Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:6591

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21-08-2013
Datum publicatie
08-10-2013
Zaaknummer
HA ZA 12-1279
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Franchisenemer moet aan opslagonderneming een boete betalen van € 310.000, wegens overtreding van een prijsafspraak in de franchiseovereenkomst. Franshisenemer stelde dat de overeenkomst strijdig is met artikel 6 Mededingingswet (kartelverbod) vanwege deze prijsafspraak. Volgens de rechtbank kan niet geoordeeld worden dat de prijsafspraak onder het kartelverbod valt. Franchisenemer heeft nagelaten de merkbare verstoring van de markt te onderbouwen. Dat sprake is van een contractuele minimumprijs, hetgeen in principe niet is toegestaan, betekent niet dat de merkbare verstoring zonder meer wordt aangenomen en niet behoeft te worden aangetoond. Tevens is geoordeeld dat franshisenemer de overeenkomst niet volledig is nagekomen, zodat deze gerechtvaardigd is beëindigd en ook de gevorderde franchisefee verschuldigd is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/528669 / HA ZA 12-1279

Vonnis van 21 augustus 2013

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DRACHTEN STORAGE HOLDING B.V.,

gevestigd te Drachten,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DBK STORAGE HOLDING B.V.,

gevestigd te Drachten,

eiseressen in conventie,

verweersters in reconventie,

advocaat mr. Y. Benjamins te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CITY BOX HOLDING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. O.L. Andriesse te Amsterdam.

Partijen zullen hierna DSH en DBK afzonderlijk en Drachten Storage c.s. gezamenlijk in enkelvoud en City Box genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 20 februari 2013, waarin een comparitie is gelast;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 6 mei 2013, met de daarin genoemde conclusie van antwoord in reconventie met producties;

  • -

    de brief van City Box d.d. 23 mei 2013 met betrekking tot het proces-verbaal van comparitie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

City Box is een self storage-onderneming (verhuur van opslagruimten) met

24 vestigingen verspreid door het hele land. Voor drie vestigingen, waaronder de vestiging te Drachten, heeft City Box franchiseovereenkomsten afgesloten. In dat kader is Drachten Storage c.s. vanaf (in ieder geval) 2007 franchisenemer van de City Box vestiging te Drachten geworden.

2.2.

DBK is bestuurder van en houdt de aandelen in DSH. De aandelen in DBK werden als volgt gehouden:

- Beemster Vastgoed B.V. (hierna: Beemster Vastgoed), een door [naam 1] gecontroleerde vennootschap voor 49%;

- Mintse Holding B.V. (hierna: Mintse), een door [naam 2] gecontroleerde vennootschap voor 49%;

- DW Goetmakers Holding B.V. (hierna: Goetmakers Holding), een door [naam 3] gecontroleerde vennootschap, voor 2%.

De bestuurders van DSH zijn Mintse Holding en Beemster Vastgoed. Bestuurder van Beemster Vastgoed is (de eveneens door [naam 1] gecontroleerde vennootschap) Poelhoeve Holding B.V. (hierna: Poelhoeve).

2.3.

Als vervolg op eerdere franchiseovereenkomsten is op 12 oktober 2011 een 'overeenkomst voor de ontwikkeling en exploitatie van een City Box vestiging te Drachten' (de franchiseovereenkomst) gesloten tussen City Box enerzijds en Drachten Storage c.s. anderzijds. In de franchiseovereenkomst staat onder meer het volgende:

"CONSIDERANS:

(E) City Box verplicht zich onder de voorwaarden van de Koopoptieovereenkomst (…) om uiterlijk drie maanden na 31 mei 2015 de Vestiging van DBK over te nemen door het kopen van de aandelen in DSH. (…)

KOMEN OVEREEN ALS VOLGT:

2. KERNVERPLICHTINGEN VAN PARTIJEN (…)

2.3

Ondernemer (Drachten Storage c.s., rechtbank) dient zich strikt te houden aan de Formule en dient er alles aan te doen om de Formule in stand te houden en de goede naam van City Box hoog te houden. In dit kader is Ondernemer verplicht de instructies van City Box strikt op te volgen.(…)

5. FORMULE EN HANDBOEK (…)

5.3

City Box stelt bij de ondertekening van deze Overeenkomst aan Ondernemer het Handboek ter beschikking, dat een beschrijving geeft van de Formule en de standaardinstructies bevat die door Ondernemer opgevolgd dienen te worden. (…)

6. VESTIGING (…)

6.3

City Box heeft het recht regelmatig, en tenminste vier maal per jaar, het interieur en exterieur van de vestiging te controleren in verband met de naleving van deze Overeenkomst. Een door City Box aangewezen persoon zal in verband daarmee alle ruimten van de Vestiging mogen betreden. (…) Ondernemer zal de door City Box naar aanleiding van de inspecties te verstrekken aanwijzingen aangaande inrichting van het interieur en de aankleding van het exterieur van de Vestiging alsmede de staat van onderhoud in redelijkheid en in verhouding tot te maken kosten daarvan, opvolgen. (…)

6.5

City Box is gerechtigd om te allen tijde een Operationele audit uit te voeren. Dit onderzoek dient als een tussentijdse meting om vast te stellen of Ondernemer werkt volgens de richtlijnen van het Handboek op het gebied van prijsvoering (…). (…)

7. DIENSTEN EN/OF PRODUCTEN (…)

7.2

Ondernemer verplicht zich gedurende de looptijd van deze Overeenkomst met het oog op het handhaven van de reputatie, het imago en de uitstraling van het City Box merk alsmede de uniforme presentatie van de Formule, geen andere diensten of producten aan te bieden dan de Diensten die met toestemming van City Box worden aangeboden en de Producten die met toestemming van City Box in het verkeer zijn gebracht en die deel uitmaken van het assortiment van Diensten en/of Producten die in een CITY BOX vestiging volgens de Formule worden aangeboden.

7.3

Ondernemer mag geen andere activiteiten ontplooien dan die waartoe Ondernemer op grond van deze Overeenkomst gerechtigd is. (…)

10. INFORMATIE, ADMINISTRATIE EN COMPUTERSYSTEEM (…)

10.5

Ondernemer verplicht zich om uiterlijk binnen 6 maanden (…) na afloop van het boekjaar een jaarverslag van zijn Vestiging met een balans en verlies & winst opstelling ter beschikking te stellen aan City Box. Deze balans en verlies & winst opstelling dient te zijn voorzien van een goedkeurende verklaring van een accountant (AA of RA). (…)

11. VERGOEDING EN BETALING

11.1

Ondernemer is EUR 10.000 (exclusief BTW) per contractjaar verschuldigd voor het gebruik van de Formule (…). Zodra en voor zover de accountant van Ondernemer heeft bepaald dat de vrije kasstroom de betaling van de vergoeding toelaat, dient Ondernemer binnen drie maanden de vergoeding te betalen. (…) Voor zover in een kalenderjaar de vergoeding naar het oordeel van de accountant van de Ondernemer niet kan worden voldaan, zal het niet betaalde gedeelte van de vergoeding geacht worden door City Box als lening te zijn verschaft. Over deze lening is Ondernemer samengestelde rente verschuldigd van jaarlijks 6%.(…)

13. NON CONCURRENTIE (…)

13.2

Ondernemer zal gedurende de looptijd van deze Overeenkomst, alsmede van eventuele verlengingen daarvan, geen marketingacties voeren in het directe verzorgingsgebied van City Box Heerenveen. Tevens zal het prijspijl van te verhuren units niet meer dan 15% van de netto prijs met City Box Heerenveen mogen verschillen teneinde oneerlijke concurrentie tussen de twee vestigingen te voorkomen.

