Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:5386

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-08-2013
Datum publicatie
27-08-2013
Zaaknummer
EA 13-735
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werknemersverzoek. Na verloren KG en afgewezen ontbinding, bij wedertewerkstelling geen goed werkgeverschap betracht. Toewijzing van het verzoek met C=2. Geen kostenveroordeling in de daadwerkelijke kosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2013/271
AR-Updates.nl 2013-0660
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

AFDELING PRIVAATRECHT

Kenmerk : EA 13-735

Datum : 12 augustus 2013

245

Beschikking van de kantonrechter te Amsterdam op het verzoek van:

[verzoekster]

wonende te [woonplaats]

verzoekster, nader te noemen [verzoekster]

gemachtigde: mr. G.M. van der Lee

t e g e n:

de stichting READE

gevestigd te Amsterdam

verweerster, nader te noemen Reade

gemachtigde: mr. A.C. Siemons

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

[verzoekster] heeft op 14 juni 2013 een verzoek ingediend dat strekt tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst. Reade heeft op 3 juli 2013 een verweerschrift ingediend. Voor de mondelinge behandeling heeft [verzoekster] nog nadere stukken ingediend.

Het verzoek is behandeld ter terechtzitting van 8 juli 2013. [verzoekster] is verschenen, vergezeld door haar gemachtigde. Reade is verschenen bij mevrouw [naam 1], mevrouw [naam 2] en de heer [naam 3] en haar gemachtigde.

Beide partijen hebben hun standpunten toegelicht, deels aan de hand van een pleitnota. Van het verhandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt, die aan het dossier zijn toegevoegd.

Vervolgens is beschikking bepaald op heden.

BEOORDELING VAN HET VERZOEK

1.

Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

1.1.

[verzoekster], thans [leeftijd], is sedert 23 april 1996 in dienst van Reade laatstelijk als ziekenverzorgende. Het bruto salaris bedraagt € 1.424,56 per maand exclusief vakantietoeslag en emolumenten.

1.2.

Op 7 september 2012 had [verzoekster] dienst van 14.45 uur tot 23.15 uur. Tijdens een dienst hebben de medewerkers twee maal een kwartier pauze en eenmaal een half uur. De pauzes worden genomen wanneer de dienst het toelaat. [verzoekster] werkte die dag op afdeling 2B, samen met een collega mevrouw [naam 4]. [verzoekster] en mevrouw [naam 4] hebben tegelijkertijd pauze genomen en hebben samen in het café beneden in het gebouw, een door een ex-patiënt aangeboden drankje aanvaard. [verzoekster] heeft daarbij wijn gedronken. Eén van hun piepers had [verzoekster] aan haar collega van de belendende afdeling 2A gegeven.

1.3.

Reade heeft [verzoekster] op 2 oktober 2012 per 4 oktober 2012 op staande voet ontslagen. Aan het ontslag heeft Reade ten grondslag gelegd dat [verzoekster] op 7 september 2012 tijdens haar pauze tot twee maal toe de afdeling onbemand zou hebben gelaten om met haar collega te gaan roken en alcohol te drinken, waarbij de eerste keer een patiënt minimaal 20 minuten op het toilet is achtergelaten. Daarbij werd vermeld dat er geen sprake was van een rustige avond en dat de collega van [verzoekster] van de afdeling 2A had aangegeven niet in staat te zijn de zorg voor de afdeling van [verzoekster] erbij te nemen.

1.4.

[verzoekster] heeft deze gang van zaken feitelijk weersproken. Volgens [verzoekster] was het wel een rustige avond, zat de collega bij vertrek (en bij terugkomst) televisie te kijken, was het niet ongebruikelijk om met z’n tweeën pauze te nemen en zat er geen patiënt op het toilet. [verzoekster] stelt voor de zorg die avond geen risico te hebben laten ontstaan. Zij was beneden in het gebouw, had haar pieper bij zich en zou binnen enkele minuten weer op de afde-ling kunnen zijn. Het drankje had zij van een dankbare ex-patiënt aangeboden gekregen en heeft zij - onverstandig genoeg - geaccepteerd. Een waarschuwing op dit punt zou - volgens [verzoekster] - terecht zijn geweest.

1.5.

