Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:2237

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21-04-2015
Datum publicatie
28-09-2015
Zaaknummer
C-13-582989 - KG ZA 15-315
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

vordering vestiging pandrechten toegewezen. Notaris aangewezen als dwangvertegenwoordiger.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/1801
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/582989 / KG ZA 15-315 PS/MB

Vonnis in kort geding van 21 april 2015

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOROS KLIMAATTECHNIEK B.V.,

gevestigd te Loosdrecht,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SLINGERLAND TECHNIEK B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BANENS ELECTRO B.V.,

gevestigd te Spaubeek (gemeente Beek),

4. de vennootschap naar Duits recht

KLINGENBURG GMBH,

gevestigd te Gladbec (Duitsland),

eiseressen bij dagvaarding van 2 april 2015,

advocaat mr. I.S. Oosterhoff te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KYOTOCOOLING B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

gedaagde,

advocaten mr. C.A.P. Haket en mr. K.P. Hoogenboezem te Amsterdam.

1 De procedure

Ter terechtzitting van 10 april 2015 hebben eiseressen, hierna gezamenlijk ook: Horos c.s., en afzonderlijk Horos, Slingerland, Banens en Klingenburg, gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding en akte vermeerdering van eis. Gedaagde, hierna KyotoCooling, heeft bezwaar gemaakt tegen de vermeerdering van eis, omdat deze niet uiterlijk 24 uur voor de zitting is ingediend, en verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren aanwezig:

aan de zijde van Horos c.s.: [naam 1] ( [functie] ), [naam 2] ( [functie] ), [naam 3] ( [functie] ), mr. Oosterhoff en zijn kantoorgenote mr. E.H. van Maaren;

aan de zijde van KyotoCooling: mrs. Haket en Hoogenboezem.

2 De feiten

2.1.

KyotoCooling maakt deel uit van een concern (hierna: het concern) dat zich bezighoudt met het ontwikkelen en implementeren van koeloplossingen van datacenters. Door het toepassen van moderne koeltechnieken kunnen afnemers van KyotoCooling energie besparen. KyotoCooling beschikt in dit verband over intellectuele eigendomsrechten, zoals octrooien.

2.2.

Horos c.s. zijn leveranciers van KyotoCooling.

2.3.

Alle aandelen in KyotoCooling worden gehouden door KyotoHolding B.V. (hierna: KyotoHolding)

2.4.

Aanvankelijk waren Horos c.s. leveranciers van KyotoCooling International B.V. (hierna: KCI). In 2012 heeft binnen het concern een herstructurering plaatsgevonden, waarbij een activa/passivatransactie is gesloten tussen KyotoCooling en KCI. In december 2012 zijn tussen Horos c.s. en KyotoCooling (toen nog handelend onder haar oude statutaire naam ‘Nieuwe Initiatieven Europe B.V.’) separate overeenkomsten gesloten, waarin de vorderingen van eiseressen op KCI zijn gecedeerd aan KyotoCooling. De koopprijs die KyotoCooling daarvoor diende te betalen is omgezet in leningen van eiseressen aan KyotoCooling, in totaal tot een bedrag van rond de 2,5 miljoen euro.

2.5.

In juli 2013 zijn tussen Horos c.s. als “ [naam 4] ” enerzijds en KyotoCooling anderzijds nieuwe overeenkomsten van geldlening tot stand gekomen, waarvan een terugbetalingsschema deel uitmaakte. In artikel 4.1 van deze overeenkomsten staat het volgende:

Article 4-Right of Pledge

4.1

For the benefit of the [naam 4] KyotoCooling will, at its expense and by notarial deed, grant the joint [naam 4] the first right of pledge to all its assets, including but not limited to receivables and intellectual property rights, but excluding the intellectual property rights with regard to The United States and Canada, including but not limited to the intellectual property rights as stipulated in Appendix 2 . This right of pledge will be established as security for the payment of everything KyotoCooling owes to the [naam 4] and/or will owe to the [naam 4] pursuant to the loans from the [naam 4] to KyotoCooling (…) or on any other ground. The notarial deed or a further agreement will document the relationships between the individual [naam 4] .

(…)

Article 5-Previous agreements

5.1

This agreement supersedes all previous loan agreements and pledge agreements between KyotoCooling and [naam 4] and KCI and [naam 4]

(…)

Article 7-Applicable law and competent court

7.1

This agreement is governed by Dutch law.