13.3

Ingeval van inbreuk op een in artikel (…) 13.2 omschreven verplichting verbeurt Ondernemer aan City Box een direct opeisbare boete van EUR 5.000 voor iedere inbreuk, evenals een direct opeisbare boete van EUR 2.500 voor iedere dag dat de inbreuk voortduurt, zonder dat enige ingebrekestelling of gerechtelijke tussenkomst vereist is en onverlet het recht van City Box om volledige vergoeding te vragen van de ten gevolge van een dergelijke inbreuk gelden schade, voor zover deze uitgaat boven het bedrag van de verbeurde boete(s).(…)

16. DUUR EN BEËINDIGING

16.1

Deze Overeenkomst treedt in werking op 12 oktober 2011 en geldt tot uiterlijk 31 mei 2015 waarbij ervan uit gegaan wordt dat City Box de aandelen in DBK per uiterlijk 31 augustus 2015 op grond van de Koopoptieovereenkomst zal kopen en afnemen. (…)

16.3

Deze Overeenkomst kan in elk geval tussentijds beëindigd worden met onmiddellijke ingang door ieder der partijen zonder dat nadere ingebrekestelling nodig is, door middel van een aangetekende brief aan de andere partij, in het geval van: (…)

(j) DSH (bedoeld is DSK, rechtbank) de aandelen in DBK (bedoeld is DSH, rechtbank) zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van City Box aan een derde overdraagt of anderszins niet langer direct of indirect zeggenschap kan uitoefenen over DBK zonder dat City Box daarmee expliciet schriftelijk heeft ingestemd.

16.4

City Box is gerechtigd deze Overeenkomst te beëindigen indien - na ingebrekestelling met een redelijke termijn - Ondernemer zich schuldig maakt aan een of meer van de volgende handelingen:

(a) niet-naleving van het Handboek en/of de aanwijzingen en/of instructies van City Box in het kader van deze Overeenkomst;(…)

In de bijlage 1 bij de franchiseovereenkomst is Operationele audit als volgt omschreven: “de door City Box van tijd tot tijd – aangekondigde en onaangekondigde – controle van de Ondernemer ten aan zien van de juiste nakoming van de overeenkomst.”

2.4.

De in de franchiseovereenkomst onder (E) van de considerans opgenomen koopoptie is nader uitgewerkt in de Koopoptieovereenkomst tussen enerzijds City Box en anderzijds Drachten Storage c.s. Daarin staat dat de koopoptie vervalt als de franchiseovereenkomst voortijdig eindigt of kan worden beëindigd wegens een tekortkoming door DBK als bedoeld in artikel 16 van de franchiseovereenkomst en art. 6:265 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Voort staat daarin dat dat de koopprijs voor de aandelen wordt berekend op basis van (11 x) de EBITDA van DSH met als minimum een bedrag van € 1.900.000,- en als maximum een bedrag van € 2.600.000,-.

2.5.

Op 12 oktober 2011 stuurt [naam 4] van City Box onder ander aan [naam 1] en [naam 2] van Drachten Storage c.s. een email waarin onder meer aan [naam 1] wordt verzocht om nog een kopie terug te sturen van de ontvangstbrief behorende bij de City Box USB stick met alle handleidingen.

2.6.

Uit nieuwsberichten van 4 juni 2012, gepubliceerd op internet, blijkt dat [bedrijf 1] heeft meegedeeld dat Readen Industries 100% van de aandelen in Beemster Vastgoed heeft gekocht. In dit bericht is tevens vermeld dat DSH een 100% dochter is van Beemster Vastgoed en dat Beemster Vastgoed na de overname Readen Real Estate B.V. (hierna RRE) zal heten. Onder een van de berichten is vermeld: 'SOURCE [bedrijf 1] Corp.' Tevens staat in deze berichtgeving dat de vestiging Drachten 60% van de opslagruimte verhuurt voor self storage en dat de overgebleven 40% gebruikt zal worden als opslagruimte en distributiecentrum voor een onderneming genaamd D5 Mobile.

2.7.

In e-mails van 13 juni 2012 heeft City Box aan Drachten Storage c.s. verzocht om de goedgekeurde jaarrekening over 2011 uiterlijk op 30 juni 2012 aan City Box te doen toekomen.

2.8.

Op 12 juli 2012 heeft e-mail correspondentie plaatsgevonden tussen [naam 5] namens City Box en [naam 1] van Drachten Storage c.s. over een op 17 juli 2012 door City Box te verrichten 'audit' (bedrijfsbezoek aan de vestiging Drachten), om te bekijken of Drachten Storage c.s. aan haar contractuele verplichtingen voldeed. Het verzoek van Drachten Storage c.s. om uitstel van deze audit vanwege de behoefte aan een voorafgaande kennismaking en vakantie, heeft City Box niet gehonoreerd.

2.10.

In een email van 13 juli 2013 wijst [naam 5] [naam 1] op de rechten en verplichtingen voor partijen in de franchiseovereenkomst, met name de in art. 6.3 genoemde controle en de in art. 6.5 genoemde operationele controle. Tevens geeft hij aan wat onder meer de redenen voor deze controle zijn: het persbericht van [bedrijf 1] Corp., de vestiging van een bedrijf genaamd [bedrijf 2] op het adres van Drachten Storage c.s., het uitblijven van de goedgekeurde jaarrekening over 2011 en het niet-nakomen van de prijsafspraak zoals opgenomen in art. 13 van de franchiseovereenkomst. Ook wijst hij Drachten Storage c.s. erop dat de franchisevergoeding nog niet is voldaan.

2.11.

Op 17 juli 2012 heeft City Box een bedrijfsbezoek gebracht aan de vestiging Drachten. Bij brief van 25 juli 2012 (en per e-mail van 24 juli 2012) heeft City Box aan Drachten Storage c.s. het rapport doen toekomen naar aanleiding van deze audit. Hierin is vermeld dat Drachten Storage c.s. tekort schiet in de nakoming van haar verplichtingen op basis van de franchiseovereenkomst in bouwkundig, administratief en operationeel opzicht en dat de vestiging Drachten niet de kwaliteitsuitstraling heeft die City Box wenst. Ook staat in dit rapport dat de veiligheid en de brandveiligheid te wensen overlaat en dat de vestiging Drachten vermoedelijk niet zal voldoen aan de eisen die door de overheid (brandweer) worden gesteld. Verder staat erin dat uit gegevens van de Kamer van Koophandel blijkt dat een ander bedrijf van [naam 2] ([bedrijf 2]) is gevestigd op het adres van de vestiging Drachten. In het rapport is een actielijst met 53 verbeterpunten opgenomen, alsmede de termijnen waarbinnen deze moeten worden uitgevoerd. Tevens is in de brief opgenomen dat deze moet worden gezien als een ingebrekestelling en dat de in het rapport gestelde uitvoeringsdata redelijke termijnen zijn waarbinnen de diverse tekortkomingen hersteld dienen te worden.

2.12.

