Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BO0097

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-10-2010
Datum publicatie
12-10-2010
Zaaknummer
13/656145-10 (promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 47-jarige man uit Amsterdam is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden en 180 uur werkstraf voor de verdrinkingsdood van een 7-jarig jongetje, schoolgenoot van zijn dochtertje.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/656145-10 (promis)

Datum uitspraak: 12 oktober 2010

op tegenspraak

VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer, in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1963 te Brazilië,

verblijvende: [adres].

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 september 2010.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,

mr. H.C. van Ooijen en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. H. Beekelaar en

door de verdachte naar voren is gebracht.

1. Telastelegging

Aan verdachte is telastegelegd dat

hij op of omstreeks 14 oktober 2009 te Amstelveen, door roekeloos, in elk

geval zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend en/of

nalatig, een aan hem, verdachte's zorg en/of toezicht en/of waakzaamheid toevertrouwd kind beneden de leeftijd van 12 jaar, te weten [naam 1] (geboren op [geboortedatum] 2001) heeft meegenomen naar een zwembad (te weten zwembad De Meerkamp te Amstelveen) met andere kinderen en/of (nadat hij, verdachte ongeveer tien minuten in het water bij die [naam 1] en/of bij die andere kinderen was gebleven) van die [naam 1] en/of van die andere kinderen is weggegaan en/of zich (vervolgens)

naar een sauna (welke zich in dat zwembad bevond) heeft begeven en/of in die

sauna is gaan zitten (ongeveer drie à vier minuten) en/of aldus geen, althans

onvoldoende toezicht heeft uitgeoefend, terwijl hij, verdachte wist, althans

redelijkerwijs had moeten vermoeden dat die [naam 1] niet

kon zwemmen en/of niet over een zwemdiploma beschikte en/of dat het bassin

van het zwembad waarin die [naam 1] zich bevond was voorzien

van een ornament met neerwaartse waterstraal (te weten De Krokodil) en/of een

watersproeier met neerwaartse waterstraal, waardoor het aan zijn schuld te

wijten is geweest dat die [naam 1] in dat zwembad is verdronken en overleden;

2. Voorvragen

--------------

3. Waardering van het bewijs

3.1. Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat verdachte dient te worden veroordeeld nu hij roekeloos heeft gehandeld door niet bij de kinderen in het zwembad te blijven maar in de sauna te gaan zitten.

3.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft -kort weergegeven- aangevoerd dat aan zijn cliënt niet kan worden verweten dat hij wist althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het slachtoffer niet kon zwemmen en/of niet beschikte over een zwemdiploma.

Voorzover de in de telastelegging genoemd objecten / ornamenten als gevaarzettend c.q. als objecten met een verhoogd risico behoorden te worden aangemerkt, meent zijn cliënt dat deze plekken in het zwembad door de aanwezige toezichthouder(s) extra in de gaten dienen te worden gehouden.

Nu bij zijn cliënt de indruk bestond dat het slachtoffer zich in het water kon redden meent zijn cliënt dat van een verwijtbaar gedrag zoals omschreven in de telastelegging geen sprake is geweest.

Met betrekking tot de causaliteit dient het criterium van de redelijke toerekening te worden gehanteerd, waarbij beslissend is of de dood van het slachtoffer redelijkerwijs als gevolg van de bewezenverklaarde (nagelaten) gedragingen aan zijn cliënt is toe te rekenen. De voorzienbaarheid speelt hierbij een belangrijke rol.

3.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

-Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 14 oktober 2009 zijn dochter [naam 2] van school haalde om naar het zwembad te gaan. [naam 1], gaf aan ook mee te willen en uiteindelijk vond zijn moeder dit goed. Verdachte ging met de kinderen [naam 2] en [naam 1] (beiden zeven jaar oud), en nog twee buurjongetjes van [naam 2], [naam 3] en [naam 4] naar het zwembad.