7.2

Any disputes that arise with respect to or as a result of this agreement (…) will in the first instance be heard by the competent court in Amsterdam, to the exclusion of any other court.

2.6.

In 2014 (januari, juli en september) zijn ten aanzien van de terugbetalingstermijnen van de leningen aanvullende afspraken gemaakt. De leningen moeten in december 2016 volledig zijn terugbetaald.

In januari 2014 beliepen de vorderingen:

Eiseressen Hoofdsom

Banens € 595.710,-

Horos € 960.972,-

Klingenburg € 300.000,-

Slingerland € 379.584,-

2.7.

Bij brief van 9 januari 2015 heeft Banens aan KyotoCooling het volgende geschreven, voor zover hier van belang:

U vraagt middels uw mail van 30 december 2014 om het zoveelste verzoek voor uitstel van het nakomen van de betalingsafspraken gemaakt en vastgelegd in onze leningovereenkomst van d.d. juli 2013.

Banens Electro B.V. kan niet aan uw verzoek voldoen.

Het addendum wat we op 10 januari 2014 zijn overeengekomen is het laatste uitstel waar we in mee konden gaan en we verzoeken u om zich hieraan te houden.

Ik stel u (…) hierbij dan ook in gebreke.

Indien u niet binnen 8 dagen na heden alsnog de overeengekomen verplichtingen voldoet zal Banens Electro B.V. de gehele lening opeisen en de gerechtsdeurwaarder opdracht geven dit bij u te incasseren.”

2.8.

In een brief van 19 februari 2015 heeft [naam 5] (‘Corporate Law Advisor’) namens Horos, Banens en Klingenburg alsook namens [bedrijf 1] , [bedrijf 2] , [bedrijf 3] en [bedrijf 4] (de minderheidsaandeelhouders in Kyoto Holding) en namens GenCorp Investments (Pty) Ltd. (een potentiële investeerder in KyotoCooling) aan Kyoto Trading Coöperatief U.A. (de meerderheidsaandeelhouder in Kyoto Holding, hierna: Kyoto Trading) zijn zorgen uitgesproken over het niet nakomen door KyotoCooling van (financiële) verplichtingen en een aantal verbetervoorstellen gedaan. In de brief staat ook dat de briefschrijvers geen vertrouwen meer hebben in het management van het concern.

2.9.

Bij brief van 27 februari 2015 heeft Kyoto Trading gereageerd op de onder 2.8 genoemde brief en voorgesteld een bespreking te houden over de gerezen problematiek. Hierover heeft verdere correspondentie en overleg plaatsgevonden tussen (de raadslieden van) Kyoto Trading enerzijds en (de raadsman van) de onder 2.8 genoemde briefschrijvers anderzijds, waaruit vooralsnog geen overeenstemming over de te treffen maatregelen is voortgevloeid.

2.10.

Op 27 februari 2015 hebben (de raadslieden van) Horos c.s. KyotoCooling een brief gestuurd met de kop: “Ingebrekestelling voor zover vereist en aankondiging faillissementsaanvraag.” Hierin staat onder meer:

De besloten vennootschappen Horos (…), Slingerland (…) en GenCorp Investments (Pty) Ltd. (“cliënten”) hebben ons verzocht om hen bij te staan in het geschil dat zij hebben met KyotoCooling (…).

KyotoCooling is haar betalingsverplichtingen uit hoofde van de leningovereenkomsten d.d. 10 juli 2013 niet nagekomen. Op 19 februari 2015 is KyotoCooling (…) aangemaand tot betaling van openstaande bedragen en is zij in gebreke gesteld. (…) Enkel voor zover vereist, stellen wij KyotoCooling hierbij namens onze cliënten nogmaals in gebreke en stellen haar een termijn om alsnog aan haar betalingsverplichtingen te voldoen. Deze termijn verstrijkt op donderdag 5 maart 2015 (…)

Wij verwijzen u naar artikel 4.1 van de Leningsovereenkomsten, op grond waarvan KyotoCooling gehouden is een eerste pandrecht te vestigen op al haar vermogensbestanddelen ten behoeve van (onder meer) Horos en Slingerland. Wij hebben begrepen dat KyotoCooling daaraan tot op heden geen gevolg heeft gegeven. Namens onze cliënten stellen wij KyotoCooling ook wat betreft dat punt in gebreke en stellen haar dezelfde termijn als hierboven genoemd om haar verplichtingen op dit punt na te komen. (…) Indien vóór de hierboven genoemde datum het verschuldigde bedrag niet volledig is voldaan aan cliënten, dan zullen wij onmiddellijk overgaan tot het indienen van de faillissementsaanvraag.”

