Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:816

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30-01-2015
Datum publicatie
19-02-2015
Zaaknummer
C/13/580079
Rechtsgebieden
Goederenrecht
Ondernemingsrecht
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Verbod op uitwinning pandrecht op aandelen van een dochtervennootschap waarvan de moedervennootschap onderwerp is van een geschil m.b.t. een meerderheidsbelang in de aandelen van die moedervennootschap

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2015-0097
JOR 2015/158 met annotatie van mr. I. van Gasteren
INS.nl 2015-0017
INS-Updates.nl 2015-0017
AR 2015/277
AR 2015/923
AR 2015/924

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/580079 / KG ZA 15-86 MvW/JWR

Vonnis in kort geding van 30 januari 2015

in de zaak van

de vennootschap naar buitenlands recht

NORTH FINANCIAL OVERSEAS CORPORATION,

gevestigd te Tortola (Britse Maagdeneilanden),

eiseres bij dagvaarding op verkorte termijn van 27 januari 2015,

advocaten mr. J.Ph. de Korte en mr. S.N.J. Putter te Amsterdam,

tegen

1. de naamloze vennootschap

SVYAZNOY N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

niet verschenen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ZUIDBROEK B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. L.P. Kortmann te Amsterdam,

3. [notaris],

kantoor houdende te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. L.P. Kortmann te Amsterdam,

4. de vennootschap naar buitenlands recht

TRELLAS ENTERPRISES LIMITED,

gevestigd te Nicosia (Cyprus),

gedaagde,

niet verschenen,

5. de vennootschap naar buitenlands recht

PUBLIC JOINT STOCK COMPANY PROMSVYAZBANK,

gevestigd te Moskou (Russische Federatie),

gedaagde,

advocaten mr. R.D. Vriesendorp en mr. T. Bird te Amsterdam,

6. de vennootschap naar buitenlands recht

NON-STATE PENSION FUND "BLAGOSOSTOYANIE" ,

gevestigd te Moskou (Russische Federatie),

gedaagde,

niet verschenen.

Eiseres zal hierna NFOC worden genoemd. Gedaagde sub 1 zal Svyaznoy worden genoemd. Gedaagden sub 2 en 3 zullen gezamenlijk worden aangeduid als de Notaris. Gedaagde sub 4 zal worden aangeduid als Trellas, gedaagde sub 5 als PSB en gedaagde sub 6 als NPF.

1 De procedure

Ter terechtzitting van 29 januari 2015 heeft NFOC gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding en akte houdende eiswijziging. PSB heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen en bij (eveneens aan dit vonnis gehechte) incidentele conclusie een eis ingediend tegen de Notaris. NFOC heeft bezwaar gemaakt tegen behandeling van laatstgenoemde vordering omdat het hier geen reconventie betreft. De Notaris heeft zich zowel wat betreft de vordering van NFOC als de vordering van PSB gerefereerd aan het oordeel van de voorzieningenrechter. Gezien deze referte alsmede de samenhang van de incidentele vordering met de vordering in de hoofdzaak acht de voorzieningenrechter gezamenlijke behandeling van beide vorderingen niet in strijd met de goede procesorde.

NFOC en PSB hebben producties in het geding gebracht. Door alle verschenen partijen is een pleitnota overgelegd. Ter terechtzitting waren onder meer aanwezig:

  • -

    namens NFOC de heer [vertegenwoordiger], bijgestaan door mr. De Korte, mr. Putter en mr. M.E.U. Janssens;

  • -

    namens de Notaris de heer [notaris], bijgestaan door mr. Kortmann en mr. A. Ourhis;

  • -

    namens PSB de heer [vertegenwoordiger], bijgestaan door mr. Vriesendorp en mr. Bird.

Wat betreft de niet-verschenen gedaagden geldt het volgende. Tegen Svyaznoy zal verstek worden verleend, nu aan de betekeningsvoorschriften en aan de door de voorzieningenrechter gestelde voorwaarden voor dagvaarding op verkorte termijn is voldaan en zij niet in het geding is verschenen.