In het zwembad De Meerkamp in Amstelveen aangekomen gingen de kinderen na het omkleden met verdachte in het bassin. Na enige tijd besloot verdachte om naar de sauna te gaan, die zich in het zwembad bevindt,. Hij had aan [naam 3] en [naam 4], die respectievelijk 10 en 9 jaar oud waren, gevraagd om [naam 2] en [naam 1] in het oog te houden. De kinderen waren door verdachte geïnstrueerd niet in het diepe te gaan.Verdachte was zich ervan bewust dat er bij het bassin, waarin de kinderen zich ophielden, een badmeester was. Verdachte heeft echter ook verklaard dat hij de verantwoordelijkheid over de kinderen niet heeft overgedragen aan een ander. Hij ging er niettemin van uit dat de kinderen wel in goede handen waren. Vervolgens is hij naar de sauna gegaan en heeft hij daar verbleven tot het moment dat [naam 2] op de deur van de sauna bonsde en riep dat [naam 1] verdronk.

Daarop heeft verdachte zich naar het bassin gespoed en zag hij dat [naam 3] [naam 1] op zijn armen droeg. [naam 1] leek bewusteloos. Hij heeft [naam 1] toen overgenomen van [naam 3].

Er werd gepoogd [naam 1] te reanimeren totdat de ambulance kwam en hij naar het VUMC werd vervoerd. i

-Verdachte heeft bij de politie onder meer verklaard:

Het water kwam bij [naam 1] tot zijn borst, denk ik. Ik zei tegen [naam 1] en [naam 2] dat zij niet verder of dieper het water in mochten dan die diepte. [naam 2] kan niet zwemmen en van [naam 1] wist ik het niet. ii

-Uit het proces-verbaal van bevindingeniii blijkt dat het lichaam van het jongetje, dat later bleek te zijn genaamd: (de [naam 1], geboren op [geboortedatum] 2001, in beslag werd genomen.

-Uit het verslag: Lijkschouw - schouwverslag betreffende [naam 1] iv blijkt het volgende:

In zwembad de Meerkamp te Amstelveen bewusteloos uit het water gehaald. Reanimerend door traumateam naar VUMC gebracht. Bij binnenkomst wel elektrische hartactiviteit zonder pompfunctie. Aldaar om 16.42 uur overleden.

Als conclusie: NNO meest passend bij verdrinking in zwembad.

De rechtbank acht op grond van het vorenstaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 14 oktober 2009 te Amstelveen, door zeer onvoorzichtig en onoplettend en nalatig, een aan hem, verdachte's zorg en toezicht en waakzaamheid toevertrouwd kind, te weten [naam 1], geboren op [geboortedatum] 2001, heeft meegenomen naar zwembad De Meerkamp te Amstelveen met andere kinderen en nadat hij, verdachte ongeveer tien minuten in het water bij die [naam 1] en bij die andere kinderen was gebleven van die [naam 1] en van die andere kinderen is weggegaan en zich vervolgens naar een sauna, welke zich in dat zwembad bevond heeft begeven en in die sauna is gaan zitten, ongeveer drie à vier minuten, en aldus geen toezicht heeft uitgeoefend, terwijl hij, verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat die [naam 1] niet over een zwemdiploma beschikte , waardoor het aan zijn schuld te wijten is geweest dat die [naam 1] in dat zwembad is verdronken en overleden.

Voor zover in de telastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

Nadere overweging:

Verdachte wist niet of [naam 1] al dan niet kon zwemmen. Hij heeft daarnaar ook geen navraag gedaan bij [naam 1] zelf of zijn moeder. In het zwembad gekomen zag hij de kinderen in het water spelen, dat zonder afscheidingen in diepte varieert van 0.40 tot 1.40 meter. [naam 1] was 1.10 meter lang en stond volgens verdachte tot aan zijn borst in het water. Verdachte heeft het besluit genomen naar de naast het bassin gelegen sauna te gaan. Hij heeft toen geen maatregelen genomen om het toezicht op de kinderen zeker te stellen. Hij heeft naar eigen zeggen tegen de kinderen gezegd dat zij niet in dieper water mochten en tegen de 10-jarige [naam 3] gezegd een oogje in het zeil te houden. Vervolgens is hij naar de sauna gegaan, van waaruit hij geen toezicht op de kinderen kon uitoefenen.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte door deze gedraging ernstig is tekortgeschoten in zijn plicht om toezicht te houden op de kinderen met als gevolg de verdrinking en de dood van [naam 1].

