Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:1262

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
17-03-2014
Datum publicatie
17-03-2014
Zaaknummer
CV 13-714.3
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Luchtvaartmaatschappij KLM hoefde voormalige Martinair stewards en stewardessen na de overname van hun afdeling niet een functie op hun oude niveau aan te bieden. Dat heeft de kantonrechter in Amsterdam beslist.

De rechter besliste dat de overname van de passagedivisie van Martinair door KLM niet kan worden beschouwd als een zogeheten overgang van onderneming. Daardoor hoeven de voormalige Martinair stewards en stewardessen niet automatisch ‘horizontaal’ in te stromen. En dus is KLM niet verplicht deze werknemers een functie op gelijk niveau aan te bieden.

Het cabinepersoneel van Martinair trad in februari 2011 in dienst van KLM, na het stopzetten van de passagiersvluchten door Martinair. Daarbij moesten zij strepen inleveren en begonnen zij weer onder aan de ladder in de functie van ‘eenbander’. Het voormalige Martinair personeel verloor dus de senioriteit en anciënniteit.

Senioriteit vormt in de luchtvaart de hoeksteen van iedere loopbaan: de opgebouwde dienstjaren zijn van groot belang voor promotie naar een hogere functie, het vliegen op verre bestemmingen en om in aanmerking te komen voor vliegen tegen gereduceerd tarief volgens de IPB-regeling (‘indien plaats beschikbaar’).

Een groep voormalig Martinair medewerkers, verenigd in de Stichting Cabinebelangen, was het oneens met de beslissing van de KLM en spande een procedure aan. De Stichting meende dat wel sprake is van ‘overgang van onderneming’ volgens de wet en de Europese regelgeving. De bonden van KLM hebben zich hiertegen overigens steeds verzet.

De rechter oordeelt dat de passagedivisie van Martinair weliswaar als economische eenheid kan worden beschouwd die is overgegaan naar de KLM, maar dat de identiteit van die divisie onvoldoende behouden is gebleven om te spreken van overgang van onderneming.

Zo heeft KLM geen vliegtuigen van Martinair overgenomen: de meest kenmerkende en in het oog springende uitrusting van een luchtvaartmaatschappij. Evenmin zijn de vliegbestemmingen en de landingsrechten van Martinair verkregen. Ook contracten, waaronder de samenwerkingsovereenkomsten met touroperators, zijn niet naar KLM overgegaan.

Uiteindelijk heeft KLM alleen het personeel van Martinair overgenomen. Die heeft een training gevolgd en examen gedaan om in de vliegtuigen van KLM te kunnen werken en zijn niet specifiek op hun ‘oude’ bestemmingen ingezet. Ook de bedrijfskleding en het logo van Martinair worden niet gebruikt.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 611
Burgerlijk Wetboek Boek 7 662
Burgerlijk Wetboek Boek 7 663
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2014/93
RAR 2014/129
JAR 2014/91
AR-Updates.nl 2014-0266
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

AFDELING PRIVAATRECHT - TEAM KANTON

Kenmerk : CV 13-714.3

Datum : 17 maart 2014

245

Vonnis van de kantonrechter te Amsterdam in de zaak tussen:

de stichting STICHTING CABINEBELANGEN

gevestigd te [vestigingsplaats]

en
91 individuele op eigen naam procederende deelnemers
zoals opgenomen in de dagvaarding in de hoofdzaak

eisers in de hoofdzaak
nader ook tezamen te noemen Stichting Cabinebelangen

gemachtigden: mrs. M.J. Draaisma en P.R. Hendriks

en:

de naamloze vennootschap KONINKLIJKE LUCHTVAART MAATSCHAPPIJ N.V.

gevestigd te [vestigingsplaats]

gedaagde

nader te noemen KLM

gemachtigde: mrs. J.M. van Slooten en J.W. Boelhouwer

en na tussenkomst en voeging:

de vereniging VERENIGING VAN NEDERLANDS CABINEPERSONEEL gevestigd te [vestigingsplaats]

tussenkomende partij

nader te noemen VNC

gemachtigde: mr. M.A. Visser

en

de vereniging FNV BONDGENOTEN

gevestigd te [vestigingsplaats]

tussenkomende partij

nader te noemen FNV

gemachtigde: mr. M.A. Visser

VERDER VERLOOP VAN DE PROCEDURE

In deze zaak zijn eerder, op 25 maart 2013 en 13 mei 2013, (incidentele) vonnissen gewezen. Bij het laatstgenoemde vonnis is (in de hoofdzaak) een comparitie van partijen bepaald. Daarna zijn de volgende processtukken ingediend:

  • -

    de akte vermeerdering eis van VNC met een productie

  • -

    de conclusie van antwoord van FNV met een productie

De comparitie van partijen is gehouden op 19 augustus 2013. Voorafgaande aan de zitting heeft Stichting Cabinebelangen nog nadere producties ingezonden.

Ter zitting waren aanwezig:

namens Stichting Cabinebelangen: een aantal van de 91 individuele eisers, alsmede [naam 1], [naam 2], [naam 3] en de gemachtigden,
namens KLM: [naam 4], [naam 5], [naam 6] en de gemachtigden,

namens VNC en FNV: [naam 7] (VNC), [naam 8] (FNV) en de gemachtigde.

Alle partijen hebben ter zitting hun standpunt mondeling toegelicht, Stichting Cabinebelangen aan de hand van spreekaantekeningen. De kantonrechter heeft vragen gesteld en de zaak uitgebreid met partijen besproken. Van het verhandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt, die in het dossier zijn opgenomen.

Vervolgens zijn nog ingediend:

  • -

    de conclusie na comparitie zijdens Stichting Cabinebelangen met producties

  • -

    de nadere conclusie zijdens VNC en FNV met producties

  • -

    de conclusie na comparitie van KLM

  • -

    de akte uitlating producties van Stichting Cabinebelangen.

Daarna is vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

FEITEN

1.

Bij de beoordeling van het geschil gaat de kantonrechter uit van de volgende feiten en omstandigheden, welke een weergave zijn uit de stellingen van partijen en de meer dan 200 producties, die beide partijen hebben ingediend:

1.1.

Stichting Cabinebelangen is een claimstichting als bedoeld in artikel 3:305a BW en heeft mede ten doel het in en buiten rechte vertegenwoordigen en het behartigen van de belangen van het cabinepersoneel dat tot 1 februari 2011 in dienst van de naamloze vennootschap Martinair Holland N.V. (verder Martinair) was en aansluitend bij KLM werkzaam is geworden. Stichting Cabinebelangen vertegenwoordigt de belangen van 216 ex-Martinair medewerkers, daaronder de 91 individuele eisers in dit geschil.

1.2.

