Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:1482

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-03-2016
Datum publicatie
18-03-2016
Zaaknummer
C/13/602647 / KG ZA 16-158
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Bierbrouwer Inbev moet een voorschot van 40.000 euro schadevergoeding betalen aan een Rotterdamse fotograaf. De fotograaf had in 2012 slechts een eenmalige licentie aan de bierbrouwer gegeven, voor gebruik van zijn foto in een kantoorruimte. De foto is als wanddecoratie gebruikt op zeven locaties.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/602647 / KG ZA 16-158 MvW/MB

Vonnis in kort geding van 18 maart 2016

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats] ,

eiser bij dagvaarding van 22 februari 2016,

advocaat mr. R.J. Vles te Bussum,

tegen

de naamloze vennootschap

INBEV NEDERLAND N.V.,

gevestigd te Breda,

gedaagde,

advocaat mr. T.Y. Adam-van Straaten te Rotterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en InBev worden genoemd.

1 De procedure

Ter terechtzitting van 2 maart 2016 heeft [eiser] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. InBev heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. Na het debat ter terechtzitting is de zaak pro forma aangehouden tot 4 maart 2016, om te bezien of een oplossing in der minne kon worden bereikt. Bij brief van 4 maart 2016 heeft de raadsman van [eiser] de voorzieningenrechter meegedeeld dat dit niet is gelukt en verzocht vonnis te wijzen. Vonnis is bepaald op heden.

Ter zitting waren aanwezig:

aan de zijde van [eiser] : [eiser] en mr. Vles;

aan de zijde van InBev: [naam 1] ( [beroep] ),

[naam 2] , bedrijfsjurist en mr. Adam-van Straaten.

2 De feiten

2.1.

[eiser] is fotograaf, onder meer bekend als fotojournalist voor NRC Handelsblad, waarbij hij 40 jaar werkzaam was. Foto’s van [eiser] zijn onder meer in 2011 geëxposeerd in de Kunsthal te Rotterdam. [eiser] wordt bij de exploitatie van zijn auteursrechten vertegenwoordigd door het fotoagentschap “Hollandse Hoogte”.

2.2.

Eén van de foto’s van [eiser] is een zwart/wit foto van voetbalsupporters tijdens de wedstrijd Feijenoord-Ajax in 1969 (hierna: de foto). Op de foto is één van de supporters (op de voorste rij) afgebeeld met een sigaret in de hand en de supporter naast hem met een flesje bier met het etiket Oranjeboom.

2.3.

InBev (althans een aan haar gelieerde vennootschap) is een bierbrouwerij en merkhoudster van voorheen Oranjeboom en thans (onder meer) Jupiler. Jupiler is de hoofdsponsor van een Nederlandse voetbalcompetitie.

2.4.

Onder de gedingstukken (productie 1 van InBev) bevindt zich een offerte van Hollandse Hoogte, gericht aan InBev, voor het gebruik van de foto. Hierin staat onder meer:

gebruik

plaatsing vergroting tot 400x600 cm

bedrijfstak brouwerijen

formaat beeld tot 200x300cm
Oplage 1

tijdsduur onbeperkt

exclusiviteit nee

copyrights

€ 840,-

(…)

Op deze offerte zijn onze algemene voorwaarden van toepassing en zijn meegestuurd in deze offerte.

algemene voorwaarden Hollandse Hoogte BV

(…)

9. gebruiksrecht (licentie) en intellectuele eigendomsrechten

Indien door het Bureau toestemming tot gebruik van een Werk wordt verleend, omvat deze toestemming uitsluitend het recht tot éénmalig gebruik, in ongewijzigde vorm, ten behoeve van een doel, oplage en wijze als partijen bij het aangaan van de overeenkomst voor ogen stond. (…) Elk gebruik van een Werk dat niet is overeengekomen, wordt beschouwd als een inbreuk op de Intellectuele Eigendomsrechten van de Maker. Bij inbreuk komt het Bureau/ de Maker (…) een vergoeding toe van tenminste drie maal (3 x) de bij het Bureau gebruikelijke vergoeding voor een dergelijke vorm van gebruik (…)