Bij (aangetekende) brief van 1 augustus 2012 heeft City Box aan Drachten Storage c.s. medegedeeld te hebben geconstateerd dat niet is voldaan aan het gestelde in de brief van 25 juli 2012 en haar in de gelegenheid gesteld de tekortkomingen aangeduid met prioriteitscategorie 1 en 2 binnen enkele dagen te herstellen. Drachten Storage c.s. is, zo stelt de brief, thans in verzuim. In de brief is voorts meegedeeld dat City Box de vestiging Drachten op 8 augustus 2012 wederom zal bezoeken, om te controleren of de gebreken zijn hersteld. In de brief staat ook dat Drachten Storage c.s. in strijd handelt met het bepaalde in artikel 13.2 van de franchiseovereenkomst (de prijsafspraak) en daarom een boete van € 5.000,- te vermeerderen met een bedrag van € 2.500,- voor iedere dag dat dit handelen voortduurt, aan City Box verschuldigd is. Ook bevat de brief een (herhaling van het) verzoek om het jaarverslag toe te sturen en om een verklaring van een accountant in te zenden waaruit blijkt of de vrije kasstroom van Drachten Storage c.s. betaling van de franchisefee toelaat, aangezien deze tot op heden nimmer is voldaan.

2.13.

Bij e-mail van 1 augustus 2012 heeft [naam 1] gereageerd op het auditrapport en aan City Box ([naam 5]) meegedeeld op 13 augustus 2012 terug te zijn van vakantie, waarna met City Box zal worden besproken hoe de verbeterpunten zullen worden opgepakt. In de reactie op het rapport is onder meer vermeld dat Drachten Storage c.s. het handboek franchise nimmer heeft ontvangen en de volgens City Box toepasselijke protocollen evenmin, ondanks verzoeken om toezending daarvan. Alle opmerkingen en aanmerkingen in deze audit die betrekking hebben op het handboek of andere protocollen van City Box beschouwt Drachten Storage c.s. dan ook als niet relevant. Drachten Storage c.s. geeft aan wel aan de standaard van City Box te willen voldoen en zij verzoekt City Box om binnen een redelijke termijn aan haar verplichtingen als franchisegever om steun te verlenen te voldoen. Tevens geeft Drachten Storage c.s. in deze brief haar reactie op de door City Box tijdens de audit geconstateerde punten, waarbij zij onder meer stelt dat de punten met betrekking tot de brandveiligheid zijn opgelost, dan wel op korte termijn zullen worden opgelost. Als reactie op de ingebrekestelling door City Box stelt Drachten Storage c.s. thans City Box in gebreke voor het niet leveren van het handboek, (…) en enige vorm van steun in de afgelopen 4 jaar. Tevens stelt zij City Box in gebreke voor het feit dat de resultaten tot heden zwaar onder de prognose blijven die door City Box is opgesteld.

2.14.

Bij (aangetekende) brief van 6 augustus 2012 heeft City Box nogmaals aan Drachten Storage c.s. meegedeeld dat op 8 augustus 2012 weer een controle zal plaatsvinden en dat de uit hoofde van de franchiseovereenkomst geldende sancties zullen worden gehanteerd als de verplichtingen niet worden nagekomen.

2.15.

Bij brief van 7 augustus 2012 heeft City Box Drachten Storage c.s. gesommeerd om de franchise fee van € 2.479,16 over de periode oktober tot en met december 2011 te voldoen, omdat er geen accountantsverklaring is overgelegd dat de kasstroom dit niet toe laat.

2.16.

In een e-mail van 7 augustus 2012 heeft [naam 5] namens City Box aan [naam 1] onder meer bericht:

"Daarom is er wat mij betreft van ondersteunen geen sprake meer. Dat had toch echt anders gelegen als jullie goed met het audit/controle rapport waren omgegaan, de aangegeven acties binnen de gestelde termijn hadden uitgevoerd en met mij daarover tijdig hadden gecommuniceerd."

2.17.

Op 8 augustus 2012 heeft een tweede audit plaatsgevonden bij de vestiging Drachten. Bij e-mail van 23 augustus 2012 heeft City Box aan Drachten Storage c.s. meegedeeld dat de controle op 8 augustus 2012 zou hebben uitgewezen dat 80% van de geconstateerde tekortkomingen uit prioriteitscategorieën 1 en 2 niet, althans niet voldoende, is hersteld. Tevens wordt aangekondigd dat de derde controle (audit) niet zal plaatsvinden op 24 augustus 2012, maar op 27 augustus 2012, op welke datum alle tekortkomingen uit de prioriteitscategorieën 1, 2 en 3 deugdelijk hersteld dienen te zijn.

2.18.

Op 27 augustus 2012 heeft Drachten Storage c.s. financiële rapporten over 2011 en de eerste helft van 2012, opgesteld door [bedrijf 3] en gedateerd 20 februari 2012 en 12 juli 2012, ter hand gesteld.

2.19.

In een proces-verbaal van bevindingen van 27 augustus 2012 van [naam 6], toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder werkzaam op het kantoor van [naam 7], gerechtsdeurwaarder, en aanwezig bij de audit van 27 augustus 2013 staat, onder meer, dat er geen brandveiligheidrapportage en vergunningsgegevens beschikbaar zijn (punt 22), er geen onderhoudscontracten en specificaties voor de elektra (brandmeldingsinstallaties, inbraakalarm) aanwezig zijn, doch wel onderhoud zou hebben plaatsgevonden (punt 29), dat er geen vergunningsgegevens inzake vluchtweg aanduiding aanwezig zijn (punt 31), geen 'hardcopy bedrijfsnoodplan' op de vestiging aanwezig is (punt 45), de vluchtweg bij de drive wordt geblokkeerd door een steen, zich op meerdere plaatsten voorwerpen in het looppad bevinden (punt 53)) en dat bij het openen van de nooddeuren 'ter hoogte van unit 126 en de drive' geen hoorbaar alarm is afgegaan (punt 35 van de actielijst).

2.20.

Bij (aangetekende) brief van 4 september 2012 aan Drachten Storage c.s. heeft City Box op grond van artikel 16.3 en 16.4 daarvan de franchiseovereenkomst beëindigd, met ingang van 15 oktober 2012. In de brief staat dat tijdens de audit van 27 augustus 2012 'is gebleken dat de in de overzichten opgenomen tekortkomingen grotendeels niet tot nauwelijks - maar in ieder geval onvoldoende - hersteld zijn'. In de brief wordt benadrukt dat het hier onder meer tekortkomingen aangaande de brandveiligheid betreft. De geconstateerde tekortkomingen betreffende de brandveiligheid zijn niet alleen in strijd met de franchiseovereenkomst, maar ook met de geldende voorschriften uit het Bouwbesluit 2012. Dit is, ook gelet op de brand bij City Box in [plaats 1], niet acceptabel, aldus City Box. Eerdere door City Box gestelde tekortkomingen worden in de brief herhaald en verder wordt vermeld dat personeel van de vestiging Drachten tijdens werktijd en op de vestiging werkzaamheden zou verrichten voor [bedrijf 2] en dat de zeggenschap ten aanzien van Drachten Storage c.s. zou zijn gewijzigd zonder voorafgaande toestemming van City Box, waarmee in strijd is gehandeld met artikel 7.3 en 16.3 sub j van de franchiseovereenkomst. Ook heeft Drachten Storage c.s. in strijd gehandeld met art. 10.5 van de overeenkomst tot op heden niet voldaan aan de verplichting om binnen 6 maanden na afloop van het boekjaar een jaarverslag met een balans en verlies &winst opstelling, voorzien van een goedkeurende verklaring van een accountant ter beschikking te stellen, aldus City Box. City Box heeft Drachten Storage c.s. er in de brief tevens op gewezen dat de beëindiging van de franchiseovereenkomst meebrengt dat Drachten Storage c.s. zich op grond van het daarin opgenomen non-concurrentiebeding voor een periode van een jaar dient te onthouden van het uitoefenen van selfstorage-activiteiten in de breedste zin des woords. Een kopie van voornoemd proces-verbaal is bij deze brief gevoegd.

