Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:7008

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-10-2014
Datum publicatie
03-11-2014
Zaaknummer
C-13-545941 - HA ZA 13-773
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bestuurdersaansprakelijkheid, artikel 2:11 BW, gevolg aanvaarding verweer gedaagde voor beslissing tegen niet verschenen mede-gedaagde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2014-0378
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/545941 / HA ZA 13-773

Vonnis van 29 oktober 2014

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SCHOUTEN OLIE B.V.,

gevestigd te Alphen aan den Rijn,

eiseres,

advocaat: mr. B.A. Wille te Alphen aan den Rijn,

tegen

1 [naam gedaagde 1],

wonende te [woonplaats] ([gemeente]),

gedaagde,

advocaat: mr. A.J.A. Jansen te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

JSD HOLDING B.V.,

gevestigd te Uithoorn,

gedaagde,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna Schouten Olie, [gedaagde 1] en JSD worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de gelijkluidende dagvaardingen van 4 juli 2013 en 8 juli 2013, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    het tussenvonnis van deze rechtbank van 13 november 2013, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

  • -

    het proces-verbaal van de comparitie gehouden op 6 februari 2014;

  • -

    de akte overlegging van producties, met producties, aan de zijde van Schouten Olie;

  • -

    de akte overlegging aanvullende producties, tevens reactie op aanvullende producties van eisers, met producties, aan de zijde van [gedaagde 1];

  • -

    de akte uitlating producties aan de zijde van Schouten Olie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Schouten Olie is leverancier van motorbrandstoffen.

2.2.

JSD Materieel B.V. (hierna: JSD Materieel) dreef een onderneming die zich bezig hield met aannemingswerkzaamheden. Zij beschikte daartoe over graafmachines en shovels. Daarnaast verhuurde JSD Materieel materieel.

2.3.

JSD is tot 27 mei 2013 enig bestuurder en enig aandeelhouder van JSD Materieel geweest. [gedaagde 1] is tot 10 juli 2013 enig bestuurder en enig aandeelhouder van JSD geweest.

2.4.

Sinds in ieder geval 2007 betrok JSD Materieel motorbrandstoffen van Schouten Olie.

2.5.

Vanaf begin 2012 hebben Schouten Olie en [gedaagde 1], namens JSD Materieel, maandelijks met elkaar gesproken over toegenomen achterstanden in de betaling van facturen door JSD Materieel.

2.6.

Schouten Olie heeft ondanks de betalingsachterstanden de levering van motorbrandstoffen aan JSD Materieel gecontinueerd. JSD Materieel heeft in de periode vanaf begin 2012 een deel van de door Schouten Olie gezonden facturen (met vertraging) voldaan.

2.7.

Schouten Olie heeft voor door haar in de periode van 21 juni 2012 tot en met 18 december 2012 geleverde motorbrandstoffen aan JSD Materieel facturen gezonden tot een bedrag van EUR 247.254,64.

2.8.

JSD Materieel heeft in de periode van 21 juni 2012 tot en met 18 december 2012 aan Schouten Olie betalingen gedaan tot een totaal bedrag van EUR 181.229,68. Deze betalingen hadden echter betrekking op eerdere facturen, zodat de facturen over de periode van 21 juni 2012 tot en met 18 december 2012 onbetaald zijn gebleven.

2.9.

Schouten Olie is in december 2012 gestopt met het leveren van motorbrandstoffen aan JSD Materieel.

2.10.

JSD Materieel heeft op 3 december 2012 materieel aan een derde verkocht voor een bedrag van EUR 140.000,--.

2.11.

JSD heeft in maart 2013 haar aandelen in JSD Materieel voor een bedrag van EUR 9.320,-- aan een derde verkocht. Levering van de aandelen vond plaats op 27 mei 2013.

2.12.

JSD Materieel is bij vonnis van deze rechtbank van 3 september 2013 in staat van faillissement verklaard, met benoeming van mr. P.J. Bos tot curator.