Wat betreft Trellas en NPF geldt dat niet is gebleken dat aan alle betekeningsvoorschriften is voldaan. Evenmin is genoegzaam gebleken dat de dagvaarding op andere wijze deze rechtspersonen heeft bereikt. Daardoor blijft er ruimte voor twijfel over de vraag of Trellas en NPF op de hoogte zijn van de inhoud van de dagvaarding. Het gevraagde verstek wordt daarom niet verleend. De dagvaarding jegens Trellas en NPF zal nietig worden verklaard.

Na verder debat hebben de verschenen partijen verzocht vonnis te wijzen.

In verband met het spoedeisende karakter van de zaak is op 29 januari 2015 mondeling uitspraak gedaan op de vorderingen gericht tegen de Notaris, waarbij is aangegeven dat op de overige vorderingen op 30 januari 2015 zal worden beslist, zoals bij schriftelijke uitspraak van die datum is geschied in de vorm van een kop-staartvonnis. Daarbij is meegedeeld dat de nadere uitwerking zal volgen op 12 februari 2015. Dit vonnis vormt die uitwerking.

2 De feiten

2.1.

NFOC heeft op basis van twee leningsovereenkomsten geld uitgeleend aan Trellas, in totaal USD 120 miljoen, te vermeerderen met rente. Tot zekerheid van de terugbetaling heeft Trellas onder meer 51% van haar aandelen aan NFOC in onderpand gegeven. Dit pandrecht wordt hierna aangeduid als het “Cypriotisch pandrecht”. In de betreffende pandakte is, kort gezegd, bepaald dat, ingeval van tekortschieten aan de zijde van Trellas, het NFOC is toegestaan het pandrecht uit te winnen door middel van overdracht van de aandelen aan zichzelf.

2.2.

Trellas is houder van 75% van de aandelen in Svyaznoy. Op 18 april 2014 heeft Trellas 51% van haar aandelen in Svyaznoy verpand aan PSB tot zekerheid van aan Trellas en haar groepsvennootschap Enter LLC verstrekte geldleningen. Dit pandrecht wordt hierna aangeduid als het “Nederlands pandrecht”.

2.3.

Trellas is haar verplichtingen jegens NFOC niet nagekomen. NFOC heeft vervolgens haar leningen opgeëist en, toen betaling uitbleef, stappen ondernomen om tot uitwinning van het Cypriotisch pandrecht over te gaan, in die zin dat zij de aandelen op haar naam wenst te krijgen en de daaraan verbonden rechten wil uitoefenen.

2.4.

Op 26 december 2014 hebben de aandeelhouders van Trellas de statuten van deze onderneming gewijzigd met als gevolg dat thans belangrijke besluiten met een meerderheid van 95% van de aandeelhouders moeten worden genomen.

2.5.

NFOC heeft onder meer op Cyprus een procedure tegen Trellas aangespannen. In deze procedure op Cyprus is een zogenoemde “Freezing Order” uitgesproken op 4 december 2014. Deze houdt, kort gezegd, in dat het Trellas niet is toegestaan om (indirecte) vermogensbestanddelen te vervreemden. Vervolgens zijn door de rechter op Cyprus meerdere “orders” afgegeven, waaronder op 30 december 2014 een zogenoemde “Transfer Order” , inhoudende dat de op grond van het Cypriotisch pandrecht verpande aandelen aan NFOC dienen te worden overgedragen. Hiertegen is door de huidige aandeelhouders van Trellas bezwaar gemaakt. De tenuitvoerlegging van de Transfer Order is thans geschorst tot het moment dat de rechter op Cyprus definitief uitspraak heeft gedaan.

2.6.

Op 8 december 2014 heeft NFOC conservatoir beslag gelegd op de aandelen die Trellas in Svyaznoy houdt.

2.7.

Op 13 januari 2015 is in het Financieel Dagblad en het Parool aangekondigd dat ten overstaan van de Notaris 15% van de aandelen Svyaznoy openbaar zouden worden verkocht. Deze verkoop heeft op 19 januari 2015 plaatsgevonden. Daarbij is het betreffende pakket aandelen voor een bedrag van 19,7 miljoen euro verkocht aan de executerend pandhouder, Closed Joint Stock Company Financial Investments (hierna: Financial Investments).