10. vervolg intellectuele eigendomsrechten: naamsvermelding

De Contractspartij draagt zorg voor de navolgende naamsvermelding (…) naam Fotograaf/naam (…) Hollandse Hoogte (…) Bij niet-nakoming van de in dit artikel genoemde voorwaarden komt het Bureau een extra vergoeding toe (…) van tenminste honderd procent (100%) van het bedrag verschuldigd aan publicatierechten.

2.5.

Op 7 december 2012 heeft Hollandse Hoogte een factuur gezonden aan InBev. Daarin is het volgende vermeld:

04/04/2012 Ref: vergroting Oranjeboom bier

(…) foto [eiser] 825,00

vergroting. De factuur is zonder inkooporder verstuurd omdat we al

8! maanden wachten een IO van [naam 1] (…)”

InBev heeft deze factuur destijds voldaan.

2.6.

Begin 2015 heeft [eiser] geconstateerd dat in restaurant [restaurant] (aan de Arenaboulevard te Amsterdam, nabij het Ajax-stadion) een grote afdruk van de de foto aan de muur hing, waarbij het flesje Oranjeboom-bier in handen van één van de supporters is veranderd in een bierflesje met het etiket Jupiler (in kleur).

De foto stond ook op de website van [restaurant] .

2.7.

Bij e-mail van 12 maart 2015 heeft [naam 3] van [restaurant] aan Hollandse Hoogte meegedeeld dat de foto afkomstig was van de marketingafdeling van InBev en heeft hij Hollandse Hoogte verzocht daarover verder met deze afdeling contact op te nemen.

2.8.

In een e-mail van 2 april 2015 heeft [naam 4] , directeur van Hollandse Hoogte, aan [eiser] het volgende bericht:

Net gesproken met [naam 1] . Hij gaat aan ons schriftelijk bevestigen dat de foto alleen voor 1 vergroting restaurant [restaurant] is gebruikt. Hiervoor heeft HH in 2012 licentie verleend, dis daar kan ik feitelijk niets aan doen. Wat ik wel met hem ben overeengekomen: de foto wordt vervangen/verwijderd. Ik ga hem nu alternatieven leveren.

2.9.

Bij e-mail van 25 juni 2015 heeft [naam 4] het volgende aan [naam 1] geschreven:

Tot onze grote verbazing en tot woede van [eiser] is zijn foto nog steeds niet vervangen. Het laatste wat ik hoorde is dat jullie begin mei een vervangende foto bij ons hebben uitgezocht en dat daarmee de foto van [eiser] zou worden verwijderd. Nu dit niet is gebeurd stel ik voor dat jullie op heel korte termijn aan ons laten weten wat er gaat gebeuren. Mocht dat wederom tot niets leiden dan zullen de vervolgstappen op juridisch vlak liggen aangezien de licentie niet in orde is en aangezien jullie een ander biermerk in de foto hebben gemonteerd.

[naam 1] heeft diezelfde dag nog per mail als volgt gereageerd:

(…) en zal dat nu oppakken met (…). We nemen dit zeer serieus en zorgen dat het nu zeer snel wordt opgelost. (…)

Vervolgens is de foto verwijderd door overschildering van de muur waarop deze was bevestigd. InBev heeft ter zake aan Hollandse Hoogte/ [eiser] een schadevergoeding van € 3.000,- (exclusief btw) betaald.

2.10.