Bij vonnis van 30 november 2012 heeft de kantonrechter te Amsterdam de vordering van [verzoekster] in kort geding tot - kort gezegd - loondoorbetaling en wedertewerkstelling toege-wezen. Daarbij is overwogen dat de feiten niet duidelijk waren, maar dat de omstandig-heid dat [verzoekster] een vlekkeloos dienstverband heeft van 16 jaar en uit de stukken bleek dat zij door patiënten en collega’s als betrouwbaar, ervaren en verantwoordelijk werd omschreven, meebracht dat het van Reade te vergen was het dienstverband met [verzoekster] te laten voortduren en haar weder te werk te stellen. Ook is bij dat vonnis overwogen dat [verzoekster] een ernstige inschattingsfout had gemaakt door in werktijd alcohol te nuttigen en dat [verzoekster] werd geacht geen rookpauze (meer) te nemen samen met een collega van dezelfde afdeling. Nu echter van eerdere (soortgelijke) incidenten niet gebleken was, had Reade met een ernstige officiële waarschuwing kunnen volstaan.

1.6.

Reade heeft daarop [verzoekster] weer toegelaten tot het werk, in dier voege dat [verzoekster] op een andere afdeling werd ingezet, een deel van haar taken niet meer (zelfstandig) mocht uitvoeren, zij dagelijks een gesprek met de leidinggevende moest voeren en alleen mocht werken als de dagcoördinator aanwezig was. [verzoekster] is ook niet meer ingezet op onregelmatigheidsdiensten. De daarvoor ontvangen toeslag is door Reade stopgezet, zonder de afbouw conform de CAO Ziekenhuiswezen.

1.7.

Op 11 december 2012 heeft de kantonrechter te Amsterdam het verzoek tot (voorwaar-delijke) ontbinding van de arbeidsovereenkomst van Reade afgewezen. Reade heeft in die procedure gesteld dat [verzoekster] onvoldoende blijk gaf de ernst van haar fouten in te zien. De kantonrechter overwoog dat - los van het feit dat de lezingen verschillen - van Reade kon worden verlangd dat zij niet naar aanleiding van één avond disfunctioneren het vertrou-wen in [verzoekster] opzegt. Voorts is overwogen dat [verzoekster] ter zitting kenbaar had gemaakt dat zij inmiddels weet dat het niet toegestaan is samen met een collega van dezelfde afdeling een (rook)pauze buiten de afdeling te nemen.

1.8.

In december 2012 is [verzoekster] kort arbeidsongeschikt geweest als gevolg van spannings-klachten. In januari 2013 heeft [verzoekster] mediation voorgesteld. Reade heeft dat voorstel niet aanvaard.

1.9.

Op 14 februari 2013 heeft Reade een verzoek ingediend dat strekt tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor. Het verzoek had ten doel van [verzoekster] de naam te vernemen van de collega, die [verzoekster] ten behoeve van de procedures informatie uit een patiënten-dossier had gegeven. Het verzoek is behandeld op 25 maart 2013 en bij beschikking van 8 april 2013 is het verzoek van Reade toegewezen.

1.10.

In februari 2013 heeft [verzoekster] Reade voorgesteld om een vertrouwenspersoon bij de gesprekken met het afdelingshoofd aanwezig te laten zijn. Het voorstel is door Reade afgewezen.

1.11.

In een gesprek van 21 maart 2013 tussen [verzoekster], de dagcoördinator en het afdelingshoofd is [verzoekster] meegedeeld dat zij vanaf 1 april 2013 om 07.15 uur in plaats van 08.00 uur diende te beginnen. Bij dat gesprek is [verzoekster] ook meegedeeld dat zij nog steeds niet volledig haar eigen werk mocht doen, ondanks dat de evaluaties van de dagcoördinator goed waren.

1.12.

Op 28 mei 2013 heeft [verzoekster] zich ziek gemeld. Op 5 juni 2013 hebben partijen met elkaar gesproken. Op 6 juni 2013 heeft de bedrijfsarts geadviseerd [verzoekster] vrij te stellen van arbeid en serieus te proberen een oplossing te bereiken. [verzoekster] is niet vrijgesteld. Een oplossing is niet bereikt.

Verzoek en verweer

2.

[verzoekster] verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst omdat er sprake is van gewichtige redenen in die zin van een verandering in de omstandigheden van zodanige aard dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen billijkheidshalve dadelijk behoort te eindigen en verzoekt voorts om haar een vergoeding, die recht doet aan de situatie, toe te kennen met tevens een vergoeding van € 7500,00 aan smartengeld. Ter zitting heeft [verzoekster] als materiële vergoeding een bedrag van € 50.000,00 bruto genoemd (C=2). Voorts verzoekt [verzoekster] vergoeding van de kosten van rechtsbijstand op basis van de daadwerkelijk gemaakte kosten.

3.