Martinair is in 1958 opgericht en heeft c.q. had als concern een veelheid van verschillende activiteiten, waaronder burger- of passagiersluchtvaart, ondergebracht in de passagedivisie, en vrachtvervoer, ondergebracht in cargo- of de vrachtdivisie. De passagedivisie bij Martinair betrof de zogenoemde short haul (i.e. korte of continentale vluchten, zowel charters als lijndiensten) en de long haul (i.e. lange of intercontinentale vluchten) op 8 bestemmingen. Martinair had in 2010 circa 385 cabinemedewerkers in dienst en een eigen CAO (verder de Martinair CAO). Martinair bezat in november 2011 voor de passagedivisie 4 vliegtuigen.

1.3.

KLM is in 1919 opgericht en vormt met Air France na de fusie in 2004 de Air France KLM-Groep (verder de KLM-Groep). De KLM-Groep heeft een passagedivisie, een luchtvrachtdivisie en een onderhoudsdivisie. De KLM-Groep heeft circa 200 bestemmingen, waarop met passagiers wordt gevlogen. Tot de KLM-Groep behoren ook de 100% dochtervennootschappen KLM Cityhopper (ook wel KLC) en Transavia. KLM heeft circa 32.000 werknemers, waaronder circa 9.000 cabinemedewerkers. Bij KLM gelden diverse CAO’s, waaronder de zogenoemde KLM CAO Cabine. KLM had in 2011 voor het passagevervoer ruim 200 toestellen tot haar beschikking.

1.4.

Binnen de vliegwereld worden aan functieniveau, senioriteit en anciënniteit veel belang gehecht; ook bij Martinair en KLM. Aan de hand van de datum van indiensttreding wordt de anciënniteit vast gesteld. Op basis van anciënniteit komt men in aanmerking voor IPB (indien plaats beschik-baar): het door een medewerker tegen zeer beperkte kosten als passagier mogen meevliegen als er plaatsen over zijn.

1.5.

De datum van indiensttreding is tevens bepalend voor de plaatsing op een bij een bepaalde functie behorende volgorde- of senioriteitslijst. Afhankelijk van de plaats op de senioriteitlijst van een bepaalde functie komt men in aanmerking voor promotie naar een vrijgekomen, hogere functie, waar men weer onderaan de senioriteitlijst voor die functie komt te staan. Een hogere functie geeft betere arbeidsvoorwaarden. Binnen de cabine begint men als “éénbander”, terwijl men (bij KLM in 4 stappen) uiteindelijk kan doorgroeien tot senior purser (op de betere vlieg-tuigen en de intercontinentale vluchten). De promotie van éénbander naar de eerst hogere functie van tweebander duurt gemiddeld 13 tot 15 jaar.

1.6.

Over het algemeen verliest men zijn anciënniteit en senioriteit, indien men van luchtvaart-maatschappij wisselt. Het zogenoemde “horizontaal overstappen” (veranderen van werkgever met behoud van anciënniteit en senioriteit) komt dan ook zelden voor.

1.7.

In 1964 heeft KLM 50% van de aandelen in Martinair gekocht. De andere 50% was in handen van de naamloze vennootschap Koninklijke Nedlloyd NV en later van het moederbedrijf Maersk. Tot en met 2005 is Martinair winstgevend geweest. Vanaf 2006 werd Martinair met steeds verder oplopende verliezen geconfronteerd.

1.8.

In het voorjaar van 2007 heeft [naam bedrijf 1] een onderzoek gedaan naar (de positie van en de strategische alternatieven voor) Martinair, met in achtneming van de belangen van de beide aandeelhouders. [naam bedrijf 1] heeft in juni 2007 - voor zover hier relevant - geconcludeerd dat de vrachtdivisie en de long haul passagedivisie van Martinair onder voorwaarden toekomst bezaten en dat de short haul vluchten gestaakt zouden moeten worden.

1.9.

In november 2007 zijn vervolgens de short haul vluchten van Martinair gestaakt. Martinair heeft een drietal passagevliegtuigen afgestoten, door ze aan de leasemaatschappijen te retourneren. Martinair vloog met de zes resterende vliegtuigen van de passagedivisie daarna nog op de 8 long haul bestemmingen: Cuba (Havana en Varadero), Punta Cana, Mexico, Curaçao, Aruba, Kenia en eerst Miami, later Orlando (VS). De vrachtdivisie is ongewijzigd gehandhaafd.

1.10.

Over het boekjaar 2007/2008 heeft Martinair verdere verliezen geleden. Per 31 december 2008 heeft KLM de resterende 50% van de aandelen in Martinair verworven. Sindsdien is KLM enig aandeelhouder van Martinair.

1.11.

Per 1 juni 2009 zijn onderdelen van Martinair aan KLM uitbesteed, zoals de passenger services, de inflight services en de sleepdienst. De medewerkers van Martinair bij deze onderdelen zijn met behoud van anciënniteit in dienst van KLM gekomen, bij dezelfde (maar anders genoemde) afdelingen van KLM.

1.12.

In juli 2009 heeft Martinair haar vloot verder gereduceerd van zes naar vier vliegtuigen. In 2010 is nog een passagevliegtuig uitgestoten en kort daarna heeft Martinair alle vliegtuigen verkocht en terug geleased (Boeing 767).

1.13.

Over de boekjaren 2008/2009 en 2009/2010 heeft Martinair (mede als gevolg van de krediet-crisis) verdere verliezen geleden. Op 23 september 2010 heeft Martinair op een personeels-bijeenkomst bekend gemaakt dat zij het voornemen had per 1 november 2011 te stoppen met de resterende (long haul) passagedivisie en zich te concentreren op vrachtvervoer. Op 28 september 2010 heeft Martinair een adviesaanvraag bij de ondernemingsraad ingediend. Het voorgenomen besluit luidt “de passageactiviteiten van Martinair in fases per najaar 2011 te stoppen”.
De adviesaanvraag vermeldt:
[…] Refererend aan de hiervoor vermelde synergie onderzoeken komt hiermee de weg vrij om waar mogelijk een beweging van Rood (ktr: Martinair) naar Blauw (ktr: KLM) op gang te brengen, aangezien KLM de latende bestemmingen van Martinair ieder zorgvuldig zal bezien of zij deze in haar netwerk kunnen en wensen op te nemen.

1.14.

Op 3 december 2010 heeft de ondernemingsraad van Martinair voorlopig positief advies gegeven, onder de voorwaarde dat de medewerkers van Martinair waarvoor geen werkzaam-heden meer aanwezig waren, op de voet van overgang van onderneming bij KLM in dienst zouden kunnen treden. KLM heeft geen advies aan haar ondernemingsraad gevraagd.

1.15.

In het kader van de voorgenomen staking van de passagedivisie heeft Martinair onderhandeld met de Unie van Nederlands Cabinepersoneel (verder UNC), waar nagenoeg alle cabine-medewerkers van Martinair bij zijn aangesloten (98%). Bij KLM is het personeel (voornamelijk) lid van VNC en FNV.