2.11.

Bij brief van 10 maart 2015 hebben de raadslieden van Horos c.s., nu namens alle eiseressen, nogmaals nakoming gevorderd en KyotoCooling tot 12 maart 2015 in de gelegenheid gesteld om aan haar verplichting tot het vestigen van pandrechten te voldoen.

3 Het geschil

3.1.

Horos c.s. vorderen – samengevat – na vermeerdering van eis, primair:

I. veroordeling van KyotoCooling tot voldoening aan Horos van een bedrag van

€ 198.622,71, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover te berekenen vanaf 21 maart 2015;

voorts primair:

II. veroordeling van KyotoCooling om binnen 48 uur na de betekening van dit vonnis aan de raadslieden van Horos c.s. een schriftelijke opgave ter hand te stellen van al haar vermogensbestanddelen, bestaande en toekomstige, in binnen- en buitenland, bijvoorbeeld, maar daartoe niet beperkt, van (i) alle door haar aangehouden bankrekeningen, inclusief tenaamstelling en rekeningnummer; (ii) alle debiteuren (met naam, adres, grondslag en hoogte van de vordering); (iii) alle haar in eigendom toebehorende roerende zaken; (iv) alle (certificaten van alle) haar in eigendom toebehorende aandelen gehouden in entiteiten en (v) alle geregistreerde en niet geregistreerde intellectuele eigendomsrechten;

III. veroordeling van KyotoCooling om binnen 48 uur nadat de onder II bedoelde opgave aan Horos c.s. ter hand is gesteld, te zorgen voor rechtsgeldige vestiging van (eerste in rang, althans zo hoog mogelijk in rang) separate pandrechten op al haar vermogensbestanddelen (in binnen- en buitenland) ten behoeve van Horos c.s. op kosten van KyotoCooling met – voor zover mogelijk – inschrijving van de verpandingen in de daartoe geëigende registers en in het geval van verpandingen van vorderingen met mededeling daarvan aan de betreffende debiteuren (met afschrift daarvan aan Horos c.s.);

IV. te bepalen dat KyotoCooling een dwangsom verbeurt van € 25.000,- voor iedere dag of dagdeel dat zij met de nakoming van het gevorderde onder II en III in gebreke blijft, met een maximum van € 2.500.000 per elk van eiseressen;

V. indien KyotoCooling haar medewerking aan het vestigen van pandrechten weigert, nadat 14 dagen zijn verstreken na de betekening van dit vonnis, notaris mr. J.C. Paans (althans enige notaris verbonden aan Baker & McKenzie), of een andere door de voorzieningenrechter te bepalen notaris, aan te wijzen als vertegenwoordiger in de zin van artikel 3:300 van het Burgerlijk Wetboek (BW), teneinde de verpandingen te doen plaatsvinden met bepaling dat het vonnis (i) de benodigde wilsverklaringen van KyotoCooling vervangt en/of voor zover nodig in de plaats treedt van (gedeelten van) de pandaktes (art. 3:300 lid 2 BW) en voorts dat de notaris gemachtigd is alle handelingen te verrichten teneinde de vestiging van de pandrechten te effectueren, onder de daartoe gebruikelijke voorwaarden overeenkomstig de Verordening beroeps- en gedragsregels, vastgesteld door de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, met bepaling dat de kosten dienen te worden gedragen door KyotoCooling;

VI. indien KyotoCooling haar medewerking aan het vestigen van pandrechten weigert na het verstrijken van de onder V genoemde termijn en voor zover de vermogensbestanddelen in het buitenland zijn gelegen, een dwangvertegenwoordiger te benoemen, die, nadat de voorzieningenrechter hem of haar daartoe goedkeuring heeft verleend, in de plaats van KyotoCooling de voor de zekerheidsverschaffing vereiste documentatie zal tekenen en daartoe alle benodigde handelingen mag verrichten (waarbij voor zover vereist het vonnis in de plaats treedt van wilsverklaringen van KyotoCooling);

VII. met bepaling dat dwangsommen die zijn verbeurd tot de in V en VI genoemde verpandingen hebben plaatsgevonden, verbeurd blijven;

subsidiair:

VIII. iedere andere voorziening te treffen die de voorzieningenrechter in goede justitie geraden acht;

primair en subsidiair:

IX. KyotoCooling te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover en te vermeerderen met de nakosten.

3.2.

