Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:3662

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
02-06-2015
Datum publicatie
12-06-2015
Zaaknummer
EA VERZ 15-327
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werknemer, die zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werkzaamheden, wordt rijbevoegdheid ontzegd wegens rijden onder invloed. Werkgever schorst de werknemer, betaalt geen loon en verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Verzoek afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/1084
AR-Updates.nl 2015-0546
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 4015522 EA VERZ 15-327

beschikking van: 2 juni 2015

func.: 560

beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

[verzoekster].

gevestigd te [plaats]

verzoekster

nader te noemen: [verzoekster]

gemachtigde: mr. E.S. Lassche

t e g e n

[verweerder]

wonende te [plaats]

verweerder

nader te noemen: [verweerder]

procederend in persoon

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

[verzoekster] heeft op 2 april 2015 een verzoek met producties ingediend dat strekt tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. [verweerder] heeft een verweerschrift met producties ingediend.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 20 mei 2015. Namens [verzoekster] is haar [naam 1] verschenen, vergezeld door de gemachtigde. [verweerder] is in persoon verschenen, vergezeld door zijn moeder. Partijen hebben het woord gevoerd. Na verder debat is beschikking gevraagd. Vervolgens is een datum voor beschikking bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Uitgangspunten:

1. Uitgegaan wordt van het volgende.

1.1.

[verweerder], geboren op [datum], is op 1 september 2011 in dienst van [verzoekster] getreden in de functie van elektricien.

1.2.

Uit hoofde van de functie wordt aan [verweerder] een bedrijfsauto ter beschikking gesteld, die noodzakelijk is om de functie te kunnen uitvoeren.

1.3.

Partijen zijn voor het gebruik van de bedrijfsauto een gebruiksovereenkomst aangegaan. In artikel 8 van die overeenkomst is het volgende bepaald:
“Indien de werknemer gebruik maakt van de bedrijfsauto is het verboden meer alcohol te gebruiken dan wettelijk is toegestaan dan wel andere middelen te gebruiken die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden. Wordt de rijbevoegdheid van de werknemer door een gerechtelijke procedure voor een bepaalde tijd ontzegd, dan heeft de werkgever het recht de arbeidsovereenkomst per direct te beëindigen.”

1.4.

Begin maart 2015 heeft [verweerder], terwijl hij op een snorfiets reed, een ongeval gehad. Door de politie is geconstateerd dat [verweerder] ten tijde van het ongeval onder invloed van alcohol verkeerde en daarop is het rijbewijs van [verweerder] ingevorderd.

1.5.

[verweerder] is met ingang van 11 maart 2015 geschorst. De schorsing is per brief van gelijke datum aan [verweerder] bevestigd. In de brief schrijft [verzoekster] voorts dat [verweerder] een periode van 15 dagen in de gelegenheid wordt gesteld om zijn rijbewijs terug te krijgen. Gedurende de tijd dat [verweerder] niet over zijn rijbewijs beschikt, zal geen loon worden betaald. [verzoekster] verwijst in de brief naar “de regel geen arbeid geen loon.”

1.6.

Per brief van 17 maart 2015 heeft [verweerder] tegen de schorsing geprotesteerd.

1.7.

Per brief van 19 maart 2015 heeft [verzoekster] bericht de schorsing te handhaven. Voorts wordt aan [verweerder] medegedeeld dat een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter zal worden ingediend indien [verweerder] zijn rijbewijs niet binnen de aan hem gestelde termijn van 15 dagen terugkrijgt.

1.8.

De politierechter heeft [verweerder] de rijbevoegdheid gedurende acht maanden ontzegd, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar. De zitting, waarop de politierechter meteen uitspraak heeft gedaan, was op 19 mei 2015. Zowel de officier van justitie alsmede [verweerder] hebben afstand gedaan van hoger beroep. [verweerder] krijgt binnen afzienbare tijd zijn rijbewijs weer terug.

1.9.

Vanaf 11 maart 2015 ontvangt [verweerder] geen loon.

Verzoek

3. [verzoekster] verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen, primair wegens een dringende reden en subsidiair op grond van verandering in de omstandigheden van zodanige aard dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen billijkheidshalve zo spoedig mogelijk behoort te eindigen, zonder toekenning van een vergoeding.

4. [verzoekster] stelt hiertoe het volgende. In de gebruiksovereenkomst, die onderdeel uitmaakt van de arbeidsovereenkomst, is uitdrukkelijk bepaald dat het dienstverband met de werknemer eindigt indien het rijbewijs van de werknemer wordt ingetrokken. [verzoekster] wenst zeer strikt op te treden ingeval van het overtreden van de bepalingen in de gebruikersovereenkomst, zeker daar waar het alcoholgebruik betreft. [verweerder] kan zonder rijbewijs zijn functie niet uitoefenen en het rijbewijs is ingenomen doordat [verweerder] na gebruik van alcohol aan het verkeer heeft deelgenomen. [verzoekster] moet erop vertrouwen dat het personeel zich zodanig gedraagt dat men niet onder invloed van alcohol bedrijfsauto’s gebruikt. Zij moet er tevens op kunnen vertrouwen dat de medewerker zich zodanig gedraagt dat deze het rijbewijs behoudt. Desondanks heeft [verweerder] nog gedurende een korte periode de gelegenheid gekregen om het rijbewijs terug te krijgen, maar tevergeefs. [verzoekster] heeft daarna getracht de arbeidsovereenkomst minnelijk te eindigen, maar daarmee heeft [verweerder] niet ingestemd.