2.21

In een raport d.d. 11 oktober 2012 van een onderzoek naar het bedrijf [bedrijf 2], dat is gevestigd op het adres van Drachten Storage c.s., uitgevoerd door [bedrijf 4] (gevestigd te [plaats 2]) in opdracht van City Box staat onder meer dat op 26 september 2012 [bedrijf 2] nog gevestigd was op het adres van Drachten Storage c.s.. Tevens bevat het rapport onder meer een weergave van een bezoek aan [bedrijf 2] op 28 september 2012 en bevat de volgende passages:

"Het betrof een bedrijfshal met reclame en opschrift van City Box. Onze medewerker meldde zich bij de balie van de receptie/ontvangstruimte van het pand. Daar werd onze medewerker geholpen door een baliemedewerkster. (…) Desgevraagd deelde (…) (de baliemedewerkster, rechtbank.) het volgende, of woorden van gelijke strekking, mee.: "Het klopt dat u op het juiste adres bent van [bedrijf 2]. De persoon die u daarvoor moet hebben is [naam 2](…)." (…) Desgevraagd deelde [naam 2] onder andere het volgende (…) mee:

"Wij zitten hier met ons bedrijf [bedrijf 2] zo ongeveer een jaar. Ik was al ruim drie jaar bezig met het product led-lampen. (…) Ik ben (…) ook (…) mede-eigenaar van City-Box. (…) Dit heeft geresulteerd dat ik met nog drie andere compagnons het bedrijf [bedrijf 2] hier ben opgestart. (…)” Omstreeks 11:00 ging de telefoon over bij de balie. De baliemedewerkster (…) nam de telefoon aan met: ‘[bedrijf 2]’. Desgevraagd deelde zij het volgende, of woorden van gelijke strekking, mee. “De meneer die u moet hebben is op dit moment in gesprek met iemand anders.” Hierna vroeg de baliemedewerkster of zij ook aan particulieren verkopen. [naam 2] bevestigde dat zij inderdaad ook aan particulieren verkopen. (…)".

2.22.

Bij vonnis van 16 november 2012 heeft de Voorzieningenrechter te Amsterdam Drachten Storage c.s. onder meer veroordeeld om de uiterlijke kenmerken van City Box per 1 december 2012 te verwijderen van haar gebouw te Drachten en haar bevolen per 1 december 2012 voor de duur van een jaar, tot 1 december 2013 derhalve, haar self storage activiteiten te staken en gestaakt te houden.

2.23.

In oktober 2012 heeft de gemeente Smallingerland (eenheid Vergunningen en handhaving, afdeling Publiek) aan [naam 2] meegedeeld dat de vestiging Drachten dient te voldoen aan de eisen voor brandveilig gebruik als vermeld in het Bouwbesluit 2012. Naar aanleiding van een controle op 15 oktober 2012 zijn een aantal verbeterpunten geconstateerd (bijvoorbeeld met betrekking tot het afstellen van deurdrangers en het aanbrengen van pictogrammen), die voor 11 december 2012 in orde dienen te zijn, op welke datum een nieuwe controle zal plaatsvinden. De controle heeft, vanwege het staken van de activiteiten op grond van het vonnis in kort geding, niet plaatsgevonden.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Drachten Storage c.s. vordert dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

1. primair: voor recht verklaart dat de met City Box gesloten overeenkomsten in strijd zijn met artikel 6 van de Mededingingswet (hierna: Mw) en derhalve nietig zijn en City Box gelast over te gaan tot het ongedaan maken van de prestaties, alsmede City Box veroordeelt de schade te vergoeden op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

subsidiair: voor recht verklaart dat City Box misbruik van recht maakt door de overeenkomst op onredelijke gronden op te zeggen,

meer subsidiair: voor recht verklaart dat de gronden voor de (buitengerechtelijke) ontbinding onredelijk en daardoor onvoldoende zijn om de ontbinding van de franchiseovereenkomst door City Box te dragen;

2. City Box veroordeelt in de kosten van het geding.

3.2.

City Box voert verweer.

3.3.

De stellingen van partijen worden hierna, voor zover van belang, nader weergegeven.

in reconventie

3.4.

City Box vordert dat de rechtbank:

  1. voor recht verklaart dat de franchiseovereenkomst tussen City Box enerzijds en Drachten Storage c.s. anderzijds per 15 oktober 2012 is beëindigd;

  2. Drachten Storage c.s. hoofdelijk veroordeelt tot de betaling aan City Box van een bedrag van € 321.404,10, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 december 2012 tot de dag van algehele voldoening;

  3. Drachten Storage c.s. veroordeelt in de kosten van het geding, te vermeerderen met de nakosten en met de wettelijke rente tot de dag van algehele voldoening.

3.5.

Drachten Storage c.s. voert verweer.

3.6.

De stellingen van partijen worden hierna, voor zover van belang, nader weergegeven.

4 De beoordeling

in conventie

Strijd met artikel 6 Mededingingswet?

4.1.

Drachten Storage c.s. stelt zich primair op het standpunt dat de overeenkomsten strijdig zijn met artikel 6 Mw omdat in artikel 13.2 van de franchiseovereenkomst een niet toegestane prijsbinding is opgenomen. Deze prijsafspraak kwalificeert als een hardcore beperking, die naar haar aard de mededinging beperkt. Dit betekent dat de merkbaarheid van die mededingingsbeperking een gegeven is en niet meer (volledig) hoeft te worden onderzocht. Dat deze mededingingsbeperking ook daadwerkelijk merkbaar is moet worden afgeleid uit het feit dat City Box een marktaandeel van meer dan 20% heeft op de relevante markt.

Het vaststellen van verkoopprijzen of het voorschrijven van prijzen is geen handeling die vrijgesteld is door de Europese Verordening nr. 330/2012 van de Europese Commissie van 20 april 2010. City Box kan evenmin aan de werking van het verbod van mededingingsbeperking ontsnappen met een beroep op de uitzondering van artikel 7 Mw, de bagatelregeling. City Box heeft namelijk landelijk 20 vestigingen en de onderneming maakt meer omzet dan € 1,1 miljoen. Ook heeft zij een marktaandeel dat groter is dan 10% van de relevante markt. De relevante markt is de markt waarop de franchisenemers het bedrijfsconcept exploiteren om aan eindgebruikers goederen of diensten te leveren.

Nu de verboden prijsafspraak dusdanig elementair is voor zowel de franchiseovereenkomst als de daarmee samenhangende koopoptieovereenkomst, brengt de nietigheid van de prijsbepaling de nietigheid van de gehele overeenkomsten met zich mee. Er dient over te worden gegaan tot ongedaanmaking van alle prestaties, met vergoeding van de schade die Drachten Storage c.s. heeft geleden, aldus Drachten Storage c.s.

4.2.

City Box stelt zich op het standpunt dat de prijsafspraak niet in strijd is met artikel 6 Mw omdat de bepaling de vrijheid tot het bepalen van de prijzen van de te verhuren boxen ongemoeid laat. Immers de marges op het verhuren van opslagruimte zijn zo klein dat de bepaling enkel dienst doet als antidumpingsverbod, hetgeen toelaatbaar is, zeker in het perspectief van de franchiseovereenkomst. Uit het Pronuptia-arrest van het Hof van Justitie van 28 januari 1986 (C161/84) (hierna: Pronuptia-arrest) volgt dat mededingingsbeperkende bepalingen uit de franchiseovereenkomst die noodzakelijk zijn ter bescherming van de know how van de franchisegever en de identiteit en reputatie van het franchisenetwerk, niet in strijd met het kartelverbod zijn mits die bepalingen niet verder gaan dan strikt noodzakelijk gelet op het te dienen belang. De prijsafspraak is ter behoud van de identiteit en reputatie van de formule van City Box belangrijk. Het voorkomt het hanteren van dumpprijzen en beschermt dus de investeringen van andere franchisenemers en de integriteit van de City Box formule.

