Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:4085

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30-06-2015
Datum publicatie
30-06-2015
Zaaknummer
C/13/588653 / KG ZA 15-718
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Amsterdamse plaatsingssysteem middelbare scholen met ruilverbod houdt stand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
WVO Commentaar en Jurisprudentie 2015/475
NJF 2015/366
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/588653 / KG ZA 15-718 MW/LO

Vonnis in kort geding van 30 juni 2015

in de zaak van

1 [eiser 1],

2. [eiser 2],

3. [eiseres 3],

4. [eiseres 4],

5. [eiser 5],

6. [eiseres 6],

7. [eiseres 7],

8. [eiseres 8],

9. [eiseres 9],

10. [eiseres 10],

11. [eiseres 11],

12. [eiseres 12],

13. [eiseres 13],

14. [eiseres 14],

15. [eiseres 15],

16. [eiseres 16],

17. [eiseres 17],

18. [eiser 18],

19. [eiseres 19],

20. [eiser 20],

allen als wettelijk vertegenwoordiger van de in de dagvaarding vermelde minderjarige kinderen,

allen wonende te [woonplaats],

eisers bij dagvaarding van 18 juni 2015,

advocaat mr. E.E. Sprenkeling te Amsterdam,

tegen

1. de vereniging

VERENIGING OSVO,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. C. van Oosten te Amsterdam,

2. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE AMSTERDAM (Dienst Onderwijs & Jeugd),

zetelende te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. B. Fluit te Amsterdam,

en als tussenkomende partij

1 [tussenkomende partij 1],

2. [tussenkomende partij 2],

als wettelijke vertegenwoordigers van de in de incidentele conclusie vermelde minderjarige [naam],

wonende te [woonplaats],

voegende en tussenkomende partij,

advocaat mr. M.G. Jansen te Haarlem.

Partijen zullen hierna de ouders, OSVO en de gemeente worden genoemd. De tussenkomende partij wordt (in enkelvoud) aangeduid als [tussenkomende partij ].

1 De procedure

1.1.

Voorafgaand aan de behandeling ter terechtzitting van 23 juni 2015 heeft [tussenkomende partij ] een incidentele conclusie tot voeging en tussenkomst aan de voorzieningenrechter doen toekomen. Dit verzoek is ter zitting behandeld. De ouders, OSVO en de gemeente hebben geen bezwaar gemaakt tegen voeging en tussenkomst van [tussenkomende partij ] in deze procedure. De voorzieningenrechter heeft, gelet op het belang van [tussenkomende partij ] bij dit kort geding om benadeling te voorkomen, mede gelet op de zelfstandige vorderingen van [tussenkomende partij ], het verzoek tot tussenkomst toegestaan.

1.2.

Ter terechtzitting van 23 juni 2015 hebben de ouders vervolgens gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding en de eveneens aangehechte akte wijziging eis. [tussenkomende partij ] heeft in de tussenkomst gesteld en gevorderd overeenkomstig de eveneens in fotokopie aan dit vonnis gehechte incidentele conclusie. OSVO en de gemeente hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de door de ouders en [tussenkomende partij ] gevraagde voorzieningen.

1.3.

Alle partijen hebben een pleitnota in het geding gebracht. De ouders, [tussenkomende partij ] en OSVO hebben ook producties in het geding gebracht. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren onder meer aanwezig:

aan de zijde van de ouders: mevrouw [eiseres 15], mevrouw [eiseres 16] en mevrouw [eiseres 17] met mr. Sprenkeling;

aan de zijde van OSVO: mevrouw [naam 1] en mevrouw [naam 2] met mr. C. van Oosten en mr. F.P. van Galen;

aan de zijde van de gemeente: mevrouw [naam 3] en de heer [naam 4] met mr. Fluit;

aan de zijde van [tussenkomende partij ]: de heer en mevrouw [tussenkomende partij ] met mr. Jansen.

2 De feiten

2.1.

De ouders hebben allen een minderjarig kind dat in het schooljaar 2015-2016 zal starten op het voortgezet onderwijs. Datzelfde geldt voor [tussenkomende partij ].

2.2.

OSVO is een vereniging waarvan alle scholen van voortgezet (speciaal) onderwijs (hierna: VO-scholen) in Amsterdam lid zijn. Haar doelstelling is blijkens de statuten ‘initiatiefnemer en eindverantwoordelijke te zijn voor gezamenlijke beleidsvorming en –uitvoering in het voortgezet (speciaal) onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs op regionaal niveau’.

2.3.

De VO-scholen in Amsterdam hebben gezamenlijk genoeg plaatsen voor alle achtstegroepers die de overstap naar de middelbare school maken, ook voor een aantal leerlingen uit omliggende gemeenten. Er bestaat echter al jaren een discrepantie tussen het aantal aanmeldingen en het aantal plaatsen per school. Met name bepaalde HAVO- en VWO-scholen zijn populair en kampen al jaren met teveel aanmeldingen. Dit leidt er toe dat er ieder jaar leerlingen zijn die niet op hun school van eerste voorkeur terecht kunnen.