De foto heeft ook gehangen in (twee vestigingen van) horecagelegenheid ‘ [horecagelegenheid] ’ te Amstelveen. Daarop is ook de (afbeelding van de) sigaret in handen van één van de voetbalsupporters vervangen door een (afbeelding van een) flesje bier met het etiket Jupiler. [eiser] heeft ook tegen dit gebruik van de foto bezwaar gemaakt. Bij e-mail van 6 januari 2016 heeft de eigenaar van [horecagelegenheid] [naam 5] het volgende aan [eiser] meegedeeld:

“(…) We waren al bezig met alternatieven en inmiddels wordt alle beeldmateriaal daadwerkelijk verwijderd (we hebben het inmiddels ook van mijn site afgehaald zoals u kunt zien). We vinden het erg spijtig dat de foto weg moet, maar kennelijk is het niet anders.”

2.11.

Bij brief en e-mail van 9 januari 2016 heeft de raadsman van [eiser] aan InBev (onder meer) verzocht mee te delen met welke horecaondernemingen (afgezien van [restaurant] en [horecagelegenheid] ) de foto is gedeeld, waarvoor de foto is gebruikt en welke veranderingen zijn aangebracht, te bevestigen dat de foto niet meer zal worden gebruikt in [horecagelegenheid] en verzocht om een schadevergoeding van € 10.000,- te betalen aan [eiser] .

2.12.

Bij brief van 18 januari 2016 heeft InBev aan (de raadsman van) [eiser] geschreven dat binnen InBev aan eenieder die bekend is met de foto, indien nog ergens in gebruik, is verzocht om “deze onmiddellijk te verwijderen en/of te vernietigen”. Verder staat in de brief:

Wij begrijpen dat het gebruik van de foto in [horecagelegenheid] zonder toestemming van uw cliënte heeft plaatsgevonden (…). Het gebruik van de foto berust op de onterechte opvatting van desbetreffende initiatiefnemer dat met de betaling van eerdere vergoedingen het beeldrecht ‘afgekocht’ was. Wij willen uw cliënte graag eenzelfde schadevergoeding betalen als wij vorig jaar voor het onterechte gebruik in restaurant [restaurant] zijn overeengekomen, te weten 3.000 EUR. Het gebruik en daarmee blootstelling aan bezoekers van [horecagelegenheid] is verhoudingsgewijs van kortere duur geweest dan het gebruik in Restaurant [restaurant] maar komt naar onze mening overeen qua doeleinden voor een vergelijkbare schadevergoeding.”

[eiser] is met dit aanbod niet akkoord gegaan.

2.13.

[eiser] kwam erachter dat de foto ook is gebruikt op muren in een bedrijfsverzamelgebouw in Eindhoven, een centrum voor sport, marketing en media, waar [café] is gevestigd, alsook op haar website. In dit gebouw zit ook [bedrijf] dat onder meer zaken doet voor Jupiler.

In een e-mail van 11 februari 2016 heeft [naam 6] van [café] het volgende meegedeeld aan (de raadsman van) [eiser] :

In de eerste week van januari hebben we gesproken met de heer [naam 1] van Jupiler, die ons het verzoek deed onze fotowand te verwijderen. Bij deze bevestig ik aan u dat de fotowand met de foto van de heer [eiser] op verzoek van Jupiler inmiddels zwart is overgeschilderd. Op onze site hebben we de beelden eveneens verwijderd. Dit heeft in januari haar beslag gekregen.”

2.14.

Bij brief van 15 februari 2016 heeft de raadsvrouw van InBev aan de raadsman van [eiser] , naar aanleiding van diens brieven over deze kwestie meegedeeld dat uit onderzoek is gebleken dat de foto in vier horecagelegenheden (naast [restaurant] ) zonder voorafgaande toestemming van [eiser] is gebruikt. De brief bevat voorts onder meer de volgende passages:

Het gaat specifiek om de volgende horecagelegenheden (inclusief vorm gebruik en tijdsduur):

a. [horecagelegenheid] (vestiging 2) te Amstelveen: wandplaat foto met 2 Jupiler flesjes en op de website – vanaf 1 februari 2015 tot december 2015 (…);

b. [horecagelegenheid] (vestiging 1) te Amstelveen: wandplaat foto met 1 flesje Jupiler – vanaf 13 juni 2014 tot eind 2014. Na sluiting van [horecagelegenheid] (vestiging 1) is deze wandplaat zonder ons medeweten meegenomen naar [café 1] te Amsterdam: wandplaat foto met 1 Jupiler flesje – vanaf voorjaar 2015 tot begin januari 2016;

c. [bedrijf 1] in het stadion van PEC Zwolle te Zwolle: wallprint foto met

1 Jupiler flesje – vanaf juni 2014 tot januari 2016;

d. [café] te Eindhoven: wallprint foto met 2 Jupiler flesjes – vanaf het voorjaar 2015 tot januari 2016.