Horos c.s. hebben aan hun vorderingen met betrekking tot de pandrechten ten grondslag gelegd dat KyotoCooling de bepalingen in de Leningovereenkomsten dient na te komen en dat zij geen enkele redelijke grond heeft om dat niet te doen. Horos c.s. hebben bij hun vorderingen een spoedeisend belang, omdat zij anders geen zekerheid hebben, wat des te nijpender is nu de financiële situatie van KyotoCooling niet al te rooskleurig is. Er bestaat een gegronde vrees voor bezwaring van de vermogensbestanddelen van KyotoCooling ten behoeve van andere crediteuren.

De geldvordering betreft een factuur van Horos, die KyotoCooling zonder protest heeft behouden, maar niet betaald. KyotoCooling is op 26 maart 2015 tot betaling aangemaand.

Aldus Horos c.s.

3.3.

KyotoCooling voert verweer.

3.4.

De stellingen van partijen worden hierna, voor zover van belang, nader weergegeven.

4 De beoordeling

4.1.

KyotoCooling heeft bezwaar gemaakt tegen de vermeerdering van eis, aangezien deze niet uiterlijk 24 uur voor de zitting is ingediend en KyotoCooling zich dientengevolge niet op deze vordering heeft kunnen voorbereiden, terwijl de in het geding zijnde factuur al dateert van februari 2015 en de vordering tot betaling daarvan dus zonder probleem in de dagvaarding had kunnen worden meegenomen. Dienaangaande wordt het volgende overwogen.

Ingevolge artikel 130 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is de eisende partij, zolang nog geen eindvonnis is gewezen, op zichzelf bevoegd zijn eis te veranderen of te vermeerderen. De eisvermeerdering kan echter buiten beschouwing worden gelaten, indien behandeling ervan strijd oplevert met een goede procesorde. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dat hier het geval is. Nu de factuur dateert van 19 februari 2015 en de aanmaning van 26 maart 2015, had Horos c.s. deze vordering in haar dagvaarding van 2 april kunnen opnemen, zodat Horos c.s. haar (inhoudelijke) verweer, dat zij daartegen wenst te voeren, had kunnen voorbereiden. Door de eiswijziging pas op 9 april 2015 in te dienen heeft KyotoCooling dat niet kunnen doen, waardoor zij in haar processuele belangen is geschaad. Deze vordering zal daarom buiten behandeling blijven.

4.2.

Het hierna volgende heeft dus uitsluitend betrekking op de vordering van Horos c.s. gericht op de nakoming van de verplichting tot het vestigen van een pandrecht door KyotoCooling.

4.3.

Een vordering tot nakoming kan in kort geding alleen worden toegewezen, indien voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter het standpunt van eiser(s) zal volgen, bijvoorbeeld als gedaagde een kennelijk ongegrond verweer voert, en indien van eiser(s) niet kan worden gevergd dat hij (zij) de uitslag van de bodemprocedure afwacht(en).

4.4.

Volgens KyotoCooling ontbreekt het Horos c.s. bij hun vorderingen aan een spoedeisend belang. KyotoCooling zal hierin niet worden gevolgd. In zijn algemeenheid hebben Horos c.s. als leveranciers en crediteuren van KyotoCooling c.s. er een spoedeisend belang bij dat afspraken ter zake van door KyotoCooling te verlenen zekerheden correct worden nagekomen. Daar komt bij dat niet in geschil is dat de financiële situatie van KyotoCooling verre van rooskleurig te noemen is, dat zij meerdere crediteuren heeft, dat zij diverse malen heeft verzocht om uitstel van haar betalingsverplichtingen en dat zij (in elk geval ten aanzien van één termijn) niet steeds tijdig aan haar verplichtingen jegens Horos c.s. heeft voldaan. Daarmee is het spoedeisend belang van Horos c.s. gegeven. Dat zij al eerder stappen jegens KyotoCooling had kunnen nemen inzake de afspraken over de pandrechten, doet daaraan niet af. In de gegeven omstandigheden kan niet van Horos c.s. worden gevergd de uitkomst van een bodemprocedure af te wachten.