2.4.

Tot vorig jaar gold jarenlang de regel dat een leerling zich bij één school mocht aanmelden. Werd de leerling daar uitgeloot, dan kon hij of zij alleen nog maar terecht op scholen die na de eerste lotingsronde nog plaats hadden en dat waren dan de scholen waarbij de eerste ronde niet geloot hoefde te worden. Niet zelden werd in die tweede ronde opnieuw geloot.

2.5.

Dit systeem, dat het Boston-systeem wordt genoemd, leidde bij alle betrokkenen tot grote ontevredenheid. Ieder jaar werden honderden leerlingen uitgeloot van hun school van eerste voorkeur en zij moesten dan nog maar zien waar zij terecht konden. Ook leidde dat systeem tot strategisch inschrijven (bij een school die weliswaar niet de eerste voorkeur had, maar waarop naar inschatting van de leerling een hogere kans bestond om te worden ingeloot).

2.6.

De afspraken tussen de besturen van het basisonderwijs, OSVO en de gemeente over het proces van aanmelding en toelating voor middelbare scholen worden ieder jaar vastgelegd in de zogenoemde Kernprocedure PO/VO, zo ook dit jaar. De Kernprocedure wordt ieder jaar geëvalueerd, waarbij de inbreng van verschillende partijen, waaronder ouders, wordt betrokken.

2.7.

De betrokken partijen hebben na vergelijking van drie verschillende centrale aanmeldingssystemen gekozen voor een nieuw systeem: het Deferred Acceptance systeem, ofwel het Matching- en Plaatsingssysteem (MEPS). Doelstelling is blijkens de Kernprocedure om leerlingen meer invloed te geven op de school waar zij terechtkomen door hen niet één voorkeursschool maar een lijst van voorkeuren te laten opgeven, om zoveel mogelijk leerlingen zo hoog mogelijk op hun voorkeurlijst te plaatsen en om de pijn van de lotingen zo eerlijk mogelijk te verdelen door iedere leerling gelijke kansen te bieden. In een rapport van een simulatiestudie van maart 2014, die in opdracht van OSVO door onderzoekers van de Uva, de VU en de Universiteit van Oslo is uitgevoerd, staat onder meer het volgende.

(…) Bij RSD [Random Serial Dictatorship, vzr.] wordt 90,0% van de leerlingen geplaatst op de school van de eerste voorkeur, bij Boston is dat 86,4% en bij DA [ Deferred Acceptance, vzr.] is dat het laagst met 82,5%. Daar staat tegenover dat bij DA 99,9% van de leerlingen geplaatst wordt op een school die bij de top 3 op de voorkeurslijst staat. Bij RSD is dat 98,1% en bij Boston 96,7%. (…) Bij Boston komt 1,4% van de leerlingen niet bij haar top 5 terecht, terwijl dit bij RSD 0,3% is en bij DA 0%.

5. Voor- en nadelen

(…) Geen enkel systeem scoort op alle fronten beter dan beide andere systemen, en – zolang er capaciteitsbeperkingen zijn bij populaire scholen – kan geen enkel systeem ervoor zorgen dat alle leerlingen op de school van hun eerste keus terecht kunnen. (…)

Een nadeel van DA is dat het niet Pareto efficiënt is. Dit wil zeggen dat nadat alle leerlingen geplaatst zijn er mogelijk koppels van leerlingen zijn die zouden willen ruilen zonder dat de scholen daar bezwaar tegen zouden hebben. Echter, als leerlingen weten dat ruilen is toegestaan nadat de plaatsing tot stand is gekomen, dan stimuleert dat strategisch gedrag. Het is dan optimaal voor leerlingen om populaire scholen hoog op hun voorkeurslijst te plaatsen. Als zij op één van deze scholen geplaatst worden, dan zijn er potentieel veel leerlingen die zouden willen ruilen. Het niet toestaan van ruilen is derhalve een beperking die nodig is om het voor leerlingen optimaal te laten zijn hun echte voorkeuren op te geven.

2.8.

In de Kernprocedure PO/VO 2014-2015 (hierna: de Kernprocedure) staat onder meer het volgende.

4. Aanmelding

(…) Aansluitend aan de oriëntatieperiode begint de aanmeldperiode. Ouders en leerlingen maken (…) een voorkeurslijst van VO-scholen. Hierbij wordt in volgorde aangegeven voor welke (…) school de leerling en de ouders eerste voorkeur hebben, tweede, enz. Leerlingen en ouders zetten op deze wijze zo veel mogelijk scholen van voorkeur op deze lijst. Hoe meer scholen de leerlingen en ouders op de lijst plaatsen, hoe meer zij de regie houden over de voorkeuren.

Bij de matching worden leerlingen zoveel mogelijk op scholen van hoge voorkeur geplaatst. Wordt een te beperkte lijst aangeleverd, dan zal deze lijst bij de matching zo nodig met willekeurige scholen (die passen bij het advies) aangevuld worden.