(…)

Cliënte wil in het kader van een volledige openheid van zaken voorts ook erkennen dat in de skybox van cliënte in het NAC stadion te Breda de foto ook in aangepaste vorm (foto met 1 Jupiler flesje) is gebruikt. De foto is in aangepaste vorm gebruikt na het verkrijgen van een licentie van Hollandse Hoogte, als wanddecoratie in een besloten skybox in het stadion.”

InBev heeft [eiser] in de brief een schadevergoeding van € 15.160,- aangeboden, tegen finale kwijting, met onder meer als voorwaarde om de zaak uit de publiciteit te halen en te houden.

2.15.

Bij brief van 17 februari 2016, waarin InBev haar excuses heeft aangeboden aan [eiser] , heeft InBev vermeld dat zij ‘tot haar ontzetting’ heeft geconstateerd dat de foto (in 2014) ook blijkt te zijn gebruikt op de locatie ‘ [locatie] ’ te Zwolle. InBev heeft in de brief verder vermeld zich daarvoor verantwoordelijk te voelen, hoewel het gebruik van de foto niet op haar initiatief zou zijn gebeurd. Ook staat in deze brief dat InBev een interne mail heeft gestuurd (waarin de oorspronkelijke en de gemanipuleerde foto is meegezonden) met de volgende inhoud:

Beste collega’s,

Onderstaande foto met Jupiler flesje is gebruikt zonder de aanpassing met de auteur af te stemmen, in de volgende gelegenheden:

a. Restaurant [restaurant] te Amsterdam

b. [horecagelegenheid] te Amstelveen

c. [café 1] te Amsterdam

d. [bedrijf 1] in het stadion van PEC Zwolle te Zwolle

e. [café] te Eindhoven

f. NAC skybox te Breda

g. [locatie] te Zwolle

Ook de foto met Oranjeboom flesje mogen wij niet gebruiken. Het is momenteel van groot belang om het volgende na te gaan:

- Of jullie in het bezit zijn van één van deze foto’s (harde schijf, bijlage in e-mails etc.)

- Of één deze foto’s in de afgelopen jaren naar andere horecazaken – of anderen – is verzonden (per e-mail, printvorm etc.)

- Of één van deze foto’s door andere horecazaken met medewerking van ons werd of wordt gebruikt

Indien het bovenstaande op één van jullie van toepassing is, gelieve dit per ommegaande kenbaar te maken aan (…).

Kopieën van deze foto’s dienen per ommegaande te worden verwijderd.

InBev heeft [eiser] in deze brief een vergoeding van € 30.000,- aangeboden, te verhogen met een bedrag van (in totaal) € 5.000,- in het geval er, naar aanleiding van de mail, nog meer inbreuken aan het licht zouden komen.

2.16.

[eiser] heeft het onder 2.15 genoemde aanbod niet geaccepteerd en een tegenvoorstel gedaan waarover partijen het niet eens zijn geworden.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert, samengevat, veroordeling van InBev om binnen een week na betekening van het te wijzen vonnis:

- volledige schriftelijke opgave te doen, op straffe van verbeurte van dwangsommen, van alle gevallen waarin zij:

1) de foto heeft aangeboden aan een derde om deze openbaar te maken, met vermelding van de volledige naam en het adres van deze derden en de plaats van openbaarmaking, alsmede mede te delen of en zo ja hoe en wanneer InBev via internet de foto in meer algemene zin heeft aangeboden;