1.16.

Bij brief van 6 december 2010 heeft Martinair aan UNC bevestigd dat het gehele corps van cabinemedewerkers van Martinair tegelijk een arbeidsovereenkomst van KLM aangeboden zal krijgen en daarmee op eenzelfde moment, in januari 2011, bij KLM in dienst zal treden. De brief vermeldt:
Bij de migratie zullen Martinair medewerkers geen rechten en plichten verspelen voortvloeiend uit de Martinair arbeidsovereenkomst bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst KLM.
De brief bevat de slotzin dat de afspraken tot stand zijn gekomen in overleg tussen UNC en Martinair en onder voorbehoud van de medewerking van KLM.

1.17.

Bij brief van 14 december 2010 heeft KLM Martinair bericht dat zij een aantal kanttekeningen wilde plaatsen bij het akkoord over de migratie van het personeel van Martinair naar KLM. Deze kanttekeningen van KLM luiden:

1. De overeenkomst is gesloten tussen Martinair en UNC. KLM is geen partij bij deze overeenkomst en is dus ook niet gebonden aan de inhoud ervan.
2. Zoals bekend is het de intentie van KLM om aan alle Martinair cabine medewerkers een arbeidsovereen-komst aan te bieden. Het moment waarop dit plaatsvindt is afhankelijk van de uitkomst van overleg tussen KLM en de door KLM erkende cabine vakbonden.
3. KLM neemt kennis van de afspraak tussen Martinair en UNC dat bij de migratie Martinair medewerkers bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst met KLM geen rechten en verplichtingen zullen verspelen, die voortvloeien uit de Martinair arbeidsovereenkomst. Echter, de arbeidsovereenkomst die KLM aanbiedt, is er een voor de (ktr: starters-)functie van 1-bander, met plaatsing van de medewerker onder aan de volgorde lijst van KLM, tenzij in overleg met de cabine vakbonden van KLM een andere wijze van instroom wordt overeengekomen. Zoals bekend heeft KLM op 17 november jl. aan de cabine vakbonden een voorstel gedaan voor de wijze van instroom.
4. Het overleg hierover wordt komende week vervolgd.

1.18.

Bij brief van 20 januari 2011 heeft Martinair de cabinemedewerkers bericht dat door een arbeidsovereenkomst met KLM, de gemaakte afspraken over behoud van rechten en plichten voortvloeiende uit de arbeidsovereenkomst met Martinair, niet teniet werden gedaan. Over de andere onderwerpen van de migratie, waaronder het behoud van senioriteit, anciënniteit en functieniveau, werd volgens de diverse brieven en berichten nog verder onderhandeld.

1.19.

Per 1 februari 2011 is het voltallige cabinepersoneel van de passagedivisie van Martinair bij KLM in dienst getreden. KLM heeft alle cabinemedewerkers de startersfunctie van “1-bander” aangeboden, ook zij die bij Martinair reeds een hogere functie vervulden. Als datum voor de berekening van de anciënniteit en de senioriteit is daarbij de datum van 1 februari 2011 aangehouden. De KLM CAO Cabine is per die datum op deze medewerkers van toepassing geworden. Per 1 februari 2011 zijn de dienstverbanden tussen de cabinemedewerkers en Martinair financieel volledig afgerekend. Het lagere loon van de ex-Martinair medewerkers wordt na indiensttreding bij KLM door Martinair aangevuld tot de hoogte van hun laatstgenoten loon.

1.20.

Een aantal van de cabinemedewerkers van Martinair, die per 1 februari 2011 bij KLM in dienst zijn getreden, is per dezelfde datum terug uitgeleend aan of gedetacheerd bij Martinair voor het uitvoeren van de nog resterende long haul vluchten. De anderen hebben een training van zes weken gevolgd, afgerond met een examen, en zijn daarna op KLM-vluchten ingezet.

1.21.

Bij brieven van 10 juni 2011 hebben KLM en Martinair ieder afzonderlijk UNC over de migratie van de Martinair cabinemedewerkers bericht. De brieven verwijzen naar diverse overleggen tussen UNC en Martinair en tussen UNC, KLM en VNC/FNV, onder meer op 31 maart 2011 en 29 april 2011. In de brief van Martinair noch in die van KLM wordt een garantie verstrekt met betrek-king tot functie-behoud (horizontale instroom), senioriteit of anciënniteit voor ex- Martinair medewerkers. Hetzelfde geldt voor het IPB. In de brieven wordt als verklaring gegeven dat VNC en FNV daarmee niet hebben willen instemmen.

1.22.

Op 16 juni 2011 heeft UNC haar leden bij Martinair over het onderhandelingsresultaat bericht. De tekst van het bericht luidt (voor zover hier relevant):

De afgelopen jaren hebben wij menig resultaat ter stemming aan jullie voorgelegd. Allemaal belangrijke besluiten over vernieuwing van bijvoorbeeld de cao en zelfs een Sociaal Plan als gevolg van het stoppen met het vliegen van short haul.
Jullie hebben een bijzondere periode achter de rug: de aankondiging dat jullie bedrijf stopt met het vliegen van passagiersvluchten, de overgang naar KLM per 1 februari jongstleden en de verstrekkende gevolgen die dit heeft voor jullie als cabinepersoneel. Niet alleen omdat jullie van het vertrouwde rood overstapten naar KLM blauw, maar ook omdat het voor een groot deel van het Martinair cabinecorps zou betekenen dat ‘er strepen’ moeten worden ingeleverd. Daarbij kwam de onzekerheid over primaire arbeidsvoorwaarden zoals salaris, pensioen en dergelijke.
De UNC heeft, als jullie belangenbehartiger, vanaf het begin het standpunt gehuldigd dat er sprake is van overgang van onderneming. Wij hebben steeds als uitgangspunt gehad dat wij zoeken naar de voor het Martinair cabinekorps optimale oplossing die recht doet aan de positie van alle betrokken partijen, dus ook de KLM collega’s. […]
Zoals jullie weten heeft KLM in december (ktr: 2010) aan de toen erkende vakorganisaties voor het KLM cabinepersoneel, FNV Cabin Pressure en VNC, voorgesteld om jullie zo veel mogelijk op een vergelijkbaar functieniveau te laten instromen bij KLM. Een deel van het Martinair cabinepersoneel zou in het voorstel van KLM horizontaal instromen bij KLM. Omdat dit een afwijking van de cao voor KLM cabinepersoneel inhoudt, was de medewerking van genoemde vakbonden noodzakelijk. Helaas hebben wij moeten constateren dat FNV Cabin Pressure en VNC niet bereid bleken de gevraagde afwijking toe te staan. […]

Herhaalde pogingen KLM op dit punt kleur te laten bekennen, hebben daarna niets opgeleverd. KLM zit klem en kan volgens eigen zeggen niets anders dan accepteren dat FNV Cabin Pressure en VNC voet bij stuk houden. Wat overigens niet wil zeggen dat KLM deze gang van zaken niet betreurt. Op de grond worden namelijk, met de goedkeuring van de grondbonden, wel uitzonderingen gemaakt. En met recht.