(…)

Stappenplan aanmelding

Leerlingen met een voorkeurslijst melden zich aan op de VO-school van eerste voorkeur door afgifte van het aanmeldingsformulier en de voorkeurslijst. (…)

Matching

Vanaf 27 april bekijken de gezamenlijke schoolbesturen via een voorlopige matching hoe vraag en aanbod zich tot elkaar verhouden. Indien nodig en mogelijk, wordt het aantal plekken zo goed mogelijk afgestemd aan de vraag op basis van de ingevulde voorkeurslijsten. (…)

4.3

Aanmeldingsformulier en voorkeurslijst

Elke leerling meldt zich aan op één school voor voortgezet onderwijs met het op naam van de leerling gestelde aanmeldingsformulier. (…)

4.4

Aanmeldingsdocumentatie

Voor elke Amsterdamse leerling is het verplicht om bij de aanmelding een geldig aanmeldingsformulier uit ELKK mee te nemen met daarop het basisschooladvies. Daarbij levert elke leerling een lijst met schoolvoorkeuren in bij de VO-school van aanmelding. (…)

Leerlingen van buiten Amsterdam

In Amsterdam geldt dat elke leerling zich bij één VO-school aanmeldt. (…) Om te ontmoedigen dat buitenleerlingen zich zowel op een Amsterdamse VO-school aanmelden als op een school buiten Amsterdam geldt de volgende aanvullende afspraak. (…)

Leerlingen van buiten Amsterdam ondertekenen een verklaring waarin ze stellen dat ze zich maar op één school hebben aangemeld. (…) Leerlingen van buiten moeten bij belangstelling voor meerdere VO-scholen in Amsterdam een voorkeurslijst maken met scholen waar ze daadwerkelijk geplaatst willen worden. (…) Ook deze leerlingen doen mee aan de matching. (…)

De definitieve matching

Na het bekend worden van de resultaten uit de eindtoets, kan in een enkel geval het basisschooladvies worden aangepast door de basisschool. (…) Dit levert nieuwe gegevens op, zoals herziene basisschooladviezen en voorkeurslijsten. Met deze gegevens en (eerder herziene) beschikbare plaatsen op VO-scholen, vindt de definitieve matching plaats.

Voor de VO-scholen waarvoor leerlingen een hogere voorkeur hebben maar in eerste instantie niet konden worden geplaatst, wordt een reservelijst aangemaakt. Mochten er plekken vrijvallen onder de geplaatste leerlingen, dan is voor alle betrokkenen duidelijk welke leerling recht heeft op invulling van de vrijgevallen plek. De VO-scholen met een reservelijst maken aan de betrokkenen duidelijk hoe ze omgaan met deze reservelijst. De geplaatste leerlingen kunnen niet onderling van school ruilen.

2.9.

Bijlage I bij de Kernprocedure is het zogenoemde Matchingsprotocol OSVO. Daarin staat onder meer het volgende.

(…) Daarnaast zijn met de afdeling Onderwijs van de gemeente Amsterdam de volgende afspraken gemaakt:

- Het OSVO is verantwoordelijk voor de uitvoering van de matching en de correcte aanlevering van plaatsingsgegevens;

- De gemeente is verantwoordelijk voor de aanlevering van leerlingengegevens en gegevens van VO-scholen. (…)

- Een notaris verricht aan de hand van de notarismodule de definitieve matching en controleert via rapportages of het algoritme naar behoren heeft gefunctioneerd. (…)

- OSVO en de gemeente stellen rapportages op omtrent de resultaten van de matching.

De toepassing van dit plaatsingsalgoritme kan alle leerlingen die hier aan meedoen gelijke kansen bieden, als ruilen na de matching is uitgesloten. Vandaar dat de definitieve matching leidt tot een finale plaatsing op een VO-school. (…)

De definitieve matching verloopt volgens het volgende algoritme;

Stap 1

Elke leerling (…) krijgt voor elke school die past bij het basisschooladvies in het voortgezet onderwijs in Amsterdam een rangnummer.

Stap 2

Alle leerlingen worden voorlopig geplaatst op de school die het hoogst op hun voorkeurslijst staat.

Stap 3

Voor elke school wordt bepaald of deze voldoende ruimte heeft voor de leerlingen. Als dit het geval is, dan houdt de school al deze leerlingen voorlopig vast. Als dat niet het geval is, dan houdt de school de leerlingen die voorrang hebben vast. De opeenvolging van rangnummers voor de school worden vervolgens gebruikt om te bepalen welke leerlingen niet op de school geplaatst kunnen worden.

Stap 4

Als er in stap 3 leerlingen niet op de school geplaatst zijn, dan worden deze leerlingen voorlopig geplaatst op de school die een plek lager staat op hun voorkeurslijst. Dat kan dus ook een school zijn, waar op dat moment alle plaatsen al gevuld zijn. Vervolgens wordt stap 3 herhaald, waarbij weer de rangnummers bepalend zijn voor leerlingen om al of niet voorlopig vastgehouden te worden. Het zijn de rangnummers die de leerlingen voor een school gekregen hebben, die bepalend zijn voor voorlopige plaatsing en niet alleen de mate van voorkeur!