Overigens heeft Drachten Storage c.s. niet aangetoond dat deze bepaling de mededinging op de markt merkbaar beïnvloedt.

Subsidiair stelt City Box dat de prijsafspraak onder de bagatelregeling valt van art. 7 Mw, nu bij de prijsafspraak minder dan 8 ondernemingen zijn betrokken en de omzet van de diensten minder dan 1,1 miljoen betreft, althans het gezamenlijk marktaandeel van City Box Heerenveen en City Box Drachten op de relevante markt minder dan 10% bedraagt.

Indien geoordeeld wordt dat de prijsafspraak in strijd is met artikel 6 Mw, geldt dat dit slechts de nietigheid van die bepaling tot gevolg heeft en de rest van de franchiseovereenkomst in stand blijft, aldus City Box.

Mededingingsrechtelijk kader

4.3.

Nu Drachten Storage c.s. haar stellingen ter zake van mededingingsbeperking heeft toegesneden op de Nederlandse markt en die stellingen geen betrekking hebben op beperking van de handel tussen lidstaten van de Europese gemeenschap, moeten haar stellingen worden beoordeeld op grond van het Nederlandse mededingingsrecht, dat wordt ingekleurd door het (grotendeels gelijkluidende) Europese mededingingsrecht.

4.4.

Op grond van artikel 6 lid 1 Mw zijn alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemingsverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen, die ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan merkbaar wordt verhinderd, beperkt of vervalst, verboden (hierna: het kartelverbod) en dientengevolge van rechtswege geheel of deels nietig.

4.5.

Het kartelverbod lijdt uitzondering indien de daarin beschreven overeenkomst, besluit of onderling afgestemde feitelijke gedraging bijdraagt tot verbetering van de productie of van de distributie of tot bevordering van de technische of economische vooruitgang, mits een billijk aandeel in de daaruit voortvloeiende voordelen de gebruikers ten goede komt en zonder nochtans aan de betrokken ondernemingen beperkingen op te leggen die voor het bereiken van deze doelstellingen niet onmisbaar zijn of de mogelijkheid te geven voor een wezenlijk deel van de betrokken goederen en diensten de mededinging uit te schakelen (hierna: de individuele vrijstelling) (vgl. art. 6 lid 3 Mw).

4.6.

Op grond van artikel 13 jo. artikel 12 Mw wordt het bestaan van de uitzondering van artikel 6 lid 3 Mw aangenomen indien de daarin genoemde overeenkomst aan de materiële voorwaarden voldoet voor vrijstelling zoals neergelegd in Verordening (EU) nr. 330/2010 van de Commissie van 20 april 2010 betreffende de toepassing van artikel 101, lid 3 VwEU op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen (hierna: Vo 330/2010). Deze uitzondering geldt evenwel niet als de overeenkomst kwalificeert als een zogenaamde hard core restrictie, zoals opgesomd in artikel 4 van Vo 330/2010.

4.7.

Het kartelverbod lijdt daarnaast ook uitzondering indien de mededingingsbeperking – kort gezegd – van ondergeschikte betekenis is, hetgeen dient te worden beoordeeld aan de hand van de in artikel 7 Mw, de bagatelregeling, opgenomen drempels met betrekking tot het aantal bij de overeenkomst betrokken ondernemingen en hun omzet.

4.8.

Gelet op deze wettelijke systematiek dient eerst aan de hand van de criteria van artikel 6 Mw te worden getoetst of het kartelverbod van toepassing is. Als dit het geval is dan dient vervolgens beoordeeld te worden of de betreffende mededingingsbeperkende overeenkomst van de toepassing van het kartelverbod moet worden vrijgesteld op grond van Vo 330/2010 of, zo nee, op een andere grond van de individuele vrijstelling, althans op grond van de bagatelregeling.

Toetsing aan kartelverbod

4.9.

De eerste vraag die beantwoord dient te worden is of de franchiseovereenkomst contractuele bepalingen bevatten die ertoe strekken of het gevolg hebben dat de mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan merkbaar wordt verhinderd, beperkt of vervalst.

4.10.

Dat de prijsbepaling uit art. 13.2 van de franchiseovereenkomst in beginsel ertoe strekt de mededinging te beperken is door City Box niet betwist. Zij heeft immers zelf ter comparitie gesteld dat het doel van deze bepaling was om de City Box vestiging in Heerenveen te beschermen tegen prijsdumping door de City Box vestiging Drachten. Het voorkomen van prijsdumping was echter noodzakelijk ter bescherming van de know how, de identiteit en de reputatie van City Box, waardoor van beperking van de mededinging in de zin van 6 Mw geen sprake is, aldus City Box, waarbij zij verwijst naar het Pronuptia-arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

4.11.

De rechtbank is van oordeel dat de in art 13.2 opgenomen prijsafspraak een hardcore beperking ex artikel 4 van Vo 330/2010 is en niet valt onder de uitzonderingen genoemd in het Pronutia arrest. Anders dan City Box betoogt kan niet worden geoordeeld dat de minimumprijs dient ter bescherming van de know-how en identiteit van het franchiseconcept en, gelet op het Pronuptia-arrest, ook toegestaan zou zijn ter bescherming van de know how en de reputatie van de handelsnaam. Ter bescherming van de know-how en de reputatie van City Box zijn andere bepalingen in de overeenkomst opgenomen, zoals het toezicht op de bedrijfsvoering en het non-concurrentiebeding. De bepaling in art. 13.2 in de overeenkomst daarentegen is een regeling die in ieder geval tot doel heeft om de mededinging te beperken. Zo’n regeling is in beginsel verboden.

4.12.

Of deze prijsovereenkomst door art. 6 Mw wordt verboden hangt vervolgens af van de vraag of aan het merkbaarheidsvereiste wordt voldaan. Hoewel bij een zogenaamde hard core of doelbeperking, zoals in casu het geval is, de gevolgen daarvan op de relevante markt niet meer of niet meer volledig behoeven te worden onderzocht, rechtvaardigt dit – anders dan door Drachten Storage c.s. is gesteld – in zijn algemeenheid niet de conclusie dat het merkbaarheidsvereiste in het geheel niet meer zou gelden. Het is aan Drachten Storage c.s. om ten minste onderbouwd te stellen en, bij voldoende gemotiveerde betwisting, te bewijzen, dat sprake is van merkbare verstoring van de mededinging in de desbetreffende markt. Drachten Storage c.s. heeft daaraan niet voldaan. Ter toelichting geldt het volgende.

4.13.