2) de foto heeft gereproduceerd, c.q. vergroot en gemanipuleerd (gefotoshopt) door (onder meer) aanbrenging c.q. vervanging van het merk (Oranjeboom) op het bierflesje op de foto in het merk Jupiler, dan wel of en zo ja wanneer zij (een) dergelijke foto(’s) digitaal heeft verspreid, met vermelding van de volledige naam en adres van de betrokkene(n);

3) bekend is met het feit dat er een openbaarmaking van de foto heeft plaatsgevonden, naar aanleiding van enig handelen van InBev, met vermelding van de exacte periode dat die openbaarmaking(en) heeft (hebben) geduurd c.q. nog voortduurt en vermelding van de betreffende plaats waar de foto werd openbaar gemaakt, en de volledig naam- en adresgegevens van de betrokkene(n);

- een voorschot van € 45.000,- te betalen aan schadevergoeding aan [eiser] ;

- de (volledige) proceskosten te betalen.

3.2.

InBev voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Tussen partijen is niet in geschil dat de foto een auteursrechtelijk beschermd werk is en dat [eiser] , als de maker daarvan, bevoegd is om tegen inbreuken op dat auteursrecht op te treden. Evenmin is in geschil dat [eiser] de foto niet heeft gemaakt voor reclamedoeleinden en/of om sportwedstrijden of biermerken te promoten. [eiser] heeft in dit verband gesteld altijd zeer terughoudend te zijn geweest in het commercieel uitbaten van zijn foto’s. Dit is door Inbev betwist, stellende dat het verkrijgen van de licentie via Hollandse Hoogte snel en eenvoudig was geregeld. [eiser] heeft echter gesteld dat hij met [naam 1] in die periode telefonisch contact heeft gehad over het gebruik van de foto, waarbij [naam 1] heeft gezegd dat het de bedoeling was om deze op kantoor te hangen, met welk gebruik [eiser] heeft ingestemd. InBev heeft dat niet weersproken. Aldus kan worden aangenomen dat aan InBev toestemming was verleend om (voor onbepaalde tijd) één vergroting van de foto, op te hangen/te vertonen in een bedrijfsruimte/

kantoorsetting. Daarvoor is een vergoeding van € 825,- overeengekomen en betaald. Dat op de offerte uit april 2012 ‘bedrijfstak brouwerijen’ is vermeld, maakt het voorgaande niet anders en impliceert geen commercieel gebruik. De foto moet in dit geding als kunstobject worden beschouwd.

4.2.

Uitgangspunt is dus dat Hollandse Hoogte namens [eiser] in 2012 toestemming aan InBev heeft verleend om (een vergroting van) de foto éénmalig te gebruiken.

4.3.

In 2015 is [eiser] erachter gekomen dat InBev met de foto ‘aan de haal’ is gegaan, in de eerste plaats door de foto (zonder medeweten en instemming van [eiser] ) te manipuleren, door een flesje Jupiler in kleur erin te fotoshoppen, en deze vervolgens te exposeren in het restaurant [restaurant] . [eiser] is daar onmiddellijk tegen opgetreden en partijen zijn overeengekomen dat de foto niet meer zou worden gebruikt en dat een (aanvullende) vergoeding van € 3.000,- zou worden betaald. Ook was daarbij afgesproken dat InBev (een andere) foto (‘s) van Hollandse Hoogte zou afnemen.

Uit de onder 2.8 aangehaalde e-mail kan worden afgeleid – en InBev heeft dat ook niet betwist – dat InBev aanvankelijk jegens [eiser] de indruk heeft gewekt dat de schending van de auteursrechten van [eiser] door het gebruik van de (gemanipuleerde) foto in restaurant [restaurant] een eenmalige gebeurtenis was.

4.4.