Stap 5

Stappen 3 en 4 herhalen zich totdat er geen leerlingen meer zijn die niet geplaatst konden worden. Op dat moment worden alle leerlingen vastgehouden door een school. Indien een leerling opeenvolgend niet geplaatst wordt en de opgegeven keuzes zijn uitgeput, dan wordt ad random een school die past bij het basisschooladvies als aanvullende keuze toegewezen. (…)

Reservelijsten

Scholen benaderen, bij het vrijkomen van plekken, opeenvolgend de leerlingen op deze lijst. De leerlingen zijn al in volgorde van rangnummer op de lijst geplaatst. (…)

Akkoordverklaring

Ouders tekenen bij indienen van voorkeurlijst met scholen een verklaring dat zij akkoord gaan met de matching.

2.10.

Op 3 juni 2015 heeft de definitieve matching plaatsgevonden van ruim 7500 leerlingen. Het resultaat daarvan is dat 95% van de leerlingen binnen de top 3 is geplaatst, 99% binnen de top 5 en 1% buiten de top 5. Daarnaast is een aantal leerlingen die onvoldoende voorkeuren hadden opgegeven at random geplaatst.

2.11.

Naar aanleiding van de definitieve matching is veel commotie ontstaan onder ouders en leerlingen, vanwege plaatsing buiten hun top 3 dan wel top 5 en gebrekkige communicatie met/door OSVO. Veel ouders en leerlingen hebben een andere leerling gevonden met wie zij zouden kunnen ruilen, zodat beiden op hun school van eerste voorkeur terecht zouden kunnen.

2.12.

Wethouder S. Kukenheim heeft op 9 juni 2015 de raadscommissie Jeugd en Cultuur geïnformeerd. In haar brief staat onder meer het volgende.

(…) Helaas moet ik vaststellen dat er elementen zijn die het draagvlak voor het nieuwe systeem ondermijnen. Het gaat om de volgende elementen.

1) Capaciteit

Ik constateer dat het niet is gelukt om alle leerlingen in de top 5 te krijgen of op een nog hogere voorkeur te plaatsen. Om leerlingen op een zo hoog mogelijke voorkeur te plaatsen is het nodig om het aanbod te matchen met de vraag. Begin april hebben de leerlingen hun voorkeurslijsten ingevuld en konden de scholen de capaciteit hierop aanpassen. Het beschikbaar stellen van genoeg plekken voor alle leerlingen is de verantwoordelijkheid van de VO-schoolbesturen. De gemeente heeft de VO-scholen (…) nadrukkelijk aangeboden om te ondersteunen als het aanpassen van het onderwijsaanbod gewenst is gezien de plaatsingskansen van de leerlingen. De schoolbesturen hebben in de afgelopen weken 150 extra plekken toegevoegd.

2) Transparantie (…)

3) Communicatie

De communicatie door de schoolbesturen over de plaatsing is niet goed verlopen. Ouders zijn op verschillende momenten geïnformeerd, maar half geïnformeerd of niet geïnformeerd. Dit heeft tot veel onnodige onrust geleid bij ouders en leerlingen. Onrust die op dit punt niet nodig was geweest als het plaatsingsbesluit gelijktijdig aan alle leerlingen was meegedeeld en ouders voor vragen meteen terecht hadden gekund bij een door de schoolbesturen ingerichte helpdesk. Deze helpdesk is pas na het weekend open gegaan en bleek nauwelijks bereikbaar. Dat is onacceptabel. (…)

Met de schoolbesturen heb ik het volgende afgesproken:

1. Alle leerlingen die buiten hun top-5 zijn geplaatst, moeten een passende plek aangeboden krijgen en worden persoonlijk benaderd;

2. Leerlingen die at random zijn geplaatst moeten een passende plek aangeboden krijgen en worden persoonlijk benaderd;

3. De helpdesk wordt fors uitgebreid zodat iedereen met vragen snel wordt geholpen;

4. Dat er een uitgebreide evaluatie komt van het nieuwe matchingssysteem. Dan gaat het zowel om de resultaten, de werking van het systeem en de ervaringen van alle betrokkenen. (…).

5. Dat inzage wordt gegeven in de capaciteitsuitbreiding in de periode vanaf inschrijving tot matching.

2.13.

Bij brief van 10 juni 2015 heeft mr. Sprenkeling namens de ouders OSVO in gebreke gesteld en haar verzocht dan wel gesommeerd ervoor te zorgen dat leerlingen die buiten hun top 3 zijn geplaatst alsnog binnen hun top 3 worden geplaatst.

2.14.

Op 11 juni 2015 heeft mr. Sprenkeling de Gemeente eenzelfde brief als hiervoor onder 2.13 genoemd doen toekomen ‘nu u het vertrouwen in OSVO heeft opgezegd, de regie van OSVO naar de Gemeente overhevelt en daarmee de verantwoordelijkheid overneemt’.

