek van Rechtsvordering opleveren.

4.4. Voorop staat dat blijkens die bepaling de grosse van een notariële akte, als authentieke akte, een executoriale titel kan opleveren. Aan de grosse van een authentieke akte komt slechts executoriale kracht toe met betrekking tot op het tijdstip van het verlijden van de akte reeds bestaande en in de akte omschreven vorderingen alsmede met betrekking tot toekomstige vorderingen die hun onmiddellijke grondslag vinden in een op het tijdstip van het verlijden van de akte reeds bestaande en in de akte omschreven rechtsverhouding. In geval de akte wel betrekking heeft op één of meer vorderingen die aan het hiervoor overwogen vereiste voldoen, maar niet de grootte van het verschuldigde bedrag vermelden, zijn de grossen van de akten niettemin voor tenuitvoerlegging vatbaar, wanneer deze de weg aangeven langs welke op de voor de schuldenaar bindende wijze de grootte van de verschuldigde bedragen kan worden vastgesteld, behoudens de mogelijkheid van tegenbewijs door de schuldenaar (vgl. HR 26 juni 1992, NJ 1993, 449).

4.5. Uit de inhoud van de onderhavige akten volgt dat deze in elk geval wel betrekking hebben op vorderingen die aan het eerstgenoemde vereiste voldoen, nu de beheerdersvergoeding en de eventuele verbeurte van een of meer boetes – en daarmee het ontstaan van een geldvordering voor gedaagden – zijn onmiddellijke grondslag vindt in de op het tijdstip van het verlijden van de akten reeds bestaande en in de akte omschreven rechtsverhouding tussen gedaagden en eisers (de eigenaren).

4.6. De onderhavige akten voldoen wat betreft de boetes echter niet aan het vereiste betreffende de bepaalbaarheid van de verschuldigde bedragen. In de leveringsakte is immers geen enkele bepaling opgenomen waarin wordt geregeld op welke voor de eigenaren bindende wijze te eniger tijd zal worden vastgesteld dat zij (een van) de met boetes bedreigde bepalingen hebben overtreden – en dus een of meer boetes verschuldigd zijn geworden -, zoals bijvoorbeeld een bepaling waarin de betrokken eigenaren ermee instemmen dat de constateringen door gedaagden en/of (een) derde(n) van overtreding van (een van) de met boetes bedreigde bepalingen uit de overeenkomst jegens hen zal gelden als volledig bewijs, behoudens tegenbewijs, ook met betrekking tot de omvang van de daaruit voor gedaagden resulterende vorderingen. Omdat zowel de beheerdersvergoeding als de verbeurde boetes zijn opgenomen in dezelfde betekeningsexploten kunnen deze onderdelen niet los van elkaar kunnen gezien. Dat komt er dan ook op neer dat aan de grossen van de onderhavige authentieke aktes geen executoriale kracht kan toekomen.

4.7. Reeds op grond van het voorgaande moet worden geconcludeerd dat gedaagden niet de bevoegdheid hebben om op grond van de voor grossen uitgegeven notariële akten van de leveringsakten deze executiemaatregelen jegens eisers te treffen. De vordering sub a zal dan ook worden toegewezen. Aan de subsidiaire vordering komt de rechtbank dan niet meer toe.

4.8. De voorzieningenrechter ziet aanleiding de gevorderde dwangsom te maximeren op € 25.000,00.

4.9. Gedaagden zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eisers worden begroot op:

- dagvaarding € 90,81

- griffierecht 260,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.166,81

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. verbiedt gedaagden de executoriale titels zoals genoemd in de betekeningsexploten van 11 oktober 2011 ten uitvoer te leggen door alle middelen en wegen van executie rechtens, waaronder onder meer beslag en verkoop van de roerende en/of onroerende zaken, en/of beslag onder derden, subsidiair binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de eventueel getroffen executiemaatregelen ongedaan te maken waarbij de reeds vervallen executiekosten voor rekening van gedaagde komen en de reeds onder de executie gevallen gelden aan eisers dienen te worden terug betaald,

5.2. veroordeelt gedaagden in de proceskosten, aan de zijde van eisers tot op heden begroot op € 1.166,81,

5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.T. Boks en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2011.

Coll: MBR