Daartoe stelt [verzoekster] - kort gezegd - dat zij na het onterechte ontslag op staande voet in oktober 2012 alles in het werk heeft gesteld om haar werkzaamheden te kunnen hervatten en de verhoudingen te normaliseren. [verzoekster] stelt daarin steeds door Reade te zijn tegengewerkt. Reade weigert mediation en/of de vertrouwenspersoon bij de gesprekken aanwezig te laten zijn. Ook weigert Reade onjuiste beschuldigingen dat [verzoekster] een patiënt onjuiste medicatie zou hebben toegediend, terug te nemen en heeft eenzijdig de arbeidstijden van [verzoekster] gewijzigd zodat zij haar kind niet meer naar de voorschoolse opvang kan brengen.

4.

[verzoekster] is als gevolg van de rancuneuze wijze waarop zij door Reade wordt bejegend en de omstandigheden, waaronder zij haar werkzaamheden dient uit te voeren, ziek geworden. Zowel de bedrijfsarts als de huisarts van [verzoekster] zijn van mening dat zij beter van Reade afscheid kan nemen.

5.

Reade betwist dat er gewichtige redenen zijn in de door [verzoekster] bedoelde zin, althans betwist zij dat er gronden zijn om enige vergoeding aan [verzoekster] toe te kennen. Reade refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter omtrent de ontbinding, maar verzoekt om, zo de ontbinding wordt uitgesproken, daaraan geen vergoeding te verbinden. Daartoe ziet Reade geen aanleiding.

6.

Reade voert - kort gezegd – aan dat in het gesprek dat de voorzitter van de raad van bestuur van Reade met [verzoekster] had, voorafgaand aan haar terugkeer, zij met Reade van mening verschilde over de vraag of haar handelen nu wel of geen gevaar voor de patiëntenzorg kon opleveren. Om die reden heeft Reade [verzoekster] in eerste instantie geplaatst in de dagdienst. Reade achtte het wenselijk [verzoekster] bij terugkomst te begeleiden en het toezicht in de nachtdienst is aanzienlijk minder. Om te zorgen dat de werkrelatie niet verstoord zou worden door de voorgeschiedenis, is [verzoekster] herplaatst op een andere afdeling onder leiding van een dagcoördi-nator, die [verzoekster] niet kende. Deze zou dagelijks de voortgang met [verzoekster] bespreken. Eens in de twee weken zou het afdelingshoofd mevrouw [naam 1] daarbij aanwezig zijn.

7.

[verzoekster] bleef echter steeds de gebeurtenissen van 7 september 2012 in de gesprekken met de dagcoördinator en het afdelingshoofd ter discussie stellen. Bovendien speelde nog een ander aspect van de nasleep van de ontslagprocedure, namelijk dat [verzoekster] kopieën uit een medisch dossier in de kort gedingprocedure had gebracht omtrent het (niet)gefixeerd zijn van een patiënt. Het feit dat [verzoekster] de kopieën in bezit had, heeft Reade hoog opgenomen. Het is een schending van de privacy van de betrokken patiënt en toen [verzoekster] weigerde de naam te noemen van de collega die haar de kopieën had verstrekt, heeft Reade daarover een procedure aanhangig gemaakt, welke procedure Reade heeft gewonnen. Deze kwestie bleef een rol spelen in de verhoudingen. [verzoekster] bleef moeizaam, boos en verwijtend communiceren met het afdelingshoofd, was regelmatig ziek en viel eind mei 2013 uit met de mededeling dat het haar allemaal te veel werd.

8.

Het ontbindingsverzoek heeft Reade verbaasd. De verhoudingen waren stroef, maar Reade is zuiver te werk gegaan. [verzoekster] mocht inderdaad niet direct weer zonder toezicht werken, maar Reade heeft dat gedaan in een omgeving die niet ‘belast was’. Het vertrouwen moest weer worden opgebouwd. Het inwerken ging goed, de werkverhouding was dat ook. Reade is van oordeel dat de verhoudingen grotendeels genormaliseerd waren. Reade heeft [verzoekster] niet onbehoorlijk behandeld of tegengewerkt. Reade houdt wel vol dat het onverantwoord is, en daarom niet toegelaten, een afdeling alleen te laten.

Beoordeling

9.

Het verzoek van [verzoekster] tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst zal worden toegewezen. Uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken volgt ook dat de verhoudingen te veel verstoord zijn geraakt om het dienstverband nog vruchtbaar voort te zetten. De arbeidsover-eenkomst wordt daarom ontbonden.

10.

Op gronden van billijkheid komt aan [verzoekster] ten laste van Reade een vergoeding toe. Omtrent de hoogte daarvan overweegt de kantonrechter als volgt.

11.