2.8.

Op 22 januari 2015 heeft de voorzieningenrechter Trellas bij verstek veroordeeld tot betaling van ruim twee miljard Russische roebel (ruim 26 miljoen euro) aan PSB. PSB heeft op 31 december 2014 Trellas ter zake een geldvordering gedagvaard in een bodemprocedure. De eerste rolzitting in die zaak is gepland voor 25 februari 2015.

2.9.

Op 24 januari 2015 is in het Financieel Dagblad en het Parool opnieuw een verkoop van 15% van de aandelen Svyaznoy aangekondigd. Deze veiling staat gepland voor 30 januari 2015, wederom ten overstaan van de Notaris, ditmaal in opdracht van PSB.

3 Het geschil

3.1.

NFOC vordert – samengevat – na vermeerdering van eis:

A. Svyaznoy en Trellas te gebieden de statuten van Svyaznoy zoals die op 26 november 2012 golden te handhaven zolang NFOC nog niet de meerderheid van de bestuurders van Trellas en (indirect) Svanznoy heeft benoemd;

B. Svyaznoy te verbieden om zolang NFOC nog niet de meerderheid van de bestuurders van Trellas en (indirect) Svanznoy heeft benoemd, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van NFOC een transactie aan te gaan of goed te keuren waarvan de geschatte waarde meer dan € 25.000,- bedraagt;

C. aan de veroordelingen onder A en B een dwangsom van € 175.000.000,- te verbinden;

D. PSB te verbieden om, zolang NFOC nog niet de meerderheid van de bestuurders van Trellas en (indirect) Svyaznoy heeft benoemd het Nederlands pandrecht uit te winnen, althans slechts uit te winnen onder nader door de voorzieningenrechter te stellen voorwaarden;

E. aan de veroordeling onder D een dwangsom van € 175.000.000,- te verbinden;

F. NPF te verbieden, zolang NFOC nog niet de meerderheid van de bestuurders van Trellas en (indirect) Svyaznoy heeft benoemd haar pandrecht op de aandelen in het kapitaal van Svyaznoy uit te winnen, althans slechts uit te winnen onder nader door de voorzieningenrechter te stellen voorwaarden;

G. aan de veroordeling onder F een dwangsom van € 175.000.000,- te verbinden;

H. de Notaris te verbieden om zolang NFOC nog niet de meerderheid van de bestuurders van Trellas en (indirect) Svyaznoy heeft benoemd op enige wijze uitvoering te geven aan (voorbereiding van) executie van enig pandrecht op aandelen in het kapitaal van Svyaznoy, althans hiertoe slechts over te gaan op nader door de voorzieningenrechter te bepalen voorwaarden;

I. maatregelen te treffen ter handhaving en herstel van de verhaalspositie van NFOC en ter ondersteuning van de Cypriotische Freezing Order;

J. gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten;

K. PSB te verbieden om (1) haar vordering uit hoofde van het vonnis van 22 januari 2015 en/of het Nederlandse pandrecht te vervreemden, (2) de op 31 december 2014 betekende dagvaarding aan te brengen en (3) enige executoriale titel tegen Trellas ten uitvoer te leggen, althans ten uitvoer te leggen tegen aandelen in het kapitaal van Svyaznoy, althans PSB te verbieden een verzoek ex artikel 474g Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in te dienen, althans dit na te laten zolang NFOC nog niet de meerderheid van de bestuurders van Trellas en (indirect) Svanznoy heeft benoemd, althans indiening van een verzoek van PSB ex 474g slechts toe te staan met gelijktijdige toezending daarvan aan de advocaat van NFOC;

L. aan de veroordeling onder K een dwangsom van € 175.000.000,- te verbinden;

M. te bepalen dat dit vonnis kan worden ingeschreven in het aandeelhoudersregister van Svyaznoy en door NFOC kan worden gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel.

3.2.