Het verweer, dat het gedrag niet aan verdachte kan worden verweten, omdat dat hij niet op de hoogte was dat het slachtoffertje niet kon zwemmen en/of niet beschikte over een zwem-diploma, dient te worden verworpen. Een volwassene, die met kleine kinderen naar een zwembad gaat dient zich grondig op de hoogte te stellen van de zwemcapaciteiten van die kinderen, alvorens die kinderen zich in het water begeven. Dat ligt naar het oordeel van de rechtbank besloten in de zorgplicht die een volwassene in zo'n situatie heeft. Feit van algemene bekendheid is immers dat kleine kinderen , die niet kunnen zwemmen, niet alleen gelaten kunnen worden. Zo wist verdachte dat zijn dochter [naam 2] niet kon zwemmen en liet hij ook haar aan haar lot over. Dat bij verdachte de indruk bestond dat het slachtoffer zich in het water wel kon redden is een grove miskenning van de werkelijkheid en van zijn verantwoordelijkheid. De verdrinking en de dood van [naam 1] zijn dan ook aan verdachte toe te rekenen. Het standpunt van de verdediging dat de aanwezige toezichthouder(s) niet in voldoende mate toezicht zou/zouden hebben gehouden, is niet aannemelijk geworden.

5. De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigings-grond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straf

7.1. Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte feit -waarbij wordt uitgegaan van een schuld die bestaat in roekeloosheid-verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden.

7.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat mocht de rechtbank tot een veroordeling komen, rekening gehouden dient te worden met de persoonlijke omstandigheden van zijn cliënt. De raadsman bepleit een schuldigverklaring zonder oplegging van straf, subsidiair een taakstraf en meer subsidiair een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf.

7.3. Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van de straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte is ernstig tekort geschoten in zijn zorgplicht ten aanzien van de 7 jarige [naam 1]. In plaats van toezicht te houden op dit kind, waarvan hij niet wist of het kon zwemmen, heeft verdachte er bewust voor gekozen zich ondermeer van dit kind af te zonderen in een sauna , zonder zich ervan te vergewissen of dit veilig kon. De rechtbank is van oordeel dat hij hiermee zeer onvoorzichtig en onoplettend en nalatig is geweest in de zorgplicht die hij op dat moment had.

De nabestaanden van het slachtoffertje is door de verdrinkingsdood van [naam 1] een immens leed toegebracht en het is duidelijk geworden dat dit leed de nabestaanden nog jarenlang in beslag zal nemen.

Bij het opleggen van de straffen heeft de rechtbank rekening gehouden met het blanco strafblad van verdachte en het feit dat hij tengevolge van de dramatische gebeurtenis op 14 oktober 2009 psychische problemen ondervindt, zoals is gebleken uit de over hem opgemaakte rapportage.

De rechtbank ziet in het feit dat zij niet komt tot schuld die bestaat in de zin van roekeloosheid -zoals wel aangenomen door de officier van justitie- en verder gelet op de persoon van verdachte en uit hetgeen overigens ter terechtzitting aan de orde is gekomen, aanleiding om af te wijken van de eis van de officier van justitie en een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Daarnaast zal de rechtbank een een werkstraf opleggen.

Ten aanzien van de benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij:

[naam 1], niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor de behandeling in dit strafgeding. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk is. De benadeelde partij kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 307 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9. Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het telastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3.3 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op: Aan zijn schuld de dood van een ander te wijten zijn.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 180 uren. Beveelt dat, als de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 dagen.

Beveelt dat verdachte de aanwijzingen en opdrachten opvolgt die hem in het kader van de tenuitvoerlegging van de taakstraf door of namens de reclassering worden gegeven.

Veroordeelt verdachte voorts tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.

Beveelt dat deze straf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Verklaart de benadeelde partij [naam 1] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H.J. Bunjes, voorzitter,

mrs. L. Voetelink en J.P.C. van Dam van Isselt, rechters,

in tegenwoordigheid van J.H. Zandbergen, griffier

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 oktober 2010.

i Het proces-verbaal te terechtzitting van 28 september 2010.

ii Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal nr 2009279663-7 van 30 oktober 2009 van [naam 5] en [naam 6] (doorgen. pag. 65 ev) inhoudende de verklaring van verdachte.

iii Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal nr 2009279663-1 van 14 oktober 2009 van [naam 7] en [naam 8] (doorgen. pag. 40 ev).

iv Het geschrift, zijnde een Lijkschouw-schouwverslag van J.T. de Jong. (doorgen. Pag 43 ev.)

13/656145-10

[verdachte].

Vs.12okt10