1.23.

De ondernemingsraad van Martinair heeft op 11 juli 2011 (onder voorwaarden) positief geadviseerd. Volgens de ondernemingsraad is het een gemiste kans dat KLM de passagedivisie van Martinair op de long haul niet voortzet en gaan andere ondernemingen, zoals Arkelfy en Air Berlin, met het marktaandeel van Martinair “aan de haal”. Volgens de ondernemingsraad heeft KLM een zo intensieve en stelselmatige betrokkenheid bij de besluitvorming en uitvoering van het voorgenomen besluit gehad, dat KLM aangemerkt moet worden als de mede-ondernemer “die feitelijk ter zake van de besluitvorming aan alle touwtjes heeft getrokken”. Voorts constateert de ondernemingsraad dat KLM niet aan zijn voorwaarde omtrent de opvang van het personeel heeft voldaan. Volgens het advies is de weerstand van de KLM-bonden daar debet aan.

1.24.

Na verder overleg hebben UNC en Martinair op vrijdag 7 oktober 2011 een principe akkoord gesloten; het zogeheten Bosrandakkoord. Het Bosrandakkoord is getekend op 16 november 2011 en bevat (onder meer) aanvullende afspraken over het inkomen van ex-Martinair medewerkers bij KLM. Over senioriteit bepaalt het Bosrandakkoord:

6.1 Onderlinge senioriteit
Bij indiensttreding bij KLM geldt de senioriteitsdatum van 1 februari 2011. Binnen de groep van cabinemedewerkers telt de onderlinge senioriteit zoals deze bij Martinair vast is gesteld op 31 januari 2011.

1.25.

Martinair heeft de resterende (long haul) passagedivisie feitelijk per 1 november 2011 volledig gestaakt. Per die datum zijn alle medewerkers, die aan Martinair waren terug uitgeleend, weer naar KLM overgegaan. Ze hebben eerst de training van zes weken doorlopen, afgerond met het examen, en zijn daarna als 1-bander bij KLM werkzaamheden gaan verrichten. De overgebleven passagevliegtuigen van Martinair zijn (naar de leasemaatschappijen) afgestoten. De vrachtafdeling van Martinair is voortgezet.

1.26.

KLM heeft de long haul-bestemmingen van Martinair Havana en Punta Cana (gedurende één seizoen) aan haar bestemmingen toegevoegd en de vluchten van KLM naar Aruba en Curaçao zijn uitgebreid. KLM heeft hiervoor eigen landingsrechten aangevraagd. KLM heeft geen relaties met touroperators of particulieren van Martinair voortgezet. KLM heeft ook geen vliegtuigen of ander materiaal van Martinair overgenomen.

1.27.

Op 1 december 2011 hebben de leden van UNC het Bosrandakkoord afgestemd. UNC heeft niettemin haar instemming aan het akkoord gehandhaafd. Het Bosrandakkoord wordt door Martinair en KLM nageleefd.


VORDERINGEN EN VERWEREN

Vordering Stichting Cabinebelangen

2.

Stichting Cabinebelangen vordert allereerst voor recht te verklaren dat de overgang van de passagedivisie van Martinair naar KLM moet worden aangemerkt als een overgang van onderneming in de zin van artikel 7: 662 e.v. BW.

3.

Vervolgens vordert Stichting Cabinebelangen - samengevat - voor recht te verklaren dat KLM gehouden is ieder cabinepersoneelslid dat bij Martinair in dienst was, te werk te stellen in (vrijwel) dezelfde functie, als hij/zij bij Martinair vervulde, met behoud van senioriteit, anciënniteit en IPB-nummer, en hen op basis van deze waarden een salaris toe te kennen op grond van de KLM CAO Cabine, waarbij KLM de KLM Pensioenregeling, zoals deze uit de KLM CAO Cabine voortvloeit, op hen dient toe te passen.

4.

Stichting Cabinebelangen voert daarbij - eveneens samengevat - aan dat KLM in de loop van 2011 de passagedivisie van Martinair heeft overgenomen, welke overname gekenmerkt moet worden als een overgang van onderneming, als bedoeld in EG-Richtlijn 2001/23 van 12 maart 2001 (verder: de EG-Richtlijn) en de daarop gebaseerde nationale wetsartikelen 7: 662 e.v. BW. De EG-Richtlijn beoogt een ongewijzigde voortzetting van de arbeidsovereenkomst bij de vervreemder met de verkrijger te verzekeren en dat is wat Stichting Cabinebelangen feitelijk vordert.

5.

Stichting Cabinebelangen maakt in dit verband voor de Cabin Attendants van Martinair aanspraak op de functie eenbander bij KLM, voor de Assistent Pursers op de functie Assistent Purser en voor de Pursers op de functie Senior Purser, steeds met het bijbehorende salaris en arbeidsvoorwaarden op basis van de KLM CAO Cabine.

6.

Daarnaast vordert Stichting Cabinebelangen een verklaring voor recht dat KLM in strijd met de verplichtingen als goed werkgever heeft gehandeld door het cabinepersoneel van Martinair bij de overgang van onderneming onjuist en onvolledig te informeren over hun rechtspositie, waar ze later aan toevoegt dat KLM ook een ongeoorloofd onderscheid maakt tussen de ex-Martinair medewerkers en het personeel van KLM, dat ten tijde van de overgang van onderneming reeds bij KLM in dienst was.

7.

Tot slot stelt Stichting Cabinebelangen voor de individuele eisers aparte gespecificeerde vorderingen in, verband houdend met het vorenstaande en vordert zij veroordeling van KLM tot betaling van buitengerechtelijke kosten ad € 600,00 en de kosten van de procedure.

8.

Stichting Cabinebelangen onderbouwt haar vordering als volgt.

9.

Overgang van onderneming
Ten gevolge van de overgang van onderneming is al het voormalige Martinair cabinepersoneel van rechtswege en met behoud van al hun rechten en verplichtingen bij KLM in dienst getreden. KLM zal de KLM CAO Cabine op hen hebben toe te passen op een gelijke wijze als zij deze CAO toepast op het cabinepersoneel dat reeds bij haar in dienst was ten tijde van de overgang van onderneming. Doordat sprake is van overgang van onderneming hebben alle voormalige cabinemedewerkers hun functie, zoals zij die bekleedden bij Martinair ten tijde van de overgang, behouden. KLM is gehouden om het voormalige Martinair cabinepersoneel in deze functies te werk te stellen en hen het salaris te betalen dat bij hun juiste functie behoort conform de KLM CAO Cabine. KLM is bij het bepalen van de hoogte van dat salaris tevens gehouden om alle dienstjaren die zij bij Martinair hebben vervuld, op te tellen bij de dienstjaren bij KLM en KLM zal hun anciënniteit zowel als hun senioriteit zoals zij dit bij Martinair in hun functie hebben opgebouwd, dienen te respecteren en hen overeenkomstig op de senioriteit-lijst dienen te plaatsen. Martinair en KLM hebben gehandeld in strijd met hun verplichtingen als goed werkgever (artikel 7:611 BW) nu zij het betrokken Martinair cabinepersoneel onjuist hebben voorgelicht over hun rechtspositie en ter zake zelfs bedreigingen hebben geuit.