3 Het geschil

Vorderingen ouders

3.1.

De ouders vorderen – samengevat en na wijziging van eis – OSVO en de gemeente te veroordelen het ruilverbod op te heffen, alsmede leerlingen die buiten hun top 5 zijn geplaatst alsnog binnen hun top 5 te plaatsen, een en ander op straffe van een dwangsom en met veroordeling van OSVO en de gemeente in de proceskosten en de nakosten.

Vorderingen [tussenkomende partij ]

3.2.

[tussenkomende partij ] vordert – samengevat en naar de voorzieningenrechter begrijpt – Primair

I. OSVO en de gemeente te veroordelen ervoor zorg te dragen dat [naam] alsnog wordt geplaatst op de school van haar eerste voorkeur, het Gerrit van der Veen College, op straffe van een dwangsom,

Subsidiair

II. OSVO en de gemeente te gebieden om voor [naam] in overleg met haar ouders een passende plek op een VO-school te vinden, welke aansluit bij haar basisschooladvies, cultuurprofiel, voorkeur en woonsituatie buiten Amsterdam, op straffe van een dwangsom,

Zowel primair als subsidiair

III. De gemeente te bevelen te voorzien in extra voorzieningen, zoals huisvesting en overige zaken, om [naam] geplaatst te krijgen op de school van haar voorkeur, voor zover dit noodzakelijk is in het kader van de naleving van de opgelegde bevelen,

IV. Met veroordeling van OSVO en de gemeente in de kosten van het incident.

3.3.

De ouders hebben – samengevat en voor zover van belang – aan hun vorderingen het volgende ten grondslag gelegd. OSVO heeft door het onderzoek dat in haar opdracht is uitgevoerd (zie 2.7) het vertrouwen gewekt dat 99,9% van de leerlingen binnen de top 3 van hun voorkeursscholen zou worden geplaatst. Deze cijfers zijn ook in de media gepubliceerd. Achteraf is gebleken dat niet 99,9% maar 95% binnen de top 3 is geplaatst. Daarnaast zijn 75 leerlingen at random geplaatst op scholen buiten hun voorkeurslijst. Deze getallen komen niet overeen met de voorspelde en gecommuniceerde getallen. Daarnaast is de communicatie niet goed verlopen (zie de brief van de wethouder, 2.12). Op basis van de voorlopige matching was al in april duidelijk dat binnen de categorie HAVO/VWO veel dezelfde scholen zijn opgegeven. Door daarop onvoldoende bij te sturen heeft OSVO onvoldoende aan haar inspanningsverplichting voldaan.

De ouders zijn van mening dat de centrale matching die door OSVO is uitgevoerd in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur. Leerlingen zijn geplaatst op scholen die erg ver van hun huis zijn (17 km), op atheneum terwijl ze gymnasium opgaven, of op scholen waar ze nog nooit van hebben gehoord. Het feit dat een leerling een school op plaats 4 en verder heeft ingevuld maakt nog niet dat voor die school is gekozen. De voorkeurslijst is immers ingevuld in de gerechtvaardigde verwachting dat een leerling zou worden geplaatst binnen de top 3 voorkeur. Tevens is gebleken dat een groot aantal paren van leerlingen is geplaatst op elkaars school van eerste voorkeur. Daarmee is niet consistent gehandeld. De ouders rekenen het OSVO zwaar aan dat geen zogenaamde optimalisatieslag heeft plaatsgevonden door een extra ronde in te voeren waarbij kinderen door ruiling alsnog op hun hoogst haalbare keuze kunnen worden geplaatst. Door dat na te laten handelt OSVO, mede gelet op de commotie die is ontstaan, maatschappelijk onzorgvuldig. Daarnaast noemen de ouders als grondslag voor hun vordering dat de overeenkomst met OSVO die zij zijn aangegaan door ondertekening van het aanmeldingsformulier en de voorkeurslijst, en waarbij zij hebben ingestemd met de regels van de Kernprocedure, buiten toepassing dient te blijven wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid, (artikel 6:248 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Het argument dat het ruilverbod leerlingen op de reservelijst dupeert gaat niet op. Immers door een ruiling verandert de plaats van een leerling op de reservelijst niet. Van strategisch inschrijven kan in dit geval ook geen sprake zijn, nu de keuze al is gemaakt. Ook het argument dat ruilen zou leiden tot een handel in schoolplaatsen kan worden ondervangen door het ruilen onder regie van OSVO te laten plaatsvinden.

Ten aanzien van de gemeente wordt nog gesteld dat zij zich als overheidsorgaan dient te conformeren aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de uit de goede trouw voortvloeiende redelijkheid en billijkheid. Door tijdens de Kernprocedure onzorgvuldig te handelen heeft de gemeente in strijd met haar wettelijke plicht gehandeld waardoor er sprake is van een onrechtmatige overheidsdaad ex artikel 6:162 BW, aldus steeds de ouders.

3.4.