NFOC stelt – kort gezegd – dat zij bezig is om 51% van de aandelen in het kapitaal van Trellas op haar naam te krijgen. De huidige aandeelhouder werkt evenwel tegen, hetgeen onder meer blijkt uit het doorvoeren van de onder 2.3 genoemde statutenwijziging bij Trellas. NFOC vreest dat een dergelijke gang van zaken zich bij Svyaznoy zal herhalen of dat anderszins acties zullen worden ondernomen die haar verhinderen haar rechten als aandeelhouder volledig te effectueren. PSB en NPF werken met de huidige aandeelhouder van Trellas samen en trachten op goedkope wijze de aandelen in Svyaznoy te verkrijgen. Het op de veiling van 19 januari 2015 verkochte aandelenpakket heeft slechts een fractie van de werkelijke waarde opgebracht en NFOC vreest dat dit zich op de geplande veiling van 30 januari 2015 zal herhalen. Het moet daarom PSB en NPF worden verboden tot verkoop van aandelen Svyaznoy over te gaan en de Notaris om hieraan medewerking te verlenen. Ook andere executiemaatregelen dienen te worden verboden, nu het vermoeden bestaat dat via juridische procedures niet-bestaande vorderingen op Svyaznoy worden gecreëerd. Aldus – steeds – NFOC.

3.3.

PSB betwist – kort gezegd – dat zij met de uitwinning van haar pandrecht een ander doel heeft dan verkrijging van hetgeen waarop zij recht heeft, namelijk voldoening van de door haar aan Trellas verstrekte lening. Er is dan ook geen reden om een verbod op de voorgenomen veiling uit te spreken dan wel haar anderszins in haar (executoriale) bevoegdheden te beperken. PSB meent dat de Notaris is gehouden zijn medewerking aan de voorgenomen veiling te geven en vordert veroordeling daartoe.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

In dit geding zijn niet alle partijen in Nederland gevestigd of woonachtig. Daarom moet (behoudens met betrekking tot de gedaagden ten aanzien van wie de dagvaarding nietig wordt verklaard) worden beoordeeld of de Nederlandse rechter internationale rechtsmacht heeft en welk recht op de vorderingen van toepassing is.

4.2.

Voor de vraag of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dus internationaal bevoegd is om over de vorderingen te oordelen, geldt ten aanzien van Svyaznoy en de Notaris dat de voorzieningenrechter bevoegd is omdat zij in Nederland hun vestigings- en woonadres hebben (artikel 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Ten aanzien van PSB moet de Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (de Herschikte EEX-Vo) worden toegepast. PSB heeft de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter niet betwist. Op haar is artikel 26 van de Herschikte EEX-Vo van toepassing. In deze bepaling wordt het gerecht van een lidstaat waarvoor een verweerder verschijnt bevoegd verklaard, indien de bevoegdheid niet wordt betwist. De voorzieningenrechter acht zich dan ook bevoegd om over alle vorderingen te oordelen.

4.3.

Op de vraag welk recht op de vorderingen van toepassing is, geeft artikel 4 lid 1 van de Verordening (EG) nr. 864/2007 van11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen, PbEU 2007 L 199 (de Rome II-Verordening) het antwoord. Dit artikel bepaalt dat het recht dat van toepassing is op een onrechtmatige daad het recht is van het land waar de schade zich voordoet. De vorderingen jegens Svyaznoy, de Notaris en PSB zijn gegrond op (dreigend) onrechtmatig handelen. De schade als gevolg van het handelen, met name de gestelde onrechtmatige voorgenomen openbare verkoop van aandelen in Svyaznoy, doet zich in Nederland voor. Het Nederlands recht is dus van toepassing op de vorderingen.

4.4.

Nu tegen Svyaznoy verstek is verleend en de tegen haar gerichte vorderingen niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen zullen de vorderingen genoemd in 3.1 onder A en B, voor zover zij zich richten tegen Svyaznoy, worden toegewezen. De dwangsom, genoemd in 3.1 onder C, zal worden gematigd en gemaximeerd als na te melden.

4.5.

