Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:1520

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
27-03-2015
Datum publicatie
07-04-2015
Zaaknummer
2672834 - CV EXPL 14-568
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Inbreuk auteursrecht. Werkelijke proceskosten ex art. 1019h Rv afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: 2672834 / CV EXPL 14-568

Uitspraak: 27 maart 2015

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van:

[eiser],

h.o.d.n. ‘[bedrijfsnaam]’

wonende te [woonplaats],

eiser,

nader te noemen: [eiser],

advocaat mr. N.H.G. Beltman te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EMDAY B.V.

gevestigd te Nijmegen,

gedaagde,

nader te noemen: Emday,

advocaat mr. D.A.J. Coppens, onttrokken per 28 februari 2014, thans vertegenwoordigd door [naam].

VERDERE VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Bij tussenvonnis van 25 juli 2014 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter [eiser] in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren. Vervolgens zijn de volgende processtukken ingediend:

  • -

    de akte na comparitie van [eiser], met producties;

  • -

    de antwoordakte van Emday, met producties.

[eiser] is vervolgens in de gelegenheid gesteld te reageren op de door Emday overgelegde producties. [eiser] heeft deze gelegenheid ongebruikt gelaten. Daarna is vonnis bepaald.

Wegens organisatorische redenen is de rechter die het tussenvonnis heeft gewezen niet in staat tevens dit eindvonnis te wijzen.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Beoordeling

1. De kantonrechter verwijst naar en houdt vast aan de in het tussenvonnis vastgestelde feiten en hetgeen daarin (vooruitlopend op de bewijsopdracht) is geoordeeld. In het tussenvonnis heeft de kantonrechter [eiser] in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren van zijn stelling dat hij de maker (en daarmee tevens de auteursrechthebbende) van de door Emday gebruikte foto is.

2. Naar het oordeel van de kantonrechter is [eiser] geslaagd in de bewijslevering van zijn stelling dat hij de maker van de door Emday gebruikte foto is. Gelet op de overwegingen van de kantonrechter in het tussenvonnis, staat daarmee tevens vast dat [eiser] ook de auteursrechthebbende van de foto is. De kantonrechter ziet geen aanleiding op dit oordeel terug te komen en zal de (nieuwe) stellingen van Emday ten aanzien van dit punt dan ook onbesproken laten. Dit betekent dat moet worden aangenomen dat Emday door het gebruik van de foto een inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van [eiser] en dat Emday de schade die [eiser] daardoor heeft geleden dient te vergoeden.

3. Ten aanzien van de hoogte van de schadevergoeding oordeelt de kantonrechter als volgt. [eiser] is in het tussenvonnis in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren van zijn stelling dat € 2.500,00 per jaar of deel van een jaar het gebruikelijke, door hem gehanteerde tarief is voor het soort gebruik van de foto als in het onderhavige geval.

4. De kantonrechter oordeelt dat [eiser] niet is geslaagd in het leveren van het bewijs van die stelling. Het gebruik van de foto’s in de door [eiser] overgelegde offertes komt namelijk in het geheel niet overeen met het soort gebruik van de foto door Emday. De foto is door Emday immers slechts in klein formaat in een brochure en op haar website gebruikt ter promotie van een cursus fotoshop, welke website – zoals Emday onbetwist heeft gesteld – rond de 800 bezoekers heeft gehad. De door [eiser] overgelegde offertes zien echter op het gebruik van foto’s na te houden (grote) fotorapportages inclusief – naar de kantonrechter begrijpt – alle daarbij behorende advertentierechten.

5. Aangezien [eiser] niet is geslaagd in zijn bewijslevering, zal de kantonrechter voor wat betreft de hoogte van de schade – zoals ook reeds geoordeeld in het tussenvonnis – aansluiting zoeken bij de door de Stichting FotoAnoniem gehanteerde tarieven. De kantonrechter ziet geen aanleiding op dit oordeel terug te komen en zal de (nieuwe) stellingen van Emday ten aanzien van dit punt dan ook onbesproken laten.

6. Dit brengt mee dat Emday voor de gebruikte foto in dit geval een bedrag van € 312,00 als schadevergoeding aan [eiser] dient te betalen. Het gaat immers – zoals Emday onbetwist heeft gesteld – om het gebruik van een foto op een Nederlandstalige website met een .nl domeinnaam, met een grootte van (maximaal) 200x300 pixels en voor het gebruik langer dan één jaar op een pagina die twee niveaus dieper ligt dan de startpagina, zodat op grond van de tarieven van de Stichting FotoAnoniem een vergoeding ter hoogte van het genoemde bedrag op zijn plaats is. Dit bedrag is dan ook toewijsbaar.

7. De wettelijke rente over dit bedrag zal – anders dan [eiser] heeft gevorderd – worden toegewezen vanaf 14 juli 2013, te weten 10 dagen na de sommatie door de gemachtigde van [eiser] (zie 1.10 van het tussenvonnis).

8. Aangezien de rechtbank heeft vastgesteld dat Emday een inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van [eiser] en Emday als gevolg daarvan gehouden is tot betaling van een schadevergoeding, zal Emday veroordeeld worden in de proceskosten.

9. Naar het oordeel van de kantonrechter verzet de billijkheid zich in onderhavige zaak tegen de door [eiser] gevorderde veroordeling van Emday in de werkelijke proceskosten op de voet van artikel 1019h van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). De kantonrechter acht daarbij van belang dat de in dit vonnis toegewezen schadevergoeding een fractie is van de vordering van [eiser] (te weten: € 25.000,-) en dat [eiser] zowel in het minnelijk voortraject als in deze procedure steeds heeft vastgehouden aan deze vordering, ondanks dat Emday [eiser] meerdere malen een bedrag heeft geboden dat hoger is dan het thans toegewezen bedrag. Bovendien heeft de schade een beperkte omvang. Onder die omstandigheden acht de kantonrechter het niet redelijk over te gaan tot toewijzing van de werkelijke proceskosten. De kantonrechter zal daarom bij het bepalen van de hoogte van de proceskosten aanknopen bij het normaliter door de kantonrechter gehanteerde forfaitaire tarief over het toegewezen bedrag.

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt Emday tot betaling aan [eiser] van:
- € 312,00 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 juli 2013 tot aan de voldoening;

veroordeelt Emday in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op:
griffierecht € 462,00
explootkosten € 101,89
salaris gemachtigde € 150,00 (2,5 x tarief € 60,-)
______
totaal € 713,89
inclusief eventueel verschuldigde btw;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. B.T. Beuving, kantonrechter, bijgestaan door mr. C.E. Ganzeboom, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 maart 2015.

De griffier De kantonrechter

*