4.5.

KyotoCooling heeft erkend dat artikel 4.1 haar in beginsel tot het vestigen van pandrechten verplicht, zodat aan eiseressen het recht op nakoming niet kan worden ontzegd. Het verweer van KyotoCooling komt er, samengevat, op neer dat de vorderingen toch moeten worden afgewezen, althans dat de termijn waarbinnen KyotoCooling tot het vestigen van de pandrechten zou moeten overgaan minimaal drie maanden zou moeten zijn, omdat een andere beslissing zonder enige twijfel tot het faillissement van KyotoCooling zou leiden.

De onder 2.10 genoemde brief, waar al met zoveel woorden gerept wordt van een ‘faillissementsaanvraag’, onderstreept dat. Volgens KyotoCooling spelen Horos c.s. met GlenCorp onder één hoedje en sturen ze op een faillissement van KyotoCooling aan, waarmee zij op goedkope wijze de intellectuele eigendomsrechten van KyotoCooling in handen zouden kunnen krijgen. [naam 6] zou daarbij een dubieuze (dubbel)rol hebben gespeeld, nu hij enerzijds aandeelhouder is van Horos en anderzijds ook van KyotoCooling, terwijl hij tot voor kort bij KyotoCooling bovendien verantwoordelijk voor de sales was.

4.6.

De voorzieningenrechter zal KyotoCooling in het voornoemde verweer niet volgen. KyotoCooling heeft onvoldoende onderbouwd dat het vestigen van pandrechten als zodanig tot een faillissement van KyotoCooling zal leiden.

Maar ook als het uitoefenen van de pandrechten, ter incassering van de vorderingen van Horos c.s., zou leiden tot het faillissement van KyotoCooling, is dat geen grond om haar niet aan haar contractuele verplichtingen te houden, dan wel om haar daarvoor nog een nadere termijn van drie maanden te gunnen. Voor zover KyotoCooling heeft bedoeld te betogen dat Horos c.s. door de nakoming te vorderen misbruik van recht maakt, is dat niet aannemelijk geworden. Uit de overgelegde correspondentie is dat niet gebleken. Horos c.s. hebben in dit verband terecht aangevoerd dat zij er een rechtmatig belang bij hebben dat hun rekeningen worden betaald. Niet in geschil is dat zij al jarenlang zaken doen met (de rechtsvoorgangster van) KyotoCooling, waarmee zij ook een belang hebben bij continuïteit van de onderneming, maar dat KyotoCooling telkens uitstel heeft gevraagd voor het voldoen aan haar betalingsverplichtingen. Horos c.s. hebben dan ook eveneens een rechtmatig belang bij het nakomen van de verplichtingen ter zake het pandrecht. Dat mogelijk een nieuwe investeerder in beeld is, of dat een financier garant zou staan voor de vorderingen van Horos c.s., zoals KyotoCooling heeft gesteld, is – wat daarvan ook zij, nu Horos c.s. dat heeft betwist en KyotoCooling heeft erkend daarvan geen bewijs te kunnen overleggen – onvoldoende om te concluderen tot misbruik van recht. Ook de omstandigheid dat in de brief van 27 februari 2015 wordt gedreigd met een faillissementsaanvraag is daartoe onvoldoende.

Dat [naam 6] zich schuldig zou hebben gemaakt aan onoirbare praktijken, vanwege zijn ‘dubbele pet’ is voorts niet aannemelijk geworden.

Evenmin bestaan, anders dan KyotoCooling heeft bepleit, aanknopingspunten om aan te nemen dat eisen van redelijkheid en billijkheid zich tegen de vordering tot nakoming zouden verzetten.

Voldoende aannemelijk is dan ook dat de rechter in een eventuele bodemprocedure de vorderingen van Horos c.s. zal toewijzen.

4.7.