10.

Stichting Cabinebelangen stelt daarbij dat bij KLM sinds 1998 de wens heeft voorgezeten om 100% eigenaar te worden van Martinair, vervolgens de passagedivisie onder te brengen bij haar passagiers-afdeling en de vrachtdivisie bij de afdeling cargo. KLM is sinds 31 december 2008 de 100% aandeel-houder van Martinair en de vergaande betrokkenheid van KLM blijkt overduidelijk uit de beschrijving van de voorgeschiedenis, leidend tot het besluit van Martinair om per 1 november 2011 de passagedivisie te sluiten. Dit besluit is feitelijk door KLM georkestreerd.

11.

Bij de vraag of sprake is van overgang van onderneming is volgens Stichting Cabinebelangen het beslissende criterium of de identiteit van de onderneming behouden is gebleven, hetgeen met name neerkomt op de vraag of de exploitatie in feite wordt voortgezet of hervat. Stichting Cabinebelangen betoogt dat de passagedivisie van Martinair feitelijk is overgegaan naar KLM. De hele organisatie die bij de vluchten betrokken is, inclusief vrijwel het gehele personeelsbestand, is een georganiseerd geheel van middelen dat is overgegaan. De werkzaamheden, het merendeel van de bestemmingen, het klantenbestand en de aard van de onderneming zijn hetzelfde gebleven; de werkzaamheden zijn niet onderbroken, de functionele band is behouden. Tegen die achtergrond is het feit dat geen vliegtuigen zijn overgegaan, niet doorslaggevend.

12.

Senioriteit
Bij de overgang van onderneming gaat ook senioriteit mee over. Senioriteit vormt in de luchtvaart de hoeksteen van iedere loopbaan. Al het voormalige cabinepersoneel is per 1 februari 2011 collectief in dienst van KLM getreden in de startersfunctie van 1-bander, waarbij zij onderaan de senioriteitslijst van KLM zijn geplaatst. Dit is in strijd met de regels inzake overgang van onderneming en bovendien maakt KLM hierdoor ongeoorloofd onderscheid.

13.

Goed werkgeverschap en ongeoorloofd onderscheid

KLM is gehouden bij een overgang van onderneming de werknemers volledige voorlichting te geven omtrent hun rechtspositie en voldoende opening van zaken te geven, hetgeen KLM met betrekking tot de overgang van onderneming niet heeft gedaan.

14.

Stichting Cabinebelangen wijst in dit verband op het algemeen erkende rechtsbeginsel dat gelijke arbeid in gelijke omstandigheden op gelijke wijze moet worden beloond, tenzij een objectieve rechtvaardigingsgrond een ongelijke beloning toelaat. Bij het antwoord op de vraag of sprake is van een ongeoorloofd onderscheid in de beloning van verschillende werknemers, gelden de normen van goed werkgeverschap ex artikel 7: 611 BW.

Verweer KLM

15.

KLM wijst deze vorderingen van de hand en voert - samengevat - aan dat Martinair zelfstandig en ingegeven door slechte resultaten, heeft besloten haar passagedivisie te sluiten. Bij die besluitvorming heeft KLM slechts haar rol als aandeelhouder gespeeld; zij heeft dit besluit van Martinair niet georkestreerd. KLM heeft vervolgens haar sociale gezicht getoond door mensen die anders op straat hadden gestaan een baan aan te bieden. Dat is een redding door een sociaal bewogen moeder-maatschappij. Door hun vorderingen schaden eisers de belangen van hun nieuwe collega’s bij KLM.

16.

Overgang van onderneming
Volgens KLM is geen sprake van overgang van onderneming. De passagedivisie van Martinair is geen onderdeel van een onderneming, dat is overgegaan. Er is geen een overeenkomst of daarmee gelijk te stellen document, waaruit dit zou kunnen blijken. Door Stichting Cabinebelangen wordt ook niet gesteld wanneer die overgang dan zou zijn geweest. Enerzijds wordt gesteld dat de overgang per 1 februari 2011 (de datum van indiensttreding van de ex-Martinair werknemers bij KLM) plaatsvond, anderzijds wordt verwezen naar de data 1 juni 2009 (als het grondpersoneel van Martinair naar KLM overgaat) of 1 november 2011 (als Martinair volledig stopt met passage).

17.

KLM stelt voorts dat de aard van de betrokken ondernemingen niet hetzelfde is, dat geen materiële activa van Martinair naar KLM zijn overgegaan (vliegtuigen noch landingsrechten of vluchtbestem-mingen) en dat ook geen immateriële activa (goodwill) zijn overgenomen, terwijl geen sprake is van een arbeidsintensieve onderneming. Alleen vrijwel al het Martinair-personeel heeft een dienstverband bij KLM aanvaard. Daarbij is van belang dat dit personeel - zowel de vliegers als het cabinepersoneel - niet zijn ingezet op hun oude bestemmingen of functies en eerst een training hebben moeten volgen, afgerond met een examen. Maar zelfs als er wel een overgang van onderneming zou zijn geweest, dan nog kan dat volgens KLM niet leiden tot toewijzing van de vorderingen, omdat de ex-Martinair medewerkers er niet in inkomen op achteruit zijn gegaan en senioriteit noch functie een recht is dat voor overgang vatbaar is.

18.

Ongeoorloofd onderscheid en goed werkgeverschap

KLM stelt voorts - los van de vraag naar een overgang van onderneming - geen verboden onderscheid te maken of te hebben gemaakt tussen ex-Martinair medewerkers en ander personeel, nu geen sprake is van gelijke gevallen en enig onderscheid in dit verband objectief gerechtvaardigd is, mede gelet op de op dit punt gemaakte cao-afspraken met de KLM-cabinebonden en het Bosrand-akkoord. KLM heeft zich dan ook niet in strijd met artikel 7: 611 BW gedragen.

19.

Tot slot weerspreekt KLM de individuele vorderingen van de eisers, deels bij gebrek aan wetenschap en deels door de onmogelijkheid de stellingen van Stichting Cabinebelangen ter zake te controleren.

Verweer VNC en - na voeging - FNV

20.