Wat betreft de vorderingen genoemd in 3.1 onder D tot en met H geldt het volgende. NFOC stelt dat PSB, evenals Financial Investments (dat volgens NFOC onder controle van NPS staat), samenspant met de huidige meerderheidsaandeelhouder van Trellas, de heer [eigenaar]. Deze aandeelhouder tracht op Cyprus te voorkomen dat NFOC de aan haar verpande aandelen in Trellas op haar naam gesteld krijgt en bestuurders benoemt, en aldus zeggenschap over Trellas verkrijgt. Volgens NFOC is Svyaznoy het meest waardevolle onderdeel van Trellas. Svyaznoy is als retailer actief op de Russische telecommarkt. De huidige aandeelhouder van Trellas wil voorkomen dat Svyaznoy in handen komt van NFOC. Om die reden zijn Financial Investments en PSB overgegaan tot uitwinning van hun pandrecht. Financial Investments heeft onlangs een belang van 15% in Svyaznoy verkregen voor een bedrag van 19,7 miljoen euro. Volgens NFOC staat een dergelijke opbrengst niet in verhouding tot de marktwaarde van dit aandelenpakket. Volgens NFOC heeft een derde partij onlangs een bedrag van omgerekend 120 miljoen euro voor 49% van de aandelen Svyaznoy geboden. Het aandelenpakket had derhalve voor tweemaal zoveel geld verkocht kunnen worden. Volgens NFOC is de geringe opbrengst het gevolg van de wijze van verkoop.

4.6.

Wat betreft de wijze van verkoop hebben PSB en de Notaris verklaard dat zowel de verkoop die heeft plaatsgevonden op 19 januari 2015 als de voorgenomen verkoop op 30 januari 2015 is aangekondigd in het Parool en het Financieel Dagblad en door middel van biljetten op openbare plakzuilen. Dit is conform de daaraan te stellen vereisten. Verder voeren zij aan dat het eigen vermogen van Svyaznoy ongeveer 82 miljoen euro bedraagt. Een opbrengst van 19,7 miljoen euro voor 15% van de aandelen is derhalve niet lager dan mocht worden verwacht. Er is daarom naar zij menen geen reden om de voor 30 januari 2015 geplande veiling te verbieden.

4.7.

PSB ontkent voorts dat zij samenspant met de huidige aandeelhouder van Trellas. Zij voert aan dat zij een vordering heeft welke niet wordt voldaan en dat zij derhalve gerechtigd is tot uitwinning van haar pandrecht over te gaan.

4.8.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. In beginsel is PSB als pandhouder gerechtigd haar pandrecht op de aandelen Svyaznoy uit te winnen. Zij dient daarbij echter rekening te houden met de gerechtvaardigde belangen van andere betrokkenen, waaronder in dit geval NFOC te rekenen is. Dit omdat NFOC eveneens schuldeiser is van Trellas en conservatoir beslag op de aan PSB verpande aandelen van Trellas in Svyaznoy heeft gelegd, maar meer nog omdat NFOC stelt dat zij gerechtigd is tot het verkrijgen van een meerderheidsbelang in Trellas. Daarover is thans in Cyprus een procedure aanhangig. Onweersproken is gesteld dat op korte termijn een beslissing in de procedure ter zake de “Transfer Order” valt te verwachten. NFOC heeft gesteld dat ingeval de meerderheid van de aandelen in Trellas aan haar worden overgedragen, zij zorg zal dragen voor voldoening van de vordering van PSB. PSB heeft daar tegenover haar belang bij verkoop van de verpande aandelen op korte termijn onvoldoende duidelijk gemaakt, zodat de voorzieningenrechter van oordeel is dat het belang van NFOC bij het geen doorgang laten vinden van de voorgenomen veiling zwaarder moet wegen. Daarbij merkt de voorzieningenrechter op dat ingeval NFOC geen meerderheidsbelang verkrijgt dan wel niet overgaat tot betaling van de door PSB gestelde vordering, PSB alsnog tot uitwinning over zal kunnen gaan.

4.9.