[eiser] kwam er echter achter dat de foto ook in (twee vestigingen van) [horecagelegenheid] in Amstelveen is gebruikt, niet alleen als wanddecoratie, maar ook op de website en op menukaarten. Ook hier is de foto ter beschikking gesteld door InBev en is de foto nog verder gemanipuleerd, nu door twee flesjes Jupiler in kleur erin te fotoshoppen.

4.5.

Naar aanleiding van de onder 4.4 genoemde constateringen heeft [eiser] InBev verzocht om hem mee te delen met welke horecaondernemingen (afgezien van [restaurant] en [horecagelegenheid] ) de foto is gedeeld, waarvoor de foto is gebruikt en welke veranderingen zijn aangebracht. InBev heeft [eiser] meegedeeld de foto’s te zullen verwijderen en een vergoeding aangeboden, maar geen openheid van zaken gegeven over het verdere gebruik van de foto.

4.6.

Nadien heeft [eiser] nogmaals het gebruik van de (gemanipuleerde) foto (via InBev) geconstateerd, namelijk in de horecagelegenheid [café] in Eindhoven, deel uitmakend van een aan sport gerelateerd bedrijvenverzamelgebouw.

4.7.

Nadat [eiser] tegen het gebruik van de foto is blijven protesteren en gerechtelijke stappen had aangekondigd heeft InBev bij brief van 15 februari 2016 (aangehaald bij 2.14) aan [eiser] toegegeven dat de (gemanipuleerde) foto ook nog is getoond in de horecagelegenheid [café 1] te Amsterdam, in het stadion van (de voetbalclub) PEC Zwolle en in de skybox van het stadion van (de voetbalclub), NAC. Dat laatste gebruik dateert al van 2007. Na verder uitzoekwerk is, zo blijkt uit de onder 2.14 aangehaalde brief van InBev, ook nog gebleken van gebruik van de foto in [locatie] te Eindhoven.

4.8.

Aldus staat in voldoende mate vast dat de foto waarin één- of tweemaal een flesje Jupiler in kleur is gefotoshopt, afgezien van de vertoning in restaurant [restaurant] in zeven aan horeca en/of voetbal gelieerde gelegenheden, (namelijk tweemaal [horecagelegenheid] , [café 1] , PEC Stadion, [locatie] , NAC en [café] ) zonder toestemming van [eiser] is vertoond.

Het verweer van Inbev dat Hollandse Hoogte, althans [eiser] voor het gebruik van de foto in de skybox van NAC in 2007 al een (eenmalige) licentie zou hebben verleend, heeft InBev tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door [eiser] , niet aannemelijk gemaakt.

Wel is aannemelijk dat de foto, naast het gebruik als wanddecoratie, is gebruikt op de websites van [horecagelegenheid] en [café] en op menukaarten van [horecagelegenheid] .

4.9.

Partijen zijn het er in beginsel ook over eens dat InBev aan [eiser] voor het gebruik van de foto (aanvullende) vergoedingen dient te betalen.

Over de hoogte daarvan lopen de meningen echter uiteen.

4.10.

Bij het bepalen van de hoogte van (het voorschot op) een schadevergoeding kan worden aangeknoopt bij het aanvankelijke tarief van de foto, € 825,-, waarop volgens de bij Hollandse Hoogte gebruikelijke algemene voorwaarden (aangehaald bij 2.4) voor een gebruik zonder toestemming en zonder naamsvermelding al (tenminste) een vermenigvuldigingsfactor 4 kan worden losgelaten. Dit zou al een vergoeding van € 3.300,- per foto rechtvaardigen.

Daar komt bij dat niet alleen sprake is geweest van het vertonen van de foto’s zonder toestemming, maar ook van het veranderen van de foto, hetgeen als een verminking of aantasting van de foto in de zin van artikel 25 lid 1 d van de Auteurswet kan worden aangemerkt. Anders dan InBev heeft betoogd is aannemelijk dat dit een aantasting betreft die nadeel zou kunnen toebrengen aan de naam van de maker, nu door het aanbrengen van de flesjes Jupiler de foto als een commerciële uiting kan worden gezien, terwijl dat geenszins de intentie was van [eiser] . Dat ook het merk Oranjeboom een (oud) merk is van InBev doet daar niet aan af. Dat zou mogelijk anders zijn, indien [eiser] indertijd toestemming zou hebben verleend om de foto te gebruiken als reclame voor het merk Oranjeboom, maar daarvan was geen sprake.