VNC en FNV voeren verweer tegen de vorderingen van Stichting Cabinebelangen, althans voor zover het vorderingen betreffen, die rechtstreeks verband houden met de belangen van de leden van VNC en FNV. Over de vraag of sprake is van een overgang van onderneming laten VNC en FNV zich niet uit, nu dat valt buiten de belangenbehartiging van hun leden.

21.

VNC en FNV voeren - samengevat - nog het volgende aan. Er zijn grote verschillen tussen de organisaties van KLM en Martinair. Het zijn weliswaar beide burgerluchtvaartmaatschappijen, maar daar houdt het eigenlijk wel mee op. Martinair was - met betrekking tot de passage - een kleine chartermaatschappij, vliegend op populaire vakantiebestemmingen. KLM geldt als één van de grotere vliegtuigmaatschappijen van Europa, die zich naast de zakelijke markt ook op vrijetijdsvervoer richt. De klanten en vliegtuigen verschillen, de opleidingen verschillen en de functies en salarisschalen zijn ook verschillend.

22.

Volgens VNC en FNV gaan, zo er sprake zou zijn van een overgang van onderneming, ook niet alle rechten die op dat tijdstip voor de werknemer uit de arbeidsovereenkomst voortvloeien, over naar de vervreemder. Zo gaat anciënniteit, opgebouwd bij de vervreemder, niet mee over naar de verkrijger. Bij Martinair gold destijds bovendien een loopbaanregeling, gebaseerd op senioriteit en horizontale instroom was niet mogelijk. Als de vorderingen van Stichting Cabinebelangen nu worden toegewezen, krijgen de ex-Martinair medewerkers meer dan zij destijds bij Martinair hadden, doordat KLM een veel grotere maatschappij is met meer mogelijkheden, terwijl uitgangspunt is de arbeidsvoorwaarden, zoals deze destijds bij Martinair golden.

23.

Tot slot voeren VNC en FNV aan dat het IPB geen financieel recht is en dus niet mee overgaat.

Vordering bij tussenkomst van VNC en FNV

24.

VNC en FNV stellen daarnaast jegens KLM een zelfstandige vordering in. VNC en FNV wensen dat KLM zich houdt aan de KLM CAO cabine. Ter toelichting verwijzen VNC en FNV naar artikel 5.7 van de KLM CAO cabine en de nadere uitwerking in Bijlage 6 van die CAO. Per functie bij KLM is een volgordelijst en op de datum van indiensttreding bij KLM wordt de medewerker onderaan de lijst van de betref-fende functie geplaatst. Als de ex-Martinair medewerkers aanspraak kunnen maken op behoud van anciënniteit, mag dit niet gaan ten koste van de rechten van de leden van VNC en FNV bij KLM.

25.

KLM dient volgens VNC en FNV aldus te worden veroordeeld - en VNC en FNV stellen daartoe bij nadere akte een eis in - zich te houden aan de met VNC en FNV in de KLM CAO Cabine gemaakte afspraken, meer in het bijzonder dat voor hun leden geldt dat de datum van indiensttreding bij KLM op 1 februari 2011 voor eisers 2 tot en met 92 (of voor andere ex-Martinair medewerkers) doorslaggevend is en blijft bij het opstellen van de volgordelijst, als bedoeld in Bijlage 6 van de CAO, althans dat een uitspraak tussen Stichting Cabinebelangen en KLM niet tot gevolg kan hebben dat daardoor de loopbaanontwikkeling van hun leden vertraging oploopt.

Verweer KLM

26.

KLM voert tegen de vordering van VNC en FNV geen separaat verweer.


BEOORDELING

27.

Het geschil, dat partijen verdeeld houdt, wordt met name gevormd door de vraag of bij de indienst-treding van de ex-Martinair medewerkers bij KLM, sprake is (geweest) van overgang van onderneming als bedoeld in artikel 7: 662 BW en de EG-Richtlijn. Die vraag valt uiteen in de volgende (sub-)vragen: is de passagedivisie een onderdeel van een onderneming, is dat onderdeel overgegaan en is bij die overgang sprake van identiteitsbehoud. Na de beantwoording ligt de vraag voor of, zo sprake is van overgang van onderneming, senioriteit en de overige geclaimde rechten mee overgaan, en of KLM, zo geen sprake is van overgang van onderneming, als goed werkgever heeft gehandeld met betrekking tot haar informatieplicht, dan wel een ongeoorloofd onderscheid maakt tussen de reeds in dienst zijnde medewerkers en de ex-Martinair medewerkers.

Op de vordering van Stichting Cabinebelangen overgang van onderneming

28.

Vooropgesteld wordt dat de kantonrechter met Stichting Cabinebelangen van oordeel is dat, gelet op de aandeelhouderspositie van KLM bij Martinair, de invloed van KLM op het besluitvormingsproces rond het stopzetten van de passagedivisie groot moet zijn geweest. Het is niet goed denkbaar dat Martinair dit besluit heeft genomen zonder de uitdrukkelijke instemming van KLM. Ook komt uit de veelheid van stukken het beeld naar voren dat KLM bij het staken van de activiteiten met betrekking tot de passagedivisie door Martinair, beslissingen en maatregelen heeft genomen om te voorkomen dat de opname van het Martinair cabinepersoneel in haar geledingen - waarom reeds vanaf 2007 door UNC werd gevraagd - als een overgang van onderneming zou kunnen worden bestempeld.

29.

Ook blijkt uit de stukken dat het niet zozeer KLM is geweest, die zich tegenover een (min of meer) horizontale instroom van de ex-Martinair medewerkers heeft verzet, maar dat FNV en VNC dit hebben tegengehouden. Een standpunt dat niet erg solidair overkomt, maar vanuit de belangenvertegen-woordiging van de eigen achterban wel begrijpelijk is.

30.

Dat alles echter staat er niet aan in de weg dat op grond van objectieve maatstaven dient te worden beoordeeld of in casu sprake is van een overgang van onderneming, als bedoeld in artikel 7: 662 lid 2 sub a BW.

31.

Voor de beantwoording van de eerste (sub-)vraag dient te worden beoordeeld of met betrekking tot de passagedivisie van Martinair gesproken kan worden van een onderdeel van een onderneming. Volgens de wetsartikelen en de geldende jurisprudentie van het Europese Hof moet het daarbij gaan om (de overdracht van) een reeds bestaande duurzaam georganiseerde (stabiele) economische eenheid, waarvan de activiteiten niet beperkt zijn tot de uitvoering van een bepaald werk of één specifiek contract (vgl onder meer HvJ EU 12 februari 2009, C-466/07 Klarenberg, HvJ EU 6 september 2011, C-108/10 Scattolon en recent HvJ EU 6 maart 2014, C-458/12 Amatori).

32.