Het belang van NFOC bestaat verder onder meer hierin dat, ingeval overgegaan wordt tot openbare verkoop van de verpande aandelen, de opbrengst hiervan zo hoog mogelijk is. Dat strijdt niet met het belang van PSB, behoudens in het geval dat PSB als executerend pandhouder de aandelen zelf voor een lage prijs wenst te verwerven. De figuur van het pandrecht is echter door de wetgever niet met dat oogmerk in het leven geroepen, zodat dat belang ondergeschikt moet worden geacht aan dat van NFOC (en aan dat van mogelijke andere schuldeisers van Svyaznoy).

4.10.

De wijze waarop een veiling wordt georganiseerd is van invloed op de daarop te behalen verkoopprijs. Hoewel partijen van mening verschillen over de marktwaarde van het te veilen aandelenpakket zijn zij het erover eens dat het in elk geval (minimaal) gaat om een bedrag van tegen de twintig miljoen euro. Dit betekent dat alleen van diegenen die tot grote investeringen in staat zijn kan worden verwacht dat zij belangstelling zouden kunnen hebben. Het is een feit van algemene bekendheid dat deze groep gewoonlijk niet via aankondigingen op openbare plakzuilen wordt bereikt. Van belang is verder dat het hier gaat om aandelen in een bedrijf dat actief is in de Russische telecombranche. Het is kwestieus of een aankondiging in uitsluitend twee Nederlands dagbladen, waarvan er slechts één zich specifiek op de relevante doelgroep (voor zover in Nederland gevestigd) richt, voldoende is om die mate van belangstelling die naar verwachting tot een maximale opbrengst leidt, op te roepen. Daar komt bij dat mogelijke bieders zich zullen willen verdiepen in het bedrijf waarin zij een belang kunnen nemen. Een termijn van zes dagen tot het moment van de veiling is daarvoor in omstandigheden als hier aan de orde onvoldoende.

4.11.

De voorzieningenrechter acht verder van belang dat recent reeds aandelen in het kapitaal van Svyaznoy zijn geveild, waarbij de veiling op identieke wijze was georganiseerd. Ter terechtzitting is duidelijk geworden dat op die veiling de executerend pandhouder als enige een bod heeft uitgebracht en zo de aandelen heeft verkregen. Dit gegeven vormt eveneens een aanwijzing dat de gekozen verkoopwijze niet tot een optimale opbrengst leidt. Daarbij merkt de voorzieningenrechter op dat de verkoopwaarde van aandelen in een onderneming gewoonlijk niet uitsluitend wordt gebaseerd op de omvang van het eigen vermogen, maar tevens op andere factoren die het rendement van de onderneming beïnvloeden. Volgens de Notaris en PSB was de gerechtvaardigde verwachting ten aanzien van de verkoopopbrengst van de verpande aandelen op de veiling van 30 januari 2015, dat deze opbrengst zo hoog mogelijk zou zijn. Uit het voorgaande volgt dat deze stelling voorshands onhoudbaar is.

4.12.

De voorzieningenrechter is dan ook vanoordeel dat met de voorgenomen veiling onvoldoende rekening wordt gehouden met de

gerechtvaardigde belangen van NFOC. Teneinde te bewerkstellingen dat bij de

uitwinning door PSB van haar pandrecht in voldoende mate rekening zal worden

gehouden met de belangen van NFOC zal het verbod om het pandrecht uit te

oefenen worden toegewezen in die zin dat PSB zal worden verboden om haar

pandrecht op de aandelen in het kapitaal van Svyaznoy uit te winnen totdat in de

thans in Cyprus aanhangige procedure ter zake de Transfer Order (zie hiervoor

onder 2.5) uitspraak is gedaan en PSB de Nederlandse advocaat van NFOC

schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van haar voornemen om tot uitwinning over te

gaan, waarbij zij een wachttijd van twee werkdagen in acht zal moeten nemen. De

dwangsom zal worden gematigd als na te melden. Uit het voorgaande vloeit tevens

voort dat de incidentele vordering tegen de Notaris niet toewijsbaar is.

4.13.