[tussenkomende partij ] heeft – samengevat en voor zover van belang – aan zijn vorderingen het volgende ten grondslag gelegd. [naam] woont in [woonplaats] en is een zogenoemde buitenleerling. Zij heeft welbewust gekozen voor één Amsterdamse VO-school met een duidelijk cultuurprofiel, het Gerrit van der Veen College. In andere VO-scholen in Amsterdam heeft zij geen interesse en zij heeft daarom ook geen voorkeurslijst ingevuld. Haar idee was dat indien op het Gerrit van der Veen College geen plaats zou zijn, zij naar een school in [woonplaats] zou gaan. Dit is haar evenwel onmogelijk gemaakt, door het verbod voor buitenleerlingen om zich gelijktijdig aan te melden bij zowel een school in Amsterdam als bij een school in de eigen woonplaats. Dit verbod heeft ertoe geleid dat [naam] thans niet is geplaatst op de school van haar eerste voorkeur, terwijl er voor haar ook geen plaats meer is op de VO-school in [woonplaats]. Het systeem is daarom onredelijk bezwarend voor buitenleerlingen, zeker voor leerlingen die slechts interesse hebben in één school.

[naam] is thans at random geplaatst op het Caland 2 Lyceum in Osdorp. Zij kent deze school niet, en is zeer ongelukkig met deze plaatsing. Zij heeft dan ook geen gebruik gemaakt van het ‘aanbod’, en staat op dit moment dus op geen enkele school ingeschreven. Artikel 27, lid 2f WVO verplicht – kort gezegd – het Gerrit van der Veen College om [naam] in te schrijven, al dan niet tijdelijk. Mocht er uiteindelijk een afwijzingsbesluit komen dan staat hiertegen bezwaar en beroep open. Verder heeft [tussenkomende partij ] nog gesteld dat uit de voorlopige matching blijkt dat er voldoende plaatsen waren voor de leerlingen die het Gerrit van der Veen College als eerste voorkeur hadden opgegeven. De school had op dat moment de voorlopig geplaatste leerlingen moeten vasthouden, zodat zij niet verder mee hadden hoeven doen aan de matching.

3.5.

OSVO en de gemeente voeren verweer tegen zowel de vorderingen van de ouders als die van [tussenkomende partij ].

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De ouders en [tussenkomende partij ] hebben een spoedeisend belang bij hun vorderingen. Deze betreffen immers de plaatsing van hun minderjarige kinderen op een school voor voortgezet onderwijs voor het schooljaar 2015-2016. Deze plaatsing moet op korte termijn plaatsvinden: voordat het nieuwe schooljaar in augustus 2015 begint.

4.2.

Het is op grond van artikel 118a van de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO) in beginsel aan de schoolbesturen (verenigd in OSVO) (eventueel in samenspraak met de gemeente) om te bepalen op welke wijze het toelatingsproces wordt vormgegeven. De toets die de voorzieningenrechter in dit geding dient te maken is of OSVO en/of de gemeente maatschappelijk onzorgvuldig, dan wel onrechtmatig handelen door het niet aanpassen van het door hen gehanteerde MEPS-systeem of DA-systeem, dan wel of de overeenkomst die de ouders met OSVO zijn aangegaan door ondertekening van het aanmeldingsformulier en de voorkeurslijst, buiten werking moet blijven wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid.

4.3.

Vooropgesteld wordt dat de overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs voor iedere leerling en ouder een belangrijk moment in zijn of haar leven is. Het feit dat in Amsterdam vraag en aanbod bij bepaalde scholen niet overeenkomt leidt er hoe dan ook toe dat veel leerlingen niet op hun school van eerste voorkeur terechtkomen en dat is begrijpelijk een grote teleurstelling.

4.4.

OSVO heeft geprobeerd het onder deze omstandigheden meest optimale systeem te kiezen, waarbij iedere leerling gelijke kansen heeft, en waarbij de pijn zoveel mogelijk wordt verdeeld. De insteek van OSVO is ‘zo veel mogelijk zo hoog mogelijk’, waarmee zij tracht zoveel mogelijk recht te doen aan de wensen van zoveel mogelijk leerlingen. Door leerlingen de gelegenheid te geven verschillende voorkeuren op te geven, wordt de kans vergroot dat de leerling terecht komt op een school die ook daadwerkelijk aansluit bij de wensen van de leerling, al is het dan mogelijk niet de eerste voorkeur. Bij het DA-systeem worden immers minder leerlingen dan bij de andere systemen op hun eerste voorkeur geplaatst, maar meer leerlingen op de tweede en derde voorkeur.

4.5.

Het huidige systeem heeft verder als voordeel dat het strategisch inschrijven terugdringt. OSVO en de gemeente beschouwen strategisch inschrijven als ongewenst, doordat het ieder jaar leidde tot teleurstelling omdat men de kansen vooraf niet goed kon inschatten, en omdat op die manier niet duidelijk was wat de echte voorkeur van leerlingen was, hetgeen het bijsturen voor OSVO en de gemeente lastig maakte (bijvoorbeeld door het oprichten van een extra klas of nieuwe school). Dit standpunt acht de voorzieningenrechter begrijpelijk.