Geoordeeld wordt dat met betrekking tot de passagedivisie van Martinair gesproken kan worden van een economische eenheid. Met behulp van tot specifiek bij dit onderdeel van Martinair behorende kenmerkende bedrijfsmiddelen - de passagevliegtuigen - wordt een duurzame economische activiteit uitgevoerd - het vervoeren van personen door de lucht. Voor zover wordt betoogd dat de losse onderdelen alleen met elkaar één overdraagbaar geheel vormen, wordt dat niet gevolgd. Ook de afdelingen passenger services (grondafhandeling van de passagiers), inflight services (catering) en de sleepdienst kunnen als afzonderlijke onderdelen van de onderneming Martinair worden gezien, die zelfstandig kunnen worden overgedragen. Daarbij kan steeds sprake zijn van overgang van onder-neming. Dat de ene afdeling niet zonder de andere kan functioneren, is daarbij niet doorslaggevend. Binnen ieder samenwerkingsverband is een zekere afhankelijkheid het geval. Bij de passagedivisie van Martinair is dus sprake van een onderdeel van een onderneming, als bedoeld in artikel 7: 662 e.v. BW. Waar in dit vonnis wordt gesproken over onderneming, wordt tevens een onderdeel van een onderneming bedoeld.

33.

Vervolgens rijst de vraag of de onderneming wel ten gevolge van een overeenkomst, een fusie of splitsing naar KLM is overgegaan. Bij overgang van onderneming - vallende onder de werkingssfeer van art 7: 662 e.v. BW - is wederom volgens de jurisprudentie van het Europese Hof een rechtstreekse contractuele betrekking tussen vervreemder en verkrijger niet noodzakelijk (vgl onder meer HvJ EU 10 februari 1988, NJ 1990,423 Daddy’s Dance Hall, HvJ EU 19 mei 1992, NJ 1992,476 Sophie Redmond Stichting). Voor zover derhalve wordt betoogd dat geen sprake is van overgang van onderneming, omdat geen daartoe strekkende overeenkomst tussen KLM en Martinair is gesloten, wordt dit verweer gepasseerd. Hetzelfde geldt voor de stelling dat van een overgang van onderneming geen sprake kan zijn omdat Stichting Cabinebelangen geen eenduidig moment voor de overgang heeft genoemd of kan noemen. Een overgang van onderneming kan immers in fases plaatsvinden en het enkele feit dat niet één specifiek moment is aan te wijzen waarop alle activiteiten (tegelijkertijd) zijn overgegaan, bete-kent niet dat van overgang van onderneming dus geen sprake is. Daar waar een tijdelijk stilleggen van een onderneming niet aan een overgang van die onderneming in de weg staat, zal dat bij een gefaseerde overdracht van de activiteiten ook niet zo zijn (vgl HvJ EU 18 maart 1986, NJ 1987, 502 Spijkers). De intra-concernverhoudingen tussen Martinair en KLM staan daar evenmin aan in de weg (vgl EUR C-458/12 Amatori). Geconcludeerd wordt dan ook, dat de passagedivisie van Martinair naar KLM is overgegaan.

34.

De kantonrechter is voorts met partijen van oordeel dat voor de vraag of in casu sprake is van overgang van onderneming cruciaal is of bij de overgang de identiteit van de betrokken onderneming behouden is gebleven, waarbij gelet moet worden op alle omstandigheden, kenmerkend voor de overgang en zonder rangorde in onderling verband ogenschouw genomen, waarbij niet-limitatieve deelaspecten niet afzonderlijk dienen te worden beoordeeld, maar als geheel (vgl HvJ EU 11 maart 1997 JAR 1997, 91 Süzen, HvJ EU 10 december 1998 JAR 1999, 16 Hernandez Vidal, HvJ EU 25 januari 2001, JAR 2001, 68 Liikenne Finse Bus en HvJ EU 20 november 2003, JAR 2003, 298 Sodexho).

35.

Dit leidt tot de volgende constateringen, enerzijds:

- De aard van de betrokken ondernemingen is hetzelfde. Zowel Martinair als KLM hebben de burgerluchtvaart mede ten doel (gehad) en vervoer(d)en daartoe passagiers door de lucht. Dat Martinair en KLM van uitstraling, doelgroep of serviceniveau verschillen, maakt dat niet anders.

- Het voltallige personeel van de passagedivisie is overgenomen, zowel het cabinepersoneel als, althans in beginsel, de vliegers. Dat KLM de medewerkers per 1 februari 2011 een nieuwe arbeidsovereenkomst heeft aangeboden, die door de medewerkers is geaccepteerd en vervolgens het dienstverband met Martinair financieel is afgewikkeld, is in dit verband niet relevant. Een deel van het personeel is vervolgens door KLM aan Martinair is terug uitgeleend (313 medewerkers) voor de tot 1 november 2011 resterende long haul-vluchten. Deze medewerkers zijn na 1 november 2011 op KLM-vluchten ingezet. Anderen (69 medewerkers) zijn direct op KLM-vluchten ingezet.

- De activiteiten van Martinair en KLM komen overeen. Dat was al zo en dat is niet veranderd. Na de komst van het personeel van Martinair zijn de activiteiten van KLM niet (in relevante mate) gewijzigd.

- Er is geen onderbreking van de activiteiten van de medewerkers geweest. Althans er is sprake van een naadloze overgang van de medewerkers, zoals blijkt uit de datum van in- en uitdiensttreding, het afwikkelen van het dienstverband en het terug detacheren van een aantal medewerkers.

36.

Uit de stukken en wederzijdse stellingen kan anderzijds het volgende worden gedestilleerd:

- Er zijn geen kenmerkende materiële activa overgedragen; direct noch indirect. De meest in het oog springende uitrusting van een luchtvaartmaatschappij zijn de vliegtuigen (vgl JAR 2001, 68 Liikenne Finse Bus). KLM heeft geen vliegtuigen van Martinair overgenomen. De vliegtuigen van Martinair zijn door KLM ook nooit gebruikt. De vliegtuigen werden in 2011 weliswaar door Martinair geleased, maar ook die lease is door KLM niet voortgezet. KLM vloog en vliegt met een ander type vliegtuigen.

- Andere activa van belang zijn evenmin overgegaan. KLM heeft geen overeenkomsten met particulieren of bedrijven van Martinair overgenomen. Ook ICT of samenwerkingsovereenkomsten met touroperators zijn niet van Martinair overgenomen. KLM maakt geen gebruik van de (externe) goodwill van Martinair; zij vliegt onder haar eigen naam, in een open markt met vele verschillende maatschappijen. KLM is weliswaar gaan vliegen op twee van de acht bestemmingen van Martinair, maar heeft dat na korte tijd weer gestaakt. Tussen partijen is niet in discussie dat ook andere luchtvaartmaatschappijen (Arkefly en Air Berlin) bestemmingen van Martinair hebben ‘overgenomen’. Hetzelfde geldt voor de uitbreiding van de vluchten van KLM naar Aruba en Curaçao. KLM heeft geen landingsrechten van Martinair overgenomen.