De vordering jegens de Notaris zal worden toegewezen in gelijke zin als jegens PSB. Ingeval een andere partij (niet zijnde PSB) zich meldt voor de verkoop van verpande aandelen Svyaznoy geldt immers dezelfde hiervoor genoemde belangenafweging. De Notaris, die ermee bekend was dat NFOC beslag had gelegd op aandelen in Svyaznoy, had zich van deze belangenafweging rekenschap moeten geven en daarin gegronde redenen moeten zien om de van hem verlangde werkzaamheden te weigeren. Door mee te werken aan de wijze van verkoop zoals PSB van hem verlangde, heeft de notaris voorshands onrechtmatig gehandeld jegens NFOC.

4.14.

De vordering genoemd in 3.1 onder I is te onbepaald om voor toewijzing in aanmerking te komen.

4.15.

Wat betreft de vorderingen genoemd onder 3.1 onder K en L oordeelt de voorzieningenrechter als volgt. Gezien de wijze waarop PSB voornemens was een deel van de aan haar verpande aandelen te veilen - waarbij zij onvoldoende oog heeft gehad voor de belangen van NFOC - ziet de voorzieningenrechter aanleiding het gevorderde verbod om executoriale maatregelen ten laste van Trellas ten uitvoer te leggen jegens aandelen in het kapitaal van Svyaznoy, toe te wijzen voor een periode van twee maanden. Gedurende die periode zal naar verwachting meer duidelijkheid ontstaan over de vraag of NFOC gerechtigd is om 51% van de aandelen in Trellas op haar naam overgedragen te krijgen en aldus kan na twee maanden een hernieuwde afweging van de wederzijdse belangen plaatsvinden. Ter voorkoming van indirecte tenuitvoerlegging zal tevens het gevorderde verbod om de vorderingen die PSB uit hoofde van het vonnis van 22 januari 2015 en het Nederlandse pandrecht op Trellas heeft te vervreemden, worden toegewezen. De dwangsom zal worden gematigd als na te melden. Een verbod tot het aanbrengen van de dagvaarding van 31 december 2014 (zie hiervoor onder 2.8) acht de voorzieningenrechter in strijd met artikel 17 van de Grondwet.

4.16.

Nu PSB ertoe wordt veroordeeld om NFOC op de hoogte te stellen van haar voornemen om tot uitwinning van haar pandrecht over te gaan en zij vooralsnog voor haar vorderingen op Trellas geen executiemaatregelen jegens de aandelen in het kapitaal van Svyaznoy mag nemen, heeft NFOC onvoldoende belang bij toewijzing van haar vordering als genoemd in 3.1 onder M. Dit deel van de vordering zal daarom worden afgewezen.

4.17.

PSB en de Notaris zullen als de merendeels in het ongelijk gestelde partijen hoofdelijk worden veroordeeld in de proceskosten van NFOC, tot op heden begroot op € 613,- aan griffierecht en € 816,- aan kosten rechtsbijstand. De proceskosten in het incident zullen worden gecompenseerd in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

in de hoofdzaak

5.1.

verklaart de dagvaarding ten aanzien van Trellas en NPF nietig;

5.2.

gebiedt Svyaznoy (waaronder begrepen haar orgaan de algemene vergadering van aandeelhouders) om, zolang NFOC nog niet onherroepelijk de meerderheid van de bestuurders in het bestuur van Trellas heeft benoemd en Trellas vervolgens onherroepelijk de meerderheid van de bestuurders in het bestuur van Svyaznoy heeft benoemd, de statuten van Svyaznoy zoals die op 26 november 2012 golden te handhaven of (indien zij reeds gewijzigd mochten zijn) op een zo kort mogelijke termijn na heden opnieuw in werking te stellen;

5.3.

veroordeelt Svyaznoy aan NFOC een dwangsom te betalen van

€ 10.000.000,00 voor iedere keer waarop het in 5.2 uitgesproken verbod wordt overtreden;

5.4.