4.11.

Ook is van belang dat partijen voor het gebruik van de gemanipuleerde foto in [restaurant] een vergoeding van € 3.000,- zijn overeengekomen, waarbij zij ervan uitgingen dat dit om een eenmalig gebruik ging en bovendien was afgesproken dat InBev andere foto’s van Hollandse Hoogte zou afnemen, waar het uiteindelijk niet van is gekomen.

4.12.

Alle hiervoor geschetste omstandigheden in aanmerking genomen, komt een vergoeding van (tenminste) € 5.000,- per foto redelijk voor. Dat een hogere vergoeding geïndiceerd zou zijn omdat voor vergelijkbare reclamefoto’s van bijvoorbeeld Erwin Olaf tenminste € 15.000,- per foto wordt betaald – zoals [eiser] , met onderbouwing heeft gesteld – wordt niet gevolgd, omdat InBev terecht heeft betoogd dat de foto’s niet zijn gebruikt voor een specifieke marketingcampagne en niet onder een groot publiek zijn verspreid.

Wel ligt (naast 7 x € 5.000,-) een aanvullende vergoeding van (in totaal) € 5.000,- voor het gebruik van de foto op de websites van [horecagelegenheid] en [café] en op de menukaarten van [horecagelegenheid] in de rede.

4.13.

Al met al betekent dat dat voldoende aannemelijk wordt geacht dat de rechter in een eventuele bodemprocedure tenminste een vergoeding van (8 x

€ 5.000.- =) € 40.000,- zal toewijzen, zodat dit bedrag in kort geding als voorschot op de uiteindelijke schadevergoeding eveneens toewijsbaar is. [eiser] heeft bij toekenning van dit voorschot een spoedeisend belang, ter compensatie van de gepleegde inbreuken op zijn auteursrechten, waaraan geen einde lijkt te komen.

De omstandigheid dat de tot heden boven water gekomen gemanipuleerde foto’s voor zover bekend inmiddels zijn verwijderd, maakt dat niet anders.

4.14.

Naast de vordering tot (een voorschot op) schadevergoeding heeft [eiser] een aantal nevenvorderingen ingesteld, weergegeven bij 3.1. De eerste vordering in dit verband is dat InBev kenbaar dient te maken onder wie van haar relaties zij de foto destijds heeft verspreid. InBev heeft daaromtrent tot op heden onvoldoende openheid van zaken gegeven. Uit de mededelingen van [naam 1] ter terechtzitting kan worden afgeleid dat de foto vermoedelijk naar alle (ongeveer 100) ‘klanten’ van InBev (per mail) is toegezonden of bij klantcontacten is getoond. [eiser] heeft er, gezien de gang van zaken tot dusver, waarbij InBev aanvankelijk niet met [eiser] heeft gedeeld waar de foto te zien was (terwijl haar dat, zoals onder meer blijkt uit de e-mail weergegeven bij 2.13, wel bekend moet zijn geweest, omdat wel actie werd ondernomen om foto’s te verwijderen) (een spoedeisend) belang bij om over deze informatie te beschikken.

4.15.

Ook de vorderingen onder 2) en 3) zijn in het licht van het onder 4.14 overwogene toewijsbaar, met dien verstande dat InBev alleen aanvullende informatie dient te verschaffen die niet reeds in de onder 2.14 en 2.15 vermelde overzichten is verwerkt. Voor zover ook na verzending van de in 2.15 genoemde e-mail geen nieuwe locaties meer opduiken waar de foto is gebruikt, dan thans in de brief van InBev zijn vermeld, en InBev ook anderszins niet tot meer locaties komt, kan InBev volstaan met een verwijzing naar de eerdere overzichten. Nu InBev echter ook recent nog (in haar brief van 17 februari 2016) melding heeft gemaakt van een nieuwe plek waar de foto is gebruikt ( [locatie] te Zwolle), bestaat onvoldoende aanleiding om er op voorhand van uit te gaan dat de thans door InBev verstrekte gegevens volledig zijn.