4.6.

In de Kernprocedure zijn, anders dan de ouders suggereren, geen gegarandeerde percentages genoemd. In hoofdstuk 4 wordt uitgelegd dat hoe meer scholen de ouders en leerlingen opgeven, hoe meer zij de regie houden over de voorkeuren, en dat de rangnummers die de leerlingen voor een school gekregen hebben bepalend zijn voor voorlopige plaatsing en niet alleen de mate van voorkeur. De percentages in het rapport (zie 2.7) zijn – zo heeft OSVO onweersproken aangevoerd – niet door OSVO toegezegd, en los daarvan is de voorzieningenrechter van oordeel dat daaraan niet de status kan worden toegekend die de ouders eraan toekennen. Een vast percentage is immers onmogelijk vooraf vast te stellen, omdat het afhankelijk is van het aantal leerlingen dat zich per jaar voor een bepaalde school inschrijft en dat aantal fluctueert jaarlijks. Anders gezegd, in het hypothetische geval dat alle 7500 leerlingen in een bepaald jaar dezelfde top 3 invullen wordt de kans vrij groot dat men niet in de top 3 terecht komt, welk systeem men ook hanteert. De percentages worden genoemd om de drie verschillende centrale aanmeldsystemen met elkaar te kunnen vergelijken op basis van gelijke input, zoals blijkt uit hoofdstuk 3 (Simulaties) van het rapport.

4.7.

Ondanks de voordelen van het DA-systeem heeft de populariteit van bepaalde scholen en het gehanteerde plaatsingssysteem er ook dit jaar weer toe geleid dat een groot aantal kinderen niet op de school van hun eerste voorkeur is geplaatst, 5% van de kinderen buiten de top 3 is geplaatst en 1% buiten de top 5.

4.8.

De ouders hebben gesteld dat dit probleem eenvoudig is op te lossen door ruilen toe te staan. Daarmee zouden, zoals onweersproken door de ouders is gesteld, alsnog minstens 400 kinderen op hun school van eerste voorkeur geplaatst kunnen worden. Ruilen heeft echter ook nadelen. In de eerste plaats werkt het systeem dan niet consistent. Op dit moment is het zo dat het lotnummer of rangnummer dat een leerling voor een bepaalde school is toegekend bepaalt of hij of zij op een school komt. Ook de reservelijst is samengesteld op volgorde van lotnummers. Op die manier heeft iedere leerling voor iedere school gelijke kansen. Indien ruilen zou worden toegestaan zou de plaats van een leerling op de reservelijst weliswaar niet veranderen, maar het zou er wel toe kunnen leiden dat een leerling met een ongunstiger lotnummer een leerling met een gunstiger lotnummer passeert. Op die manier is er geen sprake meer van gelijke kansen. Zo zijn er leerlingen die toevallig geen aantrekkelijke plaats te bieden hebben, en leerlingen die zich tot op heden buiten de ‘ruilhandel’ hebben gehouden en genoegen hebben genomen met hun tweede of derde keuze, maar die wellicht ook zouden willen ruilen. Het toelatingssysteem voldoet dan niet meer aan de vereisten van consistentie en transparantie. Dat zou strijdig zijn met het algemene belang van alle leerlingen dat aan deze vereisten wordt voldaan.

4.9.

Daarnaast is het zo dat de mogelijkheid van ruilen strategisch kiezen in de hand werkt. Indien leerlingen weten dat ruilen is toegestaan nadat de plaatsing tot stand is gekomen, zou het voor hen optimaal zijn om populaire scholen (niet noodzakelijk hun eigen voorkeur) hoog op hun voorkeurslijst te plaatsen. Als zij dan op één van die scholen geplaatst worden kan die plaats worden ingezet in een ruilactie. Er zijn dan potentieel veel kandidaten om te ruilen. Ook dan werkt het systeem niet zuiver, want het vermindert de kansen van wie zich wel conform echte voorkeur aanmeldt. Door dat strategisch inschrijven verdwijnt bovendien opnieuw het zicht op de voorkeuren van de hele populatie en daarmee wordt het moeilijker te sturen op onderwijsaanbod. Om die redenen geldt bij dit systeem het ruilverbod. Dat dat ook een nadeel kan zijn is in het DA-onderzoek onderkend. Toch is voor dit systeem (met het bijbehorende ruilverbod) gekozen, omdat naar de mening van OSVO en de gemeente de voordelen groter zijn dan de nadelen. Weliswaar is het zo dat van strategisch kiezen dit jaar geen sprake meer kan zijn omdat er al gekozen ís, maar OSVO en de gemeente bekijken het systeem als geheel en ook voor volgende jaren. Indien zij op dit moment ruilen zouden toestaan kunnen zij het DA-systeem volgend jaar niet meer hanteren, zodat het reeds is afgeserveerd voordat een evaluatie heeft plaatsgevonden.

4.10.