Drachten Storage heeft in dit verband gesteld dat City Box een marktaandeel van 20% op de relevante markt heeft, bestaande uit de markt van de bij de branche organisatie NSSA aangesloten self storage ondernemingen in Nederland. City Box heeft het marktaandeel van 20% betwist en hier – onweersproken – bij aangevoerd dat het marktaandeel is afgeleid van een door Drachten Storage c.s. zelf gefabriceerd taartdiagram op basis van niet verifieerbare gegevens, de relevante markt meer omvat dan enkel de bij de NSSA aangesloten self storage ondernemingen en bij de prijsafspraak maar twee City Box vestigingen – [plaatsen] – betrokken zijn. In het licht van deze gemotiveerde betwisting had het op de weg van Drachten Storage c.s. gelegen om nader te onderbouwen dat en waarom de mededinging op de relevante markt door de afspraak met betrekking tot het door de vestigingen[plaatsen] minimaal te hanteren prijspeil merkbaar wordt beperkt. Bij gebreke van deze toelichting, kan op basis van de stellingen van Drachten Storage c.s. niet worden geoordeeld dat aan het merkbaarheidvereiste is voldaan. Aan het door Drachten Storage c.s. ter zake gedane bewijsaanbod wordt dan ook niet toegekomen.

4.14.

Uit het voorgaande vloeit voort dat niet kan worden geoordeeld dat de prijsafspraak uit de franchiseovereenkomst onder de reikwijdte van het kartelverbod valt. Derhalve kan in het midden blijven of City Box zich met succes op de groepsvrijstelling Vo 330/210, de individuele vrijstelling ex artikel 6 lid 3 Mw of de bagatelregeling van artikel 7 Mw kan beroepen.

4.15.

Nu ook overigens gesteld noch gebleken is dat de franchiseovereenkomst nietig is, zal de primaire vordering worden afgewezen.

Misbruik van recht?

4.16.

Drachten Storage c.s. stelt zich subsidiair op het standpunt dat – zo de rechtbank begrijpt– City Box misbruik van recht heeft gemaakt door de audits te houden, terwijl daar geen aanleiding voor bestond. City Box was slechts op zoek naar een middel om van de franchiseovereenkomst af te komen om op die manier aan de verplichting uit hoofde van de koopoptie – inhoudende dat City Box de aandelen in DBK zou kopen tegen een vooraf vastgestelde prijs – te ontsnappen. City Box heeft haar vermeende bevoegdheid tot inspectie van de vestiging Drachten ingeroepen met een ander doel dan waarvoor deze dient en heeft dus misbruik van recht, c.q. misbruik van bevoegdheid gemaakt.

4.17.

Dat – zoals door City Box ter verweer aangevoerd – in de franchiseovereenkomst in de artikelen 6.3 en 6.5 een controle- en operationeel auditrecht is overeengekomen, is tussen partijen niet in geschil. De vraag die Drachten Storage c.s. wenst op te werpen is of er destijds ook voldoende aanleiding was om daartoe over te gaan. City Box heeft hiertoe aangevoerd dat de audits, en opvolgende controles die hebben plaatsgevonden in de zomer van 2012, gericht waren op de controle of haar formule, haar naam en reputatie voldoende door Drachten Storage c.s. als franchisenemer werd gewaarborgd. De slechte cijfers, de slechte response op vragen en acties door Drachten Storage c.s., de aanhoudende klachten van andere franchisenemers en het feit dat er geen marketingplannen werden gemaakt, maar er kennelijk wel marketingactiviteiten werden uitgevoerd in strijd met de overeenkomst, het feit dat in de pers het bericht stond van [bedrijf 1] dat deze de vestiging in Drachten zou hebben overgenomen en het feit dat er een ander bedrijf zich gevestigd had en actief geëxploiteerd werd op de vesting van City Box te Drachten waren aanleiding om nakoming van de overeenkomst te controleren, aldus City Box.

4.18.

De rechtbank stelt voorop dat uit de tekst van de franchiseovereenkomst niet is af te leiden dat partijen zijn overeengekomen dat voor het houden van een audit een (directe) aanleiding moet bestaan. Drachten Storage c.s. heeft ook niets gesteld waaruit kan volgen dat de overeenkomst tussen partijen toch op de haar voorgestane manier moet worden uitgelegd, laat staan dat uiteen is gezet dat ook City Box die afspraak zo zou hebben begrepen. Desalniettemin heeft City Box de aanleiding van de audits uiteengezet. Door Drachten Storage c.s. is niet weersproken dat in de pers berichten waren verschenen over de overname van de vestiging in Drachten door [bedrijf 1], dat bij de kamer van koophandel een andere bedrijf van [(...)], [bedrijf 2], op het adres van de vestiging Drachten was ingeschreven, dat de resultaten niet goed waren en dat nog niet voldaan was aan het verzoek om de jaarcijfers met een accountantsverklaring op te leveren. Naar het oordeel van de rechtbank geven deze feiten voldoende reden om aan de nakoming van de franchiseovereenkomst te twijfelen en derhalve voldoende aanleiding om dat middels een audit te controleren. Op grond van het voorgaande kan dan ook niet worden geoordeeld dat – zoals door Drachten Storage c.s. gesteld – er geen aanleiding was voor de audits en dat die controles louter zijn ingezet om van de overeenkomsten en daardoor van de koopoptie af te komen. Van misbruik van bevoegdheid is naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen sprake en de subsidiair gevorderde verklaring voor recht zal worden afgewezen.

Onrechtmatige beëindiging?

4.19.

De rechtbank begrijpt dat Drachten Storage c.s. zich meer subsidiair op het standpunt stelt dat de franchiseovereenkomst niet mag worden beëindigd op grond van de uitkomst van de audits omdat zij niet vooraf geïnformeerd is over de inhoud van het door City Box gehanteerde handboek. Tevens zijn de audits uitgevoerd door medewerkers van City Box, zodat van een objectieve waarneming geen sprake is. Ook betwist zij dat de audits op deugdelijke wijze zijn uitgevoerd, aangezien City Box geen ervaring had in het uitvoeren van audits.

De door City Box geconstateerde tekortkomingen hebben betrekking op verplichtingen die niet tussen partijen zijn overeengekomen. Drachten Storage c.s. is derhalve niet tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen en voor zover dat al het geval zou zijn, dan is deze tekortkoming in ieder geval niet ernstig genoeg om een beëindiging van de overeenkomst te rechtvaardigen. Tevens is de beëindiging in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Drachten Storage c.s heeft geen redelijke termijn gekregen om de geconstateerde tekortkomingen te verhelpen. Daarnaast zijn partijen zijn in oktober 2011 gezamenlijk overeengekomen de overeenkomsten te verlengen met twee jaar. Het is dus onaanvaardbaar dat City Box bij gelijk gebleven omstandigheden de overeenkomst alsnog wil beëindigen, aldus Drachten Storage c.s.

4.20.

Anders dan door Drachten Storage c.s. betoogt, zal de rechtbank bij de beantwoording van de vraag of het City Box was toegestaan om de franchise overeenkomst te beëindigen, de uitkomst van de audits betrekken. De formele bezwaren die Drachten Storage c.s. daar tegenin heeft gebracht, snijden geen hout. Uit niets blijkt dat partijen zijn overeengekomen dat audits slechts in aanwezigheid van de directie van de vestiging mochten plaatsvinden, noch dat de audits door een niet aan partijen gelieerde derde moesten worden verricht. Integendeel, de franchiseovereenkomst kent het recht tot het uitvoeren van de controle expliciet aan City Box toe. Ook inhoudelijk zijn de conclusies van de audits onvoldoende door Drachten Storage weersproken, zoals hierna bij de betreffende onderdelen zal worden besproken.

4.21.