Het voorgaande leidt ertoe dat de vorderingen van Horos c.s., met inachtneming van het hierna volgende, voor toewijzing gereed liggen. Dat geldt ook voor de vordering tot opgave van de vermogensbestanddelen door KyotoCooling. Aangenomen moet worden dat de verplichting van KyotoCooling als schuldenaar van Horos c.s. tot het verstrekken van informatie daarover naar redelijkheid en billijkheid voortvloeit uit haar verplichting tot het vestigen van pandrechten op haar vermogensbestanddelen. Voorshands zal de verplichting tot het doen van opgave worden beperkt tot bestaande vermogensbestanddelen zoals in het dictum (concreet) vermeld en voor wat betreft de roerende zaken en de handelsvoorraad tot hetgeen te dien aanzien blijkt uit de boekhouding van KyotoCooling c.s., teneinde executiegeschillen zoveel mogelijk te voorkomen en omdat ‘een opgave van alle bestaande en toekomstige vermogensbestanddelen’ onvoldoende concreet is om toegewezen te kunnen worden, zoals KyotoCooling terecht heeft aangevoerd. Ten aanzien van de intellectuele eigendomsrechten zal de opgave – om dezelfde reden – worden beperkt tot de geregistreerde intellectuele eigendomsrechten. De intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot Canada en de Verenigde Staten zullen van de te verstrekken opgave worden uitgezonderd, aangezien deze overeenkomstig de afspraak tussen partijen niet vallen onder de te verpanden vermogensbestanddelen.

Een termijn van drie (werk-)dagen na de betekening van het vonnis wordt voor het doen van de opgave redelijk geacht, alsook (vervolgens) eenzelfde termijn voor het (doen) vestigen van de pandrechten.

4.8.

Bij de veroordeling tot vestiging van pandrechten op alle vermogensbestanddelen is er geen aanleiding voor de beperkingen vermeld in 4.7. Omdat generieke verpanding mogelijk is, is het gevaar voor executiegeschillen hier niet groot. Wel zullen van de verplichting tot verpanding worden uitgezonderd de intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot Canada en de Verenigde Staten.

4.9.

Voor zover de algemene voorwaarden van de banken zich verzetten tegen het vestigen van pandrechten op de bankrekeningen, wat volgens KyotoCooling doorgaans het geval is, kan dat bij de verpanding zelf aan de orde komen. Dit vormt echter, anders dan KyotoCooling heeft bepleit, geen grond om de vorderingen ten aanzien van de bankrekeningen niet toe te wijzen. KyotoCooling heeft immers ten aanzien van geen enkele bankrekening aannemelijk gemaakt dat voor vorderingen die zij uit hoofde van die bankrekening heeft een goederenrechtelijk verbod tot verpanding geldt.

De dwangsommen zullen worden gematigd en gemaximeerd, als na te melden.

4.10.

Ook de vordering om een notaris aan te wijzen die de benodigde aktes kan verlijden en de vordering om dit vonnis in de plaats te stellen voor de wilsverklaringen van KyotoCooling als zij bij het verlenen van haar medewerking in gebreke blijft, zal worden toegewezen. Wel heeft KyotoCooling terecht aangevoerd dat het niet in de rede ligt om een notaris te benoemen die aan (één van) partijen is gelieerd. Er zal dan ook een van partijen onafhankelijke notaris worden aangewezen. Nu partijen daarvoor desgevraagd ter zitting geen namen hebben aangedragen, wijst de voorzieningenrechter in dit verband aan notaris mr. R.H. Meppelink, die zich desverzocht bereid heeft verklaard deze taak op zich te nemen.

4.11.

Voor toewijzing van het gevorderde onder VII bestaat vooralsnog onvoldoende aanleiding, aangezien op het eventueel verbeurd zijn van dwangsommen in de regel niet vooruit wordt gelopen.

4.12.

In hetgeen KyotoCooling heeft aangevoerd bestaat geen grond om dit vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dit zou zich in de gegeven omstandigheden ook niet verdragen met het spoedeisend belang van Horos c.s. bij de gevraagde voorzieningen.

4.13.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal KyotoCooling worden veroordeeld in de proceskosten gevallen aan de zijde van Horos c.s.