Uitgangpunt is, dat [verzoekster] een lang en vlekkeloos dienstverband had, tot in elk geval 7 septem-ber 2012. [verzoekster] functioneerde uitstekend, werd gewaardeerd door collega’s en (ex-)patiënten en wordt door deze als ervaren en betrouwbaar gekenschetst.

12.

Wat er precies op de avond van 7 september 2012 is gebeurd, staat nog altijd niet vast en zal - nu geen bodemprocedure is gevoerd - verder niet worden onderzocht. Daarmee gaat de kantonrechter uit van de feiten en omstandigheden, zoals deze in de eerdere procedures aannemelijk zijn geworden. Daaruit volgt niet dat [verzoekster] op een onverantwoorde wijze de afdeling alleen heeft gelaten, dat er een patiënt gefixeerd was of één een half uur op het toilet heeft gezeten. Dat haar collega heeft gezegd de waarneming er niet bij te kunnen hebben staat evenmin vast, net als het verwijt dat het [verzoekster] op voorhand duidelijk moet zijn geweest, dat zij - met de getroffen voorziening van de pieper - niet met haar collega tegelijk pauze mocht nemen.

13.

Gelet op alle feiten en omstandigheden had Reade - zo is reeds één en andermaal geoordeeld - kunnen volstaan met een officiële waarschuwing, waarna zij [verzoekster] tot haar eigen werk, op haar eigen werkplek en met de normale wisseldiensten, met de oude bevoegdheden, had moeten toelaten. Dat heeft Reade niet gedaan. Zij heeft allerlei restricties toegepast, bevoegdheden ingenomen en een dagelijkse begeleiding opgelegd die niet paste bij een werknemer met de ervaring van [verzoekster]. En Reade heeft - zonder de daarvoor geldende afbouwregeling toe te passen - de onregelmatigheidstoeslag van [verzoekster] stopgezet; een toeslag die een aanzienlijk deel van het inkomen van [verzoekster] uitmaakt. Maar bovenal heeft Reade op vragen van [verzoekster] geen duidelijkheid gegeven en willen geven over de tijdspanne die deze ‘begeleiding’ nog zou nemen, waardoor [verzoekster] in onzekerheid verkeerde hoelang zij dit alles nog diende te ondergaan. Daarmee heeft Reade zich niet als een goed werkgever gedragen en heeft zij veroorzaakt dat de verhoudingen verstoord raakten.

14.

Dat [verzoekster] in de gesprekken steeds weer terug kwam op de gebeurtenissen van september 2012, is niet aannemelijk geworden maar kan de kantonrechter - als dat het geval zou zijn - billijken tegen de achtergrond van haar behandeling door Reade.

15.

Dit alles wegende wordt geoordeeld dat [verzoekster] een vergoeding met C=2 toekomt, hetgeen neerkomt op het afgeronde bedrag van € 50.000,00 bruto. Voor een immateriële vergoeding ziet de kantonrechter geen aanleiding; een sterk (en terecht) ongenoegen met de gang van zaken is daartoe onvoldoende.

16.

Nu aan [verzoekster] een lagere vergoeding wordt toegekend dan zij heeft verzocht, moet aan haar de gelegenheid worden geboden om haar verzoek in te trekken.

17.

Bij deze uitkomst zijn er - mede gelet op het bepaalde in aanbeveling 3.8 van de kanton-rechtersformule - termen Reade in de (forfaitaire) proceskosten van [verzoekster] te veroordelen, behoudens in het geval dat [verzoekster] het verzoek intrekt, in welk geval de kosten worden gecompenseerd.

BESLISSING

De kantonrechter:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 15 september 2013;

kent aan [verzoekster] een vergoeding toe ten laste van Reade ter hoogte van € 50.000,00 bruto, een en ander strekkende tot aanvulling van door [verzoekster] te ontvangen uitkeringen dan wel elders verdiend loon;

veroordeelt Reade tot betaling van deze vergoeding en verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat het onder I t/m III gestelde rechtskracht ontbeert, indien het verzoek door [verzoekster] uiterlijk op 30 augustus 2013 wordt ingetrokken;

wijst het meer of anders verzochte af;

bepaalt dat Reade wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure aan de zijde van [verzoekster], die tot op heden worden begroot op €75,00 aan griffiegeld en € 545,- voor salaris van haar gemachtigde, voor zover verschuldigd, inclusief BTW, behoudens in het geval [verzoekster] het verzoek zal intrekken, in welk geval partijen ieder de eigen proceskosten dragen.

Aldus gegeven door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2013 in aanwezigheid van de griffier.

De griffier

De kantonrechter