2.13.

JSD Materieel heeft over de jaren 2009 tot en met 2011 haar jaarrekeningen gepubliceerd. De jaarrekeningen vermelden met betrekking tot het eigen vermogen en het werkkapitaal het volgende:

2009

2010

2011

Eigen Vermogen

EUR 80.454,--

-/- EUR 21.386,--

-/- EUR 198.477,--

Werkkapitaal

EUR 284.866,--

-/- EUR 551.120,--

-/- EUR 1.074.259,--

3 Het geschil

3.1.

Schouten Olie vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis, JSD en [gedaagde 1] hoofdelijk veroordeelt tot betaling aan Schouten Olie van EUR 247.254,16, vermeerderd met wettelijke handelsrente, althans wettelijke rente, en met hoofdelijke veroordeling van JSD en [gedaagde 1] in de kosten van deze procedure.

3.2.

Schouten Olie legt – onder verwijzing naar de door haar gestelde feiten en de door haar in het geding gebrachte stukken – aan haar vordering ten grondslag, dat zij tot het beloop van haar vordering schade heeft geleden doordat haar aan JSD Materieel verzonden facturen over de periode van 21 juni 2012 tot en met 18 december 2012 onbetaald zijn gebleven, voor welke schade JSD als bestuurder van JSD Materieel aansprakelijk is tegenover Schouten Olie. Op het moment dat JSD Materieel de motorbrandstoffen kocht waarvoor de facturen zijn verzonden, wist zij immers of moest zij weten, dat JSD Materieel niet zou kunnen voldoen aan de betalingsverplichtingen die daaruit voortvloeiden. Op de voet van artikel 2:11 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) is [gedaagde 1], als bestuurder van JSD, hoofdelijk aansprakelijk voor de door Schouten Olie geleden schade, aldus nog steeds Schouten Olie.

3.3.

JSD is niet in de procedure verschenen. [gedaagde 1] voert verweer. Op de stellingen van Schouten Olie en [gedaagde 1] zal hierna – voor zover voor de beoordeling van het geschil van belang – worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

JSD is niet in de procedure verschenen. Aan haar is verstek verleend. De vordering tegen JSD is derhalve in beginsel toewijsbaar, tenzij deze de rechtbank onrechtmatig of ongegrond voorkomt. De beantwoording van deze vraag is afhankelijk van de beantwoording van de vraag of hetgeen [gedaagde 1] tot zijn verweer heeft aangevoerd slaagt. Immers, de aansprakelijkheid van [gedaagde 1] is uiteindelijk, via artikel 2:11 BW, gebaseerd op dezelfde gronden als die van JSD. De rechtsbetrekking tussen partijen noopt derhalve tot een voor alle gedaagden gelijke beslissing. Dit brengt met zich dat, indien het door [gedaagde 1] gevoerde verweer wordt aanvaard, ook de vordering tegen JSD niet kan worden toegewezen.

4.2.

Volgens Schouten Olie kan met name uit de volgende omstandigheden worden afgeleid dat JSD en [gedaagde 1] op het moment dat JSD Materieel de motorbrandstoffen kocht waarvoor de facturen zijn verzonden, wist of moest weten dat JSD Materieel niet zou kunnen voldoen aan de betalingsverplichtingen die daaruit voortvloeiden:

a. de solvabiliteits- en liquiditeitspositie van JSD Materieel;

b. de in het faillissementsverslag van de curator gemaakte opmerkingen dat hij is gestuit op diverse transacties die hij voorshands als paulianeus aanmerkt, alsmede dat de deponeringsplicht is geschonden;

c. de gelden die [gedaagde 1] blijkens publicaties heeft besteed aan zijn hobby “tractorpullen” en die hij ongetwijfeld aan JSD Materieel heeft onttrokken.

4.3.

Deze stellingen kunnen echter niet tot het beoogde doel leiden.