4.16.

De gevorderde dwangsommen zullen worden gematigd en gemaximeerd zoals hierna vermeld en een termijn van 14 dagen na de betekening van dit vonnis wordt voor de verstrekking van de gegevens redelijk geacht. Mochten de onder 2.14 en 2.15 vermelde overzichten van InBev volledig blijken te zijn, dan worden vanzelfsprekend geen dwangsommen verbeurd.

4.17.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal InBev worden veroordeeld in de kosten van dit geding, waarbij de advocatenkosten zullen worden begroot zoals door [eiser] gespecificeerd. Het verweer van Inbev dat geen opgave is gedaan van het uurtarief van de advocaat van [eiser] gaat niet op omdat dit uurtarief van € 300,- per uur ter zitting is genoemd en niet ongebruikelijk is. Het stemt vrijwel overeen met het uurtarief van één van de advocaten van Inbev, zo blijkt uit de overgelegde specificatie van proceskosten van Inbev. Inbev wordt er niet in gevolgd dat zij zich hiertegen niet naar behoren zou kunnen verweren, zoals zij aanvoert. Daarom zullen de advocaatkosten worden begroot op € 12.930,-, conform de opgave.

4.18.

Nu het hier gaat om handhaving van auteursrechten is artikel 1019 i van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering aan de orde. De daarin in lid 1 genoemde termijn voor het instellen van een eis in de hoofdzaak, zal worden gesteld op drie maanden na de vonnisdatum.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt InBev om binnen 14 dagen na de betekening van dit vonnis aan [eiser] volledige schriftelijke opgave te doen, van alle gevallen waarin zij:

1) de foto heeft aangeboden aan een derde om deze openbaar te maken, met vermelding van de volledige naam en het adres van deze derden en de plaats van openbaarmaking, alsmede mede te delen of en zo ja hoe en wanneer InBev via internet de foto in meer algemene zin heeft aangeboden;

2) de foto heeft gereproduceerd, c.q. vergroot en gemanipuleerd (gefotoshopt) door (onder meer) aanbrenging c.q. vervanging van het merk (Oranjeboom) op het bierflesje op de foto in het merk Jupiler, dan wel of en zo ja wanneer zij (een) dergelijke foto(’s) digitaal heeft verspreid, met vermelding van de volledige naam en adres van de betrokkene(n);

3) bekend is met het feit dat er een openbaarmaking van de foto heeft plaatsgevonden, naar aanleiding van enig handelen van InBev, met vermelding van de exacte periode dat die openbaarmaking(en) heeft (hebben) geduurd c.q. nog voortduurt en vermelding van de betreffende plaats waar de foto werd openbaar gemaakt, en de volledig naam- en adresgegevens van de betrokkene(n);

5.2.

bepaalt dat InBev een dwangsom verbeurt van € 1.000,- voor iedere dag dat zij nalaat om (volledig) aan de veroordelingen onder 5.1 te voldoen, met een maximum van € 25.000,-;

5.3.

veroordeelt InBev om aan [eiser] te voldoen een bedrag van € 40.000,- (veertigduizend euro) als voorschot op schadevergoeding;

5.4.

veroordeelt InBev in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van [eiser] begroot op:

– € 94,08 € 94,08 aan explootkosten,

– € 94,08 € 885,- aan griffierecht en

– € 94,08 € 12.930,- aan salaris advocaat;

5.5.

bepaalt de termijn in de zin van artikel 1019i Rv op 6 maanden na heden;

5.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Walraven, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Balk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2016.1

1 type: MBcoll: LO