verbiedt Svyaznoy (waaronder begrepen haar organen de raad van bestuur, raad van commissarissen en algemene vergadering van aandeelhouders) om, zolang NFOC nog niet onherroepelijk de meerderheid van de bestuurders in het bestuur van Trellas heeft benoemd en Trellas vervolgens onherroepelijk de meerderheid van de bestuurders in het bestuur van Svyaznoy heeft benoemd, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van NFOC direct of indirect enige transactie aan te gaan of goed te keuren waarvan de (geschatte) waarde meer dan EUR 25.000 bedraagt;

5.5.

veroordeelt Svyaznoy aan NFOC een dwangsom te betalen van

€ 1.000.000,00 voor iedere keer waarop het in 5.4 uitgesproken verbod wordt overtreden;

5.6.

verbiedt PSB om haar pandrecht op de aandelen in het kapitaal van Svyaznoy uit te winnen totdat in de thans in Cyprus aanhangige procedure over de schorsing van de Transfer Order, genoemd in productie 67 van NFOC onder B, uitspraak is gedaan en daarna, mits NFOC de Nederlandse advocaat van PSB na het bekend worden van de uitspraak per omgaande een schriftelijke kopie daarvan heeft doen toekomen, alleen tot uitwinning over te gaan nadat zij de Nederlandse advocaat van NFOC schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van haar voornemen om tot uitwinning over te gaan en zij een wachttijd van twee werkdagen in acht heeft genomen, te rekenen vanaf het moment dat deze mededeling omtrent haar voornemen de Nederlandse advocaat van NFOC heeft bereikt;

5.7.

veroordeelt PSB aan NFOC een dwangsom te betalen van

€ 10.000.000,00 ingeval het in 5.6 uitgesproken verbod wordt overtreden;

5.8.

verbiedt de Notaris om op enige wijze uitvoering te geven aan (voorbereiding van) uitwinning van enig pandrecht op aandelen in het kapitaal van Svyaznoy totdat in de thans in Cyprus aanhangige procedure over de schorsing van de Transfer Order, genoemd in productie 67 van NFOC onder B, uitspraak is gedaan en daarna, mits NFOC de Nederlandse advocaat van PSB na het bekend worden van de uitspraak per omgaande een schriftelijke kopie daarvan heeft doen toekomen, alleen tot uitvoering over te gaan nadat hij de Nederlandse advocaat van NFOC schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van zijn voornemen om tot uitvoering over te gaan en een wachttijd van twee werkdagen in acht heeft genomen, te rekenen vanaf het moment dat de mededeling omtrent zijn voornemen de Nederlandse advocaat van NFOC heeft bereikt;

5.9.

verbiedt PSB om haar vordering uit hoofde van het kort geding vonnis dat op 22 januari 2015 door de voorzieningenrechter te Amsterdam gewezen is in de zaak tussen PSB en Trellas met zaak-/rolnummer 579512/KG ZA 15-41 MW/JT, uit hoofde van de Agreement zoals gedefinieerd in de pandakte zoals die door NFOC als productie 25 in het geding is gebracht, en uit hoofde van het pandrecht van PSB op de aandelen Svyaznoy, te vervreemden dan wel de uitvoering van een eventueel reeds in gang gezette vervreemding van voornoemde vorderingen te voltooien, gedurende een periode van twee maanden na heden;

5.10.

verbiedt PSB om enige executoriale titel ten laste van Trellas ten uitvoer te leggen met betrekking tot een of meerdere aandelen in het kapitaal van Svyaznoy, gedurende een periode van twee maanden na heden, met uitzondering van het hiervoor onder 5.6 bepaalde;

5.11.

veroordeelt PSB aan NFOC een dwangsom te betalen van

€ 10.000.000,00 voor iedere keer dat het in 5.9 en/of 5.10 uitgesproken verbod wordt overtreden;

5.12.

veroordeelt PSB en de Notaris hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde

van NFOC tot op heden begroot op € 613,- aan griffierecht en € 816,- aan kosten rechtsbijstand;

5.13.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.14.

wijst het meer of anders gevorderde af;

in het incident

5.15.

weigert de gevraagde voorziening;

5.16.

compenseert de proceskosten in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Walraven, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. J.W. Rouwendal, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2015.1

1 type: JWR coll: SvE