Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:3659

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-05-2015
Datum publicatie
12-06-2015
Zaaknummer
HA RK 13-318
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aan de orde is de vraag of de Ierse of de Nederlandse wetgeving van toepassing is op de verwerking via (Ierse) Facebook-servers van persoonsgegevens van Nederlandse inwoners. De rechtbank oordeelt dat het aan beantwoording van deze vraag niet toekomt omdat Facebook NL niet kwalificeert als “verantwoordelijke”.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/13/551635 / HA RK 13-318

Beschikking van 28 mei 2015

in de zaak van

[verzoeker],

wonende te [plaats],

verzoeker,

verschenen in persoon,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FACEBOOK NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

verweerster,

advocaat mr. E.P.M. Thole te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [verzoeker] en Facebook NL genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de tussenbeschikking van 3 april 2014

  • -

    de akte uitlating na beschikking van 12 juni 2014 van Facebook NL, met producties.

1.2.

De beschikking is bepaald op heden. Partijen zijn van de beschikkingsdatum op de hoogte gesteld.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Bij tussenbeschikking van 3 april 2014 zijn partijen in de gelegenheid gesteld om bij akte een nadere toelichting te geven over de vraag of de persoonsgegevens van [verzoeker] (ook) door Facebook Inc. worden verwerkt, gelet op het op 24 januari 2014 uitgesproken vonnis van het Kammergericht in Berlijn, Duitsland (hierna: het Duitse hof) in een zaak tussen “The Federation of German Consumer Organizations” en “Facebook Duitsland”.

2.2.

Bij akte van 12 juni 2014 heeft Facebook NL samengevat aangevoerd dat het hiervoor onder 2.1. genoemde vonnis niet afdoet aan haar eerdere verweer en dat Facebook NL niet de juiste verweerster is, ongeacht of de Nederlandse of de Ierse wetgeving van toepassing is op het inzageverzoek van [verzoeker].

2.3.

[verzoeker] heeft, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, geen akte ingediend.

2.4.

Het volgende wordt tot uitgangspunt genomen. De servers van Facebook Ireland Ltd. (hierna Facebook Ierland) in Ierland hosten voor de Europese markt de diverse Facebook diensten. Gebruik van Facebook door gebruikers in Nederland kan leiden tot verwerking van persoonsgegevens. Facebook NL houdt zich bezig met verkoopondersteuning en heeft geen bevoegdheden met betrekking tot activiteiten die tot verwerking van persoonsgegevens kunnen leiden.

2.5.

In geschil is of de Nederlandse Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), dan wel de Ierse implementatie van Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (hierna: de richtlijn) van toepassing is op de verwerking van persoonsgegevens van inwoners van Nederland op de (Ierse) servers van Facebook. Daarnaast is aan de orde of een verzoek tot inzage als in de richtlijn bedoeld, in de Wbp opgenomen als artikel 35, kan worden gericht aan Facebook NL als ‘verantwoordelijke’ in de zin van de richtlijn.

2.6.

Of de Nederlandse, dan wel de Ierse regelgeving van kracht is moet worden vastgesteld aan de hand van artikel 4 sub a van de richtlijn, voor Nederland uitgewerkt in artikel 4 lid 1 van de Wbp. Hoewel zowel de tekst van die regelgeving, als de beslissing van het Duitse Hof die oordeelde naar aanleiding van een door Duitse consumentenorganisaties tegen Facebook aangespannen zaak, aanknopingspunten bieden voor toepassing van de Wbp kan de beantwoording van die vraag in dit geval achterwege blijven, omdat Facebook NL niet als ‘verantwoordelijke’ in de zin van de richtlijn en de Wbp heeft te gelden.

2.7.

Ingevolge de richtlijn en artikel 35 Wbp kan aan de verantwoordelijke een verzoek worden gedaan met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens. In artikel 1 onder d van de Wbp wordt onder ‘verantwoordelijke’ verstaan - voor zover hier van belang - de rechtspersoon die het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt.

In de memorie van toelichting van de Wbp staat:

“Bij de beantwoording van de vraag wie de verantwoordelijke is, dient enerzijds te worden uitgegaan van de formeel-juridische bevoegdheid om doel en middelen van de gegevensverwerking vast te stellen, anderzijds – in aanvulling daarop – van een functionele inhoud van het begrip. Het laatste criterium speelt met name een rol als er verschillende actoren betrokken zijn bij de gegevensverwerking en de juridische bevoegdheid onvoldoende helder is geregeld om te kunnen bepalen wie van de betrokken actoren als verantwoordelijke in de zin van de wet moet worden aangemerkt. In dergelijke situaties zal aan de hand van algemeen in het maatschappelijk verkeer geldende maatstaven moeten worden bezien aan welke (..) rechtspersoon de betreffende verwerking moet worden toegerekend. Verantwoordelijke is de rechtspersoon onder wiens bevoegdheid de operationele gegevensverwerking plaatsvindt. (..) De ratio is dat de betrokkene in het maatschappelijk verkeer kan weten ten aanzien van wie hij zijn rechten desgewenst kan uitoefenen. Dat die door de moeder- of een dochtermaatschappij verrichte gegevensverwerking (mede) ten dienste staan van het concern als zodanig is op zichzelf niet van belang voor het vaststellen van de verantwoordelijkheid. (…)”

Als onvoldoende weersproken staat vast dat voldoende juridisch en feitelijk onderscheid tussen Facebook Nederland en Facebook Ierland bestaat, en dat deze entiteiten niet met elkaar kunnen worden vereenzelvigd. Niet betwist is dat uitsluitend Facebook Ierland, en niet (mede) Facebook NL, verantwoordelijk is voor de verwerking van persoonsgegevens. Dit leidt ertoe dat een verzoek tot inzage niet kan worden gericht aan Facebook Nederland. [verzoeker] zal dan ook niet ontvankelijk worden verklaard in zijn verzoek.

2.8.

De rechtbank ziet aanleiding om de proceskosten te compenseren.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

verklaart [verzoeker] niet ontvankelijk in zijn verzoek,

3.2.

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. van der Veen en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2015.