- De ex-Martinair medewerkers hebben eerst een training van 6 weken gevolgd en examen gedaan en zijn vervolgens niet specifiek op de ‘oude’ bestemmingen van Martinair ingezet. De bij Martinair en KLM gebruikte vliegtuigen verschillen in type en dan is een training noodzakelijk. De training was dezelfde training als ‘gewone’ sollicitanten moeten volgen.

- Voor zover men kan spreken van een klantenkring, is deze niet door KLM overgenomen. Dat klanten van Martinair (mogelijk) een e-mail hebben ontvangen over KLM, is niet voldoende om te spreken van een klantenkring of -bestand. Tot een klantenbestand behoort een min of meer vaste bij de onderneming betrokken groep als geheel en niet een aantal e-mailadressen van personen, die (misschien) ooit bij Martinair hebben geboekt.

- Ten tijde van de indiensttreding van de ex-Martinair medewerkers had KLM ongeveer 500 bestaande vacatures, die niet waren opengesteld. Bij openstelling zijn er doorgaans binnen een dag voldoende aanmeldingen. Van die vacatures waren er 300 ontstaan door natuurlijk verloop en ongeveer 200 door uitbreiding. De vacatures zijn door KLM voor het cabinepersoneel van Martinair geruime tijd gereser-veerd gehouden.

- KLM heeft ongeveer 9000 cabinemedewerkers; de passagedivisie van Martinair had er ongeveer 385 (288 FTE). De medewerkers zijn in het personeel van KLM opgegaan. De werkwijze van KLM is na of door de komst van het Martinairpersoneel niet aangepast, de bedrijfskleding of het logo van Martinair wordt door KLM niet gebruikt.

37.

Dit alles wegende en alle hierboven geschetste omstandigheden in onderlinge samenhang bezien, zelfs beoordeeld met een kritische blik uit hoofde van de betrokkenheid van KLM bij de besluitvorming bij Martinair, komt de kantonrechter tot de conclusie dat de identiteit van de passagedivisie van Martinair onvoldoende behouden is gebleven om van overgang van onderneming sprake te doen zijn.

38.

Op de keper beschouwd is alleen het personeel van de passagedivisie van Martinair naar KLM over-gegaan. De kantonrechter is van oordeel dat alleen de overgang van de cabinemedewerkers niet meebrengt dat sprake is van overgang van onderneming. De passagedivisie van Martinair is immers geen zogenoemde arbeidsintensieve onderneming: voor de activiteiten zijn kenmerkende en kostbare activa noodzakelijk, namelijk de passagevliegtuigen.

39.

Dat impliceert dat de vordering van Stichting Cabinebelangen, voor zover gebaseerd op artikel 7: 662 e.v. BW niet kan slagen. Daarmee komt de kantonrechter niet toe aan de vraag of anciënniteit, IPB en/of senioriteit mee zijn over gegaan.

Op de vordering van Stichting Cabinebelangen: goed werkgeverschap - informatieplicht en/of ongeoorloofd onderscheid

40.

Dit deel van de vordering van Stichting Cabinebelangen ziet op de vraag of KLM - bij de indiensttreding van de ex-Martinair medewerkers - zich met betrekking tot de informatieverstrekking als een goed werkgever heeft gedragen en of zij artikel 7: 611 BW heeft geschonden door een ongeoorloofd onderscheid te maken tussen de ex-Martinair medewerkers en het personeel, dat ten tijde van de indiensttreding reeds bij haar op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam was.

41.

Stichting Cabinebelangen heeft gesteld dat KLM een ongeoorloofd onderscheid maakt, maar heeft deze grondslag niet nader toegelicht voor het geval geoordeeld wordt dat geen sprake is van een overgang van onderneming ex artikel 7: 662 e.v. BW. Nog los van de vraag of er in casu sprake is van gelijke gevallen, gelijke functies en een door KLM gemaakt onderscheid, is door Stichting Cabine-belangen onvoldoende gesteld omtrent de ongeoorloofdheid van dat eventuele onderscheid.

42.

Daarbij weegt met betrekking tot de senioriteit mee dat onbetwist is gebleven dat het cabine-personeel van andere 100% dochters van KLM, zoals KLC en Transavia, ook niet ‘horizontaal’ kunnen overstappen naar KLM; bij een overstap is er althans geen behoud van anciënniteit en/of senioriteit. Overstap met behoud van senioriteit is binnen de luchtvaartbranche hoogst ongebruikelijk en komt zelden voor. Ook op deze grond kan de vordering van Stichting Cabinebelangen derhalve niet worden toegewezen.

43.

Hetzelfde geldt voor een schending van de informatieplicht, die evenmin voldoende door Stichting Cabinebelangen is onderbouwd voor het geval dat het oordeel zou zijn dat er geen sprake is van een overgang van onderneming ex artikel 7: 662 e.v. BW.

Op de vordering van VNC en FNV: veroordeling tot nakoming van de KLM CAO Cabinebelangen

44.

Na te zijn tussengekomen heeft VNC bij de zogenoemde ‘akte vermeerdering van eis’ een vordering ingesteld, inhoudende dat KLM wordt veroordeeld zich jegens VNC, FNV en hun leden te houden aan de gemaakte afspraken in de KLM CAO cabine, met name voor wat betreft de bepalingen. FNV heeft na zich te hebben gevoegd aan de zijde van VNC dezelfde vordering ingesteld. Gelet op het bepaalde in artikel 217 - 221 Rv wordt het VNC toegestaan deze eis te nemen, nu de overige partijen daarop uitgebreid hebben kunnen reageren en niet in hun processuele belangen zijn geschaad.

45.

Nu in het geschil tussen Stichting Cabinebelangen en KLM is geoordeeld dat geen sprake is van overgang van onderneming, geen schending van artikel 7:611 BW en nu niet is gesteld of gebleken dat KLM voornemens is de KLM CAO Cabine niet na te leven, hebben VNC en FNV geen belang bij hun vordering, althans hebben zij het belang van hun vordering onvoldoende toegelicht. De vordering van VNC en FNV jegens KLM tot nakoming van de KLM CAO Cabine zal derhalve worden afgewezen.

Conclusie

46.

Dit alles impliceert samengevat dat de vordering van Stichting Cabinebelangen jegens KLM wordt afgewezen op inhoudelijke gronden en dat de vordering van VNC en FNV wordt afgewezen wegens gebrek aan belang.

47.

Gelet op de wederzijdse belangen en alle feiten en omstandigheden zullen de proceskosten tussen alle partijen worden gecompenseerd, in dier voege dat ieder de eigen kosten draagt.

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst de vordering van Stichting Cabinebelangen jegens KLM af;

wijst de vordering van VNC en FNV jegens KLM af;

compenseert de proceskosten tussen alle partijen in dier voege dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

Aldus gewezen door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
17 maart 2014 in tegenwoordigheid van mr. T.C. van Andel, griffier.

De griffier

De kantonrechter