Met Schouten Olie kan worden aangenomen dat de jaarcijfers van JSD Materieel vanaf 2010 een zorgwekkend beeld lieten zien. Deze cijfers rechtvaardigen echter op zichzelf nog niet de conclusie dat de vereiste wetenschap aan de zijde van JSD, en meer concreet [gedaagde 1], aanwezig was.

Hierbij wordt in aanmerking genomen dat uit het door Schouten Olie overgelegde betalingsverloop blijkt dat JSD Materieel steeds betalingen is blijven doen die weliswaar steeds lager waren dan de bedragen waarvoor nieuwe bestellingen werden gedaan maar niettemin substantieel waren. Voorts is Schouten Olie ondanks het oplopen van de betalingsachterstand welbewust nieuwe bestellingen blijven honoreren en moet zij derhalve geacht worden bekend te zijn geweest met de steeds benardere positie waarin JSD Materieel kwam te verkeren. Onder die omstandigheden kan niet worden aangenomen dat [gedaagde 1] en JSD iets hebben verzwegen wat Schouten Olie niet wist. Tenslotte moet uit de in zoverre niet betwiste toelichting van [gedaagde 1] worden afgeleid dat er tot het laatste moment, in ieder geval tot 18 december 2012, gerechtvaardigde hoop bestond dat JSD Materieel zou kunnen worden gered.

De hiervoor onder 4.2. vermelde opmerkingen van de curator hebben geen verder gevolg gehad en kunnen dan ook niet als ondersteuning van het standpunt van Schouten Olie dienen.

Tenslotte heeft [gedaagde 1] gemotiveerd betwist dat hij voor tractorpullen gelden aan JSD Materieel heeft onttrokken, volgens hem werden alle kosten betaald door externe sponsors, niet (mede) door JSD Materieel. Daartegenover heeft Schouten Olie geen voor bewijs vatbare feiten gesteld waaruit het tegendeel zou kunnen worden afgeleid.

4.4.

Ook hetgeen overigens nog door Schouten Olie naar voren is gebracht (verkoop materieel, verkoop aandelen) kan haar niet baten. Daaruit kan in ieder geval niet de conclusie worden getrokken dat de situatie van JSD Materieel reeds op 18 december 2012 zo nijpend was dat JSD en [gedaagde 1] hadden moeten begrijpen dat JSD Materieel haar bestellingen bij Schouten Olie niet zou kunnen betalen.

Het gevorderde zal derhalve worden afgewezen.

4.5.

Schouten Olie zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [gedaagde 1] begroot op EUR 1.474,-- aan vastrecht en op EUR 5.000,-- (2 ½ x EUR 2.000,--) aan salaris advocaat. De over de proceskosten gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar, met dien verstande dat [gedaagde 1] geen ingangsdatum van de wettelijke rente heeft genoemd. De rechtbank zal een termijn van veertien dagen na dagtekening van dit vonnis bepalen voor betaling van de proceskosten door Schouten Olie. Schouten Olie is, bij het uitblijven van betaling van de proceskosten binnen deze termijn, wettelijke rente aan [gedaagde 1] verschuldigd.

4.6.

De door [gedaagde 1] gevorderde nakosten zijn toewijsbaar als hierna vermeld.
De wettelijke rente daarover is eveneens, als onbetwist, toewijsbaar.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt Schouten Olie in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [gedaagde 1] tot op heden begroot op EUR 6.474,--, vermeerderd met wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na dagtekening van dit vonnis;

5.3.

veroordeelt Schouten Olie in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:
- EUR 131,-- aan salaris advocaat,

- te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden en Schouten Olie niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, met een bedrag van EUR 68,-- aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, te vermeerderen met de wettelijke rente over voormelde nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de dag der voldoening;

5.4.

verklaart dit vonnis ten aanzien van de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.W.K. van der Valk Bouman en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2014.1

1 type: ERM coll: FW