Dat het gebouw van Drachten Storage c.s. niet voldoet aan de eisen die gesteld mogen worden aan de brandveiligheid, is onvoldoende weersproken. Zowel in de audit van 7 juli, als in de audit van 8 augustus, als in de audit van 27 augustus 2012 is geconstateerd dat de brandveiligheidrapportage ontbreekt en dat er geen bedrijfsnoodplan voorhanden is. Met City Box is de rechtbank van oordeel dat Drachten Storage c.s. hierdoor tekort is geschoten in haar verplichting om zorg te dragen voor een brandveilige opslagfaciliteit welke verplichting ook los van het al dan niet tussen partijen geldende handboek op Drachten Storage c.s. rust. Een brand in een opslagfaciliteit is schadelijk voor de reputatie van de onderneming, nu klanten hun goederen veilig opgeslagen wensen te zien. Ook uit hoofde van de algemene verplichting zoals opgenomen in de franchiseovereenkomst, om er alles aan te doen om de formule en de reputatie van City Box te beschermen volgt dan ook dat Drachten Storage c.s. de brandveiligheid beter had dienen te borgen dan zij heeft gedaan, althans direct uitvoering had behoren te geven aan de daartoe door City Box gegeven aanwijzingen. Dit heeft Drachten Storage c.s. echter niet gedaan. Dat de vestiging Drachten tekort schoot in de vereisten die gesteld worden aan brandveiligheid volgt bovendien uit het aanschrijven van de gemeente Smallingerland, die – volgens de verklaring van Drachten Storage c.s. – een controle heeft uitgevoerd in het kader van het Bouwbesluit 2012 en daarbij een aantal verbeterpunten heeft geconstateerd (bijvoorbeeld met betrekking tot het afstellen van deurdrangers en het aanbrengen van pictogrammen), die hersteld dienden te worden. Dat de gemeente geen aanleiding zag om de vestiging te sluiten is, anders dan Drachten Storage c.s. aanvoert, niet voldoende om te concluderen dat de vestiging Drachten dus aan de vereisten van brandveiligheid voldeed.

4.22.

In art 7.3 is bepaald dat Drachten Storage c.s. geen andere activiteiten mag ontplooien dan die waartoe zij is gerechtigd op grond van de overeenkomst. Uit het door City Box overgelegde rapport van 11 oktober 2011 (rov. 2.21) blijkt dat op 26 september 2011 [bedrijf 2] B.V. stond ingeschreven bij de kamer van Koophandel op het adres van Drachten Storage c.s.. Dat dit, zoals door Drachten Storage ter verweer is aangevoerd, slechts een postadres was van [bedrijf 2] en dat er vanuit de vestiging Drachten geen bedrijfsactiviteiten werden ontplooit, wordt door de rechtbank niet gevolgd. Het verslag van de door City Box ingeschakelde bedrijfsrecherche schetst een ander beeld, dat door Drachten Storage c.s. onvoldoende is weersproken. Het had op de weg van Drachten Storage c.s. gelegen om tenminste te stellen waar dan de bedrijfsactiviteiten van [bedrijf 2] wel plaatsvonden en op welke wijze dat kenbaar werd gemaakt aan (potentiële) klanten, nu een dergelijk alternatief adres noch op de site noch op de visitekaartjes van [bedrijf 2] te vinden is. Bij gebreke van die toelichting houdt de rechtbank het ervoor dat [bedrijf 2] feitelijk gevestigd was in de vestiging Drachten en dat [naam 2] daar, naast zijn werk voor City Box, zijn bedrijfsactiviteiten voor [bedrijf 2] ontplooide.

4.23.

In art. 10.5 is bepaald dat Drachten Storage c.s. uiterlijk binnen 6 maanden na afloop van het boekjaar een door een registeraccountant goedgekeurd jaarverslag ter beschikking dient te stellen aan City Box. Dat dit tot op heden nog niet is gebeurd ondanks dat City Box daarom heeft verzocht, is door Drachten Storage c.s. onvoldoende weersproken. De door Drachten Storage c.s. op 27 augustus 2011 ter hand gestelde financiële opstelling over 2011 en de eerste helft van 2012 voldoen, zoals door City Box terecht is aangevoerd, niet aan de daaraan te stellen vereisten. Deze cijfers zijn immers niet voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring. Dat City Box onder de voorgaande franchisecontracten met Drachten Storage c.s. niet streng de hand hield aan deze verplichting, ontslaat Drachten Storage c.s. hiervan niet. City Box heeft immers onweersproken gesteld dat bij het aangaan van de laatste franchiseovereenkomst is aangegeven dat City Box vanaf dan streng zou toezien op de naleving van de daarin opgenomen verplichtingen. Aan een eventuele eerdere coulante houding van City Box op dit punt, kan Drachten Storage c.s dus niet gerechtvaardigd het vertrouwen ontlenen dat zij deze verplichting niet hoefde na te komen.

4.24.

Dat Drachten Storage c.s. nimmer de franchisefee heeft betaald is niet in geding. Met City Box is de rechtbank van oordeel dat de overgelegde verklaring van de accountant dat de vrije kasstroom de betaling niet zou toelaten, onvoldoende is om een beroep te kunnen doen op de uitzondering van art. 11.1 van de franchiseovereenkomst, nu deze verklaring iedere motivering ontbeert en bovendien niet gebaseerd kan zijn op goedgekeurde jaarcijfers, aangezien die ontbreken.

4.25.

Uit het voorgaande vloeit reeds voort dat Drachten Storage c.s. tekort is geschoten in de nakoming van de op haar rustende verplichtingen uit hoofde van de franchiseovereenkomst. De overige daartoe aangevoerde grondslagen behoeven daarom geen behandeling. Dit betekent dat City Box op grond van art. 16.4 in beginsel bevoegd was om deze overeenkomst te beëindigen. Dit is slechts anders indien geoordeeld moet worden dat dit naar eisen van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.

4.26.

Drachten Storage c.s. stelt in dit verband dat City Box heeft nagelaten de overeengekomen hulp en bijstand te verlenen en ook het handboek nooit aan Drachten Storage c.s. heeft verstrekt. Nu Drachten Storage niet heeft gespecificeerd welke hulp en bijstand City Box had moeten verlenen en op wat voor manier zij daardoor gehinderd is in de naleving van de op haar uit hoofde van de franchiseovereenkomst rustende verplichtingen, gaat de rechtbank aan die stelling voorbij.

Of het handboek al dan niet aan Drachten Storage c.s. ter hand is gesteld kan in het midden blijven nu, zoals hiervoor al is aangegeven, de geschonden verplichtingen reeds uit de franchiseovereenkomst voortvloeien.

Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat Drachten Storage c.s. voldoende tijd heeft gehad om aan de aanwijzingen van City Box te voldoen. Voor de punten uit prioriteitscategorie 1, 2 en 3, waaronder de geconstateerde tekortkomingen op het gebied van brandveiligheid, is Drachten Storage c.s. uiteindelijk een termijn van 7 juli 2013 tot 27 augustus 2013 gegund. Drachten Storage c.s. heeft niet aangegeven waarom deze termijn voor de opvolging van de specifieke aanwijzingen van City Box niet voldoende is geweest. Het enkele feit dat de audits in de vakantieperiode zijn gehouden, is niet voldoende om te kunnen oordelen dat het voor Drachten Storage c.s. onmogelijk was om binnen de daarvoor gestelde tijd aan, met name, de gestelde brandveiligheidseisen te voldoen.

Tenslotte kan het feit dat de overeenkomst kort geleden was aangegaan met het oogmerk de relatie met twee jaar te verlengen, Drachten Storage c.s. niet baten. Het feit dat partijen de intentie hebben tot langere samenwerking is, zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet voldoende om daaraan de gevolgtrekking te verbinden dat partijen niet van hun de overeengekomen bevoegdheid tot beëindiging gebruik mogen maken indien aan de daaraan te stellen vereisten – tekortkoming – is voldaan

4.27.