[tussenkomende partij ] heeft nog gesteld dat [naam] geen populaire school heeft gekozen en dat uit de voorlopige matching blijkt dat er op die school genoeg plaatsen waren voor alle leerlingen die de school als eerste voorkeur hadden opgegeven, zodat die school die leerlingen ‘vast had moeten houden’. Dit argument gaat naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet op. In dat geval zou men weer terug zijn bij het oude systeem, waarbij na de eerste ronde bepaalde scholen ‘vol zitten’. Van dat systeem wilde men nu juist af. Bovendien kunnen aan die voorlopige matching geen rechten worden ontleend, maar vindt die plaats om een eerste inschatting te maken van vraag en aanbod, en om de verschillende schoolbesturen de mogelijkheid te geven het aanbod aan te passen. Dat hebben zij ook gedaan, hetgeen heeft geresulteerd in 150 extra plaatsen. Dat OSVO en de gemeente onvoldoende aan hun inspanningsverplichtingen hebben voldaan door niet beter bij te sturen na de uitkomst van de voorlopige matching is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet gebleken. Zij hebben 150 extra plaatsen gecreëerd, maar er zit vanzelfsprekend een grens aan de groeimogelijkheden van iedere school.

4.11.

Dit alles overziend is de voorzieningenrechter van oordeel dat het ruilverbod in redelijkheid in de procedure kon worden opgenomen, en dus ook niet maatschappelijk onaanvaardbaar is en zou moeten worden opgeheven. OSVO heeft in samenspraak met verschillende partijen en na zorgvuldig onderzoek op verdedigbare gronden gekozen voor het gehanteerde plaatsingssysteem. Inmiddels hebben OSVO en de gemeente bovendien de Onafhankelijke Commissie Matching ingesteld om de werking van het systeem te evalueren, waarbij ook de mening van (eisers en andere) ouders zal worden betrokken. Die commissie zal advies uitbrengen over de vraag of de uitvoering van het systeem in bepaalde gevallen onredelijk of onbillijk uitwerkt en welk alternatief daarbij past. Tot een categorische opheffing van het ruilverbod of plaatsing van alle leerlingen binnen hun top 5 zal dat echter niet leiden. Waar het om gaat is dat OSVO en de gemeente alles doen wat binnen hun mogelijkheden ligt om binnen het gekozen systeem tot een zo rechtvaardig mogelijke verdeling te komen van de beschikbare plaatsen.

De conclusie is dan ook dat de vorderingen van de ouders zullen worden afgewezen. De overige verweren van OSVO en de gemeente behoeven daarom geen verdere bespreking.

4.12.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen zullen ook de vorderingen van [tussenkomende partij ] worden afgewezen. Het zou immers het gehele systeem doorkruisen indien een leerling (of die nu uit Amsterdam komt of van daarbuiten) door slechts één school op te geven zou kunnen afdwingen dat hij of zij daar ook geplaatst wordt. Die leerling zou daarmee voorgaan op leerlingen die een hoger lotnummer hebben, en daarmee is sprake van rechtsongelijkheid. Dat [naam] maar interesse heeft in één school in Amsterdam maakt dat vanzelfsprekend niet anders. [tussenkomende partij ] heeft nog gewezen op artikel 27 lid 2f van de WVO dat het Gerrit van der Veen College zou verplichten [naam] tijdelijk in te schrijven. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter gaat deze stelling niet op, nu dat artikellid nog een tweede gedeelte heeft, waarin de mogelijkheid een leerling te weigeren wordt benoemd. Dit artikel heeft dus niet tot gevolg dat de leerling hoe dan ook wordt ingeschreven op de school indien niet binnen 10 weken na het verzoek om toelating is beslist.

De Kernprocedure is naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende helder uitgelegd. Het is juist dat in de Kernprocedure geen verplichting is opgenomen voor de leerling om een minimum aantal voorkeuren op te geven. Die verantwoordelijkheid wordt bij de ouders en leerlingen gelaten, maar uit de gehele beschrijving is voldoende duidelijk dat iedere leerling het beste zoveel mogelijk voorkeuren kan opgeven, en dat bij onvoldoende voorkeuren een at random plaatsing kan volgen. Ook [naam] als buitenleerling heeft moeten begrijpen dat zij met het invullen van slechts één keuze de regie over de alternatieven uit handen gaf.

4.13.

Ouders en [tussenkomende partij ] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van OSVO en de gemeente in de hoofdzaak worden voor elk van hen begroot op:

- griffierecht € 608,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.424,00.

De kosten in de voeging en tussenkomst worden aan de zijde van OSVO en de gemeente begroot op nihil.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

In de hoofdzaak

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2.

veroordeelt de ouders in de proceskosten, aan de zijde van OSVO tot op heden begroot op € 1.424,00, en aan de zijde van de gemeente eveneens op € 1.424,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

In de tussenkomst

5.4.

weigert de gevraagde voorzieningen,

5.5.

veroordeelt [tussenkomende partij ] in de proceskosten, aan de zijde van OSVO en de gemeente tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Walraven, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. L. Oostinga, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2015.1

1 type: LO coll: AB