4.14.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot.
De nakosten zullen dan ook op de navolgende wijze worden toegewezen.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt KyotoCooling om binnen drie werkdagen na de betekening van dit vonnis aan de raadslieden van Horos c.s. een schriftelijke opgave ter hand te stellen van al haar bestaande vermogensbestanddelen in binnen- en buitenland, te weten, (i) opgave van alle door haar aangehouden bankrekeningen inclusief tenaamstelling en rekeningnummer, in welke vorm dan ook (ii) opgave van de op de vonnisdatum bekend zijnde debiteuren van KyotoCooling (met naam, adres, grondslag en hoogte van de vordering) (iii) opgave van alle aan haar in eigendom toebehorende roerende zaken, waaronder de handelsvoorraad, zoals deze zijn opgenomen in de boekhouding, (iv) opgave van (certificaten van) aandelen gehouden in entiteiten en (v) opgave van alle geregistreerde intellectuele eigendomsrechten, met uitzondering van de intellectuele eigendomsrechten Canada en de Verenigde Staten van Amerika betreffende;

5.2.

veroordeelt KyotoCooling om binnen drie werkdagen na het verstrekken van de onder 5.1 genoemde opgave te zorgen voor rechtsgeldige vestiging van separate pandrechten (eerste in rang, althans zo hoog mogelijk in rang) op al haar vermogensbestanddelen (in binnen- en buitenland), met uitzondering van de rechten van intellectuele eigendom met betrekking tot de Verenigde Staten en Canada, ten behoeve van alle eiseressen op kosten van KyotoCooling met – voor zoveel als mogelijk – inschrijving van de verpandingen in de daartoe geëigende registers en in geval van verpanding van vorderingen met mededeling daarvan aan de betreffende debiteuren (met afschrift aan eiseressen);

5.3.

bepaalt dat indien KyotoCooling in gebreke blijft (tijdig en volledig) uitvoering te geven aan (één van) de hiervoor gegeven veroordelingen, zij een dwangsom verbeurt van € 5.000,- aan elk van eiseressen per dag of dagdeel dat zij in gebreke blijft, met een maximum van € 625.000,- per eiseres (in totaal een maximum van € 2.500.000,-);

5.4.

wijst aan, indien KyotoCooling weigert haar onvoorwaardelijke en volledige medewerking te verlenen aan het vestigen van pandrechten, nadat 14 dagen zijn verstreken vanaf het moment van betekening van dit vonnis, notaris mr. R.H. Meppelink (verbonden aan Loyens & Loeff N.V., Fred. Roeskestraat 100, 1076 ED Amsterdam), als vertegenwoordiger in de zin van artikel 3:300 lid 1 BW, teneinde de verpandingen te doen plaatsvinden, met bepaling dat dit vonnis in de plaats treedt van (i) de benodigde wilsverklaringen van KyotoCooling en of (ii) voor zover nodig van (gedeelten van) de pandaktes en voorts dat de notaris gemachtigd is alle handelingen te verrichten teneinde de vestiging van pandrechten te effectueren, onder de daartoe gebruikelijke voorwaarden overeenkomstig de Verordening beroeps- en gedragsregels, vastgesteld door de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, met bepaling dat de kosten dienen te worden gedragen door KyotoCooling;

5.5.

wijst aan, indien KyotoCooling haar medewerking aan het vestigen van pandrechten weigert na het verstrijken van de onder 5.4 genoemde termijn en voor zover de vermogensbestanddelen in het buitenland zijn gelegen, mr. R.H. Meppelink, voornoemd, als dwangvertegenwoordiger, die, nadat de voorzieningenrechter hem of haar daartoe goedkeuring heeft verleend indien de dwangvertegenwoordiger die goedkeuring noodzakelijk acht, in de plaats van KyotoCooling de voor de zekerheidsverschaffing vereiste documentatie zal tekenen en daartoe alle benodigde handelingen mag verrichten (waarbij voor zover vereist het vonnis in de plaats treedt van wilsverklaringen van KyotoCooling);

5.6.

veroordeelt KyotoCooling in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van Horos c.s. begroot op:

– € 77,84 € 77,84 aan explootkosten,

– € 77,84 € 613,- aan griffierecht en

̶ € 816,- aan salaris advocaat;

deze kosten te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na de dag van de uitspraak van dit vonnis tot aan de voldoening;

5.7.

veroordeelt KyotoCooling in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op

€ 131,- voor nasalaris te vermeerderen met € 68,- en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit vonnis plaatsvindt;

5.8.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.9.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.P. Schoonbrood - Wessels, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Balk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2015. Bij afwezigheid van mr. Schoonbrood-Wessels, is dit vonnis ondertekend door mr. C.M. Berkhout, voorzieningenrechter, die het vonnis uitsprak.