Uit het voorgaande vloeit voor dat City Box op basis van art. 16.4 de franchiseovereenkomst mocht opzeggen. De meer subsidiair gevorderde verklaring voor recht zal dan ook worden afgewezen.

4.28.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal Drachten Storage c.s. hoofdelijk worden veroordeeld in de kosten van de procedure in conventie, aan de zijde van City Box tot op heden begroot op griffierecht van € 575,00 en salaris advocaat van € 904,00 (2 pnt x € 452,00). De nakosten zullen worden toegewezen als hierna bepaald.

in reconventie

Overeenkomst beëindigd?

4.29.

City Box legt aan de door haar gevorderde verklaring voor recht ten grondslag dat de franchiseovereenkomst gelet op de tekortkoming van Drachten Storage c.s. in de nakoming van haar verplichtingen uit deze overeenkomst terecht is beëindigd. Drachten Storage c.s. heeft hiertegen de nietigheid van de overeenkomst als verweer opgeworpen, alsmede betwist dat City Box tot beëindiging van de franchiseovereenkomst gerechtigd was.

4.30.

Zoals de rechtbank hier voor heeft overwogen is de franchiseovereenkomst niet nietig wegens strijd met art 6 Mw en heeft City Box de overeenkomst gerechtvaardigd beëindigd per 15 oktober 2012. De gevorderde verklaring voor recht zal derhalve worden toegewezen.

Franchisefee verschuldigd?

4.31.

City Box stelt dat de franchisefee tot op heden niet betaald is terwijl deze wel in rekening is gebracht en er een verplichting aan de zijde van Drachten Storage c.s. bestaat om deze te voldoen. Door beëindiging van de overeenkomst is de franchisefee direct opeisbaar geworden.

4.32.

Drachten Storage c.s. erkent dat zij een franchisefee van € 10.000,- per jaar verschuldigd is aan City Box op grond van art 11 van de overeenkomst. Zij stelt echter dat deze opeisbaar is noch is geweest aangezien niet voldaan is aan het vereiste dat de accountant heeft verklaard dat de vrije kasstroom de betaling van de vergoeding toelaat. Zo’n verklaring is nimmer door de accountant afgelegd en dus mag Drachten Storage c.s. deze betaling opschorten. Zij was dus niet gehouden tot betaling over te gaan en de fee is dus niet opeisbaar. Van verzuim is geen sprake, aldus Drachten Storage c.s.

4.33.

Tussen partijen staat niet ter discussie dat Drachten Storage c.s. de franchisefee van € 10.000,- per jaar verschuldigd is. Wel betwist Drachten Storage c.s. onder verwijzing naar de ontbrekende accountantsverklaring dat de vordering opeisbaar is. Drachten Storage c.s. heeft de stelling van City Box echter niet weersproken dat in geval van opschorting vanwege een ontbrekende accountantsverklaring, de verschuldigde franchisefee op grond van de franchiseovereenkomst is omgezet in een lening, die door het beëindigen van de franchiseovereenkomst opeisbaar is geworden. De rechtbank zal daar dan dus ook vanuit gaan. Dit betekent dat de lening van – onbetwist – € 11.895,47 per 15 oktober 2012 opeisbaar is en de vordering van City Box tot terugbetaling van dit bedrag toewijsbaar is.

Boete verschuldigd?

4.34.

City Box maakt aanspraak op boetes vanwege het overtreden van de prijsafspraak. Drachten Storage c.s. brengt hiertegen in dat deze afspraak in strijd is met art 6 Mw en dus nietig, dan wel dat niet in strijd is gehandeld met art 13.2.

4.35.

Gelet op hetgeen onder rov. 4.14 is geoordeeld, faalt het beroep van Drachten Storage c.s. ter zake van de nietigheid van deze afspraak tussen partijen.

4.36.

City Box stelt dat Drachten Storage c.s. de prijsafspraak heeft geschonden omdat zij een prijspeil heeft gehanteerd dat meer dan 15% lager ligt dan het prijspeil dat de City Box vestiging in [plaats 3]. Ter onderbouwing heeft City Box een overzicht van de gehanteerde meterprijzen per 16 juli 2012 overgelegd. Hieruit volgt dat gemiddelde meterprijs (excl. landelijke kortingsklant [naam 8]) in Drachten € 15,63 is en bij de vestiging van City Box te[plaats 3] € 20,18. Het verschil is 22,55% , aldus Drachten Storage c.s.

4.37.

Drachten Storage c.s. heeft betwist dat zij in strijd met de prijsafspraak heeft gehandeld, maar deze betwisting is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende met redenen omkleed. De stelling dat niet duidelijk was hoe de meterprijzen moesten worden berekend, kan Drachten Storage c.s. niet baten. Zij is immers partij bij deze overeenkomst en het had op haar weg gelegen om ten minste te stellen wat in haar optiek daarover is overeengekomen, althans op welke wijze de overeenkomst op dit onderdeel zou moeten worden uitgelegd althans aangevuld.

Dat de door City Box gehanteerde cijfers een vertekend beeld zou geven omdat er geen rekening is gehouden met korting die aan landelijke klanten moest worden verleend waardoor de gemiddelde prijs wordt gebruikt is – in het licht van de correctie die City Box heeft aangerecht voor de lagere prijzen die voor klant [naam 8] gelden – zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet te begrijpen. Het had op de weg van Drachten Storage c.s. gelegen om aan te geven welke prijzen zij, na correctie voor bij naam genoemde landelijke klanten die tegen korting opslagruimte kunnen huren bij City Box, dan wel hanteerde. Nu Drachten Storage c.s. geen inzage heeft gegeven in die gegevens, gaat de rechtbank van de juistheid van de cijfers van City Box uit.

Bij gebreke van een voldoende onderbouwde betwisting houdt de rechtbank het ervoor dat de door Drachten Storage c.s. gehanteerde prijzen prijzen lager waren dan toegestaan op basis van de overeenkomst en de gevorderde boete van € 310.000 – waartegen overigens geen verweer is gevoerd – toewijsbaar is.

4.38.

Drachten Storage c.s. zal als in de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten aan de zijde van City Box worden veroordeeld als hierna vermeld. De kosten aan de zijde van City Box worden begroot op salaris advocaat € 2.000,00 (0,5 x 2 pnt x € 2.000,00)

5 De beslissing

De rechtbank

In conventie

5.1.

wijst de vorderingen van Drachten Storage c.s. af.

In reconventie

5.2.

verklaart voor recht dat de franchiseovereenkomst tussen City Box enerzijds en Drachten Storage c.s. anderzijds per 15 oktober 2012 is beëindigd.

5.3.

veroordeelt Drachten Storage c.s. hoofdelijk tot de betaling aan City Box van een bedrag van € 321.404,10, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 december 2012 tot de dag van algehele voldoening.

In conventie en in reconventie

5.4.

veroordeelt Drachten Storage c.s. in de proceskosten aan de zijde van City Box tot op heden begroot op € 3.479,00, te voldoen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, en – voor het geval voldoening van de proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten te rekenen van veertien dagen betekening van die vonnis tot aan de dag van voldoening.

5.5.

veroordeelt Drachten Storage c.s. in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

€ 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder voorwaarde dat betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden en Drachten Storage c.s. niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis heeft voldaan, met en bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis als Drachten Storage c.s. deze kosten niet voldoet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.A.H. Melissen, mr. A.E. de Vos en mr. B.M. Visser en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2013.1

1 type: AEdV