Verweer

5. [verweerder] voert verweer, welk verweer bij de beoordeling aan de orde zal komen.

Beoordeling

6. Vast staat dat [verweerder] doordat zijn rijbewijs is ingevorderd en hem door de politierechter vervolgens de rijbevoegdheid is ontzegd, gedurende een bepaalde tijd niet inzetbaar was in zijn eigen functie om werkzaamheden uit te voeren. Door alcohol te nuttigen en vervolgens aan het verkeer deel te nemen heeft [verweerder] een fout gemaakt. Door die fout heeft [verweerder] zijn contractuele plicht tot het uitvoeren van de werkzaamheden niet kunnen nakomen en dit is [verweerder] aan te rekenen.

7. [verzoekster] heeft ter zitting toegelicht hard op te treden tegen medewerkers die hun rijbewijs kwijtraken wegens alcoholgebruik. Bij [verzoekster] werken 200 werknemers die dagelijks naar verschillende opdrachtgevers gaan op verschillende locaties en het is dan ook noodzakelijk dat die werknemers hun rijbewijs behouden. [verzoekster] kan de schade niet dragen die wordt geleden als werknemers hun rijbewijs verliezen. Er ontstaan problemen in de planning en er moeten vervangers worden gezocht. Werknemers rijden bovendien in een bedrijfsauto van [verzoekster]. Als [verzoekster] niet hard optreedt tegen medewerkers die hun rijbewijs verliezen door alcoholgebruik is dat een slecht signaal naar de overige medewerkers. Er mag geen vrijbrief op het gebruik van alcohol in het verkeer ontstaan. Onder verwijzing naar artikel 8 van de gebruikersovereenkomst stelt [verzoekster] dat het voor iedere werknemer duidelijk is dat er hard wordt opgetreden bij alcoholgebruik in het verkeer. Daarnaast heeft [verzoekster] ter zitting gesteld dat [verweerder] heeft bevestigd dat dit de eerste keer is geweest dat hij is aangehouden voor rijden onder invloed, maar dat hij ter zitting heeft erkend dat dit eerder is gebeurd. [verweerder] is dan ook niet eerlijk geweest en het vertrouwen in een vruchtbare samenwerking is er dan ook niet meer.

8. Het belang dat [verzoekster] erbij heeft dat de werknemer zijn rijbewijs behoudt is evident en vast staat dat het feit dat [verweerder] zijn rijbewijs is kwijtgeraakt gevolgen heeft voor de bedrijfsvoering. Dat die gevolgen echter dusdanig zijn dat van [verzoekster] niet meer kan worden gevergd het dienstverband te laten voortduren is echter niet aannemelijk gemaakt. Daarnaast dient voor de vraag of de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden mee te wegen dat [verweerder] de fout heeft gemaakt in de privésfeer en niet onder werktijd. Voorts reed [verweerder] op dat moment niet met de bedrijfsauto van [verzoekster] maar op een snorfiets, terugkomend van een feestje in de nachtelijke uren. In zoverre bestaat er – los van de gevolgen – geen relatie tussen de gemaakte fout en [verzoekster].

9. [verweerder] heeft de gevolgen van de fout aan den lijve ondervonden. Hij heeft een ongeval gekregen. Zijn rijbewijs is ingevorderd en hij is door de politierechter veroordeeld wegens rijden onder invloed. Gedurende drie jaar hangt [verweerder] een straf van nog zes maanden invordering van het rijbewijs boven het hoofd: [verweerder] is derhalve een gewaarschuwd man. Hij heeft door de fout bovendien een strafblad. Daarnaast heeft [verweerder] vanaf 11 maart 2015 geen loon meer uitbetaald gekregen voor het feit dat hij door zijn toedoen geen arbeid heeft kunnen verrichten. Dat er voor iedere medewerker een vrijbrief zou ontstaan om onder invloed van alcohol aan het verkeer deel te nemen als de arbeidsovereenkomst niet eindigt overtuigt daarom in onvoldoende mate. Bovendien is ter zitting duidelijk geworden dat [verweerder] het rijbewijs binnen afzienbare tijd terugkrijgt zodat hij zijn werkzaamheden weer kan gaan verrichten.

10. [verweerder] heeft de werkzaamheden bij [verzoekster] voorts altijd naar tevredenheid uitgevoerd en was in opleiding om eerste monteur te worden bij het ROC. Onweersproken is gebleven dat [verweerder] naar tevredenheid aan die opleiding deelnam. Dat [verweerder] na het voorval niet meer op de opleiding is verschenen valt hem niet aan te rekenen. Hij was immers op non actief gesteld en Koelman had hem te kennen gegeven het dienstverband te willen beëindigen.

11. Dat [verweerder] tegenover [verzoekster] heeft gelogen over de recidive – zoals [verzoekster] ter zitting heeft verklaard – is niet voldoende aannemelijk geworden. [verweerder] is wel eerder veroordeeld voor rijden onder invloed, maar op dat moment was hij nog niet werkzaam bij [verzoekster]. Dit legt daarmee onvoldoende gewicht in de schaal voor het oordeel dat de arbeidsovereenkomst moet eindigen.

12. Alles afwegend komt de kantonrechter tot het oordeel dat het verzoek tot ontbinding moet worden afgewezen. Daarbij wordt opgemerkt dat [verweerder] zich goed moet realiseren dat dit voor hem een laatste kans is.

13. Er is aanleiding om de proceskosten te compenseren in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst het verzoek af.

compenseert de proceskosten aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Aldus gegeven door mr. M.E.B. Terwee, kantonrechter, en bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juni 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.